25 APRIL 2014. - DECREET houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-08-2014 en tekstbijwerking tot 10-01-2024)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Definities
Art. 2
HOOFDSTUK 3. - Voorwerp
Art. 3
HOOFDSTUK 4. - Basisondersteuningsbudget
Art. 4-7
HOOFDSTUK 5. - Budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning
Art. 8-14
HOOFDSTUK 6. - Regie van de zorg: prioritering, zorgbemiddeling, zorgafstemming en zorgplanning
Art. 15-19
HOOFDSTUK 7. - Toezicht
Art. 20
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Art. 21-36
Afdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering
Art. 37-42
Afdeling 3. - Wijziging van het decreet van 13 juli 2012 houdende de Vlaamse sociale bescherming
Art. 43
Afdeling 4. - Wijziging van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp
Art. 44
Afdeling 5. - Wijziging van het decreet van 18 juli 2008 betreffende de zorg- en bijstandsverlening
Art. 45
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
Afdeling 1. - Overgangsbepaling
Art. 46
Afdeling 2. - Inwerkingtredingsbepaling
Art. 47
2015035093 2015035965 2015036642 2016035015 2016035016 2016035677 2016035772 2016036128 2016036142 2016036144 2016036148 2016036173 2016036207 2016036772 2016205280 2017011048 2017011134 2018013639 2018030976 2018031252 2018031673 2018031920 2019011343 2019011899 2019013447 2019013488 2019013529 2019041069 2020010025 2020031161 2020031164 2020031182 2020031613 2020031699 2020041223 2020041268 2020041443 2020042684 2020043742 2020044615 2020044678 2021020031 2021021278 2021021672 2021031352 2021031689 2021031968 2021040495 2021040496 2021041131 2021041306 2021043485 2022032025 2022032044 2022034667 2022040102 2022040336 2022043031 2023015247 2023030470 2023040429 2023041047 2023046979 2024000150 2024002172 2024002174 2024002336 2024006768
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
HOOFDSTUK 2. - Definities
Art.2.In dit decreet wordt verstaan onder:
1° agentschap: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° basisondersteuningsbudget: een maandelijks vast forfaitair bedrag, verstrekt in het kader van de [1 Vlaamse sociale bescherming]1, waarmee de persoon met een handicap die een duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning heeft, niet-medische hulp- en dienstverlening kan bekostigen;
3° cashbudget: een vorm van financiering van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, waarbij de persoon met een handicap beslist om de financiering van deze zorg en ondersteuning in liquide middelen op de eigen bankrekening te ontvangen, met een maximumbudget per kalenderjaar, en waarbij de persoon met een handicap daarmee zelf instaat voor het bekostigen van deze zorg en ondersteuning;
4° handicap: een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
5° meerderjarige: elke natuurlijke persoon die achttien jaar is of ouder;
6° minderjarige: elke natuurlijke persoon die jonger is dan achttien jaar;
7° niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning: de zorg en ondersteuning die de duur, intensiteit en frequentie van de rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning overschrijdt, vermeld in artikel 8 of 9;
8° ondersteuningsplan: de beschrijving van het geheel van ondersteuning waarop de persoon met een handicap een beroep kan doen, met inbegrip van de welzijns- en gezondheidsvoorzieningen, het sociale netwerk, materiële ondersteuning en ondersteuning, geleverd door voorzieningen die vergund zijn door het agentschap;
9° rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning: de zorg en ondersteuning zoals ambulante begeleiding, ambulante outreach, dagopvang, mobiele begeleiding, mobiele outreach en verblijf, die beperkt is in tijd, intensiteit en frequentie, zoals bepaald overeenkomstig artikel 8, 10° en 11°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, en waarvoor de persoon met een handicap geen aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap moet indienen, of de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening, vermeld in artikel 2, § 1, 46°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
10° toegangspoort: de toegangspoort, vermeld in artikel 2, § 1, 51°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
11° voucher: de vorm van financiering waarbij de persoon met een handicap beslist om de financiering van de niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning of de bijstand bij de organisatie daarvan rechtstreeks tussen het agentschap en de vergunninghouder, gekozen door de persoon met een handicap, te laten verlopen;
12° [1 Vlaamse sociale bescherming: de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in [2 artikel 5 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming]2.]1
----------
(1)<DVR 2016-06-24/16, art. 74, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017, (BVR 2016-10-14/08, art. 217, L1)>
(2)<DVR 2018-05-18/15, art. 170, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
HOOFDSTUK 3. - Voorwerp
Art.3.Dit decreet geeft uitvoering aan artikel 23 van de Grondwet en regelt de organisatie van de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap.
De persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap bestaat uit een getrapt ondersteuningssysteem voor personen met een handicap. De eerste trap omvat een basisondersteuningsbudget, verstrekt in het kader van de [1 Vlaamse sociale bescherming]1. De tweede trap omvat een budget, verstrekt door het agentschap, voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning.
Op basis van een analyse van de niet-ingevulde nood aan zorg en ondersteuning voorziet de Vlaamse Regering, binnen de beschikbare budgetten, in een groeipad voor de financiering van de niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning. De Vlaamse Regering brengt daarover jaarlijks verslag uit aan het Vlaams Parlement.
De Vlaamse Regering stelt, vervolgens jaarlijks het beschikbare budget vast dat voor de uitvoering van het decreet beschikbaar is. Dat betreft zowel het basisondersteuningsbudget als het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijk zorg en ondersteuning met inbegrip van de verschillende budgetcategorieën.
----------
(1)<DVR 2016-06-24/16, art. 75, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017, (BVR 2016-10-14/08, art. 217, L1)>
HOOFDSTUK 4. - Basisondersteuningsbudget
Art.4.Een basisondersteuningsbudget wordt toegekend aan iedere persoon met een handicap die voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° een duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning hebben;
3° [1 voldoen aan de voorwaarden voor het recht op tegemoetkoming, vermeld in of ter uitvoering van het [2 decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming]2 ;]1
4° [1 ...]1.
[1 Het basisondersteuningsbudget is een tegemoetkoming als [2 vermeld in artikel 2, eerste lid, 30°, van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming]2.]1
Voor de toekenning van een basisondersteuningsbudget in de periode tot en met het begrotingsjaar 2020 kan de Vlaamse Regering aanvullende voorwaarden bepalen. Deze aanvullende voorwaarden moeten de geleidelijke toekenning van het basisbudget aan al diegenen die aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voldoen, mogelijk maken.
----------
(1)<DVR 2016-06-24/16, art. 76, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017, (BVR 2016-10-14/08, art. 217, L1)>
(2)<DVR 2018-05-18/15, art. 171, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
Art.5. § 1. Het agentschap beslist of er bij meerderjarige personen met een handicap een duidelijk vast te stellen behoefte is aan zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°.
De toegangspoort beslist of er bij minderjarige personen met een handicap een duidelijk vast te stellen behoefte is aan zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°.
§ 2. De behoefte aan zorg en ondersteuning van de persoon met een handicap, vermeld in paragraaf 1, wordt vastgesteld door het agentschap of de toegangspoort, al naargelang het geval, op basis van een multidisciplinair verslag, na een onderzoek, of aan de hand van bestaande attesten.
De Vlaamse Regering stelt de procedure voor de erkenning van de handicap vast en bepaalt de criteria aan de hand waarvan de nood aan zorg en ondersteuning door het agentschap of de toegangspoort, al naargelang het geval, wordt vastgesteld. De Vlaamse Regering bepaalt welke bestaande attesten de behoefte aan zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, bewijzen.
Art.6.De aanspraak op het basisondersteuningsbudget vervalt als aan de persoon met een handicap een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wordt toegewezen. De aanspraak op het basisondersteuningsbudget vervalt als na een onderzoek blijkt dat de persoon met een handicap geen duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning meer heeft.
[1 ...]1
De Vlaamse Regering bepaalt de regels en modaliteiten van het onderzoek, vermeld in het eerste lid, en de regels van de vervalprocedure, vermeld in het eerste [1 ...]1 lid, onder andere de regels voor het vastleggen van de ingangsdatum van de stopzetting van het basisondersteuningsbudget.
----------
(1)<DVR 2016-06-24/16, art. 77, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017, (BVR 2016-10-14/08, art. 217, L1)>
Art.7.[1 In dit artikel wordt verstaan onder:
1° Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming: het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in [3 artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming]3;
2° zorgkas: een zorgkas als vermeld [3 in artikel 18 of artikel 21 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming]3.]1
[2 3° algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);]2
Het agentschap, de toegangspoort, [1 het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming]1 en de zorgkassen registreren en verwerken persoonsgegevens en wisselen onder elkaar persoonsgegevens uit, [2 inclusief de bijzondere categorieën van persoons-gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming]2, met zorg voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de persoon met een handicap. De registratie, verwerking en uitwisseling betreffen de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de verstrekking van het basisondersteuningsbudget. De voormelde instanties vragen, met toepassing van de regelgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, de nodige machtigingen tot toegang tot en gebruik van persoonsgegevens, [2 inclusief de bijzondere categorieën van persoons-gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming]2, uit externe gegevensbronnen.
----------
(1)<DVR 2016-06-24/16, art. 78, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017, (BVR 2016-10-14/08, art. 217, L1)>
(2)<DVR 2018-06-08/04, art. 118, 004; Inwerkingtreding : 25-05-2018>
(3)<DVR 2018-05-18/15, art. 172, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
HOOFDSTUK 5. - Budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning
Art.8. Om aanspraak te kunnen maken op een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, moet de meerderjarige persoon met een handicap aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° beschikken over een door het agentschap goedgekeurd ondersteuningsplan;
2° een geobjectiveerde nood hebben aan zorg en ondersteuning die de duur, intensiteit en frequentie van de rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning overschrijdt, in voorkomend geval vastgesteld op basis van een instrument voor de inschaling van de zorgzwaarte.
In het eerste lid, 2°, wordt verstaan onder zorgzwaarte: de mate waarin een persoon met een handicap zorg en ondersteuning nodig heeft om zo adequaat mogelijk te kunnen functioneren in het dagelijkse leven.
Art.9. Voor minderjarige personen met een handicap loopt de regeling van de toekenning van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, inclusief de regie van de zorg, volgens de regels voor de persoonsvolgende financiering, bepaald in of ter uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
Als de zorg en ondersteuning via de toegangspoort werd geïndiceerd, kan de persoon met een handicap tot de leeftijd van 25 jaar, met toepassing van artikel 18, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, gebruik maken van de niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor minderjarigen.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de toeleiding, vermeld in het tweede lid.
Art.10. De niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wordt gefinancierd in de vorm van een budget. Dat budget wordt uitgedrukt in budgetcategorieën. De persoon met een handicap maakt een keuze tussen een cashbudget of een voucher, of gebruikt een combinatie van beide. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten waaronder de persoon met een handicap zijn keuze kan wijzigen. De voucher wordt uitgedrukt in personeelspunten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen zorggebonden en organisatiegebonden punten. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het budget in cash of in vouchers wordt vastgesteld, en de budgetcategorieën, rekening houdende met de bepalingen van artikel 8 en 9.
De financiering van de zorg en ondersteuning van minderjarigen die door de jeugdrechtbank overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 11 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, naar niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning zijn toegeleid, of de zorg en ondersteuning waarbij een gemandateerde voorziening als vermeld in artikel 2, § 1, 16°, van het voormelde decreet, is betrokken, kan alleen met een voucher gebeuren.
Het agentschap en de toegangspoort kunnen slechts uitzonderlijk en enkel en alleen op basis van de individuele concrete situatie, onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden, begeleidende maatregelen opleggen voor de besteding en het beheer van het cashbudget. Deze beslissing moet afdoende gemotiveerd zijn. Omzetting van het cashbudget in een voucher kan pas indien na evaluatie is gebleken dat de begeleidende maatregelen niet volstaan. De beslissing tot omzetting moet afdoende en uitdrukkelijk gemotiveerd worden. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure hiervoor.
Art.11. Het cashbudget wordt vastgesteld op basis van een kalenderjaar. De persoon met een handicap ontvangt op een bankrekening op eigen naam een voorschot op dat jaarbudget, en aanvullende voorschotten naar rato van de bewezen en aanvaarde kosten. Deze bankrekening wordt exclusief voorbehouden voor het beheer en de besteding van de voorschotten op het cashbudget. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de terbeschikkingstelling en de terugbetaling van de voorschotten.
Art.12. De voucher kan alleen besteed worden aan de financiering van zorg en ondersteuning die verleend wordt door een door het agentschap vergunde aanbieder van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, of aan de bijstand die verleend wordt conform artikel 14.
Art.13. De Vlaamse Regering kan voorwaarden vaststellen waaronder, onder meer op verzoek van de persoon met een handicap, de nood aan zorg en ondersteuning opnieuw objectief vastgesteld moet worden en waaronder er een nieuw ondersteuningsplan moet worden opgemaakt, op basis waarvan de budgetcategorie kan wijzigen.
Art.14.Personen met een handicap aan wie een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning is toegewezen, met uitzondering van minderjarigen die door de jeugdrechtbank overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 11 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, naar niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning zijn toegeleid, en van minderjarigen waarbij voor de zorg en ondersteuning een gemandateerde voorziening als vermeld in artikel 2, § 1, 16°, van het voormelde decreet, is betrokken, kunnen zich voor de besteding van het cashbudget, de aanwending van de voucher en de organisatie van de zorg en ondersteuning, inclusief de onderhandelingen met vergunde aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, laten bijstaan door een organisatie die daarvoor een vergunning heeft gekregen van het agentschap.
[1 De leden en de raden van bestuur van de organisaties, vermeld in het eerste lid, moeten minstens voor twee derde uit personen met een handicap of hun wettelijke vertegenwoordigers zijn samengesteld.]1 Organisaties die niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning aanbieden en organisaties die mee instaan voor de indicatiestelling, vermeld in artikel 2, 5°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, of in artikel 2, § 1, 20°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, kunnen geen vergunning krijgen om personen met een handicap bij te staan als vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan bijkomende onverenigbaarheden en uitsluitingscriteria vaststellen waardoor aan organisaties geen vergunning kan worden toegekend om personen met een handicap bij te staan als vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan ook de bijkomende voorwaarden bepalen voor de vergunning en regelt de procedure voor de aanvraag, de toekenning, de wijziging, de schorsing en de opheffing van de vergunning, inclusief de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen.
----------
(1)<DVR 2015-03-20/06, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 19-04-2015>
HOOFDSTUK 6. - Regie van de zorg: prioritering, zorgbemiddeling, zorgafstemming en zorgplanning
Art.15.Binnen de beschikbare begrotingskredieten en met toepassing van de bepalingen van artikel 8 en artikel 10 tot en met 14 kan het agentschap aan personen met een handicap een budget toekennen om niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning te bekostigen.
De Vlaamse Regering bepaalt de verdeling van het totale beschikbare budget tussen zorg en ondersteuning voor minderjarigen en zorg en ondersteuning voor meerderjarigen[1 ...]1.[1 ...]1.
----------
(1)<DVR 2023-12-01/10, art. 24, 007; Inwerkingtreding : onbepaald >
Art.16.De Vlaamse Regering stelt een procedure vast om te bepalen welke meerderjarige personen met een handicap prioritair een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning toegekend krijgen. De Vlaamse Regering neemt maatregelen, conform de voorwaarden vermeld in artikel 8, om de zorg en ondersteuning van meerderjarige personen aan wie als minderjarige een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning toegekend werd, te continueren.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de erkenning van een situatie als noodsituatie.
De Vlaamse Regering bepaalt de minimale inhoudelijke en procesmatige criteria voor de prioritering van de dossiers en houdt hierbij rekening met de resultaten van een analyse van de niet-ingevulde nood aan zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 3, derde lid.
[1 De Vlaamse Regering kan een commissie oprichten die tot taak heeft om de vragen naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning te prioriteren conform de inhoudelijke en procesmatige criteria, vermeld in het derde lid. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere samenstelling, de opdrachten en de werkwijze van de commissie en bepaalt de presentiegelden en vergoedingen die kunnen worden toegekend aan de voorzitter en de leden van de commissie.]1.
----------
(1)<DVR 2023-12-01/10, art. 25, 007; Inwerkingtreding : onbepaald >
Art.17. Als een meerderjarige houder van een voucher geen vergunde aanbieder vindt die bereid is om de ondersteuning op te nemen, wordt een proces van zorgbemiddeling opgestart, waarbij de vergunde aanbieders van zorg en ondersteuning met gezamenlijke verantwoordelijkheid een oplossing zoeken. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het proces van zorgbemiddeling wordt georganiseerd en kan daarbij aan het agentschap nadere taken toekennen.
Art.18. Via regionaal overleg voor zorgafstemming plegen het agentschap, de verenigingen van personen met een handicap, organisaties als vermeld in artikel 14, en de vergunninghouders die zich richten tot personen die ouder zijn dan zestien jaar, overleg om de uitbouw van het zorgaanbod af te stemmen op de vraag naar zorg en ondersteuning in hun regio. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de zorgafstemming wordt georganiseerd en kan de samenstelling van het overleg uitbreiden en concretiseren.
Art.19. Zorgplanning heeft tot doel de ontwikkeling van het zorgaanbod over verschillende jaren op kwalitatieve en kwantitatieve wijze te beschrijven, met inbegrip van de budgettaire implicaties, met het oog op de toekomstige zorgvragen. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast en de wijze waarop het zorgplan tot stand komt.
Het agentschap stelt basisgegevens over alle actuele vragen naar een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning vast. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast om deze basisgegevens te registreren in een centrale gegevensbank.
HOOFDSTUK 7. - Toezicht
Art.20.De Vlaamse Regering organiseert het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, met behoud van de toepassing van [1 de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens]1.
[2 ...]2
[2 ...]2
----------
(1)<DVR 2018-06-08/04, art. 119, 004; Inwerkingtreding : 25-05-2018>
(2)<DVR 2018-01-19/09, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Art.21. In artikel 2, 3°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap worden tussen het woord "handicap" en het woord "wordt" de woorden "of aan personen met een vermoeden van handicap" ingevoegd.
Art.22. In artikel 4 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1/1. Het agentschap streeft bij het verwezenlijken van zijn missie de vermaatschappelijking van de zorg na door personen met een handicap een eigen zinvolle plek in de samenleving te laten innemen en ondersteunt hen waar nodig bij het uitoefenen van hun keuzevrijheid.";
2° in paragraaf 2 wordt tussen het woord "agentschap" en het woord "en" de zinsnede ", de organisaties die mee uitvoering geven aan de missie en de taken van het agentschap" ingevoegd;
3° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het agentschap geeft mee uitvoering aan het VN verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, aangenomen in New York op 13 december 2006 en respecteert op elk moment de rechten van personen met een handicap die daarin geconcretiseerd zijn.".
Art.23. In artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2012 en 12 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt tussen het woord "handicap" en het woord "en" de zinsnede ", van personen met een vermoeden van handicap" ingevoegd;
2° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° de toeleiding van meerderjarige personen met een handicap naar niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning waarbij de kloof tussen de ondersteuning die geboden kan worden door zelfzorg, mantelzorg, het sociaal netwerk en reguliere zorg, en de ondersteuningsnood van de persoon met een handicap determinerend is.".
Art.24. Aan artikel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 2 juni 2006 en 21 december 2007, worden een punt 8° tot en met 11° toegevoegd, die luiden als volgt:
"8° de organisatie van het proces van de regie van de zorg en ondersteuning gericht op personen ouder dan zestien jaar, wat de niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap betreft, door de toekenning van budgetten voor de financiering van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning te prioriteren, rekening houdend met de kloof tussen de ondersteuning die geboden wordt door zelfzorg, mantelzorg, het sociaal netwerk en reguliere zorg, en de ondersteuningsnood van de persoon met een handicap;
9° de optimalisering van de zorg en ondersteuning door aanbieders van zorg en ondersteuning door kennisdeling te bevorderen en te organiseren;
10° de toekenning van vergunningen aan aanbieders van zorg en ondersteuning;
11° het beslissen of er bij een meerderjarige persoon met een handicap een duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning is.".
Art.25.In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde decreet [1 ...]1 wordt tussen het woord "agentschap" en het woord "toewijzen" de zinsnede ", al dan niet in samenwerking met andere organisaties," ingevoegd.
----------
(1)<DVR 2016-06-24/16, art. 79, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017, (BVR 2016-10-14/08, art. 217, L1)>
Art.26. In artikel 8 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 2° wordt de zinsnede ", en het opleggen van administratieve sancties aan voorzieningen" opgeheven;
2° in punt 3° worden de woorden "het persoonlijke-assistentiebudget en van het persoonsgebonden budget" vervangen door de woorden "de persoonsvolgende financiering van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning";
3° er worden een punt 7° tot en met 13° toegevoegd, die luiden als volgt:
"7° het erkennen en subsidiëren van organisaties die meewerken aan de indicatiestelling of aan vraagverheldering;
8° het subsidiëren van voorzieningen voor het bevorderen van kennisdeling, vermeld in artikel 6, 9° ;
9° het vergunnen en subsidiëren van organisaties die optreden als tussenpersoon tussen de aanbieders van ondersteuning of de leverancier en personen met een handicap;
10° het ontwikkelen van criteria op basis waarvan zorg en ondersteuning zonder toewijzing door het agentschap toegankelijk is waarbij rekening gehouden wordt met minstens de kenmerken duur, frequentie en intensiteit, waardoor die zorg en ondersteuning onderscheiden kan worden van zorg en ondersteuning waarvoor wel een toewijzing door het agentschap nodig is;
11° het vaststellen van de voorwaarden voor de toegang tot zorg en ondersteuning zonder toewijzing door het agentschap, het vaststellen van de voorwaarden waaraan de aanbieders van die zorg en ondersteuning moeten voldoen, en de subsidiëring van deze zorg en ondersteuning;
12° het opleggen van administratieve sancties aan voorzieningen, vergunninghouders en andere organisaties die door het agentschap rechtstreeks of onrechtstreeks gesubsidieerd worden;
13° het ten laste nemen van de kosten van materiële ondersteuning van personen met een handicap.".
Art.27. Aan artikel 9 van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd:
"Het agentschap kan voor de uitvoering van zijn missie en taken een beroep doen op andere organisaties, van welke aard ook.".
Art.28. In artikel 12 van hetzelfde decreet wordt tussen het woord "met" en het woord "instanties" de zinsnede "andere overheden," ingevoegd.
Art.29. In artikel 13 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 maart 2009 en 12 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt opgeheven;
2° het bestaande derde lid, dat het tweede lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
"Personen met een handicap of met een vermoeden van handicap kunnen, onder de voorwaarden en in de gevallen die met toepassing van artikel 8, 10° en 11°, door de Vlaamse Regering zijn vastgesteld, gebruikmaken van ondersteuning zonder aanvraag of toewijzing door het agentschap.".
Art.30.In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 2 juni 2006, 22 december 2006, 21 december 2007, 20 maart 2009, 29 juni 2012, 21 juni 2013, 12 juli 2013 [1 , 20 december 2013 en 14 februari 2014]1, wordt een artikel 14/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 14/1. Artikel 14 is niet van toepassing op ondersteuning die verleend wordt ter uitvoering van artikel 13, tweede lid.".
----------
(1)<DVR 2016-06-24/16, art. 80, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017, (BVR 2016-10-14/08, art. 217, L1)>
Art.31.In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 2 juni 2006, 22 december 2006, 21 december 2007, 20 maart 2009, 29 juni 2012, 21 juni 2013, 12 juli 2013 [1 , 20 december 2013 en 14 februari 2014]1 wordt hoofdstuk IV, dat bestaat uit artikel 16 tot en met 19, vervangen door wat volgt:
"HOOFDSTUK IV. Toeleiding tot de persoonsvolgende financiering
Art. 16. De persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap bestaat uit een getrapt ondersteuningssysteem voor personen met een handicap. De eerste trap omvat een basisondersteuningsbudget, verstrekt in het kader van de zorgverzekering, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering, of artikel 3, derde lid, 1°, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de Vlaamse sociale bescherming. De tweede trap omvat een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, verstrekt door het agentschap.
De persoonsvolgende financiering, vermeld in het eerste lid, wordt geregeld in het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit decreet. Artikel 21 is echter niet van toepassing op het basisondersteuningsbudget, vermeld in het eerste lid, waarvoor de bepalingen van de zorgverzekering, vermeld in het eerste lid gelden.
Art. 17. Een meerderjarige persoon met een handicap die wil gebruikmaken van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning maakt een ondersteuningsplan op.
Het ondersteuningsplan komt tot stand in een actief proces waarbij, na een fase van vraagverduidelijking, de hele nood aan zorg en ondersteuning in kaart wordt gebracht. Het ondersteuningsplan maakt een onderscheid tussen materiële ondersteuning, zorg en ondersteuning die door de persoon met een handicap zelf, zijn gezin, zijn sociaal netwerk, welzijns- en gezondheidsvoorzieningen en niet-rechtstreeks toegankelijke handicapspecifieke diensten geleverd moet worden.
De persoon met een handicap stelt, al dan niet onder begeleiding van een dienst Ondersteuningsplan of een andere rechtstreeks toegankelijke dienst of organisatie die door de persoon met een handicap gekozen is, zelf een ondersteuningsplan op.
Het ondersteuningsplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het agentschap. Als het ondersteuningsplan niet voldoet aan door de Vlaamse Regering vastgestelde minimale procesmatige vereisten, laat de persoon met een handicap zich bijstaan door een dienst Ondersteuningsplan om een aangepast ondersteuningsplan op te maken.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze en de vorm waarin het ondersteuningsplan wordt ingediend.
Art. 18. Als de nood aan zorg en ondersteuning zoals vastgesteld op basis van het ondersteuningsplan, een door de Vlaamse Regering vastgestelde grens overschrijdt, wordt de nood aan zorg en ondersteuning bijkomend met een instrument voor de inschaling van de zorgzwaarte vastgesteld. De Vlaamse Regering stelt het instrument voor de inschaling van de zorgzwaarte vast.
Art. 18/1. Het agentschap kent op basis van het ondersteuningsplan en, al naar gelang het geval, op basis van de inschaling van de zorgzwaarte, een budget toe dat wordt uitgedrukt in budgetcategorieën. In de gevallen, vermeld in artikel 10, derde lid, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, legt het agentschap begeleidende maatregelen op of beslist het agentschap om het cashbudget om te zetten in een voucher.
Art. 18/2. Voor minderjarigen loopt de toeleiding naar het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning volgens de regels voor de persoonsvolgende financiering, vermeld in of ter uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
Art. 19. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de persoon met een handicap de besteding van het budget waarmee niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wordt ingekocht, verantwoordt.
Art. 19/1. § 1. Aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning kunnen door het agentschap enkel worden vergund als ze gelijkwaardige zorg en ondersteuning aanbieden, onafhankelijk of de persoon met een handicap zijn zorg en ondersteuning financiert met een cashbudget of een voucher.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden waaronder het agentschap een vergunning kan toekennen en houdt hierbij rekening met de kwaliteitseisen, vermeld in of ter uitvoering van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen.
§ 3. De Vlaamse Regering kan bovendien specifieke voorwaarden opleggen betreffende onder meer de output en het aanbod.
§ 4. De Vlaamse Regering regelt de procedure voor de aanvraag, de toekenning, de wijziging, de schorsing en de opheffing van de vergunning, inclusief de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. De Vlaamse Regering houdt hierbij rekening met de bepalingen opgenomen in of ter uitvoering van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en (Kandidaat-)pleegzorgers.
Het bezwaarschrift wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende oprichting van de Strategische Ad-viesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.".
----------
(1)<DVR 2016-06-24/16, art. 81, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017, (BVR 2016-10-14/08, art. 217, L1)>
Art.32. In artikel 20 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "bereikt en op" worden vervangen door de zinsnede "bereikt, op";
2° de woorden "en op organisaties die mee uitvoering geven aan de missie en taken van het agentschap" worden toegevoegd;
3° er worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Dit decreet is ook van toepassing op personen die gebruikmaken van rechtstreeks toegankelijke ondersteuning, en die op het ogenblik van de start van die ondersteuning de leeftijd van 65 jaar nog niet hebben bereikt, en op voorzieningen en organisaties die die ondersteuning bieden.
Dit decreet is ook van toepassing op personen bij wie door andere entiteiten van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest dan het agentschap ondersteuning wordt geïndiceerd, onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden.".
Art.33. Aan artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 maart 2009, worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Om ondersteuning te kunnen krijgen, hebben ze hetzij hun woonplaats in het Nederlandse taalgebied, hetzij hun woonplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, en in dat laatste geval wenden ze zich tot een voorziening in het Nederlandse taalgebied of tot een voorziening in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens de organisatie ervan, geacht wordt uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap.
Er kan geen ondersteuning worden verstrekt aan een persoon die al ondersteund wordt door het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de Duitstalige Gemeenschap of het federale niveau.".
Art.34. Aan artikel 23 van hetzelfde decreet worden een tweede, derde en vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"De Vlaamse Regering organiseert het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, met behoud van de toepassing van de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De door het agentschap erkende of vergunde organisaties of voorzieningen stellen aan de personeelsleden die met toezicht belast zijn alle gegevens ter beschikking die voor het toezicht noodzakelijk zijn. Ze staan die personeelsleden toe om ter plaatse de naleving van de bepalingen, vermeld in het tweede lid, te verifiëren en alle stappen te ondernemen die daarvoor nodig zijn. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. De personeelsleden die met het toezicht belast zijn, staan ervoor in dat de middelen die worden aanwend, passend en noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Van hun vaststellingen maken de personeelsleden, vermeld in het derde lid, een verslag op. Het verslag heeft bewijswaarde tot het tegenbewijs. Van het verslag wordt een afschrift gestuurd naar de betrokkene.".
Art.35. In artikel 30 van hetzelfde decreet wordt punt 3° opgeheven.
Art.36. Aan artikel 33, § 2, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd:
"De Vlaamse Regering stelt het tarief vast van de erelonen en de kosten voor de deskundigen die in het kader van medische deskundige onderzoeken bij de vorderingen, vermeld in artikel 582 van het Gerechtelijk Wetboek, worden aangesteld.".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering
Art.37. In artikel 3 van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2002, worden de woorden "van dit decreet" vervangen door de zinsnede "van dit decreet of het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap,".
Art.38. Aan artikel 4, § 4, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 30 april 2009, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Voor personen die onder de leeftijdsgrens vallen voor de aansluiting, vermeld in of ter uitvoering van dit artikel, kan de Vlaamse Regering specifieke regels en voorwaarden bepalen.".
Art.39. In artikel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 2001, 20 december 2002 en 19 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1, tweede lid, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° een erkende handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, en een vastgestelde behoefte aan zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, hebben.";
2° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "dit decreet" vervangen door de zinsnede "dit decreet of het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap";
3° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. De tenlastenemingen worden, volgens de regels en onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt, geweigerd of verminderd, als de gebruiker, krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen, of krachtens gemeen recht, voor dezelfde kosten van niet-medische hulp- en dienstverlening als krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, aanspraak op schadeloosstelling kan maken of heeft gemaakt. De gebruiker moet zijn aanspraak doen gelden.".
Art.40. Aan artikel 7 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 20 december 2002 en gewijzigd bij het decreet van 21 juni 2013, worden een vierde en een vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Het basisondersteuningsbudget, vermeld in artikel 4 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, wordt alleen ambtshalve toegekend.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de behandeling van de aanvraag of de ambtshalve toekenning.".
Art.41. In artikel 8 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 2002, 25 maart 2011 en 21 juni 2013, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
" § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de referentiebedragen op basis van de ernst en de duur van het verminderde zelfzorgvermogen of op basis van de zorgvorm, en bepaalt het bedrag van het basisondersteuningsbudget, vermeld in artikel 4 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap.".
Art.42. In artikel 10 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2008 en gewijzigd bij het decreet van 25 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° de datum waarop door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, of door de toegangspoort, vermeld in artikel 2, § 1, 51°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, een behoefte aan zorg en ondersteuning is vastgesteld als vermeld in artikel 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, bij de gebruikers, vermeld in artikel 6, § 1, tweede lid, 4°, van dit decreet.";
2° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regering voor de inwoners van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of voor de personen, vermeld in artikel 4, § 2, vijfde lid, de carenstijd uitbreiden voor de uitvoering van het basisondersteuningsbudget, vermeld in artikel 4 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap.".
Afdeling 3. - Wijziging van het decreet van 13 juli 2012 houdende de Vlaamse sociale bescherming
Art.43. In artikel 39, eerste lid, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de Vlaamse sociale bescherming worden de woorden "de zorgkassen en het agentschap" vervangen door de zinsnede "het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, de toegangspoort, vermeld in artikel 2, § 1, 51°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, de zorgkassen en het agentschap".
Afdeling 4. - Wijziging van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp
Art.44. In artikel 26, § 1, eerste lid, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° worden de woorden "of in een persoonsvolgende financiering" vervangen door de woorden "in een persoonsvolgende financiering of in een combinatie van beide";
2° aan punt 3° wordt de zinsnede ", of een combinatie van beide vastleggen in een jeugdhulpverleningsbeslissing en die bezorgen aan de minderjarige, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijken" toegevoegd.
Afdeling 5. - Wijziging van het decreet van 18 juli 2008 betreffende de zorg- en bijstandsverlening
Art.45. In artikel 3 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende de zorg- en bijstandsverlening wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° zorg en ondersteuning die wordt ingekocht met een cashbudget, vermeld in artikel 11 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en ondersteuning voor personen met een handicap, waarbij geen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, vergunde aanbieder van zorg en ondersteuning betrokken is.".
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
Afdeling 1. - Overgangsbepaling
Art.46. De Vlaamse Regering bepaalt de maatregelen die nodig zijn om de overgang van de financiering van de niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap die op datum van inwerkingtreding van dit decreet gebruikmaken van die zorg en ondersteuning naar de persoonsvolgende financiering, zoals geregeld in dit decreet, op een coherente manier te laten verlopen, en de termijnen waarin die overgang plaatsvindt.
De personen met een handicap die een persoonsgebonden budget of een persoonlijkeassistentiebudget toegekend hebben gekregen voor de inwerkingtreding van dit decreet, blijven dat budget behouden krachtens de modaliteiten die van kracht waren voor de inwerkingtreding van dit decreet, maximaal gedurende de termijnen die door de Vlaamse Regering zijn vastgesteld.
Afdeling 2. - Inwerkingtredingsbepaling
Art. 47.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2015, met uitzondering van artikel 31, 43 en 45, die in werking treden op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 31 vastgesteld op 01-04-2016 door BVR 2015-11-27/27, art.55)