Naar hoofdinhoud

Wetsontwerp tot goedkeuring van de algemene rekening van het algemeen bestuur van het jaar 2020 NAMENS DE COMMISSIE VOOR FINANCIËN EN BEGROTING UITGEBRACHT DOOR DE HEER Dieter VANBESIEN INHOUD Blz. 1. Inleidende uiteenzetting. 3 IL. Algemene bespreking 4 Wi. Arikelsgewijze bespreking en stemmingen. 15 zie.

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 2348 Wetsontwerp 📅 2022-01-11 🌐 NL
Status ✅ AANGENOMEN KAMER
Commissie FINANCIËN EN BEGROTING
Auteur(s) Regering
Rapporteur(s) Vanbesien, Dieter (Ecolo-Groen)
Onderwerpen
OVERHEIDSADMINISTRATIE BEGROTING RIJKSBEGROTING

🗳️ Stemmingen

Betrokken partijen

Ecolo-Groen MR N-VA PVDA-PTB VB Vooruit cdH

Sprekers (9)

Sander Loones (N-VA) Adrien Dolimont (MR) JeanLuc Crucke (MR) Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen) Benoît Piedboeuf (MR) Wouter Vermeersch (VB) David Clarinval (MR) Marco Van Hees (PVDA-PTB) Vanessa Matz (cdH)
Stemdetail (1 stemmingen)
Art. 1 eenparig aangenomen

Volledige tekst

zieook: Gos: Takt aangenomen doer de commisie ossa pocss 2348/002 nie pt ge me ven enne ee terne rde Kanan Mel Tree beha RETE rr tecta vreet ne, Orte oer Pri te STe en EE WEE. ooo somzore (ensa enne mwn Dawes en Heren, Uw commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van dinsdag 11 januari 2022. 1, - INLEIDENDE UITEENZETTING Mevrouw Eva De Bleeker, de staatssecretaris voor Begroting en Consumentenbescherming, toegevoegd ‘aan de minister van Justitie en Noordzee, stipt aan dat het voorliggende wetsontwerp de goedkeuring van de algemene rekening van het algemeen bestuur van het jaar 2020 betreft. Overeenkomstig artikel 76 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabilitit van de Federale Staat, werd dit wetsontwerp ingediend vóór 30 november van het jaar volgend op het begrotingsjaar. Een initiële versie van deze algemene rekening over 2020 werd reeds op 20 april 2021 aan het Rekenhof toegezonden. Rekening houdend met een aantal voorlopige opmerkingen van het Rekenhof werd een defini tieve versie opgemaakt en doorgestuurd. Het Rekenhof heeft vervolgens de algemene rekening 2020 met zijn commentaar via het Deel Ill van het 178ste Boek op 10 december 2021 aan de Voorzitster van de Kamer werd natuurlij in Deel IV van hetzelfde 178ste Boek voor de eerste keer een conclusie geformuleerd over de certificering van de geconsolideerde jaarrekening van de Federale Staat. De opmerkingen die door het Rekenhof worden aangehaald om tot hun onthouding te komen hebben zowel betrekking op de geconsolideerde jaarrekening als, de rekeningen van het algemeen bestuur, die er een onderdeel van zijn. Sommige van de opmerkingen die het Rekenhof heeft gemaakt werden voorgaande jaren ook al vaak geformuleerd en de onthouding komt dus niet als een volkomen verrassing. De staatssecretaris kan hier vandaag ook onmogelijk beloven dat alle opmerkingen van het Rekenhof op korte termijn opgelost zullen kunnen worden. Maar de staatssecretaris verzekert de leden van deze commissie dat haar diensten en zijzelf keihard aan de slag zullen gaan met dit certificeringsrapport om de lijst met opmerkingen elk jaar korter te maken. Sommige zaken zullen reeds gecorrigeerd kunnen worden door de Federale Accountant in de rekeningen van het jaar 2021, zoals bijvoorbeeld de boeking van de verkoop van het Résidence Palace, de correctie van de bocss 2348/002 voorraden en vaste activa van Defensie, derdengelden beheerd door de CREG of de boeking van renteswaps. ‘Andere opmerkingen, zoals het niet aanrekenen van de sociale schulden in de begrotingsboekhouding, zullen automatisch verdwijnen door de verdere uitrol van de applicatie Persopay. De Federale Accountant nam ondertussen ook al contact op met de FOD Financiën en de FOD Buitenlandse Zaken voor de opmerkingen over, respectievelijk, het boeken van fiscale ontvangsten op basis van vastgestelde rechten en de boeking van terreinen en gebouwen in het buitenland. Voor deze opmerkingen zijn er geen quick fixes, maar de betrokken FOD's onder de bevoegdheid van de collega's van de staatssecretaris werken constructief mee aan een oplossing. ‘Ten slotte zijn er verschilende opmerkingen die gelieerd zijn aan de waardering en herwaardering van activa van de overheid. De praktische uitwerking van deze regels wordt momenteel voorbereid binnen de Commissie voor Openbare Comptabiliteit. De diensten van de staatssecretaris zullen aandringen op een snelle afronding van deze werkzaamheden, zodat de diensten van het algemene bestuur de uniforme regels kunnen toepassen. Maar gezien de complexiteit van deze oefening zullen de oplossingen betreffende de opmerkingen van het Rekenhof zich verder in de tijd uitstrekken dan de rekeningen van 2021 en misschien zelfs ook 2022. Hiermee wil de staatssecretaris de problemen niet op de lange baan schuiven, maar desalniettemin is het belangrijk om geen loze beloften te doen en enige realiteitszin aan de dag te leggen. ‘Tot slot wijst de staatssecretaris er nog op dat tabel H met betrekking tot de kredietoverschrijdingen louter ter informatieve titel in het wetsontwerp is opgenomen.

II, - ALGEMENE BESPREKING

A. Vragen en opmerkingen van de leden De heer Sander Loones (N-VA) stelt vast dat de staatssecretaris binnenkort een nieuwe collega zal hebben. De heer Adrien Dolimont (MR) zal de heer JeanLuc Crucke (MR) vervangen als Waals minister voor Begroting. De spreker hoopt dat de samenwerking met de staatssecretaris en de nieuwe Waalse minister vlot zal verlopen en dat de staatssecretaris dra contact zal opnemen met haar kersverse collega. Dit is belangrijk gezien de bijzonder acute toestand waarin de Waalse begroting zich thans bevindt. Vervolgens haakt de spreker in op de goedkeuring van de rekeningen 2020. In navolging van de vernietigende uitspraken van het Rekenhof betreffende de rekeningen 2020 meent de spreker dat iedere fractie, indien zij in de oppositie zou zitten, deze rekeningen niet zou goedkeuren. Het niveau van de federale rekeningen is simpelweg ondermaats. De enige reden waarom de meerderheidspartijen deze rekeningen goedkeuren is, omdat deze meerderheidspartijen nu eenmaal deel uitmaken van de meerderheid. Enige mildheid is gepast gezien de recente coronacrisis alsook een collectieve verantwoordelijkheid die ook zijn fractie te beurt valt aangezien zij deel heeft uitgemaakt. van een federale regering tijdens dewelke een aantal stappen vooruit werden gezet. Deze stappen waren echter onvoldoende. De spreker wil niet zozeer ingaan op de vele pijnpunten die in het verslag van het Rekenhof worden aangehaald maar hij wil graag van de staatssecretaris vernemen welke concrete plannen zij op korte termijn op tafel zal leggen om die vele pijnpunten aan te pakken. Wanneer zal de staatssecretaris haar actieplan in deze commissie toelichten? Hij roept de staatssecretaris op om hiervan een topprioriteit te maken en het Parlement hierbij als, een belangrijke partner te erkennen. Mevrouw Marie-Christine Marghem (MR) stipt aan dat de heer Dolimont een briljant politicus is. Hij is volgens de spreekster de juiste man op de juiste plaats om de Waalse begroting stevig op orde te zetten en dit in lijn met de politieke begrotingsvisie van haar fractie De heer Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen) merkt op dat de beoordeling van het Rekenhof met betrekking tot de rekeningen 2020 een onthouding is omdat het Rekenhof over onvoldoende informatie beschikt om een oordeel te kunnen vellen over de juistheid van de jaarrekeningen. Dit is volgens het Rekenhof trouwens in lijn met de voorgaande jaren. Hierbij verwijst de spreker naar de collectieve verantwoordelijkheid van de politieke klasse. De beoordeling van het Rekenhof was bijgevolg geen verrassing. De vraag stelt zich echter welke aanpassingen en beleidsdaden nodig zijn opdat het Rekenhof in de nabije toekomst wel een oordeel kan vellen over de kwaliteit van de jaarrekeningen. Wat is hierbij de ambitie van de staatssecretaris? Kan zij hierover meer toelichting verschaffen? De staatssecretaris heeft reeds aangegeven dat er reeds verbeteringen zijn aangebracht in het kader van de opmaak van de jaarrekeningen 2021 Bovendien zou de spreker graag een overzicht krijgen van de meetbare doelstellingen die de staatssecretaris, op korte termijn wil realiseren. Op die manier kunnen de leden van deze commissie de vorderingen actief opvolgen en kunnen zij hun steentje bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van de rekeningen zodat het Rekenhof in de loop van de komende jaren wel een oordeel kan vellen over de kwaliteit van de rekeningen. De heer Benoît Piedboeuf (MR) merkt op dat de leden van deze commissie zich reeds enkele jaren zorgen maken over de certificering van de jaarrekeningen van de overheid. De vrees bestond erin dat het Rekenhof een negatief advies zou geven. Thans heeft het Rekenhof zich onthouden maar dit oordeel volstaat niet voor de spreker die ervoor pleit om de nodige verbeteringen aan te brengen. Bovendien is de staatssecretaris niet verantwoordelijk voor de rekeningen van bepaalde overheidsdiensten zoals bijvoorbeeld de Regie der Gebouwen of Fedasil Deze organismen hebben reeds stappen gezet maar moeten toch met de nodige waakzaamheid opgevolgd worden. De spreker zal als voorzitter van de subcommissie Rekenhof de nodige stappen zetten om de desbetreffende organismen te horen tijdens de toekomstige vergaderingen van deze subcommissie teneinde een beter zicht te krijgen op de stappen die zij nog moeten nemen om hun rekeningen op orde te zetten. Vandaar dat hij tevens van de staatssecretaris wil vernemen welke concrete stappen zij zal ondernemen om de kwaliteit van de jaarrekeningen te verbeteren teneinde de certificering van de rekeningen door het Rekenhof te behalen. De heer Wouter Vermeersch (VB) merkt op dat het Rekenhof geen structurele verbetering van de kwaliteit van de jaarrekening van het algemeen bestuur vaststelt. Dat is een van de redenen waarom het Rekenhof zich genoodzaakt zag om een onthoudend oordeel over de jaarrekening van de volledige Federale Staat uit te spreken. Dat is zowat nog erger dan een afkeurende verklaring over de jaarrekening. Het Rekenhof is vandaag zelfs niet in staat om een oordeel te vellen. Waarom niet? Net zoals het voorbije jaar geeft die jaarrekening geen getrouw beeld van de financiële toestand en vermogenstoestand van het algemeen bestuur. Voor bepaalde rubrieken zijn heel wat verrichtingen niet of onjuist in de rekeningen geboekt. Hoe evalueert de staatssecretaris het eerste oordeel van het Rekenhof over de jaarrekening van de Federale Staat? Tijdens haar inleidende uiteenzetting heeft de staatssecretaris, aangegeven dat men niet mag verwachten dat zij in één klap alle problemen zal oplossen. Welke conclusies trekt de staatssecretaris uit de onthoudende verklaring? De spreker heeft tot op heden geen concrete plannen en beleidsinitiatieven gehoord. Welke gevolgen zijn er verbonden aan de onthoudende verklaring? Zal de Europese Commissie, die deze certificering heeft opgelegd, het onthoudende oordeel aanwenden ten aanzien van België? Welke concrete beleidsmaatregelen zal de staatssecretaris nemen om ervoor te zorgen dat het Rekenhof volgend jaar wel voldoende en toereikende informatie heeft om een oordeel te kunnen vellen? Het Rekenhof benadrukt daarnaast dat door het blijvende gebrek aan kennis en beheersing van de boekhoudverrichtingen bij de departementen geen structurele oplossingen kunnen worden gevonden voor de problemen die het Rekenhof sinds de opstart van het Fedcomproject heeft aangegeven. In haar schriftelijk antwoord op zijn vragen hierover antwoordde de staatssecretaris dat de Fedcomschool ondertussen wordt omgedoopt tot een soort onlinewebinar. Wat is de stand van zaken van het Fedcomproject en de Fedcomschool? Welke verdere stappen zullen hieromtrent in de nabije toekomst worden gezet? ‘Teneinde de certificering van de rekeningen door het Rekenhof te vergemakkelijken, heeft voormalig minister voor Begroting, de heer David Clarinval (MR), de FOD BOSA eertijds de opdracht gegeven een actieplan op te stellen en op te volgen. Dat plan moet het mogelijk maken rekening te houden met de opmerkingen van het Rekenhof, knelpunten bloot te leggen en er specifieke en structurele oplossingen voor te zoeken. De heer Clarinval heeft de FOD BOSA verzocht dat actieplan te koppelen aan een nauwkeurig tijdspad en te zorgen voor een regelmatige follow-up. Via een schriftelijk antwoord merkte de staatssecretaris op dat er een gebrek is aan capaciteit door het vertrek, pensionering en ziekte van een aantal sleutelpersonen. Er werden vorig jaar een aantal aanwervingen vooropgesteld. Naast de geplande aanwervingen werd ook overleg gepleegd tussen de FOD BOSA en de verschillende betrokken administraties. Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de aanwervingen en het personeelsbestand van de betrokken diensten? De opmerkingen van het Rekenhof voor zowel de rekeningen van 2018 als voor 2019 vormden de eerste werkpunten en prioriteiten in de voorbereiding van de certificering. Een certificering waarvan de leden van deze commissie ondertussen weten dat deze is uitgedraaid op een onthoudende verklaring. Zoals reeds gezegd tijdens de commissievergadering zal hier de komende weken ‘en maanden intensief aan gewerkt worden door alle betrokken instellingen en in overleg met het Rekenhof. Wat is de stand van zaken van het actieplan van de voormalige begrotingsminister, de heer Clarinval? ‘Tot slot blijft het regelgevende kader onvolledig en zijn de huidige maatregelen van interne beheersing ontoereikend. Het Rekenhof concludeert (voor de zoveelste keer) dat het wetgevende en regelgevende kader onvolledig blijven. Welke wetgevende en regelgevende initiatieven wil de staatssecretaris nemen teneinde de kwaliteit van de rekeningen op een structurele wijze te verbeteren in de toekomst? De heer Marco Van Hees (PVDA-PTB) wijst erop dat het Rekenhof een streng oordeel velt over de algemene rekening van het algemeen bestuur, in de volgende bewoordingen: “die rekening [geeft] geen getrouw beeld van de financiële toestand en vermogenstoestand van het algemeen bestuur”. De tekortkomingen zijn niet nieuw, maar het is verontrustend dat het Rekenhof vaststelt dat er geen verbetering is: “Ondanks de belangrijke plaats, van het algemeen bestuur binnen de Federale Staat en de certificering van de jaarrekening van de Federale Staat vanaf het boekjaar 2020, stelt het Rekenhof geen structurele verbetering van de kwaliteit van de jaarrekening van het algemeen bestuur vast”. Eris dus sprake van een structureel probleem waarvoor Klaarblijkelijk geen oplossing wordt aangereikt. De spreker haalt voorts de volgende opmerking van het Rekenhof aan: “Het Rekenhof benadrukt daarnaast dat door het gebrek aan kennis en beheersing van de boekhoudverrichtingen bij de departementen geen structurele oplossingen kunnen worden gevonden voor de problemen die het Rekenhof sinds de opstart van het Fedcomproject heeft aangegeven. Zo passen de departementen de instructies van de Federale Accountant bij de jaar- en maandafsluitingen onvoldoende en niet eenvormig toe”. Men kan zich ook afvragen of er ook geen sprake is van een tekort aan personeel, aangezien de personeelssterkte van de federale overheid al jarenlang wordt teruggeschroefd. Die vaststellingen moeten des te meer worden betreurd omdat de jaarrekeningen van de Federale Staat vanaf de rekeningen betreffende het begrotingsjaar 2020 ter certificatie aan het Rekenhof worden voorgelegd. En er is meteen al sprake van een fiasco, want het Rekenhof formuleert geen enkel oordeel over de jaarrekeningen van de Federale Staat, omdat het Rekenhof onvoldoende en ter zake dienende bewijselementen heeft kunnen verkrijgen om haar controlewerkzaamheden ter staving van haar opinie over voormelde algemene rekening uit te voeren. Het Rekenhof doet onder meer de volgende vaststelingen: 1. “Het Rekenhof stelt vast dat de rapportering van de fiscale opbrengsten die de FOD Financiën heeft geboekt en die nagenoeg 90 % van de opbrengsten van de Federale Staat vertegenwoordigen, significante tekortkomingen bevat. Daardoor kan noch de volledigheid noch de juistheid van die fiscale verrichtingen worden gewaarborgd”. 2. “Bovendien waren op 31 december voor 31 537 miljoen euro fiscale vorderingen geboekt als rechten buiten balans, terwijl ze hadden moeten worden geboekt als vorderingen op de balans (na de noodzakelijke waardeverminderingen) op basis van het concept van vastgesteld recht”. 3. Hetis geweten hoe de voorraad mondmaskers vóór het uitbreken van de pandemie werd beheerd, maar kennelijk verloopt dat beheer bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu nog steeds niet zoals het zou moeten: “De FOD Volksgezondheid beheerst de opvolging en waardering van zijn voorraden, die vooral zijn aangelegd in het kader van de COVID-19-crisis, niet. Daardoor is, de waarde ervan overschat. 4. Het probleem van het beheer van de voorraad stelt zich niet alleen bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu: “De boeking van de voorraden en van de materiële vaste activa van het algemeen bestuur vertoont ook belangrijke tekortkomingen, zodat noch de volledigheid noch de juistheid van de geboekte verrichtingen kan worden gewaarborgd!” 5. Frauderisico's: “Bepaalde bankrekeningen, postrekeningen en kassen zijn niet opgenomen op de balans. Voor andere ontbreken verrichtingen. De volledigheid van de boekhoud- en begrotingsverrichtingen kan dus niet worden gewaarborgd. Als gevolg is het risico op fraude onvoldoende onder controle”. De lijst met vaststellingen van het Rekenhof is nog lang, maar de spreker houdt het hierbij De spreker wijst ten slotte op een laatste probleem en citeert andermaal het Rekenhof: “In overeenstemming met artikel 110 van de wet van 22 mei 2003 bevat de jaarrekening naast een balans, een resultatenrekening en een samenvattende rekening van de begrotingsverrichtingen ook een verantwoordingsbijlage. (…) Er is echter nog geen koninklijk besluit uitgewerkt dat de inhoud van de verantwoordingsbijlage verduidelijkt. Momenteel bevat de verantwoordingsbijlage te weinig relevante informatie om de gebruiker toe te laten de cijfers te interpreteren. Zo is er geen informatie over de waarderingsregels, ontbreekt de toelichting over consolidatieverschilen en wordt niet verduidelijkt welke participaties werden geëlimineerd”. Na al deze vaststellingen kan onmogelijk worden overgegaan tot de goedkeuring van de algemene rekening van het algemeen bestuur. De PVDA-PTB-fractie zal dus tegen dit wetsontwerp stemmen. De heer Christian Leysen (Open Vld) merkt op dat hij zich als voormalig auditeur niet verbaast over het feit dat het Rekenhof zich heeft moeten onthouden met betrekking tot de certificering van de jaarrekeningen 2020. De spreker merkt op dat heel wat leden van deze commissie zich bewust zijn van het feit dat de bedenkelijke situatie van de jaarrekeningen een collectieve politieke verantwoordelijkheid is waarbij het belang van een correcte en adequate boekhoudkundige rapportering onvoldoende aandacht heeft gekregen. De spreker stipt aan dat de uitdaging groot is en blijft, maar het is steeds een goede zaak om met een duidelijke analyse van de beginsituatie te starten ook al is het oordeel van deze analyse niet bijster positief. Bovendien is het niet louter de taak van de staatssecretaris om verandering te brengen aan de lamentabele situatie waarin de jaarrekeningen verkeren. Het is de collectieve verantwoordelijkheid van alle regeringsleden ‘om voortaan de prioriteiten te bepalen teneinde een concreet stappenplan ter zake uitte voeren. Hierbij moet er voldoende oog zijn voor de kwaliteiten en de capaci teiten van de verantwoordelijken binnen de directie van de verschillende overheidsadministraties. Mevrouw Vanessa Matz (cdH) heeft na het beluisteren van de verschillende leden van de meerderheid begrepen dat de staatssecretaris met zulke vrienden geen vijanden meer nodig heeft. Er bestaat kamerbreed unanimiteit dat er een probleem is met de kwaliteit van de jaarrekeningen. Daarnaast heeft de staatssecretaris er in haar inleidende uiteenzetting op gewezen dat er een aantal belangrijke stappen vooruit werden gezet de afgelopen maanden. Kan de staatssecretaris hieromtrent een overzicht bezorgen want de spreekster heeft vastgesteld dat het Rekenhof in zijn rapport heeft aangegeven dat de jaarrekeningen geen getrouw beeld geven van de financiële en vermogenssituatie van de algemene administratie? Hierbij haalt het Rekenhof ook nog het voortdurend gebrek aan boekhoudkundige knowhow aan binnen de verschillende departementen waardoor er op korte termijn geen structurele oplossingen kunnen worden ontwikkeld ten aanzien van de vele problemen die door het Rekenhof worden aangehaald sinds de lancering van het project Fedcom. ‘Ten slotte meent het Rekenhof dat het regelgevend kader thans ontoereikend blijft en dat de interne controlemechanismen onvoldoende zijn. Bovendien wijst het Rekenhof op het gebrek aan uniformiteit inzake de toepassing van de boekhoudkundige en waarderingsregels op het gebied van fiscaliteit waardoor de betrouwbaarheid van de rekeningen van het algemeen bestuur te wensen overlaat. De spreekster wil daarenboven graag meer toelichting krijgen bij de plannen die de staatssecretaris wil ontwikkelen om de vele pijnpunten op een structurele wijze aan te pakken. Kan de staatssecretaris hierbij enkele pistes toelichten die zij wil uitwerken om de kwaliteit van de jaarrekeningen te verhogen?

B. Antwoorden van de staatssecretaris ‘aan de minister van Justitie en Noordzee, wil vooreerst benadrukken dat zij een goede samenwerking zal nastreven met de nieuwe Waalse minister voor Begroting. Zij wijst erop dat zij steeds poogt om op een constructieve wijze samen te werken met haar verschillende regionale collega's. Deze goede samenwerking is een conditio sina qua non om de overheidsfinanciën van de verschilende beleidsniveaus structureel te verbeteren. Met betrekking tot de vragen over het concrete stappenplan, merkt de staatssecretaris op dat zij in haar inleiding al enkele concrete actiepunten heeft gegeven die op (zeer) korte termijn aangepakt zullen worden. Daarnaast zijn er een aantal meer complexe problemen, die meer tijd zullen vergen om opgelost te geraken. Samen met de administratie werkt de staatssecretaris inderdaad aan een concreet stappenplan om tegemoet te komen aan de verschillende opmerkingen van het Rekenhof. Als dit stappenplan klaar is, zal de staatssecretaris dit ook overzenden aan het Parlement. De staatssecretaris streeft ernaar dit in de loop van het eerste trimester te realiseren. Het Rekenhof stoelt zijn onthouding voornamelijk op de noodzaak om de fiscale inkomsten te boeken op basis, van vastgestelde rechten in plaats van geïnde bedragen en de waardering van activa. De FOD Financiën heeft reeds in 2021 een aantal fiscale ontvangsten geboekt op basis van vastgestelde rechten en zal deze omzetting in 2022 verder uitwerken en grotendeels afronden. Dit alles gebeurt in nauwe samenwerking met de FOD BOSA en het Rekenhof. In navolging van de opmerkingen van de heer Vermeersch, stipt de staatssecretaris aan dat er een concreet actieplan zal worden geformuleerd, dat natuur lijk ook meegedeeld zal worden aan het Parlement. Dit actieplan zal natuurlijk voortbouwen op die acties waarin eerder was voorzien, maar de staatssecretaris gaat dit aanpassen aan dit recentste rapport van het Rekenhof. Zo meteen zal er alvast een eerste wetgevend initiatief (DOC 55 2404/001) besproken worden betreffende de controle op de rekeningen. De staatssecretaris neemt daar dus initiatieven en zal evalueren welke bijkomende wetgevende aanpassingen nog nodig zijn. De Commissie Openbare Comptabiliteit werkt even eens verder aan haar adviezen over de waardering van terreinen en gebouwen en over de subsidies. Deze advieze die in de schoot van deze commissie door middel van een samenwerking met de regio's en het Rekenhof moeten worden opgemaakt vragen echter veel overleg tussen entiteiten met een andere achtergrond. Naast, en aanvullend op, het wetgevend initiatief moet er ook gewerkt worden aan instructies vanuit de Federale Accountant. Dit zal in 2022 meer aandacht moeten krijgen. De staatssecretaris geeft aan dat een onthouding uiteraard niet volstaat als oordeel van het Rekenhof, dit moet beter. De staatssecretaris zal alles in het werk stellen teneinde de certificering van de rekeningen 2021 door het Rekenhof te behalen. Wat de opmerking van de heer Van Hees betreft, legt de staatssecretaris uit dat haar administratie personeel in dienst heeft genomen binnen het team “Federal Accountant” om de FOD's en de instellingen beter te begeleiden bij hun boekhouding. Zodra die mensen intern de overdracht inzake kennis en opleiding zullen hebben afgerond, zal de kwaliteit van de rekeningen van het algemeen bestuur er aanzienlijk op vooruitgaan. Inzake de voorraad mondmaskers wijst de staatssecretaris erop dat die aangelegenheid zal worden besproken met de bevoegde collega, in casu minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). ‘Tot slot haakt de staatssecretaris in op de opmerkingen van de heer Leysen. Zij onderstreept hierbij dat zij uiteraard rekening zal houden met zijn bekommernissen. Zij zal nagaan in welke mate de publieke instellingen nog meer geresponsabiliseerd kunnen worden.

C. Replieken

De heer Sander Loones (N-VA) is tevreden dat de staatssecretaris de handschoen opneemt en dat zij in de loop van het eerste trimester een stappenplan zal voorleggen aan de leden van deze commissie. Volgens de spreker lijkt het erop dat dat stappenplan hoofdzakelijk zal bestaan uit wijzigingen aan operationele en administratieve bepalingen en elementen die moeten gewijzigd worden teneinde de kwaliteit van de rekeningen te verbeteren De spreker meent echter dat er daarnaast voldoende ‘aandacht moet zijn voor het legistieke aspect waarbij eventuele wetswijzigingen nodig zijn. Dit aandachtspunt moet ook door de staatssecretaris opgepikt worden. Hierbij verwijst de spreker naar het feit dat het reglehet artikel 152bis de mogelijkheid verschaft om een inleidend verslag op te maken. Dit is een methode om op een overzichtelijke manier experten te kunnen horen en conclusies te kunnen opmaken zodat deze commissie parallel met de werkzaamheden van de staatssecretaris kan werken aan een aantal pistes en conclusies in het kader van de verbetering van de kwaliteit van de rekeningen. Daarnaast erkent de spreker dat zijn partij deel heeft uitgemaakt van de federale regering en dat er dus effectief een collectieve verantwoordelijkheid is. Desalniettemin merkt de spreker op dat verantwoordelijkheid wel bepaald wordt aan de hand van de relatieve verhoudingen. Hij stelt vast dat de bevoegdheid inzake begroting sinds 2009 in liberale handen is met respectievelijk de excellenties Guy Vanhengel (Open Vld), Olivier Chastel (MR), Hervé Jamar (MR), Sophie Wilmès (MR), David Clarinval (MR) en thans Eva De Bleeker (Open Vld). De spreker hoopt dat de huidige staatssecretaris de kentering kan teweegbrengen in de blauwe bestiering van het departement Begroting. De heer Wouter Vermeersch (VB) merkt op dat hij veel goede voornemens heeft gehoord. Het is trouwens de tijd van het jaar waar goede voornemens uitbundig worden gedeeld, maar hoe goed bedoeld ze ook zijn, even snel vergeten worden. Hij verwijst hierbij naar de vele goede intenties die de staatssecretaris reeds bij haar aantreden heeft geuit maar deze goede intenties hebben nog geen soelaas geboden, getuige hiervan het vernietigende oordeel van het Rekenhof. Daarnaast merkt de spreker op dat hij nog geen antwoord heeft gekregen met betrekking tot zijn vraag over de Fedcomschool. Kan de staatssecretaris hier alsnog een antwoord op formuleren? De spreker merkt op dat er een actieplan “De Bleeker” zal opgemaakt worden. De staatssecretaris zal niet van een wit blad vertrekken aangezien er al een actieplan was ontwikkeld door haar voorganger, met name de heer David Clarinval. Wat is de stand van zaken van het actieplan van de heer Clarinval? Is het actieplan De Bleeker een verderzetting van het actieplan Clarinval? De heer Marco Van Hees (PVDA-PTB) geeft aan dat hij het vraagstuk van het personeelsbestand zal aansnijden via een mondelinge vraag in de commissie ‘om meer precieze informatie te verzamelen over de evolutie van het personeelsbestand binnen de betrokken administratie.

D. Bijkomende antwoorden van de staatssecretaris ‘aan de minister van Justitie en Noordzee, preciseert dat het actieplan dat zij zal voorleggen voortbouwt op het actieplan dat reeds in ontwikkeling was ten tijde van haar voorganger, met name de heer David Clarinval. De staatssecretaris stipt aan dat er geen grote wijzigingen moeten worden verwacht. Het komt er vooral op aan ‘om alle concrete actiepunten op te lijsten en te operationaliseren teneinde de kwaliteit van de rekeningen te verbeteren. De staatssecretaris merkt tevens op dat de ontwikkelingen betreffende de Fedcomschool integraal deel uitmaken van het op til zijnde actieplan. Daarnaast stipt de staatssecretaris aan dat de onthouding van het Rekenhof in het kader van de certificering van de jaarrekeningen geen directe consequenties heeft ten aanzien van de Europese Commissie. Het Rekenhof trekt ook de betrouwbaarheid van de cijfers niet in twijfel die door de Belgische overheid aan de Europese Commissie worden verzonden.

E. Bijkomende replieken De heer Benoît Piedboeuf (MR) wenst te onderstrepen dat er binnen de federale overheidsdiensten alsook binnen de andere publieke organismen personen actief zijn die verbonden zijn aan alle verschillende politieke partijen. Hij benadrukt hierbij nogmaals de collectieve politieke verantwoordelijkheid, ook bij de leden van deze commissie, om ervoor te zorgen dat de boekhoudkundige regels die vanuit de FOD BOSA en het Rekenhof worden uitgevaardigd binnen alle overheidsdiensten gerespecteerd worden. De heer Wouter Vermeersch (VB) merkt op dat hij en zijn fractie zich niet aangesproken voelen door het idee van collectieve verantwoordelijkheid. Deze collectieve verantwoordelijk komt enkel en alleen toe aan de traditionele partijen en met uitbreiding ook aan de N-VA. Men kan zijn fractie geen bestuursverantwoordelijkheid aanmeten aangezien zij die nooit heeft gekregen. Voor zijn fractie liggen de socio-economische en fiscale hef bomen uiteraard in Vlaanderen en niet op het federale beleidsniveau.

II. - ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN

Artikel 1 Dit artikel regelt de grondwettelijke grondslag van het wetsontwerp en geeft geen aanleiding tot opmerkingen.

Artikel 1 wordt eenparig aangenomen. Artikelen 2 tot 10 Deze artikelen geven geen aanleiding tot opmerkingen. De artikelen worden achtereenvolgens aangenomen met 9 tegen 4 stemmen. Het gehele wetsontwerp wordt bij naamstemming ‘aangenomen met 9 tegen 4 stemmen. De naamstemming is als volgt: Hebben voorgestemd: Ecolo-Groen: Cécile Cornet, Dieter Vanbesien, Giles, Vanden Burre; PS: Hugues Bayet; MR: Marie-Christine Marghem, Benoît Piedboeuf; CD&V: Steven Matheï, Open Vid: Katja Gabriëls; Vooruit: Joris Vandenbroucke. Ont voté contre: N-VA: Sander Loones, Wim Van der Donckt; VB: Wouter Vermeersch; PVDA-PTB: Marco Van Hees. Le rapporteur, La présidente, Dieter VANBESIEN _ Marie-Christine MARGHEM