Naar hoofdinhoud

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 28 maart 2021 houdende toekenning van een recht op klein verlet voor werknemers met het oog op het toegediend krijgen van een vaccin ter bescherming tegen het coronavirus COVID-19, teneinde het recht op klein verlet ook toe te kennen voor de begeleiding van een minderjarig kind naar een vaccinatieplaats

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 2342 Wetsontwerp 📅 2021-03-28 🌐 NL
Status ✅ AANGENOMEN KAMER
Stemming 🗳️ ADOPTÉE (22/12/2021)
Commissie SOCIALE ZAKEN, WERK EN PENSIOENEN
Auteur(s) Regering
Rapporteur(s) Vanrobaeys, Anja (Vooruit)
Onderwerpen
KIND EPIDEMIE ZIEKTE VAN DE LUCHTWEGEN INFECTIEZIEKTE VOORKOMING VAN ZIEKTEN WERKLOOSHEIDSVERZEKERING VACCIN VACCINATIE CONJUNCTURELE WERKLOOSHEID

🗳️ Stemmingen Aangenomen

Betrokken partijen

CD&V Ecolo-Groen N-VA VB

Sprekers (2)

Nahima Lanjri (CD&V) Hans Verreyt en mevrouw Ellen Samyn (VB)
Stemdetail (15 stemmingen)
Art. 1 eenparig aangenomen
Art. 3 aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen Mevrouw Sophie Thémont c
Amend. 2 eenparig aangenomen
Amend. 10 verworpen met 9 stemmen tegen 1 en 3 onthoudingen
Amend. 11 aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen
Amend. 12 aangenomen met 10 stemArt
Amend. 3 eenparig aangenomen
Amend. 4 aangenomen met 12 stemmen en 1 onthouding
Amend. 5 aangenomen met 12 stemArt
Amend. 6 aangenomen met 12 stemArt
Amend. 7 aangenomen met 10 tegen 3 stemmen
Amend. 8 aangenomen met 10 tegen Art
Amend. 13 aangenomen met 10 tegen nr
Amend. 9 aangenomen met 9 tegen 3 stemmen en 1 onthouding
Amend. 1 eenparig aangenomen

Volledige tekst

az 1100: Amendementen zieook: Gos: Takt aangenomen doer de commisie pocss 2342/005 ww ie mt ne Er Sanden oon pearange Ae mj ed ai gan eer neen Oste Varbene Gevren lota ine lr Taen ige rak rene Far Teer CE, stede Veren! ooo somzore (ensa enne mwn | AE etienne neos Dawes en Heren, Uw commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 8 december 2021. 1. - INLEIDENDE UITEENZETTING VAN DE VICEEERSTEMINISTER EN MINISTER VAN ECONOMIE EN WERK De heer Pierre-Yves Dermagne, vice-eersteminister en minister van Economie en Werk, benadrukt dat ons land opnieuw zwaar getroffen wordt door de gezondheidscrisis veroorzaakt door het coronavirus COVID-19. In het kader hiervan is de regering genoodzaakt geweest de samenleving beperkende maatregelen op te leggen. Om deze crisis te overwinnen en zo snel mogelijk het normale economische leven te kunnen hervatten, is het nodig dat de bevolking zo breed mogelijk wordt gevaccineerd tegen het coronavirus COVID-19. Hoe sneller de vaccinatiegraad stijgt, hoe sneller ook de geldende beperkende maatregelen versoepeld kunnen worden Uit de nieuwe wetenschappelijke inzichten inzake het virus blijkt dat ook de vaccinatie van minderjarigen onontbeerlijk is. Er hoeft hiervoor maar verwezen te worden naar de vele gesloten lagere scholen wegens een te groot aantal besmettingen. Dit wetsontwerp strekt tot instelling van een maatregel ‘om de vaccinatie van minderjarigen te vergemakkelijken. Het is namelijk de bedoeling een recht op vergoede afwezigheid toe te kennen aan de werknemers die een minderjarig kind vergezellen naar een vaccinatieplaats. Zulks draagt bij tot het bereiken van een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad van de bevolking. Om die reden duldt de aanneming van dit wetsontwerp geen uitstel Derhalve verzoekt de minister in overeenstemming met artikel 51 van het Reglement van de Kamer van van het voorliggende wetsontwerp tot wijziging van de wet van 28 maart 2021 houdende toekenning van een recht op klein verlet voor werknemers met het oog op het toegediend krijgen van een vaccin ter bescherming tegen het coronavirus COVID-19, teneinde dat recht op klein verlet ook toe te kennen voor de begeleiding van een minderjarig kind naar een vaccinatieplaats (hierna, “minderjarigenvaccinatieverlof” genoemd) ‘Teneinde de vaccinatie van de minderjarigen zoveel mogelijk te faciliteren, zou via dit wetsontwerp een bocss 2342/005 recht op een vergoede afwezigheid worden ingesteld voor de werknemers die een minderjarig kind naar een vaccinatieplaats vergezellen. De ontworpen regeling ligt in lijn met de bepalingen inzake het vaccinatieverlof voor werknemers. De maatregel is van toepassing op de werknemers en op hun werkgevers. Eenieder die een arbeidsovereenkomst met een werkgever heeft, wordt als werknemer beschouwd. Indien de werknemer samenwoont met de andere ouder van het kind, zou het recht slechts door één van beiden mogen worden uitgeoefend in dezelfde periode. Wat het openbaar ambt betreft, heeft minister De Sutter een bijkomende rondzendbrief verstuurd, teneinde te bepalen dat de statutaire personeelsleden en de personeelsleden met een arbeidsovereenkomst van de federale overheidsdiensten dienstvrijstelling kunnen krijgen om hun minderjarige kinderen naar de vaccinatieplaats te vergezellen. De minister moedigt zijn collega's van de deelstaten aan om een gelijkaardige maatregel te nemen voor het personeel van de overheidsdiensten waarvoor zij bevoegd zijn. Het is de bedoeling dat de werknemer over dat recht beschikt voor de tijd die nodig is om het minderjarige kind te laten vaccineren. Het betreft zowel de tijd die nodig is voor de eigenlijke vaccinatie, als (bijvoorbeeld) de tijd die de werknemer nodig heeft om met zijn minderjarig kind naar de vacCinatieplaats te gaan en terug te komen. Het recht zou worden toegekend voor elke vaccindosis. Om zijn recht op loon te behouden, moet de werknemer op voorhand en zo snel mogelijk de werkgever verwittigen zodra hij zelf in kennis is gesteld van het uur waarop of het tijdvenster waarbinnen het minderjarige kind zal worden gevaccineerd. Op verzoek van de werkgever moet de werknemer het bewijs daarvan voorleggen. De voorlegging van de afspraakbevestiging volstaat, meer bepaald de vermel ding van het tijdvenster en de plaats waar het vaccin zal worden toegediend, voor zover die plaats makkelijk toegankelijk is voor de werknemer. De werkgever mag de informatie die hij van de werknemer ontvangt alleen gebruiken voor de organisatie van de arbeid en het correcte beheer van de loonbetalingen. Dat houdt in dat het volstaat te noteren dat de werknemer afwezig is op grond van klein verlet, zonder de precieze reden of motivering te registreren. De werkgever mag op geen enkele wijze een kopie nemen van de afspraakbevestiging, noch de erin vervatte informatie manueel overschrijven, met uitzondering van het tijdstip van de afspraak. Die gepaste en specifieke maatregelen worden genomen om de fundamentele rechten en belangen van de betrokkenen te beschermen. De maatregel zou in werking treden op de dag waarop de wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, en zou vervallen op 31 december 2021. Nadat de Nationale Arbeidsraad advies heeft uitgebracht, zou de maatregel, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, door de Koning kunnen worden verlengd tot uiterlijk 30 juni 2022.

II. - ALGEMENE BESPREKING

A. Vragen en opmerkingen van de leden De heer Björn Anseeuw (N-VA) geeft aan geen inhoudelijk bezwaar te hebben tegen het recht op klein verlet voor het begeleiden van een minderjarig kind naar een vaccinatieplaats. Het lid vindt het echter jammer dat er niet fjnmaziger gewerkt werd en zegt het deel aangaande het quarantaineverlof niet te kunnen steunen omdat het inactiviteit aanmoedigt waar het niet nodig is. De spreker wenst te benadrukken dat er een loopje genomen wordt met adviezen van de Raad van State aangaande de vraag tot advies aan de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) en hekelt het moedwillig opdringen van de hoogdringendheid. De beslissing om het vaccinatieverlof uit te breiden werd genomen op de Ministerraad van 29 oktober 2021 en het duurde tot 3 december om het wetsontwerp te agenderen als hoogdringend in het kader van de vaccinatie van de 12- tot 18-jarigen, hoewel in Vlaanderen al 85 % van deze doelgroep gevaccineerd blijkt. Waarom weigeren om advies in te winnen bij de GBA wanneer er nog tijd was, en hoe is de hoogdringendheid te verdedigen wanneer er geen retroactieve maatregelen zijn en 85 % van de jongeren reeds gevaccineerd is? Er zijn dus vragen bij de genese en relevantie van het wetsontwerp. De heer Anseeuw vraagt zich ook nog af hoe er nagekeken gaat worden dat slechts één van de ouders dit klein verlet opneemt, zoals het wetsontwerp vooropstelt. Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V) merkt op dat de erisis nog niet voorbij is en kinderen eventueel ook een tweede of derde prik nodig zullen hebben. Het wettelijk kader blijft in dat aspect van belang. Daarnaast vindt de spreekster het een mooie aanvulling op het quarantaineverlof en de regeling inzake tijdelijke werkloosheid en juicht ze ook initiatieven toe om tijd te geven om zich te laten testen (genomen in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 160).

B. Antwoorden van de minister en minister van Economie en Werk, herhaalt dat het GBA een advies zonder grote kritieken heeft uitgebracht wat de oorspronkelijke tekst betreft. Deze tekst werd aangepast op basis van het advies. ‘Aangaande de hoogdringendheid geeft de minister toe dat een ander verloop had gekund. Er dient echter wel rekening gehouden te worden met een nieuw feit, zijnde de evolutie in de vaccineringsstrategie voor kinderen tussen 5 en 11 jaar ten gevolge van de goedkeuring van de vaccinatie door het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA). Hoewel er op dit ogenblik nog geen formele beslissing is op Belgisch niveau, kan de vaccinatie in de toekomst ook uitgerold worden in deze leeftijdscategorie. Met dit wetsontwerp zorgen we dus ook voor een anticipatieve maatregel. ‘Tevens wenst de minister ook op te merken dat de tijdelijke werkloosheid geen voltijdse bezoldiging is, maar het hoogstens gaat om 70 % van het loon met een eventuele toeslag van de RVA. De minister is van oordeel dat niemand moedwilig en van harte zou kiezen ‘om 30 % van zijn loon te verliezen en meent dat er dus zeker niet gesproken kan worden van het aanzetten tot inactiviteit. De eerste versie van de maatregel werd trouwens unaniem met lof ontvangen door de sociale partners. Minister Dermagne verduidelijkt dat de eerste controle binnen de bedrijven gebeurt. Deze kunnen namelijk de uitnodiging of het bewijs van passage bij een vaccinatiecentrum opvragen. Daarnaast moet er wat vrijheid geboden worden aan de sociale partners om binnen het bedrijfskader in goede samenwerking een methode te vinden. Alles moet niet gaan via normen of wetgeving.

C. Replieken

Volgens de heer Björn Anseeuw (N-VA) siert het de minister dat hij eerlijk geantwoord heeft op de vraag met betrekking tot de hoogdringendheid. Anticiperen op een mogelijke beslissing om vaccinatie van 5- tot H-jarigen toe te laten kan, maar is niet de motivering die opgenomen is in de tekst van het wetsontwerp. Dat is niet onbelangrijk, en deze rechtvaardiging zou via een amendement nog kunnen worden toegevoegd. Het lid vraagt nogmaals verduidelijking omtrent de controle op misbruik. De minister zei dat er geen misbruik was vastgesteld, maar de beste manier om niets vast te stellen is natuurlijk géén controle uit te voeren. Hoe word het rechtmatige gebruik van de maatregelen gecontroleerd? Voorts merkt de heer Anseeuw nog op dat hij het enige lid was van de oppositie dat tussenbeide is gekomen. De heer Anseeuw merkt op dat de minister kiest voor vertrouwen, veeleer dan voor controle. Dit zal in de meeste gevallen niet voor problemen zorgen, maar eventueel misbruik zal wel ten laste komen van de sociale zekerheid en de belastingbetaler. Vrijheid kan zeker, maar moet gepaard gaan met verantwoordelijkheid, en dat ontbreekt hier. Mevrouw Marie-Colline Leroy (Ecolo-Groen) vraagt naar de kosten-batenanalyse voor het organiseren van zulke controles, maar stelt voor dit op een later tijdstip. te bekijken.

II. - ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN

Artikel 1 Mevrouw Sophie Thémont c.s. dient amendement nr. 2 in (DOC 55234/002) in, dat ertoe strekt een nieuw

hoofdstuk 1

in te voegen vóór artikel 1 en een nieuw

hoofdstuk 2

na artikel 1. Amendement nr. 2 wordt eenparig aangenomen. Dit artikel beoogt de constitutionele bevoegdheidsgrondslag vast te leggen.

Artikel 1 wordt eenparig aangenomen.

Art. 2 De heer Hans Verreyt en mevrouw Ellen Samyn (VB) dienen amendement nr. 10 (DOC 55 2342/003) in, dat ertoe strekt de bepaling onder 1° aan te vullen. Er wordt verwezen naar de schriftelijke toelichting bij het amendement. Amendement nr. 10 wordt verworpen met 9 stemmen tegen 1 en 3 onthoudingen. nr. 11 (DOC 55 2342/004) in, dat ertoe strekt de bepaling onder 1° aan te vullen. Er wordt verwezen naar de schriftelijke toelichting bij het amendement. Amendement nr. 11 wordt aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. Mevrouw Tania De Jonge c.s. dient de amendementen nrs. 14 en 15 (DOC 55 2342/004) in, die ertoe strekken het artikel 2, 2° en 3° aan te passen. Er wordt verwezen naar de schriftelijke toelichting bij de amendementen. De amendementen nrs. 14 en 15 worden achtereenvolgens aangenomen met 10 tegen 3 stemmen. Het aldus geamendeerde artikel 2 wordt vervolgens aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen.

Art. 2/1 (nieuw) nr. 12 (DOC 55 2342/004) in, dat ertoe strekt een nieuw artikel 2/1 in te voegen. Er wordt verwezen naar de Amendement nr. 12 wordt aangenomen met 10 stemArt. 2/2 (nieuw) nr. 3 (DOC 55 2342/02) in, dat ertoe strekt een

hoofdstuk 3

in te voegen vóór artikel 2/2 en een

hoofdstuk 4

na artikel 2/4. Amendement nr. 3 wordt eenparig aangenomen. Mevrouw Sophie Thémont c.s. dient amendement nr. 4 (DOC 55 2342/002) in, dat ertoe strekt een artikel 2/2 in te voegen. Er wordt verwezen naar de schriftelijke toelichting bij het amendement. Amendement nr. 4 wordt aangenomen met 12 stemmen en 1 onthouding.

Art. 2/3 (nieuw) Mevrouw Sophie Thémont c.s. dient amendement nr. 5 (DOC 55 2342/002) in, dat ertoe strekt een artikel 2/3, toelichting bij amendement nr. 3 Amendement nr. 5 wordt aangenomen met 12 stemArt. 2/4 (nieuw) Mevrouw Sophie Thémont c.s. dient amendement nr. 6 (DOC 55 2342/02) in, dat ertoe strekt een artikel 2/4 Amendement nr. 6 wordt aangenomen met 12 stemArt. 3 Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt Artikel 3 wordt aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen Mevrouw Sophie Thémont c.s. dient amendement nr. 7 (DOC 55 2342/002) in, dat ertoe strekt een hoofdstuk 5, in te voegen na artikel 3. Amendement nr. 7 wordt aangenomen met 10 tegen 3 stemmen.

Art. 4 (nieuw) nr. 8 (DOC 55 2342/002) in, dat ertoe strekt een artikel 4 Amendement nr. 8 wordt aangenomen met 10 tegen Art. 5 (nieuw) nr. 13 (DOC 55 2342/04) in, als subamendement op amendement nr. 9, tot wijziging van de datum waarop

hoofdstuk 5

buiten werking treedt. Amendement nr. 13 wordt aangenomen met 10 tegen nr. 9 (DOC 55 2342/002) in, dat ertoe strekt een nieuw artikel 5 in te voegen dat de inwerkingtreding van

hoofdstuk 5

regelt. Het aldus geamendeerde amendement nr. 9 wordt aangenomen met 9 tegen 3 stemmen en 1 onthouding. ‚nr. 1 (DOC 55 2342/002) in, dat ertoe strekt het opschrift te wijzigen Amendement nr. 1 wordt eenparig aangenomen. Het geheel van de aldus geamendeerde en wetgevingstechnisch verbeterde tekst wordt bij naamstemming aangenomen met 10 tegen 3 stemmen. Er werden wetgevingstechnische verbeteringen aangebracht. De naamstemming is als volgt: Hebben voorgestemd: Ecolo-Groen: Cécile Cornet, Marie-Colline Leroy; PS: Chanelle Bonaventure, Sophie Thémont; VB: Hans Verreyt, MR: Florence Reuter, Christophe Bombled; CD&V: Nahima Lanjri; Open Vid: Tania De Jonge; Vooruit: Anja Vanrobaeys. Hebben tegengestemd: N-VA: Björn Anseeuw, Wim Van der Donckt, Valerie Van Peel. Hebben zich onthouden: nihil. De rapportrice, De voorzitster, ‘Anja VANROBAEYS _Marie-Colline LEROY imprmerecenrale-Cenraledrder