Wetsontwerp Dossier 2349/019
Documentdetails
📁 Dossier 55-2349 (22 documenten)
🗳️ Stemmingen Aangenomen
Betrokken partijen
Sprekers (6)
Stemdetail (13 stemmingen)
Volledige tekst
ONTWERP VAN PROGRAMMAWET
(art. 1 tot 44) VERSLAG VAN DE TWEEDE LEZING NAMENS DE COMMISSIE VOOR FINANCIËN EN BEGROTING UITGEBRACHT DOOR DE HEER Christian LEYSEN Procedure. 3 IL. Algemene bespreking 3 Wi. Artikelsgewijze bespreking en stemmingen. 7 oat: “Ontwerp van programmawet (002 tat 006: Amendementen. oor.” Versag van de eerste lezing (Sociale Zaken) oor: Artieln aangenomen ineerte lezing (Scale Zaken) ooo: Verslag Mebin) Oro: Amendementen om: verstag (Gocale Zaken) Oiz: Versag van de eerste Iszng (Fnancir) Ora: Anieln aangenomen ineerte lezing (Emancer) 01d: verzag (amaan) Ors: Aamulend verlag (Socisle Zalen) ots: verslag (Gezordheig) Orr: versag van de weeds lezing (Soca Zaken) Ora: Amendementen zieook: 020: Tolet aangenomen door de commissies pocss 2349/019 nie pt ge ae etneeke enne ee terne rde Kanan Mel Tree beha RETE rr tecta vreet ne, Orte oer Pri te STe en EE WEE. met ooo somzore (ensa enne mwn | AE etienne neos Dawes en Heren, Uw commissie heeft het voorliggende wetsontwerp besproken in tweede lezing tijdens haar vergadering van donderdag 23 december 2021.
1 - PROCEDURE
De wetgevingstechnische nota van de dienst Juridische Zaken en Parlementaire documentatie over de artikelen aangenomen in eerste lezing van het wetsontwerp (zie bijlage) werd overgezonden aan de commissieleden en aan het kabinet van de vice-eersteminister en mi nister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding. De vice-eersteminister gaat akkoord met alle opmerkingen in de nota. De opmerkingen die werden aanvaard, werden via amendement of wetgevingstechnische correctie opgenomen in de aangenomen tekst
II. - ALGEMENE BESPREKING
A. Vragen en opmerkingen van de leden De heer Steven Mathe (CD&V) geeft vooreerst toelichting bij het amendement nr. 10 (DOC 55 2349/018) dat een aanpassing betreft van het artikel 10 op basis, van een opmerking afkomstig uit de wetgevingstechnische nota (zie bijlage). Daarnaast haakt de spreker in op de amendementen nrs. 11 en 12 (DOC 55 2349/018). Deze amendementen betreffen bijkomende tekstuele verbeteringen betreffende het nieuwe regime voor expats in de artikelen 13 en 14. De tekst wordt in die wijze aangepast dat niet enkel Belgische verenigingen zonder winstoogmerk maar ook internationale verenigingen in aanmerking kunnen komen als werkgever. Zij zullen dus ook werknemers, bedrijfsleiders en onderzoekers kunnen aanwerven in het kader van de nieuwe expatregeling. Mevrouw Vanessa Matz (cdH) geeft meer toelichting bij het amendement nr. 13 (DOC 55 2349/018). Het amendement strekt ertoe om de toekenning van de vrijstelling van de doorstorting bedrijfsvoorheffing voor 100 % toe te wijzen aan de jeugdopleiding van de sportclubs in plaats van 55 % zoals thans opgenomen in de programmawet. De spreekster benadrukt dat het voetbal een belangrijke tool is in het kader van de persoonlijke ontwikkeling en sociale integratie van heel wat jongeren. Daarnaast bocss 2349/019 is het voetbal jammer genoeg ook gekend voor haar racistische spreekkoren, het geweld in de stadions en de exuberante hoeveelheden geld die in de voetbalwereld omgaan zoals de bijzondere hoge salarissen, de louche commissielonen van de makelaars en de valse facturen. Daarnaast zijn er ook nog de vele belangenconflicten en de corruptie die zich op alle niveaus heeft genesteld. De recente onthullingen in de voetbalwereld hebben deze pijnpunten recentelijk blootgelegd. Het regeerakkoord voorzag erin om orde op zaken te stellen en paal en perkte stellen aan de wantoestanden en de voordelige fiscale en parafiscale behandeling van de voetbalclubs. De voorliggende programmawet gaat in de goede richting voor wat betreft het sociale luik maar lost de verwachtingen niet in voor wat betreft het fiscale luik. Zo voorziet de programmawet dat er slechts 55 % in plaats van voorheen 50 % van de vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing moet geïnvesteerd worden in de jeugdwerking. Haar fractie is van mening dat 100 % van deze vrijstelling moet aangewend worden ‘om de middelen voor de jeugdwerking aan te sterken. De heer Joy Donné (N-VA) stipt aan dat zijn fractie meent dat het nieuwe regime inzake expats minder aantrekkelijk is dan in de buurlanden en dat internationale bedrijven daaruit hun conclusies zouden kunnen trekken. De nieuwe regeling is ontegensprekelijk een Belgisch compromis tussen het Franse en het Nederlandse systeem waarbij de eenvoud van het Nederlandse systeem is overgenomen maar op een aantal aspecten minder voordelig is. Daarnaast heeft de spreker nog een aantal specifieke vragen. Zo antwoordde de vice-eersteminister tijdens de bespreking in eerste lezing dat de wettelijke expatregeling en de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor onderzoek en ontwikkeling elkaar niet uitsluiten in zoverre aan de wettelijk voorwaarde is voldaan. In tegenstelling tot de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing is in het BBIO (bijzonder belastingstelsel voor ingekomen onderzoekers) geen sprake van onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten. Is, het woord ‘project’ doelbewust weggelaten? Heeft dit tot gevolg dat een expat die werkzaam is in zo een project niet in aanmerking komt voor het wettelijk expatstelsel zoals voorzien in het voorgestelde art. 32/2 WIB 92? Daarnaast is het onduidelijk of een expat bij een volgende Belgische werkgever, buiten een multinationale groep, binnen de periode van 8 jaar gebruik kan maken van de wettelijke regeling. De voorgestelde paragraaf 9 stelt dat de werkgever of de vennootschap aan de in paragraaf 2 vermelde voorwaarden blijft voldoen. In de voorgestelde 5 2, 1° staat uitdrukkelijk te lezen dat “de werknemer of bedrijfsleider rechtstreeks wordt aangeworven in het buitenland door een binnenlandse vennootschap”. Deze expat woont in regel echter in België bij verderzetting van het stelsel bij een volgende Belgische werkgever. ‘Tot slot haakt de spreker in op de 75 000 euro-grens. Hierbij antwoordde de vice-eersteminister in eerste lezing als volgt: “Dat in andere omstandigheden het loon onder de 75 000 euro zou vallen, zal zijn oorzaak vinden in het arbeidscontract dat gewijzigd zou worden tussen belastingplichtige en diens werknemer en zou uitzonderlijk moeten zijn.” (DOC 55 2349/012, blz. 47). Er is nog een element dat meespeelt, namelijk de bedrijfsvoorheffing. Wanneer de bedrijfsvoorheffing wordt aangepast, heeft dit een impact op het nettoloon. Bij nettocontracten zal er minder brutoloon moeten worden toegekend wanneer er minder bedrijfsvoorheffing moet worden ingehouden. De 75 000 euro-grens wordt berekend aan de hand van het brutoloon. Misschien is, het de bedoeling van de minister dat de nettocontracten worden omgevormd in brutolooncontracten maar dat gaat in tegen de gangbare internationale praktijk. Een regularisatie van het loon zou volgens de spreker een mogelijkheid moeten zijn, zeker omdat bij niet naleving van de grens van 75 000 euro de BBIO-regeling definitief verloren gaat. De heer Steven Mathei (CD&V) stipt aan dat er via deze programmawet aan heel wat opmerkingen tegemoet wordt gekomen in het kader van de voetbalclubs en dit met betrekking tot de fiscale behandeling, de RSZbehandeling, de regeling inzake makelaarslonen en verstrengd toezicht op het vlak van de antiwitwaswetgeving. Dit is een pakket aan maatregelen dat een belangrijke eerste stap is. Tegen de volgende begrotingscontrole zal er een nieuwe maatregel uitgewerkt worden die meer beleidssturend zal zijn op het gebied van investeringen in jeugd en infrastructuur. Dit zal gebeuren in overleg met de betrokken sportfederaties. Mevrouw Vanessa Matz (cdH) merkt op dat zij de intenties van de vice-eersteminister en zijn regering om de voetbalwereld te saneren heeft onderstreept zeker voor wat betreft de hervorming van de RSZ-regeling. In het kader van de vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing blijft de spreekster op haar honger zitten en had ze veel hogere verwachtingen bij de door de regering aangekondigde hervorming. Vandaar dat haar fractie een amendement indient om de volle 100 % van de vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing aan te wenden ‘om de jeugdwerking te ondersteunen. Op die manier wil de spreekster de initiële intenties van deze regering ondersteunen. Deze intenties zijn in de loop van de afgelopen maanden jammer genoeg minder ambitieus gebleken dan eertijds aangekondigd. De heer Marco Van Hees (PVDA-PTB) merkt op dat men er ook kan voor opteren om meer dan 100 % van de vrijstelling van de doorstorting bedrijfsvoorheffing te investeren in de jeugdwerking. Het is belangrijk om geen maxima vast te leggen in het kader van de vorming van jonge sporters.
B. Antwoorden van de vice-eersteminister De heer Vincent Van Peteghem, vice-eersteminister en minister van Financiën, bevoegd voor de Coördinatie van de fraudebestrijding, verwijst in het kader van de opmerkingen van mevrouw Matz naar de antwoorden die hij reeds tijdens de eerste lezing heeft gegeven. Het hervormingspakket dat vandaag voorligt is een eerste stap. Er is binnen de regering afgesproken om tegen de eerstvolgende begrotingscontrole met een nieuwe maatregel te komen die meer beleidssturend zal zijn op het gebied van investeringen in jeugd en infrastructuur. Betreffende de opmerkingen van de heer Donné, stelt de vice-eersteminister vast dat de heer Donné tijdens de eerste lezing verwees naar het Nederlandse expatstelsel en dat hij thans verwijst naar het Franse expatstelsel Zoals eerder meegegeven, zijn dergelijke eenzijdige vergelijkingen weinig zinvol en moet rekening worden gehouden met de specifieke Belgische context waarin de voorliggende regeling is uitgewerkt. Met betrekking tot de cumul tussen de nieuwe expatregeling en de vrijstelling inzake de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing in het kader van O & O, geeft de viceeersteminister aan dat, zoals ook toegelicht tijdens zijn vorige tussenkomsten, beide stelsels cumuleerbaar zijn. Daarnaast benadrukt de vice-eersteminister dat minstens 80 % van de tijd aan onderzoek moet besteed worden. Hier is de problematiek van het onderscheid tussen programma's en projecten, dat eigen is aan het. stelsel van vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in het kader van O8O, niet relevant. Betreffende de eventuele mogelijkheid dat een werknemer binnen de periode van 8 jaar bij een andere werkgever nogmaals gebruik maakt van het systeem, legt de vice-eersteminister uit dat, aangezien het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen toegekend wordt aan de werknemer zelf, een wijziging van werkgever (niet noodzakelijk binnen dezelide multinationale groep) tijdens de betrokken periode geen probleem vormt, voor zover uiteraard voor het overige voldaan blijft aan de voorwaarden. ‘Tot slot stipt de vice-eersteminister aan dat, wanneer er sprake is van bedrijfsvoorheffing die bovenop het brutoloon ten laste wordt genomen, dit een belastbaar voordeel vormt van alle aard. Bijgevolg wordt dat voordeel mee in aanmerking genomen voor de bepaling van de 75 000 euro-grens.
II. - ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN
TITEL 1 ‘Algemene bepaling Artikel 1 Dit artikel bevat de grondwettelijke grondslag van het wetsontwerp en geeft geen aanleiding tot verdere opmerkingen.
Artikel 1 wordt eenparig aangenomen
TITEL
2 Financiën
HOOFDSTUK 1
Inkomstenbelastingen Afdeling 1 Hervorming van fiscale voordelen voor sportbeoefenaars en sportclubs Onderafdeling 1 Hervorming van de bedrijfsvoorheffing Art. 2 Er wordt een amendement nr. 13 (DOC 55 2349/018) ingediend door mevrouw Vanessa Matz (ca) dat ertoe strekt om het percentage van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor sporters dat aan jeugdopleiding moet worden besteed te verhogen van 55 % naar 100 %. Amendement nr. 13 wordt verworpen met 10 tegen 4 stemmen.
Artikel 2 wordt aangenomen met 11 stemmen en 3 onthoudingen.
Art. 3 Artikel 3 geeft geen aanleiding tot specifieke Het artikel 3 wordt aangenomen met 11 stemmen en Onderafdeling 2 Harmonisatie van het begrip “jonge sportbeoefenaar” Art. 4 Artikel 4 geeft geen aanleiding tot specifieke opmerkingen. Het artikel 4 wordt aangenomen met 13 stemmen en 1 onthouding Onderafdeling 3 Beperking van de sportmakelaarsvergoedingen Artikelen 5 tot 9 De artikelen 5 tot 9 geven geen aanleiding tot verdere Deze artikelen worden achtereenvolgens aangenomen met 13 stemmen en 1 onthouding.
Art. 10 Er wordt een amendement nr. 10 (DOC 55 2349/018) ingediend door de heer Matheï c.s. Het amendement beoogt de tekst van artikel 10 aan te passen aangezien de woorden “, en de in artikel 234, eerste lid, 8°” (nog) niet voorkomen in artikel 247, 2°, van het WIB 1992. Zij zullen, met ingang van 1 januari 2026 ‚ daarin worden ingevoegd bij artikel 9, 1°, van de wet van 25 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit Amendement nr. 10 wordt aangenomen met 13 stemmen en 1 onthouding.
Artikel 10, zoals geamendeerd, wordt eveneens aangenomen met 13 stemmen en 1 onthouding. Onderafdeling 4 Wijzigingen aan de aanvullende pensioenregeling van sportbeoefenaars Art. 11 Dit artikel geeft geen aanleiding tot verdere Artikel 11 wordt aangenomen met 13 stemmen en 1 onthouding. Onderafdeling 5 Inwerkingtreding Art. 12 Artikel 12 geeft geen aanleiding tot specifieke Het artikel 12 wordt aangenomen met 11 stemmen en 3 onthoudingen. Afdeling 2 Regeling houdende invoering van een bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en ‘ingekomen onderzoekers Art. 13 Er wordt een amendement nr. 11 (DOC 55 2349/018) ingediend door de heer Matheï c.s. dat ertoe strekt om de paragrafen 2 en 8 van het ontworpen artikel 32/1 aan te passen: - de tekst van paragraaf 2, eerste lid van het ontworpen artikel 32/1 wordt aangepast, opdat naast de aanwervingen en terbeschikkingstellingen van werknemers, bedrijfsleiders en onderzoekers door verenigingen zonder winstoogmerk, ook deze door internationale verenigingen zonder winstoogmerk in aanmerking kunnen komen; - in paragraaf 8, tweede lid, van het ontworpen artikel 32/1 worden de woorden “door de werkgever” vervangen door de woorden “door de werkgever of de vennootschap”, om het zo te laten aansluiten op paragraat 7, tweede lid, 1°, van dat artikel. Amendement nr. 11 wordt aangenomen 12 stemmen en 2 onthoudingen.
Artikel 13, aldus geamendeerd, wordt aangenomen met 10 tegen 2 stemmen en 2 onthoudingen.
Art 14 Er wordt een amendement nr. 12 (DOC 55 2349/018) ingediend door de heer Mathei c.s. dat ertoe strekt een aantal wijzigingen aan te brengen in het ontworpen artikel 32/2: - de tekst van paragraaf 2, eerste lid van 32/2 wordt aangepast, opdat naast de aanwervingen en terbeschikkingstellingen van werknemers, bedrijfsleiders en onderzoekers door verenigingen zonder winstoogmerk, ook deze door internationale verenigingen zonder winst oogmerk in aanmerking kunnen komen; - in paragraaf 9, tweede lid, van artikel 32/2 wordt het woord “belastingplichtige” vervangen door “ingekomen onderzoeker”, om zo dezelfde bewoordingen te blijven gebruiken als in de rest van dat artikel Amendement nr. 12 wordt aangenomen 12 stemmen Artikel 14, aldus geamendeerd, wordt aangenomen Art. 15 tot 19 De artikelen 15 tot 19 geven geen aanleiding tot verdere opmerkingen. Afdeling 3 Hervorming van de zorgvastgoed GVV's Artikelen 20 tot 22 De artikelen 20 tot 22 geven geen aanleiding tot 10 tegen 2 stemmen en 2 onthoudingen. Afdeling 4 Wijziging van de behandeling minnelijke schikkingen en vegularisatieheffingen Art. 23 Artikel 23 geeft geen aanleiding tot specifieke Het artikel 23 wordt aangenomen met 13 stemmen en 1 onthouding. Afdeling 5 Belastingvermindering kinderoppas Artikelen 24 en 25 De artikelen 24 en 25 geven geen aanleiding tot Afdeling 6 Boost van het bestaande systeem van de tax shelter voor start-ups & scale-ups Artikelen 26 tot 28 De artikelen 26 tot 28 geven geen aanleiding tot met 12 tegen 1 stem en 1 onthouding. Afdeling 7 Verhoging van het aantal fiscaal voordelige overuren met overwerktoeslag in de bouwsector Artikelen 29 tot 31 De artikelen 29 tot 31 geven geen aanleiding tot Artikel 29 wordt aangenomen met 12 stemmen en 2 onthoudingen.
Artikel 30 wordt aangenomen met 12 tegen 1 stem Artikel 31 wordt aangenomen met 12 stemmen en Afdeling 8 Verlenging van de geldigheidsduur van maaltjd- en ecocheques Artikelen 32 en 33 Deze artikelen geven geen aanleiding tot specifieke De artikelen 32 en 33 worden achtereenvolgens aangenomen met 12 tegen 1 stem en 1 onthouding.
HOOFDSTUK 2
Belasting over toegevoegde waarde - Uitsluiting van het verschaffen van gemeubeld logies uit de vrijstellingsregeling van de belasting Artikelen 34 en 35 De artikelen 34 en 35 worden achtereenvolgens aangenomen met 11 tegen 3 stemmen.
HOOFDSTUK 3
‘Accijnzen Professionele diesel: Vermindering terugbetaling accijnzen Artikelen 36 en 37 De artikelen 36 en 37 geven geen aanleiding tot De artikelen 36 en 37 worden achtereenvolgens aangenomen met 10 tegen 3 stemmen en 1 onthouding. ‘Energie: hervorming accijnzen Art. 38 tot 43 De artikelen 38 tot 44 geven geen aanleiding tot De artikelen 38 tot 41 worden achtereenvolgens aangenomen met 10 tegen 1 stem en 3 onthoudingen. De artikelen 42 en 43 worden achtereenvolgens aangenomen met 10 stemmen en 4 onthoudingen.
Art. 44 Artikel 44 geeft geen aanleiding tot opmerkingen. Dit artikel wordt aangenomen met 10 stemmen en 4 onthoudingen. Het geheel van de naar de commissie verzonden artikelen, aldus geamendeerd en mits wetgevingstechnische correcties, wordt bij naamstemming aangenomen met 10 tegen 4 stemmen. De naamstemming is als volgt: Hebben voorgestemd: Ecolo-Groen: Cécile Cornet, Dieter Vanbesien; PS: Hugues Bayet, Malik Ben Achour, Ahmed Laaouej; MR: Marie-Christine Marghem, Benoît Piedboeuf; CD&V: Steven Matheï, Open Vid: Christian Leysen; Vooruit: Joris Vandenbroucke. Ont voté contre: N-VA: Joy Donné, Wim Van der Donckt; VB: Kurt Ravyts; PVDA-PTB: Marco Van Hees. Le rapporteur, La présidente, Christian LEYSEN _ Marie-Christine MARGHEM