Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wat de reglementering van gemotoriseerde voortbewegingstoestellen betreft
Documentdetails
📁 Dossier 55-2354 (9 documenten)
Volledige tekst
tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wat de reglementering van gemotoriseerde voortbewegingstoestellen betreft ARTIKELEN AANGENOMEN IN EERSTE LEZING DOOR DE COMMISSIE VOOR MOBILITEIT, OVERHEIDSBEDRIJVEN EN FEDERALE INSTELLINGEN Zie oo: Wetsvoorstel van de heer Vandenbroucke. az en 003: Amendementen 00: Verlag van de eere lezing pocss 2354/005 zoosscomone rn dg nana: | AE etienne neos B Eero Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Art. 2 In artikel 2.15.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, vervangen bij het koninklijk besluit van 19 februari 2007, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 juli 2016 en de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 2°, eerste lid, worden de woorden “dat door bouw en motorvermogen, op een horizontale weg, niet sneller kan rijden dan 25 km per uur” vervangen door de woorden “en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van 25 km per uur” 2° het laatste lid wordt opgeheven Art. 3 In artikel 7bis van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste en tweede lid wordt het woord “niet-gemotoriseerde” telkens ingevoegd tussen de woorden “De gebruikers van” en het woord “voortbewegingstoestellen”; 2° tussen het tweede en het derde lid worden twee leden ingevoegd, luidende: “De gebruikers van gemotoriseerde voortbeweging -stoestellen worden gelijkgesteld met fietsers. Echter, de personen met een verminderde mobiliteit die gemotoriseerde voortbewegingstoestellen gebruiken die uitsluitend voor hen zijn bestemd en waarmee niet sneller dan stapvoets wordt gereden, worden gelijkgesteld met voetgangers” bocss 2354/005 Art 4 (nieuw) Artikel 8.2 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2014 en de wet van 21 juli 2016, wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende: “7° 16 jaar voor de bestuurders van gemotoriseerde voortbewegingstoestellen, behalve: a) in woonerven en erven; b) op voorbehouden wegen, bedoeld in artikelen 22quinquies et 22octies; e) in voetgangerszones, overeenkomstig arti kel 22sexies 1.2°, d) in speelstraten; e) voor de personen met een verminderde mobiliteit die uitsluitend voor hen zijn bestemd”. Art…5 (nieuw) In artikel 23.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1990, worden de volgende 1° de woorden “, voortbewegingstoestellen” worden ingevoegd tussen het woord “Fietsen” en de woorden “en tweewielige bromfietsen”; 2° de woorden “in artikel 70.2.1.3°, f’ worden vervangen door "in artikelen 70.2.1.3°, f) en 77.5, tweede id”; 3° het volgende lid wordt toegevoegd: “De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerzones opgesteld worden”.
Art 6 (nieuw) Artikel 44.2 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2008, wordt hersteld als volgt: “44.2. Het is verboden personen te vervoeren op voort bewegingstoestellen, behalve op voortbewegingstoestellen gebouwd voor het vervoer van personen op voorwaarde dat er niet meer passagiers worden vervoerd dan het getal waarvoor de zitplaats of zitplaatsen ingericht zijn”.
Art.7 (nieuw) In artikel 65.2 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 februari 2018, worden de 1° in het tweede lid wordt het woord “, voortbewegingstoestellen” ingevoegd tussen de woorden “de fietsen” en de woorden “en tweewielige bromfietsen”; 2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende onderborden: Mat Voortbewegingstoestellen, M22 D) | Deelvoortbewegingstoestellen. M23 _ is) Deelfietsen. M24 Deelfietsen en deelvoortbewegingstoestellen. 3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: “Deze symbolen mogen gecombineerd worden op een enkel onderbord van het model M”.
Art.8 (nieuw) In artikel 65.5.9, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 september 1991, wordt het volgende zonale verkeersbord als voorbeeld toegevoegd:
Art. 9 (nieuw) In artikel 70.21, 1°, laatste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2014 worden de woorden “65.2, tweede lid," ingevoegd tussen de woorden “in artikel" en de woorden “70.21, 3°”. Art…10 (nieuw) Artikel 70.21, 3°, f), ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1990, wordt vervangen als volgt “f) een onderbord van het model Mi, M8 en Mi9 tot M24, geeft, naargelang het geval, de plaatsen aan waar fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen, gedeeld of niet, mogen geplaatst worden.” Art (nieuw) Artikel 70.2.2, 1°, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met de volgende zin: “Wanneer deze verkeersborden worden aangevuld met een onderbord van het model M21 t.e.m. M24 gelden ze op het trottoir, behalve op de parkeerplaatsen bedoeld in artikelen 70.2.1.3°,f) en 77.5 tweede lid.
Art 12 (nieuw) ‘Artikel 77.5 wordt aangevuld met het volgende lid “Een parkeerplaats voorzien van rekken, van een markering of van de symbolen op de onderborden Mi, M& ‘en MI9 tot M24, is, naargelang het geval, voorbehouden voor voortbewegingstoestellen, fietsen of tweewielige bromfietsen, gedeeld of niet”.
Art 13 (nieuw) Artikel 8bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 februari 2013, wordt vervangen “Art. 82bis. VOORTBEWEGINGSTOESTELLEN. B2bis 1. Reflectoren 1° Gemotoriseerde voortbewegingstoestellen met een stuur voeren altijd vooraan een witte reflector en achteraan een rode reflector. 2° Gemotoriseerde voortbewegingstoestellen voeren altijd een zijdelingse signalisatie bestaande uit - ofwel een witte reflecterende strook langs elke kant van de voetsteunen; - ofwel een witte reflecterende strook in de vorm van een doorlopende cirkel aan elke kant van de band van het voor: en achterwiel; - ofwel de combinatie van de twee voornoemde types 82bis.2. Geluidstoestel De gemotoriseerde voortbewegingstoestellen met een stuur zijn uitgerust met een geluidstoestel dat kan worden gehoord op een afstand van 20 meter. 82bis.3. Remmen. Gemotoriseerde voortbewegingstoestellen moeten voorzien zijn van voldoende doelmatige remmen. B2bis.4. Afmetingen. De maximale breedte van een voortbewegingstoestel is 1 meter”.
Art 14 De Koning kan de bepalingen gewijzigd bij de artike len 2 tot 13 opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen. Art_15 (nieuw) Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. imprmerecenrale-Cenraledrder