Wetsontwerp Opzoeken in documenten en databanken
Documentdetails
đ Dossier 56-0420 (2 documenten)
đłïž Stemmingen
Betrokken partijen
Volledige tekst
21 oktober 2024 Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers
SAMENVATTING
De strijd tegen de mensenhandel is een absolute prioriteit. Wij willen daarbij inzetten op slachtofferdedectie in het bijzonder van kwetsbare profielen en minderjarigen. De volledige kosteloosheid van de juridische bijstand aan de slachtoffers van mensenhandel of bepaalde zwaardere vormen van mensensmokkel kan daarbij een belangrijk hulpmiddel zijn. Door een wijziging van het Gerechtelijk Wetboek beoogt dit wetsvoorstel dan ook de toekenning van kosteloze rechtsbijstand aan deze slachtoffers.
Dit zal immers tot gevolg hebben dat de slachtoffers beter beschermd worden en hun rechten beter kunnen afdwingen (onder andere door het instellen van een vordering tot schadeloosstelling). Dit zal leiden tot een toename van de aangiftebereidheid waardoor de slachtoffers van mensenhandel en mensensmokkel en hun uitbuiters beter op de radar komen. Daardoor kunnen de bijhorende criminele netwerken die instaan voor transport, rekrutering en uitbuiting desgevallend ook ontmanteld worden.
Op deze manier gaat de betere bescherming van slachtoffers van mensenhandel en mensensmokkel hand in hand met een opgedreven strijd tegen de uitbuiters. tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat het toekennen van kosteloze rechtsbijstand aan slachtoffers van mensenhandel of bepaalde zwaardere vormen van mensensmokkel betreft (ingediend door mevrouw Jinnih Beels) WETSVOORSTEL
TOELICHTING
Dames en Heren, Dit voorstel neemt de tekst over van het voorstel DOC 55 2568/001. De strijd tegen mensensmokkel is een absolute beleidsprioriteit. Het belooft dat de strijd tegen zowel mensenhandel als mensensmokkel opgevoerd zal worden onder andere door extra te investeren in slachtofferdetectie, met bijzondere aandacht voor kwetsbare profielen en minderjarigen. Het is in dit kader dat dit wetsvoorstel moet worden begrepen.
Het toekennen van kosteloze rechtsbijstand aan slachtoffers zal tot gevolg hebben dat: 1.âŻde slachtoffers beter worden beschermd en hun rechten beter kunnen afdwingen via onder andere een vordering tot schadeloosstelling; 2.âŻde slachtoffers beter op de radar komen en de strijd tegen mensenhandel en mensensmokkel kan worden opgevoerd. Om toegang te verkrijgen tot de bestaande bijzondere beschermingsprocedure voor slachtoffers van mensenhandel of mensensmokkel moeten deze slachtoffers cumulatief aan drie voorwaarden voldoen: ââŻzij moeten het contact verbreken met de vermoedelijke dader(s); ââŻzij moeten in een begeleidingstraject stappen bij een van de drie erkende gespecialiseerde centra voor de opvang van slachtoffers; ââŻzij moeten samenwerken met de gerechtelijke overheden (âŠ).1 De slachtoffers van mensensmokkel kunnen bovendien enkel beroep doen op het beschermingsstatuut indien er sprake is van een van de verzwarende omstandigheden als bedoeld in artikel 77quater, 1° tot 5°, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het Artikel M1, 1, 1.4, van de ministeriĂ«le omzendbrief van 23 december 2016 inzake de invoering van een multidisciplinaire samenwerking met betrekking tot de slachtoffers van mensenhandel en/of van bepaalde zwaardere vormen van mensensmokkel, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 maart 2017, 35.368 (hierna: âOmzendbrief van 23 december 2016â).
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (hierna âde Verblijfswetâ).2 Niet alleen vreemdelingen kunnen het slachtoffer worden van mensenhandel. Ook Belgen, zowel meerderjarigen als minderjarigen, kunnen het slachtoffer worden. Zo zijn ook de Belgische onderdanen die gekruteerd worden door âloverboys/tienerpooiersâ het slachtoffer van mensenhandel. Ook voor hen geldt dan ook de bijzondere beschermingsprocedure.3 Voor de Belgische slachtoffers geldt eveneens het basisprincipe dat het slachtoffer moet worden doorverwezen naar een erkend gespecialiseerd opvangcentrum voor verdere begeleiding.4 De juridische begeleiding in de opvangcentra gebeurt door maatschappelijk werkers of criminologen.
Zij geven de slachtoffers uitleg over hun rechten en de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de specifieke slachtofferprocedure. Zij helpen de slachtoffers om de feiten te onthullen en leggen hun rechten uit in het kader van de strafprocedure. Zij zien ook toe op de opvolging van het onderzoek, informeren de slachtoffers over de voortgang van het onderzoek en begeleiden hen tijdens de verhoren.
Dit alles kadert in de samenwerking en het overleg met de betrokken politiediensten, de sociale inspectiediensten en de magistraten volgens de ministeriĂ«le omzendbrief van 23 december 2016. Voor de slachtoffers is deze fase volledig kosteloos. De centra stellen, met het oog op het indienen van een verzoek tot schadeloosstelling, ook de bijstand van een advocaat voor. Artikel 508/13/1, §âŻ1, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals laatstelijk gewijzigd door de wet van 31 juli 2020, bepaalt welke personen over ontoereikende bestaansmiddelen beschikken en de volledige kosteloosheid van de juridische bijstand genieten.
Paragraaf 2 van artikel 508/13/1 somt een aantal categorieën van personen op die, behoudens tegenbewijs, worden beschouwd als personen wiens bestaansmiddelen onvoldoende zijn. Paragraaf 4 tot slot voorziet in de volledige kosteloosheid voor minderjarigen. Dit wetsvoorstel beoogt ook voor de slachtoffers van mensenhandel en/of van bepaalde zwaardere vormen van mensensmokkel de volledige kosteloosheid van de juridische bijstand in te voeren.
Deze personen Zie de artikelen 61/2 tot 61/5 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 31 december 1980. Artikel M2, 2, van de ministeriële omzendbrief van 23 december 2016. Artikel M5, 5, 5.1, laatste lid, van de ministeriële omzendbrief van 23 december 2016.
zullen vaak reeds in aanmerking komen voor volledige of gedeeltelijke kosteloze juridische bijstand ingevolge ontoereikende bestaansmiddelen of ingevolge hun jeugdige leeftijd. Andere slachtoffers grijpen evenwel naast deze volledige of gedeeltelijke kosteloze juridische bijstand. Zij hebben er nochtans vaak alles aan gedaan om los te komen van het crimineel milieu. Zij hebben bovendien dikwijls meegewerkt met de gerechtelijke autoriteiten om de uitbuiter te stoppen en het eventuele achterliggende netwerk op te rollen.
Om zich burgerlijke partij te stellen in een strafprocedure moeten de slachtoffers van mensenhandel enorme drempels overwinnen. De slachtoffers van seksuele, maar soms ook van economische uitbuiting hebben immers angst voor represailles omdat de daders afkomstig kunnen zijn uit dezelfde regio in hun vaderland. De slachtoffers willen hun familie in het thuisland niet in gevaar brengen. In landen zoals Nigeria en Thailand bijvoorbeeld zijn er nauwelijks of geen beschermingsmaatregelen.5 De slachtoffers zijn bovendien vaak niet geĂŻnteresseerd in een burgerlijkepartijstelling omdat ze emotioneel zo snel mogelijk afstand willen nemen van de traumatische gebeurtenissen.6 Bovendien bestaat de vrees dat de mensenhandelaar sowieso niet meer solvabel zal zijn om de schadevergoeding te betalen.
De ervaring leert immers dat de mensenhandelaars hun onvermogendheid heel dikwijls organiseren (bijvoorbeeld door hun vermogen naar het buitenland te versluizen) waardoor een effectieve vergoeding vaak onmogelijk wordt. Daarbij komt ook de vrees voor een lange procedure, waardoor het proces pas vele jaren later plaatsvindt. Op dat ogenblik zijn de beklaagden vaak uit voorhechtenis waardoor de slachtoffers zich nog meer bedreigd voelen.
Het spreekt voor zich dat in dergelijke omstandigheden bijkomende struikelblokken zo veel mogelijk moeten worden weggenomen. In de feiten stellen wij vast dat het financiële aspect wel degelijk zo een bijkomende struikelblok vormt, zéker gezien de mogelijke insolvabiliteit van de uitbuiter. De slachtoffers die ondanks alle genoemde omstandigheden toch overwegen om zich burgerlijke partij te stellen, haken mede door de kostprijs van de procedure af.
Myria, jaarverslag 2019, âSlagkracht voor slachtoffersâ, p.âŻ46. Myria, jaarverslag 2019, âSlagkracht voor slachtoffersâ, p.âŻ47.
De slachtoffers die bijvoorbeeld een job hebben gevonden, kunnen geen beroep meer doen op de kosteloze rechtsbijstand. Van de slachtoffers van mensenhandel of mensensmokkel die door de erkende centra worden begeleid, wordt nochtans een actieve houding gevraagd met betrekking tot hun (re-)integratie. Daarbij wordt ingezet op hun tewerkstelling. Hun loon ligt dan ook vaak net boven de inkomensgrens voor kosteloze tweedelijnsbijstand.
De slachtoffers die in begeleiding zijn en hun leven terug zelf in handen willen nemen, verliezen onder meer door te werken het recht op kosteloze rechtsbijstand. Dat dit niet bijdraagt tot de aantrekkelijkheid van het statuut âslachtoffer mensenhandelâ en bijgevolg op langere termijn ook niet tot meer aangiftebereidheid leidt, mag duidelijk zijn. Hetzelfde geldt voor de slachtoffers van zogenaamde loverboys/tienerpooiers.
Het betreft hierbij slachtoffers uit EU-landen (bijvoorbeeld Roemenië, Bulgarije en Hongarije) en de Balkanlanden (bijvoorbeeld Albanië), maar evenzeer slachtoffers met de Belgische nationaliteit. De minderjarige slachtoffers worden via verleidingstechnieken gerekruteerd door een tienerpooier/ loverboy om vervolgens seksueel te worden uitgebuit. De detectie van deze minderjarige meisjes of jongens gebeurt vaak als zij 16 à 17 jaar oud zijn.
Als minderjarige hebben ze recht op kosteloze rechtsbijstand. De strafonderzoeken naar mensenhandel zijn evenwel vaak complex en uitgebreid. Op het ogenblik van de zitting voor de (correctionele) rechtbank zijn de slachtoffers in vele gevallen reeds meerderjarig. Om de minderjarige slachtoffers van tienerpooiers/loverboys in de slachtofferprocedure te krijgen en uit hun toxische milieu los te rukken, zijn enorme inspanningen nodig.
De meisjes worden emotioneel afhankelijk gemaakt van de loverboys/tienerpooiers. Het gebeurt vaak dat de meisjes beweren dat ze geen slachtoffer zijn en niet willen dat hun âvriendjeâ in de gevangenis belandt. De meisjes worden bovendien vaak gedrogeerd om hen drugsafhankelijk te maken. Het spreekt voor zich dat elke kans moet gegrepen worden om aan dergelijke uitbuitingen een einde te maken. De extra drempel voor de slachtoffers â door de financiĂ«le en/of administratieve implicaties van het beroep op rechtsbijstand later in de procedure op het ogenblik van hun meerderjarigheid â is dan ook bijzonder contraproductief.
In verschillende dossiers stellen wij bovendien een manipulatie vast waarbij de uitbuiter â onder het mom van een hulpaanbod â probeert om de advocaat van
het slachtoffer aan te stellen om zo zijn eigen belangen veilig te stellen.7 De snelle aanstelling van een advocaat â meteen na het afleggen van de verklaringen â kan dit soort van wantoestanden voorkomen. De schadevergoeding (onder andere ter compensatie van het achterstallig loon) kan het slachtoffer ook in staat stellen een nieuw leven uit te bouwen of kan het slachtoffer daartoe minstens een duwtje in de rug geven.
Op die manier kan het slachtoffer ook uit de vicieuze cirkel van uitbuiting stappen en vermindert de schadevergoeding meteen de kans om opnieuw het slachtoffer van mensenhandel te worden. In bepaalde gevallen zal de compensatie er ook toe leiden dat men kan terugkeren naar het herkomstland. De familieleden, die bepaalde investeringen hebben gedaan voor het vertrek, durft men dan immers zonder gezichtsverlies terug onder ogen te komen.
Het slachtoffer dat zich burgerlijke partij heeft gesteld, kan uiteraard ook inzage krijgen in het dossier en bijkomende onderzoekshandelingen vragen, zodat bepaalde dossiers weer in beweging kunnen worden gebracht of vervolledigd kunnen worden. Het afsluiten van een rechtsbijstandsverzekering op het moment van de begeleiding door een gespecialiseerd centrum is uiteraard geen nuttige optie. De feiten hebben zich immers voor de start van de begeleiding afgespeeld waardoor men daarvoor geen beroep meer kan doen op de rechtsbijstandsverzekering.
Om al de bovengenoemde redenen stellen wij voor om de slachtoffers van mensenhandel of van zware vormen van mensensmokkel toe te voegen aan de categorieën van personen die de volledige kosteloosheid van de juridische bijstand genieten. Door de drempel voor de burgerlijkepartijstelling in een strafprocedure inzake mensenhandel en zware vormen van mensensmokkel te verlagen, verhogen we meteen de kans op een procedure waarbij het slachtoffer al zijn rechten kan laten gelden.
We verhogen daarmee ook de kans op een schadeloosstelling. De beschermingsprocedure voor slachtoffers van mensenhandel of zware vormen van mensensmokkel wordt aldus structureel aantrekkelijker voor andere slachtoffers van mensenhandel waardoor de aangiftebereidheid zal toenemen. We stellen nu reeds vast dat de succesvolle begeleiding door de gespecialiseerde centra ook de aangiftebereidheid van andere slachtoffers verhoogt.
De kosteloosheid Myria, jaarverslag mensenhandel en mensensmokkel 2019, âSlagkracht voor slachtoffersâ, p.âŻ42. / Myria, jaarverslag Mensenhandel en mensensmokkel 2018, âMinderjarig in hoogste noodâ, p.âŻ81.
van de juridische bijstand â met de mogelijke materiĂ«le en morele schadevergoeding tot gevolg â kan hier een bijkomend element zijn. Mensenhandel is een misdrijf dat zich veelal onder de radar, in het verborgene, afspeelt. De inspectiediensten, politiediensten en andere diensten moeten immense inspanningen leveren om dit fenomeen aan de oppervlakte te brengen. Door slachtoffers een beter perspectief te bieden op een goede afloop van de strafprocedure beoogt dit wetsvoorstel er mee voor te zorgen dat slachtoffers van mensenhandel meer dan vandaag bereid zijn getuigenissen en verklaringen af te leggen tegen de uitbuiters.
Zo krijgen we de uitbuitingssituaties op de radar en kunnen de bijhorende criminele netwerken die instaan voor transport, rekrutering en uitbuiting ontmanteld worden. Op deze manier gaat de betere bescherming van slachtoffers van mensenhandel en zware vormen van strijd tegen de uitbuiters. Een efficiĂ«nte en menselijke combinatie van âhoofdâ en âhartâ. Er moet dan ook een bijkomende categorie van kosteloze rechtsbijstand worden voorzien voor zover: 1) er sprake is van een slachtoffer dan zijn medewerking verleent aan een gerechtelijk onderzoek tegen de dader(s) van mensenhandel en/of bepaalde zwaardere vormen van mensensmokkel in het kader van de bijzondere beschermingsprocedure; 2) de bijzondere beschermingsprocedure niet werd beĂ«indigd en/of de begeleiding door een erkend gespecialiseerd opvangcentrum niet werd stopgezet.
Dit betekent dat wanneer aan de beschermingsprocedure of de begeleiding van een persoon een einde wordt gesteld er ook aan de volledige kosteloosheid van de juridische bijstand een einde komt, behoudens wanneer deze persoon aan de andere voorwaarden voldoet, zoals bepaald in artikel 508/13/1 van het Gerechtelijke Wetboek voor de volledige kosteloosheid of artikel 508/13/2 van hetzelfde wetboek voor wat de gedeeltelijke kosteloosheid betreft.
Aangezien de erkende gespecialiseerde centra, naast de administratieve bijstand, de opvang en de
psychosociale en medische hulp8, instaan voor de juridische bijstand zijn zij het best op de hoogte van de stand van zaken van de bijzondere beschermingsprocedure. Het is dan ook aangewezen om deze centra bevoegd te maken voor het opstellen van een verklaring waaruit het beschermingsstatuut van het slachtoffer blijkt. Zij staven aldus de aanvraag tot volledige kosteloze rechtsbijstand. Zij moeten het bureau voor juridische bijstand ook op de hoogte te brengen indien er een einde wordt gesteld aan de bijzondere beschermingsprocedure of begeleiding.
Jinnih Beels (Vooruit) Artikel M4, 4, van de ministeriële omzendbrief van 23 december
ArtikelâŻ1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art.âŻ2 Artikel 508/13/1 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij wet van 31 juli 2020, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende: â§âŻ5. De slachtoffers van mensenhandel als bedoeld in artikel 433quinquies van het Strafwetboek en de slachtoffers van mensensmokkel als bedoeld in artikel 77bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, in de omstandigheden als bedoeld in artikel 77quater, 1° tot 5°, van dezelfde wet, genieten de volledige kosteloosheid van de juridische bijstand met het oog op de burgerlijkepartijstelling in een strafprocedure.
De slachtoffers, zoals bedoeld in het eerste lid, leggen daartoe verklaring van een erkend gespecialiseerd opvangcentrum voor aan het bureau voor juridische bijstand. Indien de bijzondere beschermingsprocedure of de begeleiding door een erkend gespecialiseerd opvangcentrum wordt beĂ«indigd, maakt dit centrum daarvan onverwijld melding aan het bureau voor juridische bijstand.â 9 oktober 2024