Wetsontwerp tot wijziging van de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten, tot invoeging van een nieuwe titel Vlbis in boek III van het oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht Samenvatting 3 Memorie van toelichting 4 Voorontwerp 75 Impactanalyse too Advies van de Raad van Stale. 1e Wetsontwerp 133 Concordantietabel richtlijn wet. 177
Documentdetails
📁 Dossier 55-2355 (10 documenten)
Volledige tekst
pocss 2355/001 tot wijziging van de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten, tot invoeging van een nieuwe titel Vlbis in boek III van het oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht Samenvatting 3 Memorie van toelichting 4 Voorontwerp 75 Impactanalyse too Advies van de Raad van Stale. 1e Wetsontwerp 133 Concordantietabel richtlijn wet. 177 Concordantietabel wet-ichijn 184 Coördinatie van de artikelen 225 De regering heeft dit wetsontwerp op 7 december 2021 ingediend. De “goedkeuring tot drukken” werd op 8 december 2021 door de Kamer ontvangen. mio Groen A a a moos gave Kreng nen + ama B den El Veenen et nogal versan Elov Beta osag ed og, motie define mtegrat cam Verde en eeh Tver beknopt verdg van da Kona nar de jager) peen Be En Eomaairargacering oon hese at est van openen (eigeferig Pape) SAMENVATTING Dit wetsontwerp beoogt de omzetting, in de nationale wetgeving, van de bepalingen van Richtlijn (EU) 2019/71 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG, alsook van de bepalingen van Richtlijn (EU) 2019/70 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten. De modernisering van het consumentenrecht wordt nagestreefd opdat rekening zou worden gehouden met de ontwikkeling van de digitale markt. Deze richtlijnen beogen een verdere harmonisatie van bepaalde aspecten die betrekking hebben op overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud of digitale diensten en op koopovereenkomsten voor goederen, waarbij moet worden uitgegaan van een hoog beschermingsniveau voor de consument, teneinde bijte dragen tot een versterking van de eengemaakte markt en een toename van grensoverschrijdende uitwisselingen. Richtlijn (EU) 2019177 betreffende de verkoop van goederen neemt in wezen de bij Richtlijn 1999/44 (EG) vastgelegde regels betreffende de wettelijke garantie van conformiteit van goederen over en moderniseert die regels voor wat goederen met digitale elementen betreft. Richtlijn (EU) 2019/770 van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten, past hetzelfde conformiteitsprincipe toe op de overeenkomst, maar dan op de overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud (bv. video's, audio-opnames, toepassingen, videospelen, enz.) of digitale diensten (video on demand, streaming, opslag in de cloud, enz.) of de levering van digitale inhoud op een materiële gegevensdrager (dvd, cd, USB-sticks, enz.). boss 2355/001 MEMORIE VAN TOELICHTING Dawes en Heren, ALGEMENE TOELICHTING Het ontwerp van wet dat u wordt voorgelegd beoogt de ‘omzetting, in de nationale wetgeving, van de bepalingen van richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot alsook van de bepalingen van richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten. Sinds 2011 heeft de Europese Commissie de modernisering van het consumentenrecht nagestreefd opdat rekening zou worden gehouden met de ontwikkeling van de digitale markt. In dat verband kwam zij met een voorstel voor een verordening betreffende een gemeen schappelijk Europees kooprecht, dat een onderlinge aanpassing beoogde van de regels van materieel recht van de lidstaten met betrekking tot de koopovereenkomst, waaronder de verkoop aan consumenten. Het voorstel kreeg evenwel onvoldoende steun, gelet op de vele kritiek die werd geuit door de lidstaten. Er kwamen twee andere voorstellen in de plaats, namelijk een Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad voor online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, alsook een Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digi tale inhoud. De twee voorstellen voor een richtlijn waren onderdeel van een pakket wetgevende initiatieven die door de Europese Commissie zijn aangenomen in het kader van haar Strategie voor een eengemaakte digitale markt, die door haar was goedgekeurd op 6 mei 2015. Naderhand is het voorstel voor een richtlijn betreffende de verkoop van goederen herzien op 31 oktober 2017, zodat het toepassingsgebied ervan, dat aanvankelijk beperkt was tot verkoop op afstand, voortaan voor alle verkoopkanalen zou gelden. Deze richtlijnen liggen in het verlengde van de communautaire instrumenten die reeds zijn aangenomen op het vlak van het materieel contractenrecht, meer bepaald sluiten zij rechtstreeks aan op richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen, die voorziet in een minimumharmonisatie van de consumentenrechten in geval van conformiteitsgebrek van het verkochte goed. Beide richtlijnen behandelen dezelfde problematiek als richtlijn 1999/44, zij het binnen de specifieke context van digitaal afgesloten overeenkomsten. Deze richtlijnen beogen een verdere harmonisatie van bepaalde aspecten die betrekking hebben op overeenkomsten voor Zij werden aangenomen in plenaire zitting van het Europees Parlement op 26 maart 2019 en door de Raad van de Europese Unie op 15 april 2019. Beide richtlijnen strekken tot maximumharmonisatie, wat betekent dat de lidstaten niet de mogelijkheid hebben om striktere regels te creëren of te handhaven, tenzij voor enkele specifieke bepalingen, meer bepaald de bepaling betref fende de wettelijke garantietermijn, die voorziet in een minimumtermijn van twee jaar. Richtlijn (EU) 2019/771 betreffende de verkoop van van conformiteit van goederen over en moderniseert die regels voor wat goederen met digitale elementen betreft. Zij voorzien in criteria voor de beoordeling van de conformiteit met de overeenkomst (waaronder een verplichting tot update), en in remedies voor de consument wanneer een conformiteitsgebrek van een goed aan het licht komt. De consument heeft dan recht op vervanging of herstelling van dat goed of, wanneer dat niet mogelijk is, op een prijsvermindering ervan of zelfs, op de ontbinding van de overeenkomst - zulks gedurende een minimumperiode van twee jaar. De periode van vermoeden van voorafgaand conformiteitsgebrek kan worden vastgesteld op een of twee jaar (naar keuze van de lidstaten) vanaf de levering van het goed. In het toepassingsgebied van de richtlijn zijn ook goederen met digitale elementen (zoals aangesloten smartwatches) vervat, in samenhang met de regels die zijn vastgesteld in de richtlijn betreffende overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten. De verkoper zal aansprakelijk worden gesteld in geval van conformiteitsgebrek van het goed en van de daarin verwerkte of verbonden digitale elementen, voor zover zij deel uitmaken van de koopovereenkomst. Voorts zal de verkoper aansprakelijk worden gesteld voor de duur van de garantie of gedurende de contractueel overeengekomen periode (voor de continue levering van digitale diensten). bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten, past hetzelfde conformiteitsprincipe toe op de overeenkomst, maar dan op de overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud (bv. video's, audio-opnames, toepassingen, videospelen, enz.) of digitale diensten (video on demand, streaming, opslag in de cloud, enz.) of de levering van digitale inhoud op een materiële gegevensdrager (dsd, cd, USB-sticks, enz.) Net als voor de verkoop van goederen voorziet richtlijn 2019/770 in eriteria voor de beoordeling van de conformiteit met de overeenkomst (waaronder een verplichting tot update), in contractuele remedies voor de consument wanneer een conformiteitsgebrek van een goed aan het licht komt, in de wijzen waarop die remedies kunnen worden uitgeoefend, alsook in de wijziging van digitale inhoud of digitale dienst. De grote nieuwigheid van deze richtlijn ligt in de bevestiging van het bestaan van bedrijfsmodellen waarin de tegenprestatie ten aanzien van de leverancier van digitale inhoud of digitale dienst niet bestaat in een prijs maar in persoonsgegevens. Omwille van de consumentenbescherming heeft de Europese wetgever dat dat bedrijfsmodel, dat steeds vaker ten grondslag ligt aan het aanbod van digitale diensten, willen erkennen om te voorkomen dat bepaalde leveranciers geneigd zouden zijn om voor dat specifieke model te kiezen met de bedoeling de toepassing van de regeling die enkel zou gelden voor overeenkomsten die zijn afgesloten tegen betaling van een prijs, uit de weg te gaan. De consumenten die te maken krijgen met een probleem dat verband houdt met de kwaliteit van de digitale inhoud of digitale dienst, of met de toegang ertoe, zullen voortaan kunnen teruggrijpen naar de regels die zijn ingesteld bij richtlijn 2019/770, ongeacht zi die digitale inhoud of dienst ontvangen hebben tegen betaling van een prijs of tegen verstrekking van persoonlijke gegevens. Aangezien het gaat om de bescherming van een fundamenteel recht, namelijk het recht op bescherming van persoonsgegevens, hebben Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG en van richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie, voorrang in geval van conflict met de richtlijn. Deze twee aanvullende richtlijnen worden grotendeels ‘omgezet in het oud Burgerlijk Wetboek. richtlijn 2019/771 betreffende de overeenkomsten voor de verkoop van goederen vervangt richtlijn 1999/44 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen. Zij reglementeert een bijzondere verplichting die voortvloeit uit de koopovereenkomst, namelijk de verplichting voor de verkoper om een goed te leveren dat in overeenstemming is met de overeenkomst. De artikelen 1649bís tot 1649octies van het oud Burgerlijk Wetboek worden bijgevolg gewijzigd en gemodemniseerd. richtlijn 2019/770 wordt eveneens omgezet in het oud Burgerlijk Wetboek, in een nieuwe Titel Vlbis, die daaraan geheel gewijd is. Aangezien het gaat om een soortgelijke regeling in aanvulling op de regeling waarin is voorzien voor de koopovereenkomst van goederen (een verplichting opgelegd aan de handelaar om een digitale inhoud of digitale dienst in overeenstemming met de overeenkomst te leveren), was de invoering van een nieuwe titel Vbis, verwant aan titel VI betreffende de koop, een evidentie op zich. richtlijn 2019/770 kon niet worden omgezet onder Titel
VI. Zij heeft immers niet de juridische aard van de overeenkomst voor de levering van digitale inhoud of digitale dienst vastgelegd, maar is toegespitst op het voorwerp van de overeenkomst, voor wat het uitvaardigen van regels betreffende de conformiteit betreft. De bedrifsmodellen die ten grondslag liggen van het aanbod aan digitale inhoud en digitale dienst zijn dermate gevarieerd dat geen enkele juridische kwalificatie voorrang heeft (koopovereenkomst, diensten-aannemingsovereenkomst, huurovereenkomst of zelfs overeenkomst sui generis). Voor wat de omzetting betreft, is dezelfde benadering gevolgd als in de richtlijn, met focus op het voorwerp van de overeenkomst en op de verplichting die rust op de leverancier om een zaak in overeenstemming met de overeenkomst te leveren
TOELICHTING
BIJ DE ARTIKELEN
HOOFDSTUK 1
Algemene bepaling Art. den 2 Deze artikelen verduidelijken dat dit ontwerp een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet regelt en de omzetting van richtlijnen 2019/770 en 2019/771 van 20 mei 2019 tot doel heeft.
HOOFDSTUK 2
Wijzigingen van het oud Burgerlijkoud Burgerlijk Wetboek Dit hoofdstuk beoogt de omzetting van richtlijn 2019/771 voor de verkoop van goederen Deze richtlijn wijzigt en moderniseert grotendeels de bepalingen uit richtlijn 1999/44, die bijgevolg wordt ingetrokken. Richtlijn 1999/44 werd omgezet bij de wet van 1 september 2004, waarbij een nieuwe afdeling IV, met. als opschrift “Bepalingen met betrekking tot de verkopen aan consumenten” werd ingevoegd in Boek Il, Titel VI (Koop), Hoofdstuk IV (Verplichtingen van de verkoper) van het oud Burgerlijk Wetboek. De wijzigingen voorgesteld met het oog op de omzetting van richtlijn 2019/771 worden dus logischerwijze aangebracht in de bepalingen onder voornoemde afdeling IV van het oud Burgerlijk Wetboek.
Art. 3 Dit artikel behelst de omzetting van de artikelen 2 en 3 van richtlijn 2019/771 en wijzigt bijgevolg artikel 1649bis, van het oud Burgerlijk Wetboek, teneinde het toepassingsgebied ervan aan te passen overeenkomstig de richtlijn, en de daarin gehanteerde concepten te defini eren. Ofschoon vele concepten niet ingrijpend gewijzigd zijn, zijn zij gemoderniseerd en aangevuld waar nodig. Voor een beter begrip zijn alle definities herzien overeenkomstig de richtlijn en zijn zij opgenomen in $ 1 van artikel 1649bis, zodat er van meet af aan klaarheid bestaat over de concepten die worden gehanteerd in de daaropvolgende bepalingen. Het begrip koopovereenkomst wordt gedefinieerd in de artikelen 1582 en 1583 van het oud Burgerlijk Wetboek. Het is dus niet nodig om in deze afdeling een definitie op te nemen. De “consument” wordt gedefinieerd als “iedere natuurlijke persoon die bij onder deze afdeling vallende overeenkomsten handelt voor doeleinden buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit”. De definitie houdt geen fundamentele wijziging in ten aanzien van de definitie uit richtlijn 1999/44 maar werd gemoderniseerd, rekening houdend met de vele andere richtlijnen inzake consumentenbescherming die sindsdien zijn aangenomen (richtlijn 2005/29/EG van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken en richtlijn 2011/83/EU van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten). Als criterium geldt het oogmerk van de handeling, aangezien het de bedoeling is actoren uit te sluiten die handelen in het kader van hun handelsactiviteit in ruime zin. Zoals wordt verduidelijkt in overweging 22 van de richtlijn, wanneer het gebruik van het goed gemengd is, dat wil zeggen in geval van overeenkomsten met tweevoudig oogmerk, waarbij een overeenkomst wordt gesloten voor doeleinden die deels, binnen en deels buiten de handelsactiviteit van de persoon liggen en waarvan het handelsoogmerk dusdanig beperkt is om niet overheersend te zijn binnen de globale context van de overeenkomst, staat het de lidstaten vrij om te bepalen of en onder welke voorwaarden die persoon ook als consument moet worden aangemerkt. In de rechtsleer en de rechtspraak wordt gesteld dat het particuliere gebruik meer dan 50 % van het globale gebruik van het goed moet inhouden opdat een koper zou kunnen worden aangemerkt als consument. Een meerderheid in de rechtsleer (L. SERRANO, “Champ d'application et definitions”, op. cit p. 140;
C. BIQUET-MATHIEU, “La garantie des biens de con‘sommation - Présentation générale”, in La nouvelle garantie des biens de consommation et son environnement légal, Bruxelles, la Charte, 2005, p. 67, nr. 25; J. STUYCK, “Historiek en toepassingsgebied van de richtlijn Consumentenkoop en van de omzettingswet” in J. Stuyck et S. Stijns (ed), Het nieuwe kooprecht. De wet van 1 september 2004 betreffende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen, la Charte, 2005, p. 26, nr. 81; M. HIGNY, “La notion de ‘consommateur et l'usage mixte en matière de vente de biens de consommation”, D.C./C.R., 2009, vol. 83, pp. 163 tot 172, nr. 5 tot 12; Y
NINANE
en O. GILARD, La garantie des biens de consommation, op. cit p. 14, nr. 19; contra: Y. VAN COUTER, E. KAIRIS, B. VAN BRABANT e.a. “La vente aux consommateurs après Ja loi du 1“ septembre 2004”, Rev. Dr. Lg, 2005, p. 327, nr. 11 die vinden dat het doel uitsluitend privé moet zijn) en een brede rechtspraak zijn namelijk van mening dat een hoofdzakelijk particulier gebruik voldoende is en dat bij gemengd gebruik het principe van accessorium ‘sequitur principale moet worden toegepast (zie de referenties geciteerd door C
DELFORGE
et Y. NINANE, “La garantie de conformité des biens de consommation, Chronique de jurisprudence (2005-2015)”, in P. Wéry, ‘Théorie générale des obligations et contrats spéciaux, Coll. CUP, 2016, Vol. 168, p. 370-371). Deze interpretatie is ook in overeenstemming met een Europees standpunt dat is opgenomen in overweging 17 van richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten (omgezet in het WER, en die deze richtlijn wil aanvullen zoals verwoord in overweging 11) waarin staat dat “bij gemengde overeenkomsten, waar een overeenkomst wordt gesloten voor doeleinden die deels binnen en deels buiten de handelsactiviteit van de persoon liggen en het handelsoogmerk zo beperkt is dat het binnen de globale context van de overeenkomst niet overheerst, dient die persoon echter ook als consument te worden aangemerkt” De “verkoper” wordt gedefinieerd als “iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die met betrekking tot onder deze afdeling vallende overeenkomsten handelt, mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit”. De definitie werd afgestemd op deze van “handelaar” uit richtlijn 2011/83. Het gaat dus wel degelijk om een verkoper/handelaar. Overweging 23 van de richtlijn verwijst naar de aanbieders van platformen, met de verduidelijking dat zij als verkopers kunnen worden beschouwd indien zij handelen voor doeleinden die betrekking hebben op hun eigen bedrijf en als rechtstreekse contractpartij van de consument voor de verkoop van goederen. Aldus zal een aanbieder van platformen onder het toepassingsgebied van deze afdeling vallen indien hij de digitale inhoud of digitale dienst rechtstreeks aanbiedt of de goederen in eigen naam verkoopt. Dat zal evenwel niet het geval zijn indien hij optreedt als, tussenpersoon. In de overweging wordt gepreciseerd dat de lidstaten de verplichtingen van de richtlijn kunnen uitbreiden tot de tussenpersonen (bv. platformen), ook al zijn zij niet gekwalificeerd als verkoper. De keuze werd hier gemaakt om de verplichtingen van de richtlijn niet uitte breiden tot de platformen wanneer zij enkel handelen in de hoedanigheid van tussenpersoon; de consumenten worden in ieder geval beschermd door de wettelijke garantie die zij hebben tegen de verkoper zelf Wat de definitie van “goed” betreft, wordt voorgesteld het begrip “consumptiegoed” te handhaven zoals het momenteel in deze afdeling van het oud Burgerlijk Wetboek bestaat en hier geen nieuwe specifieke definitie van het begrip “goed” te formuleren, die in het nieuwe Burgerlijk Wetboek, in artikel 3.41, zal worden gedefinieerd als “alle voorwerpen die vatbaar zijn voor toe-eigening, met inbegrip van de vermogensrechten”. In navolging van richtlijn 1999/44 wordt “consumptiegoed” gedefinieerd als “elke roerende lichamelijke zaak”; water en gas worden als goederen beschouwd wanneer zij gereed zijn gemaakt voor verkoop in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid. Dat geldt ook voor elektriciteit, anders dan in richtlijn 1999/44 het geval was. Het begrip “consumptiegoed” omvat ook “elke roerende lichamelijke zaak waarin digitale inhoud of digitale diensten zijn verwerkt of die daarmee onderling verbonden zijn, op zodanige wijze dat het ontbreken van die digitale inhoud of die digitale dienst ertoe zou leiden dat de goederen hun functies niet kunnen vervullen”. Ter vereenvoudiging wordt in de richtlijn dit soort consumptiegoed aangeduid als “goed met digitale elementen”. Overweging 14 van de richtlijnen vermeldt enkele voorbeelden van zulke consumptiegoederen. Aldus wordt gepreciseerd dat het kan gaan om gegevens die worden geproduceerd en geleverd in digitale vorm en die verwerkt zijn in of verbonden zijn met een goed, zoals besturingssystemen, applicaties en alle andere software ongeacht deze vooraf wordt geïnstalleerd ten tijde van de sluiting van de overeenkomst of nadien. Verbonden digitale diensten beogen diensten die het genereren, de verwerking of de opslag van gegevens in digitale vorm of de toegang ertoe mogelijk maken, zoals “software as a service” in de “cloud computing”-omgeving, of de continue levering van verkeersgegevens in een navigatiesysteem, of de continue levering van individueel aangepaste trainingsplannen in het geval van een smartwatch. Wat het laatste voorbeeld betreft, gaat het om de sportwatch waarmee tijd, afstand, hartritme kunnen worden gemeten en “gps-tracks” gecreëerd. Een dergelijk horloge kan verbonden worden met de website van het merk, via een smartphone ofwel via een computer die is aangesloten op het internet, teneinde een gebruikersprofiel aan te maken en de gebruiker toegang te verlenen tot de sportwatch. Na elke activiteit toont de ‘sportwatch de geregistreerde gegevens op het scherm, maar om die te consulteren, te vergelijken of te exporteren moeten zij gelinkt worden aan de website van het merk, die daartoe een specifiek programma bevat. Men moet de sportwatch ook regelmatig verbinden met die website (online programma) voor een update van de “gpstracking”-capaciteit ten aanzien van de positionering van de satellieten die daartoe worden ingezet. Bij problemen met de website in kwestie (online programma) kunnen de gebruikers geen toegang verkrijgen tot hun sportwatch of hun gps updaten (afstand en afgelegd traject zijn dan niet langer operationeel). Dat maakt de meeste sportwatches dan onbruikbaar. Het merendeel van de gebruikers koopt dat soort sportwatch nu net om over al die functies te kunnen beschikken, en daarom is zij ook veel duurder dan gewone horloges. In dit voorbeeld gaat het om digitale inhoud/dienst die niet verwerkt is in het goed maar die “bestaat” buiten het goed, namelijk online. Elke belemmering van die digitale inhoud/dienst on line zal een impact hebben op de conformiteit van het goed. De regels betreffende de conformiteit van goederen moeten dus de gehele digitale inhoud of digitale dienst met een rechtstreekse impact op de conformiteit van het goed bestrijken. Zodra een dergelijk goed niet langer naar behoren werkt, ongeacht het gebrek verband houdt met de hardware of de software (op het goed zelf of online), moet dat worden verholpen krachtens deze afdeling. Daarnaast moet worden gepreciseerd dat men enkel van goederen met digitale elementen spreekt indien de afwezigheid van een dergelijk element ertoe leidt dat het goed zijn functies niet kan vervullen. Het gaat wel degelijk ‘om een van de functies van het goed of om meerdere functies tegelijk, niet om de hoofdfuncties van het goed. ‘Tat slot moet het begrip “goederen met digitale elementen” gelezen worden in combinatie met artikel 1649bis, $ 2, tweede lid, voor de afbakening van het toepas: singsgebied van deze afdeling. “Digitale inhoud” wordt gedefinieerd als “gegevens die in digitale vorm worden geproduceerd en geleverd”; “digitale dienst” wordt gedefinieerd als “een dienst die de consument in staat stelt gegevens in digitale vorm te creëren, te verwerken of op te slaan, of toegang tot die gegevens te krijgen” of “een dienst die voorziet in de mogelijkheid tot het delen van gegevens of andere interactie met gegevens in digitale vorm die door de consument of door andere gebruikers van die dienst worden geüpload of gecreerd”. Overweging 19 van richtlijn 2019/770 geeft zeer concrete voorbeelden van hetgeen hier wordt beoogd: computerprogramma's, applicaties, videobestanden, audiobestanden, muziekbestanden, digitale spellen, e-boeken of andere e-publicaties, maar ook digitale diensten die de totstandkoming en de verwerking van, de toegang tot of de opslag van gegevens in digitale vorm mogelijk maken, met inbegrip van software als dienst, zoals het delen van video- en audiomateriaal en andere diensten voor het hosten van bestanden, tekstverwerking of spellen die worden aangeboden in de “cloud computing”-omgeving en op sociale media. Naast deze definities, die het toepassingsgebied van de richtlijn afbakenen, houden 8 andere definities (producent, compatibiliteit, functionaliteit, interoperabilteit, duurzame gegevensdrager, commerciële garantie, duurzaamheid, kosteloos) verband met bepaalde specifieke aspecten van de regels die opgenomen zijn in deze afdeling; zij behoeven geen specifieke commentaar. Het begrip “commerciële garantie “is afgestemd op dit dat is gedefinieerd in het Wetboek van Economisch Recht (in artikel 1.8,, 37°). De definitie van “openbare veiling” houdt verband met het toepassingsgebied en komt aan bod in een toelichting bij $ 2. Paragrafen 2 en 3 behandelen meer specifiek het toepassingsgebied van deze afdeling. Voor een goed begrip van de specifieke draagwijdte van die paragrafen moet uiteraard worden gerefereerd aan $ 1, die de verschillende concepten ervan definieert. Het eerste lid preciseert dat de bepalingen van deze afdeling van toepassing zijn “op overeenkomsten voor de verkoop van goederen tussen een consument en een verkoper”. Het moet eerst en vooral gaan om een koopovereenkomst. In tegenstelling tot richtlijn 1999/44 heeft richtlijn 2019/771 de koopovereenkomst gedefinieerd als, “elke overeenkomst waarbij de verkoper eigendom van goederen overdraagt of zich ertoe verbindt deze over te dragen aan een consument en de consument de prijs, daarvan betaalt of zich ertoe verbindt die te betalen”. Er werd voor geopteerd om de koopovereenkomst niet te definiëren, aangezien deze definitie, zoals hierboven vermeld, te vinden is in de artikelen 1582 en 1583 van het oud Burgerlijk Wetboek. De afdeling ligt bovendien in lijn van hoofdstuk IV "Verplichtingen van de verkoper” onder Titel VI met als opschrift “Koop”. Net als in richtlijn 1999/44 is het toepassingsgebied van richtlijn 2019/771 uitgebreid tot bepaalde dienstenovereenkomsten (waarvan het voorwerp voornamelijk een verbintenis om iets te doen is): overeenkomsten voor de levering van nog te vervaardigen of te produceren goederen, evenals koopovereenkomsten die het instal leren van goederen zouden omvatten. De bepalingen van deze afdeling zullen van toepassing zijn indien het installeren deel uitmaakt van de koopovereenkomst en door de verkoper of onder diens verantwoordelijk heid moet worden uitgevoerd. Hierbij doelt men op de hypothese waarin het installeren (verbintenis om iets te doen - aannemingsovereenkomst) de aanvulling op een koopovereenkomst zou inhouden. Vanaf dat ogenblik zal de wettelijke waarborg van toepassing zijn zowel op de gebreken van het verkochte goed als op de gebreken die het gevolg zijn van het installeren, ook al gebeurde dat niet door de verkoper zelf maar onder diens verantwoor delijkheid. Wat dat laatste punt betreft, wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 1649ter, 5 8. De verkoop moet slaan op een goed zoals gedefinieerd in paragraaf 1. De regels van deze afdeling zullen dus ‘ook van toepassing zijn wanneer het gaat om goederen met digitale elementen. In dat verband zullen de toepassingsvoorwaarden worden uiteengezet in de toelichting betreffende het tweede lid. De verkoop moet worden voltrokken tussen een verkoperfhandelaar en een consument zoals omschreven in paragraaf 1. Hierbij wordt verwezen naar de toelichting bij paragraaf 1 Paragraaf 2, tweede lid, betreft het toepassingsgebied van de afdeling op goederen met een digitaal element. Wanneer een overeenkomst voorziet in de levering van digitale inhoud of digitale diensten, gelden in principe de bepalingen van de nieuwe Titel Vlbis, houdende omzetting van richtlijn 2019/770. ‘Teneinde de consument beter te beschermen en de toepassing van twee verschillende regelingen te voorkomen, werd evenwel beslist om de regeling bepaald bij richtlijn 2019/771 toe te passen op goederen met digitale elementen wanneer die laatste worden geleverd met de goederen in het kader van de koopovereenkomst, ongeacht door de verkoper of door een derde. ‘Overweging 15 van richtlijn 2019/771 geeft aan dat de inhoud van de overeenkomst preciseert of de levering van de verwerkte of verbonden digitale inhoud/dienst deel uitmaakt van de koopovereenkomst met de verkoper: ofwel is de levering uitdrukkelijk vereist door de overeenkomst, ofwel is zij niet uitdrukkelijk vereist maar maakt de levering van een specifieke digitale inhoud/ dienst een gebruikelijk bestanddeel uit van goederen van hetzelfde type en kan de consument de levering ervan redelijkerwijs verwachten, gezien de aard van de goederen en rekening houdend met publieke mededelingen die zijn gedaan door of namens de verkoper of andere personen in eerdere schakels van de transactieketen, waaronder de producent. ‘Teneinde de consument te beschermen en onzekerheid te voorkomen, stipuleert de bepaling ook dat, bij twijfel rond de vraag of de levering van de verwerkte of verbonden digitale inhoud/dienst deel uitmaakt van de koopovereenkomst, deze inhoud/dienst verondersteld wordt onder de koopovereenkomst te vallen. In de overweging worden concrete voorbeelden gegeven om de bepaling te illustreren: “Indien bijvoorbeeld in een advertentie een smart-tv met een bepaalde videotoepassing wordt voorgesteld, zou deze videotoepassing worden geacht deel uit te maken van de koopovereenkomst. Dit moet gelden ongeacht of de digitale inhoud of digitale dienst vooraf is geïnstalleerd in het goed zelf dan wel nadien moet worden gedownload op een ander apparaat en alleen maar met het goed is verbonden. Zo kan een smartphone uit hoofde van de koopovereenkomst worden geleverd met een gestandaardiseerde vooraf geïnstalleerde applicatie, zoals een alarmapplicatie of een camera-applicatie. Een ander mogelijk voorbeeld is dat van een smartwatch. In dit geval zou de smartwatch zelf het goed met digitale elementen zijn, dat zijn functies alleen kan vervullen met behulp van een volgens de koopovereenkomst geleverde applicatie die de consument moet downloaden op een smartphone; de applicatie zou dan het verbonden digitale element zijn. Dit moet ook gelden wanneer de verwerkte of verbonden digitale inhoud of digitale dienst niet wordt geleverd door de verkoper zelf, maar overeenkomstig de koopovereenkomst door een derde wordt geleverd”. Wordt daarentegen beschouwd als een overeenkomst die los staat van de koopovereenkomst - de overeenkomst voor de levering van digitale inhoud/dienst die is afgesloten door een consument die geen deel uitmaakt van de overeenkomst voor de verkoop van goederen met digitale elementen - of de levering van verwerkte of verbonden digitale elementen van een goed die niet in overeenstemming zijn met de definitie van “goederen met digitale elementen”, dat wil zeggen dat het ontbreken ervan niet belet dat het goed zijn functies vervult. Die losstaande overeenkomst die slaat op de digitale elementen zou onder het toepassingsgebied van Titel Vlbis kunnen vallen indien aan de voorwaarden is voldaan Ook hier worden in overweging 16 concrete voorbeelden ter ilustratie van de losstaande overeenkomst: “indien de consument een spel uit een appstore downloadt op een smartphone, staat de overeenkomst voor de levering van het spel los van de overeenkomst voor de verkoop van de smartphone zelf. Om die reden dient deze richtlijn enkel van toepassing te zijn op de koopovereenkomst betreffende de smartphone, terwijl de levering van de spelapplicatie onder richtlijn (EU) 2019/770 moet vallen, wanneer aan de voorwaarden van die richtlijn is voldaan. Een ander voorbeeld zou een situatie zijn waarin uitdrukkelijk wordt overeengekomen dat de consument een smartphone zonder specifiek besturingsysteem koopt en vervolgens een overeenkomst sluit voor de levering van een besturingssysteem door een derde. In een dergelijk geval zou de levering van het afzonderlijk gekochte besturingssysteem geen deel uitmaken van de koopovereenkomst en zou die niet binnen het toepassingsgebied deze richtlijn vallen, maar zou die binnen het toepassingsgebied van richtlijn (EU) 2019/770 vallen, wanneer aan de voorwaarden van die richtlijn is voldaan”. Paragraaf 3 sluit een reeks goederen uit van het toepassingsgebied van deze afdeling. Aldus worden digitale inhoud en digitale diensten niet beoogd door deze afdeling, met uitzondering van verwerkte of verbonden digitale inhoud of diensten van een goed voor zover het ontbreken ervan belet dat het goed zijn functies vervult. Voor het overige wordt verwezen naar de toelichting bij paragraaf 2, tweede lid. De materiële gegevensdragers die uitsluitend als drager van digitale inhoud dienen, worden eveneens uitgesloten van het toepassingsgebied van deze afdeling en vallen uitdrukkelijk onder Titel Vbis. In navolging van richtlijn 1999/44 worden goederen die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht eveneens uitgesloten van de bepalingen van deze afdeling. In overeenstemming met de wet houdende omzetting van richtlijn 1999/44 werd hier besloten om geen gebruik te maken van de mogelijkheid die de lidstaten wordt geboden om tweedehandsgoederen die op openbare veilingen worden verkocht uitte sluiten van het toepasIn de rechtsleer hebben sommige auteurs erop gewezen dat een dergelijke positie nadelig is voor bedrijven, met name in de kunst- en antiekveilingsector (M. VAN DEN ABBEELE, “La vente publique volontaire d'antiquités, d'objets d'art et de collections”, D.C.C.R., 2009/1, biz. 20; B. DEMARSIN, “De (nefaste) impact van de consumentenkoop op het kunstveilingwezen”, noot onder Civ. Bruxelles, 2 januari 2012, D.A.O.R., 2012, biz. 205). Hetzelfde geldt voor de verkoop van oldtimers, waarvoor de praktijk kon wachten op een afwezigheid van garantie. Hetis echter belangrijk dat de consument op dezelfde manier wordt beschermd, ongeacht of het tweedehands goed op een openbare veiling of via een ander verkoopkanaal is verkocht, zonder dat dit voor bepaalde categorieën goederen een verschil maakt. Er moet ook rekening worden gehouden met het fet dat de conformiteit van het goed kan worden beoordeeld door rekening te houden met de specifieke aard van het verkochte goed, wat ertoe kan leiden dat rekening wordt gehouden met zijn leeftijd en andere bijzondere kwaliteiten. In tegenstelling tot richtlijn 1999/44 biedt artikel 3, $ 5, van richtlijn 2019/771 de lidstaten de mogelijkheid ‘om levende dieren van de werkingssfeer van de richtlijn uit te sluiten. Deze optie werd gekozen. Het nieuwe boek 3 “Goederen” van het Nieuwe Burgerlijk Wetboek dat op 1 september 2021 in werking treedt, stelt in artikel 3.39 immers dat: “Dieren hebben een gevoelsvermogen en hebben biologische noden. De bepalingen met betrekking tot lichamelijke voorwerpen zijn op dieren van toepassing, met inachtneming van de wettelijke en reglementaire bepalingen ter bescherming van dieren en van de openbare orde.”. Volgens dit tweede lid zou de huidige conformiteitsregeling logischerwijs, “automatisch” van toepassing zijn op dieren, zelfs bij gebrek aan precisering in de tekst van deze afdeling. In de jurisprudentie wordt de conformiteitsregeling immers al vele jaren toegepast op de verkoop van een dier door een professionele verkoper aan een consument. (Zie deze rechtspraak geciteerd door C
DELFORGE
et Y. NINANE, “Section 2 - Le champ d'application de Ja garantie légale”, Théorie générale des obligations et contrats spéciaux, Brussel, Larcier, 2016, p. 360, nr. 30). Erkend moet echter worden dat de toepassing van de wettelijke garantie met betrekking tot consumptie goederen misschien niet het meest geschikt is voor de verkoop van levende dieren. Kan de verkoop van een computer of een auto op dezelfde wijze worden behandeld als die van een kat of een paard? In het geval van levende dieren zijn de termen “gebrek” en “reparatie” niet op hun plaats. Termen als pathologie en genezing zouden meer op hun plaats zijn. Evenzo dient de hiërarchie van rechtsmiddelen zoals die is voorzien voor de garantieregeling voor consumptiegoederen, niet van toepassing te zijn op de verkoop van levende dieren. Consumenten die gehecht zijn geraakt aan een dier zijn vaak niet geïnteresseerd in “vervanging” of beëindiging van het contract. Daarom wordt voorgesteld overeenkomsten voor de verkoop van levende dieren van de werkingssfeer van deze afdeling uit te sluiten. Voor de verkoop van levende dieren door handelaren aan consumenten zullen specifieke en relevante voorschriften worden vastgesteld die een hoog niveau van consumentenbescherming waarborgen. Wij verwijzen naar de toelichting bij arti kel 23van het project, dat voorziet in overgangsregelingen in afwachting van de nieuwe wetgeving Art. 4 Deze bepaling beoogt in hoofdzaak de wijziging van artikel 1649ter van het oud Burgerlijk Wetboek overeenkomstig richtlijn 2019/771. Dat artikel legt, ten aanzien van de verkoop van consumptiegoederen die in deze afdeling wordt beoogd, de toepassingsvoorwaarden uit artikel 1604, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek vast, dat bepaalt dat “de verkoper aan de koper een zaak [moet] leveren die met de overeenkomst in overeenstemming is”. Het is zaak te benadrukken dat de aldus aangebrachte preciseringen enkel betrekking hebben op de eigenlijke conformiteit van het geleverde goed en dus niet op de overige aspecten van de leveringsverbintenis, van de verkoper, zoals plaats en tijdstip van levering, of het recht van de verkoper om tegenover de koper de exceptie van niet-uitvoering te stellen (detentierecht), die integraal geregeld blijven door de artikelen 1604 tot 1624 betreffende de leveringsverbintenis. Krachtens artikel 1649ter, $ 1, moet het door de verkoper geleverde goed, om in overeenstemming te zijn met de overeenkomst, noodzakelijkerwijs voldoen aan de vereisten die vermeld staan in de paragrafen die volgen. Paragraaf 2 betreft de subjectieve conformiteitscriteria. In tegenstelling tot huidig artikel 1649ter, 5 1, waarin subjectieve en objectieve conformiteitscriteria in een enkele paragraaf waren samengevoegd overeenkomstig richtlijn 1999/44, is ervoor geopteerd om onderscheid te maken tussen de subjectieve en objectieve criteria door ze onder te brengen in afzonderlijke bepalingen. De subjectieve conformiteitscriteria zijn bepaald in de koopovereenkomst. Zoals nader bepaald in overweging 26 van de richtlijn, “moeten de goederen voldoen aan de vereisten die de verkoper en de consument in de koopovereenkomst zijn overeengekomen. Zulke vereisten kunnen onder meer betrekking hebben op de hoeveel heid, de kwaliteit …” Vier criteria zijn vermeld en zijn “voor zover” van toepassing. Het is geenszins een exhaustieve lijst, zoals overweging 26 preciseert. Deze criteria, waarvan sommige welbekend zijn in het kader van het kooprecht voor consumenten, zijn de volgende: - het goed moet overeenstemmen met de beschrijving, in ruime zin, van het goed die gegeven is door de verkoper (omschrijving, type, hoeveelheid, kwaliteit, functionaliteit, compatibiliteit en interoperabilteit - het goed moet overeenstemmen met elk bijzonder door de consument gewenst gebruik, op voorwaarde dat zulks uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst is, meegedeeld aan de verkoper en dat laatstgenoemde heeft aanvaard; uiteraard zal de consument daarvan het bewijs moeten leveren (bijvoorbeeld: door dat gebruik uitdrukkelijk te laten opnemen in de koopovereenkomst); - het goed moet worden geleverd samen met al het toebehoren en alle instructies, met inbegrip van de installatie-instructies, zoals bepaald in de overeenkomst; - het goed moet van updates worden voorzien, zoals bepaald in de overeenkomst. Wat het eerste criterium betreft, wordt in overweging 27 van de richtlijn onderscheid gemaakt tussen functionaliteit en interoperabiliteit: “Het begrip “tunctionaliteit” moet worden geacht betrekking te hebben op de manieren waarop de goederen met betrekking tot hun doel hun functies kunnen vervullen. Het begrip “interoperabiïteit” geeft aan of en in hoeverre de goederen in staat zijn te functioneren met hardware of software die anders is dan die waarmee goederen van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt. Een succesvolle werking zou bijvoorbeeld het vermogen van de goederen kunnen zijn om informatie uit te wisselen met dergelijke andere software of hardware en om de uitgewisselde informatie te gebruiken”. De verplichting om een conforme zaak te leveren naar Belgisch recht bestrijkt zowel de verplichting om een zaak feitelijk te leveren als de verplichting om een zaak te leveren die in overeenstemming is met die welke het. voorwerp van instemming was (C. Delforge, Les principales obligations du vendeur, in Précis des contrats ‘spéciaux, Kluwer, 2015, biz. 235, punt 213). Aldus wordt het voorlaatste criterium - de verplichting tot levering van het toebehoren van een zaak - geregeld door de artikelen 1614 en 1615 van het oud Burgerlijk Wetboek ‘en maakt het deel uit van die verplichting om een zaak te leveren. Onder het toebehoren wordt verstaan het materiële en juridische toebehoren van een zaak. De richtlijn beschouwt de levering van het toebehoren als, zodanig als een conformiteitscriterium. Het laatste criterium betreft de updates waartoe de verkoper overeengekomen is om ze te leveren aan de consument, gezien de voortdurende en snelle ontwikkeling van de verwerkte digitale inhoud/diensten. Het gaat wel degelijk om contractueel overeengekomen updates. Die updates kunnen verschillende doeleinden hebben: de digitale inhoud of digitale dienst optimaliseren of vergroten, de functionaliteiten ervan uitbreiden, aanpassen aan de technologische ontwikkelingen, beschermen tegen nieuwe beveiligingsdreigingen of andere. Overweging 28 preciseert dat de conformiteit dus wordt beoordeeld met betrekking tot de vraag of de digitale inhoud of digitale dienst van die goederen is geüpdatet overeenkomstig de koopovereenkomst. Niet-levering van updates die overeengekomen zijn in de koopovereenkomst moet bijgevolg worden beschouwd als een conformiteitsgebrek van de goederen. Gebrekkige of onvolledige updates worden beschouwd als een conformiteitsgebrek van de goederen, aangezien niet wordt overgegaan tot de uitvoering van die updates op de wijze die is vastgesteld in de koopovereenkomst. Veeleer dan de verplichting tot update te beschouwen als een verplichting om iets te doen, die wordt opgelegd aan de verkoper en die zou worden bestraft met de nietuitvoering van de overeenkomst, is in de richtlijn ervoor geopteerd om daarvan een conformiteitscriterium te maken, waardoor de consument een beroep kan doen op de voorziene remedies geniet in geval van conformiteitsgebrek. Het conformiteitsgebrek wordt aldus zeer ruim opgevat aangezien het niet enkel doelt op een intrinsiek of functioneel gebrek dat reeds aanwezig was ten tijde van de levering van het goed, maar ook op de niet-levering van updates of op gebrekkige updates. Paragrafen 3 tot 7 hebben betrekking op de objectieve conformiteitscriteria waaraan de goederen moeten voldoen om conform te zijn. Paragraaf 3 omvat de volgende criteria voor de beoordeling van de conformiteit van het goed: 1° het goed moet geschikt zijn voor het doeleinde waarvoor goederen van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt; 2° het goed moet, in voorkomend geval, overeenstemmen met de kwaliteit van een monster of model dat door de verkoper is voorgesteld aan de consument; 3° het goed moet, in voorkomend geval, worden geleverd samen met het toebehoren en de instructies die de consument redelijkerwijs mag verwachten; 4° het goed moet de kwaliteiten en kenmerken bezitten die voor hetzelfde type goederen normaal zijn en die de consument redelijkerwijs mag verwachten, gezien de aard van de goederen en rekening houdend met publieke mededelingen die zijn gedaan door de verkoper of andere personen in eerdere schakels van de transactieketen, of namens die personen. Het merendeel van de criteria (1°, 2°, 4°) was reeds opgenomen in richtlijn 1999/44, en sommige ervan zijn “gemoderniseerd” doordat bijvoorbeeld de functionali teit, de compatibiliteit of de veiligheid van de goederen wordt vermeld. Paragraaf 4 preciseert de gevallen waarin de verkoper niet gebonden is door de publieke mededelingen bedoeld in 5 3, 4°. Het betreft soortgelijke gevallen als in richtlijn 1999/44. Paragraaf 5 voegt een nieuw objectief conformiteitseriterium in voor goederen met digitale elementen. De verkoper moet updates leveren zodat goederen met digitale elementen conform blijven. Zij worden toegevoegd aan de eventuele contractueel overeengekomen updates. Zoals vermeld in overweging 30 van de richtlijn blijft de verplichting van de verkoper “beperkt tot updates die noodzakelijk zijn voor het behoud van de conformiteit van dergelijke goederen met de objectieve en subjectieve conformiteitsvereisten. Tenzij de partijen bij overeenkomst anders zijn overeengekomen, is de verkoper niet verplicht geactualiseerde versies van de digitale inhoud of digitale dienst van de goederen te leveren of de functionaliteiten van de goederen verder te laten reiken dan de conformiteitsvereisten. Als een update die is geleverd door de verkoper of door een derde die overeenkomstig de koopovereenkomst de digitale inhoud of digitale dienst levert, een conformiteitsgebrek van het goed met digitale elementen veroorzaakt, is de verkoper aansprakelijk voor het herstel van de conformiteit van het goed”. De verkoper zorgt ervoor dat de consument de updates ontvangt gedurende een periode die verschillend zal zijn naargelang de overeenkomst voorziet in een continue levering van de digitale inhoud/dienst of in een eenmalige levering van de digitale inhoud/dienst. Voor goederen met digitale elementen, wanneer de overeenkomst voorziet in de continue levering van de digitale inhoud/dienst gedurende een bepaalde periode, moet de consument de updates ontvangen binnen een termijn van twee jaar zodra de goederen zijn geleverd of gedurende de periode waarin de digitale inhoud/dienst wordt geleverd krachtens de koopovereenkomst, wanneer de overeenkomst voorziet in een continue levering gedurende meer dan twee jaar. Overweging 31 preciseert dat “waar de digitale inhoud of digitale dienst die verwerkt is in of verbonden is, aan de goederen, wordt geleverd door middel van een eenmalige levering, de verkoper alleen aansprakelijk [mag] zijn voor het conformiteitsgebrek ten tijde van de levering. De verplichting om updates te verstrekken heeft echter te maken met het feit dat de digitale omgeving van een dergelijk goed voortdurend verandert Updates zijn daarom een noodzakelijk instrument om ervoor te zorgen dat de goederen op dezelfde wijze kunnen functioneren als ten tijde van de levering. In tegenstelling tot traditionele goederen staan goederen met digitale elementen voorts niet volledig los van de verkoper, ‘omdat de verkoper, of een derde die uit hoofde van de koopovereenkomst de digitale inhoud of digitale dienst levert, de goederen op afstand, meestal via het intenet, kan updaten. Indien de digitale inhoud of digitale dienst wordt geleverd door middel van een eenmalige levering, is de verkoper dan ook ertoe gehouden de updates te verstrekken die nodig zijn om de goederen met digitale elementen conform te houden tijdens een periode die de consument redelijkerwijs mag verwachten, ook wanneer de goederen conform waren op het tijdstip van de levering. De periode gedurende welke de consument redelijkerwijs mag verwachten updates te ontvangen, moet worden bepaald op basis van het type en het doel van de goederen en de digitale elementen, rekening houdend met de omstandigheden en de aard van de koopovereenkomst. Normaal gesproken zou een consument verwachten updates te ontvangen gedurende ten minste de periode gedurende welke de verkoper aansprakelijk is voor een conformiteitsgebrek, hoewel de redelijke verwachting van de consument in sommige gevallen langer is dan die periode, in het bijzonder in het geval van beveiligingsupdates. In andere gevallen, bijvoorbeeld met betrekking tot goederen met digitale elementen waarvan het doel een beperkte tijdsduur heeft, zou de verplichting van de verkoper om updates te verstrekken normaal gesproken tot die periode beperkt blijven”. Paragraaf 6 heeft betrekking op het niet of verkeerd installeren van de updates. Zoals vermeld in overweging 30 staat het “de consument vrij om de geleverde updates al dan niet te installeren. Indien de consument besluit de updates die nodig zijn om de conformiteit van goederen met digitale elementen te waarborgen niet te installeren, mag de consument niet verwachten dat de conformiteit van dergelijke goederen gewaarborgd blijft. De verkoper moet de consument meedelen dat het besluit van de consument om niet over te gaan tot het installeren van updates, waaronder beveiligingsupdates, die nodig zijn ‘om de goederen conform te houden gevolgen zal hebben voor de aansprakelijkheid van de verkoper voor de conformiteit van die kenmerken van de goederen met digitale elementen waarvan de desbetreffende updates de conformiteit worden geacht te handhaven.” Dat betekent dat de verkoper niet aansprakelijk is voor een eventueel conformiteitsgebrek als dat uitsluitend het gevolg is van het niet-installeren voor zover hij de voormelde informatie heeft doorgegeven en het niet of verkeerd installeren ervan door de consument niet te wijten was aan tekortkomingen in de installatie-instructies. Paragraaf 7 stipuleert dat, wanneer de consument bij het sluiten van de koopovereenkomst uitdrukkelijk ervan in kennis werd gesteld dat een specifiek kenmerk van de goederen afweek van de objectieve conformiteitsvereisten, hij geen conformiteitsgebrek met betrekking tot dat kenmerk zal kunnen aanvoeren aangezien hij het goed met kennis van zaken heeft gekocht. Om te worden vrijgesteld van zijn verbintenis, behoort de verkoper het bewijs te leveren dat de consument die afwijking uitdrukkelijk en afzonderlijk heeft aanvaard bij het sluiten van de koopovereenkomst In navolging van het bepaalde in huidig artikel 1649ter, $ 4, dat de omzetting van richtlijn 1999/44 behelst, stelt paragraaf 8 elk gebrek dat het gevolg is van een verkeerde installatie van het goed, met inbegrip van de verkeerde installatie van de digitale inhoud of digitale dienst die verwerkt is in of verbonden is aan het goed, gelijk met een conformiteitsgebrek van het goed, wanneer zij deel uitmaakt van de koopovereenkomst en door de verkoper of onder diens verantwoordelijkheid werd uitgevoerd. Enkel de installatie “die deel uitmaakt van de koopovereenkomst” wordt hier beoogd. Aldus gaat het om het geval waarin de installatie (verplichting om, iets te doen - aannemingsovereenkomst) de aanvulling op een koopovereenkomst zou inhouden. Vanaf dat ogenblik zal de wettelijke waarborg van toepassing zijn zowel op de gebreken van het verkochte goed als op de gebreken die het gevolg zijn van de installatie, ook al werd die installatie niet uitgevoerd door de verkoper zelf maar onder zijn verantwoordelijkheid. Zoals overweging 34 overigens preciseert, wanneer het de bedoeling is dat de consument de goederen installeert, wordt een conformiteitsgebrek als gevolg van verkeerde installatie beschouwd als een conformiteitsgebrek van de goederen, ongeacht of de installatie door de consument of door een derde onder de verantwoordelijkheid van de consument is uitgevoerd, indien de niet-correcte installatie te wijten is aan tekortkomingen in de installatie-instructies zoals onvolledigheid of een gebrek aan duidelijkheid van de installatie-instructies die ze moeilijk te gebruiken maken door de gemiddelde consument.
Art.5 Dit artikel brengt enkele wijzigingen aan in artikel 1649quater. Overeenkomstig het advies van de Raad van State worden alle wijzigingen van artikel 1649quater van het oude Burgerlijk Wetboek samengebracht in één artikel. Daarom zijn de wijzigingen in de artikelen 6 tot ‘en met 10 van het voorontwerp nu opgenomen in de punten 4 tot en met 8 van artikel 5 Het eerste lid van $ 1 heeft met name betrekking op de duur van de garantie. Voorgesteld wordt om het eerste lid te handhaven zoals het voorkomt in het oude Burgerlijk Wetboek en dus geen wijziging aan te brengen, aangezien de oplossing van richtlijn 2019/771 in dit opzicht identiek is aan dat van richtlijn 1999/44. De termijn gedurende welke de consument recht heeft op een remedie voor elk conformiteitsgebrek dat zou bestaan op het tijdstip dat relevant is voor de vaststel ling van conformiteit, bedraagt twee jaar. Het betreft een termijn van minimumharmonisatie, zoals bedoeld in richtlijn 2019/771 (artikel 10). In de richtlijn wordt die keuze gemotiveerd als volgt: “Aangezien een grote meerderheid van de lidstaten bij de uitvoering van richtlijn 1999/44/EG heeft voorzien in een termijn van twee jaar en die periode in de praktijk door marktdeelnemers wordt beschouwd als een redelijke termijn, moet die periode worden gehandhaafd. (…) Om ervoor te zorgen dat de lidstaten over de flexibiliteit beschikken om het niveau van consumentenbescherming in hun nationale recht te waarborgen, moet het de lidstaten vrijstaan in langere termijnen voor aansprakelijkheid van de verkoper te voorzien dan die welke in deze richtlijn zijn vastgesteld”. ‘Aldus wordt, overeenkomstig de richtlijn, geopteerd voor de handhaving van een termijn van twee jaar voor het merendeel van de goederen, behalve voor de goederen met digitale elementen wanneer de overeenkomst voorziet in een continue levering van meer dan twee jaar (zie toelichting bij artikel 6). Voor het ogenblik immers, zoals te lezen staat in het advies van de Hoge Raad voor de zelfstandigen en de kmo (advies betreffende de omzetting van twee richtlijnen consumentenrecht, biz. 4 en 5), geldt in de meeste lidstaten (23) een garantietermijn van twee jaar, waardoor een zekere harmonisatie gegarandeerd is en de cross-borderverkoop wordt vergemakkelijkt ‘on certain aspects concerning contracts for the online ‘and other distance sales of goods, 31 oktober 2017), de wettelijke garantietermijn van 2 jaar effectief een zeer groot deel van de door de consument vastgestelde gebreken dekken, vermits in 96 % van de recente probleemgeval len van defecte goederen de consumenten het gebrek vastgesteld hebben in de loop van de eerste twee jaar volgend op de aankoop (bladzijde 23-24). In navolging van richtlijn 1999/44, voor goederen zonder digitale elementen of voor goederen met digitale elementen wanneer de koopovereenkomst in een eenmalige levering voorziet, is de verkoper aansprakelijk voor elk gebrek dat bestaat ten tijde van de levering van het goed en dat zich voordoet binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf de levering (zie ook toelichting bij artikel 6). Punt 1° voegt een nieuw lid in tussen de leden 1 en 2 van artikel 1649quater, dat betrekking heeft op de garantietermijn voor goederen met digitale elementen, wanneer de koopovereenkomst voorziet in de continue levering van de digitale inhoud/dienst gedurende een bepaalde periode. In tegenstelling tot hetgeen bepaald is voor goederen zonder digitale elementen of voor goederen met digi tale elementen wanneer de koopovereenkomst in een eenmalige levering voorziet (gevallen bestreken door artikel 1649quater, 5 1, eerste lid), hoeft het gebrek met betrekking tot goederen met digitale elementen, wanneer de koopovereenkomst voorziet in de continue levering van de digitale inhoud/dienst gedurende een bepaalde periode, niet te bestaan ten tijde van de levering maar moet het “aan het licht komen of zich voordoen” binnen twee jaar na het tijdstip waarop de goederen werden geleverd. Overweging 37 van richtlijn 2019/771 preciseert overigens: “Ter versterking van de rechtszekerheid voor zowel consumenten als verkopers is het nodig duidelijk aan te geven op welk moment er sprake van conformiteit van de goederen moet zijn. Het relevante tijdstip om de conformiteit van de goederen te beoordelen moet het tijdstip zijn waarop de goederen worden geleverd. Dit moet ook gelden voor goederen met daarin verwerkte of daaraan verbonden digitale inhoud of een digitale dienst die worden geleverd door middel van een eenmalige levering. Wanneer de digitale inhoud of digitale dienst verwerkt in of verbonden aan de goederen echter gedurende een bepaalde periode continu moet worden geleverd, is het relevante tijdstip voor de bepaling van de conformiteit van die digitale inhoud of digitale dienst niet een welbepaald tijdstip, maar een periode, die aanvangt op het leveringstijdstip. Ter wille van de rechtszekerheid moet die periode gelijk zijn aan de periode waarin de verkoper aansprakelijk is voor een conformiteitsgebrek” Die duur voor de levering van goederen met digitale elementen wanneer de overeenkomst voorziet in een continue levering, varieert naargelang zij voorziet in een continue levering gedurende meer dan twee jaar of niet. Indien de overeenkomst voorziet in een levering gedurende meer dan twee jaar, is de verkoper aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek dat zich voordoet of aan het licht komt tijdens de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst volgens de overeenkomst wordt geleverd. Indien voorzien is in de continue levering gedurende twee jaar of minder, is de verkoper aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek dat zich voordoet of aan het licht komt binnen twee jaar na het tijdstip waarop de goederen werden geleverd. ‘Overweging 39 van richtlijn 2019/771 preciseert eveneens het tijdstip dat goederen worden geacht te zijn geleverd, wanneer het gaat om goederen met digitale elementen. Wanneer de overeenkomst voorziet in een eenmalige levering wordt het goed geacht te zijn geleverd wanneer de fysieke component van de goederen is geleverd en de eenmalige levering van de digitale inhoud of digitale dienst heeft plaatsgevonden. Wanneer de overeenkomst voorziet in een continue levering wordt het goed geacht te zijn geleverd wanneer de fysieke component van de goederen is geleverd en de continue levering van de digitale inhoud of digitale dienst gedurende een bepaalde periode is begonnen. Overweging 39 preciseert dat, indien de fysieke component eerder wordt geleverd, het relevante tijdstip voor de bepaling van de conformiteit dan het tijdstip moet zijn waarop de digitale inhoud of digitale dienst is geleverd, aangezien de consument niet in staat om een gebrek van de fysieke component waar te nemen voordat de digitale inhoud of digitale dienst is geleverd. Dit betekent dat de verkoper de digitale inhoud of digitale dienst ook beschikbaar moet stellen aan of toegankelijk moet maken voor de consument op een zodanige wijze dat de digitale inhoud of digitale dienst, of een middel dat geschikt is om die te downloaden of toegankelijk te maken, de consument heeft bereikt en er geen verdere actie vanwege de verkoper nodig is om de consument in staat te stellen de digitale inhoud of digitale dienst te gebruiken overeenkomstig de overeenkomst, bijvoorbeeld door een link of een downloadoptie aan te bieden In punt 2°, betreft het een technische aanpassing met het oog op het integreren van de termijnen ingevoegd in artikel 1649quater, $ 1, eerste een tweede lid, waardoor zij aldus kunnen worden opgeschort voor de duur die nodig is voor de herstelling of de vervanging van het goed of in geval van onderhandelingen gevoerd tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking. In punt 3° zoals thans het geval is wordt voorzien in de handhaving van de mogelijkheid voor de contracterende partijen om te voorzien in een kortere garantietermijn wanneer het goed tweedehands is, waarbij deze evenwel niet minder dan 1 jaar mag zijn. Aangezien een nieuw tweede lid werd ingevoerd teneinde rekening te houden met de specifieke garantietermijn voor goederen met digitale elementen wanneer de overeenkomst voorziet in een continue levering, moet evenwel daaraan worden gerefereerd en moeten bijgevolg de woorden “twee jaar” worden geschrapt, die enkel betrekking hebben op garantietermijn voor goederen zonder digitale elementen en voor goederen met digitale elementen wanneer de overeenkomst voorziet in een eenmalige levering van de digitale inhoud/dienst. Wanneer voor tweedehandsgoederen een kortere garantieperiode geldt, moet de verkoper de consument bovendien op duidelijke en ondubbelzinnige wijze van deze termijn op de hoogte brengen. In het andere geval is de in artikel 1649quater, lid 1, punt 1 of 2, vastgestelde garantieperiode van toepassing. Het is aan de verkoper ‘om aan te tonen dat hij de consument op duidelijke en ondubbelzinnige wijze heeft geïnformeerd. Deze maatregel is genomen vanuit de bezorgdheid consumenten een grotere bescherming te bieden. Punt 4° vervangt artikel 1649quater, $ 2. Momenteel kunnen de verkoper en de consument op grond van het oud Burgerlijk Wetboek contractueel voorzien in een kennisgevingsverplichting, op voorwaarde dat de termijn ten minste twee maanden bedraagt. Overeenkomstig de adviezen van de bijzondere adviescommissie voor consumentenaangelegenheden en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de kmo wordt om redenen van rechtszekerheid voorgesteld de termijn van twee maanden in de wetgeving op te nemen en deze niet “aan de overeenkomst over te laten”. De consument hoeft niet langer de algemene voorwaarden te lezen om de termijn te kennen voor de verplichting ‘om het gebrek te melden. De partijen kunnen evenwel een langere periode overeenkomen. Punt 5° beoogt de invoering van een wijziging in paragraaf 3 van artikel 1649quater van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verjaringstermijn van de vordering van de consument. Het oud Burgerlijk Wetboek voorziet, overeenkomstig richtlijn 1999/44 (artikel 5 $ 2), in een verjaringstermijn van één jaar vanaf de dag waarop het gebrek wordt vastgesteld door de consument, “zonder dat die termijn vóór het einde van de termijn van twee jaar, bedoeld in $ 1, mag verstrijken”. De richtlijn bepaalde dat, indien een verjaringstermijn voor de rechten van de consument geldt krachtens de nationale wetgeving, die termijn niet kan verstrijken binnen een periode van twee jaar vanaf de aflevering. In richtlijn 2019/771 is een ietwat verschillende optie gehanteerd. Het is voornamelijk de bedoeling ervoor te zorgen dat de termijn voor de aansprakelijkheid van de verkoper niet wordt omzeild door de verjaringstermijn die geldt voor de remedies van de consument. Met andere woorden, zoals gepreciseerd in overweging 42, “Hoewel deze richtlijn derhalve niet het tijdstip waarop nationale verjaringstermijnen ingaan moet harmoniseren, moet wel worden gewaarborgd dat dergelijke verjaringstermijnen geen afbreuk doen aan het recht van de consumenten om hun remedies uit te oefenen voor een conformiteitsgebrek dat duidelijk wordt tijdens de periode waarin de verkoper aansprakelijk is voor een conformiteitsgebrek”. Bijgevolg wordt voorzien in een verjaringstermijn van een jaar vanaf de dag van de vaststelling van het gebrek door de consument, hetgeen de consument in staat stelt om de voorziene remedies uit te oefenen wanneer een gebrek aan het licht komt tijdens de garantieperiode. Het einde van de zin “zonder dat die termijn vóór het einde van de termijn van twee jaar, bedoeld in $ 1, mag verstrijken” wordt geschrapt. Het is immers zaak een eenvormige verjaringstermijn te voorzien voor alle koopovereenkomsten voor goederen, waaronder de goederen met digitale elementen, wanneer de overeenkomst betrekking heeft op de continue levering gedurende een bepaalde periode. Wat die laatste betreft, kon de actuele regeling niet worden aangehouden (zonder dat de termijn vóór het einde van de garantietermijn van twee jaar mag verstrijken), op gevaar af van een verjaring zonder “eind”, in het bijzonder wanneer de leveringsperiode onzeker is. Daarom werd geopteerd voor een termijn van maximaal een jaar, hetgeen de consument de nodige tijd laat om de bij de richtlijn voorziene remedies te kunnen uitoefenen en de wettelijke garantie te laten spelen. Die termijn vangt aan bij de vaststelling van het gebrek. Voorts dient te worden opgemerkt dat deze verjaringstermijnen in voorkomend geval overeenkomstig het gemene recht kunnen worden geschorst of gestuit. Punt 6 beoogt de wijziging van artikel 1649quater, $ 4, van het oud Burgerlijk Wetboek, door het optrekken van de termijn voor de omkering van de bewijslast van 6 maanden naar twee jaar. Wanneer een conformiteitsgebrek aan het licht komt, moet de consument in eerste instantie steeds het bewijs, leveren van het bestaan van een gebrek ten aanzien van de subjectieve of objectieve conformiteitscriteria. Het bewijs op zich van het gebrek volstaat evenwel niet, er moet tevens worden aangetoond dat het bestond ten tijde van de levering, hetgeen een uitermate lastige zaak is. richtlijn 1999/44 was innovatief, met de invoering van een vermoeden van aanwezigheid van het conformiteitsgebrek ten tijde van de levering. Dat vermoeden van voorafgaand gebrek speelt ten gunste van de consument, aangezien hij niet meer hoeft te bewijzen dat het gebrek bestond bij de levering. Bijgevolg bewerkstelligt dat vermoeden een verschuiving van de bewijslast bij de manifestatie van het gebrek aldus van de consument naar de verkoper, waarbij laatstgenoemde dient te bewijzen dat het gebrek zich gemanifesteerd heeft na de levering (Y. Ninane et O. Gilard, La garantie des biens de consommation, pratique du droit, Kluwer, 2010, p. 41). In werkelijkheid verkrijgt de garantietermijn zijn meerwaarde dankzij dat vermoeden. Zonder dat vermoeden wordt het voor de consument knap lastig, en in de meeste gevallen zelfs onmogelijk, om de garantie te laten spelen. Over het algemeen beschikt een consument niet over de technologische kennis en evenmin over de nodige middelen, en moet hij een beroep doen op een expert die vaak een alte dure prijs vraagt. Thans betekent dat in de praktijk dat een consument na zes maanden niet langer zijn rechten kan doen gelden, terwijl hij in feite over een wettelijke garantie van 2 jaar beschikt. Dat zet meerdere consumenten op het verkeerde been, aangezien zij ten onrechte menen dat zij de zaak probleemloos naar de verkoper kunnen terugbrengen gedurende twee jaar, in het geval een conformiteitsgebrek aan het licht komt. De doelmatigheid van de wettelijke garantie houdt verband met die omkering van de bewijslast. Met het oog op een betere bescherming van de consument stelt de richtlijn de lidstaten in de gelegenheid om een termijn van een of twee jaar in te voeren. De richtlijn is op dit punt maximaal geharmoniseerd. Indien de termijn voor de omkering van de bewijslast van 6 maanden op 1 jaar zou worden gebracht, dan zou men met precies dezelfde problemen te maken krijgen van zodra de periode van een jaar is verlopen. Die optie zou niet leiden tot een grote wijziging in de consumentenbescherming. Een, termijn van twee jaar verdient de voorkeur, teneinde de duur van de garantie en de duur van de omkering van de bewijslast op elkaar af te stemmen en aldus een betere consumentenbescherming te garanderen, aangezien de consument niet langer zal moeten aantonen dat het gebrek reeds bestond om een beroep te kunnen doen op de garantie. In dit artikel wordt dus voorgesteld de duur van de ‘omkering van de bewijslast te wijzigen van zes maanden naar twee jaar, wat de consument extra bescherming zal bieden. ‘and other distance sales of goods). De prijs vormt een belangrijke factor in de aankoopbeslissing van de consument. Maar ook andere factoren kunnen een rol spelen, zoals de kwaliteit van de dienstverlening en de bescherming die hij kan genieten, alsook de duurzaam heid van het goed. In die zin kan een omkering van de bewijslast gedurende een langere periode een positief verkoopsargument uitmaken. ‘Tot slot, deze maatregel zal ondernemingen aanzetten om de ontwikkeling van duurzamere goederen te overwegen. Voorts handhaaft de richtlijn de regel waarbij dat vermoeden niet speelt wanneer het onverenigbaar is, met de aard van de goederen of met de aard van het conformiteitsgebrek. Wat het bepalen van het conformiteitsgebrek betreft, maakt zij een soepele toepassing van dat vermoeden mogelijk naargelang het soort goed in kwestie. Zoals nader bepaald in overweging 45: “Dit laatste kan het geval zijn voor goederen die door hun aard slechter worden, zoals bederfelijke producten zoals, bloemen, (planten en voeding), of voor eenmalig gebruik bestemde goederen. Een voorbeeld van dit laatste kan een conformiteitsgebrek zijn als gevolg van een daad van de consument of van een externe oorzaak die plaatsvond nadat de goederen aan de consument werden geleverd”. ‘Ter illustratie kan ook het voorbeeld uit het advies van 21 mei 2021 van de bijzondere raadgevende commissie Verbruik worden aangehaald: “Als iemand bijvoorbeeld snijbloemen koopt en ze vervolgens een dag in de auto laat liggen in de volle zon, is het zeer moeilijk voor de verkoper om aan te tonen dat de bloemen niet in water werden gezet zoals het hoort”. We kunnen ook het voorbeeld nemen van de vertegenwoordigers van de distributie en de middenstand (advies, van 7 maart 2017 van de Raad voor het Verbruik, over de garantie voor consumptiegoederen) “dat er in het geval van bederfbare goederen, zoals bloemen, planten en voeding geen omkering van de bewijslast geldt. In deze gevallen kan de verkoper immers onmogelijk het bewijs, leveren dat de betrokken goederen niet de nodige zorg hebben gekregen die ze vereisen (zoals bijvoorbeeld water geven, inplanten, in de koelkast bewaren…)” Punt 7° behelst de invoeging van een nieuwe paragraaf met betrekking tot de omkering van de bewijslast voor goederen met digitale elementen, wanneer de koopdigitale inhoud/dienst gedurende een bepaalde periode. Het neemtintegraal artikel 11.3 uit richtlijn 2019/771 over. Voor dat soort goederen, wanneer de overeenkomst voorziet in een continue levering, preciseert overweging 45 dat “de consument niet gehouden [mag] zijn te bewijzen dat de digitale inhoud of de digitale dienst niet conform was gedurende de respectieve periode voor de vaststelling van conformiteit. Om de vordering van de consument te weerleggen zou de verkoper moeten bewijzen dat de digitale inhoud of de digitale dienst gedurende die periode conform was” Punt 8° beoogt de handhaving van de afstemming tussen de regeling van de wettelijke garantie en de regeling van de vrijwaring voor verborgen gebreken, waarin huidig artikel 1649quater, S 5, van het oud Burgerlijk Wetboek voorziet. Met de omzetting van richtlijn 1999/44 had de wetgever een nieuwe regeling voor de verkoop van consumptiegoederen ingevoerd, door de verplichting ‘om te leveren en de vrijwaring voor verborgen gebreken te fuseren tot een unieke verplichting om een conforme zaak te leveren. Dat betekent, zoals in dit artikel wordt aangehaald, dat het gemeenrechtelijke stelsel betreffende de vrijwaring voor verborgen gebreken van toepassing is na het verstrijken van de termijnen waarin voorzien is, voor de wettelijke garantie. De aanpassing is van louter technische aard en moet de wijziging in verband met de garantietermijnen in de artikel 5 tot uitdrukking brengen.
Art. 6 Overeenkomstig het advies van de Raad van State zijn alle wijzigingen die in artikel 1649quinquies van het oude Burgerlijk Wetboek zijn aangebracht, in één artikel samengebracht. Daarom zijn de wijzigingen die in de artikelen 11 tot en met 13 van het voorontwerp waren opgenomen, nu opgenomen in de punten 1 tot en met 3 van artikel 6 Punt 1° betreft een wijziging van louter technische aard met het oog op de wijziging van de verwijzingen naar de volgende paragrafen. Het principe in artikel 1649quinquies wordt gehandhaafd: het betreft de opsomming van de remedies voor de consument. richtlijn 2019/771 bepaalt dat, in het geval van een conformiteitsgebrek, de consumenten de goederen in conformiteit moeten kunnen laten brengen (herstelling, vervanging), een evenredige prijsvermindering verkrijgen of de overeenkomst laten ontbinden. Er zij ook op gewezen dat de richtlijn (artikel 3, lid 10, en overweging 61) de lidstaten de mogelijkheid biedt om speciale regels voor de vergoeding van schade vast te stellen. In dit opzicht behoudt het ontwerp de mogelijkheid voor de consument, zoals vermeld aan het begin van artikel 1649quinquies, $ 1 met de woorden “Naast desgevallend schadevergoeding, (…)”, om schadevergoeding te verkrijgen wanneer er ondanks de uitvoering van een van de sancties duidelijke schade blijft bestaan. Deze regeling die van toepassing is op de toekenning van schadevergoeding is die van de contractuele aansprakelijkheid volgens het gemene recht op basis van de artikelen 1149 en volgende van het oud Burgerlijk Wetboek. De artikelen 1645 en 1646 vormen niet de basis voor de vordering tot aanvullende schadevergoeding, die een onderscheid maakt naargelang de verkoper te goeder trouw of te kwader trouw is. De bepalingen betreffende de garantie tegen verborgen gebreken, waarvan deze artikelen deel uitmaken, zijn in feite pas van toepassing na het verstrijken van de termijnen van artikel 1649quater, $ 5. Zodra aan de voorwaarden van de thans bedoelde garantie is voldaan, is, de toekenning van de schadevergoeding “automatisch” (in die zin dat er bovendien geen bewijs van schuld of dus van kwade trouw van de verkoper voor nodig is) en dekt zij alle schade die niet is hersteld door het in overeenstemming brengen van de consumptiegoederen met de overeenkomst. Punt 2° wijzigt de paragrafen 2 en 3 van artikel 1649quinquies van het oud Burgerlijk Wetboek. De voorgestelde regeling is niet fundamenteel verschillend van de regeling die is ingesteld ingevolge de ‘omzetting van richtlijn 1999/44, behalve dat zij maximum: harmonisatie behelst en een versoepeling inhoudt van de hiërarchie van de remedies zoals zij was opgevat in de voormelde richtlijn Voortaan, wanneer een conformiteitsgebrek aan het licht komt, moet de consument de verkoper hiervan in kennis stellen teneinde hem in staat te stellen om het goed conform te maken. Zoals aangegeven in overweging 50 “{mag] de consument in beginsel dan ook niet onmiddellijk recht hebben op een prijsvermindering of op ontbinding van de overeenkomst (…)” Aldus blijft het beginsel van de hiërarchie van de remedies voortbestaan, zij het in soepelere vorm. De consument heeft immers het recht om de herstelling of vervanging van het goed te eisen jegens de verkoper. Zoals gepreciseerd in overweging 48, zou het feit dat consumenten om herstelling kunnen verzoeken, duurzame consumptie moeten stimuleren en bijdragen tot duurzamere producten. De keuze van de consument mag alleen worden beperkt wanneer de gekozen optie onrechtmatig of feitelijk onmogelijk is of, in vergelijking met de andere beschikbare oplossing, voor de verkoper onevenredige kosten met zich zou brengen. Het onevenredige karakter wordt beoordeeld ten aanzien van met name de waarde die de goederen zouden bezitten zonder conformiteitsgebrek, de omvang van het gebrek, of de eventuele mogelijkheid om te opteren voor de andere remedie zonder dat dit aanzienlijk ongemak voor de consument meebrengt. In de overweging wordt het voorbeeld gegeven van een consument die om vervanging van een goed zou verzoeken wegens een kleine kras, wanneer die vervanging zou leiden tot aanzienlijke kosten terwijl tegelijkertijd de kras gemakkelijk zou kunnen worden hersteld. Het criterium van de onevenredige kostprijs, geldt enkel wanneer de herstelling en de vervanging mogelijk zijn, want indien een van beide niet mogelijk is, wordt dit criterium ontoepasbaar en moet de verkoper het andere middel ten uitvoer brengen (M
TENREIRO
et S. GOMEZ, ‘La directive 1999/44/CE sur certains aspects, de la vente et des garanties des biens de consommation”, in REDC, 2000, p. 23). Deze verklaring moet nu echter wel worden genuanceerd, omdat de richtlijn een absoluut onevenredigdheidscriterium in hoofde van de verkoper heeft ingevoerd, waardoor hij de voorziene subsidiaire middelen, namelijk de prijsvermindering of de ontbinding, ten uitvoer kan brengen in het geval dat herstelling en vervanging onmogelijk is of onevenredige kosten voor de onderneming met zich mee zou brengen (ct. toelichting bij $ 4) De voorgestelde paragraaf 3 neemt integraal artikel 14 van de richtlijn over. Het eerste lid bepaalt de voorwaarden waarin de vervanging of herstelling wordt uitgevoerd. Ten eerste wordt gepreciseerd dat de herstelling of vervanging kosteloos wordt verricht. De uitdrukking “kosteloos” wordt gepreciseerd in artikel 3, 13° en betekent vrij van de noodzakelijke kosten die zijn gemaakt om de goederen conform te maken, met name de kosten van verzending, vervoer, werkuren of materiaal. Die herstelling of vervanging moet overigens worden verricht binnen een redelijke termijn vanaf het tijdstip waarop de verkoper door de consument in kennis is gesteld van het conformiteitsgebrek, en zonder emstige overlast voor de consument, rekening houdend met de aard van de goederen en met het door de consument beoogde gebruik. Wat de redelijke termijn betreft, wordt in overweging 55 bepaald dat deze “moet overeenstemmen met de kortst mogelijke termijn om de herstelling of vervanging te vol tooien. Die termijn moet objectief worden bepaald met als criteria de aard en complexiteit van de goederen, de aard en ernst van het conformiteitsgebrek, en de inspanning die nodig is om de herstelling of vervanging te voltooien” De overweging stelt de lidstaten in de gelegenheid om het begrip ‘redelijke termijn” te interpreteren door te voorzien in vaste termijnen die beschouwd worden als, redelijk per categorie van producten. Overeenkomstig het advies verstrekt door de BRC Verbruik (advies van 3 september 2019, Omzetting van de Europese richtlijnen inzake consumentenkoop van zowel goederen als digitale inhoud en diensten), wordt voorgesteld ‘om een zekere flexibiliteit te behouden naargelang de concrete context en het soort product, aangezien “de invulling van wat een redelijke termijn is immers anders [kan] zijn voor hetzelfde product wanneer er wel of geen vervangtoestel wordt aangeboden”. Uiteindelijk zal de rechter moeten beoordelen wat een redelijke termijn is, en wat een aanzienlijk ongemak voor de consument is, naar gelang het geval in kwestie en ten aanzien van de eerder aangehaalde elementen. Het tweede, derde en vierde lid nemen lid 2.3 en 4 uit artikel 14 van de richtlijn over. De voorwaarden inzake hersteling of vervanging zijn gepreciseerd overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie (arrest C-65/09 Weber-Putz, 16 juni 2011; arrest C-404/06 Quelle AG, 17 april 2008). Punt 3° voegt 4 nieuwe leden in artikel 1649quinquies in. Paragraaf 4 neemt artikel 13.3 van richtlijn 2019/771 over en voert een nieuwigheid ten opzichte van richtlijn 1999/44 in. Deze voorziet erin dat de verkoper kan weigeren de goederen conform te maken, niet alleen wanneer de herstelling en vervanging onmogelijk zijn, maar ook wanneer hem dat voor onevenredige kosten zou plaatsen. Het onevenredig karakter wordt beoordeeld, rekening houdend met de waarde die de goederen zouden hebben zonder het conformiteitsgebrek, en met de omvang van het conformiteitsgebrek. Overweging 49 voegt eraan toe dat “hetzelfde geldt wanneer een herstelling of vervanging onmogelijk is en de alternatieve remedie voor de verkoper tot buitensporige kosten leidt. Wanneer de goederen zich bijvoorbeeld op een andere plaats bevinden dan waar zij oorspronkelijk werden geleverd, kunnen de kosten van verzending en vervoer voor de verkoper buitensporig worden”. De eerste hypothese (herstelling en vervanging onmogelijk) was reeds beoogd door richtlijn 1999/44 en betrof een omstandig heid die los staat van de wil van de partijen, waardoor aldus kon worden overgegaan tot een andere remedie (prijsvermindering of ontbinding van de overeenkomst) Het criterium van de onevenredige kostprijs daarentegen is nieuw, aangezien de verkoper op grond daarvan de mogelijkheid wordt geboden om het goed niet conform te maken (herstelling of vervanging), zelfs in geval er nog steeds een manier van conform maken mogelijk is, maar zulks onevenredige kosten zou meebrengen (zoals, vermeld in het voorbeeld in overweging 49). Het gaat dus om een absoluut onevenredigheidscriterium, dat de verkoper in staat stelt om rechtstreeks over te gaan tot de overige remedies, meer bepaald de ontbinding van de overeenkomst of de prijsvermindering. Die nieuwe bepaling draagt bij tot een versoepeling van de hiërarchie van de remedies zoals zij tot op heden was beschouwd. De verkoper kan immers weigeren om een goed conform te maken, ook al is herstelling of vervanging mogelijk, maar al te duur blijkt. Paragraaf 5 is een weergave van de bepaling uit artikel 13.4 van richtlijn 2019/771. In navolging van richtlijn 1999/44 preciseert zij de hypothesen waarin de consument een prijsvermindering of de ontbinding van de overeenkomst kan eisen. Het betreft de volgende hypothesen: - de verkoper heeft de herstelling of vervanging niet voltooid; niet voltooid overeenkomstig $ 3, tweede en derde lid; - de verkoper heeft geweigerd de goederen conform te maken overeenkomstig paragraaf 4; - er blijkt een conformiteitsgebrek te zijn ondanks de poging van de verkoper om de goederen conform te maken; - het conformiteitsgebrek is dermate ernstig dat een ‘onmiddellijke prijsvermindering of de ontbinding van de koopovereenkomst gerechtvaardigd zijn, of - de verkoper heeft verklaard, of uit de omstandigheden blijkt duidelijk, dat de verkoper de goederen door middel van herstelling of vervanging niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument conform de overeenkomst zal maken. Bepaalde hypothesen die aanleiding geven tot de prijsvermindering of de ontbinding van de overeenkomst werden uitgebreid ten opzichte van de hypothesen bedoeld in richtlijn 1999/44, waarbij de hiërarchie van de remedies nog ietwat is versoepeld. Het betreft meer bepaald de hypothese waarbij er een conformiteitsgebrek blijkt te zijn ondanks de poging van de verkoper om de goederen conform te maken, en waarin het conformiteitsgebrek is zo ernstig dat een onmiddellijke prijsvermindering of ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is. In het eerste geval preciseert overweging 52 dat “wanneer de verkoper maatregelen heeft genomen om de goederen in conformiteit te brengen, maar er vervolgens sprake blijkt te zijn van een conformiteitsgebrek, objectief [moet] worden bepaald of de consument moet instemmen met verdere pogingen van de verkoper om de goederen in conformiteit te brengen, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, zoals het type en de waarde van de goederen en de aard en de omvang van het conformiteitsgebrek. Met name voor dure en complexe goederen kan het gerechtvaardigd zijn de verkoper toe te staan nog een poging te ondernemen ‘om het conformiteitsgebrek te verhelpen. Ook moet er rekening worden gehouden met de vraag of van de consument kan worden verwacht dat hij erop blijft vertrouwen dat de verkoper in staat is om de goederen al dan niet conform te maken, bijvoorbeeld gezien het feit dat hetzelfde probleem zich twee keer voordoet” Aldus, is de bedoelde hypothese wel degelijk die waarin een ‘onmiddellijke prijsvermindering of de onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst mogelijk wordt wanneer hetzelfde conformiteitsgebrek of enig ander gebrek aan het licht komt ondanks een poging om goederen conform te maken. Die interpretatie resulteert uit de gekozen formulering in de richtlijn: “een conformiteitsgebrek” of “a Jack of conformity” in het Engels. Wat betreft het aantal pogingen dat de consument moet aanvaarden, wordt in overweging 52 gepreciseerd dat rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, zoals, het type en de waarde van de goederen en de aard en de omvang van het conformiteitsgebrek, alsook het vertrouwen van de consument over de capaciteit van de verkoper om de goederen in conformiteit te brengen. Een tweede geval, zoals gepreciseerd in dezelfde overweging, beoogt de hypothese bijvoorbeeld wanneer het gebrek van een dusdanig ernstige aard is dat het in ernstige mate de vrijheid aantast van de consument om op normale wijze gebruik te maken van de goederen en wanneer niet van de consument kan worden verwacht dat hij erop vertrouwt dat herstelling of vervanging door de verkoper het probleem zal verhelpen. In dat geval heeft de consument recht op een onmiddelijke prijsvermindering of op de onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst. De tekst van richtlijn 2019/771 en richtlijn 2019/770 bepaaft uitdrukkelijk dat de consument subsidiaire rechtsmiddelen kan aanwenden wanneer een consumptiegoed is vervangen of gerepareerd, maar de verkoper het vervangen goed niet op eigen kosten heeft teruggenomen (artikel 14, lid 2) of het niet-conforme goed niet heeft verwijderd en het vervangen of gerepareerde goed heeft geïnstalleerd, of de kosten van die verwijdering en installatie niet heeft gedragen (artikel 14, lid 3). In tegenstelling tot richtlijn 99/44 (1649quinquies, 5 3) of richtlijn 2019/770 (artikel 14, vierde lid, b)) is in de tekst niet uitdrukkelijk bepaald dat de consument een verlaging van de prijs of de ontbinding van de overeenkomst kan eisen wanneer de verkoper de reparatie of de vervanging heeft uitgevoerd, maar de consument een groot ongemak heeft veroorzaakt of dit niet binnen een redelijke termijn of niet kosteloos heeft gedaan. In overweging 50 van richtlijn 2019/771 staat echter dat. “Wanneer een conformiteitsgebrek zich manifesteert, moet de consument de verkoper hiervan in kennis stel len om de verkoper de mogelijkheid te geven het goed conform te maken. De verkoper moet dit doen binnen een redelijke termijn. De consument mag in beginsel dan ook niet onmiddellijk recht hebben op een prijsvermindering of op ontbinding van de overeenkomst, maar moet de verkoper een redelijke termijn geven om de herstelling of de vervanging van het niet-conforme goed te verrichten. Indien de verkoper het goed niet binnen die termijn heeft hersteld of vervangen, moet de consument het recht hebben een prijsvermindering of de ontbinding van de overeenkomst te verkrijgen zonder nog langer te wachten.” (wij benadrukken). Gezien het bestaan van deze overweging en met het oog op het behoud van de rechten van de consument zoals die thans bestaan, lijkt het raadzaam dat een consument, ook al wordt dit niet uitdrukkelijk in de tekst vermeld, een verlaging van de prijs of ontbinding van de overeenkomst kan vragen wanneer de verkoper de goederen in overeenstemming heeft gebracht, maar binnen een onredelijke termijn, of door het opleggen van kosten of op een wijze die de consument grote ongemakken heeft berokkend. Paragraaf 5, tweede lid, stelt dat de consument de ontbinding van de overeenkomst niet kan genieten indien het conformiteitsgebrek slechts gering is. Het is aan de verkoper om te bewijzen dat het conformiteitsgebrek gering is Paragraaf 6 vermeldt de berekeningswijze voor de prijsvermindering in het geval dat de consument voor deze optie zou kiezen. Dat bedrag wordt berekend in functie van de minderwaarde waaraan het goed onderhevig is ten gevolge van het conformiteitsgebrek. Er zij opgemerkt dat, in tegenstelling tot de ontbinding van de overeenkomst, de prijsvermindering kan worden gevraagd ongeacht of het gebrek al dan niet gering is. Paragraaf 7 behelst de modaliteiten voor de uitoefening van het recht op ontbinding. De consument moet aldus een verklaring tot de verkoper richten om hem in kennis te stellen van zijn beslissing tot het uitoefenen van zijn recht op ontbinding van de overeenkomst. Er wordt ook bepaald dat ingeval van verwerving van meerdere goederen en wanneer het conformiteitsgebrek slechts gevolgen heeft voor een aantal van de conform de overeenkomst geleverde goederen, “de consument het recht [moet] hebben om de overeenkomst te ontbinden, ook met betrekking tot de andere verworven goederen samen met de niet-conforme goederen, zelfs indien die andere verworven goederen wel conform de overeenkomst zijn, indien van de consument niet redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij alleen de conforme goederen zal willen houden” (Overweging 58). Het derde lid van het paragraaf 7 preciseert de gevolgen van de ontbinding van de overeenkomst, met name de terugzending van de goederen naar de verkoper op kosten van de verkoper; de terugbetaling van de betaalde prijs aan de consument bij ontvangst van de goederen of van het door de consument verstrekte bewijs dat hij de goederen heeft teruggezonden. De overige modaliteiten met betrekking tot de gevolgen van de ontbinding worden niet geregeld door de richtlijnen en vallen bijgevolg onder de bepalingen van het gemeenrecht van de contractuele verbintenissen, Voorts is voorzien in de handhaving van de bepaling, zoals bepaald in het huidige artikel 1649quinquies, $ 3, lid 3, van het oud Burgerlijk Wetboek, dat preciseert dat, in geval van ontbinding van de overeenkomst of vermindering van de prijs, elke terugbetaling aan de consument verminderd wordt teneinde rekening te houden met het gebruik dat deze van het goed heeft gehad sinds de levering ervan.
Artikel 16 van richtlijn (EU) 2019/771 stelt in de eerste plaats dat de verkoper bij ontbinding de ganse aankoopprijs dient terug te betalen aan de consument. Er kan hiervan worden afgeweken volgens de overwegingen 59 en 60 van deze richtlijn en artikel 16, lid 3, laatste zin, waarbij België voorziet in de mogelijkheid waarbij elke terugbetaling aan de consument kan worden verminderd teneinde rekening te houden met het gebruik dat de consument van het goed heeft gehad sedert het hem is afgeleverd (zoals dit in onze huidige wetgeving het geval is) Het gaat hier enkel om een mogelijkheid voor de verkoper om uitzonderlijk af te wijken van de normaliter algemene regel om een volledige terugbetaling van de aankoopprijs te moeten doen, waarbij dit dan ook heel strikt dient te worden geïnterpreteerd. Enkel het zorgeloos conform gebruik dat een consument van het goed heeft gehad kan in rekening worden gebracht, niet de periode na vaststelling van een gebrek. Met het toevoegen van het woordje “conforme” aan “goed” werd getracht dit principe te verduidelijken om vele discussies hieromtrent te vermijden. Onder $ 6 van ditzelfde artikel wordt namelijk ook de vergelijking gemaakt met een “conform” goed om de prijsvermindering, als remedie, te bepalen. Dit wordt trouwens letterlijk overgenomen van art. 15 van richtlijn (EU) 2019/771 Ingevolge de opmerkingen van de Raad van State werd de tekst aangepast zodat dit nog duidelijker en meer coherent is. In het licht van de opmerking hierboven, wordt in art. 1649quinquies, $ 7, vierde lid het woordje “conforme” voor “gebruik” ingevoegd in plaats, van “goed”. Hiermee wordt verduidelijkt dat een verkoper, indien hij van deze mogelijkheid gebruik maakt, enkel het zorgeloze gebruik dat de consument had totdat er een gebrek vastgesteld werd dat dit verhindert, in rekening kan brengen bij het terugbetalen van de aankoopprijs.
Art.7 Dit artikel behelst de omzetting van artikel 18 van de richtlijn, dat voorziet in het recht voor de verkoper die aansprakelijk is gesteld vanwege een conformiteitsgebrek om een vordering tot beroep in te stellen jegens de aansprakelijke persoon in een eerdere schakel van de transactieketen. In deze bepaling was voorzien door richtlijn 1999/44 en omgezet in artikel 1649sexies van het oud Burgerlijk Wetboek. De overweging verduidelijkt dat “de verkoper verhaal [moet] kunnen nemen op de verantwoordelijke in voorgaande schakels van de transactieketen. Dergelijk verhaal moet remedies ‘omvatten voor een conformiteitsgebrek dat het gevolg is van het verzuim van een update, met inbegrip van veiligheidsupdates, die nodig zou zijn geweest om het goed met digitale elementen conform te houden.” en voegt eraan toe dat “de lidstaten moeten voorzien in nadere bepalingen voor de uitoefening van dat recht, met name door te bepalen tegen wie en hoe dat verhaal kan worden genomen en of de remedies een dwingend karakter hebben”. De hier voorgestelde wijzigingen zijn beperkt en in wezen terminologisch. Net als in de richtlijn zelf wordt gepreciseerd dat het conformiteitsgebrek waarvoor de verkoper aansprakelijk is gesteld, ook kan bestaan in een handeling of verzuim te wijten aan een persoon in een voorgaande schakel van de overeenkomstenketen, met inbegrip van het verzuim om updates te verstrekken voor goederen met digitale elementen. In de richtlijn is de term “transactieketen” gehandhaafd, die moet worden opgevat in de gemeenschappelijke betekenis van “handelstransacties”. In tegenstelling tot het advies van de Raad van State, heeft de term “overeenkomstenketen” echter de voorkeur gekregen boven de term die in de richtlijn wordt gebruikt, omdat de term “transactie” in het Frans een zeer specifieke betekenis heeft in het oud Burgerlijk Wetboek (artikel 2044 ev. Dading) en elk risico van assimilatie met dit begrip moet worden vermeden. Het werd ook niet nodig geacht om te specificeren dat het conformiteitsgebrek zowel de handeling als het verzuim omvat, aangezien dit voor de hand ligt. Bovendien wordt in de tekst gespecificeerd dat het conformiteitsgebrek wordt behandeld “met inbegrip van het niet verstrekken van updates voor goederen met digitale elementen overeenkomstig artikel 1649ter, $ 5, (…)” Art. 8 Dit artikel wijzigt artikel 1649septies van het oud Burgerlijk Wetboek, dat betrekking heeft op de commerciële garantie zoals gedefinieerd door artikel 1649bis, 8 1, 11° (artikel 3 van het ontwerp). Richtlijn 1999/44 had reeds het bestaan van de commerciêle garanties bekrachtigd door vermelding van een bepaald aantal principes die daarop van toepassing waren en ontleend waren aan de beschouwing dat “dergelijke garanties weliswaar een legitiem marketinginstrument zijn, doch de consument niet mogen misleiden”. richtlijn 2019/771 (artikel 17) neemt die principes over en modemniseert ze. Overweging 62 preciseert: “Om de transparantie te waarborgen, moet worden voorzien in bepaalde vereisten voor commerciële garanties, naast de vereisten inzake precontractuele informatie over het bestaan en de voorwaarden van commerciële garanties als vermeld in richtlijn 2011/83/EU. Om de rechtszekerheid te versterken en te voorkomen dat consumenten worden misleid, moet deze richtlijn bovendien bepalen dat wanneer de commerciële garantievoorwaarden in reclame ter zake gunstiger zijn voor de consument dan die welke in het garantiebewijs zijn opgenomen, de gunstiger voorwaarden moeten gelden. Tot slot dient deze richtlijn regels te bevatten over de inhoud van het garantiebewijs en de wijze waarop dat aan de consument ter beschikking wordt gesteld. Het garantiebewijs, moet bijvoorbeeld de commerciële garantievoorwaarden bevatten en verklaren dat de commerciële garantie de wettelijke conformiteitsgarantie onverlet laat, en tevens duidelijk maken dat de commerciële garantievoorwaarden een verbintenis vormen die bovenop de wettelijke conformiteitsgarantie komt. Het moet de lidstaten vrij staan om regels vast te stellen inzake andere aspecten van commerciële garanties die niet onder deze richtlijn vallen, zoals de mogelijkheid om andere schuldenaren dan de garant aan de commerciële garantie te verbinden, mits deze regels consumenten niet de bescherming ontnemen die de volledig geharmoniseerde bepalingen van deze richtlijn inzake commerciële garanties hun bieden. De lidstaten moeten de vrijheid behouden om te vereisen dat commerciële garanties kosteloos zijn maar tevens dienen zij ervoor te zorgen dat elke verbintenis van de verkoper of de producent die valt onder de definitie van commerciële garanties zoals uiteengezet in deze richtlijn voldoet aan de geharmoniseerde voorschriften van deze richtlijn”.
Art. 9 Dit artikel behelst een lichte wijziging van de formulering van artikel 1649octies van het oud Burgerlijk Wetboek, zodat zij overeenstemt met de formulering uit de richtlijn.
Artikel 1649octies bevestigt het dwingende karakter van de bepalingen met betrekking tot de verkoop aan consumenten en maakt de contractuele bedingen nietig die een beperking of uitsluiting zouden inhouden van de rechten die de consument uit deze afdeling put. In dit verband is het nuttig te herinneren aan de mogelijke toepassing van de beschermingsregeling tegen oneerlijke bedingen (met name artikel VI.83, 14°, van het Wetboek van Economisch Recht) dat bepaalt dat “In de overeenkomsten gesloten tussen een onderneming en een consument zijn in elk geval onrechtmatig, de bedingen en voorwaarden of de combinaties van bedingen en voorwaarden die ertoe strekken: (…)14° de wettelijke waarborg voor verborgen gebreken, bepaald bij de artikelen 1641 tot 1649 van het oud Burgerlijk Wetboek, of de wettelijke verplichting tot levering van een goed dat met de overeenkomst in overeenstemming is, bepaald bij de artikelen 1649bis tot 1649octies van het oud Burgerlijk Wetboek, op te heffen of te verminderen;”, alsook de door artikel VI.84, 8 1 aanbevolen nietigheidssanctie.
Art. 10 wordt, omwille van de transparantie, de autonome bepaling die in artikel 17 van het voorontwerp was opgenomen, ingevoegd in een nieuw artikel 1649nonies van het oude Burgerlijk Wetboek. Dit artikel bepaalt dat inbreuken op de bepalingen vervat in deze afdeling en de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig Boek XV van het Wetboek van economisch recht. Het is de bedoeling dat de economische inspectiediensten van de FOD Economie kunnen ingrijpen in geval van overtreding van deze bepalingen en in voorkomend geval sancties, kunnen opleggen.
Art. 11 Dit artikel behelst de omzetting van richtlijn 2019/770 en de invoeging van een nieuwe Titel Vlbis in Boek Il van het oud Burgerlijk Wetboek “Wijze van eigendomsverkrijging’, met als opschrift “Overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten”. Deze nieuwe titel omvat de artikelen 1701/1 tot 1701/18, die de omzetting van de richtlijn in hoofdzaak bewerkstelligen. Deze artikelen zullen achtereenvolgens worden bestudeerd. De invoeging van een nieuwe titel wordt gemotiveerd door het feit dat de overeenkomsten bedoeld bij deze richtlijn geen juridische kwalificering hebben verkregen en enkel bepaald worden door het voorwerp ervan, namelijk de levering van digitale inhoud of digitale diensten. In overweging 12 wordt aldus gepreciseerd: “Deze richtlijn mag evenmin de juridische aard van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud of een digitale dienst bepalen, en de vraag of dergelijke overeenkomsten bijvoorbeeld een koopovereenkomst, een dienstenovereenkomst, een huurovereenkomst of een sui-generisovereenkomst omvatten, moet worden geregeld in het nationale recht”. Gelet op de veelheid aan juridische kwalificeringen die deze overeenkomst kan verkrijgen, is het de bedoeling een nieuwe titel op te nemen in Boek Il, met als opschrift “Wijze van eigendomsverkrijging’, met vermelding van alle dwingende bepalingen van de richtlijn die voorzien in gemeenschappelijke regels voor overeenkomsten tussen handelaars en eonsumenten voor de levering van een digitale inhoud of digitale dienst, los van de kwalificering waarvoor in fine wordt geopteerd. Titel Vlbis wordt direct ingevoegd na de bepalingen betreffende de koopovereenkomst, waarbij soortgelijke bepalingen opgenomen zijn in het hoofdstuk betreffende de koopovereenkomsten gesloten met consumenten. Die nabijheid is absoluut noodzakelijk, aangezien beide richtlijnen complementair zijn wat hun respectieve toepassingsgebied betreft.
Artikel 1701/1 - Dit artikel neemt de definities over uit richtlijn 2019/70, zodat er van meet af aan klaarheid bestaat over de concepten die worden gehanteerd in de daaropvolgende bepalingen. Enkel de definities die niet overgenomen zijn in artikel 3 van dit ontwerp of verschillen van de daarin vermelde definities, zullen nader worden toegelicht. Beide richtlijnen, de richtijn betreffende de verkoop van goederen en de richtlijn betreffende de levering van digitale inhoud en digitale diensten, zijn immers op elkaar afgestemd, zodat de vermelde definities identiek zijn wanneer dezelfde concepten worden gehanteerd. Er moet worden verwezen naar overweging 19 van richtlijn 2019/770 waarin voorbeelden worden gegeven van hetgeen moet worden verstaan onder digitale inhoud, of digitale dienst, alsook onder “levering”: “computerprogramma's, applicaties, videobestanden, audiobestanden, muziekbestanden, digitale spellen, e-boeken of andere e-publicaties, maar ook digitale diensten die de totstandkoming en de verwerking van, de toegang tot of de opslag van gegevens in digitale vorm mogelijk maken, met inbegrip van software als dienst, zoals het delen van video- en audiomateriaal en andere diensten voor het hosten van bestanden, tekstverwerking of spellen die worden aangeboden in de “cloud computing”-omgeving en op sociale media. Aangezien er tal van manieren zijn om digitale inhoud of een digitale dienst te leveren, zoals doorgifte op een materiële gegevensdrager, het downloaden door consumenten op hun apparatuur, webstreaming of het verlenen van toegang tot capaciteit voor de opslag van digitale inhoud of tot het gebruik van sociale media, moet deze richtlijn van toepassing zijn ongeacht de gegevensdrager waarop de digitale inhoud of digitale dienst wordt doorgegeven of waarmee daartoe toegang wordt verschaft. Deze richtlijn mag echter niet van toepassing zijn op internettoegangsdiensten”. De concepten “integratie” (4°) en “digitale omgeving” (9°) komen nader aan bod in het kader van artikel 1701/7. Wij verwijzen naar de toelichting bij dat artikel De definitie van “handelaar” (5°) is overgenomen uit richtlijn 2011/83 betreffende de consumentenrechten. Overweging 18 van de richtlijn preciseert dat “aanbieders van platformen uit hoofde van deze richtlijn als handelaren [kunnen] worden beschouwd indien zij handelen voor doeleinden die betrekking hebben op hun eigen bedrijf en als rechtstreekse contractpartij van de consument voor de levering van digitale inhoud of een digitale dienst”. Wij verwijzen naar de toelichting bij artikel 3 van dit ontwerp. De prijs (7°) wordt gedefinieerd als geld dat of een digitale weergave van waarde die verschuldigd is in ruil voor de levering van digitale inhoud of een digitale dienst. Overweging 23 van richtlijn 2019/770 preciseert in verband met de digitale waardeweergaven dat het kan gaan om bijvoorbeeld elektronische bonnen of ecoupons, digitale valuta (mits zij naar nationaal recht zijn erkend), die worden gebruikt om te betalen voor verschillende goederen of diensten op de digitale eengemaakte markt. Die digitale weergaven en moeten dan ook worden beschouwd als een betalingsmethode. De richtlijn rechtvaardigt de inclusie van digitale weergaven onder de betalingsmethoden, aangezien zij steeds frequenter worden gebruikt op de markt, en teneinde zich te vergewissen van de toepassing van de richtlijn op dat soort overeenkomsten (levering van digitale inhoud of diensten tegen digitale waardeweergaven) Zoals gepreciseerd in overweging 23 echter, hebben de digitale waardeweergaven geen ander doel dan fungeren als betalingsmethode, en moeten dus op zichzelf niet beschouwd worden als een digitale inhoud of digitale dienst Artikel 1701/2 behelst de omzetting van artikel 3 van richtlijn 2019/770 en betreft het toepassingsgebied ervan. De eerste paragraaf preciseert dat deze titel van toepassing is op alle overeenkomsten waarbij de handelaar digitale inhoud of een digitale dienst aan de consument levert of zich ertoe verbindt die te leveren tegen een prijs, in de ruime betekenis, waaronder aldus ook de digitale waardeweergaven verstaan worden (zie hogervermelde toelichting bij artikel 1701/1). De richtlijn beoogt geen enkele kwalificering, aangezien de levering van digitale inhoud of dienst velerlei vormen kan aannemen en van toepassing is op een grote verscheidenheid aan digitale inhoud of diensten. Overweging 19 preciseert aldus: “Om in te spelen op de snelle technologische ontwikkelingen en om ervoor te zorgen dat de begrippen “digitale inhoud” en “digitale dienst” ook in de toekomst bruikbaar blijven, moet deze richtlijn onder meer betrekking hebben op computerprogramma's, applicaties, videobestanden, audiobestanden, muziekbestanden, digitale spellen, e-boeken of andere e-publicaties, maar ook op digitale diensten die de totstandkoming en de verwerking van, de toegang tot of de opslag van gegevens in digitale vorm mogelijk maken, met inbegrip van software als, dienst, zoals het delen van video- en audiomateriaal de “cloud computing’-omgeving en op sociale media. Aangezien er tal van manieren zijn om digitale inhoud of een digitale dienst te leveren, zoals doorgifte op een materiële gegevensdrager, het downloaden door consumenten op hun apparatuur, webstreaming of het verlenen van toegang tot capaciteit voor de opslag van digitale inhoud of tot het gebruik van sociale media, moet deze richtlijn van toepassing zijn ongeacht de gegevensdrager waarop de digitale inhoud of digitale dienst wordt doorgegeven of waarmee daartoe toegang wordt verschaft. Deze richtlijn mag echter niet van toepassing zijn op internettoegangsdiensten”. Paragraaf 2 behelst de omzetting van artikel 3.1, tweede lid van de richtlijn. Hij preciseert dat deze titel ook van toepassing is als de handelaar digitale inhoud of een digitale dienst aan de consument levert of zich ertoe verbindt die te leveren en de consument de handelaar persoonsgegevens verstrekt of zich ertoe verbindt die te verstrekken. Hoewel persoonsgegevens niet mogen worden beschouwd als een goed, stelt overweging 24 vele bedrijfsmodellen werken op basis van die praktijken en dat men bijgevolg moet waarborgen dat consumenten bij zulke bedrijfsmodellen recht hebben op contractuele remedies. Diezelfde overweging preciseert verder: “Deze richtlijn moet dan ook van toepassing zijn op overeenkomsten waarbij de handelaar digitale inhoud of een digitale dienst aan de consument levert of zich ertoe verbindt die te leveren, en de consument te verstrekken. De persoonsgegevens kunnen aan de handelaar worden verstrekt ten tijde van de sluiting van de overeenkomst of op een later tijdstip, zoals wanneer de consument aan de handelaar toestemming geeft ‘om persoonsgegevens te gebruiken die de consument kan uploaden of creëren met gebruikmaking van de digitale inhoud of digitale dienst. Het Unierecht inzake bescherming van persoonsgegevens voorziet in een uitputtende lijst van rechtsgronden voor de rechtmatige verwerking van persoonsgegevens. Deze richtlijn moet van toepassing zijn op alle overeenkomsten waarbij de consument persoonsgegevens aan de handelaar verstrekt of zich ertoe verbindt die te verstrekken. Deze richtlijn moet bijvoorbeeld van toepassing zijn wanneer de consument een socialemedia-account opent en een naam en e-mailadres verstrekt die worden gebruikt voor andere doeleinden dan uitsluitend om digitale inhoud of een digitale dienst te leveren of voor andere doeleinden dan om te voldoen aan wettelijke vereisten. De richtlijn moet ook van toepassing zijn wanneer de consument aan de handelaar toestemming geeft om materiaal dat bestaat uit persoonsgegevens, zoals foto's of posts die de consument uploadt, te verwerken voor reclamedoeleinden. Het moet de lidstaten echter vrij staan om te bepalen of er aan de vereisten voor de totstandkoming, het bestaan en de geldigheid van een overeenkomst naar nationaal recht is voldaan”. In richtlijn 2019/770 lijkt men ervan uit te gaan dat het verstrekken van persoonsgegevens waarschijnlijk een geldige reden is voor het verstrekken van digitale inhoud. Bijgevolg wordt voorgesteld dit soort uitwisseling te erkennen om de consument in staat te stellen de door de richtlijn geboden bescherming te genieten in geval van gebrek aan overeenstemming of niet-levering van digitale inhoud/digitale dienst die in uitwisseling van gegevens wordt verstrekt, waarbij de kwestie van de verenigbaarheid van de richtlijn met de verordening inzake gegevensbescherming in acht moet worden genomen. ‘Overweging 25 preciseert dat de onderhavige richtlijn niet van toepassing is op situaties waarin de handelaar persoonsgegevens uitsluitend verzamelt om digitale inhoud of een digitale dienst te leveren, of alleen om aan wettelijke vereisten te voldoen. Zulke situaties kunnen bijvoorbeeld gevallen omvatten waarin de toepasselijke wetgeving registratie van de consument vereist met het oog op beveiliging en identificatie. Deze richtlijn dient evenmin van toepassing te zijn op situaties waarin de handelaar alleen metagegevens verzamelt, zoals informatie over het apparaat van de consument of browse geschiedenis, behalve wanneer deze situatie op grond van het nationale recht als een overeenkomst wordt beschouwd. Deze richtlijn mag evenmin van toepassing zijn op situaties waarin de consument, zonder een overeenkomst te hebben gesloten met de handelaar, uitsluitend om toegang tot digitale inhoud of een digitale dienst te krijgen, aan reclame wordt blootgesteld”. Wat de verwerking van persoonsgegevens betreft, verwijzen artikel 3, leden 7 en 8 van de richtlijn evenals overwegingen 37 en 38 van de richtlijn naar het regelgevend kader dat in acht moet worden genomen: “persoonsgegevens mogen enkel worden verzameld of verwerkt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)een richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn privacy en elektronische communicatie)”. Bijgevolg, zoals vermeld in overweging 38, “is de verwerking van persoonsgegevens in verband met een binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallende overeenkomst alleen rechtmatig indien zij strookt met de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 betreffende de rechtsgronden voor de verwerking van persoonsgegevens”. De overwegingen preciseren voorts: “wanneer de verwerking van persoonsgegevens gebaseerd is op toestemming, met name uit hoofde van artikel 6, Id 1, onder a), van Verordening (EU) 2016/679, gelden de specifieke bepalingen van die verordening, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de voorwaarden om te beoordelen of de toestemming vrijelijk is gegeven. Deze richtlijn mag de geldigheid van de gegeven toestemming niet worden geregeld. In dit verband kunnen we ook de Richtsnoeren inzake toestemming vermelden overeenkomstig Verordening 2016/6790 die zijn opgesteld door de Groep gegevensbescherming “Artikel 29° (blz. 27, punt 6): “6. Wisselwerking tussen toestemming en andere rechtsgronden in artikel 6 GOPR.
Artikel 6 bevat de voorwaarden voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens en beschrijft zes rechtsgronden waarop een verwerkingsverantwoordelijke een beroep kan doen. Voordat begonnen wordt met de verwerkingsactiviteiten moet bepaald worden welke rechtsgrondslag van toepassing is, en in verband met welk specifiek doel. Het is belangrijk om hier op te merken dat als een verwerkingsverantwoordelijke ervoor kiest om een beroep te doen op toestemming voor een deel van de verwerking, hij bereid moet zijn om de keuzen ten aanzien van toestemming te respecteren, en te stoppen met dat deel van de verwerking als een persoon zijn of haar toestemming intrekt. Het verzenden van een bericht waarin vermeld wordt dat gegevens worden verwerkt op basis van toestemming, terwijl in werkelijkheid een beroep wordt gedaan op een andere rechtsgrond, zou wezenlijk oneerlijk zijn ten aanzien van personen. Met andere woorden, de verwerkingsverantwoordelijke kan niet van toestemming op een andere rechtsgrond overstappen. Het is bijvoorbeeld niet toegestaan om achteraf de rechtsgrond “rechtmatig belang” te gebruiken ter rechtvaardiging van verwerking wanneer problemen zijn ondervonden met de geldigheid van toestemming. Wegens de verplichting om ten tijde van het verzamelen van persoonsgegevens de rechtsgrond te verstrekken waarop de verwerkingsverantwoordelijke een beroep doet, moeten verwerkingsverantwoordelijken voordat begonnen wordt met verzamelen beslissen wat de rechtsgrond hiervoor is” “Verordening (EU) 2016/679 omwat tevens alomvattende rechten over het wissen en de overdraagbaarheid van gegevens. Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan die rechten, die gelden voor alle persoonsgegevens die door de consument aan de handelaar zijn verstrekt of die de handelaar heeft verzameld in verband met binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallende overeenkomsten en wanneer de consument de overeenkomst heeft ontbonden overeenkomstig deze richtlijn. Het recht op wissen en het recht van de consument ‘om zijn toestemming voor de verwerking van persoonsgegevens in te trekken, moet ook volledig gelden in verband met de onder deze richtlijn vallende overeenkomsten. Het recht van de consument om de overeenkomst overeenkomstig deze richtlijn te ontbinden, mag geen afbreuk doen aan het recht van de consument om overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 een voor de verwerking van zijn persoonsgegevens gegeven toestemming in te trekken, Deze richtlijn mag de gevolgen voor de onder deze richtlijn vallende overeenkomsten niet regelen wanneer de consument de toestemming voor de verwerking van zijn persoonsgegevens intrekt. Dergelijke gevolgen moeten onder het nationale recht blijven vallen”. Deze titel voorziet niet in specifieke regels op dit punt en laat deze gevolgen over aan het gemene recht. Paragraaf 3 breidt het toepassingsgebied van de richtlijn uit tot de hypothese waarbij de ontwikkeling van de digitale inhoud of dienst precies is toegesneden op de specifieke eisen van de consument. Overweging 26 preciseert dat het kan gaan om pasklare software. Paragraaf 4 alsook overweging 20 van de richtlijn geven aan dat deze titel van toepassing is op digitale inhoud die wordt geleverd op een materiële gegevensdrager (zoals dvd's, cd's, USB-sticks en geheugenkaarten), evenals op de gegevensdrager zelf, mits de materiële gegevensdrager uitsluitend dient als drager van de digitale inhoud. De artikelen 1701/3 en 1701/9 betref fende de levering en de remedies die ter beschikking staan in geval van leveringsverzuim, zijn evenwel niet van toepassing op die materiële gegevensdragers en op digitale inhoud die wordt geleverd op zulke dragers. De desbetreffende bepalingen van richtlijn 2011/83/EU zijn dan van toepassing in de plaats van voornoemde artikelen. Overweging 20 preciseert overigens dat andere bepalingen van voornoemde richtlijn 2011/83/EU van toepassing blijven ten aanzien van die materiële gegevensdragers en de inhoud ervan, zoals het herroepingsrecht en de aard van de overeenkomst op grond waarvan die goederen worden geleverd. Wat betreft paragraaf 5, met betrekking tot de digitale inhoud of digitale diensten die verwerkt zijn in of onderling verbonden zijn met goederen en die worden meegeleverd op grond van een koopovereenkomst met betrekking tot die goederen, verwijzen wij naar toelichting bij artikel 3 van dit ontwerp (artikel 1649bis, $ 2, tweede lid). Dat soort overeenkomst voor dat soort goederen wordt normaliter uitgesloten van het toepassingsgebied van richtlijn 2019/770. Paragraaf 6 voorziet tevens erin dat één enkele overeenkomst tussen dezelfde handelaar en dezelfde consument die een bundel omvat, dat wil zeggen een aanbod van meerdere elementen die bestaan in de levering van een digitale inhoud of digitale dienst en in de levering van andere goederen of diensten, evenzeer wordt uitgesloten van het toepassingsgebied van deze titel. Overweging 33 preciseert in dat verband: “In dergelijke gevallen moet de overeenkomst tussen de consument en de handelaar elementen bevatten van een overeenkomst voor de levering van digitale inhoud of digitale diensten, maar ook elementen van andere soorten overeenkomsten, zoals koopovereenkomsten of dienstenovereenkomsten. Deze richtlijn mag alleen van toepassing zijn op de elementen van de totale overeenkomst die bestaan in de levering van digitale inhoud of digitale diensten. De overige elementen van de overeenkomst moeten vallen onder de regels die van toepassing zijn op overeenkomsten krachtens het nationale recht of, in voorkomend geval, ander Unierecht met betrekking tot een specifieke sector of een specifiek onderwerp. Evenzo moeten gevolgen die de beëindiging van één element van de bundelovereenkomst kan hebben op de andere onderdelen van die bundelovereenkomst onder het nationale recht vallen.” Paragraaf 7 geeft, overeenkomstig richtlijn 2019/770, een overzicht van een aantal overeenkomsten die worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze titel. Aldus preciseert 1° dat deze titel niet van toepassing mag zijn indien het hoofdvoorwerp van de overeenkomst bestaat uit het verlenen van professionele diensten, zoals vertaaldiensten, architectuurdiensten, juridische diensten of andere professionele adviesdiensten, die vaak worden verricht door de handelaar in eigen persoon, ongeacht of er door de handelaar digitale middelen worden gebruikt om het resultaat van de dienst te behalen, aan de consument te leveren of door te geven. 2° geeft aan dat de overeenkomsten met betrekking tot elektronische-communicatiediensten worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze titel, met uitzondering van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten, namelijk een interpersoonlijke communicatiedienst die geen verbinding maakt met publiek toegewezen nummervoorraden, dat wil zeggen een nummer of een aantal nummers vermeld in nationale of intemationale nummerplannen, of die geen communicatie mogelijk maakt met een nummer of een aantal nummers vermeld in nationale of internationale nummerplannen, zoals webmail en online berichtendiensten (bijvoorbeeld WhatsApp en Facebook Messenger). Nummerafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten worden dus uitgesloten van het toepassingsgebied van deze titel (Orange, Proximus, Skype deels). Punt 3° voorziet in de uitsluiting van gezondheids diensten, zoals omschreven in richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad. De uitsluiting van “gezondheidszorg” van het toepassingsgebied van deze titel geldt ook voor digitale inhoud of een digitale dienst die een medisch hulpmiddel vormt, zoals gedefinieerd in richtlijn 93/42/EEG (6) of 90/385/EEG (7) van de Raad of richtlijn 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad (8), indien een dergelijk medisch hulpmiddel wordt voorgeschreven of verstrekt door een gezondheidswerker als omschreven in richtlijn 2011/24/EU. Deze richtlijn moet wel van toepassing zijn op digitale inhoud of een digitale dienst die een medisch hulpmiddel vormt, zoals, gezondheidsapps die kunnen worden verkregen door de consument zonder te zijn voorgeschreven of verstrekt door een gezondheidswerker. De punten 4° en 5° voorzien in de uitsluiting van kansspeldiensten van het toepassingsgebied van deze titel, alsook in de uitsluiting van overeenkomsten in verband met digitale inhoud of digitale diensten die een financiële dienst vormen, zoals bepaald door richtlijn 2002/65/EG betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de richtlijnen 90/619/EEG, 97/7/EG en 98/27/EG van de Raad. ‘Teneinde het opwerpen van belemmeringen voor de marktontwikkelingen te voorkomen, sluit punt 6° software op basis van een vrije en open licentie uit van het toepassingsgebied van deze titel, mits die niet tegen betaling van een prijs wordt geleverd en de persoonsgegevens van de consument uitsluitend worden gebruikt om de beveiliging, compatibiliteit of interoperabiliteit van de software te verbeteren. Overweging 32 preciseert dat onder kosteloze en open software moet worden verstaan: “Kosteloze en open software waarbij de broncode openlijk wordt gedeeld en gebruikers onbelemmerd toegang hebben tot de software of gewijzigde versies daarvan en deze kunnen gebruiken, wijzigen en herverdelen, kan bijdragen tot onderzoek en innovatie op de markt voor digitale inhoud en digitale diensten. (…)”. Punt 7° voorziet erin dat digitale inhoud die wordt verstrekt aan een openbaar publiek als onderdeel van een artistiek optreden of een ander evenement, zoals een digitale filmvertoning of een audiovisuele theatervoorstel ling, wordt uitgesloten van het toepassingsgebied van deze titel. Zoals overweging 31 preciseert, dient deze richtlijn echter wel van toepassing te zijn op digitale inhoud of een digitale dienst die aan een openbaar publiek wordt verstrekt via de overbrenging van signalen, zoals, digitale televisiediensten. ‘Tot slot voorziet punt 8° erin dat digitale inhoud die door overheidsorganen wordt geleverd overeenkomstig de wet van 4 mei 2016 inzake het hergebruik van overheidsinformatie, wordt uitgesloten van het toepassingsgebied van deze titel. Overweging 27 geeft aan dat de richtlijn niet van toepassing is op openbare diensten zoals socialezekerheidsdiensten of openbare registers, waarin de digitale middelen uitsluitend worden gebruikt ‘om de dienst aan de consument door te geven of mee te delen. Deze titel is evenmin van toepassing op authentieke akten en andere notariële akten, ongeacht zij met digitale middelen worden opgesteld, geregistreerd, gereproduceerd of doorgegeven. Levering van de digitale inhoud of digitale dienst
Hoofdstuk 2
behelst de levering van de digitale inhoud of digitale dienst en omvat artikel 1701/3. Het beoogt de omzetting van artikel 5 van richtlijn 2019/770. Zoals vermeld in overweging 41, aangezien er verschillende manieren zijn om digitale inhoud of digitale diensten te leveren, is het zaak eenvoudige en duidelijke regels vast te stellen inzake de wijzen van en de termijn voor de uitvoering van die leveringsverbintenis van de handelaar, door de digitale inhoud of een digitale dienst beschikbaar te stellen of toegankelijk te maken voor de consument. Aldus moet de digitale inhoud of digitale dienst worden geacht beschikbaar te zijn gesteld aan of toegankelijk te zijn gemaakt voor de consument wanneer de digitale inhoud of digitale dienst, of elk middel dat geschikt is om daartoe toegang te verschaffen of die te downloaden, de consument heeft bereikt en er geen verdere actie van de handelaar is vereist om de consument in staat te stellen de digitale inhoud of digitale dienst conform de overeenkomst te gebruiken. Aangezien de handelaar in beginsel niet verantwoordelijk is voor het doen of nalaten van een derde die een fysieke of virtuele faciliteit exploiteert, bijvoorbeeld een elektronisch platform dat of een opslagfaciliteit in de cloud die door de consument voor het ontvangen of opslaan van de digitale inhoud of digitale dienst is gekozen, moet het volstaan dat de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst aan deze derde levert. Overweging 41 preciseert wat moet worden verstaan onder fysieke of virtuele faciliteit door de consument: “De fysieke of virtuele faciliteit kan [….] niet worden beschouwd als door de consument gekozen indien zij door de handelaar wordt beheerd of bij overeenkomst met de handelaar is verbonden, of wanneer de consument die fysieke of virtuele faciliteit voor de ontvangst van de digitale inhoud of digitale dienst heeft gekozen, maar deze keuze de enige was die door de handelaar werd geboden om de digitale inhoud of digitale dienst te ontvangen of er toegang toe te krijgen” Ingeval die faciliteit niet kan worden beschouwd als, door de consument gekozen, voldoet de handelaar niet aan zijn leveringsverbintenis indien de digitale inhoud of digitale dienst is geleverd aan de fysieke of virtuele taciliteit maar de consument de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig deze titel niet kan ontvangen of daar geen toegang toe kan krijgen. Bijgevolg beschikt de consument over dezelfde remedies als wanneer de handelaar heeft verzuimd de digitale inhoud of digitale dienst te leveren overeenkomstig artikel 1701/9 van het oud Burgerlijk Wetboek. Wat het leveringstijdstip betreft, preciseert overweging 41 dat de digitale inhoud of digitale dienst onverwijld moet worden verstrekt in overeenstemming met de marktpraktijken en technische mogelijkheden, en met als doel een zekere mate van flexibiliteit te bieden, tenzij de partijen anders overeenkomen in verband met. andere leveringsmodellen
HOOFDSTUK 3
Conformiteit van de digitale inhoud Dit hoofdstuk behelst de conformiteit van de digitale inhoud of digitale dienst en boogt de invoeging van de artikelen 1701/4 tot 1701/7, onderverdeeld in drie hoofdafdelingen met betrekking tot de subjectieve conformiteitsvereisten, de objectieve conformiteitsvereisten en de verkeerde integratie van de digitale inhoud of digitale dienst.
Artikel 1701/4 voorziet in de verplichting voor de handelaar om digitale inhoud of een digitale dienst te leveren overeenkomstig de vereisten bepaald in de artikelen 1701/5 tot 1701/7. Afdeling 1 behelst de subjectieve conformiteitsvereisten en omvat artikel 1701/5, dat bepaalt dat de digitale inhoud of digitale dienst moet voldoen aan de vereisten die de handelaar en de consument in de overeenkomst zijn overeengekomen. Die vereisten kunnen betrekking hebben op de beschrijving, de hoeveelheid (bijvoorbeeld het aantal toegankelijke muziekbestanden), de kwaliteit (bijvoorbeeld de beeldresolutie), de taal en de versie zoals, bij de overeenkomst bepaald. Het kan ook gaan om de beveiliging, functionaliteit, compatibiliteit, interoperabiliteit en andere kenmerken zoals bij de overeenkomst bepaald. Overweging 42 leert overigens dat de vereisten van de overeenkomst ook de vereisten moeten omvatten die voortvloeien uit de precontractuele informatie die overeenkomstig richtlijn 2011/83/EU integrerend deel uitmaken van de overeenkomst. Die vereisten kunnen ook worden vastgelegd in een service level agreement (SLA), indien een dergelijke overeenkomst naar het toepasselijke nationale recht deel uitmaakt van de contractverhouding tussen de consument en de handelaar. Voor het overige verwijzen wij naar de toelichting bij artikel 4 tot wijziging van artikel 1649ter, 5 2, van het Afdeling 2 betreft de objectieve conformiteitsvereisten en omvat artikel 1701.
Artikel 1701/6, $ 1, herneemt de criteria die zijn uiteengezet in verband met de verkoop van goederen. 'Wij verwijzen hierbij naar de toelichting bij artikel 4 met. betrekking tot artikel 1649ter, 55 3 en 4.
Artikel 1701/6, 58 2 en 3 betreffen de updates, waaronder beveiligingsupdates, die de handelaar moet leveren aan de consument en die ervoor zorgen dat conformiteit en beveiliging van de digitale inhoud of digitale dienst gewaarborgd blijven. Wij verwijzen hierbij naar de toelichting bij artikel 4 met betrekking tot artikel 1649ter, 85 5 en 6. Voor het overige preciseert overweging 47 van richtlijn 2019/770/EG het volgende: “De handelaar moet de consument gedurende de redelijkerwijs door de consument te verwachten periode voorzien van updates, waaronder beveiligingsupdates, die ervoor zorgen dat conformiteit en beveiliging van de digitale inhoud of digi tale dienst gewaarborgd blijft” Overweging 46 preciseert dat de redelijkheidsnorm, (…) namelijk datgene wat redelijkerwijs door een persoon mag worden verwacht, op objectieve wijze moet worden vastgesteld, rekening houdend met de aard en het doel van de digitale inhoud of digitale dienst, de omstandigheden van het geval, en de gewoonten en handelswijzen van de betrokkenen. Met name moet een redelijke termijn om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken objectief worden vastgesteld, rekening houdend met de aard van het conformiteitsgebrek. Overweging 47 verstrekt voorbeelden inzake de leveringsperiode van updates: “met betrekking tot digitale inhoud of digitale diensten waarvan het doel een beperkte tijdsduur heeft, moet de verplichting om updates te verstrekken, worden beperkt tot die tijdsduur, terwijl voor andere soorten digitale inhoud of digitale diensten de periode waarin updates aan de consument moeten worden geleverd gelijk kan zijn aan de periode van aansprakelijkheid voor een conformiteitsgebrek of zelfs langer kan zijn, waarvan met name sprake kan zijn in het geval van beveiligingsupdates.” Naar analogie van hetgeen gesteld is met betrekking tot goederen met digitale elementen, moet het de consument vrijstaan om de geleverde updates al dan niet te installeren. Indien hij dat niet doet, mag de consument niet verwachten dat de conformiteit van de digitale inhoud of digitale dienst gewaarborgd blijft. De handelaar moet hem inlichten over de desbetreffende gevolgen, met name de gevolgen voor de aansprakelijkheid van de handelaar voor de conformiteit van die kenmerken van de digitale inhoud of digitale dienst waarvan de betrokken updates de conformiteit worden geacht te handhaven.
Artikel 1701/6, $ 4, behelst de omzetting van artikel 8.4 van de richtlijn en wijst erop dat wanneer de overeenkomst voorziet in levering van digitale inhoud of digitale diensten gedurende een periode, zoals de toegang tot de cloud, er moet worden toegezien op de conformiteit gedurende de hele duur van de overeenkomst.
Artikel 1701/6, $ 5, biedt de partijen de mogelijkheid ‘om af te wijken van de objectieve conformiteitsvereisten. Aldus is er geen sprake van conformiteitsgebrek wanneer de consument er ten tijde van de sluiting van de overeenkomst uitdrukkelijk van in kennis werd gesteld dat er een afwijking was ten opzichte van die vereisten en hij die afwijking bij de sluiting van de overeenkomst uitdrukkelijk en afzonderlijk heeft aanvaard. Overweging 49 stelt dat aan die voorwaarden kan worden voldaan door bijvoorbeeld een hokje aan te vinken, een knop in te drukken, of een soortgelijke functie te activeren. De laatste paragraaf van artikel 1701/6 bepaalt dat de versie van digitale inhoud of een digitale dienst de meest recente moet zijn die ten tijde van de sluiting van de overeenkomst beschikbaar was, gelet op de frequente verbetering van digitale inhoud en digitale diensten, met name in de vorm van updates (overweging 51). Afdeling 3 heeft betrekking op de verkeerde integratie van de digitale inhoud of digitale dienst en beoogt de invoeging van artikel 1701/7 in het oud Burgerlijk Wetboek. Overweging 52 stelt: “Wien de digitale inhoud en digitale diensten goed functioneren, dan moeten zij op de juiste wijze worden geïntegreerd in de hardware- en software‘omgeving van de consument. Een conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst die voortvloeit uit een onjuiste integratie moet worden beschouwd als, een conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst zelf, wanneer deze inhoud werd geïntegreerd door de handelaar of onder diens toezicht, of door de consument volgens de integratie-instructies van de handelaar en de verkeerde integratie te wijten was aan tekortkomingen in de vereiste integratie-instructies, zoals onvolledigheid of een gebrek aan duidelijkheid van de installatie-instructies die ze moeilijk te gebruiken maken door de gemiddelde consument”
HOOFDSTUK 4
‘Aansprakelijkheid van de handelaar Dit hoofdstuk heeft betrekking op de aansprakelijk heid van de handelaar in geval van leveringsverzuim of van conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of de Artikel 1701/8. 5 1, heeft betrekking op de aansprakelijkheid in geval van leveringsverzuim. De remedies voor de consument staan vermeld in artikel 1701/9.
Artikel 1701/8, 58 2 tot 5, betreft de aansprakelijkheid van de handelaar in geval van conformiteitsgebrek. De daaraan gekoppelde remedies voor de consument worden behandeld in de artikelen 1701/10 tot 1701/12.
Artikel 1701/8, $ 1 Deze paragraaf betreft de aansprakelijkheid van de handelaar in geval van leveringsverzuim zoals bepaald in artikel 1701/3, waarnaar wij verwijzen voor nadere toelichting. De bewijslast met dienst overeenkomstig artikel 1701/3 werd geleverd, rust op de handelaar. De overwegingen 55, 56 en 57 geven duiding bij de bestaande leveringstypes:
- een eenmalige of een reeks van afzonderlijke leveringen, zoals wanneer consumenten een e-boek downloaden en dat op hun eigen apparaat opslaan of wanneer consumenten een link ontvangen om elke week een nieuw e-boek te downloaden;
- een continue levering gedurende een bepaalde periode, bijvoorbeeld wanneer de handelaar een digitale dienst ter beschikking stelt aan consumenten voor een vaste of onbepaalde tijd (een overeenkomst voor opslag in de cloud gedurende twee jaar of een lidmaatschap van een platform voor sociale media voor onbepaalde tijd).
Artikel 1701/8, $ 2 - Deze paragraaf betreft de aansprakelijkheid van de handelaar in geval van conformiteitsgebrek wanneer een overeenkomst voorziet in een eenmalige levering of in een reeks afzonderlijke leveringen. Zoals overweging 56 preciseert, moet voor dat soort leveringen de conformiteit van de digitale inhoud of dienst bij de levering worden beoordeeld en mag de handelaar dan ook alleen aansprakelijk worden gesteld voor een conformiteitsgebrek op het moment waarop de eenmalige levering of elke afzonderlijke levering plaatsvindt. De periode van die aansprakelijkheid bedraagt twee jaar te rekenen vanaf de levering. De richtlijn voorziet in een minimumharmonisatiebepaling ter zake. Overweging 56 bepaalt: “Met het oog op rechtszekerheid moeten handelaren en consumenten kunnen vertrouwen op een geharmoniseerde minimumperlode waarin de handelaar aansprakelijk moet worden gehouden voor een conformiteitsgebrek. In verband met overeenkomsten die voorzien in één levering of een reeks afzonderlijke leveringen van de digitale inhoud of digitale dienst, moeten de lidstaten erop toezien dat handelaren voor minstens twee jaar vanaf het moment van levering aansprakelijk zijn indien de handelaar naar nationaal recht aleen aansprakelijk is, voor een conformiteitsgebrek dat binnen een bepaalde periode na de levering duidelijk wordt”. Ten opzichte van de minimumharmonisatie wordt, net als voor koopovereenkomsten voor goederen, erin voorzien dat de Koning de garantieduur kan verlengen voor bepaalde soorten digitale inhoud of digitale diensten die door hem zijn geselecteerd. Die soorten digitale inhoud of diensten kunnen per definitie een vrij lange levensduur hebben. Rekening houdend met de inherente duurzaamheid van zulke “producten”, lijkt het wenselijk de garantieperiode voor enkele ervan te verlengen met het oog op een betere bescherming van de consument. Wij verwijzen naar de toelichting bij artikel 5 van dit ontwerp. De bewijslast met betrekking tot de vraag of de digitale inhoud of digitale dienst ten tijde van de levering conform was, rust op de handelaar gedurende één jaar vanaf het tijdstip van de levering. Overweging 59 motiveert die “omkering van de bewijslast” door de specifieke aard en de hoge mate van complexiteit van de digitale inhoud en digitale diensten en door de betere kennis en toegang tot knowhow, technische informatie en hightechondersteuning van de handelaar. Dat betekent dat de handelaar waarschijnlijk in een betere positie verkeert dan de consument om vast te stellen waarom de digitale inhoud of digitale dienst niet conform is. Bijgevolg, zo de consument in geval van geschil weliswaar behoort te bewijzen dat de digitale inhoud of digitale dienst niet conform is, dient hij evenwel niet te bewijzen dat het conformiteitsgebrek bestond ten tijde van de levering van de digitale inhoud of digitale dienst. De handelaar dient te bewijzen dat de digitale inhoud of digitale dienst op dat moment conform was. Die duur betreffende de bewijslast, gemeenzaam “de omkering van de bewijslast” genoemd, is een maxi mumharmonisatiebepaling. Aldus kunnen de lidstaten, in tegenstelling tot richtlijn 2019/77, niet voorzien in een langere duur met het oog op de bescherming van de consument. De lid 3 bevat een soortgelijke bepaling als die van artikel 1649quater, 5 1, tweede lid van het oud Burgerlijk Wetboek. De garantieperiode wordt immers opgeschort. gedurende de tijd die nodig is om de digitale inhoud of dienst in overeenstemming te brengen of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking. Wat de verjaring van de rechtsvorderingen van de consument betreft, bedraagt de termijn één jaar vanaf de dag waarop laatstgenoemde het gebrek heeft vastgesteld. Overweging 58 geeft aan dat het de lidstaten vrij moet blijven staan om national verjaringstermijnen te bepalen. Er wordt echter toegevoegd dat “[dlergelijke verjaringstermijnen consumenten er niet van [mogen] weerhouden om gedurende de gehele periode waarin de handelaar aansprakelijk is voor een conformiteitsgebrek, hun rechten uit te oefenen. Hoewel deze richtijn derhalve niet het tijdstip waarop nationale verjaringstermijnen ingaan moet harmoniseren, moet daarin evenwel worden gewaarborgd dat dergelijke termijnen consumenten in staat stellen remedies uit te oefenen voor een conformiteitsgebrek dat duidelijk wordt gedurende de periode waarin de handelaar aansprakelijk is voor een conformiteitsgebrek”. Voorzien in een termijn van één jaar vanaf de dag waarop de consument het gebrek heeft vastgesteld, voldoet aan het bepaalde van artikel 11.2, van de richtlijn, dat stipuleert dat de verjaringstermijn de consument in moet stellen om de remedies uitte oefenen die hem krachtens de richtlijn zijn toegekend. Indien een gebrek aan het licht komt gedurende de periode waarin de handelaar aansprakelijk is, beschikt de consument over één jaar alvorens zijn rechtsvordering verjaart.
Artikel 1701/8, $ 3. Paragraaf 3 is op dezelfde manier opgebouwd als paragraaf 2, namelijk ten eerste uit een eerste lid dat het aansprakelijkheidsbeginsel van de handelaar en de duur ervan verwoordt, vervolgens uit een tweede lid met betrekking tot de omkering van de bewijslast en tot slot uit een derde lid dat de verjaringstermijn van de rechtsvorderingen van de consument bepaalt. In tegenstelling tot paragraaf 2, is deze paragraaf evenwel van toepassing wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering gedurende een welbepaalde periode. De handelaar is aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek dat zich voordoet of aan het licht komt in de periode gedurende welke deze digitale inhoud of Naar analogie van hetgeen waarin voorzien is voor goederen met een digitaal element wanneer de koopovereenkomst voorziet in een continue levering, hoeft het conformiteitsgebrek niet te bestaan op het ogenblik van de levering. Het moet zich voordoen of aan het licht komen in de leveringsperiode waarin is voorzien in de overeenkomst. Overweging 57 van de richtlijn geeft aan dat het onderscheidende element van deze categorie het feit is dat de digitale inhoud of digitale dienst alleen tijdens de vaste looptijd van de overeenkomst of zolang de overeenkomst voor onbepaalde tijd van kracht is, beschikbaar of toegankelijk is voor de consumenten. Het is, derhalve gerechtvaardigd dat de handelaar in dergelijke gevallen alleen tijdens die periode aansprakelijk moet zijn voor een conformiteitsgebrek. Wat de omkering van de bewijslast betreft, leert overweging 59 ons evenzo dat, zo de consument het bewijs, van het conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst behoort te leveren, het aan de handelaar is om te bewijzen dat de digitale inhoud of digitale dienst conform is gedurende de periode waarin voorzien is in de overeenkomst. Die bewijslast moet bij de handelaar liggen voor een conformiteitsgebrek dat optreedt tijdens de looptijd van de overeenkomst, wanneer zij voorziet in een continue levering gedurende een bepaalde periode. Lid 3 bevat een soortgelijke bepaling als dat van artikel 1649quater, $ 1, tweede lid van het oud Burgerlijk Wat de verjaringstermijn van de rechtsvorderingen van de consument betreft, verwijzen wij naar de toelichtingen onder paragraaf 2 met betrekking tot de eenmalige levering van digitale inhoud of digitale diensten.
Artikel 1701/8, $ 4. De vierde paragraaf behelst de invoering van een uitzondering op de omkering van de bewijslast bij eenmalige levering of bij continue levering. Wanneer de handelaar immers aantoont dat de digitale ‘omgeving van de consument niet compatibel is met de technische vereisten van de digitale inhoud of digitale dienst en hij de consument vóór de sluiting van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze ervan op de hoogte heeft gesteld, behoort de consument te bewijzen dat er sprake was van een conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst ten tijde van de levering van die digitale inhoud of digitale dienst indien de overeenkomst voorziet in één levering of afzonderlijke leveringen of, indien de overeenkomst voorziet in continue levering in een bepaalde periode voor de looptijd van de overeenkomst. Overweging 60 preciseert dat, om de handelaar in staat te stellen zich ervan te vergewissen of de oorzaak voor het conformiteitsgebrek gelegen is, in de digitale omgeving van de consument, laatstgenoemde dient samen te werken met de handelaar opdat deze dan gebruik zou kunnen maken van de technisch beschikbare middelen die het minst ingrijpend zijn voor de consument. Dit kan bijvoorbeeld vaak gebeuren door de handelaar automatisch verstuurde meldingen van incidenten of details van de internetverbinding van de consument te verstrekken. Alleen in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde omstandigheden waarin ongeacht het optimaal gebruik van alle andere middelen er geen enkele andere mogelijkheid is, moeten consumenten eventueel virtuele toegang verlenen tot hun digitale omgeving. Wanneer de consument echter niet samenwerkt met de handelaar en de consument in kennis was gesteld van de gevolgen van niet-samenwerking vóór de sluiting van de overeenkomst, behoort de consument niet alleen te bewijzen dat de digitale inhoud of digitale dienst niet conform is, maar ook dat de digitale inhoud of digitale dienst niet conform was ten tijde van de levering van de digitale inhoud of digitale dienst wanneer de overeenkomst voorziet in één enkele levering of in een reeks afzonderlijke leveringen of, indien de overeenkomst voorziet in continue levering in een bepaalde periode, tijdens de looptijd van de overeenkomst.
Artikel 1701/8, 5 5 - Paragraaf 5 heeft betrekking op de vrijwaring voor verborgen gebreken en op de samenhang tussen de toepassing van de desbetreffende regeling en de toepassing van de wettelijke garantie. Het spreekt voor zich dat die vrijwaring voor verborgen gebreken enkel van toepassing zal zijn indien voldaan is aan alle nodige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging ervan, met name de voorwaarde betreffende de kwalificatie van verkoop van de overeenkomst.
Hoofdstuk 5
behelst de invoeging van bepalingen met betrekking tot de remedies voor de consument in geval van leveringsverzuim en conformiteitsgebrek.
Artikel 1701/9, dat afdeling 1 vormt, preciseert de toepasselijke regels, in geval van leveringsverzuim; de artikelen 1701/10 tot 1701/12 vormen afdeling 2 en bepalen de toepasselijke regels in geval van conformiteitsgebrek. Afdeling 1 Artikel 1701/9. Wanneer de handelaar heeft verzuimd de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/3 te leveren, moet de consument de handelaar aanmanen om de digitale inhoud of digitale dienst alsnog te leveren. Volgens overweging 61 moet de handelaar in zulke gevallen onverwijld handelen, of binnen een door de partijen uitdrukkelijk overeengekomen aanvullende termijn. Er wordt gepreciseerd dat, aangezien digitale inhoud of een digitale dienst in digitale vorm wordt geleverd, er voor de levering in het merendeel van de gevallen geen extra tijd nodig mag zijn om de digitale inhoud of digitale dienst aan de consument ter beschikking te stellen. Daarom zou de verplichting van de handelaar om de digitale inhoud of digitale dienst onverwijld te leveren inhouden dat er onmiddellijk moet worden geleverd. Indien de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst niet levert, moet de consument het recht hebben om de overeenkomst te ontbinden. De consument moet daarentegen het recht hebben ‘om de overeenkomst onmiddellijk te ontbinden, dat wil zeggen zonder eerst de handelaar aan te manen om de digitale inhoud of digitale dienst te leveren, in de speci fleke omstandigheden vermeld in paragraaf 2, te weten: - wanneer het voor zich spreekt dat de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst niet zal leveren (de handelaar heeft dat verklaard of dat blijkt duidelijk uit de omstandigheden); of - wanneer een specifiek tijdstip voor de levering van de digitale inhoud of dienst essentieel is voor de consument, op voorwaarde dat de partijen dat zijn overeengekomen of dat zulks uit de omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst duidelijk blijkt, en dat die inhoud of dienst niet is geleverd vóór of op dat tijdstip. De nadere regels voor de ontbinding van de overeenkomst worden geregeld door de artikelen 1701/12, $ 3, tweede lid, 1701/13 tot 1701/15. ‘Afdeling 2 Artikel 1701/10. Dit artikel heeft betrekking op de remedies voor de consument in geval van conformiteitsgebrek. Het betreft het conform maken, de evenredige prijsvermindering of de ontbinding van de Artikel 1701/11 Dit artikel vermeldt de voorwaarden om het goed conform te laten maken De consument heeft het recht de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken. Overweging 63 preciseert: “Naargelang de technische kenmerken van de digitale inhoud of digitale dienst, moet de handelaar een specifieke manier kunnen kiezen om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken, bijvoorbeeld door middel van het uitbrengen van een update of door een nieuwe kopie van de digi tale inhoud of digitale dienst beschikbaar te stellen aan de consument”. Indien het conform maken onmogelijk is of voor de handelaar onevenredige kosten met zich meebrengt, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, met name de waarde die de digitale inhoud of digitale dienst zou hebben wanneer er geen conformiteitsgebrek zou zijn geweest, en de omvang van het conformiteitsgebrek, heeft de consument recht op een evenredige prijsvermindering of op de ontbinding van de overeenkomst. Paragraaf 2 preciseert dat de digitale inhoud of digitale dienst conform moet worden gemaakt: - binnen een redelijke termijn na het tijdstip waarop de handelaar door de consument in kennis is gesteld van het conformiteitsgebrek; - kosteloos; - zonder ernstige overlast voor de consument rekening houdend met de aard van de digitale inhoud of digitale dienst, en met het doel waarvoor de consument de digitale inhoud of digitale dienst nodig had. Wat de termijn en het kosteloze karakter van het conform laten maken betreft, preciseert overweging 64 dat “[glezien de diversiteit van digitale inhoud en digitale diensten het niet passend [is] om dwingende termijnen vast te stel len voor de uitoefening van rechten of de naleving van verplichtingen met betrekking tot die digitale inhoud of digitale diensten. Dergelijke termijnen zouden wellicht geen rekening houden met een dergelijke diversiteit ‘en zouden te kort of te lang kunnen zijn, naargelang het geval. Daarom is het beter te verlangen dat digitale inhoud en digitale diensten binnen een redelijke termijn conform worden gemaakt. Dit vereiste mag de partijen niet beletten om een specifieke termijn te kiezen om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken. De digitale inhoud of digitale dienst moet kosteloos conform worden gemaakt. Meer bepaald mag de consument geen kosten dragen in verband met de ontwikkeling van een update van de digitale inhoud of digitale dienst”.
Artikel 1701/12 - Paragraaf 1 van dit artikel voorziet in de gevallen waarbij de consument recht heeft op een evenredige prijsvermindering (wanneer de digitale inhoud, of digitale dienst wordt geleverd tegen betaling van een prijs), dan wel op de ontbinding van de overeenkomst; paragraaf 2 ervan voorziet in de voorwaarden voor de uitoefening van die remedies. Paragraaf 1 vermeldt de gevallen waarbij de consument die remedies kan aanwenden:
- indien het wettelijk of feitelijk onmogelijk is om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken;
- of indien de handelaar weigert om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken omdat dit gepaard zou gaan met onevenredige kosten voor de handelaar;
- of indien de handelaar heeft verzuimd de digitale inhoud of digitale dienst binnen een redelijke termijn, kosteloos en zonder ernstige overlast voor de consument conform te maken;
- of indien de handelaar heeft verklaard, of uit de omstandigheden duidelijk blijkt dat de handelaar de di gitale inhoud of digitale dienst niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument conform zal maken;
- of indien er een conformiteitsgebrek blijkt te zijn ondanks de poging van de handelaar om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken;
- of indien het conformiteitsgebrek zo ernstig is dat een onmiddelijke prijsvermindering of de ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is.
HOOFDSTUK 6
Verplichtingen van de handelaar bij ontbinding Dit hoofdstuk omvat artikel 1701/13 en heeft betrekking op de verplichtingen van de handelaar bij ontbinding. Paragraaf 1 voorziet erin dat de handelaar de door de consument betaalde prijs terugbetaalt aan hem. Om een evenwicht te bewerkstelligen tussen de rechtmatige belangen van consumenten en handelaren wanneer de digitale inhoud of digitale dienst gedurende een bepaalde periode wordt geleverd en de digitale inhoud of digitale dienst slechts gedurende een deel van die periode niet conform was, mag de consument alleen recht hebben op het deel van de betaalde prijs dat overeenkomt met en evenredig is aan de duur van de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst niet conform was. De consument mag aanspraak maken op enig vooraf betaald deel van de prijs voor de periode die zou zijn overgebleven na de ontbinding van de overeenkomst. De paragrafen 2 en 3 preciseren de mate waarin die teruggave moet gebeuren. Zo geeft overweging 69 aan: “{wlanneer de consument persoonsgegevens heeft verstrekt aan de handelaar, moet de handelaar de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679 nakomen. Dergelijke verplichtingen moeten ook worden nageleefd in gevallen waarin de consument een prijs, betaalt en persoonsgegevens verstrekt. In geval van ontbinding van de overeenkomst dient de handelaar zich ook te onthouden van gebruik van andere inhoud dan persoonsgegevens, die was verstrekt of gecreerd door de consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst. Dergelijke inhoud zou kunnen bestaan uit digitale afbeeldingen, video- en audiobestanden en op mobiele apparatuur gecreëerde inhoud. De handelaar moet echter het recht hebben om gebruik te blijven maken van de door de consument verstrekte of gecreëerde inhoud wanneer die inhoud geen nut heeft buiten de context van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst, alleen verband houdt met de activiteit van de consument, door de handelaar met andere gegevens is samengevoegd en niet of alleen met bovenmatige inspanningen kan worden ontvlochten, of door de consument en anderen gezamenlijk is gegenereerd, en andere consumenten die inhoud kunnen blijven gebruiken”. Paragraaf 4 bepaalt dat de handelaar, na ontbinding van de overeenkomst, alle andere inhoud dan persoonsgegevens beschikbaar moet maken van de consument op diens verzoek. De consument zou immers kunnen worden ontmoedigd om de remedies voor een conformiteitsgebrek van digitale inhoud of een digitale dienst uit te oefenen indien hem de toegang wordt ontzegd tot andere inhoud dan persoonsgegevens die hij heeft verstrekt of gecreëerd met behulp van de digitale inhoud of digitale dienst. Er zijn echter uitzonderingen op de verplichting van de handelaar om dergelijke inhoud beschikbaar te stellen. Overweging 71 preciseert dat die verplichting niet geldt wanneer dergelijke inhoud alleen nut heeft binnen de context van het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst, enkel verband houdt met de activiteit van de consument wanner hij gebruik maakt van de digitale inhoud of digitale dienst, of door de handelaar is samengevoegd met andere gegevens en niet kan worden ontvlochten tenzij met bovenmatige inspanningen. In zulke gevallen heeft de inhoud geen groot praktisch nut of belang voor de consument, en wordt er ook rekening gehouden met de belangen van de handelaar. Bovendien mag de verplichting van de handelaar om na ontbinding van de overeenkomst alle inhoud aan de consument beschikbaar te stellen die niet uit persoonsgegevens bestaat en die is verstrekt of gecreëerd door de consument, geen afbreuk doen aan het recht van de handelaar om bepaalde inhoud overeenkomstig het toepasselijke recht niet openbaar te maken. Overigens voorziet paragraaf 4, tweede id, erin dat de consument het recht moet hebben om kosteloos de inhoud binnen een redelijke termijn op te vragen, zonder daarbij te worden belemmerd door de handelaar, in een algemeen gangbaar machinaal leesbaar gegevensformaat, met uitzondering van de kosten die door de eigen digitale omgeving van de consument zijn veroorzaakt, zoals de kosten van een netwerkverbinding, aangezien die kosten niet specifiek verband houden met de opvraging van de inhoud. Paragraaf 5 stelt dat de handelaar elk verder gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst kan beletten, hetzij door deze ontoegankelijk te maken voor de consument, hetzij door het gebruikersaccount van de consument onbruikbaar te maken.
HOOFDSTUK 7
Verbintenissen van de consument bij ontbinding Dit hoofdstuk omvat artikel 1701/14 en heeft betrekking op de verbintenissen van de consument bij ontbinding. Het voorziet erin dat de consument afziet van het gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst en van de terbeschikkingstelling daarvan aan derden. Overweging 72 preciseert zulks dat kan worden bewerkstelligd door de digitale inhoud of een bruikbare kopie daarvan te wissen, of door de digitale inhoud of digitale dienst anderszins, ontoegankelijk te maken. Paragraaf 2 heeft betrekking op het geval waarin digitale inhoud op een materiële gegevensdrager werd geleverd. In dat geval geeft de consument de materiële, gegevensdrager zonder onnodige vertraging terug aan op voorwaarde dat de handelaar daarom verzoekt en op kosten van laatstgenoemde. De handelaar moet het verzoek om teruggave van de materiële gegevensdrager indienen binnen 14 dagen vanaf de dag waarop hij in kennis wordt gesteld van de beslissing van de consument om de overeenkomst te ontbinden. Paragraaf 3 preciseert dat wanneer de overeenkomst ontbonden is, de consument niet mag worden verplicht te betalen voor het gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst voor alle perioden waarin het conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst bestond, omdat, zoals overweging 72 preciseert, de consument dan doeltreffende bescherming zou worden ontnomen.
HOOFDSTUK 8
‘Termijnen en middelen voor terugbetaling door de handelaar
Hoofdstuk 8
omvat artikel 1701/15 en regelt de middelen voor terugbetaling door de handelaar aan de consument in geval van prijsvermindering of ontbinding, van de overeenkomst. De terugbetaling wordt onverwijld verricht, ten laatste binnen 14 dagen vanaf de datum waarop de handelaar in kennis wordt gesteld van de beslissing van de consument om zich te beroepen op zijn rechten. De handelaar gebruikt voor de terugbetaling hetzelfde betaalmiddel als waarmee de consument betaald heeft, tenzij de consument uitdrukkelijk met het gebruik van een ander betaalmiddel instemt en op voorwaarde dat de consument als gevolg daarvan geen extra kosten hoeft te maken. De handelaar mag de consument generlei vergoeding in rekening brengen in verband met die terugbetaling.
HOOFDSTUK 9
Recht op verhaal Dit hoofdstuk omvat artikel 1701/16, dat het recht op verhaal beoogt, namelijk het recht voor de handelaar die aansprakelijk is wegens een conformiteitsgebrek of wegens verzuim van levering van de digitale inhoud of digitale dienst, om verhaal te nemen op de aansprakelijke persoon in een eerdere schakel van de transactieketen. Zoals uitgelegd in overweging 78 is het conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst vaak toe te schrijven aan een van de transacties in een keten, die zich uitstrekt van de oorspronkelijke ontwerper tot de eindhandelaar. Hoewel de eindhandelaar jegens de consument aansprakelijk is in geval van een conformiteitsgebrek, is het belangrijk ervoor te zorgen dat de handelaar passende rechten heeft ten opzichte van de personen in de transactieketen, zodat hij de aansprakelijkheid jegens de consument kan dekken. Dat recht op verhaal is daarentegen enkel van toepassing op commerciële transacties en is volgens de overweging dan ook niet van toepassing op situaties waarin de handelaar aansprakelijk is jegens de consument voor het conformiteitsgebrek van digitale inhoud of een digitale dienst die bestaat uit of is gebaseerd op software die was geleverd zonder de betaling van een prijs op basis, van een kosteloze of open licentie door een persoon in eerdere schakels van de overeenkomstenketen.
HOOFDSTUK 10
Wijziging van de digitale inhoud of digitale dienst Dit hoofdstuk omvat artikel 1701/17, dat betrekking heeft op andere wijzigingen dan de wijzigingen die strekken tot behoud van conformiteit. De wijzigingen die strekken tot behoud van conformiteit kunnen bijvoorbeeld, zoals vermeld in overweging 74, zijn vastgelegd als updates in de overeenkomst of als wijzigingen die nodig zijn om te voldoen aan de objectieve conformiteitsvereisten van de digitale inhoud of digitale dienst. Andere wijzigingen dan de wijzigingen die strekken tot behoud van conformiteit zijn dus normaliter niet toegestaan, tenzij zij voldoen aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 1: - de overeenkomst staat dergelijke wijzigingen toe en geeft er een gegronde reden voor; overweging 75 preciseert in dat verband: “Dergelijke gegronde redenen kunnen betrekking hebben op gevallen waarin de wijziging noodzakelijk is om de digitale inhoud of digitale dienst aan een nieuwe technische omgeving of aan een groter aantal gebruikers aan te passen, of om andere belangrijke operationele redenen. Zulke veranderingen zijn vaak in het voordeel van de consument, aangezien zij de digitale inhoud of digitale dienst verbeteren. De contractpartijen moeten daarom in de overeenkomsten kunnen voorzien in bijzondere bepalingen op grond waarvan de handelaar wijzigingen mag aanbrengen”. - dergelijke wijzigingen worden aangebracht zonder extra kosten; - de consument is op duidelijke en begrijpelijke wijze van de wijziging in kennis gesteld; en - de consument wordt in de gevallen waarin de wijziging negatieve gevolgen heeft, binnen een redelijke termijn van tevoren op een duurzame gegevensdrager in kennis gesteld van de kenmerken en het tijdstip van de wijziging, en van zijn recht om de overeenkomst te ontbinden of over mogelijkheid om de digitale inhoud of digitale dienst zonder wijziging te behouden. Overweging 76 preciseert: “ijndien een wijziging meer dan slechts geringe negatieve gevolgen heeft voor het gebruik van of de toegang tot de digitale inhoud of digitale dienst door de consument, moet de consument worden geïnformeerd op een wijze die toelaat om de informatie op een duurzame gegevensdrager op te slaan. Duurzame gegevensdragers moeten de consument in staat stellen de informatie zo lang op te slaan als noodzakelijk is om de belangen van de consument die voortvloeien uit zijn verhouding met de handelaar te beschermen. Dergelijke gegevensdragers moeten in het bijzonder papier, dvd's, cd's, USB-sticks, geheugenkaarten of harde schijven alsmede e-mails omvatten”. Paragraaf 2 biedt de consument de mogelijkheid ‘om de overeenkomst te ontbinden indien de wijziging negatieve gevolgen heeft, voor zover die niet gering zijn. In dat opzicht luidt de motivering in overweging 75: “Met het oog op het evenwicht tussen consumenten- en ondernemingsbelangen moet een dergelijke mogelijkheid voor de handelaar worden gekoppeld aan het recht van de consument om de overeenkomst te ontbinden indien zulke wijzigingen meer dan slechts geringe negatieve gevolgen hebben voor het gebruik van of de toegang tot de digitale inhoud of digitale dienst. In hoeverre wijzigingen het gebruik van of de toegang tot de digitale inhoud of digitale dienst door de consument negatief beïnvloeden, moet objectief worden beoordeeld, rekening houdend met de aard en het doel van de digitale inhoud of digitale dienst en de kwaliteit, functionaliteit, compatibiliteit en andere belangrijke kenmerken die gebruikelijk zijn voor digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type. De in deze richtlijn vervatte voorschriften betreffende dergelijke updates, upgrades of soortgelijke wijzigingen mogen echter geen betrekking hebben op situaties waarin, bijvoorbeeld ten gevolge van het verspreiden van een nieuwe versie van de digitale inhoud of digitale dienst, de partijen een nieuwe overeenkomst sluiten voor de levering van de digitale inhoud of digitale dienst” Wanneer een wijziging aanzienlijke negatieve gevolgen heeft voor de toegang tot of het gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst door de consument, moet laatstgenoemde bijgevolg de overeenkomst kosteloos kunnen ontbinden, aldus overweging 77. De artikelen van deze titel met betrekking tot de ontbinding en de gevolgen ervan zijn van toepassing. Paragraaf 4 voorziet erin dat de consument de overeenkomst niet kan ontbinden indien de handelaar besluit de consument de mogelijkheid te bieden om zonder extra kosten toegang te behouden tot de digitale inhoud of digitale dienst zonder de wijziging en conform de overeenkomst. Indien de digitale inhoud of digitale dienst die de handelaar de consument liet behouden echter niet meer conform de subjectieve en objectieve conformiteitsvereisten is, moet de consument zich kunnen, beroepen op de remedies die in dit kader zijn bepaald voor een conformiteitsgebrek. Voorts stelt overweging 77: “Indien niet is voldaan aan de vereisten voor een dergelijke, in deze richtlijn aangegeven wijziging en de wijziging leidt tot een conformiteitsgebrek moeten de in deze richtlijn vastgelegde rechten van de consument om de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken, een prijsvermindering te krijgen of de overeenkomst te ontbinden onverlet aten. Evenzo moet de consument, indien zich na een wijziging een conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst voordoet dat niet door de wijziging is veroorzaakt, het recht behouden ‘om zich te beroepen op de in deze richtlijn bepaalde remedies voor het conformiteitsgebrek in verband met deze digitale inhoud of digitale dienst”. Paragraaf 5 behelst de omzetting van artikel 3.6, lid 2, dat de toepassing van dit artikel betreffende de wijziging van de digitale inhoud of digitale dienst uitsluit wanneer een bundel in de zin van richtijn (EU) 2018/1972 elementen van een internettoegangsdienst of een nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst omvat. Overweging 33 verantwoordt die uitsluiting als volgt “Om [.] de consistentie te waarborgen met de sectorspecifieke bepalingen van richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad (10) waarin bundelovereenkomsten worden geregeld, indien een handelaar in de zin van deze richtlijn digitale inhoud of een digitale dienst aanbiedt in combinatie met een nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst of een internettoegangsdienst, mogen de bepalingen van deze richtlijn over de wijziging van digitale inhoud niet van toepassing zijn op de digitale inhoud of digitale dienst als element van de bundel. De desbetreffende bepalingen van richtlijn (EU) 2018/1972 moeten in plaats, daarvan van toepassing zijn op alle elementen van de bundel, waaronder de digitale inhoud of digitale dienst”.
HOOFDSTUK 11
Dwingende bepalingen Dit hoofdstuk behelst de omzetting van artikel 22 van richtlijn 2019/770 teneinde het dwingende karakter van de bepalingen in deze titel te bekrachtigen.
HOOFDSTUK 12
Sancties wordt, omwille van de transparantie, de autonome bepaling die in artikel 19 van het voorontwerp was opgenomen, ingevoegd in een nieuw artikel 1701/19 van het oude Burgerlijk Wetboek. Dit artikel bepaalt dat inbreuken op de bepalingen vervat in deze titelen de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig Boek XV van het Wetboek van economisch recht. Het is de bedoeling dat de economische inspectiediensten van de FOD Economie kunnen ingrijpen in geval van overtreding van deze bepalingen en in voorkomend geval sancties kunnen opleggen. Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek Art 12 Artikel 589, 14°, van het Gerechtelijk Wetboek moet worden aangepast. Dit punt werd immers ingevoegd door de wet van 1 september 2004 teneinde de bevoegdheid van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank vast te stellen met betrekking tot de vordering tot staking en de intracommunautaire vordering tot staking van elke daad die strijdig is met de artikelen 1649bis tot 1649nonies van het oud Burgerlijk Wetboek op verzoek van een vereniging ter verdediging van de consumentenbelangen. Deze vordering tot staking is inmiddels verankerd in het Wetboek van economisch recht. Wijzigingen in het Wetboek van economisch recht Art. 13 tot 21 De artikelen 14 tot en met 16 van dit ontwerp zijn bedoeld om hoofdzakelijk technische wijzigingen aan te brengen in het Wetboek van economisch recht. Het betreft een eenvoudige bijwerking van de verwijzingen naar het oud Burgerlijk Wetboek of van een schrapping van de verwijzing naar de wet van 1 september 2004. De artikelen 19 tot en met 21 hebben betrekking op wijzigingen in het boek XVII van het Wetboek van economisch recht en meer in het bijzonder de artikelen die betrekking hebben op de vordering tot staking, de intracommunautaire vordering tot staking en de rechtsvordering tot collectief herstel De artikelen 19 en 21 van de richtlijn 2019/771 en 2019/770 bepalen dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat er adequate en doeltreffende middelen zijn om de naleving van de richtlijn te waarborgen, met inbegrip van bepalingen die het mogelijk maken dat een of meer instanties een zaak bij de nationale rechter aanhangig maken. De voorgestelde wijzigingen hebben tot doel in het Wetboek van economisch recht te verwijzen naar de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek ter omzetting van de richtlijnen 2019/770 en 2019/771. De artikelen 13,17 en 18 voegen bepalingen toe die de economische inspectiediensten toestaan om elke handeling of nalatigheid die in strijd is met de bepalingen van de artikelen 1649bis tot 1649nonies en 1701/1 tot 1701/19 van het oude Burgerlijk Wetboek te controleren en te bestraffen indien deze schade heeft veroorzaakt, veroorzaakt of waarschijnlijk zal veroorzaken aan de collectieve belangen van de consumenten. De schade aan de collectieve belangen van de consumenten wordt gedefinieerd in artikel 13 van het ontwerp dat een punt 9° invoegt in artikel 1. 20 van het Wetboek van economisch recht. Het betreft hier de daadwerkelijke of mogelijke schade aan de belangen van een aantal consumenten die nadeel ondervinden van inbreuken. De artikel 18 van het project voegt een nieuwe afdeling in boek XV, titel 3,
hoofdstuk 2
van het Wetboek van economisch recht in, getiteld “Afdeling 11/4. De straf fen voor de inbreuken op het oud Burgerlijk Wetboek”, waarin een sanctie van niveau 2 wordt voorzien voor inbreuken op de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de garantie en die schade hebben veroorzaakt aan de collectieve belangen van consumenten. Overeenkomstig het advies van de Raad van State worden, ter wille van de samenhang met de in artikel 11 gebruikte wetgevingstechniek, zowel de afdeling als het daarin vervatte artikel XV.125/5 in één enkel artikel ingevoegd, in plaats van twee verschilende artikelen te gebruiken.
HOOFDSTUK 5
Opheffingsbepaling Art. 22 Met dit artikel wordt de wet van 1 september 2004 betreffende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen tot omzetting van richtlijn 1999/44 opgeheven alsook artikel 587, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek dat de bevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg vastlegde met betrekking tot de vordering tot staking indien houders van vrije beroepen betrokken waren. De wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht heeft het boek XIV ““Marktpraktijken en consumentenbescherming betreffende beoefenaars van een vrij beroep” van het Wetboek van economisch recht opgeheven. Thans is, in overeenstemming met boek XVII van het Wetboek van economisch recht, de voorzitter van de ondernemingsrechtbank bevoegd voor de vorderingen tot staking betreffende ondernemingen Overgangsbepalingen Artikel 23 voorziet in een overgangsbepaling voor contracten voor de verkoop van levende dieren. Zoals in artikel 3 (artikel 1649bis, lid 3, punt 4) is uiteengezet, is het garantiestelsel dat van toepassing is op consumptie goederen om de hierboven uiteengezette redenen niet geheel geschikt voor de verkoop van levende dieren. Zij zijn derhalve uitgesloten van het toepassingsgebied van deze wet. Er zal specifieke wetgeving worden aangenomen inzake garanties voor de verkoop van levende dieren. Indien deze wetgeving echter niet vóór 1 januari 2022, de datum van inwerkingtreding van deze wet, wordt aangenomen, moet ervoor worden gezorgd dat dit soort verkoop nog steeds onder een consumentenbeschermingsregeling valt. Daarom is bepaald dat, bij gebreke van specifieke bepalingen op 1 januari 2022, voor deze overeenkomsten de regeling blijft gelden die tot dan van kracht was, d.w.z. de artikelen 1649bis tot en met 1649octies van het oude Burgerlijk Wetboek, zoals deze luidden vóór de bekendmaking van de huidige wet. Het zou immers absurd zijn de professionele verkopers, te verplichten zich aan te passen aan de nieuwe regeling zoals die in de huidige wet is opgenomen, terwijl er snel een specifieke regeling moet worden ingevoerd. In tegenstelling tot het advies van de Raad van State wordt voorgesteld deze overgangsbepaling in haar hui dige vorm te handhaven. De Raad van State is van oordeel dat de zinsnede “Tb] ij gebreke van nieuwe specifieke wettelijke bepalingen” ‘om redenen van rechtszekerheid moet worden geschrapt. Deze schrapping zou echter tot gevolg hebben dat de toepassing van de oude artikelen van het Burgerlijk Wetboek op dit soort verkopen gewoon behouden blijft, waardoor deze bepaling haar overgangskarakter zou verliezen. Indien het ontwerp inzake de verkoop van dieren vóór de ontwerp-omzetting in werking zou treden, zou de overgangsbepaling moeten worden gewijzigd in een stuk wetgeving dat nog niet bestaat, hetgeen nieterg “conventioneel” is. Het door de Raad van State bepleite doel van rechtszekerheid ikt door deze schrapping niette worden bereikt. Derhalve is besloten de overgangsbepaling te handhaven zoals zi in het voorontwerp. is geformuleerd. De beroepsbeoelenaren in de sector zullen zeker op de hoogte worden gebracht van de aanneming van de nieuwe wetgeving en zullen deze dan ook kunnen toepassen bij de verkoop van dieren. Indien het ontwerp betreffende de verkoop van dieren na dt omzettingsontwerp zou worden ‘aangenomen, zou erin ieder geval voor moeten worden gezorgd dat de stuatie met betrekking tot de toepasselijke voorschriften in het ontwerp-dierenwet wordt verduidelijk. Artikelen 24 en 25 voorzien in de omzetting van artikel 24.2. van de richtlijn 2019/770 en de richtlijn 2019/771 Wat betreft de richtlijn 2019/7741, bepaalt overweging 66 dat de richtlijn niet van toepassing is op overeenkomsten die voor de omzettingsdatum gesloten zijn om ervoor te zorgen dat de wettelijke en bestuursrechtelike bepalingen die de lidstaten nodig hebben om aan deze richtlijn te voldoen, uniform worden toegepast op overeenkomsten die vanaf de omzettingsdatum zijn gesloten. Wat betreft de richtijn 2019/770, bepaalt overweging 83 dat “consumenten moeten kunnen profiteren van hun rechten uit hoofde van deze richtlijn zodra de nationale omzettingsbepalingen van toepassing worden. Die nationale omzettingsbepalingen moeten dan ook eveneens van toepassing zijn op overeenkomsten voor onbepaalde of bepaalde duur die waren gesloten vóór de toepassingsdatum en die voorzien in de levering van digitale inhoud of digitale diensten gedurende een bepaalde periode, via continue dan wel via een reeks afzonderlijke leveringen, maar uitsluitend met betrekking tot digitale inhoud of een digitale dienst die is geleverd vanaf de toepassingsdatum van de nationale omzettingsmaatregelen. Om echter een evenwicht te bewerkstelligen tussen de rechtmatige belangen van consumenten en handelaren, mogen de nationale bepalingen tot omzetting van de bepalingen van deze richtlijn over de wijziging van de digitale inhoud of digitale dienst en het recht op verhaal enkel gelden voor na de in deze richtlijn vastgelegde toepassingsdatum gesloten overeenkomsten”. De minister van Economie, Pierre-Yves DERMAGNE De minister van Justitie, Vincent VAN QUICKENBORNE De Staatssecretaris voor Consumentenbescherming, Eva DE BLEEKER VOORONTWERP VAN WET ‘onderworpen aan het advies van de Raad van State Voorontwerp van wet tot wijziging van de bepalingen van het oude Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten, tot invoeging van een nieuwe titel Vlbis in boek lil van het oude ‘Algemene bepalingen Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet Art.2. Deze wet voorziet in de omzetting van richlijn (EU) 201977, van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten en van riehlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van richtlijn 1999/44/EG. Hootdstuk 2 wijzigingen van het oud Burgerlijk Wetboek Art. 3. ‘Artikel 1649bís van het oud Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, wordt vervangen als volgt “Art. 1649bis. $ 1e. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: 1° “consument”: iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden buiten zijn handels-, bedrijfs, ambachts- of beroepsactviei 2° “verkoper” iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die handelt, mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt in het kader van zijn handels, bedrijfs, ambachts- of 3° “producent”: een fabrikant van consumpliegoed, een, invoerder van een consumptiegoed naar de Unie, of elke andere persoon die zich als producent voordoet door zijn naam, handelsmerk of enig ander onderscheidend teken op het consumpliegoed aan te brengen: bocss 2355/001 4° “consumptiegoed” a) elke roerende lichamelijke zaak; water, gas en elektriciteit zijn consumptiegoederen in de zin van deze afdeling wanneer zij gereed zijn gemaakt voor verkoop in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid; b) elke roerende lichamelijke zaak waarin digitale inhoud of digitale diensten zijn verwerkt of die daarmee onderling verbonden zijn, op zodanige wijze dat het ontbreken van die dïgitale inhoud of die digitale dienst ertoe zou leiden dat het consumptiegoed zijn functies niet kan vervullen (“goed met digitale elementen”); '5° “digitale inhoud”: gegevens die in digitale vorm worden geproduceerd en geleverd; 6° “aigitale dienst”: a) een dienst die de consument in staat stelt gegevens In digitale vorm te creëren, te verwerken of op te slaan, of toegang tot die gegevens te krijgen, of b) een dienst die voorziet in de mogelijkheid tot het delen van gegevens of andere interactie met gegevens in digitale vorm die door de consument of door andere gebruikers van die dienst worden geüpload of gecreerd; 7° “compatibiliteit”: het vermogen van de consumptiegoederen om te draaien op hardware of software die doorgaans voor consumptiegoederen van hetzelfde type worden gebruikt, zonder dat die goederen, hardware of software moeten wor: den omgezet; 8° “functionaliteit”: het vermogen van de consumptiegoederen ‘om hun functies te vervullen met betrekking tot het doel ervan; 9° “interoperabilteit": het vermogen van de consumptiegoederen om te functioneren met hardware of software die verschilt van die welke waarmee consumpliegoederen van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt; 10° “duurzame gegevensdrager”: ieder hulpmiddel dat de consument of de verkoper in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die past bij het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt; 11° “commerciële garantie”: iedere verbintenis van de verkoper of een producent (de “garant") om boven hetgeen hij wettelijk verplicht is uit hoofde van het recht op conformiteit, aan de consument de betaalde prijs terug te betalen of het consumptiegoed op enigerlei wijze te vervangen, herstellen of onderhouden, wanneer dit niet voldoet aan de specificaties of aan enige andere vereisten die geen verband houden met de conformiteit, die vermeld zijn in de garantieverklaring of In de desbetreffende reclameboodschappen ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst; 12° “duurzaamheid”: de geschiktheid van het consumptiegoed om zijn vereiste functies en prestaties bij normaal gebruik te behouden; 13° “kosteloos”: vrij van de noodzakelijke kosten die zijn gemaakt om het consumptiegoed conform te maken, met name de kosten van verzending, vervoer, werkuren of materiaal; 14° “openbare veiling”: een verkoopmelhode waarbij goederen of diensten door de verkoper worden aangeboden aan consumenten, die persoonlijk aanwezig zijn of de mogelijkheid krijgen om persoonlijk aanwezig te zijn op de velling, door middel van een transparante competitieve biedprocedure, onder leiding van een ministeriële ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen, en waarbij de winnende bieder verplicht is de goederen of diensten af te nemen. $ 2. Deze afdeling is van toepassing op overeenkomsten voor de verkoop van consumptiegoederen gesloten tussen, een consument en een verkoper. Zi is eveneens van toepassing op digitale inhoud of digitale diensten die zijn verwerkt in of onderling verbonden met consumptiegoederen in de zin van paragraaf 1, 4°,b), en die worden meegeleverd met de consumptiegoederen op grond van een koopovereenkomst, ongeacht of die digitale inhoud of de digitale dienst wordt geleverd door de verkoper of een derde. Bij twijfel of de levering van verwerkte of onderling verbonden digitale inhoud of een verwerkte of onderling verbonden digitale dienst deel uitmaakt van de koopovereenkomst, wordt de digitale inhoud of digitale dienst geacht onder de koopovereenkomst te vallen. Voor de toepassing van deze afdeling worden overeenkomsten tot levering van te vervaardigen of voort te brengen ‘consumptiegoederen eveneens als koopovereenkomsten beschouwd. 83. Deze afdeling is niet van toepassing op: 1e overeenkomsten voor het leveren van digitale inhoud of dïgitale diensten onverminderd paragraaf 2, id 2; 2° materiële gegevensdragers die uitsluitend als drager van digitale inhoud dienen; 3° goederen die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht. 4° overeenkomsten met betrekking tot de verkoop van levende dieren”.
Art. 4. ‘Artikel 1649ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, wordt vervangen als volgt: “Art. 1649ter. 5 1. Voor de loepassing van artikel 1604, eerste lid, wordt het door de verkoper aan de consument geleverde consumptiegoed geacht slechts in overeenstemming met de koopovereenkomst te zijn indien het voldoet aan de in de paragrafen 2 tot 8 gestelde eisen, 82. Voor conformiteit met de koopovereenkomst, moet het ‘consumptiegoed voldoen aan de subjectieve conformiteitsvereisten die in de koopovereenkomst zin vastgesteld, met andere woorden, moet het met name, voor zover van toepassing: 1° wat betreft de beschrijving, het type, de hoeveelheid en kwaliteit, functionaliteit, compatibiliteit, interoperabiïiteit en andere kenmerken, voldoen aan de koopovereenkomst 2° geschikt zijn voor elk bijzonder door de consument gewenst gebruik dat de consument aan de verkoper uiterlijk bij de sluiting van de koopovereenkomst heeft meegedeeld en dat de verkoper heeft aanvaard; 3 worden geleverd samen met alle toebehoren en instructies, met inbegrip van installatie-instructies, als bepaald in de koopovereenkomst, en 4° van updates worden voorzien als bepaald in de koopovereenkomst. 3. Naast het voldoen aan subjectieve conformiteitsvereisten die overeenkomstig paragraaf 2 in de koopovereenkomst zijn vastgesteid, moet het consumptiegoed voldoen aan de volgende objectieve conformiteitsvereisten: 1e geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor goederen van hetzelfde type gewoonlijk zouden worden gebruikt, rekening houdend, in voorkomend geval, met bestaand Unie- en, nationaal recht, technische normen, of, bij ontstentenis van zulke technische normen, toepasselijke sectorspecifieke gedragscodes; 2° in voorkomend geval, beschikken over de kwaliteit van en beantwoorden aan de beschrijving van een monster of model, dat de verkoper aan de consument vóór de sluiting van de overeenkomst ter beschikking heeft gesteld; 3° in voorkomend geval, samen met de toebehoren, waaronder verpakking, installatie-instructies of andere instructies, die de consument redelijkerwijs mag verwachten, worden geleverd, en 4° de hoeveelheid hebben en de kwaliteiten en andere kenmerken bezitten, onder meer met betrekking tot duurzaamheid, functionaliteit, compatibiliteit en beveiliging die voor hetzelfde type consumptiegoederen normaal zijn en die de consument redelijkerwijs mag verwachten, gelet op de aard van de consumptiegoederen en rekening houdend met publieke mededelingen die zijn gedaan door of namens de verkoper of andere personen in eerdere schakels van de overeenkomstenketen, waaronder de producent, in het bijzonder In reclameboodschappen of op de etikettering 8.4. De verkoper is niet gebonden door de in paragraaf 3, #°, bedoelde publieke mededelingen indien hij aantoont dat 1° de bedoelde mededeling hem niet bekend was en hem redelijkerwijs niet bekend kon zijn; 2° de publieke mededeling ten tijde van de sluiting van de koopovereenkomst op dezelfde of vergelijkbare wijze was gerectificeerd als waarop ze was afgelegd, of 3° de beslissing tot aankoop van het consumptiegoed niet door de publieke mededeling beïnvloed kon zijn. $ 5. In het geval van een goed met digitale elementen, zorgt de verkoper ervoor dat de updates, waaronder bevel. gingsupdates, die nodig zijn om de conformiteit van het goed te behouden aan de consument worden gemeld en geleverd, gedurende de periode: 1e die de consument redelijkerwijs kan verwachten, gezien de aard en het doel van de goederen en de digitale elementen, en rekening houdend met de omstandigheden en de aard van de overeenkomst, wanneer de koopovereenkomst voorziet in ‘één enkele levering van de digitale inhoud of digitale dienst, of 2 diein artikel 164aquater,S 1, tweede lid „is bepaald, indien de koopovereenkomst voorziet in een continue levering van de digitale inhoud of de digitale dienst gedurende een periode. 8,6. Wanneer de consument verzuimt de overeenkomstig paragraaf 5 verstrekte updates binnen een redelijke termijn te installeren, is de verkoper niet aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek als dat uitsluitend het gevolg is van de afwezigheid van de betrokken update, mits: 1e de verkoper de consument in kennis heeft gesteld van de beschikbaarheid van de update en de gevolgen indien de consument die niet installeert; en 2° het niet of verkeerd installeren door de consument van de update niet te wijten was aan tekortkomingen in de aan de consument verstrekte installatie-instructies. $ 7. Eris geen sprake van een conformiteitsgebrek in de zin van de paragrafen 3 of 5 wanneer de consument ten tijde van sluiting van de koopovereenkomst er uitdrukkelijk van, In kennis werd gesteld dat een specifiek kenmerk van het consumpliegoed afweek van de in die paragrafen gestelde objectieve conformiteitsvereisten, en de consument die afwijking bij de sluiting van de koopovereenkomst uitdrukkelijk en afzonderlijk heeft aanvaard. 8. Elk gebrek dat het gevolg is van een verkeerde installatie van het consumptiegoed, wordt beschouwd als een conformiteitsgebrek, wanneer: 1e de installatie van het goed deel uitmaakt van de koopovereenkomst en is uitgevoerd door de verkoper of onder diens verantwoordelijkheld, of 2° wanneer de installatie, die bestemd was om te worden uitgevoerd door de consument, door hem werd gedaan en de verkeerde installatie te wijten was aan tekortkomingen in de Iinstallatie-instructies die werden verstrekt door de verkoper, of, In geval van een goed met digitale elementen, door de verkoper of de leverancier van de digitale inhoud of digitale dienst.” Art.5. In artikel 1649quater, van hetzelde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1e in paragraaf 1, tussen het eerste en het tweede lid wordt een id ingevoegd, luidende: “In het geval van een goed met digitale elementen wanneer de koopovereenkomst voorziet in continue levering van de dïgitale inhoud of de digitale dienst gedurende een periode, Is de verkoper ook aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of de digitale dienst dat zich voordoet of aan het licht komt binnen twee jaar na het tijdstip waarop het goed met digitale elementen werd geleverd. Indien de overeenkomst voorziet in continue levering gedurende meer dan twee jaar, is de verkoper aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst dat zich voordoet of kenbaar wordt in de periode gedurende welke de digitale inhoud of digitale dienst volgens de koopovereenkomst moet worden geleverd 2° in paragraaf 1, tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden “De termijn van twee jaar bedoeld in het eerste lid. wordt opgeschort” vervangen door de woorden “De termijnen bedoeld in het eerste en tweede lid worden opgeschort” 3 in paragraaf 1, het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt vervangen als volgt: “In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen de verkoper en de consument voor de tweedehandsgoederen een kortere termijn overeenkomen zonder dat die termijn korter dan één jaar mag zijn. De verkoper informeert de consument op duidelijke en ondubbelzinnige wijze over deze kortere termijn. Wanneer dit niet het geval is, is naargelang van het geval de in het eerste of tweede lid bedoelde termijn van toepassing. De bewijslast van deze verplichting rust op de verkoper” “paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: “8 2. De consument moet de verkoper op de hoogte brengen van het conformiteitsgebrek binnen de twee maanden vanaf de dag waarop de consument het gebrek heeft vastgesteld. De verkoper en de consument kunnen een langere termijn overeenkomen”. '5° in paragraaf 3 worden de woorden “, zonder dat die termijn vóór het einde van de termijn van twee jaar, bedoeld In $ 1, mag verstrijken” opgeheven. 6 in paragraaf 4 worden de woorden “zes maanden” vervangen door de woorden “twee jaar” 7° paragraaf 4/1 wordt ingevoegd, luidende: “8 a/t. In het geval van een goed met digitale elementen, indien de koopovereenkomst voorziet in de continue levering van de digitale inhoud of de digitale dienst gedurende een bepaalde periode, ligt de bewijslast met betrekking tot de vraag of de digitale inhoud of digitale dienst conlorm was tijdens de in paragraaf 1, weede lid, bedoelde periode, bij de verkoper wegens een conformiteitsgebrek dat aan het licht Komt binnen die periode” &in paragraal 5 worden de woorden “na het verstrijken van de termijn van twee jaar bedoeld in $ 1” vervangen door de woorden “na het verstrijken van de termijnen bedoeld in $ +” Art.6. In artike 1649guinguies, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd gingen aangebracht 1° In paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden '$ 2” vervangen door de woorden'paragrafen 2 en 3", wordt het woord “passende” vervangen door het woord “evenredige"en worden de woorden '$ 3” vervangen door de woorden “paragraien 5 toten met 7”; 2° paragrafen 2 en 3 worden vervangen als volgt “5 2. In eerste instantie heeft de consument het recht om van de verkoper de kosteloze herstelling van het consumptiegoed of de kosteloze vervanging ervan te eisen, tenzij de gekozen remedie onmogelijk is of in vergelijking met de andere remedies voor de verkoper onevenredige kosten met zich mee zou brengen, rekening houdend met ale omstandigheden, onder meer. 1° de waarde die het consumptiegaed zonder het conformiteitsgebrek zou hebben; 2° de omvang van het conformititsgebrek, en 3° de mogelijkheid om te kiezen voor de andere remedie zonder emslige overlast voor de consument. $ 3. Eike herstelling of vervanging wordt verricht: t° kosteloos, 3° zonder ernstige overlast voor de consument, rekening houdend met de aard van het consumpliegoed en het doel waarvoor de consument het goed heeft gekocht. Bi een herstelling of vervanging stelt de consument het ‘consumptiegoed ter beschikking van de verkoper. De verkoper neemt het te vervangen goed op zijn kosten terug. Wanneer een herstelling de verwijdering vergt van het goed dat op een wijze die in overeenstemming is met zijn aard en doel was geïnstalleerd voordat het conformiteitsgebrek duidelijk werd, of wanneer dit goed moet worden vervangen, omvat de verplichting tot herstelling of vervanging van het goed de verwijdering van het niet-conforme goed en de installatie van het vervangende goed of het herstelde goed, of het betalen van de kosten van die verwijdering of installatie. De consument is niet gehouden om te betalen voor het normaal gebruik van het vervangen goed tijdens de periode die aan de vervanging voorafgaat”. 3? artikel 1649quinquies wordt aangevuld met de paragrafen 4 tot en met 7, luidende: “5 4. De verkoper kan weigeren om het consumptiegoed conform te maken overeenkomstig paragraaf 2 als hersteling en vervanging onmogelijk zijn of voor de verkoper onevenredige kosten met zich zouden brengen, rekening houdend met alle omstandigheden, zoals met name de waarde die het consumptiegoed zonder het conformiteitsgebrek zou hebben of de omvang van het conformiteitsgebrek. 5. De consument heeft recht op een evenredige prijsvermindering overeenkomstig paragraaf 6 dan wel op ontbinding van de koopovereenkomst overeenkomstig paragraaf 7 in elk van de volgende gevallen: 1° de verkoper heeft de hersteling of vervanging niet voltooid of, indien van toepassing, niet voltooid overeenkomstig paragraaf 3, tweede en derde lid, of de verkoper heeft geweigerd de goederen conform te maken overeenkomstig paragraaf 4; 2° er blijkt een conformiteitsgebrek te zijn ondanks de poging van de verkoper om de goederen conform te maken; 3° net conformiteitsgebrek is zo ernstig dat een onmiddellijke prijsvermindering of ontbinding van de koopovereenkomst gerechtvaardigd is 4° de verkoper heeft verklaard of uit de omstandigheden blijkt duidelijk dat de verkoper de goederen door middel van, herstelling of vervanging niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument conform de overeenkomst zal maken In afwijking van het eerste id heeft de consument niet het recht de koopovereenkomst te ontbinden indien het conformiteitsgebrek gering is. Het is aan de verkoper om te bewijzen dat het conformiteitsgebrek gering is. 86. De prijsvermindering moet evenredig zijn aan het verschil tussen de waarde van het door de consument ontvangen consumptiegoed en de waarde die het consumptiegoed zou hebben gehad indien dit conform de koopovereenkomst was geweest. 7. Het recht om de koopovereenkomst te ontbinden wordt uitgeoefend door middel van een eenzijdige wilsverklaring aan de verkoper. In het geval van de verkoop van meerdere consumptiegoederen kan de consument, indien het conformiteitsgebrek slechts betrekking heeft op enkele ervan en indien er een grond is voor ontbinding van de koopovereenkomst krachtens dit artikel, zijn ontbindingsrecht alleen uitoefenen voor de niet-conforme goederen en de conforme goederen die hij op hetzelfde moment heeft verworven en indien van de ‘consument niet redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij alleen de conforme goederen zal willen houden. ‘Wanneer de consument een koopovereenkomst in haar geheel of overeenkomstig het tweede id slechts ten aanzien van een deel van de krachtens de koopovereenkomst geleverde goederen ontbindt: 1° zendt de consument de goederen terug naar de verkoper op kosten van de verkoper, en 2° betaalt de verkoper de consument de voor de goederen betaalde pris terug bij ontvangst van de goederen of bij ontvangst van het door de consument verstrekte bewijs dat hij de goederen heeft teruggezonden. Voor de toepassing van paragraaf 6 en huidige paragraaf kan elke terugbetaling aan de consument worden verminderd teneinde rekening te houden met het conforme gebruik dat deze van het goed heeft gehad sinds de levering ervan”.
Art.7. ‘Artikel 1649sexdes van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, wordt vervangen als volgt: “Art. 1649sexies. Wanneer de verkoper jegens de consument aansprakelijk is uit hoofde van een conformiteitsgebrek, met inbegrip van het nalaten om updates te verstrekken voor goederen met digitale elementen overeenkomstig artikel 164ter, 8 5, dat toe le schrijven is aan een persoon die zich hoger in de overeenkomstenketen die tot de verkoop geleid heeft, bevindt, kan hij tegen deze persoon verhaal doen op grond van zijn contractuele aansprakelijkheld met betrekking tot het goed zonder dat een contractueel beding dat tot gevolg heeft die aansprakelijkheid te beperken of op te helfen, hem mag tegengeworpen worden”.
Art.8. ‘Artikel 1649septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 seplember 2004 en gewijzigd door de wet van 20 september 2018, wordt vervangen als volgt “Art. 1649septies. $ 1. Een commerciële garantie is bindend voor de garant onder de voorwaarden in het commerciële garantiebewijs en in de daarmee samenhangende reclame die beschikbaar was ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst. Wanneer een producent de consument een commerciële garantie van duurzaamheid voor een bepaald consumptiegoed gedurende een bepaalde periode biedt, is de producent rechtstreeks aansprakelijk jegens de consument tijdens de volledige duur van de commerciële garantie van duurzaamheid, voor herstelling of vervanging van het consumptiegoed overeenkomstig artikel 1649quinquies, 5 3, onder de in onderhavig artikel gestelde voorwaarden. Het staat de producent vrij de consument in het commerciële duurzaamheldsgarantiebewijs gunstiger voorwaarden aan te bieden. Indien de voorwaarden in het commerciële garantiebewijs voor de consument minder gunstig zijn dan de voorwaarden in de desbetreffende reclame, is de commerciële garantie bindend onder de voorwaarden die staan in de reclame betreffende de commerciële garantie, tenzij die reclame voor de sluiting van de overeenkomst werd gecorrigeerd op dezelfde of vergelijkbare wijze waarop de reclame eerder was gemaakt. $ 2. Het commerciële garantiebewijs wordt aan de consument verstrekt op een duurzame gegevensdrager, uiterlijk op het tijdstip van de levering van het consumpliegoed. Het commerciële garantiebewijs wordt in duidelijke en begrijpelijke taal opgesteld en in een taal die de consument begrijpt. Het garantiebewijs bevat: 1e een duidelijke verklaring dat de consument bij wet recht heeft op kosteloze remedies van de verkoper in geval van een conformiteitsgebrek van het consumptiegoed en dat die remedies niet worden aangetast door de commerciële garantie; 2° de naam en het adres van de garant; 3° de procedure die de consument moet volgen om de uitvoering van de commerciële garantie te verkrijgen; 4° de aanduiding van het onder de commerciële garantie vallende consumptiegoed, en '5° de commerciële garantievoorwaarden. 3. Niet-naleving van $ 2 heeft geen invloed op de bindende aard van de commerciële garantie voor de garant”.
Art. 9. In artikel 1649octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, worden de woorden ‘rechtstreeks of onrechtstreeks, de rechten die de consument uit deze afdeling put, worden beperkt of uitgesloten.” worden vervangen door de woorden “ten nadele van laatstgenoemde, de rechten die de consument uit deze afdeling put, worden uitgesloten, ervan wordt afgeweken of de gevolgen ervan worden gewijzigd”.
Art. 10. In boek II, titel VI, hoofdstuk IV, afdeling IV, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1649nonies ingevoegd, luidende: “Art. 1649nonies. De inbreuken op de bepalingen van deze afdeling en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig boek XV van het Wetboek van economisch recht.” Art 11. In het boek Il van het oud Burgerlijk Wetboek, wordt een titel Vlbis ingevoegd, die de artikelen 1701/1 tot en met 1701/19 omvat, luidende: “Titel Vbis. Overeenkomsten voor de levering van digitale
Hoofdstuk 1
- Definities en toepassingsgebied ‘Art. 1701/1. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 1e “qlgitale inhoud”: gegevens die in digitale vorm worden 2e “aigitale dienst” toegang tot die gegevens te krijgen; of b) een dienst die voorziet in de mogelijkheid van het delen 3° “goed met digitale elementen: elke roerende lichamelijke zaak waarin digitale inhoud of een digitale dienst zijn verwerkt of die daarmee onderling verbonden zijn, op zodanige wijze dat het ontbreken van die digitale inhoud of digitale dienst ertoe zou leiden dat de goederen hun functies niet kunnen vervullen: 4 “integratie” het koppelen van digitale inhoud of een digitale dienst aan de onderdelen van de digitale omgeving van de consument en het verwerken daarvan in die omgeving, zodat de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig de in deze tiel vastgelegde conformiteitsvereisten kan worden gebruikt; '5° “handelaar”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek s, die met betrekking tot onder deze titel vallende overeenkomsten handelt, mede via optreedt in het kader van zijn handels-, bedrijs-, ambachts- of beroepsactivitit; € “consument”. iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn handels, bedrijfs, ambachts- of beroepsactiviteit vallen; 7° prij” geld dat of een digitale weergave van waarde die verschuldigd is inruil voor de levering van digitale inhoud of een digitale dienst; 8 “persoonsgegevens: persoonsgegevens als gedefinieerd In artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van de gegevens en totintrekking van richtlijn 9546/EG; sr raigitale omgeving": hardware, software en iedere netwerkverbinding die door de consument wordt gebruikt om toegang te krijgen tat of gebruik te maken van digitale inhoud ot een digtale dienst; 10° “compatibiiteit: het vermogen van de digitale inhoud ot digitale dienst om te functioneren met hardware of software waarmee digitale inhoud of digitale diensten van hetzellde type gewoonlijk worden gebruikt, zonder de noodzaak om de digitale inhoud of digitale dienst te converteren; 1e “functionaliteit”: het vermogen van de digitale inhoud ot digtale dienst om zijn functies te vervullen met betrekking tot et doel ervan; 12° interoperabilteiv”: het vermogen van de digitale inhoud die verschilt van die waarmee digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt; 13° “duurzame gegevensdrager": ieder hulpmiddel dat de consument of de handelaar in staat stelt om persoonlijk 14° “kosteloos”: vrij van de noodzakelijke kosten die zijn gemaakt om de goederen conform te maken, met name de Kosten van verzending, vervoer, werkuren of materiaal ‘Art 1701/2. 1. Deze elis van toepassing op ale overeenkomsten waarbij de handelaar digitale inhoud of een digitale dienst aan de consument levert of zich ertoe verbindt die te leveren en de consument een prijs betaalt of zich ertoe verbindt een prijs te betalen $ 2. Deze tiel is ook van toepassing als de handelaar digitale inhoud of een digitale dienst aan de consument levert of zich ertoe verbindt die te leveren en de consument de handelaar persoonsgegevens verstrekt of zich ertoe verbindt die te verstrekken, behalve wanneer de door de consument verstrekte persoonsgegevens uitsluitend door de handelaar worden verwerkt om de digitale inhoud of digitale dienst te leveren overeenkomstig deze titel of om de handelaar in staat te stellen te voldoen aan de wettelijke vereisten waaraan hij is onderworpen, en de handelaar die gegevens niet voor andere doeleinden verwerkt. $ 3. Deze litel is eveneens van toepassing wanneer de digitale inhoud of digitale dienst volgens de specificaties van de consument is ontwikkeld. 8 4. Met uitzondering van de artikelen 1701/3 en 1701/9 is deze ltel eveneens van toepassing op iedere materiële gegevensdrager die uitsluitend dient als drager voor digitale inhoud. '$ 5. Deze tel is niet van toepassing op digitale inhoud of digitale diensten die verwerkt zijn in of onderling verbonden zijn met goederen in de zin van artikel 1701/1, 3°, en die worden meegeleverd met de goederen op grond van een koopovereenkomst met betrekking tot die goederen, ongeacht of die digitale inhoud of digitale dienst wordt geleverd door de verkoper of een derde. Bij twijfel of de levering van verwerkte of onderling verbonden digitale inhoud of een verwerkte of onderling verbonden digitale dienst deel uitmaakt van de koopovereenkomst, wordt de digitale inhoud of digitale dienst geacht onder de koopovereenkomst te vallen. 8,6. Wanneer een overeenkomst tussen dezelfde handelaar en dezelfde consument in een bundel elementen omvat van levering van digitale inhoud of een digitale dienst alsmede elementen van de levering van andere diensten of goederen, Is deze titel, onverminderd paragraaf 5, alleen van toepassing op de elementen van de overeenkomst die betrekking hebben op de digitale inhoud of digitale dienst. 87. Deze ilel is niet van toepassing op overeenkomsten inzake: 1° de verstrekking van andere diensten dan digitale diensten, ongeacht of digitale formaten of middelen worden gebruikt door de handelaar om het resultaat van de dienst te behalen of aan de consument te leveren of door te geven; 2° elektronische-communicatiediensten met uitzondering van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten bedoeld in artikel 2, 5/4° van wetvan 13 Juni 2005 betreffende de elektronische communicatie; 3? gezondheidsdiensten die door gezondheidswerkers aan patiënten worden verstrekt om de gezondheidstoestand van deze laatsten te beoordelen, te behouden of te herstellen, waaronder begrepen het voorschrijven en het verstrekken van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen; 4° kansspeldiensten, namelijk diensten die gepaard gaan met het aangaan van een weddenschap waarbij een geldbedrag wordt ingezet in kansspelen, waaronder die welke enige, bekwaamheid vereisen zoals loterijen, casinospelen, poker en weddenschapstransacties en die worden aangeboden langs elektronische weg of met andere communicatietechnologie en op individueel verzoek van een afnemer van zulke diensten; 5 financiële dienst in de zin van iedere dienst van bancaire aard of op het gebied van kredietverstrekking, verzekering, individuele pensioenen, beleggingen en betalingen bedoeld in artikel L8,, 18° van het Wetboek van economisch recht; 6 software die door de handelaar wordt aangeboden op basis van een vrije en open licentie waarvoor de consument geen prijs betaalt en wanneer de door de consument verstrekte persoonsgegevens alleen worden verwerkt door de handelaar om de bevellging, compatibiÏtet of interoperabiÏteit van die specifieke software te verbeteren; 7° de levering van digitale inhoud waarbij de digitale inhoud op een andere wijze dan via het overbrengen van signalen aan het grote publiek beschikbaar wordt gesteld als onderdeel van een optreden of evenement, zoals digitale fimverloningen; 8 digitale inhoud die wordt geleverd door overheidsorganen van de lidstaten overeenkomstig de wet van 4 mei 2016 inzake het hergebruik van overheidsinformatie.
Hoofdstuk 2
- Levering van de digitale inhoud of digitale dienst Art 1701/3. 1. De handelaar levert de digitale inhoud of digitale dienst aan de consument. Tenzij de partijen anders zij overeengekomen, levert de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst onverwijld na de sluiting van de overeenkomst aan de consument. $ 2. De handelaar heeft aan de leveringsverbintenis voldaan wanneer. t° de digitale inhoud of een middel dat geschikt is om toegang te verschaffen tat de digitale inhoud of die te downloaden, beschikbaar is gesteld aan of toegankelijk is gemaakt voor de consument of voor een daartoe door de consument gekozen Iysieke of virtuele faciliteit; 2 de digitale dienst toegankelijk wordt gemaakt voor de consument of voor een daartoe door de consument gekozen (ysieke of virtuele laciTtei.
Hoofdstuk 3- Conformiteit van de digitale inhoud of digitale ‘Art. 1701/4. De handelaar levert aan de consument digitale inhoud of een digitale dienst die, naargelang het geval, voldoet aan de vereisten van de artikelen 1701/5, 1701/6 en 1701. Aldeling 1. Subjectieve conformiteitsvereisten ‘Art. 1701/5. Voor conformiteit met de overeenkomst, moet de digitale inhoud of digitale dienst met name, voor zover van toepassing: 1° wat betreft de beschrijving, hoeveelheid en kwaliteit, functionalteit, compatbiltert, interoperabilteit en andere kenmerken, voldoen aan de overeenkomst; gewenst gebruik dat de consument aan de handelaar uiterlijk bij de sluiting van de overeenkomst heeft meegedeeld en dat de handelaar heeft aanvaard: 3° worden geleverd samen met alle toebehoren, instructies, met inbegrip van installaie-insructies, en Klantenservice, als vereist in de overeenkomst; en 4° van updates is voorzien als bepaald in de overeenkomst ‘Aldeling 2. Objectieve conformiteitsvereisten Art. 1701/6. 5 1. Naast het voldoen aan subjectieve conformiteisvereisten moet de digitale inhoud of digitale dienst t° geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk zou worden gebruikt, rekening houdend, in voorkomend geval, met bestaand Unie- en nationaal recht, technische normen, of, bij ontstentenis van zulke technische normen, toepasselijke sectorspecifieke gedragscodes; 2° beschikken over de hoeveelheid, kwaliteiten prestatieKenmerken, - onder meer met betrekking tot functionaliteit, companbilteit, toegankelijkheid, continuiteit en velligheid - waarover digitale inhoud of digitale diensten van hetzelide type gewoonlijk beschikken en die de consument gezien de aard van de digitale inhoud of digitale dienst redelijkerwijs mag verwachten, en rekening houdend met publieke mededelingen die zijn gedaan door of namens de handelaar of andere personen in eerdere schakels van de overeenkomstenketen, in het bijzonder in reclameboodschappen of op elikettering, tenzij de handelaar aantoont dat: 2) de handelaar niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend Kon zijn met de betrokken publieke mededeling: b) de publieke mededeling ten tijde van de sluiting van de overeenkomst op dezelfde of vergelijkbare wijze was gerectünceerd als waarop deze was afgelegd; of €) de beslissing tot aankoop van de digitale inhoud of digitale dienst niet door de publieke mededeling beïnvloed kon zijn; 3 in voorkomend geval, samen met andere toebehoren en instructies die de consument redelijkerwijs mag verwachten, worden geleverd; en 4 overeenstemmen met de proelversie of de preview van de digitale inhoud of digitale dienst die door de handelaar ter beschikking werd gesteld voordat de overeenkomst werd gesloten. 82. De handelaar zorgt ervoor dat de updates, waaronder bevelligingsupdates, die nodig zijn om de conformiteit van de dlgitale inhoud of de dienst te handhaven aan de consument worden gemeld en geleverd gedurende de periode: 1° waarin de digitale inhoud of digitale dienst moet worden geleverd volgens de overeenkomst, wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering gedurende een periode; of 2° die de consument redelijkerwijs kan verwachten, gezien de aard en het doel van de digitale inhoud of digitale dienst de overeenkomst, wanneer de overeenkomst voorziet in één levering of in een reeks afzonderlijke leveringen. '$.3. Wanneer de consument verzuimt, binnen een redelijke termijn, de overeenkomstig paragraaf 2 door de handelaar verstrekte updates te installeren, is de handelaar niet aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek als dat uitsluitend het gevolg is van de afwezigheid van de betrokken update, mits: 1e de handelaar de consument in kennis heeft gesteld van 2° het niet of verkeerd installeren van de update door de consument niet te wijten was aan tekortkomingen in de door de handelaar verstrekte installatie-instructies. 4. Wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering van digitale inhoud of een digitale dienst gedurende een periode, is de digitale inhoud of digitale dienst gedurende die gehele periode conform. $ 5. Eris geen sprake van een conlormiteitsgebrek in de zin van paragraaf 1 of paragraaf 2 wanneer de consument er ten, tijde van de sluiting van de overeenkomst uitdrukkelijk van in kennis werd gesteld dat een specifiek kenmerk van de digitale inhoud of digitale dienst afweek van de in paragrafen 1 of 2 gestelde objectieve conformiteitsvereisten, en de consument die afwijking bij de sluiting van de overeenkomst uitdrukkelijk en afzonderlijk heeft aanvaard. $ 6. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, wordt digitale inhoud of een digitale dienst geleverd in de meest recente versie die ten tijde van de sluiting van de overeenkomst beschikbaar was. ‘Afdeling 3. Verkeerde integratie van de digitale inhoud of digitale dienst Art. 1701/7. Elk conformiteitsgebrek dat het gevolg is van de verkeerde integratie van de digitale inhoud of digitale dienst In de digitale omgeving van de consument wordt beschouwd als een conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dïenst indien: t° de digitale inhoud of digitale dienst door de handelaar ot onder diens verantwoordelikheid werd geïntegreerd; of 2° de digitale inhoud of digitale dienst bestemd was om door de consument te worden geïntegreerd en de verkeerde integratie te wijten was aan tekortkomingen in de door de handelaar verstrekte integratie-instructies.
Hoofdstuk 4
-Aansprakelikheid van de handelaar Art 1701. 1. De handelaar is aansprakelijk voor elk verzuim om de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/3 te leveren inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/3 werd geleverd rust op de handelaar. 8 2. Wanneer een overeenkomst voorziet in een enkele levering of in een reeks afzonderlijke leveringen, is de handelaar aansprakelijk voor een conformitltsgebrek uit hoofde van de artkelen 1701/5, 1701/6 en 1701/7 waarvan sprake is ten tide van de levering en dat zich manilesteert binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf voornoemde levering, onverminderd artikel 1701/6, 5 2, 2°. Voor de in lid 1, bedoelde gevallen rust de bewijslast met betrekking tot de vraag of de geleverde digitale inhoud of digitale dienst ten tide van de levering conform was, op de handelaar voor zover het een conformititsgebrek betreft dat kenbaar wordt binnen één jaar vanaf het tijdstip waarop de digitale inhoud of digitale dienst werd geleverd. De termijn van twee jaar bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de periode vereist om de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking. De rechtsvorderingen van de consument verjaren na verloop van een jaar vanaf de dag waarop hij het conformiteitsgebrek heeft vastgesteld '$ 4. Wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering gedurende een periade, is de handelaar aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek uit hoofde van de artikelen 1701/5, 1701/6 en 1701/7dat zich voordoet of kenbaar wordt in de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst volgens de overeenkomst moet worden geleverd betrekking tot de vraag of de digitale inhoud of digitale dienst conform was gedurende de periode waarin de digitale inhoud of igiale dienst volgens de overeenkomst moet worden geleverd, op de handelaar, voor zover het een conlormiteitsgebrek betreft dat gedurende die periode duidelijk wordt De periode bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de periode vereist om de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking. heeft vastgesteld. 84. De paragrafen 2, tweede id, en 3, tweede lid, zijn niet van toepassing wanneer de handelaar aantoont dat de digitale omgeving van de consument niet compatibel is met de technische vereisten van de digitale inhoud of digitale dienst ‘en wanneer de handelaar de consument vóór de sluiting van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte heeft gesteld van deze vereisten De consument werkt samen met de handelaar voor zover aït redelijkerwijs mogelijk en noodzakelijk is om na te gaan of de oorzaak van het conformiteitsgebrek van de digitale 85. In voorkomend geval, zijn de bepalingen met betrekking tot de vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak van toepassing na het verstrijken van de termijnen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, en paragraaf 3, eerste lid.
Hoofdstuk 5
- Remedies in geval van leveringsverzuim en van conformiteitsgebrek ‘Afdeling 1. Remedies in geval van leveringsverzuim Art. 1701/9. 5 1. Wanneer de handelaar heeft verzuimd de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/3, te leveren, maant de consument de handelaar aan de digitale inhoud of digitale dienst alsnog te leveren. Indien de handelaar dan verzuimt de digitale inhoud of digitale dienst onverwijld of binnen een door de partijen uitdrukkelijk overeengekomen, aanvullende termijn te leveren, heeft de consument het recht de overeenkomst te ontbinden. $ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing en de consument heeft het recht de overeenkomst onmiddellijk te ontbinden wanneer 1e de handelaar heeft verklaard of uit de omstandigheden duidelijk blikt dat de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst niet zal leveren; 2 de consument en de handelaar zijn overeengekomen of uitde omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst duidelijk blijkt dat een specifiek leveringstijdstip essentieel is voor de consument en de handelaar heelt verzuimd de digitale inhoud of digitale dienst ten laatste op dat tijdstip te leveren. 8 3. Wanneer de consument de overeenkomst ontbindt op grond van paragraaf 1 of 2, zin de artikelen 1701/12, 5 3, tweede Ii, 1701/13, 1701/14 en 1701/15 van toepassing. 'Aldeling 2. Remedies in geval van conformiteitsgebrek ‘Art. 1701/10. In geval van een conformiteitsgebrek heeft de consument het recht de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken, een evenredige prijsvermindering te krijgen, of de overeenkomst te ontbinden volgens de in artikelen 1701/11 en 1701/12 bepaalde voorwaarden.
Art 1701/11. $ 1. De consument heeft het recht de digitale inhoud of digitale dienst conlorm te laten maken, tenzij dat onmogelijk is of voor de handelaar onevenredige kosten met zich meebrengt, rekening houdend met ale omstandigheden van het geval, waaronder: 1° de waarde die de digitale inhoud of dig tale diens! zou hebben wanneer er geen conlormitetsgebrek zou zijn geweest; en 2 de omvang van het conformititsgebrek $ 2. Binnen een redelijke termijn na het tijdstip waarop de handelaar door de consument in kennis is gesteld van het conformiteitsgebrek, maakt de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst, „kosteloos en zonder ernstige overlast voor de consument op grond van paragraaf 1, conform, rekening houdend met de aard van de digitale inhoud of digitale dienst en net doel waarvoor de consument de digitale inhoud of digitale dienst nodig had.
Art. 1701/12. $ 1. De consument heelt recht op een evenreige prijsvermindering overeenkomstig paragraaf 2 wanneer de aigitale inhoud of digitale dienst wordt geleverd tegen betaling van een prijs, dan wel op ontbinding van de overeenkomst overeenkomstig paragraaf 3, in elk van de volgende gevallen: t° de remedie om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken, is onmogelijk of onevenredig overeenkomstig artikel 1701/11, 5 4; (2° de handelaar heeft de digitale inhoud of digitale dienst niet conform gemaakt overeenkomstig artikel 1701/11, 2; 3° er blijkt een contormiteitsgebrek te zijn ondanks de poging van de handelaar om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken; 4e het conlormiteitsgebrek is zo ernstig dat een onmiddellijke prijsvermindering of de ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is, of 5 de handelaar heelt verklaard, of it de omstandigheden bijkt duidelijk dat de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument conform zal maken. $ 2. De prijsvermindering moet evenredig zijn aan het verschil tussen de waarde van de aan de consument geleverde digitale inhoud of digitale dienst en de waarde die de digitale inhoud of digitale dienst zou hebben gehad indien deze conform was geweest Wanneer in de overeenkomst is bepaald dat de digitale inhoud of digitale dienst gedurende een periode tegen betaling van een prijs wordt geleverd, is de prjsvermindering van toepassing op dat deel van de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst niet conform was 8 3. Wanneer de digitale inhoud of digitale dienst wordt geleverd tegen betaling van een prijs, mag de consument de overeenkomst enkel ontbinden wanneer het conformiteitsgebrek niet gering is. Het is aan de handelaar te bewijzen dat het conlormiteitsgebrek gering is. De consument oefent het recht om de overeenkomst te ontbinden uit door middel van een verklaring aan de handelaar waarin het besluit tot ontbinding van de overeenkomst tot uitdrukking komt
Hoofdstuk 6
Verplichtingen van de handelaar bj ontbinding ‘Art. 1701/13. $ 1. Bij ontbinding van de overeenkomst betaalt de handelaar de consument alle uit hoofde van de overeenkomst betaalde bedragen terug In gevallen waarin de overeenkomst voorziet in de levering van de digitale inhoud of digitale dienst tegen betaling en gedurende een periode, en de digitale inhoud of digtale dienst gedurende een periode vóór de ontbinding van de overeenkomst conform was, betaalt de handelaar aan de consument evenwel slechts het evenredige deel van de betaalde prijs terug dat overeenkomt met de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst niet conform was, en elk deel van de prijs dat vooraf door de consument is betaald voor de contractperiode die zou zijn overgebleven indien de overeenkomst niet zou zijn ontbonden. $ 2. Met betrekking tot de persoonsgegevens van de consument voldoet de handelaar aan de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG. $ 3. De handelaar ziet af van het gebruik van andere inhoud dan persoonsgegevens die was verstrekt of gecreerd door de consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst, behalve indien die inhoud te geen nut heeft buiten de context van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst; 2 enkel verband houdt met de activiteit van de consument bi het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst; 3° door de handelaar met andere gegevens is samengeworden ontvlochten; of 4 door de consument en anderen gezamenlijk is gegenereerd, en andere consumenten die inhoud kunnen blijven gebruiken. $ 4. Behalve in de in paragraaf 3, 1° toten met 3, genoemde siwaties maakt de handelaar op verzoek van de consument alle andere inhoud dan persoonsgegevens beschikbaar die was verstrekt of gecreerd door de consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud ot digitale dienst De consument heeft het recht die digitale inhoud kosteloos, binnen een redelijke termijn, en in een gangbaar en machinaal leesbaar gegevensformaat op te vragen, zonder belemmeringen van de kant van de handelaar $ 5. De handelaar kan elk verder gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst door de consument beletten, met name door de digitale inhoud of digital dienst ontoegankelijk te maken voor de consument of door het gebruikersaccount van de consument onbruikbaar te maken, onverminderd paragraaf 4.
Hoofdstuk 7
-Verbintenissen van de consument bij ontbinding Art 1701/14. 5 1. Na de ontbinding van de overeenkomst ziet de consument af van het gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst en van de terbeschikkingstelling daarvan aan derden. $ 2. Wanneer de digitale inhoud op een materiele gegevensdrager werd geleverd, geeft de consument deze op verzoek en op kosten van de handelaar onverwijld terug. Indien de handelaar beslui te verzoeken om teruggave van de materiêle gegevensdrager, moet dt verzoek worden ingediend binnen 14 dagen vanaf de dag waarop de handelaar in kennis wordt gesteld van de beslissing van de consument om de overeenkomst te ontbinden. $ 3. De consument hoeft niet te betalen voor het gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst in de periode voorafgaand aan de ontbinding van de overeenkomst waarin de digitale
Hoofdstuk 8
-Termijnen en middelen voor terugbetaling door de handelaar Art. 1701/15. $ 4. Alle terugbetalingen die de handelaar aan de consument verschuldigd is op grond van artikelen 1701/12, 81,5 2 en 5 3 eerste id, of 1701/13, S 1, als gevolg van een prijsvermindering of de ontbinding van de overeenkomst, worden onverwijld verricht, en in elk geval binnen 14 dagen vanaf de datum waarop de handelaar in kennis wordt gesteld van de beslissing van de consument om zich te beroepen op recht van de consument op prijsvermindering dan wel op ontbinding van de overeenkomst $ 2. De handelaar gebruikt voor de terugbetaling hetzelfde betaalmiddel als waarmee de consument voor de digitale inhoud of digitale dienst heeft betaald, tenzij de consument uitdrukkelijk met het gebruik van een ander betaalmiddel instemt en op voorwaarde dat de consument als gevolg van deze terugbetaling geen extra kosten hoeft te maken $ 3. De handelaar mag de consument generlei vergoeding in rekening brengen in verband met die terugbetaling.
Hoofdstuk 9- Recht op verhaal ‘Art. 1701/16. Wanneer de handelaar jegens de consument aansprakelijk is wegens verzuim om de digitale inhoud of digitale dienst te leveren of wegens een conformiteitsgebrek dat voortvloeit uit een handelen of nalaten van een persoon in een eerdere schakel van de overeenkomstenketen, kan de handelaar verhaal nemen op de in de overeenkomstenketen aansprakelijke persoon of personen zonder dat een contractueel beding dat tot gevolg heeft die aansprakeliheid te beperken of uit te sluiten, hem mag tegengeworpen worden.
Hoofdstuk 10
- Wijziging van de digitale inhoud of digitale Art. 1701/17. $ 1. Wanneer in de overeenkomst is bepaald dat de digitale inhoud of digitale dienst moet worden geleverd of beschikbaar moet worden gesteld aan de consument gedurende een periode, kan de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst onderwerpen aan wijzigingen die verder gaan dan wat nodig is om de conformiteit van de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig de artikelen 1701/5 et 1701/6 te handhaven, als aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1° de overeenkomst staat dergelijke wijzigingen toe en geeft er een gegronde reden voor; 2° dergelijke wijzigingen worden aangebracht zonder extra. kosten voor de consument; 3° de consument is op duidelijke en begrijpelijke wijze van de wijziging in kennis gesteld: en 4° de consument wordt in de in paragraaf 2 genoemde gevallen binnen een redelijke termijn van tevoren op een duurzame gegevensdrager in kennis gesteld van de kenmerken en het tijdstip van de wijziging, en van zijn recht om de overeenkomst te ontbinden overeenkomstig paragraaf 2 of over mogelijkheid om de digitale inhoud of digitale dienst zonder wijziging te behouden overeenkomstig paragraaf 4. $ 2. De consument heeft het recht de overeenkomst te ontbinden indien de wijziging negatieve gevolgen heeft voor de toegang van de consument tot of het gebruik door de consument van de digitale inhoud of digitale dienst, tenzij die negatieve gevolgen slechts gering zijn. In dat geval heeft de ‘consument het recht de overeenkomst kosteloos en binnen 30 dagen na ontvangst van de informatie, of vanaf het tijdstip waarop de digitale inhoud of digitale dienst door de handelaar Is gewijzigd, indien dat later is, te ontbinden. $ 3. Indien de consument de overeenkomst ontbindt overeenkomstig paragraaf 2, zijn de artikelen 1701/12, 5 3, tweede lid, 1701/13, 1701/14 et 1701/15 van overeenkomstige toepassing. 8 4. De paragrafen 2 en 3 zijn niet van toepassing indien de handelaar de consument de mogelijkheid heeft geboden ‘om zonder extra kosten de digitale inhoud of digitale dienst zonder de wijziging te behouden, en de digitale inhoud of digitale dienst conform bijft $5. Dit artikel is niet van toepassing wanneer een bundel elementen van een internettoegangsdienst omvat of een nummer gebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst.
Hoofdstuk 11
-Dwingend karakter ‘Art. 1701/18. Tenzij in deze titel anders is bepaald, zijn nietig, alle bedingen van een overeenkomst die, ten nadele van de consument, de toepassing uitsluiten van de bepalingen van deze itel of van deze bepalingen afwijken of de gevolgen ervan wijzigen voordat het leveringsverzuim of het conformiteitsgebrek door de consument ter kennis van de handelaar is gebracht of voordat de wijziging van de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/17 door de handelaar ter kennis, van de consument is gebracht. Een beding dat de wet van een Staat die geen lid is van de Europese Unie op een overeenkomst beheerst door deze titel toepasselijk verklaart, is nietig wat betreft de in deze titel geregelde aangelegenheden, wanneer bij gebreke van dat beding de wet van een lidstaat van de Europese Unie toepasselijk zou zijn en die wet de consument in genoemde aangelegenheden een hogere bescherming verleent.
Hoofdstuk 12
- Sancties
Hoofdstuk 3. Wijziging van het Gerechtelijk Boek Art 12. In artikel 589 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, wordt de bepaling onder 14° vervangen als volgt “14° in de artikelen XVIL2, 17° en XVIL26 tot XVIL.34 van het Wetboek van economisch recht;
Hoofdstuk 4. Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht Art 13. ‘Artikel 120 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en gewijzigd bij de wetten van 1 december 2016 en 15 april 2018, wordt aangevuld met de bepaling onder 9°, luidende: “9 schade aan de collectieve belangen van consumenten: daadwerkelijke of mogelijke schade aan de belangen van een aantal consumenten die nadeel ondervinden van inbreuken”.
Art 14, In artikelen VL2.5°, VLAS, 5 1, 12° en VL64, 5 1, 11°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden ‘van de goederen” telkens vervangen door de woorden “van de goederen, digitale inhoud en digiale diensten, bepaald door de artikelen 1649bis tot 1649nonies en 1701/1 tot 1701/19 van het oud Burgerlijk Wetboek”.
Art 15. In arikel VI.83, 14° van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bi de wet van 15 mei 2014, worden de woorden “van een goed dat met de overeenkomst in overeenstemming is, bepaald bij de artikelen 1649bis tat 1649octies van het oud Burgerlijk Wetboek” vervangen door de woorden ‘van een goed, digitale inhoud of dienst dat met de overeenkomst in overeenstemming is, bepaald door de artikelen 1649bis tot 1649nonies en, 1701/1 tot 1701/19 van het oud Burgerlijk Wetboek”.
Art 16, In artikel VI.97, 7° van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bijde wet van 21 december 2013, worden de woorden ‘met taepassing van de bepalingen van de wet van 1 september 2004 betreflende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen” vervangen door de woorden ‘van een goed, digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig de artikelen 1649bis tot 1648nonies en 1701/1 tot 1701/19 van het oud Burgerlijk Wetboek”.
Art 17. In artikel XV.2, 5 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden “‚ van de wetten en hun uitvoeringsbesluiten waarvoor dit boek in sancties voorziet” Ingevoegd tussen de woorden “uitvoeringsbesluiten” en de woorden “en van de verordeningen” Art. 18. In boek XV, titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, Ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, wordt een afdeling 11/4 ingevoegd, die het artikel XV.125/5 omvat, luidende: “Afdeling 11/4. - De straffen voor de inbreuken op het oud ‘Art. XV.125/5. Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft zij die de bepalingen overtreden van de artikelen 1649bis tot 1649nonies of de artikelen 1701/1 tot 1701/19 van het oud De overtreding vermeld in lid 1 wordt begrepen als elke handeling of omissie die in strijd is met een of meer van de in het eerste lid vermelde artikelen en die schade heeft veroorzaakt, veroorzaakt of mogelijk zal veroorzaken aan de collectieve belangen van consumenten”.
Art. 19, ‘Artikel XVIL2 van het Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2013 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt aangevuld met de bepaling onder 17°, luidende: “17° elke handeling of omissie die in strijd is met de artikelen 1649bis tot 1649nonies van het oude Burgerlijk Wetboek en, de artikelen 1701/1 tot 1701/19 van het oud Burgerlijk Wetboek en die schade heeft veroorzaakt, veroorzaakt of mogelijk zal veroorzaken aan de collectieve belangen van consumenten.
Art. 20. In artikel XVIL26, b), van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2013, wordt de bepaling onder 10° vervangen als volgt: “10° de artikelen 1649bis tot 1649nonies van het oude Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1701/1 tot 1701/19 van het oud Burgerlijk Wetboek”.
Art. 21. In artikel XVIL.7, van hetzelfde Wetboek, wordt de bepaling onder 21° vervangen als volgt: “21° de wet van XXX tot wijziging van de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen ‘aan consumenten en tot invoeging van een nieuwe titel Vlbis In boek Il van het oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht. Opheffingsbepalingen Art. 22. Opgeheven worden: 1° artikel 587, eerste lid, 3° van het Gerechtelijke Wetboek; 2° artikel 4 van de wet van 1 september 2004 betreflende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen.
Art. 23. Bij gebreke van nieuwe specifieke wettelijke bepalingen voor overeenkomsten betreffende de verkoop van levende dieren die op of na 1 januari 2022 tussen een verkoper en een consument worden gesloten, blijven op dergelijke overeenkomsten de artikelen 1649bis tot en met 1649octies van het oud Burgerlijk Wetboek van toepassing, zoals deze luidden vóór de bekendmaking van deze wet” Art. 24. De artikelen 3 tot 10 zijn slechts van toepassing op overeenkomsten die zijn gesloten vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet Art. 25. De artikelen 1701/1 tot 1701/16 van het oud Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij artikel 11, zijn van toepassing op de levering van digitale inhoud of digitale diensten die plaatsvindt vanaf 1 januari 2022 met uitzondering van de artikelen 1701/17 tot 1701/19 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 11, die enkel van toepassing zijn op overeenkomsten die na die datum worden gesloten. Inwerkingtreding Art. 26. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2022. vocss 2355/001 Analyse d'impa Remoise de rra Comuacte le Helpdesk consul manuele Auteur a. Membre du Gouvernement compttent Minie: contact celie atatgigverom,emal,__Hendic tan Aaminltation compétente sort contact administration (vom emal,téj (Nandrin Projet b. Tire du profe de réglementation man Tanden Desription sccncte du projet de ueagee régementation en mentionnant origine. européen feglemantaie(iat drecive,accordde _contatss Cooptraton, actual …)erotjeale directive Fours ta mise en are rete le règlem oops, (rara rappie tiensae: de carter Anataee impact dij ralen Dou hon Consutations sur le projet de réglementation c. ‘consutatons obligstorenfacutatwesou Commis Informele indépend sources utisées pour effectuer Fanalyse d'impact staisiguer doamentsderëérence, Résmêe organi er personnes de rlérence: commis economy Date de finalsation de Fanalyse impact e Mei zo2n tn proe de lemen ar reen otaustie de mt yder pelt > indiauer es mesures rises pau Pourls ther 5, 1,11 2, Conte le manselouconacs Lute contre a pauvre A. oimpregostit impact Égalité des chances et cohésion sociale 2. Oimpragostit impact neef Égalité entre les femmes et les hommes 3. 1 auster pasomes sont directement etindreten raare de vezomen Sr aume persome est cocarde piver pa ves carsonmateurs ties ervaar 2 denferes veele difrenens ere Flaveau rie de relmenatin pasa free eea stuntindes fer 5 corne es ifrenens mene (emmen hemmen (derne 4 Comptetena den ronse au questien ita doemme ae hommes? 5 aretesmeuressonressour santé 4. Dimoactgest Dimpactnêgadf 4 oe Emploi 5. Dimoactgest Dimpactnêgatf 4 on Mades de consommation et production 6. Bimoactgest Dimpactnêgadf 4 on Consommater dspose de a act die fie rprer ou ensuite de demander un rcon de prio la recl Développement économique 7. Bimoactgest Dimpactnêgadf So Un es ojee de ate reglemertation est de favoris notamment le marché intrieur numérique en favors Fharmanastion de certaine aspecte concermant ls rg vransactions commercales permet dduter une frage (Farsrohre acofance os de consommateurs et Imvestisements &. Bimoactgest Dimpactnêgadf 4 op ‘Cate reglementation peut potentielement avoir un tl développement de peis lu durables (et plu Finvestizement de solutions technologies eat dd Recherche et développement 5. Bimoactpost Dimpacarégait 4 op ‘Cate reglemertation peut ptentielement avoir un produ plu durable et de ute core Foolen Pme 0. 1 neler entreprises sot diretemen eindterm Détsite esse) le nombre d'enreprke, valeur) Siauane entreprise est concemés, epiver pn outs ls entreprises (PME ou andes entreprise numérique ou zendce numérique directement 2 dente lerimpcts peten ngst da pr ME mpc zr les charges acte Impact postte chrecives dont ertiete ls Serices numêrques entrer des coûts po onsommateurs en voe de ramde aux df accomoagnant ls propositions de ires, entiarement harmonie eur permettant” Fünion. ee commerce extrieur et un mop échle Les PME Sprouvent des ficus (ans ecanterte en ne, étant donné que commerce hors ene» (izumé de etude df SED say impact ngai, ponder aux 2. cas impsctesont-leproportionelemen oplaver Oui danst mesure où les PME ne bêné dispose en grande entrees Nest Veglatin 4. cesimpacts sont proportionele à ot Ou danst mesure où Fotjacit prince (arie an de ln charte des rots fond (earcutrement le marché numérique 5, uses mesure zont prise pour léger es informations concermant ta legatie ‘(Charges administratives
1. EI sides chroyens (ef thème a) t/o des entree 1 identifies, par groupe concern, lee formats er Si ya aucune formaltd ou obligatien, ecu à. _rglementationacelle* Encequiconcere consommateurs ya aucune charge dminsrtve. En ce qu concerne les ved boos 2355/001 Formule AR-v2-oct 2014 sil commerciales. Mais il ne agit pasdecharges. matie. zdminitrtwes (Manuel de AR « Les formaltés et eur obligations impiguent des dâmarches S administratwes gui’ accompagnent le plus souvent dedocuments et/ou d'informations à foumir parle groupe ile pour avoir accès à unsere, àun Satur, pourprouver une stuaton…») ‘awestions 2 à ab. pe concerné deit fourni? pense es éventwels impacts négstis ver pas dimpaet ver pas dimpact ver pas dimpaat Di impact post mscn Alr intérieur et extérleur 17. Di mpact post mscn Biodiversité 18. Di impact post Olmos nées Nusances 19, Di mpact post Olmec nées Autorités publiques 20. El impact post _ Omstr le spr Economie, zenvee inspection éeonamique ers respect dela rgiementation par ls enreprises qui po Condtons en car de non respect ds dspeitons. cotérence des politiques en faveur du développer 2 deniz les vertel impacts dre indirecte 0 surtéaimentaire 0 reveruset © sam et acc aa © mooi de mâdicamenis © emirommen © trvalddcent propre) © commerce loca et o paket international ‘Gopiguer st aucun pays en développement est co ‘aucun pays en développement rest concerné 2 order simpacts par groupemert régional er /compenser les impacts négstifs > rde Impactanalyse | mere impacts in teven y cmtater oper lede Minister van Justitie; Minister van ars voor Begroting en Consumentenbescherming me Ema Tl. NE) Hendrica Leser Sassso) FOD Justitie; FOD Economie (Naam,Emai,Tel.ne)> (Nandin Volane; erp van wet tot wijziging van de bepalingen van het oude tot de verkopen aan consumenten, tat invoeging van een oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek gelgeing met vermelding van de oorsprong (verdrag chin, beoogde doelen van ive van Richtlijn (EU) 2019/770 vanhet Europees Parlementen de bepmlde aepecten van overeenkomsten voor de levering van en van fien (EU) 2019/771 vanhet Europees Parlementen se bepzldeaiperten van overenkomsten voor de verkoop van ning (EU) 2017/2594 en Achel 2009/2/EG,en tot intreding niwerp heet tot doede consument ee ulische garantie te, de rchismiddeen [ere vervanging prisverminderin, an te wenden in geval van cen gebrek aan overeenstemming bij n(metinbegrip van verbonden goederen) dooreen handelaar sofelgtale diensten deor een handelaar. a nee de eferentie van het document te vermelden >Clckhereto gingen: „de KMO; bijzondere raadgevende commisie Verbrik vale en contactpersonen: ment van de Commisie impact aseasment van de Commisie, pn ufnfofbsiese economy orofdoing busines wijontsct stes en 1 sopaa E. Datum van beëindiging van de impactanaiyse o Mei 2021 Formule: naeve ant actanae frater ving op deze 21 thema's? ct hebben op enkele thema's oorden gegeven om de inschatting van elkthema te handling te moeten raadplegen. acti, leg dere uit (gebruik indien dig trefwoorden) en vermeld eventuele negatieve effecten te verichten/te compenseren. gedetaileerde vragen gesteld Ee geen impact reeks of onrechtstreeks) een impact en wat is de naar gesacht } van personen? woord dan volgende vragen: nde respective situatie van rouwen en mannen binnen de materie betrekking heeft woord dan volgende vraag: verschil de toegang tot bestaansmiddelen of de uitoefening van uwen of mannen (problematisch verschilenj? gatieve impact van het ontwerp op de gelijkheid van vrouwen en et de voorgaande antwoorden? e impacts beantwoord den volgende vaag: orden genomen om de negative impact te verichten te : opnapons ‘Gezondheid (4) (aeemoriach tre, voeng vern) be Oposteveimoact CO Negstieveimpact Cek here to enter tert Werkgelegenheid [5] Oposteveimoact O1 Negstieveimpact ‘Consumptie- en productiepatronen [6] Trien (odin etmalen ged Eposteveimpact CO Negstieveimpact en van de doestelingen van deze verordening modernisering van het Guropese rechtlader voo de wentel garantieregeing die consumenten» consumptigoederente verhelpen en modems voorwerpen ZI voert ook an soortgelijke regel dooreen beroepsbeoelenaar.In geval van aange goet tenhertelen of vervangen, ct vervolg de overeenkomst te verzoeken. ‘Economische ontwikkeling [7] Eposteveimoact CO Negstieveimpact en van de doesteingen van deze verordening van de Unie, met name de dgftaliterne mar, ‘goederen aan te moedlgen In dt verband mask conwraauele egels waarop het sliten van deze versnippering van de regels tussen de Lidstaten consumenten als beroepsbeaefenarante vergron Investeringen [8] Eposteveimoact O1 Negstieveimpact Deze verordening tan aan positief effect hebben duurzamere (an gemakkelijker te repareren) prod openingen om de dgtale handel te ontwideln ‘Onderzoek en ontwikkeling [9] Formule tale vre sctanase tormulier ‚ veguït B Geeninpacr ap de ontwikkeling van duurzamere praducten en echtstreeke betrokken? Beschrijf de sectoren), het aantal os), waaronder het % micro-ondermemingen (<10 werknemers}. Ine gen) die consumentengaederen verkopen of digale inhoud of diensten jn erbij betroken voord den volgende vraag: ‘impact van het ontwerp op de kmo's t de verordening is voortgekomen, zin wat de meeste bepalingen. entieke regels vergemakkelijken de grensoverschrijdende handel, met e garantie sinds 2004 van kracht voor consumpiegoederen en de zeds bepleite oplessingen door ze aan te passen aan nieuwe s die digital inhoud of diensten aanbieden, zulen een garantieregeling is met de regeling die voor consumptiegoederen bestat. De toepassing inhoud en diensten zl kosten met ich meebrengen voor de naleving het aanbieden van diensten aan consumenten om gebreken te g van de effetbecordeling van de Commissie bij de voorgestelde anzienljk profiteren van voledig geharmoniseerde regels cie hen in staat paar de hele EU uitte voeren. “Buitenlandse handel voor hen een te plakten van schaalvoordelen. KMO's vinden het moelijk om nieuwe } gemakkelijker op te lossen zijn in de online context, aangezien het te verkopen tegen lagere kosten dan in de ofine-handel “(Samenvatting 15 beantwoord dan volgende vragen: js zwaarder voor de kmo's dan voor de grote ondernemingen? 1/4) rote ondernemingen niet dezelfde structuren en investeringen hebben sor keine en middelgrote ondernemingen s het atijd moelijker om zich opassen. got het beoogde doer? 1)» te ut van de richtlijnen ern bestaat een hoog niveau van e waarborgen (artikel 38 van het Handvest van de grondrechten) en de met name de digtale markt) te stimuleren. nomen om deze negatieve impact te verichten te compenseren? gis beschikbaar op de webste van de FOD Economie en zijn, beantwoord dan volgende vraa: dige formaliteiten en verplichtingen voorde toepassing vande ne of burger betrokken, leg wit waarom. : > Ontwerp van regelgeving “idem. Er zulen stde zanpazsingen mosten worden zangebrachtin de aan. vaan de de consument aangeboden overeenkomsten en in de s verano ‘wetgeving worden angepast, maar er zi imnrteve asten ls zodanig Prod en fabrianten hebben hun handelsgarn mogten sanpasan om aa de wetgeving voldoen > indiener ormaltein en/of verlich 2 Welke documenten en informatie Huidgersgelgeune | 3 soe worden deze documenten eni Huigergeleune | 4 wetkersde periode vande for Huidgeregeleune | 5 weke maatregelen werden genome Giekhere to enter tent Energie [12] Oosteveimpact 1 Negstieve impact Mobiliteit [13] Oosteveimpact 1 Negtieve impact Voeding (14) Oposteveimpact CT Negstieve impact 'Klimaatverandering (15) ‘Natuurlijke hulpbronnen [16] Buiten-en binnenlucht (17) Oposteveimpact 1 Negstieve impact Biodiversiteit [18] Hinder [19] ‘Overheid [20] EM posteveimpact 1 Negstieve impact De FOD Eranomie de economische inspeceden correcte toepassing en naleving van de eggen onder bepaalde voorwaarden sanctie unmen we Beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling [21] 1 dentfeaer de eventuele rechtstreekse of via van: voedsehveghed gezondheid ent andel Inkomens en mobiering van ckl imaatverandering (mechanismen voorsch mdlingland bet ’ er zijn geen onaikelngsanden bi betr > indien ereen pitieve en/of egatie 2 verduidelijk de mpct per regonale tilsge Giekhere to enter tet >_Inden ereen negatieve maa: 3 welke maatregelen warden ck here to enter tet ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE NR. 69.808/1/V VAN 31 AUGUSTUS 2021 Op 5 juli 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de minister van Justitie verzocht binnen een termijn van, dertig dagen, van rechtswege verlengd tot 19 augustus 2021" „een advies te verstrekken over een voorontwerp van wet ‘lot wijziging van de bepalingen van het oude Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten, tot invoeging van een nieuwe titel Vlbis In boek Il van het oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht. Het voorontwerp is door de eerste vakantiekamer onderzocht op 17 augustus 2021. De kamer was samengesteld uit Jeroen Va NeunenHove, staatsraad, voorzitter, Peter Sounaron en Patricia De Sonene, staatsraden, Michel Tison, assessor, en Annemie Goossens, griffier Het verslag is uitgebracht door Arne Casron, adjunct-auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jeroen Van Nieuwenrove, staatsraad. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op ®_ Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, 5 1, earste lid, 2°, in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege verlengd wordt met vijtien dagen wanneer hj begint te lopen tussen 16 juli on 31 jul of wanneer hij verstrijkt tussen 15 ju en 15 augustus. 1. Met toepassing van artikel 84, 3, eerste li, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen, vormvereisten is voldaan
STREKKING VAN HET VOORONTWERP
2. Het om advies voorgelegde voorontwerp van wet strekt tot de omzetting van richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 ‘betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten’ en van richtlijn (EU) 2019/771 “betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van richllijn 1999/44/EG' Daartoe wijzigen de artikelen 3 tot 16 van het voorontwerp. de artikelen 1649bis tot 164Bocties in afdeling IV (Bepalingen met betrekking tot de verkopen aan consumenten) onder hood stuk IV (Verplichtingen van de verkoper) van titel VI (Koop) in, boek Il van het oude Burgerlijk Wetboek? en voegt artikel 18 van het voorontwerp in boek van het oude Burgerlijk Wetboek een nieuwe titel Vlbis in (Overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten)". Het voorontwerp. omvat voorts autonome bepalingen inzake inbreuken op de nieuwe ontworpen regels in het oude Burgerlijk Wetboek (@rtikelen 17 en 19), brengt een aantal wijzigingen aan in het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van economisch recht (@rtikelen 20 tot 31) en bevat een aantal overgangsbepalingen (@rikelen 32 tot 34). De aan te nemen wet treedt in werking op 1 januari 2022 (artikel 35)
ALGEMENE OPMERKINGEN
3. De gemachtigde bezorgde de volgende omzettingstabel met betrekking tot de omzetting van de richtlijnen (EU) 2019/770 en (EU) 2019777: 1__Aangezien het om een voorontwerp van wet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen verstaan. *_ Die artikelen strekken tot (gedeettolijke) omzetting van richtlijn (EU) 2019777 *_De nieuwe ttl Vibis strekt tot (gedeeltelijke) omzetting van richtlijn (EU) 2019777. ‘Artikels van het wetsontwerp tot | Gewij wijziging van de bepalingen | bepal van het oude Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de invoeging van een nieuwe titel Vlbis in boek III van het oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek van ‘economisch recht Artikel 3 Verva 1649b Boek Artikel 4 Verva Artikel 5 Wijzig Artikel 5, 1° 1649q tus tweed:
Artikel 5, 2° 1649q Artikel 5, 3° 1649q Artikel 6 Verva hie Artikel 7 Wijzis Artikel 8 Verva Die Artikel 9 Invoe;
Artikel 10 Wijzig Artikel 11 Wijzig Artikel 12 Verva en: 1649q Artikel 13 Invoes nn: EC:
Artikel 14 Verva tat pging van artikel lis Tested pties $ 1, tweede lid pis 21° pien 22 pries 2,37 pies $ 24 pris 82.59 pien 3 ine in artike zis ame bepaling ende bepalingen in | Richtlijn (EU) 2019777 „uwe titel Vlbisinboek [van _ het _ Europees r het oude Burgerlijk | Parlement en de Raad van ek 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van _ digitale EEND 1 El ST 31 eerste lid Artikel 19 Auton Artikel 21, 25 tot en met 27 1.20, XV.12 Artikel 28 XVII:
Artikel 29 XVII:
Artikel 30 XVIL Artikel 32 Overg Artikel 33 Overg Artikel 34 Overg Artikel 35 Inwerl Het verdient aanbeveling om de concordantietabel op te nemen als bijlage bij het in de Kamer van volksvertegenwoordigers in te dienen voorontwerp en daarbij eveneens te verduidelijken“ of en op welke wijze richtijnbepalingen” die niet bij het huidige voorontwerp worden omgezet, geen omzetting behoeven of alsnog zullen worden omgezet. Indien daadwerkelijk richtlijnbepalingen alsnog zullen worden omgezet bi andere ontwerpteksten, schrijve men in artikel 2 van het voorontwerp alleszins “gedeeltelijke omzetting” In plaats van “omzetting”. 4. Overeenkomstig de regels van de wetgevingstechniek moet in beginsel voor elk te wijzigen artikel een wijzigingsartikel te worden opgesteld.* De wijzigingen die bij de artikelen 5 tot 10 van het voorontwerp worden aangebracht in artikel 1649quater van het oude Burgerlijk Wetboek, alsook de wijzigingen die bij de artikelen 11 tot 13 van het voorontwerp worden aangebracht In artikel 1649quater van het oude Burgerlijk Wetboek, moeten telkens worden gegroepeerd tot één enkel wijzigend artikel” ‘Ook wordt niet consequent omgegaan met het invoegen van meerdere artikelen, dat in één keer gebeurt bij artikel 18 van het voorontwerp en voor elk artikel afzonderlijk bij de artike len 26 en 27 van het voorontwerp. Dit moet worden verholpen, 5. Ter wille van de duidelijkheid van de aan te nemen regeling, de rechtszekerheid en de overeenstemming tussen de taalversies moet het voorontwerp aan een grondig redactioneel nazicht worden onderworpen. Bij wijze van voorbeeld kan worden gewezen op de volgende onvolkomenheden: - In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 1701/6, 8 5, van het oude Burgerlijk Wetboek moet worden verwezen naar “de paragrafen 1 of 2”, zoals in de Franse tekst, in plaats van naar “id 1 of lid 2”. - In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 1701/9, 8 1, van het oude Burgerlijk Wetboek moet worden verwezen naar “artikel 1701”, zoals in de Franse tekst, in plaats van naar “artikel 5”. - In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 1701/11, $ 2, van het oude Burgerlijk Wetboek moet worden verwezen naar “paragraaf 1”, zoals in de Franse tekst, in plaats van naar “id 2”. - In het ontworpen artikel 1701/13 van het oude Burgerlijk Wetboek wordt in de Nederlandse tekst ten onrechte artikel 1703/13 vermeld. ©_Bij voorkeur door een afzonderlijke concordantietabal met aan de inkerzijde de richtijnbepalingen en aan de rechterzijde de ‘omzettingsbepalingen of de nodige verduidelijking. *_ Zoals bijvoorbeeld artikel 10 van richtijn (EU) 2019/770 en artikel 9 van richtlijn (EU) 2019777. *_ Beginsalen van de wetgevingstechniek Handiacing voor hot opstoln van wetgevende en reglementaire toksten, Raad van State, 2008, ‘aanbeveling 120, te raadplegen op warw.raadvst-cansetat.be. ?_Naar het model van formule F 4-2-9-1 van de voormelde handleiding. - Doorheen de tekst van het voorontwerp worden de begrippen “transactieketen” en ‘overeenkomstenketen” door elkaar gebruikt. Het verdient aanbeveling om het in de richtlijnen (EU) 2019/770 en (EU) 2019/770 gehanteerde begrip “transactieketen” op een eenvormige wijze te gebruiken
ONDERZOEK VAN DE TEKST
Artikel 3 6. In het ontworpen artikel 1649bis, $ 2, tweede lid, van het oude Burgerlijk Wetboek moet worden verwezen naar paragraaf 1, 4°,b) (niet: “paragraaf 1, punt 4), onder b)”) 7. In het ontworpen artikel 1649bis, 5 3, 4°, van het oude Burgerlijk Wetboek moet de zinsnede “overeenkomsten met betrekking tot de verkoop van” worden ingevoegd voor de woorden “levende dieren”, om beter aan te sluiten bij de bewoordingen van artikel 3, id 5, eerste alinea, van richtlijn (EU) 2019/77 Artikel 9 8. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 1649quater, S 4/1, van het oude Burgerlijk Wetboek moet het woord “termijn” worden vervangen door het woord “periode”, om beter aan te sluiten bij de formulering in ‘artikel 11, lid 3, van richtijn (EU) 2019/77.
Artikel 11 9. Om de bestaande regelgeving in overeenstemming te brengen met de artikelen 13, leden 1 en 4, en 15, van richtlijn (EU) 2019/771 moet in artikel 11 van het voorontwerp een bijkomende wijziging worden opgenomen met betrekking ‘ot het huidige artikel 1649quinquies, 5 1, eerste lid, van het oude Burgerlijk Wetboek, teneinde het woord “passende” in die bepaling te vervangen door het woord “evenredige” Artikel 13 10, In het ontworpen artikel 1649quinquies, 5 7, tweede lid, van het oude Burgerlijk Wetboek moet de zinsnede “en waarvan hij redelijkerwijs niet kan worden geacht deze te behouden” worden vervangen door de zinsnede “indien van de consument niet redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij alleen de conforme goederen zal willen houden”, teneinde beter aan te sluiten bij de formulering in artikel 16, lid 2, van de richtlijn (EU) 2019/771 11. Overeenkomstig het ontworpen artikel 1649quinquies, $ 7, vierde lid, van het oude Burgerlijk Wetboek kan voor de toepassing van artikel 1649guinguies, 55 6 en 7, elke terugbetaling aan de consument worden verminderd, teneinde rekening te houden met het gebruik dat deze van het conforme goed heeft gehad sinds de levering ervan. Rekening houdend met de overwegingen 59 en 60 van richtlijn (EU) 2019/771° en artikel 16, lid 3, laatste zin, van, dezelfde richtlijn, dat bepaalt dat voor de toepassing van dit lid het de lidstaten vrijstaat “de wijzen van terugzending en terugbetaling” te bepalen, lijkt het mogelijk le voorzien in een regeling waarbij bij een terugbetaling rekening wordt gehouden met het gebruik van het betrokken goed. In een dergelijke regeling is al voorzien bij het huidige artikel 1649guinquies, $ 8, derde lig, van het oude Burgerlijk Wetboek. De vraag ist evenwel waarom, in het kader van een regeling inzake conformiteitsgebreken, enkel het gebruik van het ‘conforme goed in aanmerking wordt genomen. Een dergelijke vereiste van conformiteit ikt aleszins niet coherent in het licht van het ontworpen artikel 1649quinquies, $ 6, dat enkel niet-conforme goederen betreft. De voorwaarde van gebruik van een “conform” goed is overigens ook niet opgenomen in het huidige artikel 1649quinquies, 3, derde lid, van het oude Burgerlijk Wetboek. Men schrappe dan ook het woord ‘conforme” in het ontworpen artikel 1649quinguies, 7, vierde lid.
Artikel16 121.
Artikel 16 van het voorontwerp, dat strekt tot omzet ting van richtlijn (EU) 2019/771, brengt een wijziging aan in artikel 164gocties, eerste lid, van het oude Burgerlijk Welboek* maar nietin het tweede lid ervan, dat luidt als volgt: “Een beding dat de wet van een Staat die geen li is van afdeling toepasselijk verklaart, s nietig wat betreft de in deze afdeling geregelde aangelegenheden, wanneer bij gebreke van dal beding de wet van een lidstaat van de Europese Unie aangelegenheden een hogere bescherming verleent.” *_Deze overwegingen iden als volt “9) Voar het geval de consument de overeenkomst wegens ‘een canformiteisgebrek ontbinck, dient daze richtijn alen de voornaamste gevolgen van en de wijzen voor het onbindingsrocht ‘te bopalen, met name de verpichting voor de partjen om terug te goven wat zij hoùben ontvangen. Bijgevolg moet de verkoper worden verpicht de van de consument ontvangen prijs terug te betalen en mat de consument worden verpicht de goederen terug to goven. (60) Dozo richtlijn mag geen afbrouk doen aan het recht van ‘80 lidstaten om de andere dan de in deze richtlijn noargelegds ‘gevolgen van de ontbinding te vogelen, zoals de gevolgen van 8 waardedaling, de vernietiging of het verlies van de goederen. De lidstaten moeten ook de mogelijkheid krijgen om de wijzen voor da torugbtaling van de prijs aan de consument te regelen ‘zoals regels mat otrekking tt de middelen voor do terugbetaling ‘of mot betrekking tat mogelijke kosten en vergoedingen als ‘gevolg van de terugbetaling. Het moet lidstaten bijvoorbeeld ‘ok vrij staan te voorzien in bepaalde termijnen voor de ougbetalng van do pris of vor het teruggeven van de goederen” *__ Overigens moet in do Nederlandse tekst van artikel 16 van het voorontwerp de derde vermelding van het woord “worden” worden weggelaten. Die bepaling vormde de omzetting van artikel 7, id 2, van (de bij richtlijn (EU) 2019/771 in te trekken)’ richtlijn 1999/44/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 “betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen’, dat luidt als volgt: “De lidstaten nemen de nodige maatregelen, om ervoor te zorgen dat de consument de door deze richtlijn geboden bescherming niet wordt ontzegd door de keuze van het recht van een derde land niet-idstaat als recht dat op de overeenkomst van toepassing is, wanneer er een nauwe band bestaat tussen de overeenkomst en het grondgebied van een lidstaat” De vraag rijst bijgevolg of de nietigheidssanctie vervat in artikel 1649octies, weede id, van het oude Burgerlijk Wetboek, kan behouden blijven. 12.2. Deze bepaling moet in verband worden gebracht met artikel 6 van verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome 1, waarin een regeling is opgenomen inzake het op consumentenovereenkomsten toepasselijk recht. Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze verordening, kan de door de partijen gekozen toepasselijke wet op consumentenovereenkomsten, “er evenwel niet toe leiden dat de consument de bescherming verliest welke hij geniet op grond van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken volgens het recht dat overeenkomstig lid 1 toepasselijk zou zijn geweest bij gebreke van rechtskeuze”. Gezien de universele toepassing van de verordening, geldt deze bepaling evenzeer wanneer partijen zouden gekozen hebben voor het recht van een land dat geen EU-lidstaat is." Het komt niet aan de nationale wetgever toe om bepalingen van een Europese verordening (geheel of gedeeltelijk) bij wet te parafraseren. Immers, overeenkomstig artikel 288, tweede alinea, van het Verdrag ‘betreffende de werking van de Europese Unie’ is een verordening verbindend In al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Behoudens wanneer bij een verordening bepaalde uitvoeringsmaatregelen aan de lidstaten worden opgedragen of de betrokken verordening enige ruimte laat voor het nemen van zulke uitvoeringsmaatregelen, betekent die rechtstreekse toepasselijkheid dat geen optreden van de lidstaten vereist is om de bepalingen ervan te integreren in hun interne rechtsorde. Bepalingen van een verordening moeten inzonderheid niet worden omgezet in het Interne recht van de lidstaten. De nietigheidssanctie vervat in artikel 1649octies, tweede lid, van het oude Burgerlijk Wetboek, beperkt zich evenwel niet tot het louter overnemen of parafraseren van de bepaling van artikel 6, id 2, van verordening (EG) nr. 5903/2008: onder dezelfde omstandigheden waarin de verordening in afwijking van een rechtskeuzebeding voorrang geeft aan de bepalingen van het recht dat bij gebrek aan rechiskeuze door #_Metingang van 1 januari 2022; zie artikel 23 van richtlijn (EU) 2019/71. »_Zie artikel 2 van verordening (EG) nr. 593/2008, dat bepaalt ‘dat net door die verordening aangewezen recht toepasselijk is ‘ongeacht de vraag of het het recht van een lidstaat is. de partijen toepasselijk zou zijn, verklaart artikel 1649octies, tweede id, van het oude Burgerlijk Wetboek een dergelijk rechtskeuzebeding nietig. Deze bepaling voorziet dus, door de nietigheidssanctie, in een bijkomend rechtsgevolg dat niet is vervat in de verordening, maar dat ook nietin stijd is met de verordening. De regeling vervat in artikel 1649octies, tweede lid, van het oude Burgerlijk Wetboek kan bijgevolg behouden blijven Artikel 17 18. In het belang van de transparantie van de ontworpen regeling moet artikel 17 van het voorontwerp, dat in het voorontwerp als een autonome bepaling is opgenomen, maar dat betrekking heeft op de strafbaarstelling van de erin vermelde aldeling, als een nieuw artikel 1649nonies worden ingevoegd in het oude Burgerlijk Wetboek Die opmerking geldt mutatis mutandis ook voor artikel 19 van net voorontwerp, dat als een nieuw artikel 1701/19 moet worden ingevoegd in het oude Burgerlijk Wetboek. Artikelt8 14. In antwoord op de vraag welke bepaling in het ontworpen artikel 1701/2,5 7, 2°, van het oude Burgerlijk Wetboek (waarin wordt verwezen naar nummeronafhankeljke interpersoonlijke communicatiediensten) wordt bedoeld met ‘artikel X van wet XC, stelde de gemachtigde: “u agit de la lot de transposition de la directive 2018/1972 du 11 décembre 2018 établissant le code des communications Glectroniques européen” 'Alicht doelt de gemachtigde op het voorontwerp van wet “houdende omzetting van het Europees wetboek voor elektronische communicatie en wijziging van diverse bepalingen inzake elektronische communicatie’, waarover de Raad van State op 10 juni 2021 advies 69-166/4 heeft gegeven, meer bepaald op de definitie van “nummeronafnankelijke interpersoonlijke communicatiedienst”in het ontworpen artikel 2, Sid, van de wet van 13 juni 2005 ‘betreffende de elektronische communicatie. Die verwijzing moet worden opgenomen in het huidige voorontwerp, waarbij er wel zal moeten vaor worden gewaakt dat het voormelde voorontwerp van wet niet ater in werking reedt dan het huidige voorontwerp. 15,1. In het ontworpen artikel 1701/18, eerste lid, van het oude Burgerlijk Wetboek is voorzien in de sanctie van de nietigheid van ale bedingen van een overeenkomst die, ten nadele van de consument, de toepassing uitsluiten van de bepalingen van tel Vlbis van boek Il van het oude Burgerlijk Wetboek of van deze bepalingen alwijken of de gevolgen ervan wijzigen voordat het everingsverzuim of het conformiteitsgebrek door de consument ter kennis van de handelaar is gebracht of voordat de wijziging van de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/17 van het oude Burgerlijk Wetboek door de handelaar ter kennis van de consument is gebracht. Deze bepaling strekt tot omzetting van artikel 22, lid 1, van de richtlijn (EU) 2019/770, dat inhoudt dat de consument “niet gebonden” is door bepalingen van een dergelijke overeenkomst In antwoord op de vraag of een dergelijke nietigheidssanctie wel als dezelde sanctie beschouwd kan worden als de sanctie van “niet gebonden” zin, waarvan gewag wordt gemaakt in de richtlijn, antwoordde de gemachtigde het volgende: 15.2. Hoewel de rechtspraak waar de gemachtigde naar verwijst geen betrekking heeft op de bepalingen van de richtlinen die bi ait voorontwerp worden omgezet, kan met het standpunt van de gemachtigde worden ingestemd in het licht van het gegeven dat de nietigheidssanctie tot gevolg heeft dat de consument niet gebonden is door de desbetreffende bepaling van de overeenkomst. Er dient in dit verband overigens ook rekening te worden gehouden met hetgeen reeds Is uiteengezet in opmerking 12.2, alsook met artikel 3, lid 10, van de richtijn (EU) 2019/770, dat bepaalt “Deze richtlijn doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om te voorzien in regels betreffende algemene aspecten van het overeenkomstenrecht, zoals regels inzake de totstandkoming, de geldigheid, de nietigheid of de gevolgen van overeenkomsten, met inbegrip van de gevolgen van de ontbinding van een overeenkomst voor zover zi niet in deze richtlijn worden geregeld, of het recht op schadevergoeding.” Artikel 20 16. In het ontworpen artikel 589, 14°, van het Gerechtelijk Wetboek wordt onder meer verwezen naar de artikelen 110 tot 118 van de wet van 6 april 2010 ‘betreffende markpraktiken en consumentenbescherming. Aangezien de artikelen 110 tot 113 van deze wet zijn opgeheven voor zover ze van toepassing zijn op de aangelegenheden geregeld door overeenkomstige bepalingen van het Wetboek van economisch recht'* en de artikelen 114 tot 118 van dezelfde wet zonder meer zijn opgeheven,” moet de verwijzing naar deze bepalingen worden weggelaten.
Artikel 27 17. In de inleidende zin van artikel 27 van het voorontwerp moet de zinsnede “ingevoegd bij artikel XX” worden vervangen door de zinsnede “ingevoegd bij artikel 26”. 18. De gemachtigde beaamde dat de zinsnede “In stijd is met de hierboven vermelde artikelen” in het ontworpen artikel XV125/5, tweede id, van het Wetboek van economisch recht moet worden vervangen door de zinsnede “in strijd is met een of meer van de in het eerste lid vermelde artikelen” 19. Met het oog op de overeenstemming tussen de taalversies moet het woord “waarschijnlijk” in de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel XV.125/5, tweede id, van het Wetboek van economisch recht worden vervangen door het woord “mogelijk”.
Artikel 32 20. Overeenkomstig artikel 32 van het voorontwerp blijven dieren die op of na 1 januari 2022 tussen een verkoper en een consument worden gesloten “blij gebreke van nieuwe specifieke wettelijke bepalingen” de artikelen 1649bis tot en met 1649octies van het oude Burgerlijk Wetboek van toepassing, zoals deze luidden vóór de bekendmaking van de aan te nemen wet. In de memorie van toelichting wordt in dat verband het volgende uiteengezet: “Er zal specifieke wetgeving worden aangenomen inzake garanties voor de verkoop van levende dieren. Indien deze wetgeving echter niet vóór 1 januari 2022, de datum van inwerkingtreding van deze wet, wordt aangenomen, moet ervoor worden gezorgd dat dit soort verkoop nog steeds onder een eonsumentenbeschermingsregeling valt” De zinsnede “[b]ij gebreke van nieuwe specifieke wettelijke bepalingen” kan beter worden weggelaten. Indien de specifieke wetgeving waaraan wordt gerefereerd, niet tijdig wordt aangenomen, kan die zinsnede enkel tot onduidelijk heid en rechtsonzekerheid leiden, aangezien niet-ingewijden moelijk kunnen achterhalen of die specifieke wetgeving niet is, tot stand gekomen. Indien die specifieke wetgeving wel tijdig wordt aangenomen, kan de ontworpen overgangsbepaling ‘* artikel 5 van de wet van 26 december 2019 ‘houdende invoeging van boek XVII ‘Bijzondere rechtsprocedures’ inhet Wetboek van ‘scanomisch recht, en houdende invoeging van een aan boek XVII ‘eigen definitie en sanctiebepalingen in hetzelfde Wetboek »_Arikel 32, 1, vando wet van 19 april. 2014 ‘houdende invoeging van ‘boek Xl, Intelectuelo eigendom in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek Xl in de boeken
I, XV en XVI van hetzelfde Wetboek: beter alsnog worden aangepast (om te verwijzen naar die, wetgeving) of opgeheven.
Artikel 33 21. Ter wille van de rechtszekerheid kan in artikel 33 van het voorontwerp de zinsnede ‘na inwerkingtreding van deze wet” beter worden vervangen door de zinsnede ‘vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet” De griffier, De voorzitter, Annemie GOOSSENS _ Jeroen VAN NIEUWENHOVE FILIP, Konina ver Betoen, ‘Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groer. Op de voordracht van de minister van Economie, van de minister van Justitie en van de staatssecretaris voor Consumentenbescherming, Heesen Wij BesLoren EN Besturen Wi: De minister van Economie, de minister van Justitie en de Staatssecretaris voor Consumentenbescherming zijn ermee belast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in onze naam bij de Kamer van volksvertegenwoordigers in te dienen: Algemene bepalingen Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Art. 2 Deze wet voorziet in de omzetting van richtlijn (EU) 2019/70 van het Europees Parlement en de Raad overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten en van richtlijn (EU) 2019/771 van (EU) 2017/2394 en richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van richtlijn 1999/44/EG.
Artikel 1649bis van het oud Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, wordt vervangen als volgt: “Art. 1649bis. 5 1°. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: voor doeleinden buiten zijn handels-, bedrijfs, ambachtsof beroepsactiviteit; 2° “verkoper”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die handelt, mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt in het kader van zijn handels-, bedrifs-, ambachts- of beroepsactiviteit; 3° “producent”: een fabrikant van consumptiegoed, een invoerder van een consumptiegoed naar de Unie, of elke andere persoon die zich als producent voordoet door zijn naam, handelsmerk of enig ander onderscheidend teken op het consumptiegoed aan te brengen; 4° “consumptiegoed”: a) elke roerende lichamelijke zaak; water, gas en elektriciteit zijn consumptiegoederen in de zin van deze afdeling wanneer zij gereed zijn gemaakt voor verkoop in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid; b) elke roerende lichamelijke zaak waarin digitale inhoud of digitale diensten zijn verwerkt of die daarmee onderling verbonden zijn, op zodanige wijze dat het ontbreken van die digitale inhoud of die digitale dienst ertoe zou leiden dat het consumptiegoed zijn functies, niet kan vervullen (“goed met digitale elementen”); 5° “digitale inhoud”: gegevens die in digitale vorm worden geproduceerd en geleverd; 6° "digitale dienst”: in digitale vorm te creëren, te verwerken of op te slaan, of toegang tot die gegevens te krijgen, of b) een dienst die voorziet in de mogelijkheid tot het delen van gegevens of andere interactie met gegevens in digitale vorm die door de consument of door andere gebruikers van die dienst worden geüpload of gecreëerd; 7° “compatibiliteit”: het vermogen van de consumptiegoederen om te draaien op hardware of software die doorgaans voor consumptiegoederen van hetzelfde type worden gebruikt, zonder dat die goederen, hardware of software moeten worden omgezet; 8° “functionalitei”: het vermogen van de consumptiegoederen om hun functies te vervullen met betrekking tot het doel ervan; 9° “interoperabiiteit': het vermogen van de consumptlegoederen om te functioneren met hardware of software die verschilt van die welke waarmee consumptiegoederen van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt; 11° “commerciële garantie”: iedere verbintenis van de verkoper of een producent (de “garant”) om boven hetgeen hij wettelijk verplicht is uit hoofde van het recht op conformiteit, aan de consument de betaalde prijs terug te betalen of het consumptiegoed op enigerlei wijze te vervangen, herstellen of onderhouden, wanneer dit. niet voldoet aan de specificaties of aan enige andere vereisten die geen verband houden met de conformiteit, die vermeld zijn in de garantieverklaring of in de desbetreffende reclameboodschappen ten tijde van of 14° “openbare velling”: een verkoopmethode waarbij goederen of diensten door de verkoper worden aangeboden aan consumenten, die persoonlijk aanwezig zijn of de mogelijkheid krijgen om persoonlijk aanwezig te zijn op de veiling, door middel van een transparante competitieve biedprocedure, onder leiding van een ministeriële ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen, en waarbij de winnende bieder verplicht is de goederen of diensten af te nemen. $ 2. Deze afdeling is van toepassing op overeenkomsten voor de verkoop van consumptiegoederen gesloten tussen een consument en een verkoper. Zij is eveneens van toepassing op digitale inhoud of digitale diensten die zijn verwerkt in of onderling verbonden met consumptiegoederen in de zin van paragraaf 1, 4°, b), en die worden meegeleverd met de consumptiegoederen op grond van een koopovereenkomst, ongeacht of die digitale inhoud of de digitale dienst wordt geleverd door de verkoper of een derde. Bij twijfel of de levering van verwerkte of onderling verbonden digitale inhoud of een verwerkte of onderling verbonden digitale dienst deel uitmaakt van de koopovereenkomst, wordt de digitale inhoud of digitale dienst geacht onder de koopovereenkomst te vallen. Voor de toepassing van deze afdeling worden overeenkomsten tot levering van te vervaardigen of voort te brengen consumptiegoederen eveneens als koopovereenkomsten beschouwd, $ 3. Deze afdeling is niet van toepassing op: 1° overeenkomsten voor het leveren van digitale inhoud of digitale diensten onverminderd paragraaf 2, lid 2; 2° materiële gegevensdragers die uitsluitend als drager van digitale inhoud dienen; worden verkocht;
Artikel 1649ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij “Art. 1649ter. 8 1. Voor de toepassing van artikel 1604, eerste lid, wordt het door de verkoper aan de consument geleverde consumptiegoed geacht slechts in overeenstemming met de koopovereenkomst te zijn indien het voldoet aan de in de paragrafen 2 tot 8 gestelde eisen. $ 2. Voor conformiteit met de koopovereenkomst, moet het consumptiegoed voldoen aan de subjectieve conformiteitsvereisten die in de koopovereenkomst zijn vastgesteld, met andere woorden, moet het met name, voor zover van toepassing: en kwaliteit, functionaliteit, compatibiliteit, interoperabiÏteit en andere kenmerken, voldoen aan de koopovereenkomst; gewenst gebruik dat de consument aan de verkoper uiterlijk bij de sluiting van de koopovereenkomst heeft meegedeeld en dat de verkoper heeft aanvaard; 3° worden geleverd samen met alle toebehoren en instructies, met inbegrip van installatie-instructies, als, bepaald in de koopovereenkomst, en $ 3. Naast het voldoen aan subjectieve conformiteitsvereisten die overeenkomstig paragraaf 2 in de koopovereenkomst zijn vastgesteld, moet het consumptiegoed vol doen aan de volgende objectieve conformiteitsvereisten: 1° geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor goederen van hetzelfde type gewoonlijk zouden worden gebruikt, rekening houdend, in voorkomend geval, met bestaand Unie- en nationaal recht, technische normen, of, bij ont stentenis van zulke technische normen, toepasselijke 3° in voorkomend geval, samen met de toebehoren, waaronder verpakking, installatie-instructies of andere instructies, die de consument redelijkerwijs mag verwachten, worden geleverd, en zaamheid, functionaliteit, compatibilteit en beveiliging die voor hetzelfde type consumptiegoederen normaal zijn en die de consument redelijkerwijs mag verwachten, gelet op de aard van de consumptiegoederen en rekening houdend met publieke mededelingen die zijn gedaan door of namens de verkoper of andere personen in eerdere schakels van de overeenkomstenketen, waaronder de producent, in het bijzonder in reclameboodschappen of op de etikettering. $ 4. De verkoper is niet gebonden door de in paragraaf 3, 4°, bedoelde publieke mededelingen indien hij aantoont dat zorgt de verkoper ervoor dat de updates, waaronder beveiligingsupdates, die nodig zijn om de conformiteit van het goed te behouden aan de consument worden gemeld en geleverd, gedurende de periode: 1° die de consument redelijkerwijs kan verwachten, gezien de aard en het doel van de goederen en de digitale elementen, en rekening houdend met de omstandigheden en de aard van de overeenkomst, wanneer de koopovereenkomst voorziet in één enkele levering van de digitale inhoud of digitale dienst, of 2° die in artikel 1649quater, $ 1, tweede id „is bepaald, indien de koopovereenkomst voorziet in een continue levering van de digitale inhoud of de digitale dienst gedurende een periode. $ 6. Wanneer de consument verzuimt de overeenkomstig paragraaf 5 verstrekte updates binnen een redelijke termijn te installeren, is de verkoper niet aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek als dat uitsluitend het gevolg is van de afwezigheid van de betrokken update, mits 1° de verkoper de consument in kennis heeft gesteld van de beschikbaarheid van de update en de gevolgen indien de consument die niet installeert, en $ 7. Er is geen sprake van een conformiteitsgebrek in de zin van de paragrafen 3 of 5 wanneer de consument ten tijde van sluiting van de koopovereenkomst er uitdrukkelijk van in kennis werd gesteld dat een specifiek kenmerk van het consumptiegoed afweek van de in die paragrafen gestelde objectieve conformiteitsvereisten, en de consument die afwijking bij de sluiting van de koopovereenkomst uitdrukkelijk en afzonderlijk heeft aanvaard. $ 8. Elk gebrek dat het gevolg is van een verkeerde installatie van het consumptiegoed, wordt beschouwd als een conformiteitsgebrek, wanneer: 1° de installatie van het goed deel uitmaakt van de koopovereenkomst en is uitgevoerd door de verkoper of onder diens verantwoordelijkheid, of 2° wanneer de installatie, die bestemd was om te worden uitgevoerd door de consument, door hem werd gedaan en de verkeerde installatie te wijten was aan tekortkomingen in de installatie-instructies die werden verstrekt door de verkoper, of, in geval van een goed met digitale elementen, door de verkoper of de leverancier van de digitale inhoud of digitale dienst”. In artikel 1649quater, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende: “In het geval van een goed met digitale elementen wanneer de koopovereenkomst voorziet in continue levering van de digitale inhoud of de digitale dienst gedurende een periode, is de verkoper ook aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of de digitale dienst dat zich voordoet of aan het licht komt binnen twee jaar na het tijdstip waarop het goed met digitale elementen werd geleverd. Indien de overeenkomst voorziet in continue levering gedurende meer dan twee jaar, is de verkoper aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst dat zich voordoet of kenbaar wordt in de periode gedurende welke de digitale inhoud of digitale dienst volgens de koopovereenkomst moet worden geleverd”; 2° in paragraaf 1, tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden “De termijn van twee jaar bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort” vervangen door de woorden "De termijnen bedoeld in het eerste en tweede lid worden opgeschort’; 3° in paragraaf 1, het derde lid, dat het vierde id wordt, De verkoper informeert de consument op duidelijke en ondubbelzinnige wijze over deze kortere termijn. Wanneer dit niet het geval is, is naargelang van het geval de in het eerste of tweede lid bedoelde termijn van toepassing. De bewijslast van deze verplichting rust op de verkoper” 4paragraat 2 wordt vervangen als volgt: “$ 2. De consument moet de verkoper op de hoogte brengen van het conformiteitsgebrek binnen de twee maanden vanaf de dag waarop de consument het gebrek heeft vastgesteld. De verkoper en de consument kunnen een langere termijn overeenkomen”. 5° in paragraaf 3 worden de woorden “, zonder dat die termijn vóór het einde van de termijn van twee jaar, bedoeld in $ 1, mag verstrijken” opgeheven. 6° in paragraaf 4 worden de woorden “zes maanden” vervangen door de woorden “twee jaar” “$ 4/1. In het geval van een goed met digitale elementen, indien de koopovereenkomst voorziet in de continue levering van de digitale inhoud of de digitale dienst gedurende een bepaalde periode, ligt de bewijslast met betrekking tot de vraag of de digitale inhoud of digitale dienst conform was tijdens de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde periode, bij de verkoper wegens een conformiteitsgebrek dat aan het licht komt binnen die periode” 8° in paragraaf 5 worden de woorden “na het verstrijken van de termijn van twee jaar bedoeld in 5 1” vervangen door de woorden “na het verstrijken van de termijnen bedoeld in 5 17. In artikel 1649quinguies, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden “$ 2” vervangen door de woorden”paragrafen 2 en 3”, wordt het woord “passende” vervangen door het woord “evenredige” en worden de woorden “$ 3" vervangen door de woorden “paragrafen 5 tot en met 7”; zat “$ 2. In eerste instantie heeft de consument het recht ‘om van de verkoper de kosteloze herstelling van het consumptiegoed of de kosteloze vervanging ervan te eisen, tenzij de gekozen remedie onmogelijk is of in vergelijking met de andere remedies voor de verkoper onevenredige kosten met zich mee zou brengen, rekening houdend met alle omstandigheden, onder meer: 1° de waarde die het consumptiegoed zonder het conformiteitsgebrek zou hebben; 2° de omvang van het conformiteitsgebrek, en 3° de mogelijkheid om te kiezen voor de andere remedie zonder ernstige overlast voor de consument. $ 3. Elke herstelling of vervanging wordt verricht: 1° kosteloos, 3° zonder ernstige overlast voor de consument, rekening houdend met de aard van het consumptiegoed en het doel waarvoor de consument het goed heeft gekocht. Bij een herstelling of vervanging stelt de consument het consumptiegoed ter beschikking van de verkoper. De verkoper neemt het te vervangen goed op zijn kosten terug Wanneer een herstelling de verwijdering vergt van het goed dat op een wijze die in overeenstemming is met zijn aard en doel was geïnstalleerd voordat het conformiteitsgebrek duidelijk werd, of wanneer dit goed moet worden vervangen, omvat de verplichting tot herstelling of vervanging van het goed de verwijdering van het nietconforme goed en de installatie van het vervangende goed of het herstelde goed, of het betalen van de kosten van die verwijdering of installatie. De consument is niet gehouden om te betalen voor het normaal gebruik van het vervangen goed tijdens de periode die aan de vervanging voorafgaat.” 3° artikel 1649quinquies wordt aangevuld met de paragrafen 4 tot en met 7, luidende: “$ 4. De verkoper kan weigeren om het consumptiegoed conform te maken overeenkomstig paragraaf 2 als herstelling en vervanging onmogelijk zijn of voor de verkoper onevenredige kosten met zich zouden brengen, rekening houdend met alle omstandigheden, zoals met name de waarde die het consumptiegoed zonder het conformiteitsgebrek zou hebben of de omvang van het conformiteitsgebrek. $ 5. De consument heeft recht op een evenredige prijsvermindering overeenkomstig paragraaf 6 dan wel op ontbinding van de koopovereenkomst overeenkomstig paragraaf 7 in elk van de volgende gevallen: 1° de verkoper heeft de herstelling of vervanging niet voltooid of, indien van toepassing, niet voltooid overeenkomstig paragraaf 3, tweede en derde lid, of de verkoper heeft geweigerd de goederen conform te maken overeenkomstig paragraaf 4; 2° er blijkt een conformiteitsgebrek te zijn ondanks 3° het conformiteitsgebrek is zo emnstig dat een onmiddelljke prijsvermindering of ontbinding van de koopovereenkomst gerechtvaardigd is; 4 de verkoper heeft verklaard of uit de omstandigheden blijkt duidelijk dat de verkoper de goederen door middel van herstelling of vervanging niet binnen een redelijke conform de overeenkomst zal maken. $ 6. De prijsvermindering moet evenredig zijn aan het verschil tussen de waarde van het door de consument ontvangen consumptiegoed en de waarde die het consumptiegoed zou hebben gehad indien dit conform de koopovereenkomst was geweest. $ 7. Het recht om de koopovereenkomst te ontbinden wordt uitgeoefend door middel van een eenzijdige wilsverklaring aan de verkoper. In het geval van de verkoop van meerdere consumptiegoederen kan de consument, indien het conformiteitsgebrek slechts betrekking heeft op enkele ervan en indien er een grond is voor ontbinding van de koopovereenkomst krachtens dit artikel, zijn ontbindingsrecht alleen uitoefenen voor de niet-conforme goederen en de conforme goederen die hij op hetzelfde moment heeft verworven en indien van de consument niet redelijker wijs kan worden verwacht dat hij alleen de conforme goederen zal willen houden. Wanneer de consument een koopovereenkomst in haar geheel of overeenkomstig het tweede lid slechts ten aanzien van een deel van de krachtens de koopovereenkomst geleverde goederen ontbindt: 2° betaalt de verkoper de consument de voor de goederen betaalde prijs terug bij ontvangst van de goederen of bij ontvangst van het door de consument verstrekte bewijs dat hij de goederen heeft teruggezonden.
Artikel 1649sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, wordt vervangen als, volgt “Art. 1649sexies. Wanneer de verkoper jegens de consument aansprakelijk is uit hoofde van een conformiteitsgebrek, met inbegrip van het nalaten om updates te verstrekken voor goederen met digitale elementen overeenkomstig artikel 1649ter, $ 5, dat toe te schrijven is aan een persoon die zich hoger in de overeenkomstenketen die tot de verkoop geleid heeft, bevindt, kan hij tegen deze persoon verhaal doen op grond van zijn contractuele aansprakelijkheid met betrekking tot het goed zonder dat een contractueel beding dat tot gevolg heeft die aansprakelijkheid te beperken of op te heffen, hem mag tegengeworpen worden.” Artikel 1649septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004 en gewijzigd door de wet van 20 september 2018, wordt vervangen als volgt: “Art. 1649septies. 5 1. Een commerciële garantie is bindend voor de garant onder de voorwaarden in het commerciële garantiebewijs en in de daarmee samenhangende reclame die beschikbaar was ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst. Wanneer een producent de consument een commerciële garantie van duurzaamheid voor een bepaald consumptiegoed gedurende een bepaalde periode biedt, is de producent rechtstreeks aansprakelijk jegens de consument tijdens de volledige duur van de commerciële garantie van duurzaamheid, voor herstelling of vervanging van het consumptiegoed overeenkomstig artikel 1649quinquies, $ 3, onder de in onderhavig artikel gestelde voorwaarden. Het staat de producent vrij de consument in het commerciële duurzaamheidsgarantiebewijs gunstiger voorwaarden aan te bieden. $ 2. Het commerciële garantiebewijs wordt aan de consument verstrekt op een duurzame gegevensdrager, uiterlijk op het tijdstip van de levering van het consumptiegoed. Het commerciële garantiebewijs wordt in duidelijke en begrijpelijke taal opgesteld en in een taal die de consument begrijpt. Het garantiebewijs bevat. 1° een duidelijke verklaring dat de consument bij wet recht heeft op kosteloze remedies van de verkoper in geval van een conformiteitsgebrek van het consumptie goed en dat die remedies niet worden aangetast door de commerciële garantie; 5° de commerciële garantievoorwaarden. $ 3. Niet-naleving van $ 2 heeft geen invloed op de bindende aard van de commerciële garantie voor de garant”. In artikel 1649octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, worden de woorden “rechtstreeks of onrechtstreeks, de rechten die de consument uit deze afdeling put, worden beperkt of uitgesloten” worden vervangen door de woorden “ten nadele van laatstgenoemde, de rechten die de consument uit deze afdeling put, worden uitgesloten, ervan wordt afgeweken of de gevolgen ervan worden gewijzigd.” In boek Ill, titel VI, hoofdstuk IV, afdeling IV, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1649nonies ingevoegd, luidende: deze afdeling en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig boek XV van het Wetboek van economisch recht.” In het boek Il van het oud Burgerlijk Wetboek, wordt een titel Vbis ingevoegd, die de artikelen 1701/1 toten met 1701/19 omvat, luidende: “Titel Vbis. Overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten
Hoofdstuk 1. Definities en toepassingsgebied Art. 1701/1. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 1° “digitale inhoud”: gegevens die in digitale vorm 2° “digitale dienst” of toegang tot die gegevens te krijgen; of b) een dienst die voorziet in de mogelijkheid van het 3° “goed met digitale elementen”: elke roerende lichamelijke zaak waarin digitale inhoud of een digitale dienst zijn verwerkt of die daarmee onderling verbonden zijn, op zodanige wijze dat het ontbreken van die digitale inhoud of digitale dienst ertoe zou leiden datde goederen hun functies niet kunnen vervullen; 4° “integratie”: het koppelen van digitale inhoud of een digitale dienst aan de onderdelen van de digitale ‘omgeving van de consument en het verwerken daarvan in die omgeving, zodat de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig de in deze titel vastgelegde conformiteitsvereisten kan worden gebruikt; 5° “handelaar”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die met betrekking tot onder deze titel vallende overeenkomsten handelt, mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt in het kader van zijn handels, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit; 6° “consument: iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs, ambachts- of beroepsactiviteit vallen; 7° “prijs”: geld dat of een digitale weergave van waarde die verschuldigd is in ruil voor de levering van digitale inhoud of een digitale dienst; 8° “persoonsgegevens: persoonsgegevens als gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees parlement en de Raad van 27 april 2016 en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/A/EG; 9° “digitale omgeving”: hardware, software en iedere netwerkverbinding die door de consument wordt gebruikt ‘om toegang te krijgen tot of gebruik te maken van digitale 10° ‘compatibiliteit’: het vermogen van de digitale inhoud of digitale dienst om te functioneren met hardware of software waarmee digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt, zonder de noodzaak om de digitale inhoud of digitale dienst te converteren; 11° “functionaliteit”: het vermogen van de digitale inhoud of digitale dienst om zijn functies te vervullen met betrekking tot het doel ervan; 12° “interoperabilteit': het vermogen van de digitale inhoud of digitale dienst om te functioneren met hardware of software die verschilt van die waarmee digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt; 13° “duurzame gegevensdrager”: ieder hulpmiddel dat de consument of de handelaar in staat stelt om 14° “kosteloos”: vrij van de noodzakelijke kosten die materiaal.
Art. 1701/2. $ 1. Deze titel is van toepassing op alle overeenkomsten waarbij de handelaar digitale inhoud of een digitale dienst aan de consument levert of zich ertoe verbindt die te leveren en de consument een prijs, betaalt of zich ertoe verbindt een prijs te betalen. $ 2. Deze titel is ook van toepassing als de handelaar levert of zich ertoe verbindt die te leveren en de consument de handelaar persoonsgegevens verstrekt of zich ertoe verbindt die te verstrekken, behalve wanneer de door de consument verstrekte persoonsgegevens uitsluitend door de handelaar worden verwerkt om de digitale inhoud of digitale dienst te leveren overeenkomstig deze titel of om de handelaar in staat te stellen te voldoen aan de wettelijke vereisten waaraan hij is onderworpen, en de handelaar die gegevens niet voor andere doeleinden verwerkt. $ 3. Deze itel is eveneens van toepassing wanneer de digitale inhoud of digitale dienst volgens de specificaties, van de consument is ontwikkeld. $ 4. Met uitzondering van de artikelen 1701/3 en 1701/9 is deze titel eveneens van toepassing op iedere materiële gegevensdrager die uitsluitend dient als drager voor digitale inhoud. $ 5. Deze titel is niet van toepassing op digitale inhoud of digitale diensten die verwerkt zijn in of onderling verbonden zijn met goederen in de zin van artikel 1701/1, 3°, en die worden meegeleverd met de goederen op grond van een koopovereenkomst met betrekking tot die goederen, ongeacht of die digitale inhoud of digitale dienst wordt geleverd door de verkoper of een derde. Bij twijfel of de levering van verwerkte of onderling verbonden digitale inhoud of een verwerkte of onderling verbonden digitale dienst deel uitmaakt van de koopovereenkomst, wordt de digitale inhoud of digitale dienst geacht onder de koopovereenkomst te vallen. $ 6. Wanneer een overeenkomst tussen dezelfde handelaar en dezelfde consument in een bundel elementen omvat van levering van digitale inhoud of een digitale dienst alsmede elementen van de levering van andere diensten of goederen, is deze titel, onverminderd paragraaf 5, alleen van toepassing op de elementen van de overeenkomst die betrekking hebben op de digitale inhoud of digitale dienst $ 7. Deze titel is niet van toepassing op overeenkomsten inzake: 2° elektronische-communicatiediensten met uitzondering van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten bedoeld in artikel 2, 5/4* van wetvan 19 juni 2005 betreffende de elektroniscche communicatie; 3° gezondheidsdiensten die door gezondheidswerkers aan patiënten worden verstrekt om de gezondheidstoe stand van deze laatsten te beoordelen, te behouden of te herstellen, waaronder begrepen het voorschrijven en het verstrekken van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen; 4° kansspeldiensten, namelijk diensten die gepaard gaan met het aangaan van een weddenschap waarbij een geldbedrag wordt ingezet in kansspelen, waaronder die welke enige bekwaamheid vereisen zoals loterijen, casinospelen, poker en weddenschapstransacties en die worden aangeboden langs elektronische weg of met andere communicatietechnologie en op individueel verzoek van een afnemer van zulke diensten; 5° financiële dienst in de zin van iedere dienst van bancaire aard of op het gebied van kredietverstrekking, verzekering, individuele pensioenen, beleggingen en betalingen bedoeld in artikel 1.8, 18° van het Wetboek van economisch recht; 6° software die door de handelaar wordt aangeboden op basis van een vrije en open licentie waarvoor de consument geen prijs betaalt en wanneer de door de consument verstrekte persoonsgegevens alleen worden verwerkt door de handelaar om de beveiliging, compatibiliteit of interoperabiiteit van die specifieke software te verbeteren; 7° de levering van digitale inhoud waarbij de digitale inhoud op een andere wijze dan via het overbrengen van signalen aan het grote publiek beschikbaar wordt gesteld als onderdeel van een optreden of evenement, zoals digitale filmvertoningen; 8° digitale inhoud die wordt geleverd door overheidsorganen van de lidstaten overeenkomstig de wet van 4 mei 2016 inzake het hergebruik van overheidsinformatie.
Hoofdstuk 2. Levering van de digitale inhoud of digîtale dienst Art. 1701/3. $ 1. De handelaar levert de digitale inhoud of digitale dienst aan de consument. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, levert de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst onverwijld na de sluiting van de overeenkomst aan de consument. $ 2. De handelaar heeft aan de leveringsverbintenis voldaan wanneer: 1° de digitale inhoud of een middel dat geschikt is om toegang te verschaffen tot de digitale inhoud of die te downloaden, beschikbaar is gesteld aan of toegankelijk is gemaakt voor de consument of voor een daartoe door de consument gekozen fysieke of virtuele faciliteit; 2° de digitale dienst toegankelijk wordt gemaakt voor de consument of voor een daartoe door de consument gekozen fysieke of virtuele faciliteit.
Hoofdstuk 3. Conformiteit van de digitale inhoud of Art. 1701/4. De handelaar levert aan de consument digitale inhoud of een digitale dienst die, naargelang het geval, voldoet aan de vereisten van de artikelen 1701/5, 1701/6 en 1701/7. Afdeling 1. Subjectieve conformiteitsvereisten Art. 1701/5. Voor conformiteit met de overeenkomst, moet de digitale inhoud of digitale dienst met name, functionaliteit, compatibiliteit, interoperabilteit en andere gewenst gebruik dat de consument aan de handelaar uiterlijk bij de sluiting van de overeenkomst heeft meegedeeld en dat de handelaar heeft aanvaard; 3° worden geleverd samen met alle toebehoren, instructies, met inbegrip van installatie-instructies, en klantenservice, als vereist in de overeenkomst; en, 4° van updates is voorzien als bepaald in de Afdeling 2. Objectieve conformiteitsvereisten Art. 1701/6. $ 1. Naast het voldoen aan subjectieve conformiteitsvereisten moet de digitale inhoud of digitale 1° geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor digitale zou worden gebruikt, rekening houdend, in voorkomend geval, met bestaand Unie- en nationaal recht, technische normen, of, bij ontstentenis van zulke technische normen, toepasselijke sectorspecifieke gedragscodes; 2° beschikken over de hoeveelheid, kwaïiteit en prestatiekenmerken, - onder meer met betrekking tot functionaliteit, compatibiliteit, toegankelijkheid, continuiteit en veiligheid - waarover digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk beschikken en die de consument gezien de aard van de digitale inhoud of di gitale dienst redelijkerwijs mag verwachten, en rekening houdend met publieke mededelingen die zijn gedaan door of namens de handelaar of andere personen in eerdere schakels van de overeenkomstenketen, in het bijzonder in reclameboodschappen of op etikettering, a) de handelaar niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend kon zijn met de betrokken publieke mededeling; b) de publieke mededeling ten tijde van de sluiting van de overeenkomst op dezelfde of vergelijkbare wijze was gerectificeerd als waarop deze was afgelegd; of c) de beslissing tot aankoop van de digitale inhoud of digitale dienst niet door de publieke mededeling beïnvloed kon zijn; 3° in voorkomend geval, samen met andere toebehoren en instructies die de consument redelijkerwijs mag verwachten, worden geleverd; en 4° overeenstemmen met de proefversie of de preview van de digitale inhoud of digitale dienst die door de handelaar ter beschikking werd gesteld voordat de overeenkomst werd gesloten. $ 2. De handelaar zorgt ervoor dat de updates, waaronder beveiligingsupdates, die nodig zijn om de conformiteit van de digitale inhoud of de dienst te handhaven aan de consument worden gemeld en geleverd gedurende de periode: 2° die de consument redelijkerwijs kan verwachten, gezien de aard en het doel van de digitale inhoud of digitale dienst en rekening houdend met de omstandigheden en de aard van de overeenkomst, wanneer de overeenkomst voorziet in één levering of in een reeks afzonderlijke leveringen. $ 3. Wanneer de consument verzuimt, binnen een redelijke termijn, de overeenkomstig paragraaf 2 door de handelaar verstrekte updates te installeren, is de handelaar niet aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek als dat uitsluitend het gevolg is van de afwezigheid van de betrokken update, mits: 1° de handelaar de consument in kennis heeft gesteld indien de consument die niet installeert; en, $ 4. Wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering van digitale inhoud of een digitale dienst gedurende een periode, is de digitale inhoud of digitale dienst gedurende die gehele periode conform. $ 5. Er is geen sprake van een conformiteitsgebrek in de zin van paragraaf 1 of paragraaf 2 wanneer de consument er ten tijde van de sluiting van de overeenkomst uitdrukkelijk van in kennis werd gesteld dat een specifiek kenmerk van de digitale inhoud of digitale dienst afweek van de in paragrafen 1 of 2 gestelde objectieve conformiteitsvereisten, en de consument die afwijking bij de sluiting van de overeenkomst uitdrukkelijk en Afdeling 3. Verkeerde integratie van de digitale inhoud Art. 1701/7. Elk conformiteitsgebrek dat het gevolg is van de verkeerde integratie van de digitale inhoud of digitale dienst in de digitale omgeving van de consument wordt beschouwd als een conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst indien: 1° de digitale inhoud of digitale dienst door de handelaar of onder diens verantwoordelijkheid werd geïntegreerd; of 2° de digitale inhoud of digitale dienst bestemd was ‘om door de consument te worden geïntegreerd en de verkeerde integratie te wijten was aan tekortkomingen in de door de handelaar verstrekte integratie-instructies.
Hoofdstuk 4. Aansprakelijkheid van de handelaar Art. 1701/8. $ 1. De handelaar is aansprakelijk voor elk verzuim om de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/3 te leveren. $ 2. Wanneer een overeenkomst voorziet in een enkele levering of in een reeks afzonderlijke leveringen, is de handelaar aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek uit hoofde van de artikelen 1701/5, 1701/6 en 1701/7 waarvan sprake is ten tijde van de levering en dat zich manifesteert binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf voornoemde levering, onverminderd artikel 1701, $ 2, 2° Voor de in lid 1, bedoelde gevallen rust de bewijslast met betrekking tot de vraag of de geleverde digitale inhoud of digitale dienst ten tijde van de levering conform, was, op de handelaar voor zover het een conformiteitsgebrek betreft dat kenbaar wordt binnen één jaar vanaf het tijdstip waarop de digitale inhoud of digitale dienst werd geleverd. opgeschort tijdens de periode vereist om de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking. De rechtsvorderingen van de consument verjaren na verloop van een jaar vanaf de dag waarop hij het conformiteitsgebrek heeft vastgesteld. $ 3. Wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering gedurende een periode, is de handelaar aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek uit hoofde van de artikelen 1701/5, 1701/6 en 1701/7dat zich voordoet of kenbaar wordt in de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst volgens de overeenkomst moet worden geleverd Voor de in lid 1, bedoelde gevallen rust de bewijslast met betrekking tot de vraag of de digitale inhoud of digitale dienst conform was gedurende de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst volgens de overeenkomst moet worden geleverd, op de handelaar, voor zover het een conformiteitsgebrek betreft dat gedurende die periode duidelijk wordt. De periode bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de periode vereist om de digitale inhoud $ 4. De paragrafen 2, tweede lid, en 3, tweede lid, zijn niet van toepassing wanneer de handelaar aantoont dat de digitale omgeving van de consument niet compatibel is met de technische vereisten van de digitale inhoud of digitale dienst en wanneer de handelaar de consument vóór de sluiting van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte heeft gesteld van deze vereisten. De consument werkt samen met de handelaar voor zover dit redelijkerwijs mogelijk en noodzakelijk is om na te gaan of de oorzaak van het conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst op het tijdstip zoals bepaald in paragraaf 2, eerste lid of paragraaf 3, eerste id, naargelang het geval, toe te schrijven is aan de digitale omgeving van de consument. De medewerkingsplicht wordt beperkt tot de technisch beschikbare middelen die voor de consument het minst ingrijpend zijn. Indien de consument verzuimt samen te werken en wanneer de handelaar de consument voor de sluiting van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze van dit vereiste op de hoogte heeft gesteld, draagt de consument de bewijslast met betrekking tot de vraag of het conformiteitsgebrek bestond op het tijdstip zoals, bepaald in paragraaf 2, eerste lid of paragraaf 3, eerste lid, naargelang het geval. $ 5. In voorkomend geval, zijn de bepalingen met betrekking tot de vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak van toepassing na het verstrijken van de termijnen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, en paragraaf 3, eerste lid.
Hoofdstuk 5. Remedies in geval van leveringsverzuim en van conformiteitsgebrek Art. 1701/9. $ 1. Wanneer de handelaar heeft verzuimd de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/3 te leveren, maant de consument de handelaar aan de digitale inhoud of digitale dienst alsnog te leveren. Indien de handelaar dan verzuimt de digitale inhoud of digitale dienst onverwijld of binnen een door de partijen uitdrukkelijk overeengekomen aanvullende termijn te leveren, heeft de consument het recht de overeenkomst te ontbinden. $ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing en de consument heeft het recht de overeenkomst onmiddellijk te ontbinden wanneer: 1° de handelaar heeft verklaard of uit de omstandigheden duidelijk blijkt dat de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst niet zal leveren; 2° de consument en de handelaar zijn overeengekomen of uit de omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst duidelijk blijkt dat een specifiek leveringstijdstip essentieel is voor de consument en de handelaar heeft verzuimd de digitale inhoud of digitale dienst ten laatste op dat tijdstip te leveren. $ 3. Wanneer de consument de overeenkomst ontbindt op grond van paragraaf 1 of 2, zijn de artikelen 1701/12, $ 3, tweede lid, 1701/13, 1701/14 en 1701/15 van toepassing. Afdeling 2. Remedies in geval van conformiteitsgebrek Art. 1701/10. In geval van een conformiteitsgebrek heeft de consument het recht de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken, een evenredige prijsvermindering te krijgen, of de overeenkomst te ontbinden volgens de in artikelen 1701/11 en 1701/12 bepaalde voorwaarden.
Art. 1701/11. $ 1. De consument heeft het recht de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken, tenzij dat onmogelijk is of voor de handelaar onevenredige kosten met zich meebrengt, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, waaronder: 1° de waarde die de digitale inhoud of digitale dienst zou hebben wanneer er geen conformiteitsgebrek zou zijn geweest; en 2° de omvang van het conformiteitsgebrek. $ 2. Binnen een redelijke termijn na het tijdstip waarop de handelaar door de consument in kennis is gesteld van het conformiteitsgebrek, maakt de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst, ‚kosteloos en zonder ernstige overlast voor de consument op grond van paragraaf 1, conform, rekening houdend met de aard van de digitale inhoud of digitale dienst en het doel waarvoor de consument de digitale inhoud of digitale dienst nodig had.
Art. 1701/12. $ 1. De consument heeft recht op een evenredige prijsvermindering overeenkomstig paragraaf 2 wanneer de digitale inhoud of digitale dienst wordt gele verd tegen betaling van een prijs, dan wel op ontbinding van de overeenkomst overeenkomstig paragraaf 3, in elk van de volgende gevallen: 1° de remedie om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken, is onmogelijk of onevenredig overeenkomstig artikel 1701/11, 8 1; 2° de handelaar heeft de digitale inhoud of digitale dienst niet conform gemaakt overeenkomstig arti kel 1701/11, $ 2; 3° er blijkt een conformiteitsgebrek te zijn ondanks de poging van de handelaar om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken; 4° het conformiteitsgebrek is zo ernstig dat een onmiddelljke prijsvermindering of de ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is, of 5° de handelaar heeft verklaard, of uit de omstandigheden blijkt duidelijk dat de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument conform zal maken. $ 2. De prijsvermindering moet evenredig zijn aan het verschil tussen de waarde van de aan de consument geleverde digitale inhoud of digitale dienst en de waarde die de digitale inhoud of digitale dienst zou hebben gehad indien deze conform was geweest inhoud of digitale dienst gedurende een periode tegen betaling van een prijs wordt geleverd, is de prijsvermindering van toepassing op dat deel van de periode waarin $ 3. Wanneer de digitale inhoud of digitale dienst wordt geleverd tegen betaling van een prijs, mag de consument de overeenkomst enkel ontbinden wanneer het conformiteitsgebrek niet gering is. Het is aan de handelaar te bewijzen dat het conformiteitsgebrek gering is.
Hoofdstuk 6. Verplichtingen van de handelaar bij ontbinding Art. 1701/13. $ 1. Bij ontbinding van de overeenkomst betaalt de handelaar de consument alle uit hoofde van de overeenkomst betaalde bedragen terug. In gevallen waarin de overeenkomst voorziet in de levering van de digitale inhoud of digitale dienst tegen betaling en gedurende een periode, en de digitale inhoud of digitale dienst gedurende een periode vóór de ontbinding van de overeenkomst conform was, betaalt de handelaar aan de consument evenwel slechts het evenredige deel van de betaalde prijs terug dat overeenkomt met de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst niet conform was, en elk deel van de prijs dat vooraf door de consument is betaald voor de contractperiode die zou zijn overgebleven indien de $ 2. Met betrekking tot de persoonsgegevens van de consument voldoet de handelaar aan de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679 van tot intrekking van richtlijn 95/46/EG. $ 3. De handelaar ziet af van het gebruik van andere inhoud dan persoonsgegevens die was verstrekt of gecreëerd door de consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst, behalve indien die inhoud: 1° geen nut heeft buiten de context van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst; 2° enkel verband houdt met de activiteit van de consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst; 3° door de handelaar met andere gegevens is samengevoegd en niet of alleen met bovenmatige inspanningen kan worden ontvlochten; of 4° door de consument en anderen gezamenlijk is gegenereerd, en andere consumenten die inhoud kunnen blijven gebruiken. $ 4. Behalve in de in paragraaf 3, 1° tot en met 3°, genoemde situaties maakt de handelaar op verzoek van de consument alle andere inhoud dan persoonsgegevens beschikbaar die was verstrekt of gecreëerd door geleverde digitale inhoud of digitale dienst. De consument heeft het recht die digitale inhoud kosteloos, binnen een redelijke termijn, en in een gangbaar ‘en machinaal leesbaar gegevensformaat op te vragen, zonder belemmeringen van de kant van de handelaar. $ 5. De handelaar kan elk verder gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst door de consument beletten, met name door de digitale inhoud of digitale dienst ontoegankelijk te maken voor de consument of door het gebruikersaccount van de consument onbruikbaar te maken, onverminderd paragraaf 4.
Hoofdstuk 7. Verbintenissen van de consument bij Art. 1701/14. $ 1. Na de ontbinding van de overeenkomst ziet de consument af van het gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst en van de terbeschikkingstelling daarvan aan derden. $ 2. Wanneer de digitale inhoud op een materiële gegevensdrager werd geleverd, geeft de consument deze op verzoek en op kosten van de handelaar onverwild terug. Indien de handelaar besluit te verzoeken om teruggave van de materiële gegevensdrager, moet dit. verzoek worden ingediend binnen 14 dagen vanaf de dag waarop de handelaar in kennis wordt gesteld van de beslissing van de consument om de overeenkomst te ontbinden $ 3. De consument hoeft niet te betalen voor het gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst in de periode voorafgaand aan de ontbinding van de overeenkomst waarin de digitale inhoud of digitale dienst niet conform was.
Hoofdstuk 8. Termijnen en middelen voor terugbetaling door de handelaar Art. 1701/15. $ 1. Alle terugbetalingen die de handelaar aan de consument verschuldigd is op grond van artikelen 1701/12, S 1, 8 2 en $ 3 eerste lid, of 1701/13, 8 1, als gevolg van een prijsvermindering of de ontbinding van de overeenkomst, worden onverwijld verricht, en in elk geval binnen 14 dagen vanaf de datum waarop de handelaar in kennis wordt gesteld van de beslissing van de consument om zich te beroepen op recht van de consument op prijsvermindering dan wel op ontbinding
Hoofdstuk 9. Recht op verhaal Art. 1701/16. Wanneer de handelaar jegens de consument aansprakelijk is wegens verzuim om de digi tale inhoud of digitale dienst te leveren of wegens een conformiteitsgebrek dat voortvloeit uit een handelen of nalaten van een persoon in een eerdere schakel van de overeenkomstenketen, kan de handelaar verhaal nemen op de in de overeenkomstenketen aansprakelijke persoon of personen zonder dat een contractueel beding dat tot gevolg heeft die aansprakelijkheid te beperken of uitte sluiten, hem mag tegengeworpen worden.
Hoofdstuk 10. Wijziging van de digitale inhoud of 2° dergelijke wijzigingen worden aangebracht zonder extra kosten voor de consument; 3° de consument is op duidelijke en begrijpelijke wijze gevallen binnen een redelijke termijn van tevoren op een duurzame gegevensdrager in kennis gesteld van de kenmerken en het tijdstip van de wijziging, en van zijn recht om de overeenkomst te ontbinden overeenkomstig paragraaf 2 of over mogelijkheid om de digitale inhoud of digitale dienst zonder wijziging te behouden overeenkomstig paragraaf 4. ontbinden indien de wijziging negatieve gevolgen heeft voor de toegang van de consument tot of het gebruik door de consument van de digitale inhoud of digitale dienst, tenzij die negatieve gevolgen slechts gering zijn. In dat geval heeft de consument het recht de overeenkomst kosteloos en binnen 30 dagen na ontvangst van de informatie, of vanaf het tijdstip waarop de digitale inhoud of digitale dienst door de handelaar is gewijzigd, indien dat later is, te ontbinden. $ 3. Indien de consument de overeenkomst ontbindt overeenkomstig paragraaf 2, zijn de artikelen 1701/12, $ 3, tweede lid, 1701/13, 1701/14 et 1701/15 van overeenkomstige toepassing. $ 4. De paragrafen 2 en 3 zijn niet van toepassing indien de handelaar de consument de mogelijkheid heeft geboden om zonder extra kosten de digitale inhoud of digitale dienst zonder de wijziging te behouden, en de digitale inhoud of digitale dienst conform blijft. $ 5. Dit artikel is niet van toepassing wanneer een bundel elementen van een internettoegangsdienst omvat of een nummer gebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst.
Hoofdstuk 11. Dwingend karakter Art. 1701/18. Tenzij in deze titel anders is bepaald, zijn nietig, alle bedingen van een overeenkomst die, ten nadele van de consument, de toepassing uitsluiten van de bepalingen van deze titel of van deze bepalingen afwijken of de gevolgen ervan wijzigen voordat het leveringsverzuim of het conformiteitsgebrek door de consument ter kennis van de handelaar is gebracht of voordat de wijziging van de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/17 door de handelaar ter kennis van de consument is gebracht
Hoofdstuk 12. Sancties Art. 1701/19. De inbreuken op de bepalingen van deze titel en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden boek XV van het Wetboek van economisch recht. In artikel 589 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004, wordt de bepaling onder 14° vervangen als volgt: “14” in de artikelen XVIL.2, 17° en XVII.26 tot XVIL34 van het Wetboek van economisch recht”. Wijzigingen van het Wetboek Art. 13 Artikel 1.20 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en gewijzigd bij de wetten van 1 december 2016 en 15 april 2018, wordt aangevuld met de bepaling onder 9°, luidende: “9° schade aan de collectieve belangen van consumenten: daadwerkelijke of mogelijke schade aan de belangen van een aantal consumenten die nadeel ondervinden van inbreuken” Art 14 In artikelen V1.2.5°, VL45, $ 1, 12° en VL64, S 1, 11°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden “van de goederen” telkens vervangen door de woorden “van de goederen, digitale inhoud en digitale diensten, bepaald door de artikelen 1649bis tot 1649nonies en 1701/1 tot 1701/19 van het oud Burgerlijk Wetboek” Art 15 In artikel VL83, 14° van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, worden de woorden “van een goed dat met de overeenkomst in overeenstemming is, bepaald bij de artikelen 1649bis tot 1649octies van het oud Burgerlijk Wetboek” vervangen door de woorden “van een goed, digitale inhoud of dienst dat met de overeenkomst in overeenstemming is, bepaald door de Art. 16 In artikel V1.97, 7° van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden “met toepassing van de bepalingen van de wet van 1 september 2004 betreffende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen” vervangen door de woorden “van een goed, digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig de artikelen 1649bís tot 1649nonies en 1701/1 tot 1701/19 van Art 17 In artikel XV.2, $ 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden *, van de wetten en hun uitvoeringsbesluiten waarvoor dit boek in sancties voorziet” ingevoegd tussen de woorden “uitvoeringsbesluiten” en de woorden “en van de verordeningen”.
Art. 18 In boek XV, tel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, wordt een afdeling 11/4 ingevoegd, die het artikel XV-125/5 omvat, “afdeling 11/4. - De straffen voor de inbreuken op het Art. XV.125/5. Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft zij die de bepalingen overtreden van de artikelen 1649bis tot 1649nonies of de artikelen 1701/1 tot 1701/19 van het oud Burgerlijk Wetboek.
Art. 19 Artikel XVII.2 van het Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2013 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt aangevuld met de bepaling onder 17°, luidende: 17° elke handeling of omissie die in strijd is met de artikelen 1649bis tot 1649nonies van het oude Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1701/1 tot 1701/19 van het oud Burgerlijk Wetboek en die schade heeft veroorzaakt, veroorzaakt of mogelijk zal veroorzaken aan de col lectieve belangen van consumenten”.
Art. 20 In artikel XVII.26, b), van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2013, wordt de bepaling onder 10° vervangen als volgt: “10” de artikelen 1649bis tot 1649nonies van het oude Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1701/1 tot 1701/19 van het oud Burgerlijk Wetboek.” Art. 21 In artikel XVII.37, van hetzelfde Wetboek, wordt de bepaling onder 21° vervangen als volgt “21° de wet van XXX tot wijziging van de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten en tot invoeging van een nieuwe titel Vlbis in boek Il van het oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht” 1° artikel 587, eerste lid, 3° van het Gerechtelijke Wetboek; 2° artikel 4 van de wet van 1 september 2004 betreffende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen.
Art. 23 Art. 24 De artikelen 3 tot 10 zijn slechts van toepassing op overeenkomsten die zijn gesloten vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet.
Art. 25 Art. 26 Gegeven te Brussel, 2 december 2021 FILIP VAN KONINGSWEGE: Tante Directive (UE) 2019/771 du Parlem européen et du Conseil du 20 mai 2 relative à certains aspects concernant contrats de vente de biens, modifiant règlement (uE) 2017/2394 et la direc 2009/22/cE et abrogeant la direc 1999/aafcE Artie 17 Art.2,1) Art. 2,2) A23) Art. 2,4) Art. 2,5), a), b) Art. 2,6) Art. 2,7), a), b) Art. 2,8) Art. 2,9) Art. 2, 10) Art. 2,11) Art. 2,12) Art. 2,13) Art. 2,14) Art. 2,15) ARIE A33.
Art. 34.a) Art. 3.4.b) TABLE Art. 35,5) A36, Art. 37 Ar. 5 Art. 6,a) Art. 6,5) Art. 6,0) Art. 6,d) Art 7.1, a) Art7.1,b) A71, ATL, d) Art. 7.2, a) Art.7.2,b) Art72,c) Art. 73,2) Art.7.3,b) Art74,al Art.7.4,b) A75 Art. Ba) Art. 8,5) Ar. 9 Art. 101 Art. 102 Art. 103 Art. 104 Art. 105 Art. 106 Art 111 Art. 112 Art 113 Art. 131 Art. 132 Art 133 Art 134 Art 135 Art 136 Art 13.7 Art. 14114 Art. 161516 Art 171 Art 172 Art. 173 Art 174 Art 18 Ar 221 Ar 222 Ars Art. 241 Art. 242 Ar.25 Ar. 26 A27 Directive (UE) 2019/770 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2019 relative à certains aspects concernant les contrats de fourniture de contenus numériques et de services numériques Article 1 Art. 2, a), b) Art 23) Ar. 25) Art.2,7) ‘Art 3.4 alinéa 1” Art 3.1. alinéa 2 A32 A33 Ar 34 Art. 35, a) Art. 3.5,b) Art. 3.5,c) Art. 3.5,d) Art. 35,e) Ar 35,0} Art 35,8) Art. 3.5, h) Art 3.6, alinéa 1” Art 3.6, alinéa 2 Ar 37 A38 A39 Art. 3.10 (considérant 12) DE CONCOROANGE Art narren 1701 er sins Act 1 inaérne Pan 1701/94 ais 17 Aat 1 inséran Fat 10/7 Art. 194 Art. 231 Art. 232 Art. 24.1 Art. 24.2 Art. 27 DE CONCORDANCE tions Directive (VE) 2019/771 du ées/remplactes Parlement européen et du conseil du 20 mai 2019 relative à certains aspects concernant les contrats de vente de biens, modifiant le règlement (UE) 2017/2394 etladirective 2009/22 /CE et abrogeant la directie 1999/aa/cE jcement 1649 bis Code 1 23) 561,2" 2,3) 5617 2,4) s 51“,4" a), b) 2,5), a), b) 517,5 2,6) s51”,6” a), b) 2,7), a), b) 561,7 2,8) 561,8 2,9) 561,97 2,10) <61, 10° 2,11) 617,11 2,12) 561,12" 23) 5619, 13° 2,14) 551,14 2,15) 56 2 alinéa 17 31 552, alinéa 2 EE] 552, alinéa 3 355) 562, alinéa 4 32. 553,1 3.3. (1°* phrase) 563,2 342) 563,3 345) cement article 1649ter vil 51 5 r62,1° 6,a) m5 6,b) EDE 6e) 262,4 6,d) TERS 7,2) TEE 71,0) TEE EN) 263,4 7d) 641 72,2) 164% 1649: 1640: Artide 5 Modi Artide 5,1” 1649 alinéa Article 5, 2° 1649 deven Article 5, 3" 1649 Article 5,4” Remo! Article 5,5" Modi Article 5, 6” Remo! Article 5,7" Insert Article 5,8" Modi Article 6,1” Modi Article 6,2" Remo! Dii | 1649 Article 6,3" Insert Artide 7 Rempl 16495e Artide 8 Rempl 1649se [1649 Artide 9 Modif 1649) Article 10 ‘Insert 1649n Dispos livre Artide 11 vor [1701 mate | E: NE: ET: NN ET: NE, NN ET NN ECT: 1701/: Artide 12 Modi judicia Modi artide 13 120,9) Artide 14 vas” vsa, Artide 15 Vias, Artide 16 VIS, Artide 17 ETEN Artide 18 Sectio Artie 19 Daun, Artie 20 xvnzé Artide 21 EEE Artide 22 Dispos Artie 23 Dispos Artie 24 Dispos Artide 25 Dispos Artie 26 Entrée cordantietabel ees | Artikels van het wetsontwerp tot wijziging D19 | van de bepalingen van het oude Burgerlijk an | Werbese met Betreking tt de verkopen ar aam canaumenten, tot iwoeging van cen. CU Fieuue Hea Vi in Boek var het oude tot | Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Week van economisch recht Art 3 vanhet weten ter vervang van atel5400 Tvan ate 154 an atkel 1oae van artikel 1649bis 61, 4° a), b) anal 164 1 5 van artikel 1649bis 61, 6 a), b) anak Aai anak aai OL van ate 154 01" van ate ati 110. anal oai an ate aai 12. van artikel 1540 1. an ate a5a0i 1 a.
Art 3 vanhet wetn ar Vv van atie 540 2 eert id Art 3 vanhet wetsonker tar vrvan an atie 16895 verde Art 3 vanhet wetzontaer ter vervan an atkel 1ene td meededen anak 1649 02.
Art 3 vanhet weloe er Vv anak 1689 2.
Art. 3 van het wetsontwerp ter vervanging van artikel 1649bis $ 2, derde id et artikel 23 van het wetsontwerp ‘Art. 5 van het wetsontwerp tot wijziging van artikel 1649quater, 5 5 Art. 4 van het wetsontwerp ter vervanging van artikel 164Ster 61 van artikel 164Ster 62, 1° van artikel 164Ster 62, 2° van artikel 164Ster 62, 3° van artikel 164Ster 62, 4° van artikel 164Ster 63, 1° van artikel 164Ster 63, 2° van artikel 164Ster 53,3" van artikel 164Ster 6 3, 4* van artikel 164Ster 64, 1° ‘Art. 4 van het wetsontwerp ter vervanging van artikel 164Ster 6 4, 2° van artikel 164Ster 54, 3° van artikel 1649ter 65,1" van artikel 164Ster 6 5, 2° van artikel 164Ster 6 6, 1° van artikel 164Ster 6 6, 2° van artikel 164Ster 67 van artikel 164Ster 68, 1° van artikel 164Ster 68, 2° Art. 1649quater, 5 1, eerste lid van het oude Burgerlijk Wetboek ‘Artikel 5, 1” van het wetsontwerp Ar ane Heee dvan het cie Burgerijk Wetboek van tiel Loraine 5 twas algemeen rechtsbeginsel (Cass, 22 april 2002, Pas,, p. 970) + bijzondere bepalingen (vb art. 1653 ancien Code civil) Ae 3 van het evene tin Art van het wetaontwer ter vervang atie doseren 1 KET van arte 1oseptien SE anaal sept 03 van atie sept 02 ar vanhet wenen tet wg van arte too, Ar 22I Richtlijn (EU) 2019/770 van het Europ Parlement en de Raad van 20 mei 2 betreffende bepaalde aspecten ‘overeenkomsten voor de levering van digi Art 2,3),B) Art 2,3) A24) A25) Ar 2,8) Art 2,7) A28) Art 2,9) Art 2,10) A20) A2) At ZB) Art 31 eerste Id Art 31 tweede id Art. 1 van het wetsontwerp tt invoeging van het artikel 1701/2, 54 Art. 1 van het wetsontwerp tot invoeging van het artikel 1701/2, 55 Art. 11 van het wetsontwerp tot invoeging van het artikel 1701/2, 57, 1° ‘Art. 1 van het wetsontwerp tot invoeging van het artikel 1701/2,67,2° van het artikel 1701/2,67,3° van het artikel 1701/2,57,4° van het artikel 1701/2,57,5° Ant. 1 van het wetsontwerp tot invoeging van het artikel 1701/2, 67, 6° van het artikel 1701/2,67,7° van het artikel 1701/2,67,8° van het artikel 1701/2, 56 van het artikel 1701/17, $ 5 Art LL van het wetsontwerp tot invoeging van het artikel 1701/8, 5 5 van het artikel 1701/3, 5 1 van het artikel 1701/3,5 2, 1° van het artikel 1701/3,52,2° van het artikel 1701/4 van het artikel 1701/5 van het artikel 1701/6, $ 1 van het artikel 1701/6, 5 2 van het artikel 1701/6, 5 3 van het artikel 1701/6, 54 van het artikel 1701/6, 5 5 ‘van het artikel 1701/6, 66 ‘Art. 11 van het wetsontwerp tot invoeging van het artikel 1701/7 van het artikel 1701/8, 1, eerste lid van het artikel 1701/8, 6 2, eerste lid van het artikel 1701/8, 6 2, vierde lid van het artikel 1701/8, 3, eerste lid van het artikel 1701/8, 3, vierde lid van het artikel 1701/8, ter, tweede lid van het artikel 1701/8, 6 2, tweede lid van het artikel 1701/8, 3, tweede lid van het artikel 1701/8, 6 4, eerste lid van het artikel 1701/8, 6 4, tweede lid van het artikel 1701/9 van het artikel 1701/10 van het artikel 1701/11, 61 van het artikel 1701/11, 62 ‘van het artikel 1701/12, 61 van het artikel 1701/12, 62 van het artikel 1701/12, 6 3, eerste lid van het artikel 1701/12, 6 3, tweede lid van het artikel 1701/13, 61 van het artikel 1701/13, 62 van het artikel 1701/13, 63 van het artikel 1701/13, 64 Ae van betweter et meine van het artikel 1701/13, 5 5 Ae 11 vanhet wetter Et moeie van het artikel 1701/14, 5 1 Art 1 vanhet wetsontwer at moeie van het artikel 1701/14, 5 2 Ae 1 vanhet wetsoter Et oeine van het artikel 1701/14, 53 Ae 1 vanhet wetter Et meine van het artikel 1701/15, 5 1 van het artikel 1701/15, 5 2 Ae 1 vanhet wetsonter Et nein van het artikel 1701/15, 53 Ae 11 vanhet wetsonter Et moeie van het artikel 1701/17, 51 van het artikel 1701/17, 5 2 Art 1 vanhet wetsrter Et moeie van het artikel 1701/17, 53 Ae 1 vanhet wetter at moeie van het artikel 1701/17, 54 Ar 1 vanhet wetter toen van het artikel 1701/16 Art 1 vanhet wetscntwer t enen van het artikel 1701/18 Ae 1 vanhet wetsontwer r meine van het artikel 1701/19 en art. 13, 17 en 18 vanhet wetontwern ‘Artikels van het wetsontwerp tot | Gewijz wijziging van de bepalingen van ‚ bepali het oude Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten, tot invoeging van, een nieuwe titel Vlis in boek IL van het oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Vervar bis ouc [ae4sb Artikel 4 Vervar oude à 16a9t 15a9t 1689t EENS 7d r6ar 72,5) 64,3 72,0) 2551 73,2) r55r 73,5) r66 1 74,2) 7562 74,b) 87 75 r68,1° 8,a) 768,2 8,5) ngen van artikel ater ater, 51, nieuwe lid [102 het eerste en het lil ater, 51, tweede lid, _|-recital44-statu quo ‘derde lid wordt ster, 6 1, derde li, dat | 10,6 -statu quo + duidelijk rde lid wordt informatie ging van artikel Er] ater, 62 ng in artikel 1649quater | 10.4 ging van artikel EEEN ater, 54 ng in artikel EEE) vater, du 5 4/1 nein artikel 37 ater, 65 nein artikel EER sinquies, 51 ging van artikel sinquies, 5 2et53 sinquies, 5 2, 1° 13.2,a) sinquies, 5 2, 2° 13.2,b) zinquies, 5 2, 3” 13.2, c) sinquies, 5 3, eerste lid, | 14.1, a) sinquies, 5 3, eerstelid, | 14.1, b) sinquies, 5 3, eerstelid, | 14.1,c) mquies, 53, tweede id | 142 inquies, 63, derde lid [143 inquies, 63, vierde lid | 14,4 ng in artikel inquies des 6 4à7 jinquies 54 EEE] inquies 55, eerstelid, | 134,2) inquies 55, eerste lid, | 134,5) inquies 55, eerstelid, |134,c) inquies 55, eerste lid, | 134,4) inquies 55, tweede lid | 135 inquies 56 5 inquies 57, eerste lid | 161 inquies 5 7, tweede lid | 16.2 inquies 57,derdelid, | 163,2) inquies 57, derde lid, | 163,5) jinquies 5 7, vierde lid _| 16.3, laatste Nd. ging van artikel 18 pties pties 6 1 eerstelid | 17.1 eerste lid. pties 6 1, tweede lid _ | 17.1, tweede lid pties 62,1” 12,2) pties 62,2" 172,5) pties 6 2,3" 12) pries 6 2,4” 12, d) pties 6 2,5” ue) pties 63 13 ng in artikel 1649octies | 21 ing van het artikel 221 egde bepalingen in een | Richtlijn (EU) 2019/770 van titel Vlbis in boek Il | het Europees Parlement en het oude Burgerlijk |de Raad van 20 mei 2019 ek betreffende bepaalde aspecten van levering van digitale inhoud ‘en digitale diensten Eu 21 „2, alb) 2, a),b) En 23) En 2,4) 5 2,5) ‚5 2,6) 7 2,7) En 2,8) ‚o 2,9) NN EC: EC, 5,52 12 5,53 183 B EN SLT a) OPE 101,6) EPE tee) 1814 101, d) 7,52 122 7,53 ECE 7,54 124 7,55 3.6, tweede Id g eerstelid 221 8, tweede lid 5 EER! ng van het Gerechtelijk ng Wetboek van Richtlijn 2019777 et nisch recht Richtlijn 2019/771 EERREEI 7VL45,5 1712; 1 1" ru EERSEL 11/4, XV.125/5 23.1;22.1 1 1,19 „bj 10” 23222 ‚n° 1,19 ingsbepaïingen ngsbepaling 3.5, b) Richtlijn 2019/771 ngsbepaling 24.2 Richtlijn 2019/771 ngsbepaling 24.2 Richtlijn 2019/770 ingtreding 242 COORDIN Texte de base A._ MODIFICATIONS DE ANCIEN COD Art. 1649bis 8 1° la présente section est applicabl ventes de biens de consommation p: vendeur à un consommateur. $ 2. Pour application de la présente sectid alieu d'entendre par: 3°__ “bien de consommation”: tout mobilier corporel, sauf: = ___ es biens vendus sur saïsie ou de qu ‘autre manière par autorité de justice, =___feau et le gaz lorsquïls ne son conditionnés dans un volume délimité quantité déterminée, = Nélectricté; 4 “producteur”: le fabricant d'un bi consommation, limportateur d'un bie consommation sur le territoire d Communauté européenne ou toute person: se présente comme producteur en apposa le bien de consommation son nom, sa mara un autre signe distinct, 6 “réparation”: en cas de défau conformité, la mise du bien de consomn ‘dans un état conforme au contrat Article 164Ster 5 1. Pour application de article 1604, ‘er, le bien de consommation dlivré # vendeur au consommateur est réputé ‘conforme au contrat que si 1 ileorrespond àla description donné le vendeur et possède les qualités du bien vendeur a présenté sous forme d'échantill modèle au consommateur; 3°__lest propre aux usages auxquels 5 habitwellement es biens du même type; Vétiquetage $ 2. le vendeur mest pas tenu pa déclarations publiques visées au 5 er, 4 démontre: - qu'il ne connaissait pas la déclarati cause et n'était pas raisonnablement en m de la connaître, = __que la déclaration en cause ava rectifiëe au moment de la conclusion du co - que la décision d'acheter le bi consommation n'a pas pu être influencée déclaration. ‘ou sous sa responsabilité Ien va de même lorsque le bien, dest Article 1649quater B 1 le vendeur répond visa consommateur de tout défaut de conformí existe lors de la délivrance du bien et qui ap dans un délai de deux ans à compter de cel Le délai de deux ans prévu à l'alinéa 1 suspendu pendant le temps nécessaire réparation ou au remplacement du bien, cas de négociations entre le vendeur consommateur en vue d'un accord amiable ‘ans sans que ce délai soít inférieur à un an. & 2. Le vendeur et le consommateur pe convenir d'un délai pendant leque consommateur est tenu d'informer le vends Texistence du dëfaut de conformité, sans q délai soit inférieur à deux mois à compter d (où le consommateur a constaté le défaut $ 3. L'action du consommateur se prescri un délai d'un an à compter du jour où la cor le défaut de conformité, sans que ce délai expirer avant afin du délai de deux ans, pré Ster. Article 1649quinguies adéquate du prix ou la résolution du contrat les conditions prévues au 5 3. Il est toutefois tenu compte, le cas échéar Vaggravation du dommage résultant de du bien par le consommateur après le mort ia constaté le défaut de conformité ou aur le constater. =de la valeur qu'auraït le bien s'ln' pas le défaut de conformité; =de importance du défaut de confo -___ delaquestion de savoirsi'autreme dédommagement peut être mis en ceuvre inconvénient majeur pour le consommateu $ 3. le consommateur a le droit d'evig vendeur une réduction adéquate du prix résolution du contrat: = sil n'a droit ni à la réparation remplacement du bien, ou = si le vendeur n'a pas effect réparation ou le remplacement dans un raisonnable ou sans inconvénient majeur p ‘consommateur. Article 1649septies 5 1". Toute garantie lie celui qui offre sel conditions fixées dans la déclaration de ga et dans la publicité y afférente. 6 2. La garantie doit: le contenu de la garantie ct les élé essentiels nécessaires à sa mise en 5 notamment sa durée et son étendue terri ‘ainsi que le nom et adresse du garant. 6 3. Ala demande du consommateur, la ga lui est remise sur un support durable, mi disposition et auguel il a accès, En tout cas, lorsque le contrat de vente est il contient les informations visées au 5 2 Article 164octies B._MODIFICATIONS DU CODE JUDICIA Article 587, alina 1, 3° Art Article 589, 14° Le président du tribunal de entreprise st sur les demandes prévues: €_MODIFICATIONS DU CODE DE DRO Article |. 20 (définitions particulières au livre Artie VL2 5"outre le rappel de existence d'une ga légale de conformité pour les biens, ex d'un service aprèsvente et de gar commerciales, le cas échéant, ainsi qu conditions y afférentes; Article VL45, 5 17: 12” un rappel de existence d'une garantie de conformité pour les biens; Article Vl64, 5 1e: 11” un rappel de existence d'une garantie Article VL83: 14” supprimer ou diminuer la garantie Ig; matière de vices cachés, prévue par les a 1641 à 1649 du Code civil, ou l'obligation de délvrance d'un bien conforme au co prévue par les articles 1649bis à 1649oct Code civil; Article VL97: ‘consommation, ou les risques qu'il peut enc Article XV2: 5 1" Sans prêjudice des compétence: fonctionnaires de police de la police loc fédérale, les agents commissionnés p ministre sont compétents pour recherch ‘constater les infractions au présent Cod: agents peuvent uniquement exercer Livre XV, titre 3,
chapitre 2
Article XZ ‘Article XVL26,b): 10° loi du ler septembre 2004 relative protection des consommateurs en cas de ‘de biens de consommation; Article XVL37: 21° la lot du der septembre 2004 relatv COÖRDINA’ Basistekst A.__ WIJZIGINGEN VAN HET OUD BURG $ 1 Deze afdeling is van toepassing verkopen van consumptiegoederen. doo verkoper aan een consument. $ 2. Voor de toepassing van deze afdeling 4 “consument”: iedere natuurlijke perso handelt voor doeleinden die geen ve houden met zijn beroepsactiviteit of commerciële activiteit; 2 ‘verkoper’: iedere natuurlijke perso’ rechtspersoon die _consumptiegoe verkoopt in het kader van zijn beroepsactivi zijn commerciële activiteit; 3°_ “consumptiegoederen”: alle roe lichamelijke zaken, behalve: - goederen die in uitvoering van een bes anderszins gerechtelijk zijn verkocht, - water en gas die niet marktklaar zijn gema een bepaald volume of in een bef hoeveelheid, elektriciteit; 4 producent’: de _ fabrikant consumptiegoederen, de importeur ‘consumptiegoederen op het grondgebied v Europese Gemeenschap of elke andere pe die zich als producent voordoet door zijn handelsmerk of enig ander onderscheidend ‘op de consumptiegoederen aan te brengen b) elke roerende lichamelijke zaak waarin digitale inhoud of digitale diensten zijn verwerkt of die daarmee onderling verbonden zijn, op zodanige wijze dat het ontbreken van die digitale inhoud of die digitale dienst ertoe zou leiden dat het consumptiegoed zijn functies niet kan vervullen (“goed met digitale elementen”); 6 “digitale dienst”; a) een dienst die de consument in staat stelt gegevens in digitale vorm te creëren, te verwerken of op te slaan, of toegang tot die gegevens te krijgen, of b) een dienst die voorziet in de mogelijkheid tot het delen van gegevens of andere interactie met gegevens in digitale vorm die door de ‘consument of door andere gebruikers van die dienst worden geüpload of gecreëerd; 8° “functionaliteit’: het vermogen van de consumptiegoederen om hun functies te vervullen met betrekking tot het doel ervan; 9 “interoperabiiteit”: het vermogen van de consumptiegoederen om te functioneren met hardware of software die verschilt van die welke waarmee consumptiegoederen van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt; 10° “duurzame gegevensdrager’: ieder hulpmiddel dat de consument of de verkoper in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die past bij het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt; er of | 11” “commerciële garantie”: iedere verbintenis „gane | van de verkoper of een producent (de “garant”) talen, | om boven hetgeen hij wettelijk verplicht is uit vofte | hoofde van het recht op conformiteit, aan de om te | consument de betaalde prijs terug te betalen of niet | het consumptiegoed op enigerlei wijze te } het | vervangen, herstellen of onderhouden, wanneer me; | dit niet voldoet aan de specificaties of aan enige andere vereisten die geen verband houden met de conformiteit, die vermeld zijn in de garantieverklaring of in de desbetreffende reclameboodschappen ten tijde van of vóór de ‘sluiting van de overeenkomst; 14° “openbare veiling”: een verkoopmethode waarbij goederen of diensten door de verkoper worden aangeboden aan consumenten, die persoonlijk aanwezig zijn of de mogelijkheid krijgen om persoonlijk aanwezig te zijn op de veiling, door middel van een transparante competitieve biedprocedure, onder leiding van ‘een ministeriële ambtenaar die belast is met de ‘openbare verkoopverrichtingen, en waarbij de winnende bieder verplicht is de goederen of diensten af te nemen. alvan | Lel ming 8 2. Deze afdeling is van toepassing op overeenkomsten voor de verkoop van consumptiegoederen gesloten tussen cen ‘consument en een verkoper. Zij is eveneens van toepassing op digitale inhoud of digitale diensten die zijn verwerkt in of onderling __ verbonden met ‘consumptiegoederen in de zin van paragraaf 1, 4, b), en die worden meegeleverd met de consumptiegoederen op grond van een koopovereenkomst, ongeacht of die digitale inhoud of de digitale dienst wordt geleverd door de verkoper of een derde. Bij twijfel of de levering van verwerkte of onderling verbonden koopovereenkomst, wordt de digitale inhoud of en an hen koopovereenkomst, moet het consumptiegoed omst | koopovereenkomst heeft meegedeeld en dat de heeft | verkoper heeft aanvaard; 3° worden geleverd samen met alle toebehoren en instructies, met inbegrip van installatieinstructies, als bepaald in de 4” van updates worden voorzien als bepaald in de koopovereenkomst. 8 3. Naast het voldoen aan subjectieve conformiteitsvereisten die overeenkomstig paragraaf 2 in de koopovereenkomst zijn vastgesteld, moet het consumptiegoed voldoen aan de volgende objectieve conformiteitsvereisten: 1° geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor artoe | goederen van hetzelfde type gewoonlijk zouden nen; |worden gebruikt, rekening houdend, in voorkomend geval, met bestaand Unie- en nationaal recht, technische normen, of, bij ontstentenis van zulke technische normen, toepasselijke sectorspecifieke gedragscodes; 3" in voorkomend geval, samen met de toebehoren, waaronder verpakking, installatieinstructies of andere instructies, die de consument redelijkerwijs mag verwachten, worden geleverd, en 4” de hoeveelheid hebben en de kwaliteiten en andere kenmerken bezitten, onder meer met it die | betrekking tot duurzaamheid, functionaliteit, ijn en | compatibiliteit en beveiliging die voor hetzelfde hten, | type consumptiegoederen normaal zijn en die tuele | de consument redelijkerwijs mag verwachten, diens | gelet op de aard van de consumptiegoederen en ‚dane | rekening houdend met publieke mededelingen erken | die zijn gedaan door of namens de verkoper of aring. | andere personen in eerdere schakels van de overeenkomstenketen, _ waaronder de producent, in het bijzonder in reclameboodschappen of op de etikettering. 8 4, De verkoper is niet gebonden door de in paragraaf 3,4”, bedoelde publieke mededelingen n $ 1, | indien hij aantoont dat: legde 1” de bedoelde mededeling hem niet bekend was ‘en hem redelijkerwijs niet bekend kon zijn; ‚kend | 2° de publieke mededeling ten tijde van de ijn, | sluiting van de koopovereenkomst op dezelfde n het |of vergelijkbare wijze was gerectificeerd als tof | waarop ze was afgelegd, of 3° de beslissing tot aankoop van het consumptiegoed niet door de publieke _het | mededeling beïnvloed kon zijn 8 kon $ 5. In het geval van een goed met digitale elementen, zorgt de verkoper ervoor dat de updates, waaronder beveiligingsupdates, die nodig zijn om de conformiteit van het goed te behouden aan de consument worden gemeld en geleverd, gedurende de periode: 1° die de consument redelijkerwijs kan verwachten, gezien de aard en het doel van de goederen en de digitale elementen, en rekening houdend met de omstandigheden en de aard van de overeenkomst, wanneer de koopovereenkomst voorziet in één enkele levering van de digitale inhoud of digitale dienst, 2 die in artikel 1649quater, 5 1, tweede lid „is bepaald, indien de koopovereenkomst voorziet in een continue levering van de digitale inhoud of de digitale dienst gedurende een periode. 8 6. Wanneer de consument verzuimt de overeenkomstig paragraaf 5 verstrekte updates binnen een redelijke termijn te installeren, is de verkoper niet aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek als dat uitsluitend het gevolg is van de afwezigheid van de betrokken update, mits: 1° de verkoper de consument in kennis heeft gesteld van de beschikbaarheid van de update en de gevolgen indien de consument die niet ‘installeert, en 2° het niet of verkeerd installeren door de ‘consument van de update niet te wijten was aan tekortkomingen in de aan de consument verstrekte installatie-instructies. 8 7. Er is geen sprake van een conformiteitsgebrek in de zin van de paragrafen 5 3 Gebrek aan overeenstemming wordt & niet te bestaan in de zin van dit artikel als, tijdstip van het sluiten van de overeenkom consument het gebrek kende of redelijk daarvan op de hoogte moest zijn, dan wel gebrek aan overeenstemming voortvloeit materiaal geleverd door de consument $ 4. Gebrek aan overeenstemming ten ge van een verkeerde instalatie van consumptiegoed wordt gelijkgesteld met g aan overeenstemming van het goed wanne instalatie deel uitmaakt van koopovereenkomst betreffende het goed er de verkoper of onder diens verantwoordeli is uitgevoerd. Hetzelfde geldt als een goed dat bestemd door de consument geïnstalleerd te worden deze geïnstalleerd wordt en de verk instalatie een gevolg is van een fout montagehandleiding.
Art. 1649quater 5 1". De verkoper is jegens de const aansprakelijk voor elk gebrek overeenstemming dat bestaat bij de leveri de goederen en dat zich manifesteert binne termijn van twee jaar te rekenen voornoemde levering. te lid | De termijnen bedoeld in het eerste en tweede voor | lid worden opgeschort tijdens de periode vereist lof in | voor de herstelling of de vervanging van het goed koper | of in geval van onderhandelingen tussen de elijke | verkoper en de consument met het oog op een or de | In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen de |de verkoper en de consument voor de ; jaar | tweedehandsgoederen een kortere termijn r dan | overeenkomen zonder dat die termijn korter ‘dan één jaar mag zijn. De verkoper informeert de consument op duidelijke en ondubbelzinnige wijze over deze kortere termijn. Wanneer dit niet het geval is, is naargelang van het geval de in het eerste of tweede lid bedoelde termijn van toepassing. De bewijslast van deze verplichting rust op de verkoper. een |$ 2. De consument moet de verkoper op de de | hoogte brengen van het conformiteitsgebrek moet | binnen de twee maanden vanaf de dag waarop ming, | de consument het gebrek heeft vastgesteld. De twee | verkoper en de consument kunnen een langere nthet | termijn overeenkomen. ment |S 3. De rechtsvordering van de consument > dag | verjaart na verloop van één jaar vanaf de dag ‚ming | waarop hij het gebrek aan overeenstemming sr het | heeft vastgesteld. [.] dins aan | 4. Manifesteert zich een gebrek aan n zes | overeenstemming binnen een termijn van twee , dan | jaar vanaf de levering van het goed, dan geldt tot het | bewijs van het tegendeel het vermoeden dat dit jdstip | gebrek bestond op het tijdstip van levering, tenzij gbaar | dit vermoeden onverenigbaar is met de aard van d van | het goed of met de aard van het gebrek aan onder | overeenstemming, door onder andere rekening f het | te houden met het feit of het goed nieuw dan wel tweedehands is $ 4/1. In het geval van een goed met digitale elementen, indien de koopovereenkomst voorziet in de continue levering van de digitale inhoud of de digitale dienst gedurende een bepaalde termijnperiode, ligt de bewijslast met & 5. De bepalingen in dit hoofdstuk betrekking tot de vrijwaring voor de verb gebreken van de verkochte zaak zijn toepassing na het verstrijken van de term twee jaar bedoeld in 5 1.
Art. 1649quinguies 5 1 Naast desgevallend schadevergoeding, de consument het recht van de verkoper dì toepassing van artikel 1649quater aansprak voor een gebrek aan overeenstemming te hetzij de herstelling of de vervanging va goed onder de voorwaarden bedoeldin 62, een passende vermindering van de prijs ontbinding van de _overeenk overeenkomstig de voorwaarden bepaald Desgevallend wordt er evenwel rek gehouden met de verergering van de s voortvloeiend uit het gebruik van het goed de consument na het ogenblik waarop h gebrek aan overeenstemming heeft vastg ‘of zou hebben moeten vaststellen. 5 2. In eerste instantie heeft de consume recht om van de verkoper het kosteloze her de kosteloze vervanging van het go verlangen behalve als dat onmogelijk of verhouding zou zijn. Elke herstelln vervanging moet, rekening houdend met dl van het goed en het door de consument b gebruik, binnen een redelijke termijn en z emstige overlast voor de consument ve worden, De kosten bedoeld in het vorige lid zijn de k die moeten worden gemaakt om de goede overeenstemming te brengen, namelij verzendingskosten en de kosten die ve houden met loon en materiaal teen uiten koper t de | 1° de waarde die het consumptiegoed zonder delijk | het conformiteitsgebrek zou hebben; 2° de omvang van het conformiteitsgebrek, en 3” kaan | de mogelijkheid om te kiezen voor de andere remedie zonder ernstige overlast voor de ming; | consument. onder 8 3. Elke herstelling of vervanging wordt verricht: 1 kosteloos, 3° zonder ernstige overlast voor de consument, rekening houdend met de aard van het consumptiegoed en het doel waarvoor de ‘consument het goed heeft gekocht. Bij een herstelling of vervanging stelt de ‘consument het consumptiegoed ter beschikking van de verkoper. De verkoper neemt het te vervangen goed op zijn kosten terug. Wanneer een herstelling de verwijdering vergt van het goed dat op een wije die in overeenstemming is met zijn aard en doel was geïnstalleerd voordat het conformiteitsgebrek duidelijk werd, of wanneer dit goed moet worden vervangen, omvat de verplichting tot herstelling of vervanging van het goed de verwijdering van het niet-conforme goed en de installatie van het vervangende goed of het herstelde goed, of het betalen van de kosten van die verwijdering of installatie De consument is niet gehouden om te betalen voor het normaal gebruik van het vervangen goed tijdens de periode die aan de vervanging voorafgaat. 8 4. De verkoper kan weigeren om het consumptiegoed conform te maken overeenkomstig paragraaf 2 als herstelling en vervanging onmogelijk zijn of voor de verkoper ‘onevenredige kosten met zich zouden brengen, rekening houdend met alle omstandigheden, zoals met name de waarde die het consumptiegoed zonder het conformiteitsgebrek zou hebben of de omvang van het conformiteitsgebrek. 8 5. De consument heeft recht op een evenredige prijsvermindering overeenkomstig paragraaf 6 dan wel op ontbinding van de n_de | koopovereenkomst overeenkomstig paragraaf 7 of de | in elk van de volgende gevallen: n_op | 1” de verkoper heeft de herstelling of vervanging niet voltooid of, indien van toepassing, niet elijke | voltooid overeenkomstig paragraaf 3, tweede rde | en derde lid, of de verkoper heeft geweigerd de heeft | goederen conform te maken overeenkomstig paragraaf 4; 3 het conformiteitsgebrek is zo ernstig dat een ‘onmiddellijke prijsvermindering of ontbinding van de koopovereenkomst gerechtvaardigd is; 4" de verkoper heeft verklaard of uit de ‘omstandigheden blijkt duidelijk dat de verkoper de goederen door middel van herstelling of vervanging niet binnen een redelijke termijn of zonder emstige overlast voor de consument In afwijking van het eerste lid heeft de ‘consument niet het recht de koopovereenkomst te ontbinden indien het conformiteitsgebrek gering is. Het is aan de verkoper om te bewijzen ment | dat het conformiteitsgebrek gering is. kaan | $ 6. De prijsvermindering moet evenredig zijn aan het verschil tussen de waarde van het door de consument ontvangen consumptiegoed en de waarde die het consumptiegoed zou hebben gehad indien dit conform de koopovereenkomst was geweest. 8 7. Het recht om de koopovereenkomst te ontbinden wordt uitgeoefend door middel van een eenzijdige wilsverklaring aan de verkoper. In het geval van de verkoop van meerdere ‘consumptiegoederen kan de consument, indien het_conformiteitsgebrek slechts betrekking heeft op enkele ervan en indien er een grond is voor ontbinding van de koopovereenkomst krachtens dit artikel, zijn ontbindingsrecht alleen uitoefenen voor de niet-conforme goederen en de conforme goederen die hij op hetzelfde moment heeft verworven en indien, van de consument niet redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij alleen de conforme 2 betaalt de verkoper de consument de voor de goederen betaalde prijs terug bij ontvangst van de goederen of bij ontvangst van het door de consument verstrekte bewijs dat hij de goederen heeft teruggezonden. Voor de toepassing van paragraaf 6 en huidige paragraaf kan elke terugbetaling aan de consument worden verminderd teneinde rekening te houden met het conforme gebruik dat deze van het goed heeft gehad sinds de levering ervan. teke nderd ikdat ering 7 van het project ment | Wanneer de verkoper jegens de consument kaan |aansprakelijk is uit hoofde van een ant of | conformiteitsgebrek, met inbegrip van het inde |nalaten om updates te verstrekken voor goed, | goederen met digitale elementen tuele | overeenkomstig artikel 1649ter, 5 5, dat toe te nt of | schrijven is aan een persoon die zich hoger in de goed | overeenkomstenketen die tot de verkoop geleid eding | heeft, bevindt, kan hij tegen deze persoon id te | verhaal doen op grond van zijn contractuele mag | aansprakelijkheid met betrekking tot het goed zonder dat een contractueel beding dat tot gevolg heeft die aansprakelijkheid te beperken of op te heffen, hem mag tegengeworpen worden. B van het project Art. 1649septies e die | 5 1. Een commerciële garantie is bindend voor ende |de garant onder de voorwaarden in het telde | commerciële garantiebewijs en in de daarmee samenhangende reclame die beschikbaar was ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst. Wanneer een producent de consument een commerciële garantie van duurzaamheid voor een _ bepaald consumptiegoed gedurende een bepaalde periode biedt, is de producent rechtstreeks aansprakelijk jegens de consument tijdens de volledige duur van de commerciële garantie van duurzaamheid, voor herstelling of vervanging van het consumptiegoed overeenkomstig artikel 1649quinquies, & 3, onder de in onderhavig artikel gestelde voorwaarden. Het staat de producent vrij de consument in het commerciële duurzaamheidsgarantiebewijs gunstiger voorwaarden aan te bieden, $ 2. Het commerciële garantiebewijs wordt aan de consument verstrekt op een duurzame ment | gegevensdrager, uiterlijk op het tijdstip van de eving |levering van het consumptiegoed. Het van | commerciële garantiebewijs wordt in duidelijke aften | en begrijpelijke taal opgesteld en in een taal die iede |de consument begrijpt. Het garantiebewijs bevat: al de | 1”een duidelijke verklaring dat de consument bij svens | wet recht heeft op kosteloze remedies van de an de | verkoper in geval van een conformiteitsgebrek ne de | van het consumptiegoed en dat die remedies d van | niet worden aangetast door de commerciële s van | garantie; at de | 3° de procedure die de consument moet volgen ager | om de uitvoering van de commerciële garantie te verkrijgen; likis, | 4” de aanduiding van het onder de commerciële doeld | garantie vallende consumptiegoed, en 5 de commerciële garantievoorwaarden. sisten | $ 3. Niet-naleving van 5 2 heeft geen invloed op nere | de bindende aard van de commerciële garantie atom | voor de garant. ns, ende Dante aken | Zin ei, contactuse bedingen of spraken an |oversengelomen voorleer het gebrek oon ae | orereentemming San de verkooer door de oor | consument tr kenni ke gebcht en wrdoor iede | ten nadele van ansigenoerde, de rechten die perk | de sonsument wit dere afdeling pat, werden uitgesloten, ervan wordt afgeweken of de gevolgen ervan worden gewijzigd. eni | Ben beding dat de wet van cen Staat die geen id ijk | beheerst door deze” afdeling” toernee ing | verkort nietig wat betreft den dere afdeling geregelde” aaneelepenteden ancer Di gat | gebreke van dat beding de wat van Gen stat ende | wet de comment in genoende ing | sangelegenheden een hogere bescherming Bree De reiken op de bepalingen van deze afdeling en van de tongbeen ervan Werden opgespoord, vastgoed en bestraft overeenkomstig boek van het Wetbee van Soren rete ranhetprjee Tiel vis overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten Hoofdstuk Definities entoepasinagebied Art. 1701/1. Voor de toepassing van deze titel rdt verstaan onder wvaigeale inhoud”: gegevens die in dgtale 2° "digitale dienst”: gegevens te krijgen; of b) een dienst die voorziet in de mogelijkheid van gegevens in digktale vorm die door de consument of door andere gebruikers van die 3° "goed met digitale elementen”: elke roerende lichamelijke zaak waarin digitale inhoud of een digitale dienst zijn verwerkt of die daarmee ‘onderling verbanden zijn, op zodanige wijze dat het ontbreken van die digitale inhoud of digitale dienst ertoe zou leiden dat de goederen hun functies niet kannen vervallen; 4° "integratie": het koppelen van digitale inhoud of een digitale dienst aan de onderdelen van de digitale omgeving van de consument en het verwerken daarvan in die omgeving, zodat de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig de in deze ite vastgelegde conformiteitsvereisten kan 5” “handelaar”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die met betrekking tot onder deze titel vallende overeenkomsten handelt, mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachtsof beroepsactivitet; € “consument iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zjn handels, bedrijfs, _ambachts- of beroepsactivitet vallen; 7° "prijs": geld dat of een digitale weergave van waarde die verschuldigd isin ruil voor de levering van digitale inhoud of een digitale dienst; 8° "persoonsgegevens": persoonsgegevens als gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die 2022) KAMER te ZIETING VAN DE se ZITTINGSPERIODE gegevens en tot intrekdâng van Richtlijn 95/46/EG; 9" "digitale omgeving”: hardware, software en iedere netwerkverbinding die door de consument wordt gebruikt om toegang te krijgen tot of gebruik te maken van digitale 10° "compatibiliteit"; het vermogen van de digitale inhoud of digitale dienst om te functioneren met hardware of software waarmee digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt zonder de noodraak om de digitale inhoud of digitale dienst te converteren; 1a° "functionaliteit": het vermogen van de digitale inhoud of digitale dienst om zijn functies te vervullen met betrekking tot het doel ervan; 12° "interoperabikteie: het vermogen van de digitale inhoud of digitale dienst om te functioneren met hardware of software die verschilt van die waarmee digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt; 13° "duurzame gegevensdrager: ieder hulpmiddel dat de consument of de handelaar in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die past bij het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die cen ongewijzigde weergave van de opgeslagen 14° “kosteloos”: vrij van de noodzakelijke kosten die zijn gemaakt om de goederen verzending, vervoer, werkuren of materiaal.
Art. 1701/2. $ 1. Deze titel is van toepassing op alle overeenkomsten waarbij de handelaar digitale inhoud of een digitale dienst aan de consument evert of zich ertoe verbindt die te leveren en de consument een prijs betaalt of zich ertoe verbindt een prijs te betalen. 5 2. Deze titel is ook van toepassing als de verbindt die te leveren en de consument de handelaar persoonsgegevens verstrekt of zich ertoe verbindt die te verstrekken, behalve wanneer de door de consument verstrekte persoonsgegevens uitsluitend door de handelaar worden verwerkt om de digitale inhoud of digitale dienst te leveren overeenkomstig deze titel of om de handelaar in stat te stellen te voldoen aan de wettelijke vereisten waaraan hij is onderworpen, en de handelaar die gegevens niet voor andere doeleinden verwerkt. 5 3. Deze titel is eveneens van toepassing wanneer de digitale inhoud of digitale dienst volgens de specificaties van de consumentis ontwikkeld 5 4. Met uitzondering van de artikelen 1701/3 en 1701/9 is deze titel eveneens van toepassing op iedere _ materiële gegevensdrager die uitsluitend dient als drager voor digitale inhoud. 5 5. Deze titel is niet van toepassing op digitale inhoud of digitale diensten die verwerkt zijn in of onderling verbonden zijn met goederen in de zin van artikel 1701/1, 5, en die worden meegeleverd met de goederen op grond van een koopovereenkomst met betrekking tot die goederen, ongeacht of die digtale inhoud of digitale dienst wordt geleverd door de verkoper of een derde. Bij twijfel of de levering van verwerkte of onderling verbonden digitale inhoud of een verwerkte of onderling verbonden digitale dienst deel uitmaakt van de koopovereenkomst, wordt de digitale inhoud of digitale dienst geacht 5 6. Wanneer een overeenkomst tussen dezelfde handelaar en dezelfde consument in een bundel elementen omvat van levering. van digitale inhoud of een digitale dienst alsmede elementen van de levering van andere diensten of goederen, is deze titel, onverminderd paragraaf 5, alleen van toepassing op de elementen van de overeenkomst die betrekking hebben op de digitale inhoud of digitale dienst 5 7. Deze titel is niet van toepassing op overeenkomsten inzake: 1 de verstrekking van andere diensten dan digitale diensten, ongeacht of digitale formaten of middelen worden gebruikt door de handelaar om het resultaat van de dienst te behalen of aan de consument te leveren # elektronische-communicatiediensten met uitzondering van nummeronafhankelike interpersoonlijke _communicatiediensten bedoeld in artikel 2, 5/4” van wetvan 13 juni 2005 betreffende de elektroniscche communicatie; 5 gezondheidsdiensten die door gezondheidswerkers aan patiënten worden verstrekt om de gezondheidstoestand van deze laatsten te beoordelen, te behouden of te herstellen, waaronder begrepen het voorschrijven en het verstrekken van geneesmiddelen _en medische 4° kansspeldiensten, namelijk diensten die gepaard gaan met het aangaan van een weddenschap waarbij een geldbedrag wordt ingezet in kansspelen, waaronder die welke enige belewaamheid vereisen zoals loterijen, casinospelen, poker en weddenschapstransacties en die worden aangeboden langs elektronische weg of met andere communicatietechnologie en op individueel verzoek van een afnemer van zulke diensten; 5" financiële dienst in de zin van iedere dienst van bancaire aard of op het gebied van _ kredietwerstrekking, _ verzekering, individuele pensioenen, beleggingen en betalingen bedoeld in artikel 8, 18° van het Wetboek van economisch recht; 6” software die door de handelaar wordt aangeboden op basis van een vrije en open licentie waarvoor de consument geen prijs betaalt en wanneer de door de consument verstrekte persoonsgegevens alleen worden verwerkt door de handelaar om de beveiliging, compatibiliteit of interoperabiïteit van die specieke 7: de levering van digitale inhoud waarbij de digitale inhoud op een andere wijze dan via het overbrengen van signalen aan het grote publiek beschikbaar wordt gesteld als onderdeel van een optreden of evenement, zoals digtale filmvertoningen; &” digitale inhoud die wordt geleverd door overheidsorganen van de lidstaten overeenkomstig de wet van 4 mei 2016 inake het hergebruik _ van overheidsinformatie.
Hoofdstuk 2
- Levering van de digitale Art. 1701/3. 5 1. De handelaar levert de digitale inhoud of digitale dienst aan de consument. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, levert de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst onverwijld na de sluiting van de overeenkomst aan de 5 2. De handelaar heeft aan de leveringsverbintenis voldaan wanneer: T° de digitale inhoud of een middel dat geschikt is om toegang te verschaffen tot de digitale inhoud of die te downloaden, beschikbaar is gesteld aan of toegankelijk is gemaakt voor de consument of voor een daartoe door de consument gekozen fysieke of virtuele faciliteit; 2° de digitale dienst toegankelijk wordt ofvintwele faciliteit.
Hoofdstuk 3. Conformiteit van de digitale Art. 1701/4, De handelaar levert aan de consument digitale inhoud of een digitale dienst die, naargelang het geval, voldoet aan de vereisten van de artikelen 1701/5, 1701/6 en 1701. Afdeling 1 subjectieve conformiteitsvereisten Art. 1701/5. Voor conformiteit met de overeenkomst, moet de digitale inhoud of digitale dienst met name, voor zover van toepassing: T° wat betreft de beschrijving, hoeveelheid en kwaliteit, functionaliteit, compatibiliteit, interoperabiïteit en andere kenmerken, voldoen aan de overeenkomst; 2 geschikt zijn voor elk bijzonder door de consument gewenst gebruik dat de consument aan de handelaar uiterlijk bij de sluiting van de overeenkomst heeft meegedeeld en dat de handelaar heeft aanvaard; 5 worden geleverd samen met ale toebehoren, instructies, met inbegrip van instalatie-instructies, en klantenservice, als @ van updates is voorzien als bepaald in de Afdeling 2. Objectieve Art. 1701/6. $ 1. Naast het voldoen aan subjectieve conformiteitsvereisten moet de digitale inhoud of digitale dienst: 1 geschiktzijn voor de doeleinden waarvoor digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk zou worden gebruikt, rekening houdend, in voorkomend geval, met bestaand Unie- en nationaal recht, technische normen, of, bij toepasselijke sectorspecitieke # beschikken over de hoeveelheid, kwaliteit en prestatiekenmerken, - onder meer met betrekking tot __ functionaliteit, compatibiiteit, toegankelijkheid, continuïteit en veiligheid waarover digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk beschikken en die de consument gezien de aard van de digitale inhoud of digitale dienst redelijkerwijs mag verwachten, en rekening houdend met publieke mededelingen die zijn gedaan door of namens de handelaar of andere personen in eerdere schakels van de overeenkomstenketen, in het bijzonder in redameboodschappen of op etikettering, a) de handelaar niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend kon zijn met de betrokken publieke mededeling; b) de publieke mededeling ten tijde van de sluiting van de overeenkomst op dezelfde of vergelijkbare wijze was gerectificeerd als waarop deze was afgelegd; of c) de beslissing tot aankoop van de digitale inhoud of digitale dienst niet door de publieke mededeling beïnvloed kon zijn; & overeenstemmen met de proefversie of de preview van de digitale inhoud of digitale dienst die door de handelaar tr beschikking. werd gesteld voordat de overeenkomst werd gesloten. 5 2. De handelaar zorgt ervoor dat de updates, waaronder beveiligingsupdates, die nodig zijn om de conformiteit van de digitale inhoud of de dienst te handhaven aan de consument worden gemeld en geleverd gedurende de periode: T° waarin de digtale inhoud of digitale dienst moet worden geleverd volgens de overeenkomst, wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering gedurende een periode; of 2° die de consument redelijkerwijs kan verwachten, gezien de aard en het doel van de digtale inhoud of digitale dienst en rekening houdend met de omstandigheden en de aard van de overeenkomst, wanneer de overeenkomst voorziet in én levering of in een reeks afzonderlijke leveringen. 5 3. Wanneer de consument verzuimt, binnen een redelijke termijn, de overeenkomstig paragraaf 2 door de handelaar verstrekte updates te installeren, is de handelaar niet aansprakelijk voor een gevolg is van de afwerigheid van de betrokken update, mits: Yde handelaar de consument in kennis heeft gesteld van de beschikbaarheid van de update en de gevolgen indien de consument die niet installeert; en, F het niet of verkeerd installeren van de update door de consument niet te wijten was aan tekortkomingen in de door de handelaar verstrekte installatie-instructies 5 4. Wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering van digitale inhoud of een digitale dienst gedurende een periode, is de digitale inhoud of digitale dienst gedurende die gehele periode conform. 5 5 Er is geen sprake van cen conformiteitsgebrek in de zin van paragraaf 1 of paragraaf 2 wanneer de consument er ten tijde van de shitig van de overeenkomst uitdrukkelijk van in kennis werd gesteld dat een specifiek kenmerk van de digitale inhoud of digitale dienst afweek van de in paragrafen 1 of 2 gestelde objectieve conformiteitsvereisten, en de consument die afwijking bij de sluiting van de overeenkomst _ uitdrukkelijk en & 6. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, wordt digitale inhoud of een digkale dienst geleverd in de meest recente versie die ten tijde van de sluiting van de overeenkomst beschikbaar was. Afdeling 3. Verkeerde integratie van de Art. 1701/7. Elk conformiteitsgebrek dat het gevolg is van de verkeerde integratie van de digitale inhoud of digitale dienst in de digitale omgeving van de consument wordt beschouwd als een conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst indien: 1° de digitale inhoud of digitale dienst door de handelaar of onder dien verantwoordelijkheid werd geïntegreerd; of F de digitale inhoud of digitale dienst bestemd was om door de consument te worden geïntegreerd en de verkeerde integratie te wijten was aan tekortkomingen, in de door de handelaar verstrekte integratie-instructies.
Hoofdstuk 4. Aansprakelikheid van de Art. 1701/8. $ 1. De handelaar is aansprakelijk voor elk verzuim om de De bewijslast met betrekking tot de vraag of de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig artikel 1701/3 werd geleverd rust op de handelaar 5 2. Wanneer een overeenkomst voorziet in een enkele levering of in een reeks afzonderlijke leveringen, is de handelaar aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek uit hoofde van de artikelen 1701/5, 1701/6 en 1701/7 waarvan sprake is ten tijde van de levering en dat zich manifesteert binnen een, termijn van twee jaar te rekenen vanaf voornoemde levering, onverminderd artikel 1701/6,5 2,2". Voor de in lid 1, bedelde gevallen rust de bewijslast met betrekking tot de vraag of de geleverde digitale inhoud of digitale dienst ten tijde van de levering conform was, op de handelaar voor zover het cen conformiteitsgebrek. betreft dat kenbaar wordt binnen één jaar vanaf het tijdstip waarop de digitale inhoud of digitale dienst De termijn van twee jaar bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de periode vereist om de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op De rechtsvorderingen van de consument verjaren na verloop van een jaar vanaf de dag waarop hij het conformiteitsgebrek 5 3. Wanneer de overeenkomst voorziet in continue levering gedurende een periode, is de handelaar aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek. uit hoofde van de artikelen 1701/5, 1701/6 en 1701/7dat zich voordoet of kenbaar wordt in de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst volgens de overeenkomst moet worden Voor de in lid 1, bedoelde gevallen rust de ‘bewijslast met betrekking tot de vraag of de digitale inhoud of digtale dienst conform was gedurende de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst volgens de overeenkomst moet worden geleverd, op de handelaar, voor zover het cen conformiteitsgebrek betreft dat gedurende die periode duidelijk wordt De periode bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de periode vereist om de digitale inhoud of digtale dienst conform te laten maken of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikdäng 5 4. De paragrafen 2, tweede lid, en 3, tweede lid, zijn niet van toepassing wanneer de handelaar aantoont dat de digitale omgeving van de consument niet compatibel is met de technische vereisten van de digitale inhoud of digitale dienst en wanneer de handelaar de consument vóór de sluiting van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte heeft gesteld van deze vereisten. De consument werkt samen met de handelaar voor zover dit redelijkerwijs mogelijk en noodzakelijk is om ‚na te gaan of de oorzaak van het conformiteitsgebrek van de digitale inhoud of digitale dienst op het tijdstip zoals bepaald in paragraaf 2, eerste lid of paragraaf 3, eerste lid, naargelang het geval, toe te schrijven is aan de digitale omgeving van de consument. De medewerkingsplicht wordt beperkt tot de technisch beschikbare middelen die voor de consument het minst ingrijpend zijn. Indien, de consument verzuimt samen te werken en wanneer de handelaar de consument voor duidelijke en begrijpelijke wijze van dit vereiste op de hoogte heeft gesteld, draagt de consument de bewijslast met betrekking tot de vraag of het conformiteitsgebrek bestond op het tijdstip zoals bepaald in paragraaf 2, eerste lid of paragraaf 3, eerste lig, naargelang het geval. 55.In voorkomend geval, zijn de bepalingen met betrekking tot de vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkachte zaak van toepassing na het verstrijken van de termijnen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, en paragraaf 3, eerste lid Afdeling 1 Remedies in geval van leveringsverzuim 52. Paragraaf is niet van toepassing en de consument heeft het recht de overeenkomst onmiddellijk te ontbinden wanneer: 1 de handelaar heeft verklaard of uit de omstandigheden duidelijk blijkt dat de handelaar de digitale inhoud of digitale F de consument en de handelaar zijn overeengekomen of uit de omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst duidelijk blijkt dat een specifiek leveringstijdstip essentieel is voor de consument en de handelaar heeft verzuimd. de digitale inhoud of digitale dienst ten 5 3. Wanneer de consument de overeenkomst ontbindt op grond van paragraaf Lof 2, zijn de artikelen 1701/12, 5 3, tweede id, 1701/13, 1701/14 en 1701/15 Afdeling 2. Remedies in geval van Art. 1701/10. In geval van een conformiteitsgebrek heeft de consument hetrecht de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken, een evenredige prijsvermindering te krijgen, of de overeenkomst te ontbinden volgens de in artikelen 1701/11 en 1701/12 bepaalde voorwaarden.
Art. 1701/11. 5 1. De consument heeft het recht de digitale inhoud of digitale dienst conform te laten maken, tenzij dat onmogelijk is of voor de handelaar onevenredige kosten met zich meebrengt, T° de waarde die de digitale inhoud of digitale dienst zou hebben wanneer er geen conformiteitsgebrek zou zijn geweest; en 2 de omvang van het conformitetsgebrek. 5 2. Binnen een redelijke termijn na het tijdstip waarop de handelaar door de consument in kennis is gesteld van het conformiteitsgebrek, maakte handelaar de digitale inhoud of digitale dienst „kosteloos en zonder emstige overlast voor de consument op grond van paragraaf 1, conform, rekening houdend met de aard van, de digitale inhoud of digitale dienst en het doel waarvoor de consument de digitale inhoud of digitale dienst nodig had.
Art. 1701/12. $ 1. De consument heeft recht op een evenredige prijsvermindering overeenkomstig paragraaf 2 wanneer de digitale inhoud of digitale dienst wordt geleverd tegen betaling van een prijs, dan wel op ontbinding van de overeenkomst overeenkomstig paragraaf 3, in elk van de volgende gevallen: T° de remedie om de digitale inhoud of digitale dienst conform te maken, is onmogelijk of onevenredig overeenkomstig artikel 1701/11, 6 1; 2 de handelaar heeft de digitale inhoud of digitale dienst niet conform gemaakt overeenkomstig artikel 1701/11, $ 2; 3 er blijkt een conformiteitsgebrek te zijn ondanks de poging van de handelaar om de maken; 4” het conformiteitsgebrek is zo ernstig dat een onmiddellijke prijsvermindering of de 5" de handelaar heeft verkdaard, of uit de omstandigheden blijkt duidelijk dat de dienst niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument conform zal maken. $ 2. De prijsvermindering moet evenredig zijn aan het verschi tussen de waarde van de aan de consument geleverde digitale inhoud of digkale dienst en de waarde die de digitale inhoud of digitale dienst zou hebben gehad indien deze conform was geweest. Wanneer in de overeenkomst is bepaald dat de digitale inhoud of digïtale dienst gedurende een periode tegen betaling van een prijs wordt geleverd, is de prijsvermindering van toepassing op dat deel van de periode waarin de digitale inhoud of digitale dienst niet conform was. 5 3. Wanneer de digtale inhoud of digitale dienst wordt geleverd tegen betaling van een prijs, mag de consument de overeenkomstenkel ontbinden wanneer het conformiteitsgebrek niet gering is. Hetis an de handelaar te bewijzen dat het conformiteitsgebrek gering s De consument oefent het recht om de overeenkomst te ontbinden uit door middel van een verklaring aan de handelaar waarin het besluit tot ontbinding van de overeenkomst tot uitdrukking komt.
Art. 1701/13. $ 1. Bij ontbinding van de overeenkomst betaalt de handelaar de consument ale uit hoofde van de overeenkomst betaalde bedragen terug. In gevallen waarin de overeenkomst voorziet in de levering van de digitale inhoud of digtale dienst tegen betaling en gedurende een periode, en de digitale inhoud of digitale dienst gedurende een periode vóór de ontbinding van de overeenkomst conform was, betaalt de handelaar aan de consument evenwel slechts het evenredige deel van de betaalde prijs terug dat overeenkomt met de periode niet conform was, en elk deel van de prijs dat vooraf doorde consumentis betaald voor de contractperiode die zou zijn overgebleven indien de overeenkomst niet zou zjn ontbonden 5 2. Met betrekding tot de persoonsgegevens van de consument voldoet de handelaar aan de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de gegevens en tot intrekkäng van Richtlijn 95/46/EG. 53. De handelaar ziet af van het gebruik van andere inhoud dan persoonsgegevens die was verstelt of gecreëerd door de consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst, behalve indien die inhoud: T geen nut heeft buiten de context van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst, 2 enkel verband houdt met de activiteit van de consument bij het gebruik van de door de digitale dienst; +" door de handelaar met andere gegevens is samengevoegd en niet of alleen met bovenmatige inspanningen kan worden ontvlochten; of & door de consument en anderen gezamenlijk is gegenereerd, en andere consumenten die inhoud kunnen blijven 5 4. Behalve in de in paragraaf 3, 1” tot en met 3°, genoemde situaties maakt de handelaar op verzoek van de consument alle andere inhoud dan persoonsgegevens beschikbaar die was verstrekt of gecreëerd door de consument bij het gebruik van de De consument heeft het recht die digitale inhoud kosteloos, binnen een redelijke termijn, en in een gangbaar en machinaal leesbaar gegevensformaat op te vragen, zonder belemmeringen van de kant van de handelaar. 55. De handelaar kan elk verder gebruikvan de digitale inhoud of digitale dienst door de consument beletten, met name door de ontoegankelijk te maken voor de consument of door het gebruikersaccount van de consument onbruikbaar te maken, onverminderd paragraaf 4.
Hoofdstuk 7. Verbintenissen van de consument bij ontbinding Art. 1701/14. $ 1. Na de ontbinding van de overeenkomst ziet de consument af van het gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst en van de terbeschikkingsteling daarvan aan derden. 5 2. Wanneer de digitale inhoud op cen materiële gegevensdrager werd geleverd, geeft de consument deze op verzoek en op kosten van de handelaar onverwijld terug. Indien de handelaar besluit te verzoeken om teruggave van de materiële gegevensdrager, moet dit verzoek worden ingediend binnen, 14 dagen vanaf de dag waarop de handelaar in kennis word gesteld van de beslissing van de consument om de overeenkomst te ontbinden. 53. De consument hoeft net te betalen voor het gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst in de periode voorafgaand aan de ontbinding van de overeenkomst waarin de digitale inhoud of digitale dienst niet conform was.
Hoofdstuk 5. Termijnen en middelen voor terugbetaling door de handelaar Art 1701/15. 51, Alleterugbetalingen die de handelaar aan de consument verschuldigd is op grond van artikelen 1701/12, 5 1,5 2en$ 3 eerste lid, of 1701/13, $ 1, als gevolg van een prijsvermindering of de ontbinding van de ‘overeenkomst, worden onverwijld verricht, en in elk geval binnen 14 dagen vanaf de datum waarop de handelaar in kennis wordt gesteld van de beslissing van de consument om zichte beroepen op recht van de consument op prijsvermindering dan wel op ontbinding van de overeenkomst. 5 2. De handelaar gebruikt voor de terugbetaling hetzelfde betaalmiddel als waarmee de consument voor de digitale inhoud of digitale dienst heeft betaald, tenzij de consument uitdrukkelijk met het gebruik van een ander betaalmiddel instemt en op voorwaarde dat de consument als gevolg van deze terugbetaling geen extra kosten hoeft te maken. 5 3. De handelaar mag de consument generlei vergoeding in rekening brengen in verband met die terugbetaling.
Art. 1701/16. Wanneer de handelaar jegens de consument aansprakelijk is wegens verzuim om de digitale inhoud of digitale dienst te leveren of wegens cen conformiteitsgebrek dat voortvloeit uit een, handelen of nalsten van een persoon in een eerdere schakel van de overeenkomstenketen, kan de handelaar verhaal nemen op de in de overeenkomstenketen __ aansprakelijke persoon of personen zonder dat cen contractueel beding dat tot gevolg heeft die aansprakelijkheid te beperken of uit te
Hoofdstuk 10. Wijziging van de digitale Art. 10U. $ 1 Wanneer in de overeenkomst is bepaald dat de digitale inhoud of digitale dienst moet worden geleverd of beschikbaar moet worden gesteld aan de consument gedurende een periode, kan de handelaar de digitale inhoud of digitale dienst onderwerpen aan wijzigingen die verder gaan dan wat nodigis om de conformiteit van de digitale inhoud of digitale dienst overeenkomstig de artikelen 1701/5 et 1701/6 te handhaven, als aan de volgende voorwaarden is voldaan: T° de overeenkomst staat dergelijke wijzigingen toe en geeft er een gegronde reden voor; 5 de consument is op duidelijke en begrijpelijke wijze van de wijziging in kennis gesteld; en @ de consument wordt in de in paragraaf 2 genoemde gevallen binnen een redelijke termijn van tevoren op een duurzame gegevensdrager in kennis gesteld van de kenmerken en het tijdstip van de wijziging, en van zijn recht om de overeenkomst te ontbinden overeenkomstig paragraaf 2 of over mogelijkheid om de digitale inhoud of digitale dienst zonder wijziging te behouden 5 2. De consument heeft het recht de overeenkomst te ontbinden indien de wijziging negatieve gevolgen heeft voor de toegang van de consument tot of het gebruik door de consument van de digitale inhoud of digitale dienst, tenzij die negatieve gevolgen. slechts gering zijn. In dat geval heeft de consument het recht de overeenkomst kosteloos en binnen 30 dagen na ontvangst van de informatie, of vanaf het tijdstip door de handelaar is gewijzigd, indien dat later is, te ontbinden. 5 3. Indien de consument de overeenkomst ontbindt overeenkomstig paragraaf 2, zijn de artikelen 1701/12, 5 3, tweede lid, 1701/13, 1701/14 et 1701/15 van overeenkomstige toepassing 5 4. De paragrafen 2 en 3 zijn niet van toepassing indien de handelaar de consument de mogelijkheid heeft geboden om zonder extra kosten de digtale inhoud of digitale dienst zonder de wijziging te behouden, en de digitale inhoud of digitale dienst conform blijft. 5 5. Dit artikel is niet van toepassing wanneer een bundel elementen van een intenettoegangsdienst omvat of een nummer gebaseerde _interpersoonlijke communieatiedienst.
Hoofdstuk 1. Dwingend karakter Art. 1701/18. Tenzij in deze titel anders is bepaald, zijn nietig, alle bedingen van een overeenkomst die, ten nadele van de consument, de toepassing uitsluiten van de bepalingen van deze titel of van deze bepalingen afwijken of de gevolgen ervan wijzigen voordat het leveringsverzuim of het conformiteitsgebrek door de consument ter kennis van de handelaar is gebracht of voordat de wijziging van de digitale inhoud of digkale dienst overeenkomstig artikel 1701/17 door de handelaar ter kennis van de consument is gebracht. Een beding dat de wet van een Staat die geen lid is van de Europese Unie op een overeenkomst beheerst door deze titel toepasselijk verkdaart, is nietig wat betreft de in deze titel geregelde aangelegenheden, wanneer bij gebreke van dat beding de wet van een lidstaat van de Europese Unie toepasselijk zou zijn en die wet de consument in genoemde aangelegenheden een hogere bescherming verleent”.
Art. 1701/19. De inbreuken op de bepalingen van deze titel en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig boek XV van het Wetboek van economisch recht. IJK WETBOEK 22 van het project Art. 587, eerste lid, 3° 14, LJ nde het 12 van het project ank __De voorzitter van de ondernemingsrechtbank als doet uitspraak over de vorderingen als bedoeld: 14, 14” in de artikelen XVIL2, 17° en XVII.26 tot ber __XVIL34 van het Wetboek van economisch gen recht, oop € ___ WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK\ Art. 1. 20 (définitions particulières au livre X Article vIZ 5" naast een herinnering aan het bestaan wettelijke waarborg van conformiteit vz goederen desgevallend het bestaan e voorwaarden van diensten na verkoo commerciële garanties; Art VL45,51 12° een herinnering aan het bestaan v wettelijke waarborg van conformiteit ve goederen; Art VL 64,51 11° een herinnering aan het bestaan v. Art VLS 14° de wettelijke waarborg voor verb gebreken, bepaald bijde artikelen 1641 tot van het Burgerlijk Wetboek, of de wet verplichting tot levering van een goed datn overeenkomst in overeenstemming is, be bij de artikelen 1649bis tot 1649octies va Burgerlijk Wetboek, op te heffen verminderen; 16 van het project Art. VL97 egrip | 7° de rechten van de consument, met inbegrip g met | van het recht op vervanging of terugbetaling van van 1 |een goed, digitale inhoud of digitale dienst gvan | overeenkomstig de artikelen 1649bis tot van | 1649nonies en 1701/1 tot 1701/19 van het oud e hij | Burgerlijk Wetboek, of de risico's die hij eventueel loopt 17 van het project n de | 5 1 Onverminderd de bevoegdheden van de erale | politieambtenaren van de lokale en federale telde | politie, zijn de door de minister aangestelde p dit | ambtenaren bevoegd om de inbreuken op dit Deze | Wetboek op te sporen en vast te stellen. Deze alde | ambtenaren kunnen de in deze titel bepaalde ter | bevoegdheden uitsluitend uitoefenen ter jp de | opsporing en vaststelling van inbreuken op de zijn [bepalingen van dit Wetboek, van zijn ingen | witvoeringsbesluiten, van de wetten en hun ek in | uitvoeringsbesluiten waarvoor dit boek in „de | sancties voorziet en van de verordeningen van de nde | Europese Unie waarvoor dit boek in sancties voorziet, met uitzondering van de bepalingen ‘opgenomen in Boek IV en de uitvoeringsbesluiten 18 van het project Boek XV, titel 3,
hoofdstuk 2
afdeling 11/4: Afdeling 11/4. - De straffen voor de inbreuken op het oud Burgerlijk Wetboek. Art. XV.125/5. Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft zij die de bepalingen overtreden van de artikelen 1649bis tot 1649nonies of de artikelen 1701/1 tot 1701/19 De overtreding vermeld in id 1 wordt begrepen als elke handeling of omissie die in strijd is met een of meer van de in het eerste lid vermelde artikelen en die schade heeft veroorzaakt, veroorzaakt of mogelijk zal veroorzaken aan de collectieve belangen van consumenten. 19 van het project Art. VL: 17” elke handeling of omissie die in strijd is met de artikelen 1649bis tot 1649nonies van het ‘oude Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1701/1 tot 1701/19 van het oud Burgerlijk Wetboek en die schade heeft veroorzaakt, veroorzaakt of mogelijk zal veroorzaken aan de collectieve belangen van consumenten. 20 van het project ‘Article XVIL26, b) de de | 10° de artikelen 1649bis tot 1649nonies van het koop | oude Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1701/1 tot 1701/19 van het oud Burgerlijk Wetboek. 21 van het project Art. XVIL37 dede | 21° de wet van XXX tot wijziging van de koop | bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumentenen tot invoeging van een nieuwe titel Vlbis in boek Uit van het oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht; Imprmere canal Cenatedolker