Amendement betreffende de toestand in Libanon Verslag namens de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen uitgebracht door de heren Samuel Cogolati en Michel De Maegd Procedure. 3 1. Inleidende uiteenzetting door de hoofdindiener van het voorstel van resolutie 3 il. Hoorzitting van 22 november 2022 6 Iv. Hoorziting van 29 november 2022 in het Europees Parlement a V. Algemene bespreking aa Vi. Bespreking van en stemmingen over de consideransen
Documentdetails
📁 Dossier 55-2350 (6 documenten)
🗳️ Stemmingen Aangenomen
Betrokken partijen
Sprekers (7)
Stemdetail (28 stemmingen)
Volledige tekst
betreffende de toestand in Libanon Verslag namens de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen uitgebracht door de heren Samuel Cogolati en Michel De Maegd Procedure. 3 1. Inleidende uiteenzetting door de hoofdindiener van het voorstel van resolutie 3 il. Hoorzitting van 22 november 2022 6 Iv. Hoorziting van 29 november 2022 in het Europees Parlement a
V. Algemene bespreking aa
Vi. Bespreking van en stemmingen over de consideransen ‘en het verzoekend gedeelte 46 zie cos: Vaorztevan resolu van de heer Ben Achou mesrauw Reynaert en de heren Flahaut Lacroi on Laaouel Goa: Amendementen zieook: Gos: Tek aangenomen doer de commisie TER VERVANGING VAN HET VROEGER RONDGEDEELDE STUK pocss 2350/003 an eed di da zr ene rs rearange Ak lee el nld pozo Bt hili an arie rm dra Wen Sar EER eosscooo0 Serena nen ng nend | WEE vari a ai egen eee) Dawes en Heren,
1 - PROCEDURE
Uw commissie heeft dit voorstel van resolutie besproken tijdens haar vergaderingen van 8 juni 2022, 9 november 2022, 16 november 2022, 22 november 2022 en 18 januari 2029. Tijdens haar vergadering van 9 november 2022 heeft uw commissie beslist om overeenkomstig artikel 28 van het Reglement hoorzittingen te organiseren. Die hoorzittingen hebben op 22 november 2022 plaatsgevonden. Voorts heeft de subcommissie Mensenrechten van het Europees Parlement de commissie uitgenodigd om op 29 november 2022 deel te nemen aan een hoorzitting over de situatie in Libanon, die inzonderheid over de strijd tegen corruptie ging. Il. - INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE HOOFDINDIENER VAN HET VOORSTEL VAN RESOLUTIE De heer Malik Ben Achour (PS), de hoofdindiener van het voorstel van resolutie, geeft aan wat de doelstelling van het voorstel van resolutie is en onderstreept daarbij dat de parlementsverkiezingen van 15 mei 2022 in Libanon slechts weinig veranderingen in de politieke machtsverhoudingen in Libanon hebben teweeggebracht. De op 17 oktober 2019 ontstane burgerprotestbeweging is erin geslaagd tot het Libanese parlement door te dringen en is er met dertien onafhankelijke verkozenen vertegenwoordigd. Er lijkt tot nog toe evenwel weinig eenheid en samenhang te bespeuren in waar die nieuwe parlementsleden op beleidsvlak voor staan; ze werden dan ook vanop verschillende lijsten verkozen. De tradi tionele partijen hebben min of meer standgehouden en er tekent zich geen duidelijke meerderheid af. Met een meerderheid van 65 stemmen (op een totaal van 128) werd de heer Nabih Berri, die het Libanese parlement sinds het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw voorzit, opnieuw tot voorzitter verkozen. Het lid herinnert eraan dat het om de eerste parlementsverkiezingen gaat sinds de hevige explosie van 4 augustus 2020 in de haven van Beiroet, die meer dan tweehonderd dodelijke slachtoffers heeft gemaakt en volledige wijken in de hoofdstad heeft verwoest. De heer Ben Achour beklemtoont eveneens dat het Libanese gerecht de bocss 2350/003 verantwoordelijken van die ramp nog steeds niet heeft berecht. Meer nog, sommigen van de verdachten jegens wie de met het onderzoek belaste rechter Tarek Bittar een bevel tot medebrenging heeft uitgesproken, zijn in het nieuwsamengestelde parlement herverkozen. Die verkiezingen hebben plaatsgevonden tegen dezelfde achtergrond als die waarin Libanon al sedert 2019 vastzit. Het land kent sedertdien een sociaal economische crisis die de Wereldbank wereldwijd als de ergste crisis sinds 1850 bestempelt en die het gevolg is, van decennia van wanbeheer, van corruptie en van de machtsgreep van een politiek-financiële kaste die zich tientallen jaren lang ten koste van het Libanese volk en van de Libanese spaarders heeft verrijkt. Volgens de heer Ben Achour heeft Libanon van corruptie een systeem gemaakt. De Franse president Emmanuel Macron en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de heer António Guterres, hebben het ‘onomwonden grootschalige ponzifraude genoemd. De verwevenheid van een deel van de Libanese politieke klasse met de economisch-financiële kringen, en vooral de daaruit voortvloeiende belangenvermenging, heeft de ondergang van het hele land veroorzaakt en heeft vrijwel de gehele bevolking in armoede gestort. Die belangenverstrengeling werd ook door de speciale VNrapporteur voor extreme armoede en mensenrechten, professor Olivier De Schutter, aan de kaak gesteld. In zijn recentste verslag over Libanon wijst hij erop dat bijna de helft van de aandeelhouders van de Libanese banken politiek prominente personen (PPP's) zijn. In bijna twee jaar tijd heeft de nationale munt meer dan 90 % van haar waarde op de zwarte markt verloren en is de werkloosheidsgraad bijna verdrievoudigd. De VN stelt dat ongeveer 80 % van de bevolking voort aan onder de armoedegrens leeft. De architecten van dit corruptiesysteem zijn nog steeds aan de macht, ondanks het protest van het Libanese volk, ondanks de ontploffing in de haven van Beiroet, ondanks alles. Het zijn overigens diezelfde architecten die thans met het IMF onderhandelen over de broodnodige hulp voor Libanon. De architecten van dat systeem blijven hun gang gaan omdat ze worden beschermd door regeringen die er politiek belang bij hebben hen te beschermen, maar die elders en in andere omstandigheden doen uitschijnen dat ze de ambitie hebben de corruptie te bestrijden. De jongste weken waren er opnieuw tal van wendingen in de lopende onderzoeken inzake financiële criminal teit tegen meerdere hoge Libanese vooraanstaanden. In de allereerste plaats wordt veel aandacht besteed aan de rol van de gouverneur van de centrale bank van Libanon, de heer Riad Salameh. In Libanon werd hem op 21 maart 2022 ongeoorloofde verrijking ten laste gelegd. In het buitenland heeft Eurojust, het EUagentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken, op 28 maart 2022 aangekondigd dat Frankrijk, Duitsland en Luxemburg ten belope van 120 miljoen euro aan tegoeden in beslag hadden genomen als onderdeel van een onderzoek naar vijf personen die ervan verdacht worden in Libanon overheidsmiddelen te hebben verduisterd. Hoewel Eurojust niet heeft bekendgemaakt om wie het gaat, hebben verschilende media namen genoemd, met de gouverneur van de centrale bank van Libanon en sommige van zijn getrouwen als hoofdverdachten. Inzake België heeft Eurojust bekendgemaakt dat één van de in beslag genomen goederen een gebouw te Brussel is met een waarde van (minstens) 7 miljoen euro, dat zou zijn aangekocht met offshorekapitaal. De Belgische krant La Libre Belgique heeft onlangs ook onthuld dat een door de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) gevoerd onderzoek ernstige aanwijzingen voor het witwassen van geld uit corruptie en/of verduistering door een persoon met een openbare functie had vastgesteld. De heer Ben Achour vindt dat corruptiebestrijding, zoals de democratie trouwens, niet gepaard kan gaan met dubbele standaarden, daar zij de geloofwaardigheid ervan ondergraven. Hij verwijst ook naar het feit dat mevrouw Ghada Aoun, de procureur-generaal die het onderzoek naar de gouverneur van de centrale bank van Libanon leidt, onlangs voor de Tuchtraad is moeten verschijnen, krachtens een twee weken eerder door de gerechtelijke inspectie uitgevaardigd besluit. De spreker is van oordeel dat zulks veel zegt over de onafhankelijk heid van het gerecht in Libanon. Voorts gaat Libanon ook niet in op de Europese verzoeken tot gerechtelijke samenwerking. Meerdere media melden zelfs gevallen van gerechtelijke en politieke belemmeringen, zoals de vermeende tussenkomst van de huidige premier, de heer Najib Mikati, om het onderzoek van rechter Jean ‘Tannous in het raam van die Europese verzoeken tot wederzijdse rechtshulp stop te zetten De heer Ben Achour blijft ervan overtuigd dat corruptie bestrijding een absolute doelstelling is waarvoor wetten, regels en sancties nodig zijn, maar die ook samenhang, standvastigheid en geloofwaardigheid vereist. Bovenal is een rechterlijke macht nodig die volledig onafhankelijk is van elke politieke inmenging en die in staat is, ‘om de veroorzakers van de financiële en economische ramp die de Libanese bevolking moet ondergaan, te berechten. In dat verband mogen ook de grote risico's die zulks voor de hele regio met zich brengt niet worden veronachtzaamd. Libanon is te lang het speelterrein, ‘om niet te zeggen het slagveld, van de regionale mogendheden geweest. Libanon is het Midden-Oosten in het klein, waar de regionale agenda's elkaar kruisen en met elkaar botsen. Het lid bevestigt andermaal dat hij dit voorstel van resolutie vanuit dat oogpunt indient, en dat hij ook vanuit dat oogpunt verzoekt om hoorzittingen te houden om een volledig beeld te krijgen van die situatie en te onderzoeken hoe België een nuttige bijdrage kan leveren tot het wegwerken van de problemen waar de Libanese bevolking thans mee kampt.
III. - HOORZITTING VAN 22 NOVEMBER 2022
A. Inleidende uiteenzettingen 1. Uiteenzetting van mevrouw Jihane Sfeir, docente‘onderzoekster aan de ULB Mevrouw Jihane Sfeir, docente-onderzoekster aan de ULB, wijst er vooreerst op dat het toeval wil dat deze hoorzitting wordt georganiseerd op de nationale feestdag van Libanon. Libanon verkeert in crisis. De verdwijning van een land? Mevrouw Sfeir herinnert eraan dat Libanon in augustus 2020 zijn honderdjarig bestaan in mineur heeft gevierd. De president van de republiek, Michel Aoun, die bij een groot deel van de bevolking zijn krediet verloren heeft, verklaarde toen in een toespraak aan de Libanezen het volgende: “Bien que ce premier centenaire ait connu des périodes de prospérité et de renaissance économique, culturelle et institutionnelle, il fut cependant chargé de difficultés, de crises et de guerres. (…) Aujourd'hui, le Die toespraak weerspiegelt de erkenning van de ‘onmacht van het staatshoofd ten aanzien van de diepe politieke crisis en schetst een bittere balans van een honderdjarig bestaan dat wordt gekenmerkt door conflicten. ‘Om de oorzaken ervan te begrijpen, zal de spreekster eerst toelichting geven bij de politieke crisis die vandaag © _ Mevrouw Jhane Ster verwijst voor meer details naar haar bijdrage Le Liban en crise: 'effacement d'un pays, gepubliceerd in het tjdschrit Moyen-Orient, oktober december 2022 *_Toespraak van president Michel Aoun ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Groot Libanon op 30 augustus 2020 tpszltrloguenews.comidiscours-de-son-excollence-le-president “de-a-republque-lbanalse-le-generatmichel-aoun-a-loccaslan “du-centenaire-du-grand-iban-e-30-aout-2020 in Libanon woedt en daarbij ingaan op de historische wortels ervan, alsook op drie belangrijke gebeurtenissen: de revolutie van oktober 2019, de explosie in de haven van Beiroet in 2020 en de parlementsverkiezingen in 2022. De wortels van de crisis Libanon werd in 1920 gesticht door de Volkenbond op de ruïnes van het Ottomaanse rijk. Het is een consensusdemocratie met een confessioneel regime. Lange tijd werd dit politieke systeem gezien als een model voor samenleven, althans zolang de demografische balans - gebaseerd op de volkstelling die in 1932 door de mandaatmogendheden werd uitgevoerd - standhield. Bij de afloop van het Franse mandaat in 1943 werd de grondwet die in 1926 was opgesteld door de Franse overheden gehandhaafd en beloofden de nieuwe vaders van de onafhankelijkheid, de Maronitische president Béchara elKhoury en de Soennitische eerste minister Riad el-Solh, elkaar mondeling die formule te behouden. Hetzelfde jaar zette het Pacte National van 1943 de bakens uit voor een onafhankelijk Libanon, met een verdeling van de macht en van de politieke en de administratieve functies, op basis van de religieuze overtuigingen. Dat akkoord, dat bij de geboorte van de onafhankelijke Libanese republiek werd bezegeld, garandeert het behoud van het persoonlijke recht van de gemeenschappen, het beheer van de bevoegdheden op grond van religieuze banden en de verbondenheid van Libanon met, enerzijds, zijn Arabische omgeving en, anderzijds, zijn verleden, dat het land met het Westen - met name met Frankrijk - verbindt. Zoals echter de Libanese politicus Georges Naccache aangaf: “Deux négations ne font pas une nation” Het duurde immers niet lang alvorens Libanon verzandde in communautaire verdeeldheid, die in 1975 uitmondde in een burgeroorlog. De in 1989 ondertekende akkoorden van Tait luidden het einde van de oorlog in. Hoewel ze worden geacht het politieke leven te hertekenen, stoppen ze het confessionalisme simpelweg in een nieuw kleedje. De oorlog mag dan wel officieel zijn beëindigd in 1989, hij bft nog steeds duidelijk voelbaar door de verdeling van het land in twee regeringen: de regering van legergeneraal Michel Aoun, president ad interim benoemd door Amin Gemayel voor het einde van diens mandaat, en de regering van eerste minister Salim al-Hoss, ondertekenaar van de akkoorden van Taif met nauwe contacten met de Syriërs. Michel Aoun start hetzelfde jaar een oorlog onder de noemer Libération nationale, tegen de ‘aanwezigheid van het Syrische leger; hij valt daarbij de Christelijke milities Forces Libanaises aan. Wanneer hij in oktober 1990 wordt verslagen, legt hij de wapens neer »_Georges Naccache Deux négations ne font pas une nation! Lorient 1949, tpm lebanonrenaissance orgiassetslUploads /11-Deux-Negations-Ne-Font-Pas-Uno-Nation-by-Georges “Naccacho-1949 pd en gaat hij in Frankrijk in ballingschap. Voor Libanon breekt vanaf dan de Pax Syriana aan, waarin de Assaddynastie het Libanese politieke spel leidt en waarin voormalige miltieleiders integreren in het democratische leven. De krijgsheren bezetten sleutelposities binnen de of voorzitter van het Parlement, zoals Nabih Berri. Ze verdelen de macht zoals ze dat deden in oorlogstijd, waarbij ze elk hun territorium afbakenen, elk met hun eigen thuisbasis, invloedssfeer en privileges. Mevrouw Sfeir stelt dat de naoorlogse periode ook wordt gekenmerkt door de wederopbouw, met het aantreden van eerste minister Rafic Hariri - dé machtige man van de Saoedì's. Zodra hij aan het hoofd komt van de regering, kiest hij voor een neoliberaal beleid, waarbij hij er niet voor terugdeinst de binnenstad van Beiroet te privatiseren om aldus de Société Libanaise pour le développement et la reconstruction (SOLIDERE) op te richten. In 1993 benoemt hij de zeer omstreden Riad Salamó tot gouverneur van de Centrale Bank“ Aangezien de drukkende - mitaire en politieke - aanwezigheid van Syrië in Libanon en de groeiende gewapende macht van Hezbollah Hariri in de weg staan, kant hij zich met hulp van de Amerikanen tegen de herverkiezing van president Émile Lahoud, die de Syrische inmengingspolitiek in Libanon steunt. Om een escalatie van geweld in de regio te voorkomen, stelt Frankrijk middels een initiatief van Jacques Chirac, een jarenlange vriend van Hariri, resolutie 1559 voor, die op 2 september 2004 wordt aangenomen door de Veiligheidsraad van de VN. De tekst voorziet in de terugtrekking van buitenlandse troepen, de ontwapening van de milties en de organisatie van presidentsverkiezingen zonder enige inmenging. De goedkeuring van die resolutie zal op 14 februari 2005 het leven kosten aan de Libanese eerste minister en zal de Syrische troepen verplichten het Libanese grondgebied te verlaten, in de nasleep van de grote betoging van 14 maart 2005 en de ontketening van de Cederrevolutie die volgde op de moord op de eerste minister. Vanaf dan zijn de Libanese politieke facties verdeeld in twee kampen: de pro-Syrische 8-maart-beweging, geleid door Hezbollah, en de anti-Syrische 14-maart-coalitie, geleid door de Courant du Futur van Hariri en zijn bondgenoten. Het politieke landschap is gepolariseerd: die verdeling zal geleidelijk aan het functioneren van de Libanese Staat beïnvloeden en gevolgen hebben voor de goede werking van de consensusdemocratie. Het Libanese lappendeken is niet langer hecht genoeg om de eenheid te bewaren en de samenlevingsbevorderende factoren gaan teloor. Het vertrek van de Syrische strijdkrachten leidt tot het einde van de Assadgezinde regering en tot een golf van aanslagen, voornamelijk gericht tegen anti-Syrische *__ Renoud Leenders, Spois of Twee, Coruption and Stato-Building in Postwar Lobanar, haca, Cool University Press, 2012. Kam ie ZITTING VAN DE Sie ZITTINGSPERIODE prominenten.” Israël maakt in juli 2006 gebruik van de kwetsbare veiligheidssituatie om Libanon aan te vallen, maar Hezbollah versterkt zijn positie ten opzichte van de Joodse Staat Het jaar daarop wordt getekend door een maandlang conflict tussen het Libanese leger en de jihadistische groepering Fath al-Islam in het kamp van Nahr-el-Bared. In mei 2008 balanceert het land op de rand van een burgeroorlog door gewapende schermutselingen tussen Hezbollah en de soennieten in de Libanese hoofdstad. Al die gebeurtenissen zorgen er mee voor dat de kloof tussen de aanhangers van “8 maart” en die van “14 maart” groter wordt, en verhinderen dat de consensusdemocratie haar beslag krijgt. Tussen november 2007 (het einde van het mandaat van president Emile Lahoud) ‘en mei 2008 bevindt het land zich in een politieke impasse, dat wil zeggen: zonder president. Een en ander luidt een lange periode in van institutionele verzanding en van plunderingen van de rijkdommen door politici van alle gezindten. Mevrouw Steir geeft aan dat de politici functies en geld onder elkaar verdelen. De Libanese democratie ontbeert democraten en er wordt absoluut geen werk gemaakt van de opbouw van een gezonde Staat. Een hoopvol intermezzo: de revolutie van Op 13 oktober 2019 staat Libanon in brand. Twee bosbranden leggen de regio's van Chouf en Khroub in de as. De Libanese civiele bescherming heeft onvoldoende middelen om de branden te bestrijden; de Libanese Staat doet derhalve een beroep op Cypriotische, Jordaanse, Griekse en Turkse hulp. De regering van Saad el Hariri wordt beschuldigd van incompetentie en corruptie. Enkele dagen later komt de hoofdstad in opstand tegen de machthebbers en hun vertegenwoordigers, naar aanleiding van de aankondiging van plannen voor bijkomende taksen op Whatsapp-oproepen. Die revolutie barst los op 17 oktober 2019. Duizenden Libanezen komen op straat om hun woede te uiten over het corrupte bestel en de kleptocratische leidende klasse. Van bij het begin van de betogingen wordt met de slogan “Allen betekent allen” (Kellon ya'ni kellon) opgeroepen tot het vertrek van alle leiders van alle politieke strekkingen en godsdienstige gezindten. De betogers beschuldigen hen ervan de instellingen van het land ten gronde te hebben gericht: het onderwijs en de volksgezondheid zijn blut, er is een *_Onder hen onder meer: Samir Kassir, journalist en universitetsmedowerker. vermoord op 2 juni 2005; Gébran ‘Tuêni, journalist en volksvertegenwoordiger, vermoord ‘op 12 decomber 2005; Pierre Gemayel, vlksverteganwoordiger ‘en minister, vermoord op 21 november 2007; generaal Francois el-Hajj, vermoord op 12 december 2007. chronisch tekort aan elektriciteit en aan drinkwater, de werkloosheid neemt toe en het bankensysteem heeft de devaluatie van het Libanese pond en de verarming van de Libanezen in de hand gewerkt. De kritiek op de leidende klasse gaat gepaard met de verwerping van het godsdienstgebaseerde bestel en met de eis om de instellingen te hervormen. Mevrouw Sfeir herinnert zich dat overal in Libanon, zowel in het Noorden als in het Zuiden, liederen werden gezongen tégen de opdeling van de bevolking in gemeenschappen en vóór een gemeenschappelijke nationale identiteit. Tijdens die revolutie ijverden voorts de vrouwen voor verandering van het patriarchale bestel, waarbij zij in het bijzonder dezelfde rechten als de mannen eisten, alsook het recht om de Libanese nationaliteit door te geven via de moeder. De Libanese vrouwen liepen voorop in de betogingen en protesteerden tegen het systeem van de religieuze rechtbanken dat ongelijkheid teweegbrengt inzake erfenissen, huwelijk en vooral scheiding en hoederecht over de kinderen; zij eisten tevens de instelling van het burgerlijk huwelijk. Vanaf november 2019 worden echter intimidatie-operaties gelanceerd met chabinha®, met andere woorden handlangers van de machthebbers die terreur zaaien en de revolutie trachten te doen mislukken. Die mannen in burger infiltreren de betogingen, met als doel keet te schoppen door de betogers aan te vallen en de op de openbare pleinen opgerichte tenten in brand te steken. De vreedzame betogingen ontaarden geleidelijk in een gewelddadige revolutie, met vandalisme jegens de banken en dagelijkse plunderingen van bankautomaten en winkels van grote ketens. Het protest wordt harder en de machthebbers riposteren met traangas en rubberkogels, die meerdere slachtoffers maken. Honderden betogers, worden zonder boe of bah opgepakt. De Oktoberrevolutie dooft uiten stopt wanneer in maart 2020 het COVID-19virus opduikt en alle bijeenkomsten worden verboden. In dezelfde maand wordt Libanon bankroet verklaard; de bankrekeningen worden bevroren en de Libanezen in lockdown kunnen met moeite overleven. De weigering van de politieke klasse om eender welke verandering of hervorming door te voeren, de gezondheidscrisis, het bankroet, de devaluatie van het Libanese pond met 90 % en de schrikwekkende stijging van de levensduurte doet de 17-oktoberbeweging zijn geloof in een beter Libanon verliezen. De krachtige ontploffing van 20 augustus 2020 veegt de laatste hoop © De chabinha worden ook baftafyya genoemd en worden onder ‘de radar ingezet om opstanden te ondermijnen; het gaat om ‘schurkenbendes die kast masten schappan en da betogers moeten verjagen. Zij treden vaak op in burger en worden in Libanon betaald door de baas van het Parlement, Nabi Berri van de Libanezen weg; het land is in shock en algemene neerslachtigheid maakt zich meester van de bevolking. Het hoopvolle intermezzo van 17 oktober 2019 is ten einde, maar er blijven sprankeltjes hoop en het middenveld probeert zo goed en zo kwaad als het kan de strijd voort te zetten. De ontploffing van 4 augustus 2020: een metafoor van de falende Staat Op 4 augustus 2020 doet zich in Beiroet een ongezien zware ontploffing voor, veroorzaakt door 2750 ton ammoniumnitraat dat was opgeslagen in de haven. De tol is heel zwaar, want niet alleen vallen er veel slachtoffers (215 doden en 6500 gewonden), maar de luchtverplaatsing van de explosie legt volledige wijken van de hoofdstad in puin, waardoor tienduizenden mensen geen dak meer boven hun hoofd hebben. In enkele seconden slaat de heikele Libanese situatie om in een humanitaire crisis; de menselijke, materiële en psychische schade ervan heeft gevolgen op lange termijn die nog niet goed kunnen worden ingeschat. Niet alleen zijn mensen en gebouwen zwaar getroffen, maar ook de economische kosten van de ramp zouden tientallen miljarden dollar bedragen, alleen al voor het herstel van de infrastructuur, terwijl de overheidsschuld in maart 2020 al ongeveer 90 miljard dollar bedroeg” De bezorgdheid over de manier waarop de Staat wordt bestuurd, ruimt plaats voor de bezorgdheid over de dagelijkse overlevingsstrijd van de burgers. De daling van het bbp per inwoner wordt in juni 2021 op 40 % geschat, terwijl de werkloosheids- en armoedegraad met meer dan 50 % stijgen.® In de onmiddellijke nasleep van het drama zijn de ogen van de burgers en van de internationale gemeenschap op de Libanese overheid gericht. Die moet allereerst werk maken van de volgende drie urgenties: de geleidelijke heropbouw van de hoofdstad, de gerechtelijke vervolging van wie voor het drama verantwoordelijk is en de vorming van een hervormingsregering. De Libanese autoriteiten slagen er niet in die doelstellingen te verwezenlijken; ze zijn zelfs enigszins medeplichtig aan dat falen, getuige de gerechtelijke obstructie via de ettelijke beroepen tegen de met het onderzoek belaste rechter en de periode van ruim negen maanden zonder regering. In de maanden na het drama is er geen gebrek aan hulp vanuit allerlei landen, internationale coalities en 7_Marc,J. Can't pay, won't pay: What now or Lebanon's debt rsi? 10 maart 2020 (tips seuters comlartileluslebanon erisis-debt-analysis-sconario-idUSKBN20X2TH) *_Euromesco, Tho Socioecanomic Impact of COVID-19 on Lebanon A Crisis Within Crises, euromesco net, juni 2020, hips: www ‘euromesco.netipubiicationfthe-socioeeonomic-impact-of-COVID Ho-on-lebanon-a-erisis-within-crisos/ particulieren, waarbij in enkele dagen tijd honderden miljoenen dollars worden opgehaald. Die internationale hulp, gekoppeld aan de voorwaarde dat orde op zaken wordt gesteld in het beleid en in het bankwezen van Libanon, gaat evenwel grotendeels naar het middenveld en naar onafhankelijke instellingen, gelet op de vrees voor verduisteringspraktijken. Veel niet-gouvernementele organisaties, verenigingen en inwonerscollectieven beweren trouwens slechts een deel van de voor hen bestemde hulp te hebben ontvangen; het andere deel zou zijn verdwenen in de krochten van het duistere Libanese bankwezen met zijn moeilijk traceerbare bankbewegingen. Het onsamenhangende en tegenstrijdige discours van de Libanese overheid vertraagt de concrete initia tieven en maatregelen voor hervorming en heropbouw alleen maar. Ook in de gerechtelijke procedures is de contraproductiviteit van de Libanese leiders voelbaar. Dagvaardingen om te verschijnen worden onomwonden genegeerd en rechter Bitar, die met het onderzoek is, belast, wordt uit zijn functie ontzet op beschuldiging dat hij uit de hand van de Verenigde Staten eet, aldus Hezbollah en de CPL (Vrije Patriottische Stroming). Dossiers waaruit de betrokkenheid van beleidsmakers, blijkt, worden on hold gezet en aan de overheid overgedragen, onder het voorwendsel dat de betrokkenen onschendbaar zijn, hoewel die onschendbaarheid niet langer te verantwoorden valt ten overstaan van de Libanezen die op antwoorden wachten en op verklaringen voor hun ellende. Gezien de moeilijk recht te zetten instorting van de economie, de maatschappelijke chaos en de onbezette presidentsstoel kreeg Libanon in de internationale pers al gauw het etiket “failed state” opgekleefd. Het drama van 4 augustus 2020 is het onvermijdelijke resultaat van jaren van wanbestuur en kan als een metafoor voor de algehele instorting van het land gelden. Dat voorkoombare drama heeft ook wortels in het sectair cliëntelisme en in het fundamentele wantrouwen jegens de Libanese consensusdemocratie. Wil men verhinderen dat Libanon ten onder gaat, dan dient dringend werkte worden gemaakt van een hervorming van de Staat en, als eerste stap daarnaartoe, van parlementsverkiezingen. De aanzet tot verandering? De parlementsverkiezingen van 15 mei 2022 vinden plaats tegen een achtergrond van politieke spanningen en van een financiële crisis. De pas verkozen parlement sleden worden met drie reeksen uitdagingen geconfron teerd. De verkiezing van een president en de aanstelling van een eerste minister is er de eerste van. De tweede reeks uitdagingen betreft het opstellen van een tijdpad voor de voortgang van de belangrijkste wetsontwerpen waarmee de economische en maatschappelijke crisis, in Libanon kunnen worden aangepakt. Het verzekeren van het goede verloop van het gerechtelijk onderzoek over de ontploffing in de haven van Beiroet vormt tot slot de derde uitdaging. Aan die uitdagingen hangen even zoveel verantwoordelijkheden en - bij mislukking - emstige gevolgen vast 2. Uiteenzetting van de heer Olivier De Schutter, speciaal VN-rapporteur voor de mensenrechten en extreme armoede De heer Olivier De Schutter, speciaal VN-rapporteur voor de mensenrechten en extreme armoede, verduidelikt dat hij vorig jaar door de Verenigde Naties voor een missie in Libanon werd gemandateerd. De bevindingen van die missie, die van 1 tot 12 november 2021 liep, werden in een rapport gevat.” De heer De Schutter legt uit dat de situatie in Libanon het afgelopen jaar reeds extreem moelijk was. Libanon, dat vroeger een land was met een hoge ontwikkelingsgraad en levensverwachting, werd in één van de ergste economische en financiële crisissen uit de wereldgeschiedenis gestort. Sedert 2019 is meer dan 80 % van de bevolking in de armoede verzeild geraakt, heeft de nationale munt 95 % van zijn waarde verloren en zijn de prijzen met meer dan 200 % gestegen. Door de dieselprijs, die in amper een jaar met 2000 % is gestegen, is vervoer voor de meeste werknemers en scholieren een probleem geworden. Negen op de tien Libanese burgers hebben moeilijkheden om de eindjes aan elkaar te knopen en meer dan zes op de tien Libanezen zouden het land verlaten, indien ze konden. De heer De Schutter legt uit dat de situatie van de vrouwen eveneens zeer zorgwekkend is. Libanon hoort bij de landen met de laagste arbeidsmarktparticipatiegraad van vrouwen, wat wijst op de structurele obstakels, waarmee vrouwen daar worden geconfronteerd. Het land staat op de 144* plaats op de lijst van 156 landen die in het kader van het meest recente Global Gender Gap-rapport werden onderzocht, met 29,3 % van de Libanese vrouwen die aan de arbeidsmarkt participeren. Libanese vrouwen besteden tweemaal zoveel tijd als, mannen aan de zorg voor hun kinderen en aangezien die niet-economische bijdrage niet meetelt voor het op bijdragen gestoelde socialezekerheidsstelsel, kunnen ze er minder een beroep op doen. Zelfs wanneer een Libanese vrouw uit werken gaat, bedraagt haar loon in de privésector gemiddeld slechts 34 % van dat van een man. *__ Rapport beschikbaar via
OHCHA
| AHRO/S0/38/Add 1: Visit to, Lebanon - Feportof the Special Rapporteur on extrome poverty ‘and human rights, Olivier De Schutter. Al van in 2021 hing Libanon in grote mate af van financiële hulp uit de internationale diaspora en van hulp van ngo's en kon het in die zin worden vergeleken met landen zoals Haïti. Om die crisis, die sedertdien nog is verscherpt, te boven te komen, zou de Libanese regering echter een plan ter bestrijding van corruptie en ongelijkheden ter beschikking moeten hebben en de openbare diensten herstellen en versterken; aldus zou zij haar geloofwaardigheid in de ogen van haar bevolking en van de internationale gemeenschap terugwinnen. Libanon dient een andere weg in te slaan. Door een bestuur waarbij prioriteit wordt gegeven aan maatschappelijke rechtvaardigheid, transparantie en het vaststellen van verantwoordelijkheden, kan het land de ellende achter zich laten waaronder de bevolking gebukt gaat. De Libanese Staat, inzonderheid zijn centrale bank, is verantwoordelijk voor schendingen van de mensenrechten, waaronder de onverantwoorde verpaupering van de bevolking. Reeds vóór de crisis werd Libanon gekenmerkt door een zeer hoge concentratie van de rijkdom bij slechts een fractie van de bevolking, wegens een fiscaal beleid dat aanzette tot belastingontduiking en waarbij de rijken hun voordeel deden, wegens chronisch verwaarloosde publieke onderwijs- en gezondheidszorg diensten, wegens een niet-afdoende sociale bescherming en wegens een hortende elektriciteitssector. De endemische corruptie is volgens de heer De Schutter de voornaamste reden waarom de Libanese regering geen antwoord kan bieden op de verzuchtingen van de bevolking. In 2021 stond Libanon in de corruptieperceptie-index van Transparency International'® op de 154° plaats van 180 economieën. Heel wat namen van beleidsmakers duiken op in de Panama Papers en de overheidsopdrachten worden gekenmerkt door een groot gebrek aan transparantie. Van alle uitgaven die de Libanese Conseil du Développement et de la Reconstruction tussen 2008 en 2018 heeft gedaan, ging 60 % (1,9 miljard dollar) naar slechts tien ondernemingen, waarvan pertinent zeker is dat ze banden hebben met de politici. Die banden tussen de beleidsmakers en de bankensector zijn een belangrijke bron van bezorgdheid. In 2014 ging men ervan uit dat 43 % van de activa van de commerciële bankensector onder toezicht stond van individuen die nauwe banden hebben met de politieke elite, dat de hoofdaandeelhouders van achttien van de twintig banken ook dergelijke banden hadden en dat acht families de controle uitoefenden op 29 % van alle activa van de sector, samen goed voor meer dan 7,3 miljard dollar aan eigen kapitaal. Ye _tipslwwwranspareney.orgienlcountiesllebanon Het is volgens de heer De Schutter duidelijk dat de politieke kopstukken geen voeling meer hebben met de wanhoop die ze bij de bevolking hebben teweeggebracht en zich niet bewust zijn van de flagrante ongelijkheid die in Libanon heerst De spreker stipt aan dat Libanon met een ginicoëfficiënt van 81,9 en een heel beperkte sociale mobiliteit behoort tot de landen van de wereld waar de ongelijk heid het grootst is. Tussen 2005 en 2014 waren de inkomsten uitermate sterk geconcentreerd: 56 en 23 % van de totale nationale inkomsten waren in handen van de respectievelijk 10 en 1 % rijksten van de bevolking. In dezelfde tijdspanne heeft de armste helft van de bevolking samen slechts ongeveer de helft gekregen van wat de 1 % rijksten hebben gekregen. ‘Ondanks die vaststelling blijven de leidinggevenden wegkijken. Die ongelijkheid kan echter maatschappe lijke instabiliteit veroorzaken en ervoor zorgen dat de gezinnen niet langer hun schulden kunnen betalen. De verslechtering van de openbare dienstverlening kan onder meer worden toegeschreven aan het regressieve en weinig betrouwbare belastingstelsel. De spreker licht toe dat het belastingstelsel sinds de fiscale hervorming van 1993 heel regressief is. Er kwamen in dat jaar immers, aanzienlijke verlagingen in de vennootschapsbelasting (tussen 3 en 10 %) en de personenbelasting (van 42 % naar tussen 2 en 10 %), terwijl de douaneheffingen, de accijnzen en de btw werden verhoogd. Daardoor staat Libanon thans op 117* plaats (op 158) in de rangschikking inzake progressieve fiscaliteit. Een groot deel van de overheidsontvangsten komt voort uit de indirecte belasting, wat aantoont hoe nadelig dit stelsel is voor mensen met een laag inkomen; zij hebben het meest te lijden van de regressieve belastingen. Volgens de heer De Schutter is Libanon inmiddels een schoolvoorbeeld van een land op maat van de rijken, een land voor renteniers, een belastingparadijs waar de rijken toegang hebben tot privédiensten tegen betaling (gezondheid, onderwijs enzovoort) en waar voor het establishment feitelijke straffeloosheid geldt. Na zijn opdracht ter plaatse heeft de heer De Schutter vier centrale aanbevelingen gedaan, waarop thans samen met de Libanese autoriteiten wordt toegezien: - het gebrek aan transparantie van de Banque du Liban (BDL), de Libanese centrale bank, staat de responsabilisering van de Staat in de weg. De verliezen worden niet duidelijk aangegeven in de tweemaandelijkse balansen van de BDL en de auditeurs van de bank hebben in 2018 vastgesteld dat haar boekhoudmethodes afwijken van de internationale regels inzake financiële informatie. Zo bleek al in december 2015 uit vertrouwelijke documenten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat netto negatieve reserves ten bedrage van 4,7 miljard dollar niet waren aangegeven. Bovenal heeft de BDL al sinds 2002 geen resultatenrekeningen meer gepubliceerd. Ze rekent op toekomstige inkomsten en buitenlandse deviezen die het bruto binnenlands product (bbp) ruimschoots overschrijden, een praktijk waarvoor het IMF Libanon al vele jaren op de vingers tikt. Door het gebrek aan transparantie bij de reportingpraktijken en het niet-erkennen van de verliezen, die thans op meer dan 50 miljard dollar worden geraamd, hebben de burgers geen toezicht op het gebruik van de nationale rijkdom. Het is betreurenswaardig dat er geen enkele onderzoekscommissie werd ingesteld om die feiten te onderzoeken; - de centrale inspectie moet worden versterkt, meer bepaald door middel van een stabiele en voorspelbare meerjarenfinanciering en een onbeperkt toezicht op alle overheidsinstanties; - bij de huidige onderhandelingen met het IMF om te bepalen welke hervormingen nodig zijn om in aanmerking te komen voor nieuwe financieringen, ligt de nadruk te weinig op de versterking van de sociale bescherming. Er zou een nationale strategie voor sociale bescherming tot stand moeten komen om binnen de sociale bescherming geleidelijk minimumniveaus in te bouwen. De sociale bescherming moet worden gefinancierd via een progressieve belasting op rijkdom, waarbij ook belastingontwijking wordt tegengegaan. Indien nodig moet het bankgeheim worden opgeheven; De heer De Schutter beklemtoont dat het Libanese stelsel voor sociale bescherming niet voorziet in werkloosheidsuitkeringen, kindergeld, ouderdoms- of invalid teitspensioenen en ziekte- of ouderschapsuitkeringen. In de huidige stand van zaken heeft het stelsel van sociale bescherming een beperkte weerslag op de verminde ring van de armoede en een minimale weerslag op de ongelijkheid. Bovendien is dat stelsel in ruime mate gericht op het beschermen van personen met een hoog inkomen. Het houdt geen rekening met wie het meeste nood heeft aan sociale bescherming: van de mensen met een laag inkomen zijn er uiterst weinig aangesloten bij de sociale verzekeringen. Het gaat om minder dan 20 %, tegenover 65 % bij de hoogste decielen. De overheidsuitgaven voor sociale bescherming komen grotendeels ten goede aan de werknemers van de overheid en die van de formele privésector, aangezien de werknemers van de informele economie (goed voor 55 % van alle banen in het land) niet gedekt zijn. Werknemers uit de landbouwsector en niet-Libanese werknemers zijn eveneens van de sociale bescherming uitgesloten. Van de 10 % armsten van de Libanese bevolking heeft ruim 63 % geen enkel recht op sociale bescherming, tegenover slechts 6,5 % van de rijksten; - wie goed geïnformeerd is, haalt naarmate de crisis voortschrijdt zo snel mogelijk zijn kapitaal uit Libanon weg en wordt daarbij geholpen door het rechtsvacuüm waarin het toezicht op de kapitalen verkeert. De deposito's van Libanese ingezetenen in het buitenland zijn sinds 2017 verdubbeld tot 15,4 miljard dollar in maart 2021. Volgens het voormalige hoofd van het ministerie van Financiën stroomde alleen al tussen 2019 en 2020 6 miljard dollar naar het buitenland. Terwijl andere landen enkele dagen nodig hadden om een regelgevend kader voor kapitaal toezicht tot stand te brengen, is er in Libanon meer dan twee jaar na het begin van de crisis nog steeds geen sprake van een dergelijk kader. De nieuwe regering moet wat dat aspect betreft ter verantwoording worden geroepen. 3. Uiteenzetting van mevrouw Dima de Clerck, onderzoekster verbonden aan het Institut francais du Proche-Orient Mevrouw Dima de Clerck, onderzoekster verbonden ‘aan het Institut francais du Proche-Orient, zal ingaan op de situatie van het Libanese volk, op de perceptie en de verwachtingen ervan ten aanzien van de Europese invloed en op het toekomstperspectief voor het land. De spreekster stipt aan dat Europeanen en Libanezen qua erfgoed en cultuur gemeenschappelike Fenicische, hellenistische en Romeinse wortels delen, maar dat daarnaast de Libanezen van oudsher sterke culturele, economische en politieke banden hebben met heel Europa en niet alleen met de landen aan de Middellandse Zee. Al decennialang gaan Libanezen naar Europa om er te studeren, te werken en er een beter leven te vinden. Europa heeft van die goedkope braindrain de vruchten geplukt, aangezien de instromende Libanezen degelijk onderwijs genoten hebben en meertalig zijn. De Libanezen, die historisch gezien een brug tussen Europa en Azië hebben geslagen, hebben dus in veel opzichten bijgedragen tot de ontwikkeling en verrijking van het Europese continent. Zij hebben de band met hun moederland in stand gehouden omdat het - anders, dan voor bijvoorbeeld Amerika en Australië - zo dicht bij Europa ligt; aldus trachten zij de sociaaleconomische situatie daar te verbeteren. Libanezen die in hun Europese adoptieland een nieuw leven weten uit te bouwen, worden er in hun moederland de meest fervente ‘ambassadeurs van. Door hun bescheiden aantal, uiteenlopende achtergronden en niet-eendrachtig optreden kunnen ze in Europa - op Frankijk na misschien - echter geen krachtige lobbygroepen opzetten om in Libanon positieve ontwikkelingen op gang te brengen. Sinds eind 2019 beleeft het Libanese volk elke dag een sociale, economische en politieke tragedie: politieke blokkades, geheime internationale inmenging en een sterke devaluatie van de munt, met als triest hoogtepunt de explosie - de derde grootste ooit - in de haven van Beiroet in augustus 2020, die de halve stad tot puin herleid heeft. Tot op vandaag is er niets veranderd; corrupte politici en gewezen militairen trekken nog altijd aan de touwtjes, geruggensteund door een eigen ecosysteem van corrupte bankiers en zakenlui Mevrouw de Clerck stelt vast dat de hoop die de opstand van 2019 gewekt had, al snel vervloog doordat sektarische politieke partijen de betogingen manipuleerden en daarbij vaak doelbewust bijkomende economische problemen veroorzaakten door wegen te blokkeren of door de toegang tot basisbehoeften te monopoliseren; bij de Libanezen doemden de herinneringen aan de gruwelen van de aanslepende burgeroorlog op. Het mafflasysteem is erin geslaagd de opstand te recupereren en te versmachten en het tot stand gebrachte gevoel van eenheid tussen de Libanezen om te keren in verdeeldheid. Andermaal heeft Libanon dus de kans gemist om het systeem te veranderen; de corrupte elite heeft zich aan haar macht vastgeklampt door middel van een opportunistische, meedogenloze propaganda en internationale financieringen, zonder zelf iets constructiefs te bieden te hebben, of het zou moeten zijn dat ze de opkomst van de anticorruptiebeweging op Hezbollah toegespitst heeft en haar eigen betrokkenheid bij de corruptie aan het oog onttrokken heeft. Anders dan wat sommige media en de opstand van oktober 2019 op nogal simplistische en lichtgelovige wijze duidelijk gemaakt hebben, loopt de breuklijn in Libanon niet horizontaal tussen een verenigd Libanees volk en een corrupte politieke elite. De spreekster wijst erop dat het in werkelijkheid om meervoudige verticale scheidslijnen gaat tussen sektari sche groepen en zelfs tussen door “krijgsheren” geleide antagonistische partijen binnen die groepen. Die leiders, vormen de politieke elite en wedijveren om alles wat de Libanese Staat te bieden heeft. Uit opportunisme bundelen sommigen van hen de krachten in corruptiezaken en ook tijdens de verkiezingen, zoals het in Libanon dominante systeem van “consociatieve democratie” het wil. Nooit zijn zij verantwoordelijk gesteld of veroordeeld geweest, zelfs niet door de Europese instanties. Erger is dat sommige Europese actoren geheuld hebben met corrupte Libanese politici en miitieleiders die strafbare feiten op hun conto hebben, en hen tijdens de oorlog en na het einde ervan in 1990 zelfs gesteund en voor eigen belang gebruikt hebben. Is er inmiddels verandering op tl? Riad Salamé, gouverneur van de centrale bank, wordt thans voor meerdere Europese rechtscolleges vervolgd voor witwaspraktijken, corruptie en ongerechtvaardigde rijkdom. In elke rechtsstaat die naam waard zou de gouverneur van de centrale bank in die situatie onmiddelijk uit zijn ‘ambt moeten worden ontheven ingeval hij uit fatsoen niet zelf opstapt. In Libanon is de gouverneur echter de sluitsteen van het corrupte systeem; hij zou menigeen in zijn val meesleuren. Mevrouw de Clerck beschrijft vervolgens de huidige politieke situatie. Na dertien maanden van impasse omdat gewezen premier Saad al-Hariri geen regering op de been kon brengen, kreeg een uitgeput Libanon eindelijk een nieuwe regering onder leiding van Najib Mikati, eveneens ex-premier en miljardair op de Forbeslijst. Het land is er niet in geslaagd nieuwe gezichten naar voren te brengen die een sprankel hoop zouden kunnen bieden. Waarom heeft het dan zolang moeten duren om een nieuwe regering te vormen? Een van de grootste hinderpalen is de gerechtelijke audit van de centrale bank, die door president Michel Aoun nadrukkelijk geëist werd maar die door de zwaargewichten van het corrupte Libanese politieke en financiële systeem fel tegengewerkt werd. Dat systeem werd in 1992 opgezet door de “post-Tait-trojka” -te weten: Rafik al-Harir, de inmiddels overleden soennitische premier, Nabih Berry, sjïtisch parlementsvoorzitter sinds 1993, en Walid Jumblatt, Druzenleider en kampioen van het pragmatisme en van politiek bochtenwerk - en door de Libanese banksector, die voor bijna 50 % in handen is, van politiek prominente personen. Riad Salamé, een maronitisch christen, werd door Rafik al-Hariri aan het roer van de centrale bank geplaatst om de controle over het financieel systeem te behouden. Dertig jaar lang was Salamé de beheerder van een niet-productief economisch systeem op basis van een “gedollariseerde” economie, een systemisch tekort op de betalingsbalans en een chronisch begrotingsdeficit, dat de banken aanzuiverden door spaartegoeden tegen torenhoge tarieven uitte lenen aan de Libanese staat. Terwijl de Libanese staat nu failliet is, hebben de banken enorme winsten en hun aandeelhouders enorme dividenden opgestreken. Het geld van de aandeelhouders, onder wie prominente politici en gouverneur Salamé, werd veilig in het buitenland ondergebracht. Het geld van de Libanese spaarders werd door het systeem grotendeels verdonkeremaand. ‘Tot het einde van de ambtstermijn van president Michel Aoun woedde er een interne politieke oorlog tussen hen die transparantie bepleiten en achter de wettelijke audit van de instellingen staan maar die geen steun uit het buitenland krijgen, en hen die de beschamende cijfers, van dertig jaar wanbeheer en diefstal aan het oog willen onttrekken of hun balansen willen aanzuiveren op de kap van de spaarders; het gaat dan om de post-Taittrojka, evenals om de bankiers en de corrupte machtige rechters bovenaan de rechterlijke orde, die hun buit te gelde gemaakt hebben. Hoewel rechter Ghada Aoun de broer van Riad Salamé voor geldtransters ten belope van 330 miljoen dollar heeft kunnen aanhouden en Riad Salamé zelf in beschuldiging heeft kunnen stellen voor onwettige verrijking en voor witwaspraktijken nadat hij vijf keer niet voor de zitting in de rechtbank opgedaagd was, is haar bewegingsvrijheid beperkt doordat ook het gerecht als instelling corrupt is. Bepaalde geldtransfers naar het buitenland waren soms het werk van rechters zelf. Nadat het Parlement een wet had aangenomen waarmee het bankgeheim kon worden opgeheven, werd rechter Ghada Aoun bedreigd en aangevallen omdat zij poogde de wet uit te voeren. Mevrouw de Clerck licht vervolgens toe dat de acute economische crisis in Libanon ook wordt veroorzaakt door het conflict tussen enerzijds de Verenigde Staten en anderzijds Iran en zijn bondgenoten in de regio, waaronder de Libanese Hezbollah. Het Amerikaanse beleid van sancties tegen Hezbollah treft de Libanese banksector. Het opdrogen van de geldmarkt heeft het voor het land onmogelijk gemaakt om basisproducten zoals benzine, geneesmiddelen en brandstof voor elektriciteitsopwekking te importeren. Daar staat tegenover dat Hezbollah volledig buiten het financiële systeem staat en allerminst gebrek heeft aan liquide middelen, omdat het al zijn geld van de banken heeft gehaald vóór de ineenstorting van het financiële systeem, toen de VS in 2019 een eerste keer sancties oplegden aan enkele banken die werden beschuldigd van banden met Hezbollah. De ngo-isering van de Staat Libanon en de monetaire druk kwamen Hezbollah dus ten goede. Mevrouw de Clerck benadrukt dat het dagelijks leven van de Libanezen moellijk is. Het falende elektriciteits net levert de burgers minder dan twee uur elektriciteit per dag. De toevoer van gas uit Egypte, via Jordanië en Syrië, werd verboden als gevolg van de sanctie van de VS tegen Syrië (Caesar Syria Civilian Protection Act). ‘Aan het begin van de ambtstermijn van president Aoun werd het land officieel op de wereldkaart van de bewezen aardoliereserves geplaatst (in 2017). De offshore olie- en gasreserves van Libanon worden op ongeveer 250 miljard dollar geraamd, waardoor het land er in theorie weer bovenop zou kunnen komen - op voorwaarde uiteraard dat dit geld niet naar de aan de macht gebleven financiële kaste vloeit In het beste geval zou het aanboren van die reserves pas na 6 tot 7 jaar financiële vruchten afwerpen. Daarnaast werden de boringen onderbroken omdat de Amerikaanse regering er een prioriteit van had gemaakt ‘om de zeegrenzen tussen Libanon en Israël te regelen, ook al heeft Israël nooit het Verdrag van Montego Bay ondertekend. Libanon en Israël, die inmiddels indirecte besprekingen over de zeegrenzen hadden hervat, zijn aldus ondanks ernstige politieke, economische, sociale en velligheidsuitdagingen in 2022 tot een akkoord gekomen. President Biden wilde die overwinning boeken met het oog op de tussentijdse verkiezingen in de Verenigde Staten in november 2022. De crisis in Oekraïne bood de gelegenheid om het maritieme geschi te beslechten en het ontginningsproces te verbeteren. Het akkoord omvat een uitwisseling van natuurlijke rijkdommen: Libanon maakt niet langer aanspraak op het Karish-gasveld en het Qana-gasveld mag volledig door Libanon worden geëxploiteerd. Mevrouw de Clerck wijst er voorts op dat Libanon al 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen heeft opgevangen. Ondanks de in dat verband ontvangen Europese hulp is, hun economische situatie ook dramatisch. Sociale en sektarische conflicten zorgen voor veiligheidsproblemen die de politie niet aankan en die het rechtsstelsel extra onder druk zetten. In de steden en dorpen van heel Libanon duiken sektarische burgerwachten op, wat zouden kunnen leiden tot de vorming van nieuwe milties. De langdurige aanwezigheid van Syrische vluchtelingen heeft onvermijdelijk sociale, economische en veiligheidsgevolgen gehad en veel Libanezen verwach ten dat Europa begrijpt dat die situatie in een al zwaar op de proef gesteld land niet leefbaar is, noch voor de Syriërs, noch voor de Libanezen. In dat verband is de kloof tussen de Europese prioriteiten en de Libanese verwachtingen bijzonder groot. De ngo-isering van de Staat, zoals de academici en de deskundigen van de VN het noemen, heeft de overheidsinstellingen enorm verzwakt. Zij hebben onvoldoende middelen, waaruit voortvloeit dat de ambtenaren hun functie opgeven om zich bij de ngo's aan te sluiten. Een rechter die vroeger 3000 dollar verdiende, verdient thans immers slechts 200 dollar, een ambtenaar 80 tot 100 dollar, een soldaat bij het leger 50 dollar. De ngo's bieden gemiddeld 1000 dollar per maand. Die situatie maakt het corruptieprobleem uiteraard nog prangender. Sommige ngo's hebben weliswaar prachtig werk verricht in het veld, maar veel van hun oprichters hebben de gelegenheid aangegrepen om gemakkelijk geld te verdienen en soms ‘enorme winsten op te strijken. De overheidsinstellingen hebben nog steeds eerlijke ambtenaren in dienst en de meeste Libanezen verwachten dat Europa die financiert, hervormingen oplegt en de vervolging in rechte ‘aanmoedigt van wie zich schuldig maakt aan corruptie, in plaats van blindelings geld te pompen in ngo's en in vluchtelingenhuip. Op 30 juli 2021 heeft de Europese Raad een raamwerk vastgesteld voor gerichte sancties tegen personen en entiteiten die zich schuldig maken aan schendingen van de democratie en van de rechtsstaat in Libanon. Op 16 september 2021 heeft het Europees Parlement een resolutie bekendgemaakt over de situatie in Libanon. ‘Tal van Libanezen verwachten dat Europa een onderscheid maakt tussen de corrupte en de niet-corrupte politici en dat de corrupte politici die verantwoordelijk zijn voor de ongekende economische ramp en voor het blokkeren van het onderzoek naar de explosie in de haven van Beiroet op een list worden gezet en bestraft (zij ontlopen nu de dans omdat de opheffing van hun politieke onschendbaarheid werd geweigerd). Misschien zijn de Europese autoriteiten tot het besef gekomen dat de verkiezingen niet veel hebben veranderd op het Libanese politieke toneel, toch niet in een heersende context van corruptie en straffeloosheid. Aldus hebben de parlementsverkiezingen van 2022 geen nieuwkomers aan de macht gebracht die enigszins hoop konden bieden, en ondanks zijn herbenoeming tot eerste minister na de verkiezingen heeft de heer Najib Mikati geen regering kunnen vormen vóór het einde van het mandaat van president Aoun op 31 oktober 2022. Een nieuwe president verkiezen lijkt thans ingewikkeld en onwaarschijnlijk. De aanhoudende oorlog tussen Rusland en Oekraïne heeft het getroffen Libanon nog harder geraakt. Tarwe en stookolie zijn schaars en extreem duur geworden. In een vermoeid Libanon heersen thans teleurstelling en angst. Het Libanese volk vreest dat het aan zijn lot zal worden overgelaten. Mevrouw de Clerck wijst erop dat de media herhaaldelijk hebben bericht wie de politici, de bankiers en de rechters zijn die het onderzoek naar de explosie in de haven Beiroet en de audit van de Libanese centrale bank blokkeren. Zij hebben rechter Ghada Aoun verhinderd om haar dossiers af te handelen en rechter Jean ‘Tannous belet om gevolg te geven aan de verzoeken ‘om wederzijdse rechtshulp van verschillende Europese landen. Aldus is de spreekster van oordeel dat indien de EU het meent met haar verzoeken om hervormingen en corruptiebestrijding, zij in staat zou moeten zijn om invulling te geven aan haar resolutie en aan de beslissing van de Europese Raad, door die personen te bestraífen en door zich in te zetten voor kwesties die voor de meeste Libanezen cruciaal zijn, zoals steun voor een onafhankelijke rechterlijke macht, de bestrijding van corruptie en de versterking van de Libanese instellingen. 4. Uiteenzetting van de heer Karim Daher, advocaat ‘en voorzitter van de Association libanaise pour les droits et Finformation des contribuables"* De heer Karim Daher, advocaat en voorzitter van de ‘Association libanaise pour les droits et "information des contribuables, geeft aan dat corruptie een absoluut en endemisch kwaad is dat de kwetsbaarste samenlevingen verziekt. Corruptie is een aanfluiting van de rechtsstaat, met als gevolg dat de middelen niet eerlijk worden verdeeld en dat de duurzame en uitgebalanceerde ontwikkeling van een natie wordt belet. De economische en sociale stabiliteit wordt erdoor ondermijnd. In het raam van gezonde en eerlijke mededinging staat corruptie investeringen, met name buitenlandse investeringen, in de weg. Bovendien gedijt de georganiseerde misdaad in een context van corruptie en kunnen de burgers hun basisrechten niet uitoefenen. Hoe kan dat kwaad worden tegengegaan in een land als Libanon, dat op zichzelf is aangewezen en dat in de greep is van zijn eigen tegenstellingen en demonen, gezien de straffeloosheid die er heerst? Ter zake lopen de meningen uiteen. Sommigen geven aan dat de vigerende wetten voldoende zijn en dat ze louter moeten worden toegepast, terwijl anderen de wetgeving achterhaald of ontoereikend vinden. Volgens deze laatste groep zijn er andere instrumenten vereist die onverwijld moeten worden uitgerold en gesteund - meer bepaald door het buitenland - om de beleidsmakers onder druk te zetten ‘en om de machtsverhoudingen om te keren in een land waar de kleptocratie op haar best is, de samenleving in de greep is van het cliëntelisme en het enge gemeen schapsdenken, en waar getrouwheid aan de leider nog steeds een onaantastbare waarde is. Volgens de heer Daher is er echter nog hoop. Het bewijs daarvan ontwaart hij in de sociale kentering die een totale omslag behelst van de mentaliteit bij de burgers van de jongste - en soms zelfs van de minder jonge - generaties, die het hebben gehad met de onrechtsstaat. Die kentering doet enigszins denken aan de burgerzin die tot uiting is gekomen bij de kortstondige volksopstand van 17 oktober 2019. Om die vicieuze cirkel te doorbreken, zal moeten worden getoond dat de inachtneming van grondwaarden zoals eerlijkheid, burgerschap, de rechtsstaat, verantwoordelijkheidszin en transparantie noodzakelijk en zelfs onontbeerlijk is, voor de ontwikkeling en de totstandkoming van een nieuw Libanon. %_Zakenadvocaat en docent aan de facurteit echten en politieke wetenschappen van de Université Saint-Joseph van Beiroet Ws. Lid van het High Level Panel on International Financial Accountability, Transparency and Integrity or Achieving the 2030 ‘Agenda (FACTI Panel) van de Verenigde Naties. Vervolgens gaat de heer Daher in op het huidige bestel in Libanon en op de opsporing van corruptiemisdrijven aldaar. Hij geeft aan dat de wetgever in de recente wetten nrs. 83/2018 en 175/2020 het begrip “corruptie” heeft omschreven als misbruik van bevoegdheid, functie of dienst waarbij overheidsgeld betrokken is, teneinde onterecht en direct dan wel indirect winst of voordelen voor zichzelf of voor derden te verwezenlijken. ‘Tevens heeft de Libanese wetgever in diverse wetteksten exhaustief opgelijst welke handelingen als corruptie worden aangemerkt, zoals steekpenningen en bonussen, het beïnvloeden van onder meer overheidsopdrachten en overheidsdiensten, het verduisteren van middelen of enig ander onrechtmatig gebruik van goederen, het misbruik van positie en onrechtmatige verrijking. Met corruptie worden daarenboven gelijkgesteld het misbruik van voorkennis, alsook het misbruik van vertrouwelijke of gevoelige informatie voor eigen gebruik dat onterechte winst of voordelen oplevert. Voor die misdaden en wanbedrijven werd in ontradende strafrechtelijke sancties, en geldboeten voorzien. Corruptie is diepgeworteld in het verleden en de geschiedenis van Libanon; toen het land nog behoorde tot het Ottomaanse Rijk, werd corruptie door de bezetter ingezet als een middel om te verdelen en te heersen. De opkomst in 1943 van de jonge Staat Libanon, zonder erkende identiteit, bracht evenmin soelaas; sektarisme en eng gemeenschapsdenken gingen voor op burgerschap en nationaal groepsgevoel. Na de oorlog van 1975 is het verschijnsel evenwel fors uitgedijd, door de teloorgang van de rechtsstaat. De corruptie is dus niet alleen te wijten aan elementen van institutionele en van economische aard; de oorzaken ervan moeten ook in de gerechtelijke en de politieke wereld worden gezocht. Op institutioneel vlak kan men niet om de vaststelling heen dat het institutionele raamwerk en de werking van de overheidsdiensten berusten op verouderde wetten die eind de jaren 1950 werden aangenomen. Die wetten werden niet gewijzigd om ze te moderniseren en bij de tijd te brengen, om ze af te stemmen op bijvoorbeeld de evolutie van de technologie en de digitalisering van de economie. Het extreme formalisme zorgt voor logge administratieve procedures, de bureaucratie werkt traag, bepaalde ambtenaren zijn niet afzetbaar en tuchtstraffen ontbreken; door dat alles worden de burgers in de tang genomen en worden zij ertoe gebracht steekpenningen te geven en andere corrupte handelingen te stellen om de basisdienstverlening te krijgen of te bespoedigen waarop zij recht hebben. Die toestand is erger geworden door de ineenstorting van de economie en door de teloorgang van de rechtsstaat, wat heeft geleid tot een openlijk corrupte samenleving, zonder dat daar sancties, tegenover staan. Aldus heeft corruptie zich genesteld in de zeden en de cultuur van het land, zonder dat iemand zich daar nog aan stoort. Zowel de daders als wie de corruptie ondergaat, hebben immers dezelfde noden en delen hetzelfde lot. Op economisch vlak wordt de corruptie in de hand werd gewerkt door drie bepalende factoren: - het absolute alleenrecht van sommige grote bevoorrechte ondernemingen en/of ondernemingen die banden hebben met invloedrijke politieke groeperingen, waardoor elke zweem van gezonde mededinging in heel wat sectoren werd gesmoord; - het zwaktebod van de zakenwereld (“doing busi ness”) en het gerecht, waardoor de ondernemingen zich genoopt zien smeergeld te betalen; - de informele of ondergrondse economie, in de hand gewerkt door de manco's van de Staat en het gebrek aan vertrouwen in de instellingen en de diensten ervan. Bovendien heeft het stevige bankgeheim gewerkt als een hefboom voor de massale overheveling van illegale en zwarte financiële middelen en voor de bijbehorende witwasoperaties, met dank aan de toenemende ondoorgrondelijkheid en spitsvondigheid van bepaalde wettelijke en financiële instrumenten die de oprichting van postbusbedrijven of fictieve vennootschappen mogelijk maken. De heer Daher licht toe dat, op juridisch vlak, de corrupte politieke klasse de rechterlijke benoemingen ‘en mutaties beïnvloedt en rechtstreeks naar haar hand zet, inclusief gesjacher tussen volksgemeenschappen. Rechters die geen trouw zweren of zich niet schikken naar de richtlijnen worden ofwel afgezet of overgeplaatst, ofwel wordt hun bevordering tegengehouden. De sleutelfuncties worden verdeeld onder de oligarchen en initiatieven of moedige beslissingen maken geen enkele kans op slagen omdat er van meet af aan wel proceduregebreken of obstakels zullen blijken te zijn. Zo bijvoorbeeld werd de afgelopen drie jaar een procedure voor ongeoorloofde beïnvloeding tegen een eerste minister geseponeerd wegens verjaring, en belandde een procedure voor onrechtmatige verrijking tegen een oud-commandant van het leger in de vergetelheid. Een derde procedure wegens verduistering van middelen, onrechtmatige verrijking en witwaspraktijken tegen een gouverneur van de centrale bank werd gewoonweg stopgezet. En dan hebben we het nog niet gehad over het schandaal van de lopende procedure om de explosie in de haven van Beiroet van 4 augustus 2020 op te helderen, reden waarom het voorstel van resolutie betreffende de toestand in Libanon herhaaldelijk verwijst naar de betreurenswaardige vertragingen en belemmeringen; tevens worden alle actoren ertoe opgeroepen om de gerechtelijke procedures en de onafhankelijkheid van justitie te waarborgen, zodat de verantwoordelijken “ter verantwoording worden geroepen”. Op het poltiek vlak, tot slot, stelt de heer Daher het kwalijke effect van het politieke communautarisme en van het financiële lobbywerk op de normale werking van de instellingen aan de kaak, alsook de daarmee gepaard gaande verlamming van het wetgevend werk of van resoluties of initiatieven die beogen de reeds afgekondigde teksten toe te passen of de corruptie efciënt te bestrijden. De recente goedkeuring van de wet tot wijziging van de bepalingen over het bankgeheim is daarvan een opvallend voorbeeld. De financiële en politieke lobbyisten hebben vooreerst geprobeerd het wetsontwerp van zijn doel afte brengen door de bepalingen ervan terug te schroeven en uitte hollen. Nadat ze daar niet in waren geslaagd, hebben ze vervolgens geprobeerd de tekst dubbelzinnig te maken teneinde de gevolgen ervan in de praktijk teniet te doen. Omdat zij daar evenmin in slaagden, hebben zij uiteindelijk de definitieve tekst van de in de plenaire vergadering aangenomen wet ‘vervalst”. Die praktijk is vele jaren gangbaar geweest en weinig wetten worden aangevochten bij het Libanese Grondwettelijk Hof. De heer Daher beklemtoont de ernstige gevolgen van corruptie. De geldstromen als gevolg van corruptie, witwaspraktijken of onrechtmatige belastingpraktijken (ontduiking en optimalisering) komen slechts ten goede aan een klein deel van de Libanese bevolking, terwijl de meerderheid verstoken blijft van noodzakelijke middelen en essentiële openbare diensten. Dat geld is voor een groot deel naar het buitenland versluisd, en met name naar Europa voor en na de economisch-financiële ineenstorting van 17 oktober 2019, met gebruikmaking van inschikkelijke of weinig kieskeurige banksystemen en netwerken. De aangewende mechanismen lopen uiteen: frontorganisaties, ondersteunende juridische structuren of systematische witwaspraktijken via financiële producten of onroerende goederen. Dankzij een betere samenwerking op het niveau van de lidstaten van de Unie teneinde die plaag beter in te dijken en Libanon te helpen bij de uitvoering van preventieve en dwingende maatregelen voor een betere toepassing van de geldende nationale wetten en reglementen, zouden die geldstromen niet enkel kunnen worden geïdentificeerd en geëvalueerd, maar ook kunnen worden teruggebracht naar daar waar zij ten onrechte zijn verkregen en weggehaald. Daarbij zou het de bedoeling zijn dat geld te besteden aan de vergoeding van de talloze slachtoffers van de corruptie, aan de bestrijding van de armoede en aan duurzame ontwikkeling. Voorts zijn ook de verwachte doelstellingen van de strijd tegen corruptie belangrijk. Door corruptie uit te roeien, valt één van de grootste hindernissen weg voor de ontwikkeling en de evolutie van de Libanese samenleving naar een echt burgerschap en een betere toekomst. De gunstige gevolgen van de strijd tegen corruptie reiken echter verder. Hieronder een niet-limitatieve opsomming van andere verwezenlijkingen en doelstellingen die daarmee kunnen worden bereikt: - een goed beheer van overheidszaken en -goederen; - een betere verwezenlijking van de principes van billijkheid, verantwoordelijkheid en gelijkheid; - een betere aanwending en/of herverdeling van de natuurlijke rijkdommen en hulpbronnen en het behoud ervan voor de huidige en de toekomstige generaties; - een grotere aantrekkelijkheid en hoe dan ook een beter klimaat voor nationale en internationale investe ringen die voordelig zijn voor de reële groei; - een betere bestrijding van de armoede en van sociale ongelijkheden, via de besteding van de subsidies, en van de nieuwe middelen uit de strijd tegen corruptie aan met name het onderwijs, een sociaal vangnet en jobcreatie. Dat wordt overigens in het voorstel van resolutie herhaaldelijk gevraagd; - een herstel van het vertrouwen tussen de Staat en de burger op basis van een nieuw sociaal contract, dat zou steunen op deze pijlers: transparantie, integriteit, het einde van de straffeloosheid en fiscale burgerzin. Dat zou de overtuiging van de belastingbetaler kunnen versterken dat hij moet deelnemen aan de inspanning ‘om het algemeen belang te beschermen en dat zijn bijdrage nuttig is, dat wil zeggen een investering in plaats, van een verlies of een verspilling; - de verbetering van het ondernemingsklimaat en de bevordering van de economie; - een hervorming van de onderwijsprogramma's teneinde kennis en informatie te verspreiden binnen scholen en universiteiten, om te doen inzien dat corruptie een verloochening van de rechtsstaat betekent en een onrechtvaardige verdeling van de middelen met zich brengt. In Libanon is de strijd tegen corruptie en onwettige financiële praktijken een systemisch probleem dat systemische oplossingen en hervormingen vereist. Het voorstel van resolutie vermeldt terecht dat corruptie “de ontwikkeling en de welvaart van Libanon in de kiem [smoort]'. Voorts ook dat “fdJie situatie [… de beknotting van de vrijheden en het wantrouwen ten aanzien van het politieke bestel in de hand [werkt]”. Tevens wordt gesteld dat corruptie alle niveaus van de samenleving treft. Het is dus hoog tijd dat een einde wordt gemaakt aan de dubbele plundering van de bevolking door een kleine elite zonder scrupules die onrechtmatig geld en middelen verduistert en de bevolking een betere toekomst ontzegt. Alle actoren hebben een rol te vervullen: de overheden moeten onder druk en (meer bepaald internationaal) toezicht worden geplaatst om het systeem te hervormen en te waken over de toepassing van de wetten en over de preventie van laakbaar gedrag. Het middenveld moet druk blijven uitoefenen opdat de leiders wordt gewezen op hun verantwoordelijkheden en opdat ze in voorkomend geval worden gestraft via sanctiestemmingen of moties van wantrouwen. Het middenveld moet ook de internationale gemeenschap steunen in haar besluit ‘om alle substantiële hulp afhankelijk te maken van “de tenuitvoerlegging van ernstige structurele hervormingen om een einde te maken aan de heersende corruptie en de straffeloosheid die het land ten gronde richten”. ‘Tot slot moeten de private economische actoren hun gewoontes veranderen en zichzelf strengere regels en standaarden opleggen die zijn gebaseerd op ethiek en integriteit. In het licht van wat voorafgaat en op basis van alle uiteengezette argumenten steunt de heer Daher vol ledig en zonder voorbehoud het voorstel van resolutie betreffende de toestand in Libanon (DOC 55 2350/001).
B. Vragen van de leden Ook de heer Malik Ben Achour (PS) merkt op dat deze hoorzitting plaatsvindt op de Libanese nationale feestdag. Hij heeft lof voor de kwaliteit van de betogen en onderstreept dat de tekst van het voorstel van resolutie eveneens werd opgemaakt voor het Libanese volk, dat al decennia lijdt onder het onvermogen van zijn leiders. Hij wijst erop dat Libanon één van de drie grootste crisissen sinds de helft van de negentiende eeuw doormaakt. Het debat van vandaag is nog belangrijker wanneer men bedenkt dat de corruptie - één van de oorzaken van het instorten van de Libanese Staat - ook vertakkingen in Europa en in België heeft. Na het horen van de verscheidene experten had de heer Ben Achour graag over de volgende punten verduidelijkingen gekregen: - Bestaat er een verband tussen het koloniale verleden van Libanon en de huidige situatie? Er worden immers in veel landen die tijdens hun geschiedenis werden gekoloniseerd, verschijnselen van corruptie vastgesteld. Een vraag in dezelfde trant: hebben de akkoorden van Taif de crisissituatie in Libanon verslechterd? - Is Libanon nog steeds het strijdtoneel van regionale rivaliteiten? Welke impact heeft dat op de huidige crisis? Hebben de buitenlandse mogendheden er belang bij om Libanon zwak te houden? - De corruptie speelt een centrale rol in de ineenstor‘ing van Libanon. Sedert de ramp van 4 augustus 2020 zijn er opvallend meer ngo's in Libanon actief. Loopt Libanon door dat overdreven beroep op ngo’s niet het risico dat het zwakke publieke instellingen in stand houdt, terwijl die ngo's overheidstaken vervullen? - Het land, dat al ten prooi is gevallen aan één van de ergste economische crisissen ter wereld, wordt daarbovenop door cholera getroffen. Het id heeft kunnen vaststellen dat er langs de kust ongeveer zeventien waterzuiveringsstations staan, waarvan sommige met Europese fondsen werden gebouwd. Sommige van die stations zijn echter nooit op het rioolstelsel aangesloten geraakt. Een dergelijke absurditeit is typisch voor een land waar de corruptie alomtegenwoordig is. - In het kader van gerechtelijke procedures over feiten van geldverduistering in Libanon werd een beroep gedaan op Eurojust, het agentschap van de Europese Unie voor gerechtelijke samenwerking in strafzaken. Wat is de stand van zaken? - Bestaan er in Libanon überhaupt nog kringen waarin men integriteit hoog in het vaandel draagt? Kunnen die nog zaken ten goede keren? - In ruil voor nieuwe financiering vraagt het IMF een juridisch-boekhoudkundige audit van de Banque du Liban (BDL). Hoever staat het daarmee? - Hoe dienen de standpunten vanuit het buitenland te worden geanalyseerd? Sommige landen onderschrijven het proces dat door het IMF wordt voorgestaan, terwijl de Verenigde Staten hun steun aan de gouverneur van de BDL betuigen. Waarom? - Hoe zal de crisis naar alle waarschijnlijkheid evolueren? Wat zijn de lichtpuntjes? De heer Michel De Maegd (MR) beklemtoont dat Libanon vandaag een ernstige en nooit eerder geziene economische, financiële en maatschappelijke crisis, doormaakt, met een politieke en institutionele blokkering tot gevolg. Het lid verklaart dat Libanon de steun van al zijn partners nodig heeft, maar dat die steun voorwaardelijk dient te zijn. Hij dient afhankelijk te worden gemaakt van noodzakelijke grootschalige hervormingen: dringende economische hervormingen, een audit van de Libanese centrale bank, de regulering van de elektriciteitsmarkt, de totstandbrenging van een autoriteit die zich met de strijd tegen corruptie bezighoudt en de aanpak van de humanitaire crisis. Het is de taak van de heer Najib Mikati, de eerste minister die op 23 juni 2022 werd aangesteld, om onverwijld een regering te vormen die in staat is werk te maken van de voor het herstel van het land noodzakelijke dringende maatregelen en structurele hervormingen, zoals die met het IMF werden onderhandeld. Sinds 31 oktober 2022 heeft de Libanese Republiek geen president meer. De opvolger van de vorige president dient te worden aangewezen door het Parlement dat naar aanleiding van de parlementsverkiezingen van mei 2022 werd samengesteld. Die verkiezingen hebben geleid tot een versnippering van de politieke krachten binnen het Parlement. De situatie is totaal geblokkeerd, aangezien er noch een regering, noch een president is. Eén van de vele symbolen van die crisis is het uitbreken van een cholera-epidemie (het noorden van Libanon, met steden zoals Tripoli en Akkar, is het meest getroffen). Hoe pakt het Libanese gezondheidsstelsel die gezondheidscrisis aan, wetende dat het reeds emstig is, verzwakt door de politieke en economische crisis van de laatste maanden maar ook door de COVID-19-crisis? In elk geval is die epidemie voor de Libanese overheid een wake-upcall om structurele hervormingen door te voeren met het oog op een doeltreffend gezondheidszorgstelsel en dito watervoorzienings- en waterzuiveringssysteem. De heer De Maegd vraagt zich in die context af wat de stand van zaken is van de uitvoering van het akkoord dat in april 2022 tussen Libanon en het IMF werd gesloten en dat voor Libanon tot de toekenning van nieuwe financiering kan leiden. Waaruit bestaat de aangekondigde hulp en welke voorwaarden zijn eraan verbonden? Er is, een wet aangenomen voor de afwikkeling van banken, waarmee de weg openstaat naar een aanpassingsprogramma met liquiditeitsinjecties (3 miljard dollar), er is de opheffing van het bankgeheim en er bestaat een plan waarbij handelsbanken het grootste deel van de verliezen zouden dragen en de kleine spaarders zouden worden beschermd. De Libanese politieke klasse wil echter tweemaal amnestie, niet alleen voor het wanbeheer van de centrale bank, maar ook voor de gevolgen van de ontploffing in de haven van Beiroet. De heer De Maegd beklemtoont eveneens dat de vertegenwoordigers van Frankrijk, de Verenigde Staten en het Koninkrijk Saoedi-Arabië in de marge van de Algemene Vergadering van de VN van 2022 de situatie in Libanon hebben besproken. Hun politieke boodschap is de volgende“: *- Ilest essentiel d'élire un Président (); - Nous appelons à la formation d'un gouvernement en mesure de mener à bien les réformes structurelles et - Nous sommes prêts à travailler aux côtés du Op welke punten lopen de belangen van die drie mogendheden in Libanon gelijk en voor welke aspecten lopen ze uiteen? Is president Macron echt in staat een kentering teweeg te brengen? Kunnen er in Libanon tezelfdertijd economische en polftieke hervormingen worden doorgevoerd of zijn economische hervormingen zonder politieke hervormingen tot mislukken gedoemd? België zou een gemeenschappelijke Europese beleidsboodschap kunnen ondersteunen, maar is Frankrijk bereid om geen eersterangsrol meer in dat land te spelen? Het id gaat ook in op de gevolgen van de explosie in de haven van Beiroet op 4 augustus 2020. Daarbij vielen ongeveer 200 doden en 6500 gewonden. Twee jaar later raamt de Wereldbank de kosten van die explosie op ongeveer 8 miljard dollar. Hoe staat het met de gerechtelijke onderzoeken ter bepaling van wie daarvoor verantwoordelijk en aansprakelijk is? Staat dat dossier niet symbool voor het feit dat het Libanese gerecht de gelegenheid niet krijgt om in volledige transparantie, vrij van enige politieke inmenging, zijn werk te doen en aldus zijn onderzoek tot een goed einde te brengen? te Verklaring van 21 septomber 2021, raadpleegbaar op: https: war diplomatie gouw frfrldossiers-paysilibanevenementslartcle declaration-conjointe-des-ministres-des-affaires-cirangeres “des-rois-pays Het lid vraagt ook naar het standpunt van de gastsprekers over de vooruitzichten met betrekking tot de winning en exploratie van gas en aardolie in de Middellandse Zee. Zulks zou de kosten van de wederopbouw kunnen dekken en de Libanese economie weer op gang kunnen brengen. Voorts plaatst het lid vraagtekens bij de mogelijkheid ‘om het politieke systeem van het land ingrijpend te veranderen, iets waartoe de betogers in oktober 2019 opriepen. Is het Vredesakkoord van Taif uit 1989 voor herziening vatbaar? Inzake de hervorming van de Libanese banksector wijst het lid erop dat de Libanese financiële chaos in het najaar van 2019 is begonnen met de ineenstorting van de nationale munt ten opzichte van de dollar - waaraan die sinds 1997 was gekoppeld. De nationale munt heeft meer dan 90 % van haar waarde verloren, met een inflatie van drie cijfers tot gevolg. Het lid benadrukt ook dat, naast de familie Hariri, tal van politieke figuren aandeelhouder zijn van Libanese banken, terwijl andere in de raden van bestuur van verschillende banken zitting hebben. Anderzijds geldt de regel tot verdeling van de functies tussen de volksgemeenschappen ook voor de Libanese centrale bank en de ermee verbonden instellingen. Dat systeem werkt niet competentiebevorderend, maar heeft er in tegendeel toe geleid dat de clans van de verschillende volksgemeenschappen zijn gaan samenspannen met de financiële machten en dat de toezichtstructuren vleugellam werden gemaakt. De financiering van het chronische tekort van een Staat die tot de meest corrupte ter wereld behoort en de oorlog in buurland Syrië verergeren derhalve de systeemrisico's. Kan in die omstandigheden een audit van de Libanese centrale bank worden opgelegd? Uit een verslag van de Wereldbank blijkt dat alle deposito's onmogelijk kunnen worden gered. De verliezen worden immers geraamd op 72 miljard dollar; dat is drie keer het bbp. De audit van de Libanese centrale bank staat symbool voor die moelijke zoektocht naar transparantie in Libanon. Frankrijk en het IMF hebben daar herhaaldelijk ‘om verzocht en het is een van de belangrijkste punten van het eind april 2020 door de Libanese regering goedgekeurde economische reddingsplan. Kennelijk ontbreekt echter de politieke wil. In december 2020 heeft het Libanese Parlement uiteindelijk onder internationale druk zijn goedkeuring verleend aan de opheffing van het bankgeheim gedurende een jaar, waardoor in theorie de weg naar een audit van de Libanese centrale bank en van alle overheidsinstellingen openligt. Tot op heden werd jammer genoeg nog geen invulling gegeven aan die beslissing. Wat tot slot het vraagstuk van de Syrische vluchtelingen betreft, wijst het lid erop dat Libanon 6 miljoen inwoners telt en op zijn grondgebied tussen de 800.000 en de 1.500.000 Syriërs opvangt. De Libanese regering beoogt echter om elke maand 15.000 vluchtelingen terug te sturen naar Syrië. Wat vinden de gastsprekers daarvan? De heer André Flahaut (PS), voorzitter, wijst erop dat deze hoorzitting de gelegenheid biedt om de benarde situatie van het Libanese volk onder de aandacht te brengen. Net als bij andere vergeten conflicten is het dergelijke situaties bespreekt, om eventueel bepaalde standpunten van de betrokken regeringen te beïnvloeden. Hij plaatst echter vraagtekens bij de gevolgen van de erisis in Libanon. Zijn die hetzelfde in het noorden, het centrum en het zuiden van het land? ‘Tot slot blijft het lid ervan overtuigd dat voor de crisis, geen oplossing zal kunnen worden uitgewerkt zonder de Libanese jeugd een hoofdrol te geven. Ook de EU-steun zal belangrijk zijn, maar Frankrijk mag er eindelijk ook eens mee instemmen om niet louter zijn eigen gang te gaan in Libanon, C. Antwoorden van de sprekers Allereerst antwoordt mevrouw Jinane Sfeir, docente-onderzoekster aan de ULB, op de vraag van de heer Ben Achour dat het koloniale erfgoed inderdaad nog steeds aanwezig is in Libanon via het confessionele bestel, dat voortspruit uit het Ottomaanse bestel. Libanon heeft de kans gemist om een seculiere republiek te worden. ‘Ter vergelijking: Syrië werd ook door het Ottomaanse Rijk gedomineerd vooraleer het op dezelfde manier als, Libanon onder Frans mandaat werd geplaatst, maar dat land heeft geen confessioneel bestel behouden. Mevrouw Sfeir wijst erop dat Frankrijk zich tijdens de Grote Oosterse Kwestie in de 19° eeuw heeft opgeworpen als beschermer van de christenen in het Oosten. Daarom heeft het onder de Ottomaanse overheersing geldende confessionalisme zich verankerd, bestaat het ook vandaag nog en ligt het ten grondslag aan al lerhande disfuncties, politieke impasses en oorlogen. Die koloniale erfenis is thans nog steeds voelbaar, met een Frankrijk dat op verschillende vlakken betrokken blijft. Het is dan ook niet verwonderlijk dat president Macron de dag na de explosies in de haven van Beiroet in augustus 2020 of bij de ceremonie ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Libanon aanwezig was. In zijn kielzog proberen ook de Franse bedrijven aanwezig te zijn in Libanon. Zo wordt de wederopbouw van de haven van Beiroet bijvoorbeeld beheerd door het zeetransportbedrijf van de Frans-Libanese Rodolphe Saadé, CMA CGM, dat een concessie van 10 jaar op de haven heeft verkregen. Frankrijk blijft belangen en privileges hebben in Libanon. De spreekster vindt dat vooral België zich van die koloniale erfenis moet ontdoen en zich moet doen gel den, zonder te verwachten dat Frankrijk een stap terug zal zetten om plaats te maken. Mevrouw Sfeir is van oordeel dat het voorstel van resolutie dienaangaande onvoldoende concrete maatregelen voorstelt en ze vraagt wat de leden van plan zijn om de situatie te veranderen. De spreekster vindt met name dat België meer zou moeten focussen op de Belgische samenwerking. Op het gebied van het hoger onderwijs verloopt de door de Federatie Wallonië-Brussel gefinancierde samenwerking via de Academie voor Onderzoek en Hoger Onderwijs (ARES). Die organisatie mag dan al actief zijn in de meeste landen van het Midden-Oosten, maar niet in Libanon. Mevrouw Steir vindt het jammer dat het na de ramp in Beiroet in 2020 door haar aan de ARES voorgelegde verslag er niet toe heeft bijgedragen dat Libanon werd toegevoegd aan de lijst van landen waar de Academie actief is, Overigens benadrukt de spreekster dat inzake overheidsbestuur een hybride beleid wordt gevoerd, wat niet alleen een erfenis is van de kolonisatie, maar ook van de oorlog. De overheidsinstellingen voor onderwijs, gezondheidszorg enzovoort worden gefinancierd door de Staat, maar zijn tegelijk volledig in de greep van privé-instellingen. De Libanese gezondheidszorg stelt bijvoorbeeld niets meer voor; alleen de privésector biedt nog kwaliteitsvolle zorg. Het is een samenleving met twee snelheden, waar de diensten alleen toegankelijk zijn voor de rijksten en waar de hybridisering van het beleid tot een onafwendbare ineenstorting heeft geleid. Om een bijdrage te leveren aan de oplossing voor de situatie, mag men volgens de spreekster niet dwingen, maar moet men veeleer overtuigen. Het is belangrijk samen te werken met het maatschappelijk middenveld, de ngo's en de jongerenorganisaties en daarnaast ook de Staat te versterken, want die is uitermate zwak. Volgens mevrouw Sfeir is een deconfessionalising en laïcisering van de Staat absoluut noodzakelijk, maar dat kan niet in een vingerknip gebeuren. Libanon is ontstaan uit communitarisme, een cultuur die men niet van de ene op de andere dag van zich af kan schudden. Men moet stapsgewijs te werk gaan. Zo zou men om te beginnen de Libanese moeders de toestemming kunnen geven hun kind de Libanese nationaliteit te geven indien de vader een buitenlander is, of men zou het burgerlijk huwelijk kunnen instellen enzovoort. Het is de bedoeling de deconfessionalisering geleidelijk te doen verlopen ‘om tot een seculiere Staat te komen De spreekster bevestigt dat Libanon nog steeds een voedingsbodem is voor rivaliteiten tussen regio's. Het land heeft te lijden van de crisis in Syrië. Ook de krachtmeting tussen Saoedi-Arabië en Iran speelt zich af op het Libanese grondgebied. Libanon is met andere woorden nog altijd een land waar bepaalde buitenlandse mogendheden een grote invloed kunnen uitoefenen, een mogelijkheid waar zij gebruik van blijven maken. Gezien zijn verleden staat Frankrijk in dat opzicht op de eerste plaats, een bevoorrechte positie die het wil behouden. De spreekster benadrukt andermaal hoe belangrijk het is, dat Libanon zich losmaakt van Frankrijk en zijn koloniale verleden, want die Franse invloed staat de hervormingen van Libanon in de weg. voor de mensenrechten en extreme armoede, bevestigt dat zich in de nasleep van de ontploffing in de haven van Beiroet een heuse ngo-business heeft ontwikkeld. ‘Tal van ngo's kwamen op enigszins geïmproviseerde, haastige wijze tot stand zonder dat ze echt hulp boden aan de slachtoffers, terwijl ze wel hoopten via die slachtoffers buitenlandse fondsen binnen te halen. De heer De Schutter kan geen exact aantal geven en weet evenmin of die ngo's nog bestaan. Wel heeft hij inwoners van de havenbuurt van Beiroet ontmoet die uiteindelijk heel teleurgesteld waren in de hulp van die ngo’s. Het is dus zaak te letten op de kwaliteit van de gesprekspartners ter plaatse. Op de vraag of er überhaupt nog integriteit bestaat, antwoordt de heer De Schutter dat hem is opgevallen hoe belangrijk de rol is die kan worden gespeeld door de onafhankelijke instelling belast met corruptiebestrijding in Libanon en door de centrale inspectie, die belast is met de doorlichting van de overheidsadministratie. Beide instellingen moeten worden versterkt, want ze zijn noodzakelijk voor het land. De onafhankelijkheid van die instellingen is thans echter niet echt gewaarborgd, gezien de regels voor de benoeming en de hernieuwing van de mandaten. Dat aspect is zeker voor herziening vatbaar. De heer De Schutter stipt ook aan dat de situatie van de Syrische en Palestijnse vluchtelingen een bijzonder groot probleem is, want die mensen worden in het huidige discours van de regering almaar vaker als zondebok aangewezen. Er verblijven thans meer dan 850.000 geregistreerde Syrische vluchtelingen (hoewel ze in werkelijkheid met meer zijn), die alleen aan de slag kunnen in de landbouw, de huisvuilophaling en de bouwsector. Bovendien is het voor de 181.000 Palestijnse vluchtelingen verboden te werken in heel wat sectoren (89 om precies te zijn). Die vluchtelingen die zich op het Libanese grondgebied bevinden, zijn het slachtoffer van discriminatie en hebben geen kans op een baan waarmee ze zich in de Libanese samenleving zouden kunnen integreren. Veelal mogen ze zich niet vestigen buiten de vluchtelingenkampen, zoals dat van Chatila. ‘Wat de vluchtelingen uit Syrië betreft, is het zo dat de Libanese autoriteiten niet willen dat zij in Libanon blijven, ‘omdat zij vrezen dat hun aanwezigheid tot destabilisering van het land kan leiden, Dat is echter een uitermate problematisch beleid. Veeleer dan te onderzoeken hoe de overheidsdiensten kunnen worden verbeterd, hoe de sociale bescherming kan worden geherfinancierd, hoe de inning van de belastingen kan worden verbeterd, kortom hoe Libanon kan worden wederopgebouwd, schrijft men de moei lijkheden van het land toe aan de vluchtelingen. De heer De Schutter was getuige van discriminerende uitlatingen over de vluchtelingen. ‘aan het Institut francais du Proche-Orient, is inderdaad van oordeel dat het communitarisme in Libanon werd versterkt door Frankrijk. Toen Frankrijk tijdens het Franse mandaat de kans had het toenmalige bestel te vervangen door een lekenstaat, heeft het integendeel die aloude verdeling volgens communautaire invloedsteren bestendigd. Frankrijk heeft het Ottomaanse Rijk eenvoudigweg vervangen en de betrekkingen van “baas-tot-klant” die al ten tijde van de Ottomanen bestonden voortgezet door de “klanten” te vervangen. De families die “klanten” waren van het Ottomaanse Rijk werden opzijgeschoven en andere families werden de nieuwe “klanten” van Frankrijk. Het stelsel is dus hetzelfde gebleven; alleen de hoofrolspelers zijn veranderd Wat de instelingen betreft, stipt de spreekster aan dat Frankrijk weliswaar enkele instellingen in het leven heeft geroepen, maar dat de Libanese instellingen doorgaans niet de tijd hebben gehad zich te versterken en dat ze zich geen instellingcultuur eigen hebben gemaakt. Het was wachten op het presidentschap van Foead Shehab in 1958 alvorens er echt sprake was van een instel lingeultuur. Die periode van overheidshervormingen, bekend onder de naam “shehabisme”, heeft echter maar twaalf jaar geduurd. Door de burgeroorlog zijn die instellingen vervolgens in verval geraakt Mevrouw de Clerck benadrukt evenwel dat die verbrokkelde instellingen ondanks de vijftien jaar durende oorlog hun veerkracht hebben behouden. De Staat is blijven functioneren aangezien de instellingcultuur ondanks alles heeft standgehouden. Vandaag zijn er in alle instellingen nog integere ambtenaren, universi teitsdocenten en werknemers. Uitgerekend die mensen slagen erin Libanon nog enigszins te doen functioneren. Mevrouw de Clerck stelt voor om die instellingen te versterken en uit de financiële problemen te helpen via Juridisch en gerechtelijk toezicht. Er moet ook een einde komen aan de straffeloosheid en de rechtbanken moeten de corrupte figuren in die instellingen nu sanctioneren. Wat het akkoord van Tait van 1989 betreft, bevestigt mevrouw de Clerck dat dit beslist ontoereikend was om een einde te maken aan de oorlog, aangezien Michel Aoun, die aan het hoofd van de interimregering stond, zich al gauw tegen dat akkoord heeft verzet. Aan de daaropvolgende oorlog is pas in november 1990 een einde gekomen. Het akkoord van Taif moet worden beschouwd als een stap naar de laicisering van het land. Vandaag is het immers onmogelijk om met één pennentrek de laïciteit ingang te doen vinden in Libanon. Zulks kan gewoonweg niet, of het zou tot grote ergernis zijn van alle religieuzen in het land, maar ook van al die groeperingen en politieke partijen die bij die communautarisering van het systeem baat hebben. Het akkoord van Taif voorziet erin dat na, de verkiezing - op landelijke, niet-confessionele basis - senaat zou worden opgericht waarin de verschillende geestelijke families vertegenwoordigd zouden zijn en waarvan de bevoegdheden beperkt zouden zijn tot de eruciale vraagstukken van het land. Aangaande de aanwezigheid van de talloze ngo's in Libanon na de explosie in de haven van Beiroet (bijna 4000 volgens het Libanese leger) zij opgemerkt dat de meeste ervan Libanees zijn en al generaties lang in Libanon gevestigd zijn. Zij hebben uitstekend werk verricht Niettemin zijn er enkele twijfelachtige gevallen geweest omdat velen van het systeem, met name het banksysteem, hebben willen profiteren. Zo zijn mensen die bij Libanese banken tegoeden in “lollar”® hadden uitstaan, geld in “lollar” gaan inruilen voor dollars of euro's om ze op bankrekeningen in het buitenland te plaatsen. Een ander voorbeeld zijn schijnherstellingen van gebouwen om fondsen te verkrijgen. Misbruiken zijn er dus vast en zeker geweest In verband met regionale en internationale inmenging herinnert mevrouw de Clerck eraan dat Libanon altijd een “bufferstaat” geweest is. Voor de Verenigde Staten gaat het bovendien haast om eigen terrein waar zij geen '*_De-alar” is de Libanese dalar, die mettertijd aan waarde ingeboet had. afstand van willen doen, wat zij overigens openlijk erken nen“ Ze hebben een nieuwe ambassade, die 1,3 miljard dollar heeft gekost, en hebben in Libanon veel invloed. ‘Ter ilustratie: het Russische bedrijf dat samen met een Frans en een Italiaans bedrijf de overheidsopdracht voor de winning van Libanese aardolie in de wacht gesleept had, heeft zich moeten terugtrekken, juist om de Verenigde Staten niet voor het hoofd te stoten. En dus zou Frankrijk maar een mal figuur slaan als het niet op krek hetzelfde spoor als de Verenigde Staten zou zitten. Frankrijk kan als de gezant van Washington in Libanon worden beschouwd. Emmanuel Macron was daags na 4 augustus 2020 met andere woorden een soort van gezant. Naast het symbolische aspect van dat bezoek waren er ook economische belangen te behartigen. Toch werd zelfs dat bezoek door Libanese splintergroepen en politieke partijen aangegrepen voor communautariseringdoeleinden; president Macron had immers slechts een deel van de stad bezocht. Voorts moet rekening worden gehouden met regionale inmenging: ran, Saoedi-Arabië en Israël, maar ook Turkije, dat meer dan ooit aanwezig is in Libanon, vooral in het noorden. President Erdogan wordt thans als een held beschouwd in Noord-Libanon. Ook Qatar tracht voet aan de grond te krijgen in Libanon. Op internationaal niveau is de onenigheid tussen Rusland en de Verenigde Staten niets nieuws. China is minder prominent aanwezig en het Chinese heropbouwproject voor de haven van Beiroet werd geweigerd. De Europese Unie dan weer helpt in Libanon vooral de vluchtelingencrisis mee aanpakken. ‘Aangaande het vraagstuk van de Syrische vluchtelingen bevestigt mevrouw de Clerck dat er in Libanon bijna 1.500.000 vluchtelingen zijn. Zij zijn dus tarik en zijn aan de slag op de informele arbeidsmarkt (schrijnwerkerij, smederij, textiel en alle bouwberoepen). De kinderen van de vluchtelingen kunnen in Libanon naar school gaan. Het schoolsysteem combineert twee schooldagen in één en organiseert in het hele land namiddaglessen. Op die manier krijgen bijna 150.000 Syrische vluchtelingenkinderen toegang tot onderwijs. Het is trouwens ‘onmogelijk scholen herop te bouwen zonder te werken met quota voor Syrische leerlingen. Libanon heeft zich in elk geval aan deze crisis aangepast om een maxi mumaantal vluchtelingenkinderen onderwijs te bieden. De recente incidenten met Syrische vluchtelingen mogen volgens mevrouw de Clerck niet als racistisch worden afgedaan omdat de meeste Libanese families, hun wortels in Syrië hebben. Voorts herinnert zij eraan dat Syrië zestien jaar lang betrokken partij geweest is, * De Libanese media berichten dagelijks over de werkzaamheden van de Amerikaanse ambassadrice in Libanon, mevrouw Dorothy Shoa. bij de oorlog in Libanon. Dat een deel van de Libanese bevolking een zekere wrok jegens Syriërs koestert, valt dan ook te begrijpen. Zij vestigt echter de aandacht op de vele Libanezen die elke dag in de weer zijn om Syriërs aan een baan te helpen of om voor hun kinderen een school te vinden. Het is uit den boze zich op basis, van enkele incidenten aan veralgemeningen te wagen. contribuables, benadrukt dat het er vooral op aankomt. dat de vigerende wetten in acht genomen worden. Door de bankwetten, de wet op onrechtmatige verrijking en andere wetten uit te voeren, zou nu al een licht kunnen worden geworpen op alle misstanden en zouden alle naar het buitenland versluisde tegoeden kunnen worden getraceerd. Zo herinnert de heer Daher eraan dat eender welke rechter die vermoedens heeft, dankzij de recente wet op de opheffing van het bankgeheim een zaak kan inleiden tegen een ambtenaar, een politicus, een financier of een bankier. De wet maakt het voor de rechter mogelijk terug te keren tot feiten vanaf 1988. Juridisch is het dus mogelijk gerechtelijke procedures te starten. Jammer genoeg zorgen talrijke complexe factoren ervoor dat het in de praktijk niet tot dergelijke procedures komt. ‘Tevens herinnert de heer Daher eraan dat belastingontwijking een “nationale sport” is in Libanon. Maar degenen die zich er schuldig aan maken, worden juist door het systeem bevoorrecht. Ze beschikken over de middelen om beschermd te worden terwijl ze zelf verantwoordelijk zijn voor deze ramp. Als echter ook de misdaad of het wanbedrijf van witwassen van geld kan worden aangetoond, dan kan de belastingadministratie de naar het buitenland - naar Europese of mondiale financiële markten - versluisde tegoeden opsporen en er eventueel beslag op leggen. Aangaande de voortgang van de juridisch-boekhoudkundige audit van de Libanese centrale bank is de heer Daher van mening dat die procedure van meet af aan een slag in het water was omdat ze zo ontworpen was dat ze niet tot resultaten zou leiden. De wet op het bankgeheim werd aangenomen om de audit van de centrale bank te faciliteren, maar wat de opheffing van het bankgeheim betreft blijft het vooralsnog bij woorden. In de praktijk is er tot dusver geen enkel resultaat geboekt. Het contract tussen het in herstructureringen gespecialiseerde consultancykantoor Alvarez & Marsal (A&M) en de Libanese regering voorziet bijvoorbeeld in termijnen die inmiddels al grotendeels verstreken zijn. Geen enkel inleidend verslag werd voorgesteld. Niemand verzoekt een ander om rekenschap en dus voelt niemand zich verantwoordelijk. Wat de werking van het gezondheidszorgsysteem in Libanon betreft, geeft de heer Daher aan dat mensen die geen geld kunnen opnemen bij banken (omdat ze gesloten of failiet zijn) geen zorg kunnen krijgen. Mensen sterven bij de ingang van het ziekenhuis omdat ze het nodige geld niet kunnen voorschieten. De situatie in het onderwijs is amper beter. De heer Daher stelt voorts dat de overeenkomst met het IMF meerdere voorwaarden oplegt, waaronder de aanneming van vier wetten. De wet op de opheffing van het bankgeheim en de begrotingswet voor 2022 zijn al aangenomen. Daarentegen is het nog wachten op de wet op de herstructurering van de banksector en de wet op de kapitaalcontrole. Kennelijk poogt de politieke klasse via die twee wetten amnestie te krijgen voor de gepleegde wandaden. Het middenveld en meerdere beroepssectoren verzetten zich dan ook fel tegen die wetten. ‘Aangaande de rol van Frankrijk, de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië spreekt het vanzelf dat elk van die mogendheden specifieke belangen in Libanon heeft Soms lopen die belangen gelijk maar veelal zijn ze tegenstrijdig. Op de vraag of economische hervormingen mogelijk zijn zonder politieke hervormingen antwoordt de heer Daher van niet. Die hervormingen moeten hand in hand gaan. De moeilijkheid is iets te doen bewegen bij die “cryptocratie” die zich aan de macht vastklampt. ‘Anders zal geen enkele hervorming mogelijk zijn. De bestaande politieke klasse moet van de macht worden verdreven opdat integere mensen de noodzakelijke transparantie kunnen bewerkstelligen en ervoor kunnen zorgen dat rekenschap wordt afgelegd. In dat opzicht is het gerechtelijk onderzoek naar de explosie in de haven van Beiroet een schijnvertoning. De rechter die thans met dit dossier belast is, dient zijn gerechtelijk onderzoek geregeld op te schorten vanwege de talrijke beroepsprocedures. Bovendien zijn er wrakingsverzoeken ingediend. Rechter Tarek Bitar, die het onderzoek voert, is aan handen en voeten gebonden omdat de uittredende minister van Financiën om confessionele redenen geweigerd heeft het decreet tot oprichting van de algemene commissie van het Hof van Cassatie te ondertekenen, waardoor het onmogelijk is, de beroepsprocedures te onderzoeken - en dus af te wijzen - die ingesteld werden door de gewezen ministers, Ali Hassan Khalil (financiën) en Ghazi Zoaiter (openbare werken) - beiden naasten van Nabih Berri - en Youssef Fenianos (vervoer). ‘Aangaande de toekomstige olie-inkomsten is de heer Daher van mening dat het huidige discours van de politieke klasse schandalig is. Hij herinnert eraan dat de Libanese wetgeving duidelijk voorziet in de nadere voorwaarden voor de herverdeling van het oliemanna, tussen de Staat en de petroleummaatschappijen. Zelfs als voldoende olie- en gasvelden aangeboord worden, dan nog zullen ze volgens experten 70 tot 100 jaar lang ontgonnen moeten worden alvorens de Libanese spaarders geld zullen terugzien. Wat de centrale bank van Libanon betreft, is niet de ingestelde structuur het probleem. Het gaat gewoon om een gouverneur en mensen uit zijn omgeving die hun macht aangewend hebben om openbare middelen te verduisteren en zich onrechtmatig te verrijken D. Repliek De heer Malik Ben Achour (PS) dankt de sprekers voor hun deelname maar ook voor de moed die zij in hun respectieve standpunten tentoonspreiden. Hij wijst er andermaal op dat de corruptie in Libanon vertakkingen heeft tot in België. Het Belgische gerecht neemt in dat opzicht zijn verantwoordelijkheid op. Er zijn immers onderzoeken aan de gang. ‘Ter attentie van mevrouw Sfeir preciseert de heer Ben ‘Achour dat dit voorstel van resolutie de verdienste heeft licht te werpen op de huidige moelljkheden van Libanon, waar in België uiteindelijk maar weinig aandacht voor is. Voorts is het belangrijk de rol en de plaats van Libanon in de regio in perspectief te plaatsen. In verband met ARES dient rekening te worden gehouden met de deelstaatbevoegdheden; het voorstel van resolutie is uitsluitend voor de federale regering bedoeld. ‘Tot slot stipt het id aan dat het voorstel van resolutie werd uitgeschreven in overleg met het Libanese middenveld. In de eerste plaats gaat het om een resolutie voor het Libanese volk.
IV. - HOORZITTING VAN 29 NOVEMBER 2022
IN HET EUROPEES PARLEMENT Op 29 november 2022 heeft de subcommissie Mensenrechten van het Europees Parlement een gedachtewisseling over de toestand in Libanon gehouden, meer bepaald over de bestrijding van de corruptie aldaar. Rekening houdend met de reeds aangevatte bespreking van het voorliggende voorstel van resolutie door de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen van de Kamer, waren de leden van die Kamercommissie uitgenodigd ‘om deel te nemen aan de voormelde gedachtewisseling in het Europees Parlement. De gedachtewisseling bestond uit twee delen. Een eerste deel vond plaats met gesloten deuren, teneinde de anonimiteit van de getuige te vrijwaren. De anonieme gehoorde schetst om te beginnen de heikele situatie in Libanon op het vlak van criminaliteit en, corruptie en geeft aan dat die onbetwistbaar voortvloeit uit de politieke structuur van het land en uit het feit dat de wetgevende, de uitvoerende en de rechtelijke macht niet gescheiden zijn. Het gerecht staat er letterlijk onder toezicht en de besluitvormingsinstanties zijn allemaal gelinkt aan de president (financiën, rekenhof, douane, kamer van inbeschuldigingstelling, strafhof enzovoort). In de corruptierangschikking van Transparency International staat Libanon trouwens op de 154° plaats op 180 landen, meer bepaald wegens de aangetoonde gevallen waarin overheidsgeld werd verduisterd, het feit dat magistraten worden bedreigd of vermoord enzovoort. Volgens die getuigenis kan de EU er dan ook niet op toezien dat de door haar gefinancierde projecten ten bate van de ontwikkeling van Libanon correct worden uitgevoerd. Twee projecten worden als voorbeel den aangehaald. Een eerste, in 2011 opgestart project kreeg 11 miljoen euro en had tot doel het gerecht te hervormen. Dat project zou niet tot een goed einde zijn gebracht wegens de herhaaldelijke tegenwerkingspogingen vanwege de procureur-generaal, de heer Ghassan Oueidate. Het tweede project betrof de sinds meer dan 30 jaar nodig geachte bouw van 17 waterzuiveringsstations. Het had een oplossing moeten bieden voor de terugkerende volksgezondheidsproblemen, onder meer voor de cholera-epidemie die thans in Libanon woedt. De aanvankelijke bedragen zijn verviervoudigd, terwijl de stations niet werken, omdat zij niet zijn aangesloten op het rioolnetwerk. Een onderzoek door de fondsenverstrekker, namelijk de Wereldbank, zal moeten uitwijzen of sprake is van nalatigheid dan wel van opzettelijke verduistering In het tweede deel van de gedachtewisseling wordt het woord verleend aan meester Wadih Al, advocaat, gespecialiseerd in corruptiebestrijding. Zijn uiteenzetting betreft voornamelijk het feit dat een politiek-financiële kaste de Libanese instellingen in haar greep houdt. Dat verlamt het gerecht en is de oorzaak van de ongeziene economische crisis die het land ten gronde richt. Er wordt ingegaan op het bankroet van de Libanese Staat en van de centrale bank sinds 2020. De spreker is van oordeel dat die verliezen, die op 120 miljard dollar worden geraamd, uitsluitend door de spaarders worden gedragen. De thans heersende verarming zou samenhangen met een systeem van verduisteringen en van corruptie dat het land reeds lang teistert. Meester Akl stelt dat dit systeem berust op een wijdverbreide straf feloosheid die bestaat sinds de ondertekening van het Vredesakkoord van Tait in 1989. Net als de secretarisgeneraal van de Verenigde Naties, de heer Anónio Guterres, of de speciale rapporteur voor mensenrechten, de heer Olivier De Schutter, beschrijft de spreker het systeem als onvervalste ponzitraude, onder controle van de huidige gouverneur van de Libanese centrale bank, de heer Riad Salameh. Meester Akl heeft voldoende bewijzen van corruptie, van het witwassen van geld, van omkoping en van het sturen van bepaalde media, en journalisten; allemaal zaken waar de heer Salameh zich schuldig aan zou hebben gemaakt. De spreker gaat vervolgens in op de corruptie van het Libanese rechtssysteem en hij licht meerdere voorbeelden in detail toe. Meester Akl verzoekt tot slot om, in overeenstemming met de resolutie die op 15 september 2021 door het Europees Parlement werd aangenomen, sancties op te leggen aan de heer Riad Salameh. De heer Malik Ben Achour (PS) heeft meerdere vragen voor de spreker, met het oog op mogelijke amendementen op het ter bespreking voorliggende voorstel van resolutie. Eerst vraagt hij de gastspreker of die van oordeel is dat, om de situatie te verbeteren, de Europese landen louter druk moeten uitoefenen of dat zij echt moeten proberen het hele systeem te veranderen, Meester Wadih Akl, advocaat, is van oordeel dat allereerst democratische presidentsverkiezingen zouden moeten worden gehouden. Daarna zou een overeenkomst met het IMF moeten worden aangenomen en uitgevoerd, met daarmee gepaard gaande drastische hervormingsvoorwaarden om de corruptie tegen te gaan. De Europese Unie kan bijdragen aan het opstellen van wetgeving, overheidsopdrachten en anticorruptiewetten, en tot de totstandbrenging van een regeling van beperkende maatregelen die moeten worden toegepast. De heer Malik Ben Achour (PS) peilt vervolgens naar veerkrachtfactoren van het Libanese volk en vraagt in hoeverre de heer Riad Salameh steun krijgt uit het buitenland. Meester Wadih All, advocaat, licht toe dat de helft van de Libanese diaspora werd geruïneerd door het bankroet van de banken. Volgens de spreker gaat het Libanese volk ervan uit dat er mettertijd beterschap komt. Hij bevestigt voorts dat er zowel in als buiten Europa veel medeplichtigen zijn, want dat is net het doel van de georganiseerde corruptie. De heer Malik Ben Achour (PS) vraagt in hoeverre Hezbollah betrokken is bij het door de spreker aan de kaak gestelde corruptiesysteem, Volgens meester Wadih Akl, advocaat, zijn er geen sporen van een betrokkenheid van Hezbollah in het systeem van institutionele corruptie. Een beeldopname van de openbare zitting (tweede deel) kan online worden geraadpleegd op het volgende adres: httpslmultimedia.europarl.europa.eu/en\webstreaming /droi-committee-meeting_2022112-1515-COMMITTEE -DROI V.- ALGEMENE BESPREKING De heer Peter De Roover (N-VA) wijst erop dat de situatie in Libanon sinds het indienen van dit voorstel van resolutie aanzienlijk is gewijzigd. Vandaag de dag ziet de Libanese werkelijkheid er anders uit, hetgeen de indieners van het voorstel van resolutie ertoe heeft gebracht hun tekst te herzien en te amenderen. In de toon van het voorstel van resolutie weerklinkt niet langer hoop, maar kritiek. De heer De Roover wijst erop dat, gezien de strekking van de amendementen, zijn fractie dit voorstel van resolutie kan steunen, ook al heeft hij weinig hoop dat de aanneming ervan de dagelijkse werkelijkheid van de Libanezen zal veranderen. Hi stelt ook vast dat de toon van de door deze commissie aangenomen resoluties steeds neerbuigender wordt. Mevrouw Annick Ponthier (VB) deelt mee dat zij alle in dit voorstel van resolutie vervatte verzoeken tot politieke en sociaaleconomische hervormingen steunt, opdat Libanon ooit een democratischere, welvarende en stabiele natie kan worden. Daartoe moet ook de endemische corruptie in dit land worden bestreden. ‘Ook zij betreurt de toon van dit voorstel van resolutie. In dat verband vindt ze het bijzonder ironisch dat de PSfractie in de toelichting van het voorstel van resolutie stelt dat “het van cruciaal belang [is] dat de nieuwe regering dringend het nodige substantiële hervormingspakket doorvoert teneinde Libanon de mogelijkheid te bieden om de corruptie te bestrijden alsook om zijn stabiliteit, eenheid, veiligheid, soevereiniteit, politieke onafhankelijkheid en territoriale integriteit te vrijwaren”. In het licht van het recente corruptieschandaal in het Europees Parlement waarbij verkozenen van de socialisten betrokken waren, vindt mevrouw Ponthier dat de PS-fractie eerst de hand in eigen boezem zou moeten steken alvorens anderen de les te spellen over corruptie. Dat gezegd hebbende, geeft de spreekster aan dat ze de geamendeerde versie van dit voorstel van resolutie zal steunen. Meerdere amendementen komen immers tegemoet aan de bezorgdheden en de bezwaren die zij betreffende de oorspronkelijke tekst had geuit. Zo gaat het er niet meer om de humanitaire bijstand aan Libanon te verhogen maar te handhaven. In het licht van de moeilijke omstandigheden voor de Belgische bevolking is zulks een goede zaak. ‘De heer Malik Ben Achour (PS) wijst erop dat dit voorstel van resolutie meer dan twee jaar geleden werd ingediend, als reactie op het regelrechte drama dat de Libanese bevolking doormaakt ‘Ten eerste werden de Libanezen van hun spaargeld beroofd. Van de ene op de andere dag hebben zij alles verloren. Het was zo erg dat de krant Le Monde op 3 april 2021 kopte dat de Libanese banken de “overval van de eeuw” hadden gepleegd. Andere waarnemers hadden het financieel stelsel van Libanon onomwonden vergeleken met ponzifraude, een financiële constructie waarbij de investeringen van bestaande klanten rendement opleveren dat gefinancierd wordt door de middelen van de nieuwe klanten. Desondanks blijft de straffeloosheid heersen. Niemand wordt aan de tand gevoeld, gearresteerd of berecht. Erger nog, de weinige moedige rechters die getracht hebben die de facto straf feloosheid te bestrijden, zijn zelf het doelwit geworden van de Libanese politieke klasse. Vandaag de dag belet de straffeloosheid in Libanon dat het recht zijn beloop krijgt. De strijd moet dan ook in Europa worden gevoerd, aangezien een deel van de verduisterde tegoeden bij Europese financiële en bankinstellingen werd ondergebracht. Dat is niet alleen onaanvaardbaar, maar het verplicht de Europese Unie en haar lidstaten om op te treden en een einde te maken aan dat systeem van ontduiking. ‘Ten tweede draagt het Libanese volk ten volle de gevolgen van de ontploffing in de haven van Beiroet op 4 augustus 2020. Daarbij zijn meer dan 200 mensen om het leven gekomen, zijn 6000 mensen gewond geraakt en hebben 300.000 mensen moeten verhuizen. Andermaal krijgen duizenden gezinnen te maken met autoriteiten die niet de nodige stappen ondernemen zodat een onpartijdig en doeltreffend onderzoek naar de verantwoordelijken voor die ontploffing kan worden gevoerd. Zolang de aan vertegenwoordigers van de autoriteiten verleende onschendbaarheid niet wordt opgeheven, kan geen gerechtigheid geschieden De heer Ben Achour vindt dit voorstel van resolutie een sterk signaal voor het Libanese volk en voor de Libanese en Europese magistraten die belast zijn met het onderzoek naar de slechte werking van de centrale bank van Libanon onder leiding van gouverneur Riad Salameh. Naar hem worden in meerdere Europese landen onderzoeken gevoerd wegens verduistering, ongerechtvaardigde verrijking en witwassen, waar 330 miljoen dollar mee gemoeid is. Voorts bevindt een delegatie van magistraten uit Frankrijk, Duitsland en Luxemburg zich thans in Beiroet om die financiële malversaties te onderzoeken. De aanneming van dit voorstel van resolutie zal een duidelijk signaal geven aan al wie de straffeloosheid in Libanon wil bestrijden. Als antwoord op een opmerking van de heer De Roover benadrukt de heer Ben Achour dat ook de Libanezen zelf uitkijken naar de aanneming van dit voorstel van resolutie. Hij wijst erop dat het voorstel van resolutie in samenwerking met tal van Libanese belanghebbenden werd opgesteld. Het lid is zelf twee keer naar Beiroet gereisd om er informatie te verzamelen waarmee de tekst van het voorstel van resolutie kon worden verfiind. Hij benadrukt nog dat in de commissie hoorzitingen werden gehouden en dat ook in de subcommissie Mensenrechten van het Europees Parlement deskundigen werden gehoord. Uiteindelijk strookt deze tekst dus met de werkelijkheid. Ten bewijze daarvan voert het lid aan dat de werkzaamheden van de commissie worden bekritiseerd door bepaalde dicht bij die corrupte politieke klasse staande Libanese media. ‘Tot slot wijst hij mevrouw Ponthier erop dat corruptie overal moet worden bestreden en dus ook in Libanon
VI. - BESPREKING VAN EN STEMMINGEN
OVER DE CONSIDERANSEN EN HET VERZOEKEND GEDEELTE A. Consideransen Consideransen A tot L Over deze consideransen worden geen opmerkingen gemaakt. De consideransen A tot F wordt aangenomen met 11 stemmen en 2 onthoudingen. De consideransen G tot | worden eenparig aangenomen. De consideransen J en K worden aangenomen Considerans L wordt eenparig aangenomen. Considerans M De heer Malik Ben Achour c.s. dient amendement nr. 1 (DOC 55 2350/02) in, dat ertoe strekt considerans M te vervolledigen met een verwijzing naar een update van het economische rapport van de Wereldbank over de economische situatie van Libanon. De heer Samuel Cogolati (Ecolo-Groen) geeft aan dat het amendement ertoe strekt de tekst bij de tijd te brengen. Amendement nr. 1 wordt eenparig aangenomen. De aldus geamendeerde considerans M wordt aangenomen met dezelfde stemuitslag. Consideransen N tot Q ‘Over deze consideransen worden geen opmerkingen De consideransen N tot Q worden eenparig Considerans R De heer Malik Ben Achour c.s. dient amendement nr. 2 (DOC 55 2350/002) in, dat tot doel heeft de huidige tekst van considerans R te vervangen, aangezien de parlementsverkiezingen in Libanon ondertussen hebben plaatsgevonden, waarna de Libanese regering echter nog steeds in lopende zaken zit. Amendement nr. 2 wordt eenparig aangenomen. Consideransen S tot Y Considerans S wordt eenparig aangenomen. De consideransen T en U worden aangenomen Considerans V wordt eenparig aangenomen, Considerans W wordt aangenomen met 11 stemmen en 2 onthoudingen. De consideransen X en Y worden eenparig Considerans Z (nieuw) De heer Malik Ben Achour c.s. dient amendement nr. 3 (DOC 55 2350/002) in, dat ertoe strekt een nieuwe considerans Z in de tekst in te voegen, teneinde er een verwijzing in op te nemen naar de huidige patstelling inzake de Libanese uitvoerende macht. Dit amendement beoogt het voorstel van resolutie bij de tijd te brengen. Amendement nr. 3 wordt eenparig aangenomen. Considerans AA (nieuw) De heer Malik Ben Achour c.s. dient amendement nr. 4 (DOC 55 2350/002) in, waarmee wordt beoogd een nieuwe considerans AA in de tekst in te voegen, teneinde er een verwijzing in op te nemen naar de huidige cholera-epidemie in Libanon. De heer Samuel Cogolati (Ecolo-Groen) stipt aan Amendement nr. 4 wordt eenparig aangenomen. Considerans BB (nieuw) De heer Malik Ben Achour c.s. dient amendement nr. 5 (DOC 55 2350/02) in, dat ertoe strekt een nieuwe considerans BB in de tekstin te voegen, teneinde er een verwijzing in op te nemen naar de hoorzittingen die zowel binnen de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen commissie Mensenrechten van het Europees Parlement hebben plaatsgevonden. Amendement nr. 5 wordt eenparig aangenomen. Considerans CC (nieuw) De heer Malik Ben Achour c.s. dient amendement nr. 6 (DOC 55 2350/002) in, dat tot doel heeft een nieuwe considerans CC in de tekst in te voegen. Het amendement strekt ertoe er een verwijzing in op te nemen naar de verklaringen die de heer Wadih Akl in de subcommissie Mensenrechten van het Europees Parlement heeft afgelegd. Volgens die verklaringen is het cruciaal dat Libanon structurele hervormingen doorvoert om opnieuw steun te kunnen krijgen van het IMF. Amendement nr. 6 wordt aangenomen met 11 tegen 2 stemmen. Considerans DD (nieuw) De heer Malik Ben Achour c.s. dient amendement nr. 7 (DOC 55 2350/02) in, dat ertoe strekt een nieuwe considerans DD in de tekst in te voegen. Deze considerans verwijst naar de inverdenkingstelling door rechter Najat ‘Abou Chakra van vijf leden van de algemene directie van de Libanese Staatsveiligheid voor folterpraktijken in de zaak van de Syrische vluchteling Bashar Abdel Saud, die in hechtenis is overleden. Amendement nr. 7 wordt aangenomen met 11 Considerans EE (nieuw) De heer Malik Ben Achour c.s. dient amendement nr. 8 (DOC 55 2350/002) in, waarmee wordt beoogd een nieuwe considerans EE in de tekst in te voegen, teneinde er een verwijzing in op te nemen naar een rondzendbrief van de Libanese minister van Binnenlandse Zaken Bassam Mawlawi van 24 juni 2022 waarin hij de veiligheidsdiensten opdraagt activiteiten van de LGBT-gemeenschap te verhinderen. Amendement nr. 8 wordt eenparig aangenomen. Considerans FF (nieuw) De heer Malik Ben Achour c.s. dient amendement nr. 9 considerans FF in de tekst in te voegen, teneinde er een verwijzing in op te nemen naar de moellijkheden inzake elektriciteitsbevoorrading en naar de noodzakelijke evolutie richting duurzamere energiebronnen, zoals zonne-energie. Amendement nr. 9 wordt eenparig aangenomen. Considerans GG (nieuw) De heer Malik Ben Achour c.s. dient amendement nr. 10 (DOC 55 2350/002) in, dat tot doel heeft een nieuwe considerans GG in de tekst in te voegen, teneinde er een verwijzing in op te nemen naar het lopende onderzoek naar geldwitwassing en naar vermeende fraude die aan de gouverneur van de Libanese centrale bank, de heer Riad Salamé, en aan zijn entourage worden toegeschreven. ‘Amendement nr. 10 wordt eenparig aangenomen.
B. Stellingname en verzoekend gedeelte 1. Stellingname Punten 11 tot 1.5 ‘Over deze punten worden geen opmerkingen gemaakt De punten 11 tot 1.5 van de stellingname worden eenparig aangenomen. Punt16 ment nr. 11 (DOC 55 2350/02) in, teneinde dit punt te vervangen. Mevrouw Els Van Hoof (cd&v) verduidelijkt dat het amendement erin het bijzonder toe strekt te benadrukken dat er een transparant, onafhankelijk en neutraal onderzoek naar de oorzaken van de ontploffing in de haven van Beiroet dient te worden gevoerd. Amendement nr. 11 wordt eenparig aangenomen. Punt 1.7 (nieuw) ment nr. 12 (DOC 55 2350/002) in, tot invoeging van een punt 17, luidende: “17. is bezorgd over de rol van Hezbollah en de invloed van lran in de voortdurende spanningen in het zuiden van Libanon,” amendement ertoe strekt te wijzen op de rol van de Hezbollah en van Iran in de huidige spanningen in het Zuiden van Libanon. ‘Amendement nr. 12 wordt eenparig aangenomen. 2. Verzoeken aan de federale regering Verzoek I11.a) ment nr. 13 (DOC 55 2350/002) in, teneinde dit verzoek te vervangen door: “Il1.a). de Libanese overheden te verzoeken dat ze steun verlenen aan de kwetsbaarste lagen van de bevolking in hun land, inzonderheid via een sociale-beschermingssokkel; de nieuwe regering aan te moedigen ‘om het middenveld van het land nauw bij het hervormingsproces in het kader van de open en inclusieve beleidsdialoog te betrekken” Mevrouw Goedele Liekens (Open Vld) licht toe dat het amendement beoogt de aandacht te vestigen op het belang van een open en inclusieve dialoog tijdens het op te starten hervormingstraject. Amendement nr. 13 wordt eenparig aangenomen. Verzoek 111,5) ment nr. 14 (DOC 55 2350/002) in, teneinde dit verzoek “IL1.b). de nieuwe Libanese regering met aandrang te verzoeken haar internationale verbintenissen volledig gestand te doen, inclusief de verbintenissen die ze heeft onderschreven in het kader van de prioriteiten uithet partnerschap tussen de Europese Unie en Libanon in november 2016, tijdens de CEDRE-conferentie op 6 april 2018 (economische conferentie voor de ontwikkeling van Libanon via hervormingen en met de steun van de bedrijfswereld), alsook in het kader van het in decem ber 2020 gelanceerde 3RF (Reform, Recovery and Reconstruction Framework), van de Staff-Level Agreement tussen Libanon en het IMF van 7 april 2022 en van de vergaderingen van de International Support Group for Lebanon; in dit verband eveneens er nauw op toe te zien dat alle beloftes inzake transparantie, verantwoording en inclusie in het kader van de tenuitvoerlegging van dit 3RF-mechanisme worden waargemaakt;” De heer Malik Ben Achour (PS) benadrukt dat dit amendement tot doel heeft het voorstel van resolutie bij de tijd te brengen door tevens te verwijzen naar het Staff-Level Agreement van 7 april 2022 tussen Libanon en het FMI: Amendement nr. 14 wordt aangenomen met 11 stemmen en 2 onthoudingen. Verzoek I11.c) ment nr. 15 (DOC 55 2350/002) in, teneinde dit verzoek “I14.c). de Libanese centrale bank met aandrang te verzoeken om transparanter te worden en zich meer op te werpen als de onafhankelijke behoeder van de economie;” De heer Samuel Cogolati (Ecolo-Groen) geeft aan dat dit amendement ertoe strekt het voorstel van resolutie bij de tijd te brengen door te benadrukken dat de Libanese centrale bank transparanter te werk moet gaan. ‘Amendement nr. 15 wordt eenparig aangenomen. Verzoeken I1.1.d) en e) Over deze verzoeken worden geen opmerkingen De verzoeken l1.d) en e) worden eenparig aangenomen. '*_httpslwwrw.imtorgien/News/Artieles/202210/21jpr 2231 “labanon-imí-staf-eoncludes-visit-{o-lebanon Verzoek 11.1) ment nr. 16 (DOC 55 2350/02) in, dat ertoe strekt dit. verzoek weg te laten. Mevrouw Goedele Liekens (Open Vld) stelt dat dit verzoek achterhaald is. ‘Amendement nr. 16 wordt eenparig aangenomen. Verzoek 114,9) ‘Over dit verzoek worden geen opmerkingen gemaakt. Verzoek I11.9) wordt eenparig aangenomen. Verzoek Il.) ment nr. 17 (DOC 55 2350/002) in, teneinde dit verzoek “IL.h). de Libanese staatsinstellingen, inclusief de ordediensten en het Libanese rechtsapparaat, te ondersteunens; tegelijk hierbij strikte “checks-and-balances” in te bouwen opdat actoren die zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen uitgesloten worden van dergelijke steun,” Mevrouw Goedele Liekens (Open Vld) geeft aan het de bedoeling is om in de nieuwe bewoordingen de woorden “technisch en financieel" weg te laten, aangezien de steun van de Belgische regering niet noodzakelijk financieel of technisch moet zijn. Amendement nr. 17 wordt aangenomen met 11 stemVerzoek I14.i) ment nr. 18 (DOC 55 2350/002) in, teneinde dit verzoek “IL4.i). de toekomstige regering en de politieke lei ders met aandrang te verzoeken dat zij geloofwaardige maatregelen nemen in de strijd tegen de corruptie en de belastingontduiking, tegen de ondoorzichtigheid van de overheidsopdrachten en tegen belangenconflicten, dat zij een einde maken aan de endemische financiële straf feloosheid, dat zij toezien op de financiering van de nog steeds niet operationele Libanese anticorruptie-instelling en op de nog altijd niet geregelde benoeming van de commissarissen, alsook dat zij elke andere maatregel nemen die concrete veranderingen kan teweegbrengen en die zowel transparantie als volledige verantwoorde lijkheid ten aanzien van het Libanese volk kan waarborgen en die zou kunnen leiden tot een progressiever begrotingsbeleid in Libanon;” Mevrouw Els Van Hoof (cd&v) stipt aan dat het amendement rekening houdt met de opmerkingen van de heer Olivier De Schutter, speciaal VN-rapporteur voor de Mensenrechten en Extreme Armoede, om meer bepaald de strijd tegen de ondoorzichtigheid van de overheidsopdrachten en tegen belangenconflicten in te voegen in de verzoeken die aan de toekomstige Libanese regering moeten worden gericht. Amendement nr. 18 wordt aangenomen met 11 stemVerzoeken I11,j) en k) De verzoeken IL.) en K) worden eenparig aangenomen. ment nr. 19 (DOC 55 2350/002) in, teneinde dit verzoek te vervangen om er de draagwijdte van te verduidelijken. De regering moet de EDEO ertoe oproepen een interne procedure te lanceren opdat de personen die in Libanon zware financiële misdrijven hebben gepleegd ook zouden voorkomen op de lijst van personen op wie sancties rusten. Amendement nr. 19 wordt aangenomen met 11 stemVerzoeken IL4.m) en n) De verzoeken Il.1.m) en n) worden eenparig Verzoek 11.0) (nieuw) ment nr. 20 (DOC 55 2350/002) in, dat ertoe strekt een nieuw verzoek 111,0) in te voegen teneinde de Libanese autoriteiten te verzoeken de hervormingen van de StaftLevel Agreement van 7 april 2022 met het IMF door te voeren. ‘Amendement nr. 20 wordt eenparig aangenomen. Verzoek I11.p) (nieuw) ment nr. 21 (DOC 55 2350/002) in, dat ertoe strekt een nieuw verzoek I14.p) in te voegen opdat de Belgische regering op het niveau van de Europese Unie een standpunt zou innemen ter ondersteuning van het mechanisme van de gerichte sancties waarin het besluit van de Raad van 30 juli 2021 voorziet. Amendement nr. 21 wordt aangenomen met 11 stemVerzoek 11.9) (nieuw) ment nr. 22 (DOC 55 2350/002) in, dat ertoe strekt een nieuw verzoek Il. a) in te voegen met het oog op de ondersteuning van initiatieven ter bestrijding van de cholera-epidemie. Amendement nr. 22 wordt aangenomen met 11 stemVerzoek Il4.r) (nieuw) ment nr. 23 (DOC 55 2350/002) in, dat tot doel heeft een nieuw verzoek I11.5) in te voegen teneinde er bij de Libanese autoriteiten op aan te dringen de door het IMF gevraagde hervormingen door te voeren. ‘Amendement nr. 23 wordt eenparig aangenomen. Verzoek I11.5) (nieuw) ment nr. 24 (DOC 55 2350/002) in, dat ertoe strekt een nieuw verzoek IL. s) in te voegen om een einde te maken aan de onregelmatigheden in de procedures die inherent zijn aan de processen waarbij burgers voor militaire rechtbanken moeten verschijnen. ‘Amendement nr. 24 wordt eenparig aangenomen. Verzoek 111.) (nieuw) ment nr. 25 (DOC 55 2350/002) in, waarmee wordt beoogd een nieuw verzoek I11.1) in te voegen teneinde er bij de Libanese autoriteiten op aan te dringen te investeren in zonneparken, zodat zonne-energie voor een breder deel van de bevolking beschikbaar kan worden, en een wettelijk kader uit te werken inzake de productie en de installatie van zonnepanelen en zodoende de veiligheid en de duurzaamheid te garanderen. ‘Amendement nr. 25 wordt eenparig aangenomen. Verzoek I1.u) (nieuw) ment nr. 26 partim (DOC 55 2350/002) in, dat ertoe strekt een nieuw verzoek IL.u) in te voegen. Mevrouw Goedele Liekens (Open Vld) wijst erop dat dit verzoek aangeeft dat de Belgische regering, in het kader van de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit en het onrechtmatig verkregen kapitaal, een actieve rol moet spelen in de werkzaamheden op Europees niveau inzake het bij de tijd brengen van het bestaande juridische kader, teneinde de inbeslagname van vermogens in de hele Europese Unie te vergemakkelijken en te garanderen. Amendement nr. 26 partim wordt aangenomen Verzoek 1.2.2) Verzoek 11.2. a) wordt eenparig aangenomen. Verzoek 11.2.b) strekt dit verzoek weg te laten. Verzoek I1.2.c) ment nr. 27 (DOC 55 2350/002) in, teneinde dit verzoek “I1.2.c). de humanitaire hulp, inzonderheid via de toegang tot flexibele fondsen, aan te houden en aldus de Libanese bevolking te ondersteunen;” Mevrouw Goedele Liekens (Open Vld) stipt aan dat de steun van onze regering aan het Libanese volk niet noodzakelijk moet resulteren in meer humanitaire hulp. De woorden “te verhogen” moeten dus worden vervangen door de woorden “aan te houden”. ‘Amendement nr. 27 wordt eenparig aangenomen. Verzoek I1.2.d) ment nr. 28 (DOC 55 2350/002) in, teneinde dit verzoek “IL.2.d). de steun van België aan het UNRWA en aan het UNHCR aan te houden;” De heer Malik Ben Achour (PS) stelt dat het ook van belang is te voorzien in de steun van België aan het UNHCR. ‘Amendement nr. 28 wordt eenparig aangenomen. Verzoek I1.2.e) (nieuw) ment nr. 29 (DOC 55 2350/002) in, dat ertoe strekt een nieuw verzoek 112.) in te voegen opdat onze regering er bij de Libanese overheid op zou aandringen het recht op vrije meningsuiting en op vrijheid van vereniging in acht te nemen, zonder discriminatie van de LGBTQl+gemeenschap, die als gemarginaliseerde gemeenschap moet worden beschermd. ‘Amendement nr. 29 wordt eenparig aangenomen. Het gehele, aldus geamendeerde en verbeterde voorstel van resolutie wordt bij naamstemming eenparig aangenomen. Het resultaat van de naamstemming is, als volgt: Hebben voorgestemd: N-VA: Peter De Roover, Anneleen Van Bossuyt; Ecolo-Groen: Samuel Cogolati, Wouter De Vriendt, Guillaume Defossé; PS: Malik Ben Achour, Christophe Lacroix; VB: Annick Ponthier, Ellen Samyn; MR: Christophe Bombled; ed: Els Van Hoof; Open Vid: Goedele Liekens; Vooruit: Vicky Reynaert. Hebben tegengestemd: nihil Hebben zich onthouden: nihil De rapporteurs, _De voorzitster, ‘Samuel Cogolati Els Van Hoof ecn Garein