Wetsontwerp Dossier 2349/017
Documentdetails
📁 Dossier 55-2349 (22 documenten)
🗳️ Stemmingen
Betrokken partijen
Sprekers (3)
Stemdetail (5 stemmingen)
Volledige tekst
ONTWERP VAN PROGRAMMAWET
(Artikelen 106 tot 136) VERSLAG VAN DE TWEEDE LEZING NAMENS DE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN, WERK EN PENSIOENEN UITGEBRACHT DOOR MEVROUW Anja VANROBAEYS 1._Algemene bespreking 3 U Artikelsgewijze bespreking en stemmingen. 8 Zie ‘oa: “ontwerp van programmawet (002 tat 00: Amendementen. oor. Versag van de eerste lezing (Sociale Zaken) oog: Artieln aangenomen ineerte lezing (Sociale Zaken) ooo: Verslag Mebitan) Oro: Amendementen on: versag (Gocale Zaken) Orz: versag van de eerste seg (Fnancir) Ora: Artie aangenomen eerste ezing (Fmancer) Od: veran Kamaat) Ors: Aanrilend verlag (Socile Zalen) ots: verslag (Gezonnei) os0s2 pocss 2349/017 we wi ge ant sande oon rearange Ae mj ed fain gan eer neen Oste Varbene Gevren lota ine lr Taen ige rak rene Far Teer CE, stede Ee, Veens ooo somzore (ensa enne mwn | AE etienne neos Dawes en Heren, Tijdens haar vergadering van 20 december heeft uw commissie, met toepassing van artikel 83 van het Reglement, de artikelen 106 tot 136/5 van wetsontwerp werden aangenomen, aan een tweede lezing onderworpen. Tijdens die vergadering heeft de commissie kennisgenomen van de wetgevingstechnische nota van de Juridische Dienst over de in eerste lezing aangenomen artikelen 106 tot 136/5 van dat wetsontwerp.
1 - ALGEMENE BESPREKING
De heer Björn Anseeuw (N-VA) wijst erop dat de wetgevingstechnische nota erg nuttig was en roept op tot inhoudelijke verbeteringen van het ontwerp van programmawet. Het ontwerp van programmawet omzeilt immers meerdere essentiële controles, waaronder het toezicht door het Parlement en het toezicht door de Raad van State, met een krakkemikkige tekst tot gevolg. Zo heeft de wetgevingstechnische nota op 30 artikelen maar liefst 51 opmerkingen, wat de regering tot nadenken moet stemmen. Die gebrekkige opmaak van het ontwerp van programmawet doet afbreuk aan de rechtszekerheid, temeer daar de erin vervatte bepalingen transparantie missen en de Franse en de Nederlandse tekst soms van elkaar afwijken. De opmerkingen uit de wetgevingstechnische nota illustreren treffend hoe de regering te werk gaat: dringende wetsontwerpen van honderden bladzijden indienen en ook nog eens op het nippertje met amendementen komen om het advies van de Raad van State te omzeilen. De heer Anseeuw verklaart dat zijn fractie zich zal blijven verzetten tegen deze werkwijze. Die is immers niet alleen schadelijk voor de parlementaire werkzaamheden, maar ook voor de rechtszekerheid van de rechtzoekenden. De voorzitster verduidelijkt dat alle wetgevingstechnische correcties werden aangebracht, behalve opmerking nr. 13, waarover de minister toelichting zal verschaffen. De overeenstemming tussen de Franse en Nederlandse versies werd onderzocht. Mevrouw Nadia Moscufo (PVDA-PTB) brengt in herinnering dat de voorzitster erop moet toezien dat de debatten in alle sereniteit verlopen. Ze vindt het jammer dat niet alle vragen van haar fractie werden beantwoord. bocss 2349/017 Ze herhaalt dat de in het ontwerp van programmawet voorgestane maatregelen inzake het terug-naar-werktraject van de langdurig zieken gevolgen zullen hebben voor zowat 500 000 langdurig zieken in België. Velen van hen streven ernaar opnieuw te werken. De PVDA-PTB is echter van oordeel dat dit ontwerp van programmawet hen daar niet bij zal helpen. Namens haar fractie geeft mevrouw Moscufo te kennen dat alle spelers meer verantwoordelijkheidszin moet worden bijgebracht: niet alleen de werknemers, maar ook de werkgevers. Wat dat betreft, is dit ontwerp van programmawet niet streng genoeg voor de werkgevers. Zo worden alleen de langer dan een jaar wegens arbeidsongeschiktheid afwezige werknemers meegeteld in de cijfers van het bedrijf. Waarom worden de van één dag tot één jaar wegens arbeidsongeschiktheid afwezige werknemers niet meegeteld? Het wetsontwerp strekt ertoe de periode waarna een werkgever een arbeidsongeschikte werknemer kan ontslaan, te verlengen van 6 tot 9 maanden. Het aantal ontslagen zou kunnen stijgen. Het wetsontwerp zou bovendien beogen dat wordt nagegaan hoeveel werknemers worden ontslagen vóór ze gedurende een jaar arbeidsongeschikt zijn geweest. ‘Waar staat die bepaling in het wetsontwerp? Wat de berekening van het aantal langdurig zieken betreft, vraagt mevrouw Moscufo wanneer de voor de berekening van de sectorgebonden en algemene gemiddelden vereiste waarden x en y zullen worden meegedeeld Het id vraagt voorts meer verduidelijking aangaande het verschil tussen de sancties ten belope van 2,5 % voor de werkgevers en het in het wetsontwerp vermelde percentage van 0,625 %. Welke sancties zullen van toepassing zijn op de werknemers? Om welke reden strekt het wetsontwerp ertoe de sanctie voor de werkgevers te verminderen, terwijl die voor de werknemers op 2,5 % blijft? Voor een werknemer met een gemiddeld loon is dat veel ‘Ter financiering van deze maatregel bevat de begroting een bedrag van 20 miljoen euro voor 2022 en wordt 40 miljoen euro in uitzicht gesteld voor 2024. Waar zullen de ontvangsten vandaan komen? Namens haar fractie wijst mevrouw Moscufo erop dat het vraagstuk van de langdurig zieken alleen kan worden opgelost als men de oorzaak van het probleem aanpakt. Uit talrijke studies blijkt namelijk dat dit probleem te wijten is aan het feit dat het werk almaar stresserender wordt en dat de werkdruk te hoog is. De ervaring van mevrouw Moscufo als kassierster bij Aldi illustreert dit. Zij stelt aan de kaak dat aan de kassiers doelstellingen worden opgelegd met betrekking tot het rendement per uur, het scantempo en de snelheid waarmee de paletten worden afgeladen. Indien de werknemers de rendementsgemiddelden niet halen, worden zij bij de directie geroepen. Een werknemer die ziek is geweest en die in dergelijke omstandigheden het werk moet hervatten, kan dat niet aan en wordt opnieuw ziek. De minister beweert dat er al in de ondernemingen wordt gecontroleerd, maar volgens de vakbondsverantwoordelijken blijven de sancties theorie, omdat ze niet worden toegepast De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, dankt de diensten van de Kamer voor de wetgevingstechnische nota. Hij antwoordt aan de heer Anseeuw dat hij niet inziet waarom de regering het Parlement buitenspel zou hebben, gezet. De regering heeft integendeel de procedures van de parlementaire democratie nageleefd. Dit wetsontwerp. van 176 artikelen werd een maand geleden ingediend, is, diepgaand besproken en werd ook voorgelegd aan de Raad van State. De wetgevingstechnische opmerkingen zijn terecht; de minister kan zich erin vinden. Hij is het echter niet eens met opmerking nr. 13, want hij meent dat dit artikel in de huidige bewoordingen moet worden behouden. Hij verklaart zich nader. Het is de bedoeling om voor het al dan niet verschuldigd zijn van de bijdrage te kijken naar hoe het resultaat van het voortschrijdend gemiddelde, berekend volgens artikel 128, tweede lid, zich verhoudt tot het sectoraal en interprofessioneel equivalent: *: het gemiddelde van de verhoudingen tussen de intredes in invaliditeit in kwartaal Q en elk der drie voorafgaande kwartalen ten opzichte van de totale tewerkstellingen in elk der overeenstemmende kwartalen van het voorafgaande kalenderjaar ligt zowel X maal hoger dan bij ondernemingen behorende tot dezelfde activitei tensector als Y maal hoger dan bij de algemene private sector, bepaald overeenkomstig artikel 130” Er moet, om dat voortschrijdend gemiddelde te berekenen, dus wel degelijk in eerste gekeken worden naar de verhoudingen tijdens het kwartaal Q. En vervolgens (in tweede instantie) het gemiddelde daarvan (die verhoudingen) berekend worden voor de 4 kwartalen (a, én de drie voorgaande kwartalen). In antwoord op de vraag van mevrouw Muscofo herinert de minister eraan dat de regering zich inzake de verantwoordelijkheid van de werkgever wil toespitsen op de langdurig zieken. Wil men langdurige ziekten voorkomen, dan is het duidelijk dat eerst de arbeidsongeschiktheden moeten worden voorkomen en dat de arbeidsomstandigheden moeten worden verbeterd. De minister attendeert erop dat, volgens de nieuwe formule, ondernemingen die een driemaandelijkse bijdrage van 0,625 % betalen, over een jaar 2,5 % zullen betalen. De berekeningsformule per kwartaal zal het mogelijk maken sommige ondernemingen sneller te bereiken, wat de minister verkieslijk acht. Indien een onderneming het sectorgemiddelde overschrijdt, zal zij op dezelfde wijze, maar sneller, worden gestraft. Het is niet de bedoeling op de begroting te bezuinigen, maar wel om de zaken in beweging te krijgen. De minister hoopt dat de totaalimpact van dat nieuwe beleid positief zal uitvallen, en zelfs positiever dan aanvankelijk verwacht. De heer Björn Anseeuw (N-VA) betreurt opnieuw de werkwijze van de regering, die er een gewoonte van maakt om wetsontwerpen overhaast in te dienen. Dat blijkt ook uit het feit dat de diensten van de Kamer overbelast zijn. ‘Ten gronde acht de heer Anseeuw een tweede lezing van het wetsontwerp volstrekt verantwoord in het kader van de democratische controle; de leden hebben derhalve het recht opnieuw dezelfde vragen te stellen als bij de eerste lezing, indien zij volgens hen bij de eerste lezing geen antwoord hebben gekregen. Het lid beklemtoont dat het wetsontwerp de duurzaamheid van de financiering van de sociale zekerheid niet garandeert. Dat baart hem zorgen. Het wetsontwerp is, geen duurzaam model, in die zin dat het de belasting druk nog verder opvoert om de sociale zekerheid te financieren. Een duurzaam project zou erin bestaan de arbeidsmarkt te hervormen en de arbeidsongeschikte personen te activeren, wat een heuse uitdaging vormt. Natuurlijk kunnen niet alle 500 000 momenteel arbeidsongeschikte mensen op dezelfde manier weer aan het werk worden geholpen; het is belangrijk rekening te houden met bepaalde bijzondere situaties. ‘Qua responsabilisering focust het wetsontwerp op de werkgevers die verzuimen zich in te zetten om die mensen opnieuw aan de slag te krijgen. De heer Anseeuw is het met dat idee eens, maar vindt dat de verantwoordelijkheid voor die terugkeer naar het werk moet worden gedeeld door werknemers en werkgevers. In dat opzicht is het wetsontwerp niet evenwichtig. De heer Anseeuw is van mening dat de arbeidsongeschiktheidsgraad in een onderneming niet uitsluitend te wijten is aan de arbeidsomstandigheden of het HRbeleid, maar dat er voor een deel ook toeval in het spel is, waardoor de kmo's harder worden getroffen dan de grote ondernemingen ‘Aangezien het wetsontwerp uitsluitend de werkgevers beoogt te straffen, zal dit nadelige gevolgen hebben. De ondernemingen zullen immers terughoudend zijn ‘om mensen met een bepaalde aandoening in dienst te nemen, terwijl het net de bedoeling is hen in het arbeidscircuit te houden. Hoewel het wetsontwerp positieve maatregelen bevat, zal het uiteindelijk contraproductief zijn. Het is belangrijk te bewerkstelligen dat langdurig zieken opnieuw én sneller aan de slag gaan, niet alleen opdat ze bijdragen aan de sociale zekerheid, maar ook opdat ze zich opnieuw in de samenleving kunnen integreren. De heer Anseeuw betreurt dat het wetsontwerp de tegenovergestelde richting uitgaat. Mevrouw Nadia Moscufo (PVDA-PTB) stelt vast dat haar fractie en de minister het oneens blijven over de manier waarop de langdurig zieken opnieuw kunnen worden ingeschakeld. Het wetsontwerp is gericht op de re-integratie van mensen die al meer dan één jaar ziek zijn, terwijl de spreekster meent dat het na één jaar al te, laat is om opnieuw te worden ingeschakeld. Wie langer dan één jaar ziek is, was vaak vroeger al regelmatig ziek gedurende kortere periodes. Een werkgever kan thans iemand die sinds negen maanden ziek is ontslaan indien er geen collectieve overeenkomst ter waarborging van de werkzekerheid bestaat. De minister heeft verklaard dat wie sinds negen maanden ziek is, meetelt voor de berekening van het aantal zieken per onderneming. Indien dit daadwerkelijk het geval is, kan de minister dan aangeven op welke bladzijde van het wetsontwerp die verduidelijking staat? De minister verwijst naar artikel 131, $ 2: “Voor de berekening van de responsabiliseringsbijdrage wordt voor wat betreft de instroom van werknemers in invaliditeit rekening gehouden met de meerderjarige werknemers die op de datum van de aanvang van de primaire arbeidsongeschiktheid de leeftijd van 55 jaar nog niet hebben bereikt en die op dat ogenblik gedurende ten minste drie achtereenvolgende jaren zonder onderbreking bij de betreffende werkgever tewerkgesteld zijn”. Verder verduidelijkt de minister dat indien de werkgever beslist om iemand X maanden na het begin van de primaire arbeidsongeschiktheid te ontslaan, hij niet aan een sanctie zal ontkomen. Mevrouw Moscufo (PVDA-PTB) repliceert dat dit. artikel op twee manieren kan worden geïnterpreteerd. ‘De minister verduidelijkt voorts dat artikel 131, S 2, net tot doel heeft het misbruik waarvoor mevrouw Moscufo vreest te voorkomen. ‘De heer Anseeuw (N-VA) betreurt dat de antwoorden van de minister niet bevredigend zijn. Il. - ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN Art. 106 tot 108 Over deze artikelen worden geen opmerkingen gemaakt. Ze worden achtereenvolgens aangenomen met 12 tegen 2 stemmen en 2 onthoudingen.
Art. 109 tot 111 Ze worden achtereenvolgens eenparig aangenomen.
Art. 112 Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt ‘Artikel 112 wordt aangenomen met 13 tegen 3 stemmen.
Art. 113 tot 114 Ze worden achtereenvolgens aangenomen met 15, stemmen tegen 1 Art. 115 Artikel 115 wordt aangenomen met 13 tegen 1 stemmen en 2 onthoudingen.
Art. 116 tot 117 Ze worden achtereenvolgens aangenomen met 11 tegen 1 stemmen en 4 onthoudingen.
Art. 118 Artikel 118 wordt aangenomen met 11 tegen 2 stemmen en 3 onthoudingen.
Art. 119 tot 120 Ze worden achtereenvolgens aangenomen met 14 stemmen en 2 onthoudingen.
Art. 121 tot 122 tegen 2 stemmen.
Art. 123 Artikel 123 wordt aangenomen met 14 stemmen en 2 onthoudingen.
Art. 124 Artikel 124 wordt aangenomen met 12 stemmen en 4 onthoudingen.
Art. 125 tot 126 Art. 127 tot 136 tegen 5 stemmen.
Art. 136/1 tot 136/5 tegen 3 stemmen en 2 onthoudingen. De wetgevingstechnische verbeteringen worden aangenomen. De heer Björn Anseeuw (N-VA) verzoekt om de toepassing van artikel 78, zesde lid van het Reglement opdat de commissie het verslag van de tweede lezing van de artikelen 106 tot 136/5 van het ontwerp van Programmawet aanneemt. De commissie heeft het verslag tijdens haar vergadering van 22 december 2021 eenparig aaangenomen. De rapportrice, De voorzitster, ‘Anja VANROBAEYS _Marie-Colline LEROY imprmerecenrale-Cenraledrder