Naar hoofdinhoud

Amendement tot wijziging van de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten, tot invoeging van een nieuwe titel Vlbis in boek III van het oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht zie.

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 2355 Amendement 🌐 NL
Status ✅ AANGENOMEN KAMER
Stemming 🗳️ AANGENOMEN (17/03/2022)
Commissie ECONOMIE, CONSUMENTENBESCHERMING EN DIGITALISERING
Auteur(s) Regering
Rapporteur(s) Van (Bossuyt); Anneleen (N-VA)
Onderwerpen
BURGERLIJK RECHT HANDELSRECHT BESCHERMING VAN DE CONSUMENT EG-RICHTLIJN DIENSTEN VERKOOP ELEKTRONISCHE HANDEL INTERNET

🗳️ Stemmingen

Betrokken partijen

N-VA

Sprekers (1)

Sanne Vandemaele (KUL)

Volledige tekst

bocss 2355/002 Nr. 1 VAN DE DAMES VAN BOSSUYT EN HOUTMEYERS EN DE HEER FREILICH Art. 3 In het voorgestelde artikel 1649bis, in paragraaf 1, de bepaling onder 14° weglaten

VERANTWOORDING

Er wordt niet gekozen om gebruik te maken van de mogelijkheid om bepaalde tweedehandsgoederen uitte sluiten van het toepassingsgebied. Tijdens de hoorzitting over voorliggende regelgeving gaf professor Terryn (KUL) aan dat het daarom overbodig is een definitie “openbare velling” op te nemen. Dit amendement schrapt de invoeging van deze definitie. ‘Anneleen VAN BOSSUYT (N-VA) Katrien HOUTMEYERS (N-VA) Michael FREILICH (N-VA) Nr. 2 VAN DE DAMES VAN BOSSUYT EN Art.5 De bepaling onder 6° vervangen als volgt: “6° in paragraaf 4 worden de woorden “zes maanden” vervangen door de woorden “één jaar”. Die bepaling onder 6° beoogt de wijziging van artikel 1649quater, $ 4, van het oud Burgerlijk Wetboek, door het optrekken van de termijn voor de omkering van de bewijslast van zes maanden naar twee jaar. Gedurende de eerste wee jaar na de levering moet de consument niet bewijzen dat het gebrek reeds bestond bij de levering. De bewijslast it bij de, eindverkoper, die moet bewijzen dat het gebrek zich heeft gemanifesteerd na de levering De garantierichtljn 2019/771 voor fysieke consumptiegoederen bevat de verlenging van de periode waarin de omkering van de bewijslast geldt, van zes maanden naar minstens één jaar. De keuze van de federale regering om de termijn gedurende dewelke er een omkering van de bewijslast geldt te verlengen naar twee jaar, betekent een verlenging maal vier. Daarbovenop, de garantierichtljn 2019/770 voor overeenkomsten betreffende digitale inhoud en diensten laat geen beleidsruimte over aan de lidstaten om de termijn van omkering van de bewijslast te verlengen. Die termijn mag maximaal één jaar bedragen. Voor de duidelijkheid en rechtszekerheid, en een versnipperde regelgeving tegen te gaan, is het daarom beter om niet aan gold-plating te doen en te kiezen voor een algemene termijn van omkering van de bewijslast van één jaar, voor zowel fysieke goederen als, voor overeenkomsten betreffende digitale inhoud en diensten. Gold-plating dienen wete allen tijde te vermijden om een gelijk speelveld te behouden. Ook het merendeel van de andere lidstaten, zoals Ntalië, Duitsland, Luxemburg, Oostenrijk, Finland, Denemarken, Kroatië, Hongarije en wellicht ook Nederland, Ierland en Tsjechië kiezen reeds voor een termijn van één jaar. Bovenal moet er een evenwicht zijn tussen de rechten van de consument en de rechten van de eindverkoper. Uit de cijfers van de Consumentenombudsdienst blijkt namelijk dat 82 % van de dossiers inzake de garantie die worden 2022 | KAMER «de ZITTING VAN DE 5ôe ZITTINGSPERIODE pocss 2355/002 behandeld betrekking hebben op een conformiteitsgebrek dat zich voordoet binnen de twaalf maanden na aankoop van het goed. De Ombudsman stelt eveneens dat bij hen de meerderheid van de dossiers inzake de garantie zich binnen deze periode situeren. De verlenging van de omkering van de bewijslast van zes maanden naar één jaar zorgt dus reeds voor een substantiële extra bescherming voor de consument. De bijkomende kosten voor ondernemingen die de verlenging van de termijn voor omkering van de bewijslast tot twee jaar met zich mee zouden brengen, zijn niette verantwoorden ten opzichte van de extra consumentenbescherming die dit zou opleveren. Bovendien vergroot de kans dat er een gebrek optreedt door een verkeerd gebruik van het goed door de consument aanzienlijk naarmate hij het goed langer gebruikt. Anneleen VAN BOSSUYT (N-VA) Nr. 3 VAN DE DAMES VAN BOSSUYT EN Art.8 In het voorgestelde artikel 1649septies, paragraaf 2 vervangen als volgt: “S 2. Het commerciële garantiebewijs kan aan de ‘consument worden verstrekt via een standaardtormulier dat voldoet aan de verplichtingen bedoeld in het tweede lid. Het standaardformulier wordt nader omschreven door de Koning en is in overeenstemming met de Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende ‘bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG. Hoe dan ook wordt het commerciële garantiebewijs verstrekt op een duurzame gegevensdrager, uiterlijk op het tijdstip van de levering van het consumptiegoed. Het commerciële garantiebewijs wordt in duidelijke en begrijpelijke taal opgesteld en in een taal die de consument begrijpt. Het commerciële garantiebewijs bevat: 1° een duidelijke verklaring dat de consument bij wet recht heeft op kosteloze remedies van de verkoper in geval van een conformiteitsgebrek van het consumptie‘goed en dat die remedies niet worden aangetast door de commerciële garantie; 2° de naam en het adres van de garant; 3° de procedure die de consument moet volgen om de uitvoering van de commerciële garantie te verkrijgen; 4° de aanduiding van het onder de commerciële garantie vallende consumptiegoed, en 5° de commerciële garantievoorwaarden.” In artikel 1649septies van het Oud Burgerlijke Wetboek wordt paragraaf twee vervangen. Er wordt bepaald dat een commercieel garantiebewijs aan de consument kan worden verstrekt via een standaardiormulier. Mevrouw Sanne Vandemaele (KUL) onderzocht in haar proefschrift onder meer een standaardinformatieformulier voor commerciêle garanties in B2C-relaties. Een standaardformulier kan de consumentenbescherming ten goede komen, aangezien de consument beter is geïnformeerd om al dan niet een commerciële garantie aan te schaffen. Daarnaast schept het ook rechtszekerheid en duidelijkheid voor eindverkopers. Tijdens de hoorzitting over dit wetsontwerp gaven alle sprekers (UCM, UNIZO, Test Aankoop en professor Terryn) aan, voorstander te zijn van de invoering van een standaardformulier voor de commerciële garantie. De informatie die verplicht moet worden opgenomen in het standaardformulier mag niet verder gaan dan watin de garantierichtlijn 201977 vereistis. Daarnaast wordt het standaardformulier niet verplicht, maar is het een optie voor de eindverkoper. Nr. 4 VAN DE DAMES VAN BOSSUYT EN Art. 23 De woorden “1 januari 2022” vervangen door de woorden “7 juni 2022”. Het wetsontwerp bepaalt dat deze wet in werking treedt op 1 januari 2022. Om een retroactieve toepassing van de wet te vermijden, wordt de datum 1 januari 2022 vervangen door een latere datum, namelijk 1 juni 2022. De (organisatorische) Impact op ondernemingen mag niet worden onderschat, daarom geven we ondernemingen enkele maanden de ijd om zich aan te passen aan de nieuwe regelgeving Daarnaast, wat artikel 23 betreft, dient te worden vermeld dat het voor ons belangrijk is dat de uitzonderingswet voor overeenkomsten betreffende de verkoop van levende dieren samen met dit wetsontwerp in werking treedt omwille van de duidelijkheid en rechtszekerheid. Idealiter zou artikel 23 dan ook kunnen worden geschrapt. Nr. 5 VAN DE DAMES VAN BOSSUYT EN Art. 25 Zie verantwoording bij amendement nr. 4. Nr. 6 VAN DE DAMES VAN BOSSUYT EN Art. 26