Naar hoofdinhoud

Amendement Ingediend in de Commissie voor Sociale Zaken, Werk en Pensioenen

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 2349 Amendement 📅 2003-05-22 🌐 NL
Status ✅ AANGENOMEN KAMER
Stemming 🗳️ ADOPTÉE (23/12/2021)
Commissie FINANCIËN EN BEGROTING
Auteur(s) Regering
Rapporteur(s) Laaouej, Ahmed (PS); Leysen, Christian (Open)
Onderwerpen
REGERINGSBELEID Eurovoc kandidaat-descriptoren PROGRAMMAWET

Volledige tekst

15 december 2021 ONTWERP VAN PROGRAMMAWET Zie: 55 2349/ (2021/2022): Ontwerp van programmawet. ot 006: Amendementen. Tekst aangenomen in eerste lezing (Sociale Zaken). Artikelen aangenomen in eerste lezing. Verslag

AMENDEMENTEN

ingediend in de Commissie voor Sociale Zaken, Werk en Pensioenen 05953 R. 18 VAN MEVROUW THÉMONT c.s.

Art. 53 In titel 3, na artikel 53, een

hoofdstuk 4

invoegen, uidende: “Hoofdstuk 4. Subsidie aan het Waarborg- en Sociaal onds voor de hotel-, restaurant-, café en aanverwante edrijven” VERANTWOORDING Dit hoofdstuk beoogt een subsidie van 66 262 168,46 euro n het sectorfonds Horeca toe te kennen om te waarborgen t alle werknemers van de sector een eindejaarspremie tbetaald krijgen. Deze maatregel strekt er niet alleen toe de tbetaling van de volledige eindejaarspremie te waarborgen or alle werknemers van de horecasector die al maanden- ng van de ene in de andere tijdelijke werkloosheid gaan en s veel inkomsten verloren zien gaan (onder meer omdat ze en fooien meer ontvangen en geen overuren meer kunnen en), maar ook ondersteuning te bieden aan de werkgevers n een sector die het hard te verduren heeft gekregen door lockdownmaatregelen die de regering heeft genomen om gezondheid van de burgers te beschermen.

Art. 53/1 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 4

een artikel 53/1 in- oegen, luidende: “Art. 53/1. In uitvoering van de artikelen 121 tot 124 van e wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de egroting en van de boekhouding van de Federale Staat ordt een eenmalige subsidie van 66 262 168,46 euro oegekend aan het Waarborg- en Sociaal Fonds voor e hotel-, restaurant-, café en aanverwante bedrijven, elijk aan het ongebruikte saldo van de in 2020 toe- ekende subsidie bedoeld in

hoofdstuk 3

van de wet an 24 november 2020 met het oog op steunmaatrege- en in het kader van de COVID-19-pandemie.” Dit artikel stelt het Fonds voor bestaanszekerheid van de ctor van de HORECA in staat het niet-gebruikte saldo van subsidie voor 2020 van 66 262 168,46 te behouden en te bruiken r. 20 VAN MEVROUW THÉMONT c.s.

Art. 53/2 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 4

een artikel 53/2 in- oegen, luidende: “Art. 53/2. Deze subsidie is uitsluitend bestemd m het gebrek aan betaling te compenseren van de ijdrage voor de financiering van de eindejaarspre- ie 2021 van de werknemers die ressorteren onder et Paritair Comité voor het hotelbedrijf, ten gevolge an de sluiting van de inrichtingen die behoren tot de orecasector opgelegd door de ministeriele besluiten oudende dringende maatregelen om de verspreiding an het coronavirus COVID-19 te beperken. Deze subsidie kan enkel worden aangewend voor e betaling van dit gedeelte van de eindejaarspremies an de werknemers dat betrekking heeft op de dagen an tijdelijke werkloosheid die gelijkgesteld zijn met ef- ectieve aanwezigheid, zoals voorzien in artikel 9.9 van e Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juli 2010, esloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, tot ijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsover- enkomsten tot toekenning van een eindejaarspremie.” Deze bepaling verduidelijkt dat de subsidie dient om t gebrek te compenseren aan bijdragen gestort voor de uitingsperiode van de inrichtingen die behoren tot de horesector gedurende het jaar 2021.

Art. 53/3 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 4

een artikel 53/3 in- oegen, luidende: “Art. 53/3. Deze subsidie mag niet worden gebruikt oor uitgaven in verband met personeelskosten, wer- ingskosten en investeringen.” Deze bepaling verduidelijkt dat deze subsidie niet mag wor- n gebruikt voor uitgaven in verband met personeelskosten, erkingskosten en investeringen. r. 22 VAN MEVROUW THÉMONT c.s.

Art. 53/4 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 4

een artikel 53/4 in- oegen, luidende: “Art. 53/4. § 1. Uiterlijk binnen de zes maanden ie volgen op de datum van betaling van de einde- aarspremie 2021 zoals vastgelegd in de statuten an het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de hotel-, estaurant-, café en aanverwante bedrijven, bezorgt et beheersorgaan van dit Fonds aan de Algemene irectie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD erkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, een erslag over de wijze waarop de subsidie werd be- teed overeenkomstig artikel 121, derde lid, van de wet an 22 mei 2003 houdende de organisatie van de be- roting en van de comptabiliteit van de Federale Staat. § 2. Onverminderd artikel 13 van de wet an 7 januari 1958 betreffende de Fondsen oor bestaanszekerheid en het koninklijk besluit an 15 januari 1999 betreffende de boekhouding en de aarrekening met betrekking tot de Fondsen voor be- taanszekerheid, bevat het in de eerste paragraaf ver- elde verslag een afrekening van de kosten met de odige verantwoordingsstukken.” Deze bepaling verplicht het Waarborg- en Sociaal Fonds or de hotel-, restaurant-, café en aanverwante bedrijven om rslag uit te brengen over het gebruik van de subsidie uiterlijk nnen de zes maanden die volgen op de uiterste datum van taling van de eindejaarspremie. Die premie wordt normaal or dit Fonds betaald uiterlijk op 31 januari 2022.

Art. 53/5 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 4

een artikel 53/5 in- oegen, luidende: “Art. 53/5. § 1. De totale toelage kan maximaal nooit eer bedragen dan het bedrag bepaald in artikel 53/1. § 2. Indien het bedrag verantwoord door de ver- ntwoordingsstukken lager is dan het bedrag voor- ien in artikel 5, is de begunstigde overeenkomstig rtikel 123 van de wet van 22 mei 2003 houdende rganisatie van de begroting en van de comptabiliteit an de Federale Staat, gehouden de te veel ontvan- en sommen terug te betalen aan de genoemde FOD erkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, binnen e maand na ontvangst van de definitieve afrekening an hem opgestuurd door deze overheidsdienst” Deze bepaling voorziet dat het bedrag nooit meer mag dragen dan de subsidie. De begunstigde moet artikel 123 van de wet van 22 mei 2003 udende organisatie van de begroting en van de comptabili- it van de Federale Staat in acht nemen en desgevallend de veel ontvangen sommen terugbetalen binnen de maand na tvangst van de definitieve afrekening aan hem opgestuurd or de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. r. 24 VAN MEVROUW THÉMONT c.s.

Art. 53/6 (nieuw) In het voornoemde hoofdstuk 4, een arti- el 53/6 invoegen, luidende: “Art. 53/6. De subsidie wordt toegekend voor het aar 2021.” Deze bepaling verduidelijkt dat de subsidie betrekking heeft het jaar 2021 omdat het gaat over de eindejaarspremies or het jaar 2021.

Art. 53/7 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 4

een artikel 53/7 in- oegen, luidende: “Art. 53/7. Paragraaf 2 van artikel 9 van de Wet an 24 november 2020 met het oog op steunmaatre- elen in het kader van de COVID-19-pandemie wordt ervangen als volgt: “§ 2. In afwijking van artikel 123 van de wet an 22 mei 2003 blijft het ongebruikte saldo van de n 2020 toegekende subsidie ter beschikking van het aarborg- en Sociaal Fonds voor de hotel-, restaurant-, afé en aanverwante bedrijven voor de in dit hoofdstuk edoelde uitgaven 2021.”” Deze bepaling wijzigt paragraaf 2 van artikel 9 van de wet n 24 november 2020 met het oog op steunmaatregelen in t kader van de COVID-19-pandemie. Het Fonds wordt aldus vrijgesteld van terugbetaling van t ongebruikte saldo van de subsidie voor 2020, zodat het dit n gebruiken voor de uitgaven van 2021 voor de financiering n de eindejaarspremies.”.” r. 26 VAN MEVROUW THÉMONT c.s.

Art. 53/8 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 4

een artikel 53/8 in- oegen, luidende: “Art. 53/8. Dit hoofdstuk treedt in werking de dag van ublicatie van deze wet in het Belgisch Staatsblad.” Imprimerie centrale – Centrale drukkerij