5 FEBRUARI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende tariefregulering van de integrale drinkwaterfactuur(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-03-2016 en tekstbijwerking tot 09-08-2024)
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Doelstellingen van de tariefregulering
Art. 3
HOOFDSTUK 3. - Tariefreguleringsmethode voor drinkwateractiviteit: het tariefpad, onderbouwd door een tariefplan, de jaarlijkse opvolging en mogelijke bijsturing
Afdeling 1. - Het tariefpad, onderbouwd door een tariefplan
Art. 4-8
Afdeling 2. - Jaarlijkse indexering en opvolgingsrapportering
Art. 9-10
Afdeling 3. - Overschrijding van de materialiteitsgrens en bijsturing van het tariefpad door de [1 Vlaamse Nutsregulator]1
Art. 11-12
Afdeling 4. - Inwerkingtreding van de tarieven
Art. 13
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
Art. 14-22
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
Art. 23, 23/1, 24-25
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder:
1° drinkwateractiviteit: het geheel aan activiteiten van een exploitant die noodzakelijk zijn voor de productie en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, aan abonnees conform de geldende regelgeving;
2° drinkwatercomponent: het deel van de integrale waterfactuur waarmee de kosten voor de productie en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, door de exploitant doorgerekend worden aan de abonnees;
3° exploitant: de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk;
4° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid;
5° T: de verhouding tussen het geheel aan verantwoorde redelijke middelen voor de drinkwateractiviteit van een exploitant voor één jaar en het [1 ...]1 door de exploitant te factureren verbruik in dat jaar, uitgedrukt in euro per mü;
6° tariefpad: de trend die uitgaat van T tijdens de tarifaire periode;
7° tariefplan: de onderbouwing door de exploitant van het tariefpad voor de [1 ...]1 tarifaire periode;
8° tarifaire periode: de zes opeenvolgende kalenderjaren waarvoor het tariefpad volgens de tariefmethodologie vastgelegd wordt;
9° Td: het drinkwatertarief per jaar van de tarifaire periode, afgeleid uit het tariefpad, uitgedrukt in euro/mü;
[1 10° Tko: T vóór resultaatverwerking.]1
----------
(1)<BVR 2018-09-07/11, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
Art.2.Ter uitvoering van artikel [2 2.5.2.3.2, § 1, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018]2 zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing op de exploitant voor alle tarieven waarmee de kosten voor de drinkwateractiviteit doorgerekend worden aan de abonnees.
De bepalingen van dit besluit hebben geen betrekking op:
1° water dat niet geleverd wordt gebruikmakend van het openbaar waterdistributienetwerk;
2° tweedecircuitwater en water, bestemd voor menselijke aanwending, dat geen water voor menselijke consumptie is;
3° de doorrekening door exploitanten van andere kosten dan de kosten voor de productie en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, aan abonnees.
Voor exploitanten van wie de drinkwateractiviteit gewestgrensoverschrijdend is en die water bestemd voor menselijke consumptie via een openbaar waterdistributienetwerk leveren aan minder dan 1% van de Vlaamse bevolking, kan afgeweken worden van die tariefreguleringsmethode als de Vlaamse Regering met [1 de desbetreffende exploitant]1 de nodige afspraken over de bepaling van de tarieven voor de doorrekening van de kost voor de drinkwateractiviteit aan deze abonnees schriftelijk vastgelegd heeft.
----------
(1)<BVR 2018-09-07/11, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(2)<BVR 2019-04-26/48, art. 137, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
HOOFDSTUK 2. - Doelstellingen van de tariefregulering
Art.3. Tariefregulering beoogt de realisatie van vier principes: rechtvaardigheid, efficiëntie, duurzaamheid en billijkheid.
De tariefregulering beoogt rechtvaardigheid door:
1° bij te dragen aan de betaalbaarheid van de integrale waterfactuur;
2° een zekere stabiliteit en voorspelbaarheid te creëren door het aantal tariefwijzigingen te beperken tot een vooraf bepaald aantal per gegeven periode.
De tariefregulering beoogt efficiëntie door:
1° de exploitant te stimuleren om zo efficiënt mogelijk te werken;
2° een zo nauwkeurig en zo eenvoudig mogelijke tariefbepaling en regulering op te maken waarbij maximaal afgestemd wordt op reeds bestaande rapporteringsverplichtingen.
De tariefregulering beoogt duurzaamheid door:
1° noodzakelijke investeringen te stimuleren en te faciliteren zodat een kwaliteitsvolle en duurzame dienstverlening gegarandeerd kan worden;
2° de exploitant te stimuleren maatregelen te nemen die duurzaam watergebruik bij de abonnees bevorderen.
De tariefregulering beoogt billijkheid door:
1° een uniforme tariefregulering aan te houden niettegenstaande de verschillende bedrijfsspecifieke kenmerken;
2° de wijze van totstandkoming van de tarieven en de methode van beoordeling transparant te maken voor zowel de abonnees als de exploitanten.
HOOFDSTUK 3. - Tariefreguleringsmethode voor drinkwateractiviteit: het tariefpad, onderbouwd door een tariefplan, de jaarlijkse opvolging en mogelijke bijsturing
Afdeling 1. - Het tariefpad, onderbouwd door een tariefplan
Art.4.§ 1. Elke exploitant bepaalt zijn tariefpad, gemotiveerd door een tariefplan.
Het tariefplan bevat minstens de volgende onderdelen:
1° de verantwoording van T voor tien opeenvolgende jaren, namelijk de drie voorgaande jaren, het actuele jaar en een budgettering voor de komende tarifaire periode;
2° op basis van de budgettering, de verantwoorde uittekening van het tariefpad tijdens de tarifaire periode en de bepaling van Td voor de jaren van de tarifaire periode;
3° de omzetting van Td per jaar naar [1 de]1 maximumtarieven om de variabele prijs van de drinkwatercomponent per jaar voor de tarifaire periode te bepalen;
4° de onderbouwing van de capaciteitsvergoeding, indien van toepassing;
5° het resultaat van de consultatie over het tariefplan bij de abonnees;
6° de goedkeuring van de vennoten;
[2 7° het verslag van een revisor volgens een auditstandaard;]2
[2 8° de onderbouwing van de kosten en tarieven voor aanvullende diensten.";]2
§ 2. Het tariefpad is over de tarifaire periode kostendekkend ten opzichte van de verantwoorde redelijke middelen die de exploitant nodig heeft voor de drinkwateractiviteit.
Ter verantwoording van T worden minstens de volgende kosten en [2 opbrengsten, opgesplitst in subactiviteiten productie]2, toevoer en distributie, verantwoord in het tariefplan:
1° handelsgoederen, grond- en hulpstoffen;
2° diensten en diverse goederen;
3° bezoldigingen en sociale lasten;
4° afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten;
5° andere bedrijfskosten;
6° financiële kosten;
7° uitzonderlijke kosten;
8° belastingen op het resultaat.
[2 De exploitant onderbouwt in de budgettering voor de komende jaren de efficiëntie en effectiviteit in zijn reguliere en strategische prestaties door de volgende elementen te rapporteren:
1° de voorgenomen doelstellingen en KPI's die daaraan zijn gekoppeld;
2° de investeringsprogramma's of -projecten ter uitvoering van de doelstellingen, vermeld in punt 1°, en de KPI's en uitgaven die daaraan gekoppeld zijn.]2
[2 In het derde lid wordt verstaan onder KPI: kritieke prestatie-indicator. Dat is een variabele waarmee de prestaties van het bedrijf ten aanzien van de gekoppelde doelstelling gemeten kunnen worden.]2
Voor de verantwoording van T, voor de uittekening van het tariefpad, voor de bepaling van Td en voor de omzetting naar de maximumtarieven [1 om de variabele prijs van de drinkwatercomponent te bepalen,]1 wordt gebruik gemaakt van een verplicht rapporteringssjabloon.
§ 3. De minister legt, op voorstel van de [3 Vlaamse Nutsregulator]3, de nadere regels vast voor de inhoud van elk verplicht onderdeel van het tariefplan en [2 de rapporteringssjabloon]2.
----------
(1)<BVR 2018-09-07/11, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(2)<BVR 2023-05-12/16, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 02-10-2023>
(3)<BVR 2024-06-21/28, art. 88, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Art.5.De exploitant dient een aanvraag voor de goedkeuring van het tariefpad, onderbouwd door het tariefplan, in bij de [2 Vlaamse Nutsregulator]2.
De [2 Vlaamse Nutsregulator]2 onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag. De exploitant wordt binnen dertig dagen na de ontvangst ervan op de hoogte gebracht over de ontvankelijkheid van de aanvraag door de [2 Vlaamse Nutsregulator]2. Als de aanvraag ontvankelijk is, is de aanvraagdatum de datum waarop de [2 Vlaamse Nutsregulator]2 de aanvraag ontvangen heeft. Als de aanvraag onontvankelijk is, vraagt de [2 Vlaamse Nutsregulator]2 de ontbrekende stukken op bij de exploitant. De aanvraagdatum is dan de datum waarop de [2 Vlaamse Nutsregulator]2 alle ontbrekende stukken ontvangen heeft.
[1 Als tijdens het onderzoek ter voorbereiding van de beslissing van de [2 Vlaamse Nutsregulator]2 blijkt dat verbeteringen of bijsturingen van het tariefplan met tariefpad aangewezen zijn, kan de exploitant op verzoek van de [2 Vlaamse Nutsregulator]2 een aangepast tariefplan met tariefpad indienen. Het aangepaste tariefplan met tariefpad en de Td en maximumtarieven die eruit voortvloeien, vervangt het ingediende tariefplan en tariefpad, de ingediende Td en maximumtarieven. De aanvraagdatum blijft de datum, vermeld in het tweede lid.]1
[1 De [2 Vlaamse Nutsregulator]2 deelt uiterlijk negentig dagen na de aanvraagdatum zijn beslissing over het tariefpad en de Td en maximumtarieven die eruit voortvloeien, mee aan de exploitant en de minister. De beslissing kan een goedkeuring van het tariefpad en de Td en maximumtarieven die eruit voortvloeien, inhouden of bijkomende voorwaarden opleggen aan het tariefpad, de Td of maximumtarieven. Als de [2 Vlaamse Nutsregulator]2 geen beslissing neemt binnen de voormelde termijn, worden het tariefpad dat bij het oorspronkelijk ingediende en ontvankelijk verklaarde tariefplan voorgesteld is, en de Td en maximumtarieven die eruit voortvloeien, als goedgekeurd beschouwd.]1
----------
(1)<BVR 2018-09-07/11, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(2)<BVR 2024-06-21/28, art. 89, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Art.6.Als de exploitant niet akkoord gaat met de beslissing, kan de exploitant binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van de beslissing een beroep indienen bij de minister.
Het beroep bevat minstens het tariefpad en -plan.
De minister neemt, binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van het beroep, een beslissing over het voorgestelde tariefpad en de eruit voortvloeiende Td en maximumtarieven en deelt die beslissing mee aan de exploitant en aan de [2 Vlaamse Nutsregulator]2. [1 De beslissing kan een goedkeuring inhouden van het tariefpad, vermeld in artikel 5, eerste lid, dat bij de aanvraag is gevoegd, en de Td en maximumtarieven die eruit voortvloeien, of de beslissing kan bijkomende voorwaarden opleggen aan het voormelde tariefpad, en de Td of maximumtarieven die eruit voortvloeien.]1 Bij gebrek aan beslissing van de minister binnen de gestelde termijn wordt het voorgestelde tariefpad en de eruit voortvloeiende Td en maximumtarieven als goedgekeurd beschouwd.
----------
(1)<BVR 2018-09-07/11, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(2)<BVR 2024-06-21/28, art. 90, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Art.7.De exploitant past het tariefpad en het bijbehorende tariefplan, inclusief Td en de maximumtarieven, als die van toepassing zijn, overeenkomstig de beslissing van de [2 Vlaamse Nutsregulator]2, of de beslissing van de minister na het beroep, aan en deelt het bijgewerkte [1 ...]1 tariefpad met de eruit voorvloeiende Td en maximumtarieven en het bijbehorende tariefplan, uiterlijk op [1 1 december]1 van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de nieuwe maximumtarieven van toepassing worden, [1 of zodra de exploitant beschikt over de voormelde beslissingen als die genomen worden na 1 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de nieuwe maximumtarieven van toepassing worden]1, mee aan de [2 Vlaamse Nutsregulator]2.
[1 Het definitieve tariefpad en de Td en maximumtarieven die eruit voortvloeien, zijn desgevallend:
1° goedgekeurd door de [2 Vlaamse Nutsregulator]2, vermeld in artikel 5, of worden aangepast als vermeld in het eerste lid;
2° nadat een beroep ingesteld is, goedgekeurd door de minister als vermeld in artikel 6, of worden aangepast als vermeld in het eerste lid;
3° in het oorspronkelijk ingediende en ontvankelijk verklaarde tariefplan met tariefpad opgenomen als de termijn waarin de [2 Vlaamse Nutsregulator]2 een beslissing kan nemen, vermeld in artikel 5, overschreden is;
4° in het oorspronkelijk ingediende en ontvankelijk verklaarde tariefplan met tariefpad opgenomen als tegen de beslissing van de [2 Vlaamse Nutsregulator]2 beroep is ingesteld en de minister geen beslissing neemt binnen de termijn, vermeld in artikel 6, derde lid.]1
De exploitant stelt het definitieve tariefpad en het bijbehorende tariefplan, inclusief Td en de maximumtarieven, uiterlijk op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de nieuwe maximumtarieven van toepassing worden, ook op zijn website ter beschikking, en bezorgt ze aan de abonnee op zijn eenvoudig verzoek.
----------
(1)<BVR 2018-09-07/11, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(2)<BVR 2024-06-21/28, art. 91, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Art.8.Een definitief tariefpad legt de evolutie van de tarieven gedurende zes jaar vast.
Behalve in geval van de jaarlijkse indexatie en de eventuele bijsturing door de [1 Vlaamse Nutsregulator]1, vermeld in artikel 9 respectievelijk artikel 12, kan het definitieve tariefpad niet wijzigen.
----------
(1)<BVR 2024-06-21/28, art. 92, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Afdeling 2. - Jaarlijkse indexering en opvolgingsrapportering
Art.9.[2 De Td voor het betreffende jaar (= jaar x) wordt elk jaar op 1 januari van dat jaar aangepast aan de evolutie van een gewogen index op basis van de volgende formule:
Tdi = Td (jaar x)*( 0,2 + 0,2*(index cpi maand.x-1/november.jaar r) + 0,5 *(referteloonindex maand.x-1/november.jaar r) + 0,1* materiaalindex maand.x-1/november.jaar r), waarbij:
1° Tdi = de geïndexeerde Td;
2° jaar r: het startjaar van de tarifaire periode - 2;
3° cpi: de index van de consumptieprijzen;
4° referteloonindex: het landsgemiddelde voor de Agoria-referteloonkosten voor bedrijven met meer dan tien werknemers met contracten na 11 juli 1981;
5° materiaalindex: de mercuriale index I 2021 voor openbare werken;
6° maand.x-1: voor elk van de indexen afzonderlijk de maand waarvoor op de eerste werkdag van december van het jaar x-1 de meest recente index gepubliceerd is. Onder de voormelde eerste werkdag van december wordt de eerste dag van december die geen zaterdag of zondag is, verstaan]2
[2 ...]2.
[1 De [3 Vlaamse Nutsregulator]3 berekent de geïndexeerde Td en de maximumtarieven die eruit voortvloeien en die vanaf 1 januari van kracht zijn. Hij bezorgt die uiterlijk op 5 december aan de exploitanten of binnen vijf dagen nadat de [3 Vlaamse Nutsregulator]3 over het definitieve tariefpad beschikt.]1
Als de exploitant niet akkoord gaat met de beslissing van de [3 Vlaamse Nutsregulator]3, kan de exploitant binnen zeven kalenderdagen na de ontvangst van de beslissing van de [3 Vlaamse Nutsregulator]3 een beroep indienen bij de minister.
De minister neemt, binnen zeven kalenderdagen na de ontvangst van het beroep, een beslissing en deelt die mee aan de exploitant en aan de [3 Vlaamse Nutsregulator]3. Bij gebrek aan beslissing van de minister binnen de gestelde termijn wordt het door de exploitant voorgelegde als goedgekeurd beschouwd.
----------
(1)<BVR 2018-09-07/11, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(2)<BVR 2023-05-12/16, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 02-10-2023>
(3)<BVR 2024-06-21/28, art. 93, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Art.10.Jaarlijks monitort de [3 Vlaamse Nutsregulator]3 de realisaties van de exploitanten met betrekking tot de in het tariefplan vooropgestelde evoluties [1 aan de hand van een opvolgingsrapportering die de exploitanten uiterlijk op 30 september indienen bij de [3 Vlaamse Nutsregulator]3]1.
[2 De exploitanten rapporteren met de opvolgingsrapportering, vermeld in het eerste lid, een geactualiseerde versie van de relevante delen van het tariefplan, aangevuld met een materialiteitstoets waarbij de effectief gerealiseerde Tko vergeleken wordt met de Tko uit het tariefplan. De relevante delen van het tariefplan omvatten minstens:
1° in het derde jaar en laatste jaar van de tarifaire periode de doelstellingen en investeringen zonder rollende forecast;
2° ieder jaar de budgettering met rollende forecast.]2
Jaarlijks bezorgen de exploitanten [1 met de opvolgingsrapportering, vermeld in het eerste lid,]1 ook een rollende forecast. Onder een rollende forecast wordt begrepen dat de exploitant in het eerste jaar van de tarifaire periode voor het eerstvolgende jaar na die periode een forecast voor T meegeeft. In het tweede jaar wordt een forecast gegeven voor het tweede jaar na de tarifaire periode enzovoort.
De minister legt, op voorstel van de [3 Vlaamse Nutsregulator]3, de nadere regels vast voor de inhoud van die opvolgingsrapportering, de materialiteitstoets en een rapporteringssjabloon.
----------
(1)<BVR 2018-09-07/11, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(2)<BVR 2023-05-12/16, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 02-10-2023>
(3)<BVR 2024-06-21/28, art. 94, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Afdeling 3. - Overschrijding van de materialiteitsgrens en bijsturing van het tariefpad door de [1 Vlaamse Nutsregulator]1
----------
(1)
Art.11.In afwijking van de bepalingen van artikel 8 kan de exploitant, als uit de materialiteitstoets blijkt dat de gerealiseerde [1 Tko]1 sterk afwijkt van de voor dat jaar in het definitieve tariefplan gebudgetteerde [1 Tko]1, een nieuw tariefpad met bijbehorend tariefplan, inclusief Td en maximumtarieven, indienen.
----------
(1)<BVR 2018-09-07/11, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
Art.12.De [3 Vlaamse Nutsregulator]3 evalueert de uitvoering van het tariefplan.
De exploitant bezorgt op eenvoudig verzoek van de [3 Vlaamse Nutsregulator]3 kosteloos alle beschikbare gegevens en inlichtingen die de [3 Vlaamse Nutsregulator]3 nodig heeft voor de evaluatie.
De [3 Vlaamse Nutsregulator]3 kan, op zijn vroegst halverwege de tarifaire periode, de exploitanten opleggen om het tariefpad en de eruit voortvloeiende Td en maximumtarieven, voor de resterende jaren aan te passen als uit de evaluatie blijkt dat [1 aan een van de volgende voorwaarden is voldaan]1:
1° de situatie zodanig veranderd is dat de gerealiseerde T [1 of Tko]1 sterk afwijkt van de voor dat jaar in het definitieve tariefplan gebudgetteerde T [1 of Tko]1;
2°[2 de voorgenomen doelstellingen worden niet bereikt;]2
3° er een sprong van Td van minstens 10% na de tarifaire periode komt.
De [3 Vlaamse Nutsregulator]3 kan bij een bijsturing van het tariefpad bijkomende eisen voorschrijven zoals te behalen prestatienormen.
De [3 Vlaamse Nutsregulator]3 deelt de beslissing tot bijsturing van het tariefpad uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de eruit voortvloeiende maximumtarieven van kracht worden, mee aan de exploitant.
Als de exploitant niet akkoord gaat met de bijsturing van het tariefpad, kan de exploitant binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van de beslissing van de [3 Vlaamse Nutsregulator]3g van het tariefpad een beroep indienen bij de minister.
De minister neemt, binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van het beroep, een beslissing en deelt die mee aan de exploitant en aan de [3 Vlaamse Nutsregulator]3. Bij gebrek aan beslissing van de minister binnen de gestelde termijn wordt het door de [3 Vlaamse Nutsregulator]3 bijgestuurde tariefpad en de eruit voorvloeiende Td en maximumtarieven als goedgekeurd beschouwd.
De exploitant past het tariefpad en het bijbehorende tariefplan, inclusief de Td en de maximumtarieven, als die van toepassing zijn, overeenkomstig de beslissing van de minister aan en deelt het bijgestuurde tariefpad met het bijbehorende tariefplan, inclusief de Td en de maximumtarieven, uiterlijk op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de nieuwe maximumtarieven van toepassing worden, mee aan de [3 Vlaamse Nutsregulator]3.
De exploitant stelt het bijgestuurde tariefpad en het bijbehorende tariefplan, inclusief de Td en de maximumtarieven, uiterlijk dan op zijn website ter beschikking, en bezorgt ze aan de abonnee op zijn eenvoudig verzoek.
De minister kan, op voorstel van de [3 Vlaamse Nutsregulator]3, nadere regels vastleggen voor de procedure tot bijsturing van het tariefpad.
----------
(1)<BVR 2018-09-07/11, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(2)<BVR 2023-05-12/16, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 02-10-2023>
(3)<BVR 2024-06-21/28, art. 96, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Afdeling 4. - Inwerkingtreding van de tarieven
Art.13. Tariefwijzigingen kunnen alleen ingaan op 1 januari.
De exploitant stelt elk jaar uiterlijk op 31 december de tarieven die vanaf 1 januari van het volgende jaar toegepast zullen worden, de aanrekenmodaliteiten en de voorwaarden voor korting en compensatie en voor de aanvraag ervan op zijn website ter beschikking, en deelt die informatie mee aan de abonnee op zijn eenvoudig verzoek.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
Art.14. In het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, zoals laatst gewijzigd bij besluit van 8 november 2013, wordt het opschrift van hoofdstuk VI vervangen door wat volgt:
"Hoofdstuk VI. Aansluitrecht".
Art.15. In hetzelfde besluit worden volgende artikelen opgeheven:
1° artikel 16;
2° artikel 17, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2011;
3° artikel 18.
Art.16. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2013, wordt punt 20° opgeheven.
Art.17. In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 en 3 worden vervangen door wat volgt:
" § 2. De exploitant hanteert een integrale waterfactuur die bestaat uit een drinkwatercomponent, ter financiering van de kosten voor productie en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, en, als die van toepassing zijn, de saneringscomponenten, ter financiering van de kosten die verbonden zijn aan de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting.
Ter financiering van de kosten die verbonden zijn aan de saneringsverplichting, kan de exploitant een gemeentelijke en bovengemeentelijke bijdrage en vergoeding aanrekenen aan zijn klant conform artikel 16 bis van het decreet van 24 mei 2002.
§ 3. De bovengemeentelijke en de gemeentelijke bijdrage zijn, als die van toepassing zijn, verschuldigd op het waterverbruik vanaf het moment dat de exploitant water levert aan de klant tot op het ogenblik van de opzegging of overname.
De bovengemeentelijke en gemeentelijke vergoeding is, als die van toepassing is, verschuldigd door de klant die aangesloten is op het openbare saneringsnetwerk, vanaf het moment dat de private waterwinning in gebruik genomen of overgenomen wordt of, voor de klant die beschikt over een private waterwinning, voordat het openbare saneringsnetwerk beschikbaar was, of, als het openbare saneringsnetwerk beschikbaar is, tot aan de opzegging of overname ervan.";
2° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art.18. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2013, worden een artikel 14/1 tot en met 14/4 ingevoegd, die luiden als volgt:
"Art. 14/1 § 1. De drinkwatercomponent bestaat conform het decreet van 24 mei 2002 uit een vastrecht en een variabele prijs.
§ 2. Het vastrecht, uitgedrukt in euro, wordt conform de artikelen 16bis en 16quater van het decreet van 24 mei 2002 aangerekend. Het is een jaarlijks vast bedrag onafhankelijk van het waterverbruik van de abonnee en wordt verminderd met een jaarlijks vast bedrag per gedomicilieerde.
De capaciteitsvergoeding, uitgedrukt in euro, wordt, indien van toepassing, conform het decreet van 24 mei 2002 aangerekend per watermeter. Het is een jaarlijks vast bedrag onafhankelijk van het waterverbruik van de abonnee. De capaciteitsvergoeding kan alleen aangerekend worden in geval van een aftakking of watermeter met een afwijkende dimensionering.
De tarieven van de capaciteitsvergoedingen, uitgedrukt in euro/jaar, worden vastgelegd zoals bepaald in artikel 12bis van het decreet van 24 mei 2002 en in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2016 houdende tariefregulering van de integrale waterfactuur.
§ 3. De variabele prijs is afhankelijk van het waterverbruik van de abonnee.
Voor abonnees waarvan het betreffende onroerend goed geen wooneenheden heeft, past de exploitant, conform artikel 16quater/4 van het decreet van 24 mei 2002, een vlakke tariefstructuur met tarieven, uitgedrukt in euro/mü, toe om de variabele prijs te bepalen. Deze bepaling is alleen van toepassing voor abonnees waarvan het betreffende onroerend goed geen wooneenheden heeft met een waterverbruik via het openbare waterdistributienetwerk dat lager is dan 500 mü per jaar.
Voor abonnees waarvan het betreffende onroerend goed één of meerdere wooneenheden heeft, past de exploitant, conform artikel 16quater/4 van het decreet van 24 mei 2002, een progressieve tariefstructuur toe met twee schijven om de variabele prijs te bepalen. De schijfgrens ligt op een verbruik van 30 mü per wooneenheid per jaar, vermeerderd met 30 mü per gedomicilieerde per wooneenheid per jaar. Het verbruik in de tweede schijf wordt aangerekend tegen het dubbel van het tarief, uitgedrukt in euro/mü, van de eerste schijf.
Van de indeling, vermeld in het tweede en het derde lid, kan afgeweken worden als de abonnee of de exploitant kan aantonen dat de abonnee op basis van het al dan niet aanwezig zijn van huishoudelijke of bedrijfsactiviteiten tot de ene dan wel de andere groep behoort. De exploitanten kunnen zich hiervoor onder andere baseren op de indeling conform artikel 35quater, 35quinquies en 35septies van de wet van 26 maart 1971 en op de aanwezigheid van een onderneming.
§ 4. De tarieven van het vastrecht en de variabele prijs die van kracht zijn op het moment van het verbruik, worden toegepast op basis van de periode waarop de verbruiksfactuur of de eindfactuur betrekking heeft. De tarieven van de variabele prijs worden vastgelegd zoals bepaald in artikel 12bis van het decreet van 24 mei 2002 en in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2016 houdende tariefregulering van de integrale waterfactuur.
§ 5. Het aantal gedomicilieerde personen is het aantal gedomicilieerden van de wooneenheid op 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de verbruiksfactuur of eindfactuur wordt verstuurd of op de datum van verklaring van keuze van woonplaats bij het gemeentebestuur voor abonnees die aansluiten op het openbare waterdistributienetwerk na 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de verbruiksfactuur of eindfactuur wordt verstuurd.
Als de aansluiting van de abonnee op het openbare waterdistributienetwerk van een exploitant geen volledig jaar bestrijkt, worden zowel het vastrecht en de capaciteitsvergoeding als de schijfgrenzen van de variabele prijs pro rata temporis berekend.
Art. 14/2. § 1. Voor de abonnees, vermeld in artikel 16bis en de klanten, vermeld in artikel 16quater/1 van het decreet van 24 mei 2002, bestaan de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringscomponent, als die van toepassing zijn, conform artikel 16bis van het decreet van 24 mei 2002 uit een vastrecht en een variabele prijs.
§ 2. Het vastrecht, uitgedrukt in euro, wordt conform artikel 16ter van het decreet van 24 mei 2002 aangerekend. Het is een jaarlijks vast bedrag onafhankelijk van het waterverbruik van de klant en wordt verminderd met een jaarlijks vast bedrag per gedomicilieerde.
§ 3. De variabele prijs is afhankelijk van het waterverbruik van de abonnee.
Voor klanten waarvan het betreffende onroerend goed geen wooneenheden heeft, past de exploitant, conform artikel 16ter van het decreet van 24 mei 2002, een vlakke tariefstructuur met tarieven, uitgedrukt in euro per vervuilingseenheid, toe om de variabele prijs bepalen.
Voor klanten waarvan het betreffende onroerend goed één of meerdere wooneenheden heeft, past de exploitant, conform 16ter van het decreet van 24 mei 2002, een progressieve tariefstructuur toe met twee schijven om de variabele prijs te bepalen. De schijfgrens ligt op een verbruik van 30 mü per wooneenheid per jaar, vermeerderd met 30 mü per gedomicilieerde per wooneenheid per jaar. Het verbruik in de tweede schijf wordt aangerekend tegen het dubbel van het tarief van de eerste schijf, uitgedrukt in euro per vervuilingseenheid.
Van de indeling, vermeld in het tweede en het derde lid, kan afgeweken worden als de klant of de exploitant kan aantonen dat de klant op basis van het al dan niet aanwezig zijn van huishoudelijke of bedrijfsactiviteiten tot de ene dan wel de andere groep behoort. De exploitanten kunnen zich hiervoor onder meer baseren op de aanwezigheid van een onderneming.
§ 4. De tarieven van het vastrecht en de variabele prijs die van kracht zijn op het moment van het verbruik, worden toegepast op basis van de periode waarop de verbruiksfactuur of de eindfactuur betrekking heeft. De tarieven van de variabele prijs worden jaarlijks uiterlijk op 1 januari vastgelegd en zijn van toepassing tot en met 31 december van het jaar in kwestie.
§ 5. Het aantal gedomicilieerde personen is het aantal gedomicilieerden van de wooneenheid op 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de verbruiksfactuur of eindfactuur wordt verstuurd of op de datum van verklaring van keuze van woonplaats bij het gemeentebestuur voor abonnees die aansluiten op het openbare waterdistributienetwerk na 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de verbruiksfactuur of eindfactuur wordt verstuurd.
Als de aansluiting van de klant op het openbare waterdistributienetwerk van een exploitant geen volledig jaar bestrijkt, worden zowel het vastrecht als de schijfgrenzen van de variabele prijs van de bijdrage pro rata temporis berekend.
Art. 14/3. § 1. Op vraag van de exploitanten leveren de gemeenten bijstand aan de exploitant voor het bepalen van het aantal gedomicilieerden. In het bijzonder delen de gemeenten aan de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk mee hoeveel personen gedomicilieerd waren op 1 november van het vorige kalenderjaar in elk domicilie alsook op het ogenblik van elke verklaring van keuze van woonplaats bij het gemeentebestuur gedurende het afgelopen kalenderjaar.
De klanten geven aan de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk die hen water levert, uit eigen beweging of op zijn verzoek, of op verzoek van de gedomicilieerde personen de volgende inlichtingen:
1° de naam en geboortedatum van de gedomicilieerden;
2° het adres van hun verblijfplaats;
3° de naam en het adres van de abonnee;
4° de datum van het begin van het verblijf in de woonplaats van elk van hen.
5° het aantal wooneenheden.
De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk kan eisen dat de gegevens geattesteerd worden door de burgemeester van de gemeente waar ze aangesloten zijn op het openbare waterdistributienetwerk.
§ 2. De natuurlijke personen die op grond van internationale verdragen, overeenkomsten, protocollen of een andere wettelijke regeling in Vlaanderen verblijven, maar er zich niet kunnen of moeten domiciliëren, worden gelijkgesteld met de gedomicilieerde personen voor de berekening van de integrale waterfactuur. Om de gelijkstelling te kunnen genieten, moeten die personen een aanvraag indienen bij de toezichthoudende ambtenaar en daarvan een afschrift bezorgen aan de exploitant die hen water, bestemd voor menselijke consumptie, levert, en aan de klant in het geval, vermeld in artikel 14/4.
De aanvraag bevat:
1° de naam en geboortedatum van elke rechthebbende;
2° het adres van de verblijfplaats van elke rechthebbende;
3° de naam en het adres van de abonnee;
4° de naam en het adres van de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk die hen het water, bestemd voor menselijke consumptie, levert;
5° de datum van het begin van het verblijf op de woonplaats;
6° een verklaring op erewoord dat de betrokkene zich niet kan of moet domiciliëren in Vlaanderen met vermelding van de reden.
Deze aanvraag wordt tegelijkertijd voor alle rechthebbenden opgestuurd.
De toezichthoudende ambtenaar beslist binnen een termijn van zestig dagen over de aanvraag en deelt haar beslissing mee aan de betrokken exploitant en de aanvrager.
Art. 14/4. Als de klant instaat voor de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, aan personen in andere domicilies van een gebouw of gebouwencomplex, zorgt de klant voor de juiste verdeling van de integrale waterfactuur per wooneenheid.".
Art.19. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.20. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2013, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
" § 1. De klant ontvangt de integrale waterfactuur in de vorm van een verbruiksfactuur of een eindfactuur.
De verbruiksfacturen voor het waterverbruik worden opgemaakt volgens de periodiciteit, bepaald door de exploitant. Ze worden, behalve bij onvoorziene omstandigheden, minstens jaarlijks opgemaakt.
Zowel de algemene als de bijzondere vermeldingen op de verbruiksfactuur of eindfactuur moeten duidelijk en volledig zijn. De verbruiksfactuur of eindfactuur bevat voldoende details, zodat de klant het aangerekende bedrag kan verifiëren. De exploitant maakt op de verbruiksfactuur of eindfactuur duidelijk melding van de toegekende vrijstelling of het sociale tarief, als die van toepassing zijn. De exploitant hanteert de terminologie uit het decreet.
Op of bij de verbruiksfactuur en de eindfactuur met betrekking tot het waterverbruik moeten ten minste de volgende gegevens meegedeeld worden:
1° de naam van de klant;
2° het leveringsadres en, in geval van een private waterwinning, het adres van de private waterwinning;
3° de periode waarop de factuur betrekking heeft;
4° het vastgestelde verbruik in die periode;
5° het vastgestelde verbruik van het geleverde water in de vorige vergelijkbare verbruiksperiode;
6° het aantal in rekening gebrachte gedomicilieerde personen, als dat van toepassing is;
7° als dat van toepassing is, het vastgestelde of forfaitair bepaalde verbruik van water, afkomstig van een private waterwinning, in die periode;
8° de hoeveelheid water die aangerekend wordt;
9° het vastrecht met duidelijke vermelding van de berekening ervan per component van de integrale waterfactuur;
10° de variabele prijs met duidelijke vermelding van de berekening ervan per component van de integrale waterfactuur;
11° de andere vergoedingen die worden aangerekend;
12° het totale bedrag, dat bestaat uit de kostprijs van het verbruikte water, bestemd voor menselijke consumptie, de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsbijdrage en de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsvergoeding, als die van toepassing zijn;
13° de btw;
14° het al aangerekende bedrag via aanbetalingen of tussentijdse facturen;
15° de factuurdatum;
16° de uiterste betalingsdatum;
17° informatie over de gevolgen bij laattijdige betaling;
18° de frequentie van aanbetalingen voor de volgende verbruiksperiode, met vermelding van het te betalen bedrag;
19° de gegevens van het contactpunt waar de klant terechtkan als hij vragen heeft over de factuur;
20° een vermelding dat kencijfers over het waterverbruik kunnen worden opgevraagd bij de exploitant, inclusief de wijze waarop;
21° het aantal wooneenheden dat in rekening is gebracht, als dat van toepassing is;
22° de capaciteitsvergoeding, als dat van toepassing is.
De exploitant bezorgt op verzoek van de klant kosteloos een duplicaat van de factuur aan een derde partij die de klant aanwijst.
De exploitant bezorgt op verzoek van de klant kosteloos een meer gedetailleerd document ter verduidelijking van de verbruiksfactuur of eindfactuur. Een dergelijk document kan door de klant worden opgevraagd binnen een termijn van vierentwintig maanden vanaf de factuurdatum. Het document bevat minimaal informatie over de verschillende componenten. Voor de klanten, vermeld in artikel 16quater/2 van het decreet van 24 mei 2002, wordt minstens een gedetailleerde toelichting gegeven bij de berekeningswijze van de saneringscomponent en de bijbehorende relevante achtergrondinformatie.".
Art.21. In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het vierde lid worden punt 1° tot en met 3° vervangen door wat volgt:
"1° het gemiddelde jaarverbruik wordt per component aangerekend tegen het berekende variabele tarief dat van toepassing is;
2° als de klant geen onderneming is of als de klant een vereniging van mede-eigenaars is die het door de exploitant geleverde water hoofdzakelijk gebruikt om te voorzien in de huishoudelijk behoeften, wordt het abnormaal hoge verbruik als volgt aangerekend:
a) maximaal 50% van het berekende variabele tarief voor het abnormaal hoge verbruik tot en met 300 mü per wooneenheid;
b) maximaal 10% van het berekende variabele tarief voor het abnormaal hoge verbruik vanaf 300 mü per wooneenheid;
3° als de klant een onderneming of een vereniging van mede-eigenaars is die het door de exploitant geleverde water niet hoofdzakelijk gebruikt om te voorzien in de huishoudelijke behoeften, wordt het abnormaal hoge verbruik aangerekend tegen maximaal 50% van het berekende variabele tarief.";
2° tussen het vierde en het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Het berekende variabele tarief per component is de verhouding van de variabele prijs vermeld op de verbruiksfactuur of eindfactuur waarvoor de klant een verzoek tot minnelijke schikking indiende bij de exploitant en het verbruik waarop de verbruiksfactuur of eindfactuur betrekking heeft.".
Art.22. Artikel 27/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2013, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 27/2. Voor de huishoudelijke klant die voldoet aan een of meer van de voorwaarden, vermeld in artikel 16sexies, § 1, van het decreet van 24 mei 2002, past de exploitant een sociaal tarief toe op de drinkwatercomponent dat een vijfde bedraagt voor zowel het vastrecht als de variabele prijs, vermeld in het decreet van 24 mei 2002.
De verbruiker die met toepassing van artikel 16sexies, § 2 en § 3, van het decreet van 24 mei 2002, compensatiegerechtigd is, ontvangt van de exploitant een financiële compensatie voor zijn aandeel in de drinkwatercomponent. De voorwaarden en procedures, vermeld in artikel 16sexies, § 3, van het decreet van 24 mei 2002, gelden voor de toekenning en de verlening van die compensatie.
Het bedrag van de compensatie wordt als volgt bepaald: Cd = Ad + M x 30 mü x T1, waarbij:
1° Cd = de compensatie;
2° Ad = het vastrecht, vermeld in artikel 16quater/4 van het decreet van 24 mei 2002, vermenigvuldigd met 0,80;
3° M = het aantal gedomicilieerden van het gezin van de compensatiegerechtigde op 1 januari van het kalenderjaar op het domicilieadres van de compensatiegerechtigde;
4° T1 = het tarief, vermeld in artikel 14/1, § 3, van dit besluit, vermenigvuldigd met 0,80.
Voor de saneringscomponent zijn de vrijstellingen of compensaties, vermeld in het decreet van 24 mei 2002, van toepassing.".
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
Art.23.Elke exploitant dient uiterlijk 1 augustus 2016 een aanvraag voor goedkeuring van het tariefpad, onderbouwd door het tariefplan, conform de bepalingen van artikel 4 van dit besluit, in bij de [1 Vlaamse Nutsregulator]1 met het oog op de inwerkingtreding van het eerste tariefpad op 1 januari 2017.
Tot de tarieven, vastgelegd conform dit besluit, van toepassing zijn, past de exploitant voor de bepaling van de drinkwatercomponent tarieven toe die tot budgetneutraliteit ten opzichte van de inkomsten uit de drinkwatercomponent in het kalenderjaar 2015 leiden. De [1 Vlaamse Nutsregulator]1 bepaalt de nadere modaliteiten voor de invulling van budgetneutraliteit ten opzichte van het kalenderjaar 2015.
----------
(1)<BVR 2024-06-21/28, art. 97, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Art.23/1.[1 Als er op 31 december van een jaar geen definitief tariefpad is, met Td en maximumtarieven die eruit voortvloeien, en met bijbehorend tariefplan, voor het daaropvolgende jaar (= jaar x), past de exploitant vanaf 1 januari van dat volgende jaar x voorlopige tarieven toe die de tarieven van jaar x-1 zijn, tenzij de [2 Vlaamse Nutsregulator]2 andere voorlopige tarieven vaststelt. Die maatregel geldt totdat er een definitief tariefpad met definitieve Td en maximumtarieven die eruit voortvloeien, en met bijbehorend tariefplan vastligt. In dat definitieve tariefplan worden de afwijkingen ten gevolge van de voorlopige tarieven verrekend.
De exploitant bezorgt op eenvoudig verzoek van de [2 Vlaamse Nutsregulator]2 kosteloos alle beschikbare gegevens en inlichtingen die de [2 Vlaamse Nutsregulator]2 toelaten de voorlopige tarieven vast te stellen en de realisaties van de drinkwateractiviteit op te volgen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij BVR 2018-09-07/11, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(2)<BVR 2024-06-21/28, art. 98, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Art.24. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2016, behoudens de artikelen 1 tot en met 13 en 23 dewelke in werking treden op 9 januari 2016.
Art. 25. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.