19 APRIL 2024. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 tot bevordering van groene elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 10 februari 2022 betreffende de duurzaamheidscriteria van de biomassa voor de productie van energie en de broeikasgasemissiereductiecriteria en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 tot bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 tot bevordering van de elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling
Art. 1-10
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 10 februari 2022 betreffende de duurzaamheidscriteria van de biomassa voor de productie van energie en de broeikasgasemissiereductiecriteria en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 tot bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling
Art. 11-15
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen.
Art. 16-17
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 tot bevordering van de elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling
Artikel 1. Artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 tot bevordering van groene elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling, vervangen door het besluit van 1 maart 2012 en gewijzigd bij het besluit van 13 februari 2014, wordt aangevuld met de woorden " en Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen".
Art.2. In artikel 2 van het hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2023, worden de punten 8°/1 en 8°/2 ingevoegd, luidend als volgt:
"8°/1 "hernieuwbare mix": het aandeel van de fuel mix dat gedekt wordt door ingetrokken garanties van oorsprong;
8°/2 "residuele mix": het aandeel van de fuel mix dat niet gedekt wordt door ingetrokken garanties van oorsprong;".
Art.3. In artikel 13, § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2007, worden de woorden "wanneer de elektriciteit geproduceerd wordt door hoogrenderende warmtekrachtkoppeling uit hernieuwbare energiebronnen, wordt alleen een garantie van oorsprong uitgegeven die beide kenmerken specificeert" ingevoegd tussen de woorden "per MWu" en de woorden ";en/of".
Art.4. Artikel 15nonies van hetzeflde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 juni 2016 en vervangen door het besluit van de Waalse Regering van 11 april 2019, wordt aangevuld met paragrafen 5 en 6, luidend als volgt:
" § 5. De Minister of de Regering, in het geval bedoeld in artikel 38, § 9, van het decreet, kan de procedures betreffende de oproep tot het indienen van projecten beperken tot bepaalde kanalen voor elektriciteitsproductie, elektriciteitsproductiemethodes of vermogensklassen, wanneer de opening van de procedure betreffende de oproep tot het indienen van projecten voor alle producenten van groene elektriciteit om de volgende redenen tot onvoldoende resultaten leidt:
1° het langetermijnpotentieel van een bepaalde technologie;
2° de nood aan diversificatie;
3° de netwerkintegratiekosten;
4° de vereisten en de stabiliteit van het net;
5° voor de biomassa, de noodzaak om grondstoffenmarktenverstoringen te vermijden.
§ 6. Vanaf de eerste lancering van de oproep tot het indienen van projecten publiceert de Minister of de Regering, in het geval bedoeld in artikel 38, § 9, van het decreet, een indicatief tijdschema voor de procedures betreffende de oproep tot het indienen van projecten in de volgende gevallen:
1° indien nodig en ten minste jaarlijks, voor ten minste de volgende vijf jaar of;
2° in het geval van beperkingen inzake de begrotingsplanning, voor de volgende drie jaar.
Het indicatieve tijdschema voor de oproep tot het indienen van projecten omvat de volgende elementen:
1° de frequentie;
2° het maximaal volume van bijkomende groene certificaten die het voorwerp kunnen uitmaken van een reservering aan het einde van elke oproep tot het indienen van projecten;
3° de formule voor de berekening van het aantal toegekende groene certificaten;
4° het maximaal aantal groene certificaten dat kan worden toegekend per eenheid, desgevallend;
5° de kanalen voor elektriciteitsproductie;
6° de elektriciteitsproductiemethodes of in aanmerking komende vermogensklassen.
Jaarlijks publiceert de Minister relevante informatie over eerdere oproepen tot het indienen van projecten en de invullingsgraad van projecten.".
Art.5. In artikel 17bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 februari 2014, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt:
" § 1. De productieperiode voor een garantie van oorsprong is maximaal één kalendermaand.
De garanties van oorsprong hebben een geldigheidsduur die ingaat op de einddatum van bedoelde productieperiode en afloopt twaalf maanden na de laatste dag van de maand van het einde van de periode waarin de overeenstemmende energiehoeveelheid wordt geproduceerd. De garanties van oorsprong kunnen enkel tijdens hun geldigheidsduur overgedragen worden.
De nog niet ingetrokken garanties van oorsprong vervallen achttien maanden na de einddatum van bedoelde productieperiode. De hernieuwbare garanties van oorsprong die nog niet vervallen zijn, kunnen worden gebruikt om de hernieuwbare mix te bepalen. De vervallen garanties van oorsprong zijn opgenomen in de berekening van de residuele mix.".
Art.6. In artikel 27 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019, worden de volgende wijzigingen in paragraaf 1 aangebracht:
1° de woorden "labels van garantie van oorsprong" worden vervangen door de woorden "garanties van oorsprong";
2° de woorden "die nog niet vervallen zijn" worden ingevoegd tussen de woorden "De garanties van oorsprong" en de woorden "worden maandelijks en uiterlijk 31 maart van elk jaar door de Administratie geannuleerd".
Art.7. In artikel 28, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 februari 2014, wordt de zin " Hetzelfde geldt voor de labels van garantie van oorsprong uit een andere Staat als die erkenning uitdrukkelijk aanvaard wordt bij een overeenkomst die hem aan de Europese Unie bindt. " vervangen door de zin "De garanties van oorsprong uitgereikt door derde landen worden niet erkend, tenzij de Europese Unie een overeenkomst heeft gesloten met het derde land over de wederzijdse erkenning van garanties van oorsprong die in de Unie zijn uitgereikt en van garanties van oorsprong van een verenigbaar systeem dat vastgesteld is in het derde land, en enkel in geval van rechtstreekse invoer en uitvoer van energie.".
Art.8. In artikel 29 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zinnen: "Het verslag maakt een tijdschema op voor de verwachte toekenning van bijkomende groene certificaten per kanalen voor elektriciteitsproductie, elektriciteitsproductiemethodes of in aanmerking komende vermogensklassen, voor ten minste de volgende vijf jaar of, in het geval van beperkingen inzake begrotingsplanning, de volgende drie jaar. Indien nodig wordt het verslag bijgewerkt om met de recente evolutie van de markten of de enveloppe van groene certificaten rekening te houden. ";
2° er wordt een lid ingevoegd tussen het eerste en derde lid, luidend als volgt:
"Het verslag bevat:
1° een indicatief tijdschema voor de procedures betreffende de groene certificaten;
2° de berekening van het aantal toegekende groene certificaten;
3° in voorkomend geval, het maximaal aantal groene certificaten dat kan worden toegekend per eenheid;
4° indien van toepassing, een indicatief tijdschema voor de procedures betreffende de oproep tot het indienen van projecten.".
Art.9. Artikel 31sexies van hetzelfde besluit, opgeheven bij het besluit van de Waalse Regering van 11 april 2019, wordt hersteld in de volgende lezing:
"Art. 31sexies. Vanaf 30 juni 2021 beoordeelt de Minister om de vijf jaar de doeltreffenheid van het mechanisme van groene certificaten voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en diens belangrijkste verdelingseffecten op verschillende consumentengroepen en op investeringen. Deze beoordeling houdt rekening met de effecten van eventuele wijzigingen aan het mechanisme.
De Minister bezorgt aan de Regering een verslag van de beoordeling, die het goedkeurt en in voorkomend geval de indicatieve langetermijnplanning van beslissingen met betrekking tot het mechanisme van groene certificaten en de mogelijke opzet van nieuwe soorten steun dienovereenkomstig aanpast.
De Regering neemt deze beoordeling op in de bijwerking van het geïntegreerde gewestplan inzake energie en klimaat.".
Art.10. In hoofdstuk VIII van hetzelfde besluit, wordt een artikel 31septies ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 31septies. Garanties van oorsprong voldoen aan norm CEN-EN 16325.".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 10 februari 2022 betreffende de duurzaamheidscriteria van de biomassa voor de productie van energie en de broeikasgasemissiereductiecriteria en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 tot bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling
Art.11. Artikel 3, tweede lid, van het besluit van de Waalse Regering van 10 februari 2022 betreffende de duurzaamheidscriteria van de biomassa voor de productie van energie en de broeikasgasemissiereductiecriteria en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 tot bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling, wordt aangevuld met een 3°, luidend als volgt:
"3° het meten in hoeverre aan de verplichtingen inzake hernieuwbare energie in de zin van artikel 2, 6), van Richtlijn 2018/2001 wordt voldaan.".
Art.12. Artikel 4, § 2, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met volgend lid:
"Voor de doeleinden van artikel 3, 1°, 2° en 3°, mag de vloeibare biomassa die overeenkomstig de criteria van de artikelen 5 tot en met 11 is verkregen, in aanmerking worden genomen voor andere duurzaamheidscriteria dan die welke in die artikelen zijn aangeduid. Deze bepaling laat de overheidssteun die wordt verleend in het kader van steunregelingen die voor 24 december 2018 zijn goedgekeurd, onverlet.".
Art.13. In artikel 13, § 4, van hetzelfde besluit, wordt het cijfer "3°" vervangen door het cijfer "2°".
Art.14. In hoofdstuk II, afdeling 6, van hetzelfde besluit, wordt een artikel 16/1 ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 16/1. De in artikel 16 bedoelde verplichtingen zijn van toepassing ongeacht of de vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen binnen de Europese Unie worden geproduceerd dan wel worden ingevoerd. Informatie over de geografische herkomst en soorten grondstoffen van vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen per brandstofleverancier en per leverancier van transportbrandstoffen wordt beschikbaar gesteld aan consumenten op de websites en wordt eenmaal per jaar bijgewerkt. ".
Art.15. In hoofdstuk II, afdeling 6, van hetzelfde besluit, wordt een artikel 16/2 ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 16/2. Wanneer een marktdeelnemer een bewijs levert of gegevens verstrekt die zijn verkregen in het kader van een systeem waarover een besluit overeenkomstig artikel 16 is genomen, onder de in dat besluit vastgestelde voorwaarden, mag van de leverancier niet worden verlangd dat hij verdere bewijzen levert van de naleving van de in artikelen 5 tot en met 11 vastgestelde duurzaamheidscriteria en broeikasgasemissiereductiecriteria.".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen.
Art.16. Dit besluit treedt in werking op 20 april 2024.
Art. 17. De Minister van Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.