Amendement Dossier 2349/009
Documentdetails
📁 Dossier 55-2349 (22 documenten)
🗳️ Stemmingen Aangenomen
Betrokken partijen
Sprekers (8)
Volledige tekst
ONTWERP VAN PROGRAMMAWET
(Art. 88 - 93) NAMENS DE COMMISSIE VOOR MOBILITEIT, OVERHEIDSBEDRIJVEN EN FEDERALE INSTELLINGEN UITGEBRACHT DOOR DE HEER Tomas ROGGEMAN ‘en minister van Mobilteit 3 1 Bespreking. 4 A. Vragen en opmerkingen van de leden. 4 B. Antwoorden van de minister 7 U. Stemmingen E zie. oat: “Ontwerp van programmawet (oa tot 00: Amendementen Oor. Talat aangenomen eerie lezing (Sociale Zalen) oog: Artikelen aangenomen in aerse lezing pocss 2349/009 wrdt rn eenen a eran VE Vn Van Cars a ede eerd ha Ee ate men gern Oo Eeen Eee, enen oen Eenes ooo somzore (ensa enne mwn | AE etienne neos Dawes en Heren, Uw commissie heeft de haar overgezonden artikelen artikelen 88 tot 93 van deze programmawet besproken tijdens haar vergadering van 7 december 2021.
1 - INLEIDENDE UITEENZETTING
VAN DE VICE-EERSTEMINISTER EN MINISTER VAN MOBILITEIT De heer Georges Gilkinet, vice-eersteminister en minister van Mobilteit, licht de aan uw commissie gezonden artikelen 88 tot 93 van voorliggend ontwerp van programmawet als volgt toe. Het Federaal Planbureau raamt dat het goederenvervoer tegen 2040 met 26 % zal toenemen. Het aandeel van, het spoor in het goederenvervoer bedraagt momenteel slechts 7 %. De doelstelling van de regering is het volume van het goederenvervoer per spoor tegen 2030 te verdubbelen. Zoals de logistieke sector in zijn Rail Road Map 2030 vermeldt, zou deze verdubbeling van het volume dat per spoor wordt vervoerd niet alleen de congestie op de wegen vermijden, maar ook de uitstoot van bijna 1,5 miljoen ton CO, per jaar voorkomen. Het is tijd om te handelen, wil men zich voorbereiden op de toekomst. Zoals de logistieke sector duidelijk heeft vastgesteld, is het bereiken van de doelstelling een zaak van iedereen en dit kan alleen worden bereikt door gerichte actie van alle actoren, inclusief het beleid. Veel buurlanden (Frankrijk, Nederland, Duitsland) hebben ervoor hebben gekozen maatregelen te nemen via een beleid van herinvestering in het spoor en via een beleid van verlaging van de kosten voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur. De regering heeft met haar BOOST-plan en het herstel- en transitie plan 2022-2024 al een aanzet gegeven tot het herinvesteringsbeleid, waarmee een deel van de achterstand in het onderhoud van het netwerk kan worden ingelopen en de vernieuwing ervan op gang kan worden gebracht. Een deel van deze investeringen zal het mogelijk maken een reeks snelheidsbeperkingen die het gevolg waren van de toestand van het spoor te vermijden of op te hef fen om het veiligheidsniveau te behouden. Deze acties zullen het mogelijk maken de commerciële snelheid van treinen op een groot aantal trajecten te verhogen en zo de productiviteit te verbeteren en tegelijkertijd de kosten te verlagen. Spoorwegondernemingen die goederen per bocss 2349/009 spoor vervoeren, moeten veel kosten dragen die andere transportmodi niet altijd moeten betalen. De kosten voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur zijn daar een voorbeeld van. Het wetsontwerp dat ter goedkeuring wordt voorgelegd, voorziet in een verlaging van de heffingen op het gebruik van de spoorweginfrastructuur. Dit steunmechanisme zou gelden voor een periode van 4 jaar met een jaarlijks budget van 13,2 miljoen euro voor een maximale prijsverlaging van 1,2 euro per door een goederentrein afgelegde kilometer. Zal dit mechanisme het volume van de vervoerde goederen verdubbelen? Zeker niet op zichzelf. Het is, een extra instrument dat het herinvesteringsinstrument aanvult. Houdt de oefening hier op? Zeker niet, de minister werkt nu aan een performantiecontract met de infrastructuurbeheerder met, zoals de naam al aangeeft, performantie verwachtingen. Als het netwerk dat ter beschikking van de spoorweggebruikers wordt gesteld, efficiënt is, zullen ook de kosten voor de spoorwegondernemingen dalen. Tegelijkertijd werkt de minister ook aan een actieplan voor het goederenvervoer, dat in de eerste helft van 2022 zal worden gepubliceerd. Voorts werkt de minister ook actief samen met zijn collega's in de gewesten om nieuwe creatieve oplossingen te vinden om het spoor te aan te prijzen en een modal shift te bevorderen zodat vervoerders ook voor korte afstanden voor het spoor kiezen. Elke stap is belangrijk om ons doel te bereiken en dit steunmechanisme dat wij vandaag voorstellen is, een tweede belangrijke stap. Nog een manier om “een level playing field” te scheppen tussen de verschillende transportmodi” Il. - BESPREKING A. Vragen en opmerkingen van de leden De heer Tomas Roggeman (N-VA) steunt de ambitie van de minister ter zake van het goederenvervoer, die ook breed gedragen wordt door de sector. Verwonderlijk is de vervanging van het subsidiemechanisme voor gecombineerd en verspreid vervoer door een korting op de infrastructuurheffing die tot 2026 onveranderlijk zal zijn, maar eigenlijk door de inflatie aangevreten wordt. En de minister stelt de maatregel voor als een verbetering van de steun voor de goederensecter, wat het niet is. Valt er dan niet te vrezen dat het vrachtvervoer op de weg weer zal toenemen? In de pers uit marktleider Lineas zijn ongenoegen: “We zijn enorm teleurgesteld. Op zich is, een plafond op de Infrabel-tarieven nuttig, maar dat zal niet leiden tot een modal shit. (‘Lagere kilometerheffing voor spoorvrachtbedrijven’, De Tijd, 7 december 2021 https:llwwwtijd.be{politiek-economielbelgie/federaal Jlagere-kilometerheffing-voor-spoorvrachtbedrijven /1035162.html). Waarom neemt de minister deze beslissing? Hoe staat hij tegenover de kritieken van de Europese Commissie? Hoe verwacht hij het goederenvervoer op het spoor uit te breiden? Voor de heer Nicolas Parent (Ecolo-Groen) is de situatie duidelijk: de uitstoot van koolstofdioxide neemt almaar toe en het spoor moet de concurrentie aangaan met het vervoer over de weg, dat minder hindernissen ondervindt, bijvoorbeeld van administratieve aard, maar ook een impact heeft op het verkeer en de luchtkwaliteit die niet in rekening worden gebracht. Daarom wil de regering optreden en het spoor ondersteunen overeenkomstig het Unierecht enerzijds en op vraag van de sector anderzijds. De spreker staat achter het wetsontwerp en merkt op dat een evaluatiemoment in 2023 wordt aangekondigd - dit is behoorlijk bestuur. Het is belangrijk ‘om de ontwikkeling van het goederenvervoer over het spoor aan te moedigen. Mevrouw Melissa Hanus (PS) constateert dat het wetsontwerp (art. 88-93) uitvoering geeft aan het regeerakkoord. De minister wil terecht het verkeer op de weg en de luchtvervuiling verminderen. Welke groei voor het goederenvervoer verwacht de minister op het spoor? De heer Pieter De Spiegeleer (VB) suggereert het gebruik van de termen investment shift naast modal shift. De middelen zijn beperkt hetgeen tot keuzes dwingt De spreker steunt de minister, omdat de maatregel aan een noodzaak beantwoordt, vooral in het Vlaamse Gewest. Hij vraagt zich wel af of de doelstellingen zul len worden gehaald, gezien onder meer de fricties in de praktijk. Over de manier waarop de minister zijn beleid voert, is het lid echter minder tevreden: hij zal daarom, waakzaam blijven. ‘De heer Emmanuel Burton (MR) steunt op zijn beurt het wetsontwerp (art. 88-03), dat aan reële noden inzake milieu en economie beantwoordt. Het imago van België gaat erop vooruit en de bedrijven worden aantrekkelijker. De heer Jef Van den Bergh (CD&V) stelt vast dat iedereen dezelfde doelstellingen nastreeft. De vraag is, hoe de overheid die het beste kan bereiken. De rijpadvergoeding is een eenvoudig mechanisme, dat weinig administratieve lasten veroorzaakt en hetzelfde effect heeft voor alle spoorwegvervoerders. Wat is echter de evaluatie van het huidige subsidiesysteem? Wat verklaart de wetswijziging? Mevrouw Maria Vindevoghel (PVDA-PTB) deelt de bekommeringen van de vorige sprekers inzake milieu en vervoer. Alleen is ze sterk gekant tegen het gebruik van belastinggeld ten voordele van een privébedrijf zonder controle. Bovendien stelt Lineas voor locomotieven te verkopen wegens gebrek aan middelen, om ze nadien te huren - waar dan wel geld voor is. Volgens het personeel van de NMBS werd de cargoafdeling van de spoorwegmaatschappij voor een appel en een ei verkocht aan een verlieslatend privébedrijf dat bovendien door de overheid wordt gesubsidieerd. Sommige personeelsleden in dienst van Lineas worden overigens nog betaald door de NMBS. Waarom heeft de overheid dan niet de eigen cargoafdeling van de NMBS gesteund en lagere rijpadvergoedingen toegekend? De nood om te privatiseren werd immers verklaard door het feit dat de cargoafdeling geen winst boekte en staatssteun genoot. Maar de realiteit is niet anders met Lineas en waarom krijgt dat bedrijf wel staatssteun? Het id verzet zich tegen het wetsontwerp(art. 88-93) de subsidies dragen niet bij tot een modal shift en dienen alleen maar om toplonen bij Lineas uit te betalen. Het spoor is openbaar eigendom en daarom dient het vervoer van personen en goederen in één structuur te worden ondergebracht, met aan het hoofd één CEO. ‘De heer Josy Arens (ca) betwist dat het wetsontwerp het spoorwegvervoer wil steunen. Het gaat immers om steun aan bedrijven. Steun voor het spoor valt in het licht van de doelstellingen te rechtvaardigen, maar dient wel in overeenstemming met het Unierecht te geschieden en de regering levert niet de nodige uitleg. Anderzijds blijven er effectief voordelen verbonden aan het verkeer op de weg, dat van extra kosten eigen aan het spoorvervoer gespaard blift. Overigens is de ingreep van de minister veeleer beperkt, zeker in vergelijking met hetgeen in andere landen gebeurt Wil het spoor aantrekkelijk worden, dan dienen bovendien bijkomende garanties te worden verstrekt, want aan betrouwbaarheid schort het weleens en ook de snelheid is niet altijd optimaal. Voorts dient de capaci teitte worden opgedreven. Verwonderlijk is daarbij dat de Europese Commissie niet eerder haar instemming geeft voor de nationale maatregelen. Het is trouwens nog steeds wachten op een aangepast normatief kader teneinde de modal shift te bewerkstelligen. De Raad van State heeft een aantal opmerkingen en het id vraagt bijgevolg hoe de operationele kalender voor de diensten van Infrabel eruitziet en wat de inhoud is, van het contract dat van de toekenning van de rijpaden verschil.
B. Antwoorden van de minister Hervorming Het bestaande systeem is onderworpen aan een jaarlijkse goedkeuring van de Europese Commissie, dat reeds geruime tijd de Belgische situatie als voorlopige oplossing beschouwt - einddatum 31 december. Vandaar de noodzaak om te hervormen, na een evaluatie door de FOD Mobiliteit en Vervoer in overleg met de bedrijven die bij het goederenvervoer over het spoor zijn betrokken. Het voorgestelde systeem werd overgenomen uit andere landen en draagt de goedkeuring van de Europese Commissie die zich reeds heeft uitgesproken, mu dit systeem door haar elders werd aanvaard. Mededinging Het wetsontwerp beoogt een een kader voor loyale mededinging tot stand te brengen tussen het spoor en de weg. Het betreft een duidelijke keuze voor het spoorvervoer: het spoor is groener, veiliger en bevorderlijk voor de economie. Infrabel De spoorwegbeheerder moet zijn deel van de inspanningen leveren en klantgericht werken. Investeringen De overheid investeert in vele havens (zoals Antwerpen, Zeebrugge, Luik, enzovoort) en zal het leven van veel bedrijven, waaronder Lineas, heel wat vergemakkelijken. Door deze investeringen dalen de kosten, voor de ondernemingen, meer dan door het effect alleen van de maatregelen in het wetsontwerp. Bevoegdheidsverdeling De artikelen in het wetsontwerp betreffen een federale aangelegenheid; het faciliteren van de eerste en de laatste mile bij het overladen is daarentegen een gewestelijke bevoegdheid. De federale overheid werkt dus ook samen met de gewesten teneinde zo doeltref fend mogelijk te zijn voor de ondernemingen. Heeft de federale overheid samen met de gewesten via de IMC Mobiliteit een interfederale werkgroep opgericht die zich over het goederenvervoer per spoor buigt. Bedrijven De overheid en de bedrijven hebben samen ook uitstekend werk verricht en het is wenselijk om de samenwerking voort te zetten. Allicht had Lineas graag het bestaande systeem willen behouden, maar dat zou op verzet hebben gestuit. De overheid kan ook niet al leen maar aan de belangen van één bedrijf denken en treedt op in het algemeen belang, dat de modal shift voor ogen heeft. Op termijn kan de oprichting van een “raadgevend comité der spoorwegvervoerders” in het vooruitzicht worden gesteld. Overleg is zeer belangrijk. Het wetsontwerp werd ook pas na overleg ingediend.
II. - STEMMING
Over de artikelen 88 tot 93 van de programmawet worden geen opmerkingen gemaakt Art. 88 Dit artikel wordt aangenomen met 9 stemmen tegen 1 en 2 onthoudingen.
Art. 89 tot 93 Deze artikelen worden achtereenvolgens aangenomen met 10 stemmen tegen 1 en 2 onthoudingen. Het geheel van de aan uw commissie overgezonden artikelen wordt wetgevingstechnisch verbeterd en al dus bij naamstemming aangenomen met 10 stemmen tegen 1 en 3 onthoudingen. De naamstemming is als volgt: Hebben voorgestemd: Ecolo-Groen: Kim Buyst, Nicolas Parent; Olivier Vajda; PS: Jean-Marc Delizée, Mélissa Hanus; MR: Emmanuel Burton, Vincent Scourneau; CD&V: Jef Van den Bergh; ‘Open Vid: Marianne Verhaert; Vooruit: Joris Vandenbroucke. Heeft tegengestemd: PVDA-PTB: Maria Vindevoghel. Hebben zich onthouden: N-VA: Tomas Roggeman; VB: Pieter De Spiegeleer, Nathalie Dewulf. De rapporteur, De voorzitter, Tomas ROGGEMAN _ Jean-Marc DELIZÉE Imprimer cena Cenraledrider