Wetsontwerp tot wijziging van de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten, tot invoeging van een nieuwe titel Vlbis in boek Il van het oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht Zie.
Documentdetails
📁 Dossier 55-2355 (10 documenten)
🗳️ Stemmingen
Betrokken partijen
Volledige tekst
Gaz: Amendementen. ostos bocss 2355/003 Nr. 7 VAN DE HEER PATRICK PRÉVOT c.s.
Art. 23 De woorden “1 januari 2022” vervangen door de woorden “15 mei 2022”
VERANTWOORDING
Zie amendement nr. 9 Nr. 8 VAN DE HEER PATRICK PRÉVOT c.s.
Art. 25 Nr. 9 VAN DE HEER PATRICK PRÉVOT c.s.
Art. 26 Dit is een louter technische wijziging om de datum van 1 januari 2022 te wijzigen De datum van 1 januari 2022 was aanvankelijk gekozen ‘omdat deze overeenkwam metde datum van inwerkingtreding van de Richtlijnen 2019/770 en 2019/77. Wegens het verzoek ‘om hoorzittingen kon het wetsontwerp niet meer worden behandeld voor het einde van het aar waardoor de oorspronkelijke datum van inwerkingtreding moet worden uitgesteld. De nieuwe datum van inwerkingtreding is 15 mei 2022. Dit geeft de betrokken sectoren de nodige tijd om zich aan te passen aan de nieuwe wetgeving. Nr. 10 VAN DE HEER GILISSEN Art.5 In de bepaling onder 4°, de voorgestelde paragraaf 2 vervangen als volgt: “$ 2. De consument moet de verkoper op de hoogte brengen binnen de garantietermijn. De verkoper en de consument kunnen een langere termijn overeenkomen.”” Oorspronkelijk Artikel 5, 4°, 5 2 De consument moet de verkoper op de hoogte brengen van het conformiteitsgebrek binnen de twee maanden vanaf de dag waarop de consument het gebrek heeft vastgesteld. De verkoper en de consument kunnen een langere termijn overeenkomen. Voorgestelde aanpassingen Een verplichte melding binnen de twee maanden kan aanleiding geven tot betwistingen ondanks dat een product nog onder garanti is. Een kennisgevingsplicht binnen de duurtijd van de garantietermijn moet volstaan. In de EU Richtlijn 2019/7745 (46) is dit tevens voorzien: “De lidstaten moeten een hoger beschermingsniveau voor de consument kunnen waarborgen door een dergelijke verplichting niet in te voeren” Erik GILISSEN (VB) Nr. 11 VAN DE HEER GILISSEN Art 11 In het voorgestelde artikel 1701/13, $ 3 de bepalingen onder 1° en 2° weglaten.
Artikel 11,
Hoofdstuk 6
5 3 De handelaar ziet af van het gebruik van andere inhoud dan persoonsgegevens die was verstrektof gecreëerd doorde consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst, behalve indien die inhoud: 1° geen nut heeft buiten de context van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst; 2° enkel verband houdt met de activiteit van de consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst; 3° door de handelaar met andere gegevens is samengevoegd en niet of aleen met bovenmatige inspanningen kan, worden ontvlochten; of 4° door de consument en anderen gezamenlijk is gegenereerd, en andere consumenten die inhoud kunnen blijven, gebruken De consument zou altijd het recht moeten hebben om persoonlijke gegevens en inhoud te laten verwijderen, tenzij dit technisch onmogelijk is. Het bepalen of inhoud al dan niet “nut” heeft buiten de context van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst, wordt eenzijdig door de handelaar bepaald en kan betwistbaar zijn impnmerie centrale Ceruse dader