Naar hoofdinhoud

Amendement ONTWERP VAN PROGRAMMAWET ingediend in de plenaire vergadering, zie. oat: “Ontwerp van programmawet (oa tot 00: Amendementen oor. Versag van de eerst lezing (Sociale Zaken) oor: Artieln aangenomen ineerte lezing (Scale Zaken) ooo: Verslag Mebitan) oro: Amendementen om: versag (Gocale Zaken) Oiz: Versag van de eerste sz (Fnancir) ora: _Artlelen aangenomen ineerte lezing (Fmancier) Od: verzag Kama)

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 2349 Amendement 🌐 NL
Status ✅ AANGENOMEN KAMER
Stemming 🗳️ ADOPTÉE (23/12/2021)
Commissie FINANCIËN EN BEGROTING
Auteur(s) Regering
Rapporteur(s) Laaouej, Ahmed (PS); Leysen, Christian (Open)
Onderwerpen
REGERINGSBELEID Eurovoc kandidaat-descriptoren PROGRAMMAWET

Volledige tekst

pocss 2349/021 ONTWERP VAN PROGRAMMAWET ingediend in de plenaire vergadering, zie. oat: “Ontwerp van programmawet (oa tot 00: Amendementen oor. Versag van de eerst lezing (Sociale Zaken) oor: Artieln aangenomen ineerte lezing (Scale Zaken) ooo: Verslag Mebitan) oro: Amendementen om: versag (Gocale Zaken) Oiz: Versag van de eerste sz (Fnancir) ora: _Artlelen aangenomen ineerte lezing (Fmancier) Od: verzag Kama) Ors: Aamrilend verlag (Scile Zalen) ole: verslag (Gezordheig) Orr: Versag van de weeds lezing (Social Zake) Ora: Amendementen Org: Verslag van de weeds lezing (Financi) 020: Talet aangenomen door de commisie. Nr. 1 VAN DE HEER VAN HEES Art. 44 In Titel 2 Financiën, na artikel 44, een nieuw

hoofdstuk 4

invoegen, met als opschrift: “Hoofdstuk 4. Btw op gas en elektriciteit” Nr. 2 VAN DE HEER VAN HEES Art. 44/1 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 4

een artikel 44/1 invoegen, luidende: “Art. 4411. $ 1. In tabel A van de bijlage bij koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, vervangen bijhet koninklijk besluit van 29 december 1992, wordt punt XIIl vervangen door wat volgt: “XII. Energie en water 1. De levering van elektriciteit aan huishoudelijke ‘afnemers als bedoeld in artikel 2, 16°bis, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. 2. Gas geleverd via het aardgasdistributienet. 3. Gewoon natuurlijk water geleverd door middel van leidingen.” $ 2.

Artikel 1bis van hetzelfde koninklijk besluit wordt opgeheven.”.” VERANTWOORDING De prijzen voor gas en elektriciteit rijzen de pan uit Volgens de CREG betaalt een gemiddeld gezin voortaan meer dan 2 600 euro per jaar voor gas en elektriciteit. Énergie is een basisbehoefte, geen luxeproduct. Het is niet normaal dat voor gas en elektriciteit hetzelfde btw-tarief van 21 % geldt als voor champagne en kaviaar. Dit amendement beoogt dan ook het btw-tarief voor gas en elektriciteit te verlagen tot 6 %, zodat de gezinnen hun gas- en elektriciteitsfactuur onverwijld zien dalen. Nr. 3 VAN DE HEER VAN HEES Art. 44/2 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 4

een artikel 44/2 in“Art. 44l2.

Artikel 44/1 treedt in werking op 1 januari 2022.” Nr. 4 VAN MEVROUW MERCKX Art. 68 In de bepaling onder 1°, de voorgestelde zin vervangen als volgt: “Voor 2022 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 8,73 pct. van de omzet die in 2022 is verwezenlijkt.” Nr. 5 VAN MEVROUW MERCKX In de bepaling onder 5°, de voorgestelde zin ver“Voor 2022 wordt het voornoemde voorschot bepaald op 8,73 pct. van de omzet die is verwezenlijkt in het jaar 2021.” De basisheffing, die sinds 2006 bepaald is, werd op dat moment vastgelegd op 9,73 %. In 2007 hanteerde men een percentage van 8,73 %. Sindsdien is het percentage tot en met 2010 gedaald tot 6,73 %, zonder duidelijke redenen. De wetgever nam telkens als motivatie dat er met de hantering van dezelfde percentages op budgettair niveau een gelikaardig beleid kan worden gevoerd met betrekking tot het vorige. jaar. In dit land betalen patiënten en de sociale zekerheid zich blauw aan de stijgende geneesmiddelenfactuur. Tegelijkertijd boekt de geneesmiddelensector grote winsten. Daarom wordt voorgesteld het percentage van de basisheffing te verhogen naar 8,73 % Nr. 6 VAN MEVROUW MERCKX Art. 63 Na artikel 63, titel 4, in het opschrift van het enig hoofdstuk, de woorden "Enig hoofdstuk” vervangen door de woorden “Hoofdstuk 1”. Dit amendement is louter formeel. Met het oog op de invoeging van andere hoofdstukken in Titel 4 wordt het opschrift “Enig hoofdstuk” vervangen door “

Hoofdstuk 1

bocss 2349/021 Nr. 7 VAN MEVROUW MERCKX Art. 73 Na artikel 73, titel 4, een

hoofdstuk 2

invoegen, luidende: “Hoofdstuk 2. Aantrekkelijkheid van de arbeidsvoorwaarden voor de werknemers in de federale 'gezondheidszorgsectoren” Dit amendement beoogt een nieuw

hoofdstuk 2

in te voegen, dat de nieuwe artikelen 63/1 tot en met 63/3 omvat. Die artikelen strekken ertoe de arbeidsvoorwaarden voor de werknemers in de federale gezondheidszorgsectoren aantrek kelijker te maken. Dit hoofdstuk behelst de tenuitvoerlegging van een plan ten belope van 1,9 miljard euro om onze gezondheidszorg le redden. Er moet dringend worden opgetreden, want de situatie is alarmerend Bedden worden gesloten bij gebrek aan personeel om de patiënten te verzorgen. Een spoeddienst in Herstal heeft de nooit eerder geziene beslissing genomen om meerdere dagen te sluiten wegens de ontreddering van het personeel In het UZ Gent zal de afdeling intensieve zorgen tijdens de kerstperiode bedden sluten om haar team te beschermen. De artikelen 63/1 tot en met 63/3 beogen op drie onderling verband houdende krachtlijnen in te werken: (1) een verhoging met 10 % van het brutoloon voor al het personeel, met de bedoeling het gekwalificeerde personeel terug te halen dat de sector heelt verlaten; (2) een dubbel loon voor de weekend en nachturen, die takijke zorgpersoneelsleden dwingen hun privéleven op te offeren; (3) een onmiddellijke verdubbeling van de huidige investeringen om bijkomend personeel in dienst te nemen Nr. 8 VAN MEVROUW MERCKX Art. 73/1 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 2

een artikel 73/1 in“Art. 7311. $ 1. In artikel 3, tweede lid, van de wet van 9 december 2019 tot oprichting van een Zorgpersoneelsfonds wordt de zin “De middelen die krachtens deze wet aan het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen worden toegewezen, gaan rechtstreeks naar de exogene financiering van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en komen bovenop het bedrag van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling voor de gezondheidszorg.” weggelaten.” $ 2. In artikel 3 van de wet van 9 december 2019 tot oprichting van een Zorgpersoneelsfonds worden tussen het tweede en het derde lid vier leden ingevoegd, “Vanaf 2022 gebeurt de in het eerste lid bedoelde voorafname structureel ten belope van 2 296 miljoen euro. Van dat bedrag wordt 96 miljoen euro voor ‘behouden om meer verpleegkundigen en zelfstandige verpleegkundigen aan het werk te zetten. Vanaf 2024 gebeurt de in het eerste lid bedoelde voorafname structureel ten belope van 2 698 miljoen euro. Van dat bedrag wordt 144 miljoen euro voorVanaf 2026 gebeurt de in het eerste lid bedoelde voorafname structureel ten belope van 3 100 miljoen euro. Van dat bedrag wordt 192 miljoen euro voorDe middelen die krachtens deze wet aan het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen worden toegewezen, gaan rechtstreeks naar de exogene financiering van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en komen boven op het bedrag van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling voor de gezondheidszorg.” Dit amendement strekt ertoe de ontvangsten van het Zorgpersoneelfondste verhogen met 1,9 miljard euro in 2022. Dat bedrag is nodig om: 1) alle loonschalen en alle werkelijk betaalde salarissen en wedden met 10 % te verhogen: 792 miljoen euro; 2) de loonsupplementen voor onregelmatige prestaties op te trekken, zodat de personeelsleden dubbel worden vergoed voor 's nachts of tijdens het weekend gepresteerde uren: 700 miljoen euro; 3) de via het Zorgpersoneellonds uitgetrokken middelen voor de indienstneming van personeel te verdubbelen: 402 miljoen euro. Vervolgens beoogt dit amendement die verhoging voor de indienstneming van personeel nog tweemaal te herhalen: 4) +402 miljoen euro in 2024; 2) +402 mijoen euro in 2026. ‘Aldus zullen tussen 2021 en 2026 vier keer zoveel middelen worden uitgetrokken om personeel in dienst te nemen. Rij Nr. 9 VAN MEVROUW MERCKX Art. 73/2 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 2

een artikel 73/2 in“Art. 73/2. S 1.

Artikel 4, $ 1, van de wet van 9 december 2019 tot oprichting van een Zorgpersoneelfonds wordt aangevuld met een lid, luidende: “Vanaf het jaar 2022 wordt het deel van de middelen toegewezen aan het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, ten belope van 792 miljoen euro, ‘aangewend voor de financiering van een verhoging met 10 % van alle loonschalen en van alle daadwerke lijk betaalde lonen en wedden, alsook van de bovengrenzen voor de berekening van de haard- en standplaatstoelage; bovendien zal 700 miljoen euro van die middelen worden aangewend voor de financiering van een verhoging van de loontoeslagen voor onregelmatige prestaties, opdat die 100 % zouden bedragen voor de uren gepresteerd op zaterdag, zondag en feestdagen, alsook voor de uren gepresteerd van maandag tot vrij dag tussen 20.00 u en 06.00 u. $2.

Artikel 4, $ 2, van dezelfde wet, wordt aangevuld met vier leden, luidende: “Vanaf het jaar 2022 worden de ontvangsten van het fonds ten bedrage van 2 200 miljoen euro verdeeld als volgt: 1° 1 503,7 miljoen euro wordt toegewezen aan het ‘budget van financiële middelen van de ziekenhuizen; 2° 70,8 miljoen euro wordt in verhouding tot het in het jaar x-2 in dienst zijnde personeel, uitgedrukt in voltijds equivalenten, toegewezen aan het Fonds Sociale Maribel 330 en aan het Fonds Sociale Maribel van de overheidssector, voor de opleiding van het in $ 1 bedoelde personeel en voor het mentorschap over de stagiairs-beoefenaars van de verpleegkunde en de verpleegkundigen; 3° het saldo van dat bedrag wordt verdeeld tussen het Fonds Sociale Maribel 330 en het Fonds Sociale Maribel van de overheidssector wat de sector van de thuisverpleging en de medische centra betreft; die verdeling gebeurt overeenkomstig het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, dat in het jaar x-2 verhoudingsgewijs werkzaam was in respectievelijk de ziekenhuissector, de sector van de thuisverpleging en de medische centra; de financiering van de verenigingen die werken met zelfstandige verpleegkundigen enlof zelfstandige artsen, gebeurt via het budget van 96 miljoen euro voor de zelfstandigen. Vanaf het jaar 2024 worden de ontvangsten van het fonds ten bedrage van 2 554 miljoen euro verdeeld 2° 106,2 miljoen euro wordt in verhouding tot het het budget van 144 miljoen euro voor de zelfstandigen. Vanaf het jaar 2026 worden de ontvangsten van het fonds ten bedrage van 2 908 miljoen euro verdeeld 2° 141,6 miljoen euro wordt in verhouding tot het het budget van 192 miljoen euro voor de zelfstandigen. De middelen worden aangewend voor de financiering van de maatregelen bepaald in $ 1.””” Dit amendement beoogt de middelen van het Zorgpersoneelfonds vanaf 2022 op de volgende manier toe te wijzen: 4) 1 503,7 mijoen euro voor het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen - 792 miljoen euro voor een loonsverhoging van 10 9%; - 700 miljoen euro voor een verhoging van de nacht- en weekendtoeslagen:; - 11,7 miljoen euro voor de indienstneming van zorgpersoneel voor de ondersteuning en voor de verdere uitbouw van de zorgcentra na seksueel geweld (in dat bedrag was reeds voorzien bij artikel 4, $ 2, vijfde lid, en het komt door dit amendement niet in het gedrang); 2) 96 mijoen euro voor betere arbeïdsvoorwaarden voor de zelistandige verpleegkundigen (144 miljoen euro in 2024; 192 miljoen euro in 2026); 3) het saldo wordt verdeeld tussen het Fonds Sociale Maribel 330 en het Fonds Sociale Maribel van de overheidssector (696,3 miljoen euro in 2022; 1 050,3 miljoen euro in 2024; 1 404,3 miljoen euro in 2026) Door de huidige financieringsregeling moeten de zieken huisdirecties voortdurend op zoek naar financiële middelen. Het verdient dus de voorkeur dat het Zorgpersoneelfonds het voor jobereatie bestemde bedrag integraal overmaakt via de Maribelfondsen, in plaats van via het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen. De Maribelfondsen bieden meer waarborgen dat de middelen daadwerkelijk worden aangewend om personeel in dienst te nemen, dankzij een doeltreffend democratisch toezicht door de vakbonden. Nr. 10 VAN MEVROUW MERCKX Art. 73/3 (nieuw) In het voornoemde

hoofdstuk 2

een artikel 73/3 in“Art. 79/3. In de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen wordt een artikel 2ter ingevoegd, luidende: “Art. 2ter. In afwijking van artikel 2bis is deze wet niet van toepassing op de werkgevers en de werknemers, van de openbare sector en de privésector, van de ‘ondernemingen die onder de volgende bedrijfstakken ressorteren: - Algemene en psychiatrische ziekenhuizen - Forensische psychiatrische centra - Thuisverpleging - Federale revalidatiecentra - Wijkgezondheidscentra - De diensten voor het bloed van het Rode Kruis”.” Het koninklijk besluit van 30 juli 2021 geeft uitvoering aan artikel 7, $ 1, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen en stelt de maximale marge voor de loonkostenontwikkeling voor de periode 2021-2022 vast op 0,4 %. Die veel te krappe maximale marge maakt een echte opwaardering van de lonen in de federale gezondheidszorgsectoren onmogelijk en belet derhalve dat de gezondheidszorgberoepen aantrekkelijker kunnen worden gemaakt Dit amendement strekt er bijgevolg toe de werkgevers en de werknemers van de federale gezondneidszorgsectoren uit te sluiten van de toepassing van de voormelde wet van 26 Juli 1996, teneinde die ernstige belemmering om de aantrekkelijkheid van die beroepen te verhogen, weg te werken. Nr. 11 VAN MEVROUW MERCKX Art. 73/4 (nieuw) In het voormelde

hoofdstuk 2

een artikel 73/4 in“Art. 73/4. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2022.” Dit amendement beoogt de datum van inwerkingtreding te bepalen van het nieuwe hoofdstuk 2, dat ertoe strekt de, arbeidsvoorwaarden voor de werknemers in de federale gezondheidssectoren aantrekkelijker te maken Nr. 12 VAN MEVROUW MERCKX Art 73/4 (nieuw) Na artikel 73/4 een

hoofdstuk 3

invoegen, “Hoofdstuk 3. Wijziging van de wet van 22 december 2020 houdende diverse maatregelen met betrekking tot snelle antigeentesten en de registratie en verwerking van gegevens betreffende vaccinaties in het kader van de strijd tegen de COVID-19-pandemie - Aantrekkelijkheid van de arbeidsvoorwaarden voor de werknemers van de federale gezondheidssectoren” Nr. 13 VAN MEVROUW MERCKX Art 73/5 (nieuw) In het voormelde

hoofdstuk 3

een artikel 63/5 in“Art. 73/5. In titel 4 van de wet van 22 december 2020 houdende diverse maatregelen met betrekking tot snelle antigeentesten en de registratie en verwerking van gegevens betreffende vaccinaties in het kader van de ‘strijd tegen de COVID-19-pandemie, een artikel 10/3 in“Art. 10/3. De Koning bepaalt de voorwaarden en de regels voor de terbeschikkingstelling van zelftesten aan personen. Elke burger heeft het recht om op voorlegging van zijn identiteitskaart kosteloos drie zelftesten per week te verkrijgen. De Koning kan het aantal zelftesten per periode bepalen en de terbeschikkingsteling koppelen aan de registratie van de identiteit van de persoon.”.” ‘Ter bestrijding van het COVID-19-virus moet het opsporingsbeleid zo ruim en open mogelijk worden gevoerd, terwijl de bestrijdingsmiddelen zonder enige belemmering toegankelijk moeten zijn. De bevolking moet ertoe worden aangemoedigd zich geregeld te laten testen. Daarom beoogt ait amendement elke burger drie gratis zelftesten per week aan te bieden. Nr. 14 VAN MEVROUW FONCK Art. 65/1 (nieuw) Een artikel 65/1 invoegen, luidende: “Art. 65/1. In artikel 53, $ 1, dertiende lid, van dezelfde wet wordt het woord “, verboden” weggelaten.” Met het oog op een betere financiële toegankelijkheid van de gezondheidszorg wordt voorgesteld de bevoegdheid van de Koning om te bepalen voor welke geneeskundige verstrek kingen de toepassing van derdebetalersregeling verboden is, af te schaften. In de overeenkomstig de bestuursovereenkomst door het RIZIV opgestelde evaluatieverslagen met betrekking tot de derdebetalersregeling roepen de zorgverstrekkers, de patientenorganisaties én de verzekeringsinstellingen op tot de opheffing van het verbod op de toepassing van de derdebetalersregeling voor bepaalde geneeskundige verstrekkingen door artsen, tandartsen en logopedisten. Dat verbod leidt tot immers tot een administratief kluwen voor de zorgverstrekkers en de verzekeringsinstellingen en het vormt een belemmering voor de initiatieven die de volksgezondheid ten goede komen, zoals de griepvaccinatie. ‘Totslot heeft de Raad van State erin zijn arrest nr. 24287 van 7 november 2018 op gewezen dat een verbod op de toepassing van de derdebetalersregeling om misbruik te voorkomen onevenredig is, daar het alleen de patiënten treft. Voorts heeft de COVID-19-pandemie als een katalysator gewerkt om de geneeskundige verstrekkingen op afstand in de verplichte zorgverzekering te verankeren. Voor die geneeskundige verstrekkingen op alstand is de toepassing van de elektronische derdebetalersregeling essentieel. Teneinde te waarborgen dat alle sociaal verzekerden eenzelfde toegang hebben tot de verplichte zorgverzekering en tot de geneeskundige verstrekkingen op afstand die zij omvat, moet de derdebetalersregeling steeds op alle geneeskundige verstrek kingen kunnen worden toegepast. Naast de wijziging van artikel 53 van de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, moet ook het koninklijk besluit van 18 september 2015 betreffende de derdebetalersregeling worden gewijzigd. Die bijkomende wijziging behoort in dit ontwerp van programmawet te worden opgenomen, met het oog op de inwerkingtreding, met ingang van 1 januari 2022, van de bepaling tot opheffing van het verbod op de toepassing van de bestaande derdebetalersregeling voor bepaalde geneeskundige verstrekkingen door artsen, tandartsen en logopedisten. In die opheffing werd immers voorzien in een bepaling van wetsontwerp 2320, dat niet zal kunnen worden aangenomen tegen 1 januari 2022 omdat eerst de afdeling wetgeving van de Raad van State moet worden geraadpleegd over meerdere op het wetsontwerp ingediende amendementen. imprmeriecentrale Centrale dte