Naar hoofdinhoud

Amendement ONTWERP VAN PROGRAMMAWET ingediend in de commissie voor Financiën en Begroting zie. oat: “Ontwerp van programmawet (oa tot 00: Amendementen oor. Versag van de eerst lezing (Sociale Zaken) oor: Artieln aangenomen ineerte lezing (Scale Zaken) ooo: Verslag Mebitan) oro: Amendementen om: versag (Gocale Zaken) Oiz: Versag van de eerste sz (Fnancir) ora: _Artlelen aangenomen ineerte lezing (Fmancier) Od: verzag Kama)

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 2349 Amendement 📅 2021-11-25 🌐 NL
Status ✅ AANGENOMEN KAMER
Stemming 🗳️ ADOPTÉE (23/12/2021)
Commissie FINANCIËN EN BEGROTING
Auteur(s) Regering
Rapporteur(s) Laaouej, Ahmed (PS); Leysen, Christian (Open)
Onderwerpen
REGERINGSBELEID Eurovoc kandidaat-descriptoren PROGRAMMAWET

🗳️ Stemmingen

Betrokken partijen

CD&V Ecolo-Groen MR PS Vooruit

Volledige tekst

ONTWERP VAN PROGRAMMAWET ingediend in de commissie voor Financiën en Begroting zie. oat: “Ontwerp van programmawet (oa tot 00: Amendementen oor. Versag van de eerst lezing (Sociale Zaken) oor: Artieln aangenomen ineerte lezing (Scale Zaken) ooo: Verslag Mebitan) oro: Amendementen om: versag (Gocale Zaken) Oiz: Versag van de eerste sz (Fnancir) ora: _Artlelen aangenomen ineerte lezing (Fmancier) Od: verzag Kama) Ors: Aamiend verlag (Socile Zalen) Ooie: verslag (Gezonnei) oi: verzag van de tweede lezing bocss 2349/018 Nr. 10 VAN DE HEER MATHEÏ c.s.

Art. 10 Dit artikel vervangen als volgt: “Art. 10. In artikel 247, 2°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 november 2021, worden de woorden “en de in artikel 234, eerste lid, 6° en 7°, bedoelde bedragen;” vervangen door de woorden “, de in artikel 234, eerste lid, 6° en 7°, bedoelde bedragen en de in artikel 234, eersto lid, 10°, bedoelde ‘commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno’s, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard;”” VERANTWOORDING ‘Artikel 10 beoogt, met inwerkingtreding op 1 januari 2022, in artikel 247, 2°, WIB 92 de woorden *, en de in artikel 234, eerste lid, 8°, bedoelde kosten” te vervangen door de woorden “de in artikel 234, eerste li, 8°, bedoelde kosten en de (…” De woorden, en de in artikel 234, eerste lid, 82 komen echter (nog) niet voorin artikel 247, 2°, WIB 92. Zij zulen, metingang van 1 januari 2026, daarin worden ingevoegd door artikel 9, 1, van de wet van 25 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit ‘Steven MATHEÏ (CD&V) ‘Ahmed LAAOUEJ (PS) Benoît PIEDBOEUF (MR) Gilles VAN DEN BURRE (Ecolo-Groen) Christian LEYSEN (Open Vld) Joris VANDENBROUCKE (Vooruit) Dieter VANBESIEN (Ecolo-Groen) Nr. 11 VAN DE HEER MATHEÏ c.s.

Art. 13 In het voorgestelde artikel 32/1, de volgende wijzigingen aanbrengen: 1° in 8 2, eerste lid, worden de woorden “vereniging zonder winstoogmerk” telkens vervangen door de woorden “in artikel 1:6, $ 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid”; 2° in paragraaf 8, tweede lid, worden de woorden “door de werkgever” vervangen door de woorden “door de werkgever of de vennootschap”. Zie de verantwoording van amendement nr. 12. Nr. 12 VAN DE HEER MATHEÏ c.s.

Art 14 In het voorgestelde artikel 32/2, de volgende wijzigingen aanbrengen: 2° in paragraaf 9, tweede lid, het woord “belastingplichtige” vervangen door de woorden “de ingekomen onderzoeker”. De amendementen nrs. 11 en 12 brengen een aantal correcties aan de artikelen 32/1 en 32/2 aan - de tekst van paragraaf 2, eerste lid, van respectievelij artikel 32/1 en 32/2 wordt aangepast, opdat naast de aanwervingen en terbeschikkingstelingen van werknemers, bedrijfsleiders en onderzoekers door verenigingen zonder winstoogmerk, ook deze door internationale verenigingen zonder winstoogmerk in aanmerking kunnen komen: - in paragraaf 8, tweede id, van artikel 32/1 worden de woorden “door de werkgever” vervangen door de woorden “door de werkgever of de vennootschap”, om de tekst zo te laten aansluiten op paragraaf 7, tweede ld, 1°, van dat artikel; - in paragraaf 9, tweede lid, van artikel 32/2 wordt het woord "belastingplichige” vervangen door ingekomen onderzoeker”, om zo dezelfde bewoordingen te blijven gebruiken als in de rest van dat artikel Nr. 13 VAN MEVROUW MATZ Art. 2 De woorden “55 pct. van deze vrijstelling” vervangen door de woorden “het volledige bedrag van deze vrijstelling”. Veeleer dan beperkt in te werken op de mate waarin sportwerkgevers de hun toegekende fiscale vrijstelling deels, moeten aanwenden voor de opleidingen van jongeren, wordt voorgesteld te bepalen dat die vrijstelling daartoe voor 100 % moet worden ingezet. Los van het feit dat de in het ontwerp van programmawet voorgestelde wijziging allesbehalve voluntaristisch is, zou ze bewerkstelligen dat de sportclubs terechtkomen in een situatie waarin hen een zwaard van Damocles boven het hoofd hangt. De bespreking van dit ontwerp van programmawet biedt immers de kans voor een boeiend juridisch debat over de vraag of de fiscale en sociale voordelen voor voetbalclubs. inhet verleden, in het licht van het Europees recht, al dan niet wettig waren en hoe een ander er zal uitzien in de hervormde regeling. De Raad van State laat in zijn advies over het voorontwerp van programmawet niets aan duidelijkheid te wensen over: ja, het gaat om een overheidssteunregeling, en neen, er is geen sprake van aanmeldingsvrijsteling omdat ter zake een, vrijstelingsregeling zou gelden. De regering beroept zich in dezen evenwel op de vrijstelling inzake opleidingssteun De door de regering aangevoerde argumenten kunnen noch de Raad van State, noch cdH overtuigen, om minstens. twee redenen: - de vrijstelingsregeling inzake opleidingssteun is ondubbelzinnig bedoeld voor de opleiding van de werknemers van bedrijven, terwijl het in dezen de opleiding betreft van een grote groep jonge sportbeoefenaars die geen werknemers, zijn en die voor het overgrote deel ook nooit profvoetballer zullen worden; - de opbrengst van de vrijstelling van bedrifsvoorheffing hoeft slechts voor een klein deel te worden aangewend voor opleiding. Niets garandeert dat de beoogde 45 % daadwerkelijk naar opleiding zal gaan, zelfs niet onrechtstreeks. Een steunregeling die niet bij de Europese Commissie is aangemeld terwijl dt wel had gemoeten, is echter automatisch onwettig en moet verplicht aanleiding geven tot de volledige terugbetaling van de steun door de begunstigden ervan. ‘Aldus komt er een schrikwekkend zwaard van Damocles te hangen boven alle voetbalclubs die baat hebben bij deze steunregeling. ‘Alis hetin verleden niet zo ver gekomen, een denkbeeldig risico is dit niet; op de tot dusver geldende regeling is immers, dezelfde kritiek van toepassing aangezien ook die regeling niet bij de Europese Commissie aangemeld was en evenmin, als de in uitzicht gestelde bijgestuurde regeling aanleiding kon geven tot een vrijstellingsregeling. Er hoeft maar één Klacht bij de Europese Commissie te worden ingediend, die Commissie hoeft zelf maar één initiatief te nemen of er hoeft maar één iemand naar een Belgische rechtbank te stappen, en het hele systeem valt in duigen. Misschien zouden de gevolgen moreel nog enigszins toe te juichen vallen, maar voor de duizenden Jongeren die onze clubs elk jaar opleiden, zou ‘zulks rampzalig uitdraaien. Rekening houdend met dat rechtelijk element zou het risico aanzienlijk worden beperkt mocht de opbrengst van de vrijstelling voor de volle 100 % moeten worden aangewend voor de opleiding van Jongeren. Dit zwaarwichtige argument sluit dus aan bij het verzoek van cdH. imprmeriecentrale Centrale dte