Naar hoofdinhoud

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde betreffende de vrijstellingen van de belasting ter uitvoering van activiteiten in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid binnen het Uniekader en betreffende tijdelijke vrijstellingen bij invoer en bepaalde leveringen van goederen en diensten in reactie op de COVID-19-pandemie Samenvatting 3 Memorie van toelichting 4

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 2343 Wetsontwerp 📅 2021-11-30 🌐 NL
Status ✅ AANGENOMEN KAMER
Stemming 🗳️ ADOPTÉE (16/12/2021)
Commissie FINANCIËN EN BEGROTING
Auteur(s) Regering
Rapporteur(s) Vanden (Burre); Gilles (Ecolo-Groen)
Onderwerpen
FISCAAL RECHT EPIDEMIE BELASTINGVRIJSTELLING FISCALITEIT LEVERING ZIEKTE VAN DE LUCHTWEGEN INFECTIEZIEKTE EG-RICHTLIJN BTW

Volledige tekst

tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde betreffende de vrijstellingen van de belasting ter uitvoering van activiteiten in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid binnen het Uniekader en betreffende tijdelijke vrijstellingen bij invoer en bepaalde leveringen van goederen en diensten in reactie op de COVID-19-pandemie Samenvatting 3 Memorie van toelichting 4 Voorontwerp 1e Impactanalyse 26 Advies van de Raad van State. ar Wetsontwerp 35 Concordantietabel richtlijnen - btw-Wetboek. 46 Concordantiefabel btw-Wetboek - richtlijnen 60 Coördinatie van de artikelen n De URGENTIEVERKLARING WORDT DOOR DE REGERING GEVRAAGD OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 51 VAN HET REGLEMENT. bocss 2343/001 De regering heeft dit wetsontwerp op 30 november 2021 ingediend. De “goedkeuring tot drukken” werd op 30 november 2021 door de Kamer ontvangen. raes Groen ‘Afkorting bide rumering van de pubica erva Sehrieijke Wagen en Antwoorden cam Voorlopige verse van het Integraal Verslag Craav Beknopt Versag Integraal Verslag, met inks het definitieve integraal cav verlag en acht het vertaald beknopt verlag van de toespraken (mat de bijager) PLEN Pera €ou Commisiovergadering hor Mates tot besluit van meypelaties (beigekeurig papier) SAMENVATTING Dit ontwerp brengt wijzigingen aan in het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, in het ‘bijzonder met betrekking tot de werkingssfeer en vrijstellingen van de belasting, ingevolge de omzetting van twee Europese richtlijnen tot wijziging van Richtlijn 2006/1121 EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

MEMORIE VAN TOELICHTING

Dawes en Heren, ALGEMENE TOELICHTING Dit wetsontwerp brengt wijzigingen aan in het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna: “het Wetboek”) in het bijzonder met betrekking tot de werkingssfeer en vrijstellingen van de belasting, ingevolge de omzetting van twee Europese richtlijnen tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna: “Richtlijn 2006/112/EG”) Dit ontwerp heeft het voorwerp uitgemaakt van het advies van de Raad van State nr. 70.299/3 van 17 november 2021. Er werd rekening gehouden met alle opmerkingen van het advies

TOELICHTING

BIJ DE ARTIKELEN

HOOFDSTUK 1

Algemene bepalingen Artikel 1 Overeenkomstig artikel 83 van de Grondwet preciseert dït artikel dat het ontwerp een aangelegenheid betreft bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

Art. 2 Artikel 2 van het ontwerp bepaalt dat dit ontwerp voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2019/2235 van de Raad van 16 december 2019 tot wijzi ging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en Richtlijn 2008/118/EG houdende een algemene regeling inzake accijns wat betreft defensie-inspanningen binnen het Uniekader (hierna: “Richtlijn 2019/2235") en in de omzetting van Richtlijn (EU) 2021/1159 van de Raad van 13 juli 2021 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende tijdelijke vrijstellingen bij invoer en bepaalde leveringen van goederen en diensten in reactie op de COVID-19-pandemie. (hierna: “Richtlijn 2021/1159”). Richtlijn 2006/112/EG voorziet onder bepaalde voorwaarden in een vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) voor leveringen van goederen en diensten aan, alsook de invoer van goederen door, de strijdkrachten van de staten die parti zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, voor zover die strijdkrachten deelnemen aan een gemeenschappelijke defensieinspanning buiten hun eigen staat. Op die vrijstellingen kan geen beroep worden gedaan wanneer de strijdkrachten van een lidstaat deelnemen aan activiteiten in het kader van het gemeenschappelik velligheids- en defensiebeleid (hierna: “GVDB”) zoals uiteengezet in afdeling 2 van

hoofdstuk 2

van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Er moet prioriteit worden gegeven aan de noodzakelijke verbetering van de Europese defensie- en crisisbeheersingsvermogens en de vereiste versterking van de veiligheid en defensie van de Unie. In hun gezamenlijke mededeling van 28 maart 2018 over het actieplan voor militaire mobiliteit hebben de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie de noodzaak erkend om de btwbehandeling van de defensie-inspanningen die worden geleverd binnen het Uniekader en onder auspiciën van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) op elkaar af te stemmen. Richtlijn 2019/2235 strekt er aldus toe om de btwde Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) effectief op elkaar af te stemmen. Overeenkomstig artikel 3, lid 1, eerste alinea, van Richtlijn 2019/2235 worden de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen door de lidstaten uiterlijk op 30 juni 2022 vastgesteld en bekendgemaakt. Overeenkomstig de artikelen 143, lid 1, punt f bis) en 151, lid 1, eerste alinea, punt a bis), van Richtlijn 2006/112/EG verlenen de lidstaten vrijstelling van btw voor de invoer van goederen door, en goederenleveringen en het verrichten van diensten aan de Unie, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, de Europese Centrale Bank of de Europese Investeringsbank, dan wel door of aan de door de Unie opgerichte organen waarop het aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehechte Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie van toepassing is, zulks binnen de beperkingen en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld bij dat protocol, bij de overeenkomsten tot toepassing van dat protocol of bij de vestigingsovereenkomsten, en voor zover zulks niet leidt tot verstoring van de mededinging. Die vrijstelling is echter strikt beperkt tot aankopen voor officieel gebruik en geldt niet voor situaties waarin organen van de Unie goederen en diensten aankopen in reactie op de noodsituatie als gevolg van de COVID19-pandemie, met name wanneer die kosteloos ter beschikking worden gesteld van de lidstaten of derden, zoals nationale autoriteiten of instellingen. Gezien de blijvende noodzaak van dringende maatregelen om de huidige gezondheidscrisis aan te pakken, moeten de aankoop van goederen en diensten door de Commissie of een krachtens Unierecht opgericht agentschap of orgaan bij de uitvoering van hun taken worden vrijgesteld, om te reageren op de COVID-19-pandemie. Zo zullen de maatregelen die middels verscheidene initiatieven van de Unie in die situatie worden genomen, niet worden belemmerd door btw-bedragen die de EU-instellingen niet kunnen terugvorderen, of door de administratieve last vanwege de verplichtingen om zich voor btw-doeleinden te registreren. Richtlijn (EU) 2020/2020 van de Raad van 7 december 2020 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft tijdelijke maatregelen inzake de belasting over de toegevoegde waarde van toepassing op COVID-19-vaccins, ‘en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, in reactie op de COVID-19-pandemie volstaat niet om de strijd tegen de COVID-19-pandemie op te voeren. Met deze richtlijn kunnen de lidstaten immers slechts, gedurende een beperkte periode verlaagde tarieven toepassen op leveringen van medische hulpmiddelen voor COVID-19-in-vitrodiagnostiek en diensten die daar nauw mee samenhangen, of een vrijstelling met recht op aftrek van voorbelasting verlenen voor leveringen van COVID-19-vaccins en medische hulpmiddelen voor COVID-19-in-vitrodiagnostiek, en diensten die nauw met die hulpmiddelen en vaccins samenhangen. Richtlijn 2021/1159 strekt er aldus toe om in een nieuwe btw-vrijstelling te voorzien voor aankopen door organen van de Unie van goederen en diensten in reactie op de noodsituatie als gevolg van de COVID-19-pandemie, wanneer die kosteloos ter beschikking worden gesteld van de lidstaten of derden, zoals nationale autoriteiten of instellingen. Overeenkomstig artikel 2, eerste alinea, van Richtlijn 2021/1159 worden de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen door de lidstaten uiterlijk op 31 decem ber 2021 vastgesteld en bekendgemaakt.

HOOFDSTUK 2

Vrijstellingen voor leveringen van goederen en diensten alsook voor de invoer van goederen binnen het Uniekader Art. 3 Artikel 3 van het ontwerp vervangt het huidige artikel 25quater,$ 2, van het Wetboek door de bestaande paragraaf voortaan op te splitsen in twee nieuwe leden.

Artikel 25quater, $ 2, eerste lid, nieuw, van het Wetboek vormt de omzetting van artikel 22, eerste alinea, nieuw, van Richtlijn 2006/112/EG, zoals ingevoegd bij Richtlijn 2019/2235. Op grond van artikel 25quater, $ 2, eerste lid, nieuw, van het Wetboek, wordt de toewijzing door de strijdkrachten van een lidstaat die deelneemt aan een defensieinspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB, ten behoeve van die strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel, van goederen die zij niet tegen de algemene belastingvoorwaarden van de interne markt van een lidstaat hebben verworven gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel wanneer de invoer van die goederen niet in aanmerking zou kunnen komen voor de in artikel 42, $ 3, eerste lid, 4°bis, nieuw, van het Wetboek bedoelde vrijstelling. Deze bepaling werkt aldus in abstracto een belastingheffing uit (met name door middel van gelijkstelling met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel) voor een specifieke handeling met betrekking tot goederen afkomstig uit een andere lidstaat, die afhankelijk is van een verplichte vergelijking met de fiscale regeling die van toepassing zou zijn op een denkbeeldige vergelijkbare situatie (met name een invoersituatie waarbij de goederen verondersteld moeten worden afkomstig te zijn van buiten de Europese Unie en niet van een andere EU-lidstaat en die dus enkel op dat ene punt verschilt van de situatie waarvoor in een principiële belastingheffing wordt voorzien). In concreto voorziet deze bepaling aldus in een principiële belastingheffing in België op goederen die door bepaalde strijdkrachten van een lidstaat op het grondgebied van een andere lidstaat (dan België) niet tegen de algemene belastingvoorwaarden van de interne markt van die lidstaat werden verworven (met andere woorden: werden verworven met vrijstelling van btw op grond van artikel 151, lid 1, van de btw-richtlijn) en die vervolgens vanuit die lidstaat in België worden binnengebracht. Op deze principiële belastingheffing wordt evenwel een uitzondering voorzien die gegrond is op de fictieve vergelijking met een invoersituatie voor diezelfde goederen: er moet met name worden nagegaan wat de toepasselijke btw-regeling zou zijn indien de goederen niet afkomstig zouden zijn van een andere EU-lidstaat maar van een derde land waardoor de grensoverschrijding van de goederen aanleiding zou geven tot een invoer. Indien de betrokken goederen die de facto worden overgebracht van een andere lidstaat naar België aldus worden vergeleken met de (fictieve) invoer van dezelfde goederen in België door dezelfde strijdkrachten en er blijkt dat die invoer zou kunnen worden vrijgesteld op grond van artikel 42, $ 3, eerste lid, 4°bis, nieuw, van het Wetboek, zal de principiële belastingheffing op de toewijzing (overbrenging van de goederen vanuit een andere lidstaat naar België) geen doorgang kunnen vinden. De laatstgenoemde bepaling, ingevoegd bij artikel 4 van dit ontwerp, voorziet onder meer in een vrijstelling voor de invoer van goederen bestemd voor de strijdkrachten van andere lidstaten, ten behoeve van die strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines, wanneer die strijdkrachten deelnemen aan een defensie kader van het GVDB. Voorbeeld De door Belgische strijdkrachten in Nederland aangekochte goederen in het kader van de deelname aan een defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB, zijn van btw vrijgesteld op grond van artikel 151, lid 1, eerste alinea, punt b bis), nieuw, van Richtlijn 2006/112/EG, zoals ingevoegd bij Richtlijn 2019/2235. Die goederen zijn aldaar dus niet verworven tegen de algemene belastingvoorwaarden van de intere markt van die lidstaat. Wanneer die goederen aldus worden overgebracht naar België, zal de toewijzing van die goederen door de Belgische strijdkrachten worden van goederen onder bezwarende titel overeenkomstig artikel 25quater, $ 2, eerste lid, nieuw, van het Wetboek en dienovereenkomstig in België worden belast De uitzondering op die gelijkstelling voorzien in fine van dat artikel is in casu immers niet van toepassing: de invoer van die goederen kan namelijk niet in aanmerking komen voor de in artikel 42, 5 3, eerste lid, 4°bis, nieuw, van het Wetboek bedoelde vrijstelling bij invoer, aangezien die goederen in België niet bestemd zijn voor de strijdkrachten van andere lidstaten zoals vereist voor de toepassing van die vrijstelling. De toewijzing van de goederen zal anderzijds in België geen aanleiding geven tot een gelijkstelling met ‘itel en een belastingheffing wanneer dezelfde goederen in Nederland onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden zouden zijn aangekocht door de strijdkrachten van een andere lidstaat en ze vervolgens door die strijdkrachten naar België zouden zijn overgebracht.

Artikel 25quater, S 2, tweede lid, nieuw, van het Wetboek herformuleert de tekst van artikel 25quater, $ 2, van het Wetboek op een meer abstracte manier om zo nauwer aansluiting te vinden bij de formulering van artikel 22 van Richtlijn 2006/112/EG, dat ingevolge de invoeging van een nieuwe eerste alinea in dat artikel door de Richtlijn 2019/2235 voortaan artikel 22, tweede alinea, nieuw, van de richtlijn vormt.

Artikel 25quater, $ 2, oud, van het Wetboek ging er wellicht terecht van uit dat de toepassing ervan in de praktijk beperkt zou zijn tot de toewijzing in België door het Belgisch leger van goederen die niet zijn verworven tegen de algemene belastingvoorwaarden van de Duitse interne markt. Rekening houdend met recente evoluties in de stationering van Belgische strijdkrachten is het evenwel niet uitgesloten dat deze bepaling ook in andere situaties toepassing zou kunnen vinden.

Art. 4 Artikel 4 van dit ontwerp zet artikel 1, 2) en 3), van Richtlijn 2019/2235 om.

Artikel 1, 2), van die richtijn voegt in artikel 143, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG een punt g bis) in.

Artikel 1, 3), van Richtlijn 2019/2235 voegt in artikel 151, id 1, eerste alinea, van Richtlijn 2006/112/ EG de punten b bis) en b ter) in. De artikelen 143, lid 1, punt 9 bis), en 151, lid 1, eerste alinea, punten b bis) en b ter), nieuw, van Richtlijn 2006/112/EG worden omgezet in artikel 42, 5 3, eerste lid, 4°bis en 4°ter, nieuw, van het Wetboek. Op grond van deze nieuwe bepalingen zijn de leveringen, de invoer van goederen en de diensten (in België), bestemd voor de strijdkrachten van andere lidstaten van de belasting vrijgesteld voor zover die strijdkrachten deelnemen aan een defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB. Deze nieuwe bepalingen vormen de tegenhanger van de vrijstellingen voorzien voor dezelfde handelingen die worden verricht door strijdkrachten die deelnemen aan de gemeenschappelijke defensie-inspanning geleverd onder auspiciën van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (artikel 42, $ 3, eerste lid, 5° en 6°, van het Wetboek) Artikel 143, lid 1, punt 9 bis) als artikel 151, lid 1, eerste alinea, punt b bis), van Richtlijn 2006/112/EG worden omgezet in eenzelfde artikel van het Wetboek ‘omdat in artikel 42, $ 3, van het Wetboek de leveringen van goederen, de invoer van goederen en de diensten tot op heden steeds gezamenlijk werden vermeld, terwijl in Richtlijn 2006/112/EG een opsplitsing gemaakt wordt tussen enerzijds “de invoer van goederen” en anderzijds “de goederenleveringen en de verrichting van diensten”. Omwille van de samenhang wordt deze structuur gehandhaafd voor de nieuwe bepalingen die zijn ingevoegd ingevolgde de omzetting van Richtlijn 2019/2235.

Artikel 42, 5 3, eerste lid, 4°bis, nieuw, van het Wetboek heeft betrekking op de invoer van goederen, leveringen en diensten, verricht op het Belgisch grondgebied ten behoeve van de strijdkrachten van andere lidstaten die op het Belgisch grondgebied aanwezig zijn De vrijstelling voorzien in artikel 42, 5 3, eerste lid, 4ter, nieuw, van het Wetboek, verschilt van die opgenomen in artikel 42, 5 3, eerste id, 4°bis, nieuw, van het Wetboek in die zin dat het gaat over de leveringen en diensten die naar een andere lidstaat worden verricht (de handeling heeft een grensoverschrijdend karakter) en die bestemd zijn voor de strijdkrachten van een andere lidstaat dan de lidstaat van bestemming van de goederen of diensten, Le. de lidstaat op het grondgebied waarvan de strijdkrachten zich bevinden. In het algemeen wordt opgemerkt dat, wat de nieuw ingevoegde bepalingen betreft, de vrijstellingen voor defensie-inspanningen die worden verricht met het oog op de uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB slechts een beperkt toepassingsgebied hebben. De vrijstellingen gelden met andere woorden alleen voor die situaties waarin de strijdkrachten taken uitvoeren die rechtstreeks verband houden met een defensie-inspanning in het kader van GVDB en geen betrekking hebben op civiele missies in het kader van GVDB Art.5 Overeenkomstig artikel 3, lid 1, tweede alinea, van voornoemde richtlijn passen de lidstaten die bepalingen toe vanaf 1 juli 2022.

Artikel 5 van dit ontwerp stelt daarom de datum van inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen ingevoegd bij

hoofdstuk 2

van deze wet vast op 1 juli 2022.

HOOFDSTUK 3

Tijdelijke vrijstellingen Art. 6 Artikel 6, a), van dit ontwerp zet artikel 1, 1), a) en 2), a), i), van Richtlijn 2021/1159 om.

Artikel 1, 1), a), van Richtlijn 2021/1159 voegt in artikel 143, id 1, van Richtlijn 2006/112/EG een punt f ter) in.

Artikel 1, 2), a), i), van Richtlijn 2021/1159 voegt in EG een punt a ter) in. De artikelen 143, lid 1, punt ter), en 151, lid 1, eerste alinea, punt a ter), nieuw, van Richtlijn 2006/112/EG worden omgezet in artikel 42, $ 3, eerste lid, 3°bis, nieuw, van het Wetboek. Op grond van deze nieuwe bepalingen is de invoer van goederen (in België) door de Europese Commissie of een krachtens het Unierecht opgericht agentschap of orgaan alsook de leveringen van goederen en diensten (in België) aan deze instellingen en organen vrijgesteld van belasting wanneer de Europese Commissie of een dergelijk agentschap of orgaan deze goederen aankoopt of invoert in het kader van de uitvoering van de hen bij het Unierecht toevertrouwde taken ter bestrijding van de COVID-19-pandemie, tenzij de aangekochte goederen en diensten of de ingevoerde goederen onmiddellijk of op. een later tijdstip worden gebruikt voor latere leveringen onder bezwarende titel door de Europese Commissie of dergelijk agentschap of orgaan. Zoals in het geval van artikel 4 van dit ontwerp worden zowel artikel 143, lid 1, punt ter), als artikel 151, id 1, eerste alinea, punt a ter), van Richtlijn 2006/112/EG in hetzelfde artikel van het Wetboek omgezet, aangezien artikel 42, $ 3, van het Wetboek de invoer van goederen, de leveringen van goederen en de diensten tot op heden steeds gezamenlijk werden vermeld, terwijl in Richtlijn 2006/112/EG een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds “de invoer van goederen” (artikel 143 van Richtlijn 2006/112/EG) en anderzijds de “de levering van goederen” en de “verrichting van diensten” (artikel 151 van Richtlijn 2006/112/EG). Omwille van de samenhang wordt deze structuur gehandhaafd voor de nieuwe bepalingen die zijn ingevoegd ingevolgde de omzetting van Richtlijn 2021/1159.

Artikel 6, b), van dit ontwerp zet artikel 1, 1), b) en artikel 1, 2), b), van Richtlijn 2021/1159 om Artikel 1, 1), b), van Richtlijn 2021/1159 voegt in artikel 143 van Richtlijn 2006/112/EG een nieuw derde lid in.

Artikel 1, 2), b), van Richtlijn 2021/1159 voegt in artikel 151 van Richtlijn 2006/112/EG een nieuw derde lid in. De artikelen 143, lid 3 en 151, lid 3, nieuw, van Richtlijn 2006/112/EG zijn omgezet in een nieuw lid dat wordt ingevoegd tussen het tweede en derde lid, van artikel 42, $ 3, het Wetboek (artikel 42, 5 3, derde lid, nieuw, van het Wetboek). Deze nieuwe bepaling verplicht de Europese Commissie die of het betrokken agentschap of orgaan dat goederen heeft ingevoerd of leveringen van goederen of diensten heeft ontvangen die krachtens artikel 42, $ 3, eerste lid, 3°bis, nieuw, van het Wetboek zijn vrijgesteld, de lidstaat waar de vrijstelling werd toegepast (in dit geval België, en meer concreet de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde) in kennis te stellen wanneer aan de voorwaarden voor de vrijstelling voorzien in artikel 42, $ 3, eerste lid, 3°bis, nieuw, van het Wetboek niet langer is voldaan. Vanaf dat moment zijn de invoer en de leveringen van deze goederen alsook de diensten onderworpen aan btw onder de voorwaarden die op dat moment gelden krachtens de bepalingen van het Wetboek en de uitvoeringsbesluiten. De nadere regels met betrekking tot die kennisgeving zullen worden vastgelegd bij koninklijk besluit.

Artikel 6, c), van dit ontwerp zet artikel 1, 2), a), i), van Richtlijn 2021/1159 om.

Artikel 1, 2), a), i), van Richtlijn 2021/1159 vervangt artikel 151, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/ EG.

Artikel 151, lid 1, tweede alinea, nieuw, van Richtlijn 2006/112/EG wordt omgezet door artikel 42, $ 3, van het Wetboek aan te vullen met een nieuw lid. Aangezien artikel 6, b), van dit ontwerp al een nieuw lid invoegt tussen het tweede en het derde lid van artikel 42, $ 3, van het Wetboek, resulteert de aanvulling van dat artikel met een nieuw lid door artikel 6, c), van dit ontwerp aldus in artikel 42, 5 3, vijfde lid, nieuw, van het Wetboek.

Artikel 42, $ 3, derde lid, van het Wetboek (dat ingevolge dit ontwerp voortaan (ongewijzigd) artikel 42, $ 3, vierde lid, nieuw, zal uitmaken) voorziet reeds dat, tenzij een internationaal verdrag of een zetelverdrag anders bepaalt, de Koning de toepassingsvoorwaarden bepaalt voor de toekenning van de vrijstellingen bedoeld in artikel 42, $ 3, eerste lid, 1° tot 8°, van het Wetboek, de voorwaarden waaronder van die vrijstellingen kan worden afgezien en de bedragen, de aard en de hoeveelheden van de goederen en diensten die voor die vrijstellingen in aanmerking kunnen komen. In dit verband voorziet deze bepaling in een delegatie aan de Koning die daartoe de minister van Financiën of zijn gemachtigde kan belasten met het vastleggen van de procedure voor het bekomen van de vrijstellingen, van de periode waarbinnen de vrijstellingen moeten worden aangevraagd en van maximumdrempels per periode, in het bijzonder om misbruik tegen te gaan. Deze bepaling voorziet dat deze criteria binnen dit kader door de minister van Financiën of zijn gemachtigde kunnen worden vastgelegd na raadpleging of op vraag van andere mi nisters. Ten slotte wordt bepaald dat de Koning ook kan bepalen dat de in het eerste lid bedoelde vrijstellingen worden verleend bij wijze van teruggaaf.

Artikel 151, lid 1, tweede alinea, van de Richtlijn 2006/112/EG bepaalt momenteel al dat de in de eerste alinea van dat artikel 151, lid 1 geregelde vrijstellingen (de vrijstellingen bedoeld in artikel 42, $ 3, eerste lid, 1° tot 8°, van het Wetboek), van toepassing zijn met inachtneming van de door de lidstaat van ontvangst vastgestelde beperkingen, totdat (op Europees niveau) een uniforme belastingregeling is vastgesteld. Dit houdt in dat wordt afgeweken van het basisprincipe inzake btw dat stelt dat de belastbare handelingen die geacht worden voor btw-doeleinden op het grondgebied van een bepaalde lidstaat plaats te hebben in principe uitsluitend onderworpen zijn aan de nationale btw-wetgeving van die lidstaat (de plaats van de belastbare handelingen vormt in principe het juridische aanknopingspunt voor de toepasselijkheid van de nationale wetgeving van een lidstaat - dit principe kent wel andere uitzonderingen, maar dan uitsluitend op het vlak van verplichtingen, bijvoorbeeld de aanduiding van de bevoegde lidstaat voor facturering en bijzondere regelingen waarbij de lidstaat van identificatie en de lidstaat waar de handeling plaatsvindt worden losgekoppeld). Het valt op te merken dat in het geval van diplomaten, de lidstaat van ontvangst degene is waarin de diplomaat als dusdanig geaccrediteerd is. In het geval van strijdkrachten is de lidstaat van ontvangst degene waarin die strijdkrachten gelegerd zijn. In het geval van een internationale organisatie, is de lidstaat van ontvangst degene die als dusdanig is erkend door de internationale overeenkomst die de organisatie opricht of door het zetelakkoord (werkdocument n° 897 van het btw-comité, blz. 20). Op grond van artikel 151, id 1, tweede alinea, van de Richtlijn 2006/112/EG zullen handelingen die in aanmerking komen voor de vrijstelling bedoeld in artikel 151, lid 1, tweede alinea, van de Richtlijn 2006/112/EG uitsluitend onderworpen zijn aan de vrijstellingsbeperkingen opgelegd door de lidstaat van ontvangst, ongeacht of de betrokken handeling al dan niet op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst plaatsvindt. Deze specifieke regel impliceert evenzeer dat de andere aspecten met betrekking tot de betrokken belastbare handelingen onderworpen blijven aan de nationale regelgeving van de lidstaat waar de handelingen geacht worden plaats, te vinden voor btw-doeleinden. De Europese Commissie koopt voor 10 000 euro goederen aan in Frankrijk die naar België worden vervoerd voor rekening van de Europese Commissie. De levering van de goederen wordt geacht in Frankrijk plaats te vinden overeenkomstig artikel 14, $ 2, van het Wetboek. De bijzondere plaatsbepalingsregeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen van artikel 15, S 1, 1°, van het Wetboek is immers niet van toepassing want de goederen worden niet vervoerd door of voor rekening van de leverancier zoals vereist door artikel 1, $ 19, van het Wetboek. De levering komt in aanmerking voor vrijstelling van btw overeenkomstig artikel 151, lid 1, eerste alinea, punt a bis), van de Richtlijn 2006/112/EG in Frankrijk. Overeenkomstig artikel 151, lid 1, tweede alinea, van de Richtlijn 2006/112/EG zal die vrijstelling evenwel onderworpen zijn aan de beperkingen die gelden in België (als lidstaat van ontvangst van de instellingen van de Europese Unie) ten aanzien van de levering van dergelijke goederen aan de Europese Commissie. Indien de levering de beperkingen opgelegd in België niet overschrijdt, zal de levering in Frankrijk zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 151, id 1, eerste alinea, punt a bis), van de Richtlijn 2006/112/EG. De te volgen procedure is, vastgelegd in artikel 51 van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde. De voormelde aankoop geeft in dat geval in hoofde van de Europese Commissie tevens aanleiding tot een intracommunautaire verwerving van die goederen in België (artikel 25bis, $ 1, iuncto artikel 25quinquies, $ 2, van het Wetboek). In die veronderstelling, is die intracommunautaire verwerving evenwel niet aan de belasting onderworpen (artikel 25ter, $ 1, tweede lid, 1°, van het Wetboek) omdat de levering van die goederen in België (per hypothese) krachtens artikel 42, $ 3, eerste lid, 3°, van het Wetboek zou zijn vrijgesteld. overschrijdt, zal de levering in Frankrijk niet kunnen vrijgesteld worden overeenkomstig artikel 151, lid 1, eer ste alinea, punt a bis) van de Richtlijn 2006/112/EG. In dat geval zijn de regels van toepassing die gelden voor een gewone levering van goederen vanuit Frankrijk met vervoer voor rekening van de afnemer die de hoedanigheid heeft van een niet-belastingplichtige rechtspersoon. Al naargelang de Europese Commissie derhalve al dan niet de drempel bedoeld in artikel 25ter, 5 1, tweede lid, 2°, van het Wetboek heeft overschreden zal er belasting worden geheven over de intracommunautaire verwerving in België dan wel over de levering in Frankrijk. Deze specifieke regel werd tot op heden niet expliciet omgezet in het Wetboek. Naar aanleiding van de aanpassing van artikel 151, lid 1, tweede alinea, van de Richtlijn 2006/112/EG door de Richtlijn 2021/1159, wordt van de omzetting van die richtlijn gebruik gemaakt om, deze regel, vanuit het perspectief van de toepassing van de Belgische nationale btw-regels (met name de beperkingen aan de betrokken vrijstellingen), formeel te verankeren in het Wetboek.

Artikel 151, lid 1, tweede alinea, nieuw, van de Richtlijn 2006/112/EG wordt aldus omgezet in artikel 42, $ 3, vijfde lid, nieuw, van het Wetboek dat aldus bepaalt dat, tot op Europees niveau een uniforme belastingregeling is vastgesteld en wanneer België lidstaat van ontvangst is, artikel 42, $ 3, vierde lid, nieuw, van het Wetboek van toepassing is op: - de in het eerste lid van artikel 42, $ 3, van het Wetboek bedoelde vrijstellingen, met uitzondering van de in 3°bis bedoelde vrijstelling (bedoeld zijn hier de vrijstellingen die van toepassing zijn overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek, dus met betrekking tot handelingen die voor btw-doeleinden geacht worden in België plaats te vinden), en - op de in artikel 151, id 1, van de Richtlijn 2006/112/ EG bedoelde vrijstellingen, met uitzondering van de in punt a ter) bedoelde vrijstelling (bedoeld zijn hier de vrijstellingen die niet van toepassing zijn overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek maar wel overeenkomstig de richtlijnbepalingen, dus met betrekking tot een andere lidstaat van de Europese Unie dan België plaats te vinden). De tekst van artikel 42, 5 3, vijfde lid, nieuw, van het Wetboek werd in die zin duidelijker geformuleerd in vergelijking met het voorontwerp van wet dat werd voorgelegd aan de afdeling wetgeving van de Raad van State, overeenkomstig punt 5 van zijn advies nr. 70.299/3 van 17 november 2021. Wat de omzetting van het artikel 151, id 1, tweede alinea, nieuw, van Richtlijn 2006/112/EG door artikel 6, ©) van dit ontwerp betreft, wordt met de uitsluiting van handelingen in verband met de bestrijding van de COVID19-pandemie van de toepassing van de door de lidstaten van ontvangst van de betrokken instelingen vastgestelde beperkingen beoogd te voorkomen dat de toepassing van deze vrijstelling van hoger algemeen belang zou kunnen worden beperkt, en aldus de daadwerkelijke uniforme toepassing ervan in de gehele Unie te bevorderen Art.7 lijn te voldoen door de lidstaten uiterlijk op 31 december 2021 vastgesteld en bekendgemaakt.

Artikel 2, tweede alinea, van dezelfde richtlijn bepaalt echter dat de lidstaten deze maatregelen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 toepassen.

Artikel 3, tweede alinea, van dezelfde richtlijn maakt deze maatregelen eveneens van toepassing vanaf 1 januari 2021. Zoals vermeld in overweging 5 van Richtlijn 2021/1159 zijn de maatregelen ter bestrijding van de gevolgen van de COVID-19-pandemie die onder de nieuwe vrijstelling kunnen vallen reeds van toepassing, met name via het instrument voor noodhulp dat werd ingesteld bij Verordening (EU) 2020/521 van de Raad van 14 april 2020 tot activering van noodhulp uit hoofde van Verordening (EU) 2016/369, en tot wijziging van de bepalingen ervan rekening houdend met de uitbraak van COVID-19. Als btw zou moeten worden betaald voor met deze maatregelen verband houdende handelingen, zouden kostbare middelen verloren gaan en zouden de lidstaten minder goederen en diensten krijgen in verhouding tot de te betalen btw. Om de Uniebegroting optimaal te gebruiken bj het aanpakken van de gevolgen van de COVID-19-pandemie moeten de bij dit hoofdstuk ingevoerde vrijstellingen bijgevolg gelden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 De retroactieve toepassing is fundamenteel om deze vrijstelling zo doeltreffend mogelijk te maken. Indien sommige van deze handelingen toch werden belast, kan alsnog een correctie van deze handelingen worden verricht, bijvoorbeeld door middel van creditnota's en/of een correctie van de verschuldigde of in aftrek gebrachte belasting in een volgende periodieke btw-aangifte.

Artikel 7 van dit ontwerp verduidelijkt daarom dat de nieuwe bepalingen ingevoegd door dit hoofdstuk uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2021. De minister van Financiën, Vincent VAN PETEGHEM VOORONTWERP VAN WET Onderworpen aan het advies van de Raad van State Voorontwerp van wet tot wijziging van het Wetboek ter uitvoering van activiteiten in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid binnen het Uniekader en betreffende tijdelijke vrijstellingen bij invoer en bepaalde leveringen van goederen en diensten In reactie op de COVID-19-pandemie ‘Algemene bepalingen Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtijn (Eu) 2019/2235 van de Raad van 16 december 2019 tot wijziging van richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en richtlijn 2008/118/EG houdende een algemene regeling inzake accijns wat betreft defensie-inspanningen binnen het Uniekader en In de omzetting van richtlijn (EU) 2021/1159 van de Raad van 49 juli 2021 tot wijziging van richtlijn 2006/112/EG betreffende tijdelijke vrijstelingen bij invoer en bepaalde leveringen van goederen en diensten in reactie op de COVID-19-pandemie. Vrijstellingen voor leveringen van goederen en diensten alsook de invoer van goederen ter uitvoering van activiteiten in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid binnen het Uniekader In artikel 25quater van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 november 2019, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt “8 2. Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld de toewijzing door de strijdkrachten van een lidstaat die deelneemt aan een defensieinspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk velligheids- en defensiebeleid, ten behoeve van die strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel, van goederen die zij niet tegen de algemene belastingvoorwaarden van de interne markt van een lidstaat hebben verworven, wanneer de invoer van deze goederen nietin aanmerking zou kunnen komen voor de in artikel 42, $3, eerste id, 4-bis, bedoelde vrijsteling Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld de toewijzing door de strijdkrachten van een staat die part bijhet Noord'Alantisch Verdrag is, en behoeve van deze strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel, van goederen die zij niet tegen de algemene belastingvoorwaarden van de interne markt van een lidstaat hebben verworven, wanneer de invoer van deze goederen niet in aanmerking zou kunnen komen, voor de in artikel 42, $ 3, eerste li, 57 bedoelde vrijsteling. Arta In artikel 42, 5 3, eerste li, van hetzelfde Wetboek, vervangen bijde wet van 29 december 2010 en laatstelijk gewijzigd bijde wet van 21 december 2013, worden de bepalingen onder “bis en &ter ingevoegd, luidende: vacbis de leveringen. de invoeren van goederen en de diensten, bestemd voor de strijdkrachten van andere lidstaten, burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun meses of kantines, wanneer die strijdkrachten deelnemen aan een defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelik veligheids-en defensiebeleid; “ter de leveringen van goederen en de diensten die naar een andere lidstaat werden verricht en bestemd zijn voor de strijdkrachten van een andere lidstaat dan de lidstaat van bestemming zel, ten behoeve van deze strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines, wanneer die strijdkrachten deelnemen aan een defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk veligheids- en defensiebeleid. Dit hoofdstui treedt in werking op 1 juli 2022 Tijdelijke vrijstellingen bij invoer en bepaalde leveringen van goederen en diensten in reactie op de COVID-19-pandemie In arikel 42, $3, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a)in het eerste id wordt de bepaling onder bis ingevoegd, luidende: “a-bis de leveringen van goederen aan, de invoeren van goederen door of het verichten van diensten voor de Europese, (Commissie of een krachtens het Unierecht opgericht agentschap of orgaan wanneer de Europese Commissie of een dergelijk agentschap of orgaan deze goederen of diensten aankoopt of deze goederen invoert in het kader van de uitvoering van de hen bij het Unierecht toevertrouwde taken ter bestrijding van de COVID-19-pandemie, tenzij de aangekochte goederen en dlensten of de ingevoerde goederen onmiddelijk dan wel op een later tijdstip worden gebruikt voor latere leveringen onder bezwarende titel door de Europese Commissie of dergelijk agentschap of orgaan; b) tussen het tweede en het derde id wordt een lid ingevoegd, luidende: “Wanneer niet langer is voldaan aan de vrijstellingsvoorwaarden van het eerste lid, 3°bis stelt de Europese Commissie of het betrokken agentschap of orgaan voor wie de vrijstelling bij invoer is toegepast, die de vrijgestelde levering van, goederen heeft ontvangen of voor wie de vrijgestelde dienst Is verricht, de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daarvan in kennis en is de invoer van die goederen, de levering van die goederen of die dienst aan de belasting onderworpen onder de voorwaarden die op dat ogenblik gelden. De Koning legt de nadere regels voor die kennisgeving vast, wat betreft de vermeldingen ervan en de vormvereisten die moeten worden nageleefd”. ©) paragraaf 3 wordt aangevuld met een id, luidende: “Tot op Europees niveau een uniforme belastingregeling is vastgesteld, is het vierde lid van toepassing op de in het eerste id bedoelde vrijstelingen, met uitzondering van de in 3°bis bedoelde vrijstelling en op de in artikel 151, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde bedoelde vrijstellingen, met uitzondering van de in punt a ter) bedoelde vrijstelling, wanneer België de lidstaat van ontvangst is”. ‘Artikel 6 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021. e qui concerne les exonérations temporaies relalives tons, en réaction à la pandémie de COVID-19. Slatina zus rsnartatians SCA anais sisans da hieng el tion sur ces 21 thèmes? 5. |J Aucune entreprise nest concemnée. ‘et en oe qui concerne les exemptians temporaies 2. Identiiez les infBele Wen AP ANEGRE Abr N.B. les impacts sur es charges administratives my a pas d'mpact spécifique past ou négat DD nya des impacts négatifs. 11. Charges administratives |__I Des entrepriseslcitoyens sont concemés. 1, Identifiez, par groupe concerné, les formal réglementation. Réglementation actuele Néant DD Suy a des formaités evlou des obligations d U Siu y a des formaltés etou des obligations p 12. Énergie U impact positf CI impactnégatt | WF 13. Mobilité D impact positif] impactnégaif | UF 14. Alimentation D impact positif] impactnégaif | HF 15. Changements climatiques U impact positf CJ impactnégatt | MF 16. Ressources naturelles 17. Air intérieur et extérieur 18. Biodiversité 19. Nuisances U impact positf CJ impactnégat | MF 20. Autorités publiques Crnamare ste SESSION DE LA Se LEEISLATURE vacss 2343/001 Avant-projst de loi modifantle Code de la taxe sur la valeur dela mise en cure dactviés dans le cadre de Ia polie en ce gp canreme ips exemption jemporl Ema song Eier Md 21. Cohérence des politiques en faveur du déve 1. dentifiez les éventuels impacts directs et indrec damalnes suvants sbcurté alimentaire, sant et intemaltonal, revenus et mobilsaions de ressouro emironnement et changements clmaiques (mécar O impact surles pays en développement. | | Expliquez pourquoi U wagit des mesures applicables au iveau nation Voorontwerp van wet ot wijziging van het Wetboe vristelingen van de belasting ter uitvoering van activi defensiebeleid binnen het Ygietader en betreffgnd Geintegreerde Beschrijvende fiche A. Auteur Bevoegd regerings De Minister van Financiën

hoofdstuk 2

van het voorontwerp) en de (volledige) omzetting van richtlijn (EU) 2021/1159 van de Raad van 13 juli 2021 ‘tot *__Aangezien het om eon voorontwerp van wet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen. verstaan. wijziging van richtlijn 2006/112/EG betreffende tijdelijke vrij stelingen bi invoer en bepaalde leveringen van goederen en diensten in reactie op de COVID-19-pandemie' (hoofdstuk 3) 'Onpenzoek van be TEKST 3. Gevraagd waarom het voorontwerp niet voorziet in de ‘omzetting van artikel 2 van richtlijn (EU) 2019/2235 en op welke wijze die omzetting dan wel zal gebeuren, antwoordde de gemachtigde: “De omzetting van artikel 2 van richtlijn 2019/2235 zal het voorwerp uitmaken van een afzonderlijk ontwerp tot wijziging van artikel 20 van de Algemene Wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen. Gezien de bevoegdheidsverdeling binnen de FOD Financiën wordt een dergelijk ontwerp niet voorbereid door de Algemene administratie beleidsexpertise ‘en -ondersteuning, maar door de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen” Artikel 3, 4. In het ontworpen artikel 25quater, 2, eerste en tweede lid, van het Bw-wetboek is er telkens sprake van een gelijkstelling met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende itel“…), wanneer de invoer van deze goederen $ 3, eerste lid, 4°bis (of 5”), bedoelde vrijstelling”. Gevraagd waarom in die bepalingen telkens de voorwaardelijke wijs, wordt gebruikt, antwoordde de gemachtigde, die zich daarbij toespitste op het eerste id van het ontworpen artikel 25quater, $ 2, het volgende: “Afgezien van het feit dat ter zake bij de omzetting de tekst van de om te zetten richtlijn werd gerespecteerd (met dezelide formulering in de verschillende taalversies) en deze formulering reeds voorkomt in het huidige artikel 25quater, $ 2, van het Blw-Welboek, heeft het gebruik van de voorwaardelijke wijs in deze omzeltingstekst wel degelijk een specifieke draagwijdte. Die vloeit met name voort uit het feit dat de bepaling een belastingheffing uitwerkt (door middel van gelijksteling met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel) voor een specifieke handeling met betrekking tot goederen afkomstig uit een andere lidstaat, die afhankelijk is van een, verplichte vergelijking met de fiscale regeling die van toepassing, Is op een denkbeeldige vergelijkbare situatie (het betreft met name een invoersituatie waarbij de goederen verondersteld moeten worden afkomstig te zijn van buiten de Europese Unie, en niet van een andere EU-lidstaat en die dus enkel op dat ene punt verschilt van de situatie waarvoor in een principiële, belastingheffing wordt voorzien) Het ontworpen artikel 3 luidt met name globaal als volgt: '$ 2. Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld de toewijzing door de strijdkrachten van een lidstaat die deelneemt aan een defensie-inspanning er uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappeljk veligheids- en defensiebeleid, burgerpersoneel, van goederen die zi niet tegen de algemene $ 3, eerste lid, 4°bis, bedoelde vrijsteling. De essentie van deze bepaling bestaat er aldus in om goederen die door bepaalde strijdkrachten van een lidstaat op het grondgebied van een andere lidstaat (dan België) niet tegen de algemene belastingvoorwaarden van de interne markt van die lidstaat werden verworven (lees: werden verworven met vrijsteling van btw op grond van artikel 151, id 1, van de btw-richrlijn) en die vervolgens worden overgebracht naar het grondgebied van België, belasting te heffen in België (door middel van de geliksteling van die toewijzing met een intracommunautaire verwerving van goederen) Deze principiële belastingheffing op die toewijzing is evenwel afhankelijk van een specifieke bijkomende voorwaarde, of, negatief gelormuleerd, op deze principiële belastingheffing wordt een uitzondering voorzien die gegrond is op een fictieve vergelijking met een invoersituati (er wordt nagegaan wat de regeling zou zijn indien de goederen niet afkomstig zouden zijn van een andere EU-lidstaat maar van een derde land waardoor de grensoverschrijding van de goederen aanleiding zou geven tot een invoer) Indien de betrokken goederen die de {acto worden overgebracht van een andere lidstaat naar België aldus worden vergeleken met de (tieve) invoer van dezelde goederen in België door dezelfde strijdkrachten en er blijkt dat in dergelijk geval die invoer zou kunnen worden vrijgesteld op grond van de in artikel 42, 5 3, eerste Ii, 4“bis bedoelde vrijsteling, zal de principiële belastingheffing op de toewijzing (overbrenging van de goederen vanuit een andere lidstaat naar België) geen doorgang kunnen vinden. Laatstgenoemde bepaling, ingevoegd bij artikel 4 van het voorontwerp, voorziet onder meer in een vrjsteling voor de invoer van goederen bestemd voor de stijdkrachten van andere lidstaten (dan België), ten behoeve van die strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB. (0) In het icht van voorgaande analyse, komt het ons voor dat in deze specifieke omstandigheden, en in weerwil van wat legistiek gebruikelijk is, de gehanteerde voorwaardelijke wijs zowel taalkundig als juridisch kan gebilijkt worden” Gelet op de toelichting van de gemachtigde kan worden ingestemd met de wijze waarop de ontworpen bepalingen zijn geformuleerd. De memorie van toelichting wordt echter het best aangevuld met de door de gemachtigde gegeven verduidelijking Artikel 6 5. Het bij artikel 6, c), ontworpen laatste id van artikel 42, 8 3, van het Btw-welboek is moeilijk te begrijpen. Gevraagd of de tekst niet kan worden verduidelijkt en of in dat verband een tekstvoorstel kan worden gedaan, antwoordde de gemachtigde het volgende: “We kunnen begrijpen dat de tekst door de compacte vorm bij een eerste lezing onduidelijk zou kunnen overkomen. Rekening houdend met de onderliggende doelstelling om door middel van dat lid het momenteel nog niet omgezette artikel 151, id 1, tweede alinea, van de btw-richtlijn (inclusief de wijziging ervan door richtlijn 2019/2235) om te zetten, stel en we voor om de achterliggende eenheid van gedachte van artikel 6, c) van het voorontwerp te behouden. Die eenheid van gedachte bestaat er met name in dat de bedoelde vrijstelingen, ongeacht ze betrekking hebben op leveringen of diensten die voor btw-doeleinden In een andere lidstaat dan wel in België plaatsvinden, onderworpen zijn aan de Belgische beperkin gen. Zoals aangegeven in de memorie van toelichting betreft het hier in essentie een conceptuele anomalie inzake btw, aangezien in principe de Belgische beperkingen ten aanzien van een vrijstelling door de territorialteitsregels inzake btw immers alleen van toepassing kunnen zijn ten aanzien van handelingen die op het Belgische grondgebied plaatsvinden, voor btw-doeleinden. Tegen die achtergrond zouden we voorstellen de interne coherentie van die bepaling niet op te breken maar wel structureel te verduidelijken als volgt: “Wanneer België de lidstaat van ontvangst is en tot op Europees niveau een uniforme belastingregeling is vastgesteld, worden onderworpen aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarden: 1e de in het eerste lid bedoelde vrijstellingen met uitzondering van de in bis bedoelde vrijstelling; 2° de in artikel 151, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG bedoelde vrijstellingen, met uitzondering van de in punt a ter) bedoelde vrijstelling” Met het tekstvoorstel van de gemachtigde kan worden ingestemd. De griffier, De voorziter, Astrid TRUYENS Wilfried VAN VAERENBERGH FILIP, Konina ver Betoen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groer. Op de voordracht van de minister van Financiën, Heesen Wij BesLoren EN Besturen Wi: De minister van Financiën is ermee belastin onze naam van wet in te dienen waarvan de tekst hierna volgt Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2019/2235 van de Raad van 16 decem: ber 2019 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en Richtlijn 2008/118/EG houdende een algemene regeling inzake accijns wat betreft defensie-inspanningen binnen het Uniekader en in de omzetting van Richtlijn (EU) 2021/1159 van de Raad COVID-19-pandemie. defensiebeleid In artikel 25quater van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 november 2019, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt: “$ 2. Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld de toewijzing door de strijdkrachten van een lidstaat die deelneemt aan een defensie-inspanning ter uitvoering van, een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, ten behoeve van die strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel, van goederen die zij niet tegen de algemene belasting voorwaarden van de interne markt van een lidstaat hebben, verworven, wanneer de invoer van deze goederen niet in aanmerking zou kunnen komen voor de in artikel 42, $ 3, eerste lid, 4°bis, bedoelde vrijstelling. door de strijdkrachten van een staat die partij is bij het Noord-Atlantisch Verdrag, ten behoeve van deze strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel, van goederen die zij niet tegen de algemene belastingvoorwaarden van de interne markt van een lidstaat hebben $ 3, eerste lid, 5°, bedoelde vrijstelling.” In artikel 42, $ 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 december 2010 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, worden de bepalingen onder 4“bís en 4°ter ingevoegd, luidende: “4°bis de leveringen, de invoeren van goederen en de diensten, bestemd voor de strijdkrachten van andere lid staten, ten behoeve van die strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid; Ater de leveringen van goederen en de diensten die naar een andere lidstaat werden verricht en bestemd zijn voor de strijdkrachten van een andere lidstaat dan de lidstaat van bestemming zelf, ten behoeve van deze wanneer die strijdkrachten deelnemen aan een defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid”. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 juli 2022. bij invoer en bepaalde leveringen van goederen en diensten In artikel 42, 5 3, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in het eerste lid wordt de bepaling onder 3°bis ingevoegd, luidende: “g°bis de leveringen van goederen aan, de invoeren van goederen door of het verrichten van diensten voor de Europese Commissie of een krachtens het Unierecht opgericht agentschap of orgaan wanneer de Europese Commissie of een dergelijk agentschap of orgaan deze goederen of diensten aankoopt of deze goederen invoert in het kader van de uitvoering van de hen bij het Unierecht toevertrouwde taken ter bestrijding van de COVID-19-pandemie, tenzij de aangekochte goederen en diensten of de ingevoerde goederen onmiddellijk dan wel op een later tijdstip worden gebruikt voor latere leveringen onder bezwarende titel door de Europese Commissie of dergelijk agentschap of orgaan;”; b) tussen het tweede en het derde lid wordt een lid “Wanneer niet langer is voldaan aan de vrijstellingsvoorwaarden van het eerste lid, 3°bis ‚ stelt de Europese Commissie of het betrokken agentschap of orgaan voor wie de vrijstelling bij invoer is toegepast, die de vrijge stelde levering van goederen heeft ontvangen of voor wie de vrijgestelde dienst is verricht, de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daarvan in kennis en is de invoer van die goederen, de levering van die goederen of die dienst aan de belasting onderworpen onder de voorwaarden die op dat ogenblik gelden. De Koning legt de nadere regels voor die kennisgeving vast, wat betreft de vermeldingen ervan en de vormvereisten die moeten worden nageleefd”; ©) paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende: “Wanneer België de lidstaat van ontvangst is en tot op Europees niveau een uniforme belastingregeling is vastgesteld, worden onderworpen aan de door het vierde lid bepaalde voorwaarden: 1° de in het eerste lid bedoelde vrijstellingen met uitzondering van de in 3°bis bedoelde vrijstelling; 2° de in artikel 151, lid 1, van de Richtlijn 2006/112/ punt a ter) bedoelde vrijstelling”.

Artikel 6 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021. Gegeven te Brussel, 26 november 2021 FILIP Van Koninasweoe: vocss 2343/01 Tableau de correspondance Directive (UE) 2019/2235 du Conseil du 16 décembre 2019 modifiant la directive 2006/112/CE relative au système commun de taxe sur la valeur ajoutée [et la directive 2008/118/CE relative au régime général d'accise] en ce qui concerne “effort de défense dans le cadre de Union Dispositions modifiées directive 2006/112/CE TITRE IV - OPERATIONS IMPOSABLES

Chapitre 2

- Acquisitions, intracommunautaires de biens Article 22 W'imposition du marché intérieur d'un 143, paragraphe 1, point h). (deuxième alinéa unique) TITRE IX - EXONERATIONS

Chapitre 5

- Exonérations à limportation Article 143, paragraphe 1 1. Les Etats membres exonèrent les opérations suivantes: (nouveau) points h) àI) … (paragraphe 1)

Chapitre 8

- Exonérations concemant ‘certaines opérations assimilées aux ‘exportations Vapprovisionnement de leurs mess ou cantines lorsque ces forces sont PUnion dans le cadre de la politique de sécurité et de défense commune. Papprovisionnement de leurs mess ou points c) à e)… (paragraphe 1) Directive (UE) 2021/1159 du Conseil du 13 juillet 2021 modifiant la directive Commission ou une telle agence ou un tel organisme; (nouveau) points 9) àI) … (paragraphe 1) Article 143, paragraphe 3 3. Lorsque les conditions d'exonération prévues au paragraphe 1, point f ter), cessent de s'appliquer, la Commission ou Article 151, paragraphe 1, deuxième alinéa Article 151, paragraphe 3 prévues au paragraphe 1, premier alinéa, point a ter), cessent de s'appliquer, la Concordantietabel ric! Richtlijn (EU) 2019/2235 van de Raad van 16 december 2019 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde [en Richtlijn 2008/118/EG houdende een algemene regeling inzake accijns] wat betreft defensie-inspanningen binnen het Uniekader Gewijzigde bepalingen richtlijn 2006/112/EG TITEL IV - BELASTBARE HANDELINGEN

Hoofdstuk 2

- Intracommunautaire verwerving van goederen Artikel 22 Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld de toewijzing door de strijdkrachten van een lidstaat die deelneemt aan een defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en _ defensiebeleid, ten behoeve van die strijdkrachten of het hen begeleidende _ burgerpersoneel, van goederen die zij niet tegen de algemene belastingvoorwaarden van de interne markt van een lidstaat hebben verworven, indien de invoer van deze goederen niet in aanmerking zou kunnen komen voor de in artikel 143, lid 1, punt g bis), bedoelde vrijstelling. (eerste alinea, nieuw) 82. Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel wordt eveneens_-gelijkgesteld de toewijzing in België door het Belgisch leger van goederen die-niet zijn verworven-tegen-de-algemene belastingvoorwaarden van de- Duitse interne markt-door de Belgische Stridkrachten-in Duitsland door de strijdkrachten van een staat die partij bij het Noord-Atlantisch Verdrag is, ten behoeve van deze strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel, van goederen die zij niet tegen de algemene wanneer de invoer van deze goederen niet in ‘aanmerking zou kunnen komen voor de in artikel 42, $ 3, eerste lid, 5°, bedoelde vrijsteling. (tweede lid, nieuw (enig lid, oud)

HOOFDSTUK 6

- VRIJSTELLINGEN Afdeling 1 - Uitvoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen, invoer en internationaal vervoer Artikel 42, $ 3, eerste lid 8 3. Van de belasting zijn vrijgesteld 1° tot 4” 4pis de leveringen, de invoeren van goederen en de diensten, bestemd voor de strijdkrachten van andere lidstaten, ten begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines, wanneer die strijdkrachten deelnemen aan een defensie-inspanning veiligheids- en defensiebeleid; (nieuw) goederen en de diensten, bestemd voor de strijdkrachten van andere lidstaten, ten behoeve van die strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of 4°ter de leveringen van goederen en de diensten die naar een andere lidstaat werden verricht en bestemd zijn voor de strijdkrachten van een andere lidstaat dan de lidstaat van bestemming zelf, ten behoeve van deze strijdkrachten of het 5° tot 10°. (eerste lid) Btw-Wetboek Tekst aangepast aan het voorontwerp 8 3. Van de belasting zijn vrijgesteld: 1° tot 3° "bis de leveringen van goederen aan, de invoeren van goederen door of het verrichten van diensten voor de Europese Commissie of een krachtens het Unierecht opgericht agentschap of orgaan wanneer de Europese Commissie of een dergelijk agentschap of orgaan deze goederen of diensten aankoopt of deze goederen invoert in het kader van de uitvoering van de hen bij het Unierecht toevertrouwde taken ter bestrijding van de _COVID-19-pandemie, tenzij de ‘aangekochte goederen en diensten of de ingevoerde goederen onmiddellijk dan wel op een later tijdstip worden gebruikt voor latere leveringen onder bezwarende titel door de Europese Commissie of dergelijk agentschap of orgaan; (nieuw) 4° tot 10°. (eerste lid) Artikel 42, $ 3, derde lid, nieuw Wanneer niet langer is voldaan aan de vrijstellingsvoorwaarden van het eerste lid, 3°bis, stelt de Europese Commissie of het betrokken agentschap of orgaan voor wie de vrijstelling bij invoer is toegepast, die de vrijgestelde levering van goederen heeft ontvangen of voor wie de vrijgestelde dienst is verricht, de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daarvan in kennis en is de invoer van die goederen, de levering van die goederen of die dienst aan de belasting onderworpen onder de voorwaarden die op dat ogenblik gelden. De Koning legt de nadere regels voor die kennisgeving vast, wat betreft de vermeldingen ervan en de vormvereisten die moeten worden nageleefd. (derde lid, nieuw) Artikel 42, 8 3, eerste lid 3°bis de leveringen van goederen aan, de deze goederen of diensten aankoopt of deze goederen invoert in het kader van de aangekochte goederen en diensten of de ingevoerde goederen onmiddellijk dan wel op een later tijdstip worden gebruikt voor latere leveringen onder bezwarende titel door de Europese Commissie of dergelijk agentschap of orgaan; (nieuw) 4° tot 10°… (eerste lid) [Artikel 42, $ 3, vierde lid Tenzij een intemationaal verdrag of zetelverdrag anders bepaalt, bepaalt de Koning de toepassingsvoorwaarden voor de toekenning van de in het eerste lid, 1° tot 8“ bedoelde vrjstelingen de voorwaarden waaronder van die vrijstelingen kan worden afgezien en de bedragen, de aard en de hoeveelheden van de goederen en diensten die voor die vrijstelingen in aanmerking komen. De Koning kan daarvoor de minister van Financiën of zijn gemachtigde belasten met het vastleggen van de procedure voor het bekomen van de vrijstellingen, van de periode waarbinnen de vrijstelingen moeten worden _ aangevraagd en van maximumdrempels per periode, in het bijzonder om misbruik tegen te gaan. Deze criteria kunnen door de minister van Financiën of zijn gemachtigde worden vastgelegd na raadpleging of op vraag van andere ministers. De Koning kan tevens bepalen dat de in het eerste lid bedoelde vrijstellingen worden verleend bij wijze van teruggaaf. (vierde lia) Artikel 42, $ 3, vijfde lid, nieuw Wanneer België de lidstaat van ontvangst is en tot op Europees niveau een uniforme ___belastingregeling _ is vastgesteld, worden onderworpen aan de door het vierde lid bepaalde 1° de in het eerste lid bedoelde vrijstellingen met uitzondering van de in 3°bis bedoelde vrijstelling; 2° de in artikel 151, lid 1, van de Richtlijn 2006/112/EG bedoelde vrijstellingen, met uitzondering van de in punt a ter) bedoelde vrijstelling. (vijfde lid, nieuw) code de la TVA - directives ‘commun de taxe sur la valeur ajoutée [et concerne leffort de défense dans le

Chapitre 2- Acquisitions d'imposition du marché intérieur d'un ‘conditions générales d'imposition du marché intérieur d'un Etat membre, lorsque Commission européenne ou une telle agence ou un tel organisme; (nouveau) Article 42, 5 3, alinéa 3, nouveau Concordantietabel Bt HOOFDSTUK Ill - WERKINGSSFEER Afdeling 4 - Intracommunautaire verwerving van goederen Artikel 25quater, $ 2 8 2. Met een intracommunautaire verwerving van goederen _ onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld de toewijzing door de strijdkrachten van een lidstaat die deelneemt aan een defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk _ veiligheids- en defensiebeleid, ten behoeve van die burgerpersoneel, van goederen die zij niet tegen de algemene wanneer de invoer van deze goederen niet in aanmerking zou kunnen komen voor de in artikel 42, $ 3, eerste lid, 4°bis, bedoelde vrijstelling. (eerste lid, nieuw) 8-2. Met een intracommunautaire verwerving die niet zijn verworven tegende- algemene belastingvoorwaarden van de Duitse interne markt_door de Belgische Strijdkrachten in vrijstelling. (tweede lid, nieuw (enig lid, 1 tot 4” 4°pis de leveringen, de invoeren van 5° tot 10°… (eerste lid) de COVID-19-pandemie, tenzij de 4° tot 10°… (eerste li)

Hoofdstuk 8

- Vrijstellingen voor bepaalde met uitvoer gelijkgestelde handelingen Artikel 151, lid 1, eerste alinea 1. De lidstaten verlenen vrijstelling voor de volgende handelingen: punten a) en a bis) a ter) de levering van goederen aan of het verrichten van diensten voor de orgaan wanneer de Commissie of een dergelijk agentschap of orgaan deze goederen aankoopt in het kader van de aangekochte goederen en _ diensten ‘onmiddellijk dan wel op een later tijdstip worden gebruikt voor latere leveringen onder bezwarende titel door de Commissie of dergelijk agentschap of orgaan; (nieuw) punten b)tote) Tenzij een internationaal verdrag of toekenning van de in het eerste lid, 1° tot 8 bedoelde vrijstelingen de voorwaarden waaronder van die vrijstellingen kan worden hoeveelheden van de goederen en diensten, het bekomen van de vrijstelingen, van de periode waarbinnen de vrijstellingen moeten, worden _ aangevraagd en _ van Artikel 42, 8 3, vijfde lid, nieuw Wanneer België de lidstaat van ontvangst. 3bis bedoelde vrijstelling; Coordinatior Texte de base CHAPITRE Ill - Champ d'application Section 4 - Acquisitions Article 25quater, 8 2 8 2. Est également assimilée à une acquisition intracommunautaire de biens à titre onéreux, laffectation en Belgique par CHAPITRE VI - Exemptions Section 1° - Exportations, livraisons et ‘acquisitons intracommunautaires, importations et transports internationaux Article 42, $ 3, alinéa 1“ $ 3. Sont exemptées de la taxe: waa 5° à 10° … (alinéa 19) Article 42, $ 3, alinéa 3 (alinéa 3) Coördinatie v Basistekst Artikel 25quater, 8 2 $ 2. Met een intracommunautaire verwerving eveneens gelijkgesteld de toewijzing in die niet zijn verworven tegen de algemene markt door de Belgische Strijdkrachten in Duitsland, ten behoeve van deze burgerpersoneel, wanneer de invoer van deze goederen niet in aanmerking zou kunnen komen voor de in artikel 42, $ 3, bedoelde vrijstelling. HOOFDSTUK VI - Vrijstellingen 4bis de leveringen, de invoeren van ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk van goederen heeft ontvangen of voor wie de vrijgestelde dienst is verricht, de kennisgeving vast wat betreft de Artikel 42, $ 3, vierde lid toekenning van de in het eerste lid, 1° tot 8°, periode waarbinnen de vrijstellingen moeten teruggaaf. (derde vierde lid) ImprmerecentaleGanrie nier,