Wetsontwerp Dossier 2349/014
Documentdetails
📁 Dossier 55-2349 (22 documenten)
🗳️ Stemmingen Aangenomen
Betrokken partijen
Sprekers (9)
Volledige tekst
ONTWERP VAN PROGRAMMAWET
(Artikelen 64 tot 87) NAMENS DE COMMISSIE VOOR ENERGIE, LEEFMILIEU EN KLIMAAT UITGEBRACHT DOOR MEVROUW KIM BUYST IL. Algemene bespreking 12 Wi. Artikelsgewijze bespreking en stemmingen. 29 Bijlage: Tabellen ar Zie ‘oa: “ontwerp van programmawet (002 tat 00: Amendementen. oor. Versag van de eerste lezing (Sociale Zaken) oog: Artieln aangenomen ineerte lezing (Sociale Zaken) ooo: Verslag Mebitan) Oro: Amendementen on: versag (Gocale Zaken) orz: versag van de eerste lezing (Fanciër) Ora: _Atieln aangenomen eerste lezing (Fnancier) pocss 2349/014 mia arn EE en neon a Fiera eee Te senad ten an men VE at Carr Nader De Vn et Ve oen Natie od Et ien ween En adem: Et, ooo somzore (ensa enne mwn | AE etienne neos Dawes en Heren, Uw commissie heeft dit wetsontwerp, dat met toepassing van artikel 51 van het Reglement de urgentie heeft verkregen tijdens de plenaire vergadering van 2 december 2021, besproken tijdens haar vergadering van 7 december 2021 1. - INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE MINISTER VAN ENERGIE ‘De minister van Energie, mevrouw Tinne Van der Straeten, licht de naar de commissie overgezonden bepalingen uit titel 5. Energie van de Programmawet als volgt toe:
HOOFDSTUK 1
BTW NIRAS (art. 64-69) Het eerste hoofdstuk in het thema Energie is een wijziging aan de elektriciteitswet die losstaat van de begrotingsbesprekingen, maar het is een werk dat een impact heeft op de begrotingsopmaak en wordt dus meegenomen in deze Programmawet. Het is tevens een dossier dat al klaarligt sinds 2017, maar waar door de vorige regering nooit actie mee werd ondernomen. De Federale Staat heeft zich in het verleden verbonden tot de financiering van de sanering van een aantal nucleaire passiva, dat van BP en BP2, dat van het SCK en dat van IRE. Het beheer en de sanering van deze passiva werd toevertrouwd aan NIRAS. Voor een volledig overzicht van deze nucleaire passiva, verwijst de minister naar de memorie van toelichting: De kosten voor het beheer en de sanering van het passief-BP heeft de Federale Staat ten laste van de federale bijdrage gelegd. In tegenstelling tot de regeling voor BP wordt de financiering van het beheer en de sanering van het passief-IRE en het passief-SCK CEN gedragen door dotaties vanuit de federale begroting. De federale bijdrage zorgde voor de financiering van het NIRAS-fonds passief BP, exclusief btw. De BTW moest dus op een andere manier worden gefinancierd, en bijgevolg werd er een regeling uitgewerkt waarbij de btw door de btw-administratie in het KYOTO-fonds, opgericht in 2003, werd gestort, van waaruit de CREG bocss 2349/014 het doorstortte aan NIRAS. Het Kyotofonds was hier echter helemaal niet voor bestemd, maar werd enkel als “doorstort-vehikel” gebruikt. Deze praktijk wordt met dit ontwerp stopgezet. Voor de btw op de betalingen vanuit de NIRAS-fondsen voor de overige passiva, die van SCK en IRE, was het tot op heden zo dat die werd betaald vanuit budgetallocaties, zoals ook de betaling aan de betrokken fondsen zelf
NIRAS
ontving de btw-betaling daardoor echter iets later (op het moment dat het fonds aangewend wordt door NIRAS), waarna NIRAS een pro forma factuur stuurde en vervolgens de btw ontving. Voor alle btw-regelingen van het passief wordt vanaf 1 januari 2022 één en dezelfde wijze gehanteerd: de btw zal betaald worden aan NIRAS, rechtstreeks uit de btw-ontvangsten, op het moment van de storting in het betrokken NIRAS-fonds. Voor de btw-betalingen voor de BP-passiva wil dat dus zeggen dat er een vereenvoudiging wordt doorgevoerd ‘omdat het Kyotofonds niet langer zal gebruikt worden als btw-sluis. Concreet gaat het om de volgende bedragen: Passiva
JAARLIJKS
(2022): P-BP: G9MEUR/jaar P-IRE: basisallocatie 2022: 8,52 Meuro, behoefteraming 2022: 18,7 Meuro. P-SCK: basisallocatie 2022: O Meuro, behoefteraming 2022: 15,5 Meuro. Daarna is dit Fonds leeg. Deze bedragen zijn exclusief 21 % btw. Financiering van fondsen P-IRE en P-SCK komt aan bod als financiering btw is geregeld. Samengevat: Passiva = 100 MEUR / jaar + btw TOTAALBEDRAGEN: P-BP: Het totale bedrag van de financiering (niet geactualiseerd) bedraagt 1,4 Geuro eind 2020. In de inventaris van de nucleaire passiva voor de periode 2013201 heeft NIRAS een cost to complete voor de sanering van het passief BP1/BP2 geraamd op 2 443,2 Meuro opgedeeld in: afvalbeheerkosten: 864,7 MEUR kosten beheer KTM: 0,9 MEUR ‘ontmantelingskosten: 1577,6 MEUR Een nieuw resultaat van de cost to complete passief BP1/BP2 is in opmaak en zal beschikbaar zijn in september 2023. P-SCK: 406 877 265,81 euro totaal tot nu toe gefactureerd - nieuwe raming nog in opmaak. P-IRE: 82 938 256,00 euro eind 2020, zoals steeds: exclusief btw.
HOOFDSTUK 2
SCHRAPPEN FEDERALE HEFFINGEN
(art. 70-84) Het tweede hoofdstuk onder de Titel Energie voert een eerste deel van de energienorm uit. In het Regeerakkoord staat: “We houden de energiefactuur van onze gezinnen en bedrijven onder controle. We zien erop toe dat het federale deel van de elektriciteitsfactuur daalt Er wordt een gebenchmarkte energienorm ingevoerd voor burgers en bedrijven teneinde de concurrentieen koopkracht te garanderen in vergelijking met onze buurlanden. De kost voor het CRM op de energiefactuur, die pas vanaf 2025 in werking treedt, zal gecompenseerd worden door het federaal aandeel in de factuur evenredig te laten dalen”. De federale wetgever moet er dus voor zorgen dat het federale deel daalt, en dat er een energienorm komt ‘om voor verdere competitiviteits- en koopkrachtverbeteringen te zorgen. Tegelijk is de realiteit de volgende: - er bestaat een kader met daarin vijf federale hef fingen op de elektriciteits- en gasfactuur, die automatisch evolueerden in lijn met de nood aan financiering voor de verschillende openbare dienstverplichtingen (ODV's): - de offshoretoeslag wordt een ODV in hoofde van de 023 netbeheerder die wordt gefinancierd vanuit accijnzen (724.8 Meuro in 2021); - de aansluiting offshore (5.2 Meuro); - de strategische reserve (3.2 Meuro in 2021); - toeslag CRM (0 euro in 2021). De federale bijdrage op elektriciteit (214 Meuro in 2021) aan de verschilende CREG-fondsen zullen gefinancierd worden vanuit accijnzen: - OCMW's (16 % in 2021); - Sociale tarieven (45 % in 2021); - Werkingskosten CREG (5 % in 2021); - Denuclearisering (34 % in 2021); - Kyotofonds (-; De Federale bijdrage op gas (83 Meuro in 2021): de financiering van verschillende CREG-fondsen zal vanuit accijnzen komen: - OCMW's (26 % in 2021); - Sociale tarieven (70 % in 2021); - Werkingskosten CREG (4 % in 2021). Naast de bepalingen uit het regeerakkoord, is er nog een tweede reden voor het invoeren van deze energienorm: de offshore bijdrage op de factuur. Op de offshore toeslag en de federale bijdrage bestond tot op heden een degressiviteit: progressieve kortingen per verbruiksschijf, met een absolute cap van 250 000 euro voor zowel de federale bijdrage elektriciteit als de offshore toeslag, en een cap van 750 000 euro op de federale bijdrage gas. Het uitgangspunt van deze heffingen was de opbrengst die diende te worden gegeneerd door deze fondsen. Zo, keurde het Parlement verleden jaar bijvoorbeeld een verhoging goed van het budget van de CREG; in het systeem zoals dat werd opgebouwd, leidde dat automatisch tot een verhoging van de federale bijdrage: het te innen bedrag werd daarop automatisch doorgerekend in de te betalen heffing per MWh. Reeds sedert 2014 waarschuwde de Europese Commissie ervoor dat de absolute cap op de offshore toeslag als onterechte staatssteun kon worden gekwalificeerd. De absolute cap die werd vastgelegd op 250 000 euro per verbruikslocatie per jaar was volgens de Europese Commissie nietin lijn met de Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie. Dit probleem werd sinds 2018 meerdere malen aangekaart door de Commissie, terwijl het risico op terugbetaling uit het verleden toenam, maar ook de ongerustheid voor investeerders over de toekomst toenam. De Europese Commissie waarschuwde de minister er recent nog voor dat dit dossier alte lang aansleepte en dat er dringend een oplossing moest worden uitgewerkt Een grote verandering was dus nodig op korte termijn. De verschillende urgente uitdagingen leidden ertoe dat de regering de energienorm in drie stappen heeft opgezet. - er wordt voor gezorgd dat de federale heffingen, inclusief CRM, niet verder stijgen de komende jaren, door alle heffingen te vervangen door één accijns op elektriciteit en één op gas; - er wordt nu reeds gecompenseerd voor competitiviteits- en koopkrachtnadelen van Belgische verbruikers; en - er wordt een jaarlijkse studie besteld om de moni toring van de factuur uitte voeren, waarin de Belgische energiefactuur vergeleken wordt met die in het buitenland en op basis waarvan maatregelen worden uitgewerkt om eventuele competitiviteitsproblemen op te lossen. In dit hoofdstuk van de Programmawet wordt een eerste deel uit van de energienorm uitgevoerd zoals hij in het regeerakkoord werd bepaald. Door middel van een grondige hervorming van de federale heffingen op de factuur heeft de minister, samen met haar col lega, de minister van Financiën, alle federale heffingen vervangen door één bijzondere accijns op gas en één op elektriciteit. Op deze manier wordt een instrument gecreëerd waarmee de factuur beheersbaar wordt, en de energienorm kan worden bewerkstelligd. De veranderlijke federale heffingen zoals ze nu in de elektriciteits- en gaswet staan, worden vervangen door een bijzondere accijns. Er is geen sprake meer van een toeslag op de nettarieven, maar wel een accijns die aan de Staat wordt betaald. Het niveau van de accijns wordt bij wet vastgelegd, zodat schommelingen aan de kostenzijde niet langer een aanleiding zijn tot een automatische verhoging van de tarieven. Op deze manier wordt ook al de toekomst voorbereid: met deze wijziging wordt er namelijk voor gezorgd dat, naast alle huidige federale heffingen op de factuur, ook de CRM-toeslag, niet zal doorgerekend worden aan de verbruikers. Door de wijziging naar de accijns valt deze regeling tevens niet langer onder de Europese EEAGregelgeving, maar wel onder de Europese Energie taxatie richtlijn 2021/0213. Dat wil zeggen dat de gedifferentieerde tarieven van de accijns die zullen gelden, niet als staatssteun zullen worden gekwalificeerd door de Europese Commissie. Er dient geen nieuwe staatssteunaanmelding te gebeuren, aangezien onze accijnstarieven in lijn zijn met de minimumvereisten van de betreffende richtlijn. ‘Zowel het probleem uit het verleden, als de twijfel voor de toekomst worden hiermee weggenomen. Dit werd ook bevestigd door de Europese Commissie, waardoor het zwaard van Damocles eindelijk weg is van boven het hoofd van de Belgische industrie. Dat is natuurlijk bijzonder goed nieuws voor de investeringszekerheid van Belgische grootverbruikers. Het tweede deel van de energienorm, namelijk het compenseren van competitiviteits- en koopkrachtnadelen, wordt gerealiseerd in de titel “Financiën” van dit ontwerp. Naast het verhogen van de bijzondere accijns, tot het niveau van 2021 worden in het deel Financiën immers ook de bestaande vrijstellingen toegepast op deze accijns. Wat betekent dit nu? In de wet zijn reeds verschillende vrijstellingen toegepast die volgen uit de omzetting van de Europese taxatie richtlijn. De toepassing van die vrijstellingen zal zorgen voor een verbeterde concurrentiepositie van de Belgische energie-intensieve industrie. Die was broodnodig; ‘Ook in de toepassing van vrijstellingen wordt het weer duidelijk: de energienorm is er, voor bedrijven én voor gezinnen. Gezinnen die het sociaal tarief betalen, worden vrijgesteld van de accijnzen op gas en elektriciteit. Deze structurele maatregel zal er mee voor zorgen dat de energiefactuur, die voor deze gezinnen een te groot deel van het totale budget uitmaakt, op federaal niveau zo sterk mogelijk wordt ondersteund. Een derde deel van de energienorm ten slotte zal worden gerealiseerd in de Wet Diverse Bepalingen Energie, die momenteel voor advies voorligt bij de Raad van State, en begin volgend jaar ook in het Parlement zal worden behandeld. In die wet wordt de opdracht gegeven aan de CREG om jaarlijks op uiterlijk 15 mei een studie te publiceren die de volledige gas- en elektriciteitsfactuur van verschillende categorieën Belgische verbruikers analyseert en vergelijkt met die in de buurlanden. Vervolgens zal er, voortvloeiend uit de resultaten van die studie een advies opgemaakt worden met maatregelen, voorgesteld door de CREG. Die maatregelen zullen er moeten voor zorgen dat de koopkracht en competitiviteit van Belgische verbruikers gevrijwaard blijft. De minister onderlijnt, bij wijze van conclusie, het belang van deze hervorming, die een concretisering inhoudt van een duurzaam federaal energiebeleid en een verhoogde investeringszekerheid.
HOOFDSTUK 3
UITBREIDING RVT EERSTE KWARTAAL +
SOCIAAL TARIEF WARMTE Afdeling 1 Sociaal tarief warmtenetten (art. 85-86) Sinds mei 2019 staat het sociaal tarief warmte in de gaswet ingeschreven. De parlementsleden hebben bij de minister, terecht, aangedrongen op de uitvoering van deze bepalingen. In het licht van de Klimaatdoelstellingen spelen warmtenetten een cruciale rol Ook bij het rechtvaardig en inclusief maken van de energietransitie staan warmtenetten centraal: sociale huisvestingsmaatschappijen vragen om alternatieven voor aardgas, maar warmte kan zonder gelijkaardige sociale maximumprijs niet concurreren met het sociaal tarief gas. Maar zowel op het vlak van financiering als van technische uitwerking waren er nog grote uitdagingen. Noch de CREG, noch AD Energie hebben bovendien ervaring met warmtenetten omdat dit een gewestelijke materie is. De wetswijziging van 2 mei 2019 was een eerste aanzet waar we nu verder op bouwen. Via deze programmawet wordt de financiering van het sociaal tarief warmte verankerd in de gaswet zelf. De werkelijke netto kosten van warmte zullen, net zoals voor het sociaal tarief aardgas, gedragen worden door de ontvangsten voortvloeiend uit de bijzondere accijns op aardgas. Dit wordt met andere woorden mee geïntegreerd in de energienorm. In advies (A)2219 van 1 april 2021 schatte de CREG de kosten van het sociaal tarief warmte in. Op basis van dit advies wordt in de conclaafbeslissingen van oktober onder de rubriek “AS 4 Een duurzaam land dat de omslag maakt naar klimaatneutraliteit tegen 2050” in een budget voorzien van 4.5 M euro inclusief btw. De inschatting van de CREG is gebaseerd op: - het totaal residentieel warmteverbruik in Vlaanderen; - verbruiksprognoses van geplande projecten om warmtenetten uit te bouwen op regionaal niveau voor de komende jaren; - een marktaandeel van residentieel beschermde klanten van 20 % (actueel eigenlijk 10 %); - een energiecomponent, bestaande uit: - een variabele term die ongeacht drager en op basis van het principe “Niet Meer Dan Anders (NMDA)” gelijkgesteld wordt met aardgas; - een vaste bijdrage in de hogere kosten van warmtenetten; - een distributiecomponent. Volgens de berekeningen van de CREG zal een gezin, aangesloten op een warmtenet zo gemiddeld 330 euro per jaar (excl. btw) betalen. Met het sociaal tarief warmte gaat men daarop tot 250 euro per jaar kunnen besparen. Het sociaal tarief is echter een complex systeem en naast de financiering dient een hele backoffice opgezet te worden. Dat is de volgende stap. In het aangekondigde wetsontwerp diverse bepalingen energie worden de technische wijzigingen voorgesteld die nodig zijn om het sociaal tarief warmte eindelijk te realiseren. Ondertussen bereidt de minister het Koninklijk Besluit voor dat de tariefmethodologie voor de sociale maxi mumprijs en de referentieprijs voor warmte zal bepalen, dit op advies van de CREG en in nauw overleg met de warmtebedrijven. De minister zal hierover ook met de gewesten in overleg treden De CREG zal met deze twee wetswijzigingen en het KB in staat zijn om de sociale maximumprijzen en het referentietarief te bepalen in maart 2022, voor het tweede trimester van 2022. Eens de CREG en de AD Energie over alle nodige data beschikken zal de minister een onderzoek vragen naar de mogelijkheid om het sociaal tarief warmte ook retroactief toe te passen voor het eerste trimester van 2022. Afdeling 2 Uitbreiding van het sociaal tarief tot RVT voor het eerste kwartaal van 2022 (art. 87) Begin 2021 besloot de regering in het kader van de herstelmaatregelen om de lijst van beschermde residentiële afnemers aan te vullen met een zesde categorie: de personen met een energiecontract die voor zichzelf de beslissing geniet tot toekenning van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming (RVT-categorie). Het sociaal tarief elektriciteit en gas voor deze personen trad automatisch in werking op 1 februari 2021 en zou eindigen op 31 december 2021. De uitbreiding naar deze zesde categorie heeft een inkomenscriterium geïntroduceerd in het sociaal tarief en heeft ertoe geleid dat het aantal rechthebbenden werd verdubbeld. De laatste cijfers van de automatische verwerking in het derde kwartaal 2022 tonen: - een stijging van 320 naar 600 000 contracten sociaal tarief gas, en - een stijging van 520 naar 960 000 contracten sociaal tarief elektriciteit De dekkingsgraad van het sociaal tarief benadert zo 1/5 van de gezinnen. Wat in de buurt ligt van het percentage energie-armoede gemeten door de energiearmoede-barometer van de Koning Boudewijnstichting. Een groep van bijna 500 000 gezinnen dankzij de uitbreiding RVT voor een groot deel behoedt van de ongeziene prijsstijgingen die we sinds de zomer zien. In het licht van die historisch hoge energieprijzen die momenteel blijven aanhouden, werd dan ook besloten om de uitbreiding van het sociaal tarief tot de RVT-categorie -ten minste tot het einde van het eerste trimester: 31 maart 2022 om 23:59. ‘Ondanks de gebreken van RVT als parameter voor energie-armoede, laat het bestaande systeem ons toe ‘om snel te schakelen en automatische toekenning zo goed als mogelijk te garanderen. De huidige prijzen laten de regering geen tijd om te treuzelen. De kosten van de verlenging van de uitbreiding van het sociaal tarief tot de RVT-categorie tot 1 april 2022 worden door de CREG geraamd op 207,9 miljoen euro - 59 miljoen euro voor elektriciteit en 150 miljoen euro voor aardgas. Dit is een raming gebaseerd op drie parameters: verbruikte volumes, verwachte prijs van het sociaal tarief en verwachte referentieprijs De CREG schat de totale kosten voor 11 maanden uitbreiding van het sociaal tarief tot RVT in 2021, gas en elektriciteit samen, op 265 miljoen euro. 265 miljoen euro voor een jaar tegenover 208 miljoen euro voor één kwartaal. Dit toont nog maar eens aan hoe belangrijk de uitbreiding van het sociaal tarief tot RVT is. Het sociaal tarief dient als dijk tegen dit prijsen seizoeneftect.
II. - ALGEMENE BESPREKING
A. Vragen en opmerkingen van de leden De heer Bert Wollants (N-VA) formuleert de volgende vragen en opmerkingen bij de door de minister toegelichte hoofstukken van de programmawet: Sanering nucleair passief De voorgestelde bepalingen worden positief onthaald. Energieheffingen en -toeslagen vervangen door energie accijnzen en introductie energienorm Deze oefening staat of valt met een duidelijk zicht op de opbrengsten van deze bijzondere accijnzen. Dit behoort echter niet tot de bevoegdheid van deze commissie, maar wel van de Commissie voor Financiën en Begroting. Tevens zal moeten worden nagegaan in welke mate deze nieuwe regeling zal leiden tot een verschui ving van de te betalen accijnzen tussen de verschillende categorieën van verbruikers zal leiden. Het is een zeer moeilijke oefening om deze rekenoefening te maken. De structuur van de reducties werd grotendeels overgenomen in de verbruikscategorieën. Tegelijkertijd werden er nog nieuwe categorieën aan toegevoegd, zoals de categorie vanaf 100 000 MWh, waarin niet is voorzien. Is de hervorming een exacte vertaling van de financiering tussen de verschillende verbruikers tot nog toe of zal de hervorming aanleiding geven tot verschuivingen? Bestaat er een overzicht van de nieuwe regeling per verbruikscategorie en dit vergeleken met de huidige situatie? Het verdient aanbeveling de door de minister voorgestelde wetswijzigingen in dit verband, na de eerste toepassing, aan een gedetailleerde evaluatie te onderwerpen, waarbij voor elke groep verbruikers de toepassing van de nieuwe regeling met de situatie in 2021 met elkaar kan worden vergeleken. Vervolgens wijst de spreker erop dat er nog vragen openblijven naar de financiering op de lange termijn. Sommige middelen zijn immers reeds voor specifieke doeleinden toegewezen. Zeker vanaf 2025 rijzen hieromtrent vragen. Op dat ogenblik zal men moeten kiezen: extra besparingen of extra belastingen. ‘Tot slot wijst de heer Wollants er nog op dat de CREG er, naar aanleiding van de bespreking van de CREGbegroting 2022, nog op wees dat de ontvriezing van het slapend verwarmingsfonds ter financiering van de OCMW ter waarde van 16 miljoen euro, dat er een tekort van 5,8 miljoen euro zou ontstaan, indien men de 16 miljoen euro niet zou verrekenen. Daaruit leidt de heer Wollants af dat van de 16 miljoen euro nog maar een klein deel effectief gaat naar diegenen die (net) geen recht hebben op het sociaal tarief. De CREG heeft immers laten weten dat het slapend verwarmingsfonds volgend jaar leeg is De heer Wollants herinnert eraan dat er reeds tijdens de regering Wilmès (lopende zaken) werd gezocht naar een oplossing. Hij brengt in dit verband het wetgevend initatief in herinnering dat hij samen met mevrouw Dierick indiende, maar dat nog niet werd uitgevoerd. Het is positief dat er nu een oplossing is, maar de vraag blijft hoe dit dossier op de lange termijn zal evolueren: wat zal er na 31 maart 2022 met de uitgebreide doelgroep sociaal tarief gebeuren? Blijft er nog een soort van vangnetregeling bestaan om de overgang minder bruusk te maken? Hoe ziet de minister de evoluties voor dit dossier op de lange termijn? Voor het eerste kwartaal 2022 is 208 miljoen euro uitgetrokken. Dit is natuurlijk geen vast bedrag. Immers, de link met de plafonnering is zeer sterk en dit bedrag kan variëren, afhankelijk van de marktomstandigheden en de opéénvolgende toepassingen van de plafonnering. De voorliggende bepalingen betreffen echter in eerste plaats de toepassing ingeval van warmtelevering. Het is logisch dat de gebruikers van warmtenetten ook van een sociaal tarief zouden moeten kunnen genieten, zoals de gebruikers van gas en elektriciteit. Zeker als men vaststelt dat de gewesten meer en meer inzetten op het gebruik van warmtenetten. Mevrouw Kim Buyst (Ecolo-Groen) verklaart dat de Ecolo-Groen-fractie de drie door de minister voorgestelde maatregelen zal steunen. Het eerste hoofdstuk heeft betrekking op een structurele verbetering en het vermijden van administratieve lasten, wat uiteraard wordt toegejuicht. Het is logisch dat het uitbetalen van de btw. niet meer via een omweg moet geschieden. Wat de twee volgende hoofdstukken betreft, onderstreept het lid dat er in het door de minister voorgestelde federale energiepakket twee speerpunten zijn opgenomen. In eerste instantie betreft het doelgerichte sociale maatregelen, vervolgens een structurele hervorming van de energiefactuur. Bij deze laatste wordt er een knip gemaakt tussen de inkomsten en de uitgaven door het invoeren van een accijns. Zo krijgt de federale regering een duidelijkere grip op het federale deel van de energiefactuur. Het stond in het regeerakkoord: er moet een energienorm worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat de koopkracht van de burgers en de concurrentiepositie van de ondernemingen wordt gevrijwaard. ‘Tot slot zijn er de nodige doelgerichte sociale maatregelen. Het is belangrijk dat het sociaal tarief warm tenetten wordt gerealiseerd: het is belangrijk voor een sociaal gecorrigeerde klimaattransitie. Bij wijze van conclusie kan de voorliggende hervorming alleen maar positief worden geëvalueerd: nodeloze administratieve lasten worden aangepakt, vereenvoudiging van de energiefactuur, zowel voor de leveranciers, als voor de consumenten, extra ondersteuning voor de mensen die het moeilijk hebben. De heer Malik Ben Achour (PS) spreekt de steun uit vanwege de PS-fractie voor de door de minister voorgestelde maatregelen inzake energie in de programmawet. Dit geldt zeker voor de verlenging van de steunmaatregelen inzake het sociaal energietarief. Voor de PS is het een minimum dat deze steunmaatregelen zouden gelden tot einde maart 2022, zeker gezien de angstwekkende stijging van de energieprijzen van de afgelopen weken. Het betreft een doelgerichte maatregel die verlichting moet bieden voor de meest kwetsbare gezinnen. Aangezien de overige maatregelen reeds werden besproken naar aanleiding van de bespreking van de beleidsnota “Energie”, zal de heer Ben Achour geen betoog meer houden over de andere voorgestelde beleidsmaatregelen. De heer Kurt Ravyts (VB) wijst er in de eerste plaats op dat, inzake de uitgaven voor het beheer en de sanering van de nucleaire passiva die ten laste zijn van de Federale Staat, er inderdaad een aanzienlijk deel nucleair afval is, waarvoor de federale overheid verantwoordelijk is sedert geruime tijd ingevolge een verbintenis die de Staat hierover in het verleden is aangegaan. De voorgestelde maatregelen om de ingewikkelde constructie om via het Kyoto fonds btw terug te betalen aan NIRAS te hervormen, zijn positief. Met verbazing stelt de spreker vast dat met deze maatregelen een beslissing van de regering Michel van 11 oktober 2015 wordt uitgevoerd. Waarom heeft het tot nu geduurd om deze beslissing in wetten ‘om te zetten? Heeft het zolang geduurd om een protocolakkoord tussen de AD Energie en de FOD Financiën tot stand te brengen? In elk geval zal de VB-fractie de voorgestelde maatregelen inzake de administratieve vereenvoudiging goedkeuren. Wat de bepalingen met betrekking tot de energienorm betreft, dankt het lid de minister voor haar uiteenzetting van de drie stappen: de federale heffingen die vervangen worden door een accijns op elektriciteit en een accijns op gas, de neutralisering van de meerkosten op het ni veau van het referentiejaar 2021, de opsomming van de ODV's. Maar het id vindt het verwarrend dat de minister het CRM ook bij de ODV's plaatst. Immers, de minister heeft verklaard dat vanaf 2025 de kosten voor het CRM gecompenseerd worden door het federaal aandeel in de factuur evenredig te laten dalen. Betekent dit dat de accijns in 2025 niet de kosten van het CRM zal dekken? Vervolgens vraagt de heer Ravyts aandacht voor de huishoudens die (net) geen aanspraak kunnen maken op het sociaal tarief gas en elektriciteit. Voor deze huishoudens is de hervorming van de energiefactuur een ontgoocheling: 30 euro per jaar vermindering, dat is slechts 2,5 euro per maand. De spreker benadrukt dat de consument de ODV's, het CRM uitgezonderd, zal blijven financieren. Voorts wenst de spreker meer uitleg bij het arti kel 70 van het ontwerp van programmawet, dat betrekking heeft op de offshore toeslag en luidt: “…die verhoging van voornoemde minimumprijs van groenestroomcertificaten als niet forfaitaire kabelsubsidie wordt gefinancierd middels de verhoging van de bijzondere accijns voor elektriciteit” Voor de compensatie van de meerkosten is, voor 2022 156 miljoen euro ingeschreven. Daarin zitten de offshore bijdragen voor 2020. Deze bijdragen zullen naar de toekomst stijgen. Hoe zal er voorzien worden in een sluitende financiering? In de meerjarenbegroting werden compensaties ingeschreven op basis van door de CREG gemaakte ramingen. Dit betekent dat de mi nister er dus van uitgaat dat op een bepaald ogenblik een punt zal worden gezet achter het toekennen van de sociale tarieven. Dan zou de financiële toestand opnieuw moeten normaliseren. Zo niet, zullen de in de meerjarenbegroting opgetekende bedragen onvoldoende zijn. Voorts benadrukt de spreker dat de financiering van het CRM op lange termijn wellicht onvoldoende is gegarandeerd. Een tweede element van de ingevoerde energienorm is de benchmark. De heer Ravyts juicht dit toe. Deze benchmark is de benchmark die door FORBEG jaarlijks wordt opgesteld. ‘Tot slot stelt de heer Ravyts met betrekking tot het back-up systeem de volgende vraag. Dit betreft een alternatieve financiering via de vennootschapsbelasting en de ontvangsten van het bijzonder accijnsrecht op gasolie. Graag kreeg de spreker hierover meer toelichting. De heer Ravyts rondt af door te benadrukken dat het de eerste maal is dat een federale regering effectief maatregelen neemt met betrekking tot de factuur als, belastingbrief. In verband met het huidige wettelijke kader inzake de financiering van het offshore steunmechanisme via een vaste toeslag voor de degressiviteit, waarbij kortingen worden toegekend al naargelang van het verbruik, begrijpt de heer Ravyts dat deze vrijstellingen mee in het nieuwe financieringssysteem worden opgenomen. De minister komt zo ook tegemoet aan de bezwaren van de Europese Commissie met betrekking tot de onrechtmatige staatssteun. De voorgestelde maatregelen betreffende de warmtenetten beoordeelt de heer Ravyts als positief. De VBfractie staat volledig achter het sociaal tarief voor de warmtenetten, mede gezien de inzet van de gewesten in dit verband. Voor sociale huisvestingsmaatschappijen vormt de inclusie van warmte in het sociaal tarief een belangrijke drijfveer om niet meer te investeren in verwarmingsketels op aardgas. Graag kreeg de spreker nog meer uitleg over het verband tussen de in het ontwerp van programmawet voorgestelde bepalingen en het tijdens de regering Wilms (lopende zaken) goedgekeurde wetsvoorstel van mevrouw Leen Dierick. ‘Tot slot verklaart de heer Ravyts dat de VB-fractie de in artikel 87 van het ontwerp van programmawet voorgestelde bepaling met betrekking tot de verlenging van de uitbreiding van de toepassing van het sociaal energietarief voor het eerste kwartaal van 2022 zal steunen in het licht van de historisch hoge energieprijzen. De inspanning van de federale regering voor de huishoudens die kampen met energiearmoede, is aanzienlijk: 208 miljoen euro voor deze periode van drie maanden. Het Rekenhof heeft becijferd dat, indien deze verlenging voor het volledige jaar 2022 zou gelden, deze inspanning 345 miljoen euro zou bedragen, rekening houdend met de seizoenseffecten. De heer Ravyts kan echter niet anders dan betreuren dat er voor de overige 82 % van de energieconsumenten weinig of geen inspanningen worden gedaan. De heer Christophe Bombled (MR) benadrukt dat de MR-fractie erg veel belang hecht aan de energieprijs. Dat wordt ook benadrukt in het regeerakkoord van de vivaldicoalitie: “Een betaalbare energiefactuur is essentieel voor burgers en bedrijven”. Dure energie belemmert de ondernemingen te groeien en maakt de Belgische huishoudens kwetsbaarder. Meerdere wijzigingen in het ontwerp van programmawet strekken ertoe voor de burgers en de bedrijven een energienorm in te voeren met de bedoeling de koopkracht en het concurrentievermogen ten opzichte van de buurlanden te waarborgen. Die energienorm zal het mogelijk maken de gevolgen van de energiekosten op de koopkracht van de huishoudens en op het concurrentievermogen van de Belgische bedrijven te onderzoeken. Indien nodig kan het federaal aandeel in de factuur in overeenstemming daarmee worden aangepast. Met dit ontwerp van programmawet beoogt de regering de federale heffingen te hervormen en vanaf 1 januari 2022 om te zetten in één enkele accijns. In concreto zullen die wijzigingen de invoering van een cliquetmechanisme mogelijk maken. Zulks houdt in dat na de omzetting van de federale toeslagen op de energiefactuur (energiebijdrage, oftshoresteun, federale bijdrage enzovoort) in accijnzen, de accijnzen dalen wanneer bij een stijging van de elektriciteits- of aardgasprijzen bepaalde grensbedragen worden overschreden. Inzake de financiering van de btw op de saneringswerken voor het passief-BP en passief-BP2, teneinde de weg vrij te maken voor de inwerkingtreding van een nieuwe regeling voor de betaling en de financiering van de btw op de saneringswerken voor alle nucleaire passiva waartoe de Federale Staat zich verbonden heeft: de nieuwe bepalingen moeten worden vastgelegd in een protocol tussen de NIRAS, de Algemene Administratie voor Beleidsexpertise en -ondersteuning en de Algemene Administratie van de Fiscaliteit van de FOD Financiën, alsook de Algemene Directie Energie van de FOD Economie, kmo, Middenstand en Energie. Kan de minister meedelen of dat protocol werd afgerond? Voor het overige verklaart de heer Bombled dat de MRefractie de bepalingen inzake energie van het ontwerp van programmawet zal steunen. Mevrouw Leen Dierick (CD&V) is van oordeel dat de minister drie belangrijke maatregelen heeft voorgesteld: De BTW op NIRAS en de nucleaire passiva: het is goed dat er eenvoudige en duidelijke administratieve oplossing is gekomen voor het ingewikkelde kluwen dat het was. De energienorm: over deze maatregelen is de CD&Vfractie en ook mevrouw Dierick persoonlijk zeer enthousiast. Deze energienorm moet de koopkracht van de gezinnen en de concurrentiekracht van de ondemnemingen vrijwaren. Dit punt was één van de belangrijke doelstellingen die CD&V in het Vivaldi-regeerakkoord heeft bepleit. Een jaar later zal de verwezenlijking een feit zijn. Mevrouw Dierick kan dit alleen maar toejuichen. Het is een knap staaltje samenwerking van de minister van Energie en de minister van Financiën. Wellicht hebben de zeer hoge energieprijzen voor extra druk gezorgd, maar ook in crisistijden moet de overheid snel kunnen handelen. Dankzij de samenwerking werd een mooi resultaat bereikt. Er is niet alleen gekozen voor doelgerichte maatregelen met een beperkte duur, maar ook voor structurele maatregelen. De energienorm is, hiervan het bewijs. Mevrouw Dierick geeft een eresaluut aan allen die aan deze verwezenlijking hebben gewerkt. Nu blift er nog een derde stap te gaan, zoals de minister aankondigde. Het lid kijkt dan ook uit naar de bespreking in commissie van de Wet Diverse Bepalingen Energie. Wanneer zal deze bespreking kunnen worden aangevat? Het sociaal tarief warmtenetten: ook in dit dossier investeerde mevrouw Dierick zich. Haar wetsvoorstel ter zake werd reeds een tijd geleden goedgekeurd. Het verheugt het lid dan ook dat met de voorgestelde bepalingen de goedgekeurde regeling effectief kan worden uitgevoerd. De minister stelt drie maatregelen voor die zorgen voor efficiëntie en eenvoud, die zorgt voor meer koopkracht voor de gezinnen en een betere concurrentiepositie voor onze ondernemingen, en die zorgt voor meer solidariteit en warmte voor de gezinnen die het zo hard nodig hebben De heer Thierry Warmoes (PVDA-PTB) herinnert eraan dat gisteren de CREG kwam met haar eerste rapport over de evoluties op de consumentenmarkt door de forse prijsstijgingen op de groothandelsmarkt. Daaruit bleek dat op één maand tijd de prijs voor elektriciteit nog maar eens met 15 tot 24 % is gestegen en die van aardgas met 23 tot 42 %. Volgens de cijfers van de CREG betaalt een gemiddeld gezin in november 2021 1 321 euro per jaar aan elektriciteit en 2 830 euro per jaar aan aardgas. Begin dit jaar was dat nog 887 en 1 133 euro voor elektriciteit en aardgas respectievelijk. Dat betekent dat een gezin vandaag méér dan 2 000 euro méér betaalt voor energie dan in januari dit jaar. Dé blinde vlek in het energiebeleid van de minister is dat zij ervan uitgaat dat deze prijsstijgingen geen probleem zijn voor de gewone werkende mens. Alleenstaande moeders, kleine zelfstandigen, tweeverdieners, een groot deel van de bevolking krijgt het sociaal tarief niet. De énige maatregel die de regering voor deze mensen neemt, is de invoering van de energienorm. Daarbij worden alle bestaande federale heffingen omgezet in 1 bijzonder accijns. De energienorm zou de factuur voor een gezin met 30 euro doen dalen beloofden de minister van Energie en de minister van Financiën. 30 euro. Voor een stijging van méér dan 2 000 euro. Dat is toch volstrekt onvoldoende De PVDA werkte daarom zélf een plan uit om de factuur te doen dalen. Naar het voorbeeld van de Spaanse regering ontwikkelde zij een “schokplan” om de energiefactuur van een doorsnee gezin met 454 euro te doen dalen. De belangrijkste pijlers zijn: de verlaging van de btw naar 6 % en het progressief uit de factuur halen van de kosten voor de groenestroomcertificaten. De PVDAPTB wil dit plan financieren door de woekerwinsten van de kerncentrales en de grote zonneplantages van de Fernand Hutsen van deze wereld af te romen en een deel van de ETS-inkomsten te gebruiken. De heer Warmoes kondigt hierover snel wetgevend initiatief aan. Maar wat blijkt? De energienorm gaat níet eens de beloofde 30 euro verlaging opleveren. Onze studiedienst berekende dat de factuur van een doorsnee gezin met slechts 8,76 euro zal zakken. Dat is drie keer minder dan beloofd en betekent nog geen euro per maand korting: 73 cent. Dat is toch mensen gewoon uitlachen in hun gezicht? De hoge energieprijzen zijn blijkbaar geen prioriteit voor deze regering. De PVDA-PTB-fractie is op zich niet tegen deze vereenvoudiging en kleine verlichting van de factuur. Deze hervorming laat toe om de kosten die momenteel via de factuur worden doorgerekend, te financieren via de begroting. In de programmawet staat al expliciet een verwijzing naar de vennootschapsbelastingen. Alle heffingen en taksen moeten op termijn uit de factuur gehaald worden en verschoven worden naar de begroting. (Energiebeleid financiert men via een eerlijke fiscaliteit, niet via de factuur. Dat is per definitie regressief. De kritiek van de heer Warmoes is dat de maatregelen van deze regering niet ver genoeg gaan. De PVDA-PTB-fractie vraagt al veel langer dat de btw op energie verlaagd wordt naar 6 %. Vorige week heeft de minister verwezen naar een rapport van de CREG over de voor- en nadelen van een btw-verlaging. De minister zei toen dat een btw-verlaging “niet aan de orde is”. Maar ondertussen heeft de heer Warmoes het rapport van de CREG nog eens goed gelezen en de zogenaamde bezwaren die hij daar in leest, zijn helemaal geen bezwaren. Zo merkt de CREG op dat de btw-verlaging geen onderscheid maakt tussen personen die zwaar getroffen worden door prijsstijgingen en zij die dat zogezegd niet zijn. Maar dat is nét de bedoeling. De brede werkende klasse wordt getroffen door deze prijsstijgingen, niet enkel de meest kwetsbaren. De CREG schrift bovendien dat “Een btw-verlaging een positief effect [kan] hebben voor een consument met een factuur die proportioneel zeer hoog is ten opzichte van zijn inkomsten of sociale uitkeringen”. Dat is voor de laagste inkomens net het geval. Een btw-verlaging is dus net een uitermate sociale maatregel. Ze komt de armsten net méér ten goede. Dat is wat de CREG schrijft. Dus wat is het nu volgens de tegenstanders van een btw-verlaging? Is de btw-verlaging nu net goed voor de rijken - die met hun ondertussen berucht geworden “verwarmd zwembad”? - of voor de meest kwetsbaren? Het is voor de meest kwetsbaren. De minister vermeldde vorige keer ook het risico dat de btwverlaging de eindconsument niet ten goede zou komen, maar de leveranciers. Maar wat zij er niet bij vertelde, is, dat de CREG net schrijft dat dit perfect vermeden kan worden door tegelijk het vangnetmechanisme in te voeren en de prijzen te monitoren. De CREG geeft zélf aan dat ze dankzij deze maatregelen er heeft voor gezorgd dat de prijsverlagingen wel degelijk bij de consument terecht kwamen in 2014 toen de btw ook verlaagd werd naar 6 %. De heer Warmoes leest in het rapport van de CREG dus geen enkele zogenaamde kritiek, die ze tegelijk zelf weerlegt. De heer Warmoes is van oordeel dat deze regering ook geen echte goede argumenten heeft tegen een btw-verlaging. Er is geen enkele reden waarom we op energie het luxetarief van 21 % moeten betalen. Energie is een recht en een basisgoed dat aan een btw-tarief van 6 % zou moeten worden belast, als het al zou moeten worden belast. Wat deze regering doet, is volstrekt onvoldoende is. De PVDA-PTB-fractie gaat dan ook niet akkoord met de huidige aanpak en deze programmawet. ‘Tot slot benadrukt de heer Warmoes wel dat het sociaal tarief warmte en de verlenging van het uitgebreid sociaal tarief positieve maatregelen zijn, die de PVDAPTB-ractie zal steunen. De heer Kris Verduyckt (Vooruit) wijst erop dat, wegens de huidige energiecrisis, iedereen reikhalzend uitkijkt naar de maatregelen die de federale overheid neemt om hieraan het hoofd te bieden. Het sociaal tarief warmte en de verlenging van het uitgebreid sociaal tarief worden door de Vooruit-ractie als zeer positief geëvalueerd. Voorts, zijn ook de voorgestelde maatregelen om vanuit de federale overheid meer vat te krijgen op de energiefactuur, een positieve zaak. Het is een nuttige oefening. Maar het is eigenlijk nog niet voldoende. Men moet vaststel len dat het leven na de coronacrisis een stuk duurder is geworden voor iedereen. Daarom is het positief dat de regering maatregelen voorstelt. De kritiek vanwege PVBDA-PTB als zou de regering helemaal niets doen voor de energieconsument is ronduit onjuist. Het is wél zo dat Vooruit ook voorstander is van een btw-verlaging naar 6 %. De Vivaldi-coaltie heeft echter voor andere, zeer verdedigbare maatregelen geopteerd. Voor Vooruit was het cruciaal dat de meerinkomsten in de btw door de hogere energieprijzen absoluut werd gebruikt voor de energiefactuur voor de gezinnen te verlichten. Alzo is dus geschied. De heer Verduyckt wijst er bovendien op dat men naar het totaal plaatje aan maatregelen moet kijken: verhoging van de minimumpensioenen, verhoging van minimumlonen, extra investeringen in de zorg, compensatiemaatregelen ten gevolge van de coronacrisis, enzovoort. Voor de energieprijzen op de lange termijn is er slechts één oplossing: we moeten af van de verslaving aan fossiele brandstoffen. Daarom zijn de energienorm en de accijnzen goede instrumenten om een effectieve Tax shift naar het principe van"de vervuiler betaalt” te verwezenlijken. Dit betekent dat elektriciteit in dit land goedkoper moet worden en dat fossiele brandstoffen duurder moeten worden. De Vooruitfractie zal de door de minister voorgestelde maatregelen steunen ‘en moedigt haar aan de verdere hervormingen die nodig, zijn met bekwame spoed verder te zetten. ‘De heer Thierry Warmoes (PVDA-PTB) repliceert dat het niet de mensen zijn die kampen met een fossiele verslaving, maar het is veeleer de fossiele industrie: het zijn de oliegiganten met hun lobbymachines die nog niet eens worden aangezet tot een moratorium op het aanboren van nieuwe oliebronnen. Inderdaad is, de enige weg op termijn om van de fossiele brandstof fen vanaf te geraken. Dit zal echter moeten gebeuren middels een sturend beleid, dat niet ten koste van de mensen mag worden gevoerd. Het door de Verduyckt geschetste bredere kader, vult de heer Warmoes als, volgt aan: een blokkering van de lonen tot 0,4 % stijging, terwijl de energieprijzen zeer sterk zijn gestegen. De maatregelen van de regering zijn er, maar ze leveren enkel symbolische bedragen op. De heer Kurt Ravyts (VB) repliceert op het betoog van de heer Warmoes en het PVDA-PTB-energieplan, waarin het afromen van de woekerwinsten van de exploitant van de kemcentrales sterk wordt benadrukt, dat de CREG, naar aanleiding van de bespreking van de begroting 2022 van de CREG, heeft verklaard dat de CREG er in een schriftelijk antwoord op een vraag van de minister op heeft gewezen dat er noch bij de nucleaire exploitanten, noch bij de offshore exploitanten, sprake is van woekerwinsten. De heer Kris Verduyckt (Vooruit) verduidelijkt dat toch heel wat consumenten vandaag zich verplaatsen op voertuigen die worden aangedreven met fossiele brandstof. Dat is ook een vorm van verslaving. De omschakeling maken naar 100 % emissieloze energie is, voor iedereen een uitdaging. Voorts wijst de spreker erop dat het niet de huidige federale regering is die de lonen heeft geblokkeerd. Tot slot moet men er terecht trots op zijn dat België één van de weinige landen is waar de lonen worden geïndexeerd. De heer Thierry Warmoes (PVDA-PTB) repliceert dat de CREG-studie waarnaar de heer Ravyts verwijst in oktober 2021 werd afgerond. De recente prijsstijgingen werden in de studie dan ook niet meegenomen. De elektriciteitsleveranciers verkopen hun elektriciteit op voorhand (hedging), waardoor de woekerwinsten pas later zichtbaar worden. Het kan mathematisch niet anders. De heer Christian Leysen (Open Vla), ten slotte, is van oordeel dat het eerste hoofdstuk met betrekking tot de btw voor het nucleair passief een goede zaak is, want het betekent een administratieve vereenvoudiging. Het tweede hoofdstuk betekent de belangrijkste hervorming: de verhoging van de accijnzen voor gas en elektriciteit ter vervanging van heffingen waarbij de bestaande degressiviteitsmechanismen mee worden omgezet. Er blijft echter nog steeds in een systeem van cascadefinanciers. voorzien, waarvan de spreker geen voorstander van is. Het systeem blijft zeer ingewikkeld: een deel van de opbrengst van de vennootschapsbelasting zal dienen als buffer mochten de vermelde accijnzen ontoereikend zijn. Over de complexiteit van het geheel zou op een later moment nog eens moeten worden nagedacht. Wat het derde hoofdstuk betreft, bestaande uit bepalingen met betrekking tot het sociaal tarief warmtenetten en het verlengen van de maatregelen met betrekking tot het sociale energietarief voor het eerste kwartaal van 2022, verklaart de heer Leysen dat de Open Vldfractie deze maatregelen steunt. In elk geval blijft de complexiteit van het Belgische energiebeleid en de structuren daarrond, een belangrijk ‘aandachtspunt, zo oordeelt de heer Leysen. Naar aanleiding van de bespreking van de begroting 2022 heeft de heer Leysen de CREG dan ook gevraagd de commissie zo goed als mogelijk bij te staan om in deze complexiteit helder te zien en eventueel na te gaan op welke vlakken een vereenvoudiging mogelijk zou kunnen zijn. Op dit ogenblik is het voor de spreker immers niet duidelijk of alle subsidies in de energiesector even optimaal zijn.
B. Antwoorden van de minister Straeten, antwoordt als volg op de vragen en opmerkingen van de leden. Regeling van de financiering van de btw op de uitgaven van het beheer en de sanering van de nucleaire passiva ten laste van de Federale Staat Het betreft het nucleair passief waarvan de Federale Staat in het verleden heeft beslist om de financiering ervan op te nemen. Zo was bijvoorbeeld de opwerkingsfabriek Eurochemic een project dat werd gedragen door dertien OESO landen. Op enkele jaren tijd werd deze fabriek echter gesloten. Alle OESO-landen zijn vertrokken en niemand heeft de verantwoordelijkheid voor het nucleair passief op zich genomen. De regel is dan dat de Staat waar de fabriek zich bevindt, verantwoordelijk is voor het nucleair passief. Voor de volgende drie passiva Belgoprocess, SCK en NIRAS, heeft de Belgische Staat de verantwoordelijkheid voor het nucleair passief op zich genomen. De financiering, die uit de overheidsdotatie komt, is inderdaad een kluwen. Daarom wenst de minister de spending review voor de nucleaire sector, juist om een goed inzicht te krijgen in de kosten van de technische passiva, juist ook om een duidelijk zich te krijgen op de communicerende vaten die er wel degelijk zijn. Op deze wijze kan men een beter zicht hebben op de kosten waarvoor de exploitant nog verantwoordelijk is. De definitie van een passief is dat niemand heeft voorzien in de betaling ervan, niemand heeft voorzien in de financiering ervan, de middelen zijn er niet en dus moet de Federale Staat ervoor opdraaien. Het betreft omvangrijke bedragen Het antwoord op de vraag van de heer Ravyts waarom het zolang heeft geduurd dat de princiepsbeslissing van de regering Michel van 2017 nu pas werd uitgevoerd, is, dat de minister bij haar aantreden heeft vastgesteld dat het dossier zo goed als klaar was en heeft zij er bijgevolg werk van gemaakt. Op de vraag van de heer Bombled met betrekking tot het Protocol dat tussen NIRAS, AD Energie en de FOD Financiën moet worden gesloten, antwoordt de minister dat het bestaande protocol werd opgeheven en dat er nieuw Protocol wordt onderhandeld. Ondertussen hebben de verschillende partijen onderling reeds principiële afspraken gemaakt zodat het nieuwe Protocol, na inwerkingtreding van de wet, zo snel mogelijk in werking zal kunnen treden. Energienorm Op de vragen van de leden met betrekking tot de cascadefinanciering, antwoordt de minister dat dergelijke financiering ook reeds bestond in het voorgaande systeem, met name de degressiviteit. Zowel voor de federale bijdragen als de offshore bestonden er reeds degressiviteit. Deze werden gefinancierd door de Algemene Middelen en in de elektriciteitswet werd de cascade opgesomd. In die opsomming komt ook de accijns voor gasolie en de vennootschapsbelasting voor. Voor een beter begrip geeft de minister de bedragen: Specifiek over Algemene Uitgavenbegroting: hoe komt men aan de 156 miljoen euro? 2022) 5.050.000] 125012464 770.000 280.000) 160.000 2.120.000 53.000.000 156.235.860 ‚050.000 _434.050.000 CREG 816.074.640 tia 1.250.124.640 1.200.000 1.251.324.640 Uit de tabel blijkt dat er voor elektriciteit een verschil is van 51 miljoen euro en voor gas 52 miljoen euro. Het verschil spruit voort uit de uitgaven min de verwachte accijnzen en wat reeds in de fondsen is opgenomen. ‘Tezamen is dit 103 miljoen meeruitgaven. ‘Tevens zijn er in de accijnzen vrijstellingen toegekend ‘aan zowel de gezinnen als de bedrijven voor ongeveer elk de helft voor een totaalbedrag van 53 miljoen euro. Dit zijn minderinkomsten. Dit heeft een bijkomende vraag van budget van 156 miljoen euro, De cascadering is mee opgenomen in de nieuwe regeling. Inzake de vragen met betrekking tot de accijns en de verbruikscategorieën wijst de minister erop dat voor de uitwerking ervan twee expertenteams werden samen gezet: een expertenteam energie en een expertenteam financiën. Voor elke categorie van verbruiker, moest telkens het toepasselijke tarief worden bepaald. Het uitgangspunt was factuur- en budgetneutraliteit. Het is dus uitdrukkelijk de bedoeling dat voor elke verbruikscategorie het effect op de factuur hetzelfde blijft voor het referentiejaar 2021. Daarnaast werd ook de budgetneutraliteit nagestreefd. Er moest dan ook een budget van 156 miljoen euro worden uitgetrokken. De beide teams hebben bij deze oefening monnikenwerk verricht. In antwoord op de vraag van de heer Wollants wijst de minister erop dat het niet 100 % een exacte vertaling is geworden van de huidige situatie. Er zitten kleine verschillen op. Vooral in de schijf tussen 30 en 200 GWh, zullen verbruikers minder betalen. Maar er zijn geen stijgingen voor de verbruiken beneden de 200 GWh. Voor een aantal verbruiken boven de 200 GWh zal wel meer moeten worden betaald. Maar hier komen dan de vrijstellingen in het vizier. In de accijnsreglementering is, in vrijstellingen voorzien en is nagegaan of de vrijstelling nodig was om de factuurneutraliteit te garanderen. Vervolgens werd nagegaan of er mogelijks een koopkracht- of competitiviteitsprobleem. Daarom kan worden besloten dat er voor de verbruikers boven de 200 GWh ook geen stijgingen zijn. De mogelijke verschillen zijn zeer beperkt en zullen naar de verbruikers toe mogelijks, een daling inhouden maar geen stijging van de factuur. De minister wijst er bovendien op dat er in de bepalingen van het ontwerp van programmawet die betrekking hebben op de tarieven een overzicht van de verbruikscategorieën is opgenomen. Voor de informatie van de commissieleden bezorgt de minister nog tabellen die als, bijlage bij het verslag worden opgenomen De minister vervolgt dat er een grote vereenvoudiging op de factuur wordt doorgevoerd. Maar de verschilende facetten van het federale energiebeleid moeten wel blijvend worden gefinancierd. Eenvoud is belangrijk, maar ook transparantie moet worden geboden. De wijze hoe de kostencomponenten evolueren, moet duidelijk !_Zie tabelen als bijage. blijven. Het feit dat de 30 euro nu wordt geneutraliseerd, is het gevolg van de sterke stijging van de federale overheidskosten voor het financieren van het federaal sociaal energietarief. Ook de kosten voor de offshore worden uitgevlakt. Er zal jaar na jaar moeten worden gemonitord, zowel door de CREG als door de regering bij de begrotingsopmaak. In het verleden wachtte de minister van Energie op het einde van het jaar op een schrijven van de CREG om de verschillende componenten vast te leggen, na doorlichting van de factuur. Ook bij de nieuwe financiering moet erover gewaakt worden dat transparantie en verantwoording gegarandeerd blijft. In verband met de vraag van de heer Ravyts inzake ODV's en de financiering van het CRM antwoordt de minister dat de energienorm tot stand is gekomen op basis van voortschrijdend inzicht ten aanzien van de bepalingen in het regeerakkoord. De kosten voor het CRM op de energiefactuur die pas in 2025 in werking treedt, zullen gecompenseerd worden door het federaal aandeel in de factuur evenredig te laten dalen. Om het CRM-dossier zo snel als mogelijk te kunnen deblokkeren bij de Europese Commissie was de snelste werkwijze een toeslag op de tarieven via het systeem van de ODV, met als voorwaarde dat het totaal van het federaal aandeel in de factuur niet mocht stijgen. Daarom moest een systeem van degressiviteit worden ingebouwd, naar analogie met de offshore bijdrage. Bij de start van de regering kreeg de minister de duidelijke boodschap van de Europese Commissie dat het systeem van de cap voor de offshoretoelage zo snel mogelijk moest worden gewijzigd wegens onrechtmatige staatssteun. Daarom heeft de regering beslist heel het systeem te herwerken en te opteren voor een financiering via de accijns. Daarom is het gedeelte van het regeerakkoord dat betrekking had op de compensatie van het federaal aandeel niet meer van toepassing. Het klopt dan ook dat het ontwerp van programmawet reeds een wijziging aan de CRM-wet doorvoert. De financiering van het CRM zal niet afzonderlijk op de factuur worden vermeld, maar zal mee gefinancierd worden vanuit de energienorm. De door de commissieleden gestelde vragen naar de financiering voor 2025 zijn terecht. Voor dat jaar zal er moeten worden gekeken naar extra besparingen en inkomsten. In de aangekondigde wet Diverse Bepalingen Energie zullen bepalingen met betrekking tot de benchmark worden opgenomen. De FORBEG-studie wordt vandaag reeds gebruikt in Vlaanderen, maar de federale overheid miste hiervoor nog een wettelijke basis om deze studie structureel te verankeren. Na uitvoering van de FORBEG-studie, zal de federale overheid aan de CREG vragen om, wanneer er een koopkracht- of competitviteitsnadeel wordt vastgesteld, voorstellen ter remediëring te formuleren aan de regering na advies van de Adviesraad van de CREG en de CRB. Deze oefening zal dan ook jaarlijks worden gemaakt. Op de berekeningen van de studie van de PVDAPTB antwoordt de minister dat de vergelijking tussen de beide berekeningen mank loopt. De berekening van de studiedienst van de PVDA-PTB is gebaseerd op de tarieven van 2021. De berekening van de minister heeft rekening gehouden met de tarieven voor 2022. Voor elk van de verschillende componenten die de minister wenst te financieren, is er nagegaan wat de verwachte kostprijs is. Zo heeft de minister rekening gehouden met de prijsstijgingen voor het sociaal tarief en voor de offshore. Mochten deze prijsstijgingen zijn doorgerekend in de factuur, dan zou elke consument zijn geconfronteerd met een prijsstijging ten belope van 30 euro per maand. Door de toepassing van de energienorm, werden deze kosten met andere woorden geneutraliseerd. De 30 euro, komt van een stijging van de gasfactuur met +22 euro en een stijging van de elektriciteitsfactuur met 6 euro. De gezinnen die het sociaal tarief genieten, krijgen een vrijstelling op de accijns. Dit komt neer op een totaalbedrag van 72 euro: 57 euro voor elektriciteit en 15 euro voor gas. ‘Op de vragen over de financiering op de lange termijn, antwoordt de minister als volgt. Het wetgevend initiatief van mevrouw Dierick en de heer Wollants tijdens de periode van de lopende zaken, heeft opvolging gekregen door er middelen tegenover te plaatsen. Samen met het voorzien in de nodige budgetten, zal vervolgens een uitvoeringsbesluit worden opgesteld. De minister streeft ernaar om de voor 2022 uitgetrokken middelen nog te kunnen inzetten. Maar ook op de lange termijn zal moeten worden gemonitord wat het betekent. De minister hoopt dat met de instelling van dit sociaal tarief ervoor zal zorgen dat de investeringen in de warmtenetten zal kunnen worden aangetrokken. Over de financiering op de lange termijn kan de minister vandaag nog geen uitspraken doen. De opmerking van de heer Wollants inzake de 16 miljoen euro, deelt de minister niet. Maar de bedenking van de CREG is juist, de middelen in het slapend fonds zijn ontoereikend. Daarom heeft de minister het tekort van 3,4 miljoen euro afzonderlijk ingeschreven in de begroting. Van de 16 miljoen euro zal met andere woorden niets af worden gedaan omdat er een tekort aan indexering zou zijn. De middelen in het slapend fonds worden aangevuld met 3,4 miljoen euro. Bij wijze van algemene repliek op de opmerkingen van de heer Verduyckt, wijst de minister erop dat we ons allemaal afvragen of de inspanningen wel voldoende zijn. Het is dan ook belangrijk om naar de lange termijn te kijken. De minister is er dan ook van overtuigd dat de voorgestelde hervormingen een goede basis vormen voor de uitrol van de Taks shift. Het fundament staat klaar. In dit verband beveelt de minister de werkzaamheden van ACER aan, die op de Energieraad werden voorgesteld in het kader van de presentatie van de toolbox van de Europese Commissie voor de Fit for 55-transitie
ACER
stelt een energietransitie voor op de lange termijn die moet worden gemanaged, zowel vanuit regulerend als, vanuit overheidsperspectief
ACER
maakte ook een vergelijking tussen de EU-lidstaten die meer en minder getroffen zijn door de gascrisis, en ook die meer of minder geconnecteerd zijn. De minister raadt de Commissie aan om ACER uit te nodigen om over hun visie over de energietransitie met de commissie van gedachten te wisselen, B. Replieken De heer Bert Wollants (N-VA) dankt de minister voor de beloofde tabellen. De bedragen van de bijzondere accijns zijn inderdaad opgenomen in het ontwerp van programmawet, maar het is juist het samenspel van de verschillende bedragen die het niet altijd zo evident maakt. Zoals de minister ook reeds verklaarde, is het belangrijk om de juiste balans te vinden tussen eenvoud en transparantie. Dat is niet altijd zo evident Vervolgens heeft het antwoord van de minister over het bedrag van 16 miljoen euro het lid gerustgesteld. De heer Kurt Ravyts (VB) dankt de minister voor de aangebrachte preciseringen. Voorts vraagt de spreker bevestiging of hij het juist heeft begrepen dat de toekomstige CRM-kosten niet door de accijns zullen worden gefinancierd. ‘De minister verduidelijkt dat er slechts één accijns op de factuur wordt aangerekend. De accijns vervangt de federale bijdrage en alle heffingen, ook de toekomstige ODV's. De eerste cash-out voor de ODV op het CRM is pas voor 2025. Dat wordt allemaal meegenomen in de accijns. De via de accijns opgehaalde bedragen worden opgenomen in de toewijzingsfondsen en het overblijvende tekort zal worden gefinancierd vanuit de Algemene Middelen van de begroting. Het CRM in 2025 zal niet één op één zorgen voor een verhoging van de elektriciteitsfactuur van dat jaar. Maar in 2025 zal er een budgettaire oefening worden uitgevoerd. verduidelijking, maar verklaart in goed gezelschap te verkeren als hij zijn bezorgdheid uitdrukt over de effecten van de energiecrisis voor die personen die niet tot de uitgebreide doelgroep voor het sociale energietarief behoren. Ook de voorzitter van Vooruit pleit ondertussen voor een sociale noodindex en een btw-verlaging naar 6 % voor de energieprijzen.
II. - ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN
De artikelen 64 tot en met 69 worden zonder verdere bespreking aangenomen met 14 stemmen en 1 onthouding De artikelen 70 tot en met 84 worden zonder verdere bespreking aangenomen met 12 stemmen en 3 onthoudingen. De artikelen 85 tot en met 87 worden zonder verdere bespreking eenparig aangenomen. Het geheel van de naar de commissie verwezen artikelen wordt aangenomen met 12 stemmen en Resultaat van de naamstemming: Hebben voorgestemd: N-VA: Wouter Raskin, Bert Wollants; Ecolo-Groen: Kim Buyst, Samuel Cogolati, Séverine de Laveleye; PS: Malik Ben Achour, Mélissa Hanus, Daniel Senesael; MR: Christophe Bombled; CD&V: Leen Dierick; Open Vid: Christian Leysen; Vooruit: Kris Verduyckt Hebben tegengestemd: nihil Hebben zich onthouden: VB: Kurt Ravyts, Reccino Van Lommel; PVDA-PTB: Greet Daems. De rapportrice, De voorzitter, Kim BUYST Christian LEYSEN - BIJLAGE riciteit (EUR/jaar) zakelijk elektriciteit (EUR/jaar) 57,59 40,72 49,72 4691 405,08 405,08 18995 18995 221526 221526 107 636,50 107 636,50 267 918,65 267 918,66 4728444 472 844,90 563 5493 672 344,90 ardgas (EUR/jaar) zakelijk aardgas (EUR/jaar) ï 15,20 1524 15,35 196,50 198,00 zi9/16 825,00 56 030,73 57 000,00 750 000,02 783 000,00 EUR/MWh EA WAL door DNB BXL