Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 JULI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van verschillende besluiten, over de subsidiëring van variabele prestaties
Titre
5 JUILLET 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant divers arrêtés relatifs au subventionnement de prestations variables
Documentinformatie
Info du document
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale
Artikel 1. Artikel 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 juni 1995 en 22 maart 2024, wordt opgeheven.
Article 1er. L'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 12 juin 1995 et 22 mars 2024, est abrogé.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan voor het voortraject van personen met een handicap
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2011 portant agrément et subventionnement des services Plan de Soutien pour le parcours préalable des personnes handicapées
Art.2. In artikel 12, zevende lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan voor het voortraject van personen met een handicap, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024, wordt de zinsnede "artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector" vervangen door de zinsnede "artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten".
Art.2. Dans l'article 12, alinéa 7, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2011 portant agrément et subventionnement des services Plan de Soutien pour le parcours préalable des personnes handicapées, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mars 2024, le membre de phrase " à l'article 8, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2013relatif à l'aide directement accessible pour les personnes handicapées
Art.3. In artikel 9, § 3, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024, wordt de zinsnede "artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector" vervangen door de zinsnede "artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten".
Art.3. Dans l'article 9, § 3, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2013 relatif à l'aide directement accessible pour les personnes handicapées, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mars 2024, le membre de phrase " à l'article 8, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures
Art.4. In artikel 19, vijfde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024, wordt de zinsnede "artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector" vervangen door de zinsnede "artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten".
Art.4. Dans l'article 19, alinéa 5, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 flamand portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mars 2024, le membre de phrase " à l'article 8, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel ".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif à l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures ainsi qu'aux frais liés à l'organisation pour les offreurs de soins autorisés
Art.5. In artikel 3, § 5/1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 december 2019 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024, wordt de zinsnede "artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector" vervangen door de zinsnede "artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten".
Art.5. Dans l'article 3, § 5/1, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif à l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures ainsi qu'aux frais liés à l'organisation pour les offreurs de soins autorisés, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 décembre 2019 et remplacé par l'arrêté du gouvernement flamand du 22 mars 2024, le membre de phrase " à l'article 8, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke-assistentiebudget of een persoonsgebonden budget of die ondersteund worden door een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarigen of een thuisbegeleidingsdienst, naar persoonsvolgende financiering en houdende de transitie van de flexibele aanbodcentra voor meerderjarigen en de thuisbegeleidingsdiensten
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisé ou qui sont soutenues par un centre d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures ou un service d'aide à domicile vers une aide financière personnalisée et portant la transition des centres d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures et des services d'aide à domicile
Art.6. In het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke-assistentiebudget of een persoonsgebonden budget of die ondersteund worden door een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarigen of een thuisbegeleidingsdienst, naar persoonsvolgende financiering en houdende de transitie van de flexibele aanbodcentra voor meerderjarigen en de thuisbegeleidingsdiensten worden de volgende artikelen opgeheven:
  1° artikel 27, hersteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2017;
  2° artikel 28.
Art.6. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisé ou qui sont soutenues par un centre d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures ou un service d'aide à domicile vers un financement personnalisé et portant transition des centres d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures et des services d'aide à domicile, les articles suivants sont abrogés :
  1° l'article 27, rétabli par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 février 2017 ;
  2° l'article 28.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel
Art.7. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 en 20 maart 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 2° /0 ingevoegd, dat als volgt luidt:
  "2° /0: besluit van 26 februari 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;";
  2° er wordt een punt 11° /1 ingevoegd, dat als volgt luidt:
  "11° /1 variabele prestaties: prestaties tijdens de avond en nacht, en op een zaterdag, zondag of een feestdag waarvoor de werkgever extra salarissupplementen moet betalen;".
Art.7. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel, modifié par les arrêtes du Gouvernement flamand des 5 octobre 2018 et 20 mars 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 2° /0, rédigé comme suit :
  " 2° /0 : arrêté du 26 février 2016 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ; " ;
  2° il est inséré un point 11° /1, rédigé comme suit :
  " 11° /1 prestations variables : prestations effectuées le soir et la nuit, ainsi que le samedi, le dimanche et les jours fériés, pour lesquelles l'employeur doit payer des suppléments de salaire additionnels ; ".
Art.8. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, 17 juli 2020 en 22 maart 2024, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° het besluit van 26 februari 2016;".
Art.8. Dans l'article 3 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 22 décembre 2017, 17 juillet 2020 et 22 mars 2024, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° l'arrêté du 26 février 2016 ; ".
Art.9. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 en 5 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, inleidende zin, wordt de zinsnede "opvoedend, administratief en logistiek" opgeheven;
  2° in het eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "beperkt tot het aantal uren dat conform artikel 8 van het voormelde besluit gesubsidieerd kan worden," opgeheven;
  3° in het derde lid wordt de zinsnede "wordt niet toegekend aan barema 22 tot en met 25 en" opgeheven.
Art.9. A l'article 13 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 juillet 2020 et 5 mars 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, phrase introductive, le membre de phrase " éducatif, administratif et logistique " est abrogé ;
  2° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " limité au nombre d'heures éligibles conformément à l'article 8 de l'arrêté précité, " est abrogé ;
  3° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " n'est pas accordé aux barèmes 22 à 25 et " est abrogé.
Art.10. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024, worden een artikel 13/1 en 13/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  Art. 13/1. § 1. Het agentschap subsidieert de extra salarissupplementen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 6°, van het besluit van 15 december 1993, conform paragraaf 2 tot en met 4.
  § 2. Per subsidie-eenheid wordt het maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties van een werkingsjaar op de volgende wijze vastgelegd op basis van het jaar 2023:
  1° voor een MFC wordt er voor de ondersteuningsfunctie verblijf, vermeld in artikel 10, § 1, 1°, van het besluit van 26 februari 2016, die is opgenomen in de geregistreerde begeleidingsovereenkomst, vermeld in artikel 35, eerste lid, van het voormelde besluit, een aantal uur variabele prestaties bepaald per vork die is vastgelegd in tabel 2, die is opgenomen in de bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd. Het aantal uur variabele prestaties per vork is bepaald in tabel 1, die is opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd;
  2° voor een vergunde zorgaanbieder worden er uren variabele prestaties in aanmerking genomen, aan de hand van de vouchers die zijn geregistreerd conform artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders. Het aantal uren variabele prestaties wordt bepaald in tabel 2, die is opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd en hangt af van de bij het agentschap geregistreerde vormen van ondersteuning, als vermeld in artikel 4, 1° en de frequentie daarvan;
  3° voor een vergunde zorgaanbieder die een individuele dienstverleningsovereenkomst bij het agentschap heeft geregistreerd als vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- en ondersteuningsnood, wordt er per gesubsidieerd personeelspunt, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit, 12,67 uren variabele prestaties in aanmerking genomen;
  4° voor een vergunde zorgaanbieder die een individuele dienstverleningsovereenkomst bij het agentschap heeft geregistreerd als vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 over de zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap door vergunde zorgaanbieders, wordt er per gesubsidieerd personeelspunt, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit, 12,67 uren variabele prestaties in aanmerking genomen;
  5° voor de observatie-, diagnose- en behandelingsunits wordt er per erkend personeelspunt, vermeld in artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits, 12,67 variabele prestaties in aanmerking genomen;
  6° voor de units voor geïnterneerden wordt er per personeelspunt voor alle plaatsen waarvoor de unit voor geïnterneerden erkend is, vermeld in artikel 16, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2017 over de erkenning en subsidiëring van voorzieningen die ondersteuning bieden aan personen met een handicap in de gevangenis, en van units voor geïnterneerden, 12,67 variabele prestaties in aanmerking genomen;
  7° voor de rechtstreeks toegankelijke diensten wordt per erkend personeelspunt, vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, 0,10 uren variabele prestaties in aanmerking genomen.
  De aantallen uren variabele prestaties per subsidie-eenheid die worden verkregen conform het eerste lid, 1° tot en met 7°, worden samengeteld.
  In afwijking van het eerste lid, worden bij een subsidie-eenheid, die is gestart in 2023 of 2024, de maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties berekend aan de hand van de gegevens van het eerste volledige werkingsjaar. Als het eerste werkingsjaar geen volledig kalenderjaar omvat, dan worden de maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties voor dat werkingsjaar berekend aan de hand van de gegevens van het eerste werkingsjaar.
  § 3. De gepresteerde uren variabele prestaties, die door de subsidie-eenheid voor het werkingsjaar worden doorgegeven aan het agentschap conform artikel 13, eerste lid, 1°, worden omgezet aan de hand van tabel 3 die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. Het totale aantal uren variabele prestaties dat wordt verkregen na de voormelde omzetting, wordt vergeleken met het maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties, vastgelegd conform paragraaf 2.
  § 4. Het agentschap subsidieert de uren variabele prestaties van een werkingsjaar op basis van de uren variabele prestaties die door de subsidie-eenheid voor het werkingsjaar zijn doorgegeven aan het agentschap conform artikel 13, eerste lid, 1°, en na de omzetting, vermeld in paragraaf 3, rekening houdend met de gegevens, vermeld in artikel 13, eerste lid, 2° tot en met 5°.
  Als het aantal door de subsidie-eenheid gepresteerde uren variabele prestaties voor een werkingsjaar dat is doorgegeven aan het agentschap conform artikel 13, eerste lid, 1°, na de omzetting van die uren, vermeld in paragraaf 3, hoger is dan het aantal uren dat wordt berekend conform paragraaf 2, wordt van het totale bedrag van de subsidieerbare kostprijs van de gepresteerde uren variabele prestaties, na de omzetting van die uren, vermeld in paragraaf 3, een bedrag in mindering gebracht dat overeenkomt met het verschil tussen die uren en het maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties die worden berekend conform paragraaf 2, vermenigvuldigd met het gemiddelde subsidiebedrag per variabel uur van die subsidie-eenheid.
  Art. 13/2. § 1. Voor het werkingsjaar 2024, 2025, 2026 en 2027 is de overgangsmaatregel voorzien in paragraaf 2 en 3 van toepassing in het geval dat de maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties voor het werkingsjaar 2022, berekend conform artikel 13/1, § 2, eerste en tweede lid, voor het werkingsjaar 2022 lager is dan het huidige maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties voor het werkingsjaar 2022 omgezet conform artikel 13/1, § 3.
  Als de werkelijk gesubsidieerde uren variabele prestaties voor het werkingsjaar 2022, omgezet conform artikel 13/1, § 3, lager is dan het huidige maximumaantal te subsidiëren uren variabele prestaties voor het werkingsjaar 2022 omgezet conform artikel 13/1, § 3, dan is de overgangsmaatregel, vermeld in paragraaf 2 en 3, van toepassing als de maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties voor het werkingsjaar 2022, berekend conform artikel 13/1, § 2, eerste en tweede lid, lager is dan de werkelijk gesubsidieerde uren variabele prestaties voor het werkingsjaar 2022, omgezet conform artikel 13/1, § 3.
  § 2. Voor subsidie-eenheden waarvoor de overgangsmaatregel van toepassing is, wordt het maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties op de volgende wijze bepaald: het verschil in kostprijs tussen het huidige maximumaantal te subsidiëren uren variabele prestaties voor het werkingsjaar 2022, dat is omgezet conform artikel 13/1, § 3, in het geval paragraaf 1, eerste lid van toepassing is, of de werkelijk gepresteerde uren variabele prestaties voor het werkingsjaar 2022, dat is omgezet conform artikel 13/1, § 3, in het geval paragraaf 1, tweede lid van toepassing is, en het maximumaantal te subsidiëren uren variabele prestaties voor werkingsjaar 2022 dat is berekend conform artikel 13/1, § 2, eerste en tweede lid, wordt omgezet in een aantal uren variabele prestaties door dat verschil in kostprijs te delen door de gemiddelde kostprijs van een variabel uur voor het werkingsjaar 2022 van de subsidie-eenheid.
  Het aantal uren variabele prestaties dat wordt verkregen na toepassing van de berekening in het eerste lid, wordt bijgeteld bij het maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties voor het werkingsjaar 2022, berekend conform artikel 13/1, § 2, eerste en tweede lid.
  Voor het werkingsjaar waarin de overgangsmaatregel, van toepassing is, wordt in afwijking van 13/1, § 4, het totale aantal uren variabele prestaties, vermeld in het tweede lid, gesubsidieerd door het agentschap, onder voorbehoud van paragraaf 3.
  § 3. Het bedrag dat overeenstemt met het totaal van de bedragen dat in werkingsjaar 2022 van de subsidies van de subsidie-eenheid in mindering is gebracht met toepassing van de volgende bepalingen, opgesomd onder punt 1° tot en met 3°, zoals van kracht op de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2024 tot wijziging van verschillende besluiten, wat betreft de subsidiëring van variabele prestaties, wordt gedeeld door de gemiddelde kosten van een variabel uur per subsidie-eenheid in 2022:
  1° artikel 27 en artikel 28 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke-assistentiebudget of een persoonsgebonden budget of die ondersteund worden door een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarigen of een thuisbegeleidingsdienst, naar persoonsvolgende financiering en houdende de transitie van de flexibele aanbodcentra voor meerderjarigen en de thuisbegeleidingsdiensten;
  2° artikel 26/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2017 over de erkenning en subsidiëring van voorzieningen die ondersteuning bieden aan personen met een handicap in de gevangenis, en van units voor geïnterneerden;
  3° artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits.
  Het aantal uren dat verkregen wordt conform het eerste lid, wordt in mindering gebracht van het aantal uren variabele prestaties dat wordt verkregen door toepassing van paragraaf 2, eerste lid.
  Het eventuele saldo van uren dat overblijft na toepassing van het eerste en tweede lid, wordt voor de toepassing van paragraaf 2, tweede lid, bijgeteld bij het maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties van werkingsjaar 2022, berekend conform artikel 13/1, § 2, eerste en tweede lid.
  § 4. Als er na toepassing van paragraaf 3, eerste en tweede lid, geen saldo van uren variabele prestaties dat wordt berekend conform paragraaf 2, eerste lid, meer overblijft, is de overgangsmaatregel, vermeld in paragraaf 2 en 3, niet van toepassing.".
  Als het maximumaantal subsidieerbare uren variabele prestaties voor het werkingsjaar 2023, berekend conform artikel 13/1, § 2, eerste en tweede lid, hoger is dan het totaal aantal uren bekomen overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid of indien van toepassing, paragraaf 3, derde lid, dan is de overgangsmaatregel eveneens niet van toepassing.
Art.10. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mars 2024, il est inséré un article 13/1 et un article 13/2, rédigés comme suit :
  Art. 13/1. § 1er. L'agence subventionne les suppléments de salaire additionnels, visés à l'article 4, alinéa 1er, 6°, de l'arrêté du 15 décembre 1993, conformément aux paragraphes 2 à 4.
  § 2. Pour chaque unité de subvention, le nombre maximum d'heures subventionnables de prestations variables d'une année d'activité est fixé de la manière suivante sur la base de l'année 2023 :
  1° pour un MFC, en ce qui concerne la fonction d'assistance de séjour, visée à l'article 10, § 1er, 1°, de l'arrêté du 26 février 2016, qui est reprise dans le contrat d'accompagnement enregistré, visé à l'article 35, alinéa 1er, de l'arrêté précité, un nombre d'heures de prestations variables est déterminé par fourchette qui est fixée dans le tableau 2, qui figure à l'annexe 3, jointe au présent arrêté. le nombre d'heures de prestations variables par fourchette est déterminé dans le tableau 1, qui figure à l'annexe 3, jointe au présent arrêté ;
  2° pour un offreur de soins autorisé, des heures de prestations variables sont prises en compte sur la base des vouchers qui sont enregistrés conformément à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif à l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures ainsi qu'aux frais liés à l'organisation pour les offreurs de soins autorisés. Le nombre d'heures de prestations variables est déterminé dans le tableau 2, qui figure à l'annexe 3, jointe au présent arrêté, et dépend des formes d'assistance enregistrées auprès de l'agence, telles que visées à l'article 4, 1°, et de leur fréquence ;
  3° pour un offreur de soins autorisé qui a enregistré une convention individuelle de prestation de services auprès de l'agence, telle que visée à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes atteintes d'une lésion cérébrale non congénitale ou de tétraplégie suite à une paraplégie haute, ayant le besoin de soins et de soutien le plus élevé, 12,67 heures de prestations variables sont prises en compte par point de personnel subventionné, visé à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté précité ;
  4° pour un offreur de soins autorisé qui a enregistré une convention individuelle de prestation de services auprès de l'agence, telle que visée à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes handicapées internées par des offreurs de soins autorisés, 12,67 heures de prestations variables sont prises en compte par point de personnel subventionné, visé à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté précité ;
  5° pour les unités d'observation de diagnostic et de traitement, 12,67 heures de prestations variables sont prises en compte par point de personnel agréé, visé à l'article 14 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 décembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement d'unités d'observation, de diagnostic et de traitement ;
  6° pour les unités pour internés, 12,67 heures de prestations variables sont prises en compte par point de personnel pour toutes les places pour lesquelles l'unité pour internés est agréée, telle que visée à l'article 16, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement de structures offrant du soutien aux personnes handicapées en prison, et d'unités pour internés ;
  7° pour les services directement accessibles, 0,10 heure de prestations variables est prise en compte par point de personnel agréé, visé à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2013 relatif à l'aide directement accessible pour les personnes handicapées.
  Les nombres d'heures de prestations variables par unité de subvention obtenue conformément à l'alinéa 1er, 1° à 7°, sont additionnés.
  Contrairement à l'alinéa 1er, dans le cas d'une unité de subvention qui a démarré en 2023 ou 2024, le nombre maximum d'heures subventionnables de prestations variables est calculé sur la base des données de la première année complète d'activité. Si la première année d'activité ne comprend pas une année calendaire complète, le nombre maximum d'heures subventionnables de prestations variables pour cette année d'activité est calculé sur la base des données de la première année d'activité.
  § 3. Les heures de prestations variables effectuées, qui ont été transmises par l'unité de subvention à l'agence pour l'année d'activité, conformément à l'article 13, alinéa 1er, 1°, sont converties sur la base du tableau 3 figurant à l'annexe 4, jointe au présent arrêté. Le nombre total d'heures de prestations variables obtenu après la conversion susmentionnée est comparé au nombre maximum d'heures subventionnables de prestations variables, qui est fixé conformément au paragraphe 2.
  § 4. L'agence subventionne les heures de prestations variables d'une année d'activité sur la base des heures de prestations variables qui ont été transmises par l'unité de subvention à l'agence pour l'année d'activité, conformément à l'article 13, alinéa 1er, 1°, et après la conversion visée au paragraphe 3, compte tenu des données visées à l'article 13, alinéa 1er, 2° à 5°.
  Si le nombre d'heures de prestations variables effectuées par l'unité de subvention pour une année d'activité qui a été transmis à l'agence conformément à l'article 13, alinéa 1er, 1°, après la conversion de ces heures visée au paragraphe 3, dépasse le nombre d'heures calculé conformément au paragraphe 2, un montant correspondant à la différence entre ces heures et le nombre maximum d'heures subventionnables de prestations variables calculé conformément au paragraphe 2, multiplié par le montant moyen de la subvention par heure variable de cette unité de subvention, est déduit du montant total du prix de revient subventionnable des heures de prestations variables effectuées, après la conversion de ces heures visée au paragraphe 3.
  Art. 13/2. § 1er. Pour les années d'activité 2024, 2025, 2026 et 2027, la mesure transitoire prévue aux paragraphes 2 et 3 s'applique dans le cas où le nombre maximum d'heures subventionnables de prestations variables pour l'année d'activité 2022, calculé conformément à l'article 13/1, § 2, alinéas 1er et 2, est inférieur au nombre maximum actuel d'heures subventionnables de prestations variables pour l'année d'activité 2022 converti conformément à l'article 13/1, § 3.
  Si le nombre réel d'heures subventionnées de prestations variables pour l'année d'activité 2022, converti conformément à l'article 13/1, § 3, est inférieur au nombre maximum actuel d'heures subventionnables de prestations variables pour l'année d'activité 2022, converti conformément à l'article 13/1, § 3, alors la mesure transitoire, visée aux paragraphes 2 et 3, s'applique si le nombre maximum d'heures subventionnables de prestations variables pour l'année d'activité 2022, calculé conformément à l'article 13/1, § 2, alinéas 1er et 2, est inférieur au nombre réel d'heures subventionnables de prestations variables pour l'année d'activité 2022, converti conformément à l'article 13/1, § 3.
  § 2. Pour les unités de subvention auxquelles la mesure transitoire s'applique, le nombre maximum d'heures subventionnables de prestations variables est déterminé de la manière suivante : la différence de prix de revient entre le nombre maximum actuel d'heures subventionnables de prestations variables pour l'année d'activité 2022, converti conformément à l'article 13/1, § 3, en cas d'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, ou le nombre réel d'heures de prestations variables pour l'année d'activité 2022, converti conformément à l'article 13/1, § 3, en cas d'application du paragraphe 1er, alinéa 2, et le nombre maximum d'heures de prestations variables à subventionner pour l'année d'activité 2022, calculé conformément à l'article 13/1, § 2, alinéas 1er et 2, est converti en un nombre d'heures de prestations variables en divisant cette différence de prix de revient par le prix de revient moyen d'une heure variable pour l'année d'activité 2022 de l'unité de subvention.
  Le nombre d'heures de prestations variables obtenu après l'application du calcul visé à l'alinéa 1er est ajouté au nombre maximum d'heures subventionnables de prestations variables pour l'année d'activité 2022, calculé conformément à l'article 13/1, § 2, alinéas 1er et 2.
  Pour l'année d'activité au cours de laquelle la mesure transitoire s'applique, contrairement à l'article 13/1, § 4, le nombre total d'heures de prestations variables, visé à l'alinéa 2, est subventionné par l'agence, sous réserve du paragraphe 3.
  § 3. Le montant correspondant au total des montants déduits des subventions de l'unité de subvention au cours de l'année d'activité 2022 en application des dispositions suivantes, énumérées aux points 1° à 3°, telles qu'en vigueur le jour précédant la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2024 modifiant divers arrêtés, en ce qui concerne le subventionnement de prestations variables, est divisé par les coûts moyens d'une heure variable par unité de subvention en 2022 :
  1° les articles 27 et 28 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisé ou qui sont soutenues par un centre d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures ou un service d'aide à domicile vers un financement qui suit la personne et portant la transition des centres d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures et des services d'aide à domicile ;
  2° l'article 26/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement de structures offrant du soutien aux personnes handicapées en prison, et d'unités pour internés ;
  3° l'article 15 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 décembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement d'unités d'observation, de diagnostic et de traitement.
  Le nombre d'heures obtenu conformément à l'alinéa 1er est déduit du nombre d'heures de prestations variables obtenu en application du paragraphe 2, alinéa 1er.
  Le solde éventuel d'heures restant après l'application des alinéas 1er et 2 est, pour l'application du paragraphe 2, ajouté au nombre maximum d'heures subventionnables de prestations variables de l'année d'activité 2022, calculé conformément à l'article 13/1, § 2, alinéas 1er et 2.
  § 4. Si, après l'application du paragraphe 3, alinéas 1er et 2, il ne reste plus aucun solde d'heures de prestations variables calculé conformément au paragraphe 2, alinéa 1er, la mesure transitoire visée aux paragraphes 2 et 3 ne s'applique pas. ".
  Si le nombre maximum d'heures subventionnables de prestations variables pour l'année d'activité 2023, calculé conformément à l'article 13/1, § 2, alinéas 1er et 2, est supérieur au nombre total d'heures obtenu conformément au paragraphe 2, alinéa 2, ou, le cas échéant, au paragraphe 3, alinéa 3, la mesure transitoire ne s'applique pas non plus.
Art.11. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024, wordt een bijlage 3 toegevoegd, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Art.11. Le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mars 2024, est complété par une annexe 3, jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2017 over de erkenning en subsidiëring van voorzieningen die ondersteuning bieden aan personen met een handicap in de gevangenis, en van units voor geïnterneerden
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement de structures offrant du soutien aux personnes handicapées en prison, et d'unités pour internés
Art.12. In artikel 8, vierde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2017 over de erkenning en subsidiëring van voorzieningen die ondersteuning bieden aan personen met een handicap in de gevangenis, en van units voor geïnterneerden, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024, wordt de zinsnede "artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector" vervangen door de zinsnede "artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten".
Art.12. Dans l'article 8, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement de structures offrant du soutien aux personnes handicapées en prison, et d'unités pour internés, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mars 2024, le membre de phrase " à l'article 8, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel ".
Art.13. In artikel 17, vierde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024, wordt de zinsnede "artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector" vervangen door de zinsnede "artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten".
Art.13. Dans l'article 17, alinéa 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mars 2024, le membre de phrase " à l'article 8, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel ".
Art.14. Artikel 26/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018, wordt opgeheven.
Art.14. L'article 26/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2018, est abrogé.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 décembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement d'unités d'observation, de diagnostic et de traitement
Art.15. In artikel 9, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024, wordt de zinsnede "artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector" vervangen door de zinsnede "artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten".
Art.15. Dans l'article 9, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 décembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement d'unités d'observation, de diagnostic et de traitement, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mars 2024, le membre de phrase " à l'article 8, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel ".
Art.16. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.16. L'article 15 du même arrêté est abrogé.
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- en ondersteuningsnood
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes atteintes d'une lésion cérébrale non congénitale ou de tétraplégie suite à une paraplégie haute, ayant le besoin de soins et de soutien le plus élevé
Art.17. In artikel 10, § 2, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- en ondersteuningsnood, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024, wordt de zinsnede "artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector" vervangen door de zinsnede "artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten".
Art.17. Dans l'article 10, § 2, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes atteintes d'une lésion cérébrale non congénitale ou de tétraplégie suite à une paraplégie haute, ayant le besoin de soins et de soutien le plus élevés, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mars 2024, le membre de phrase " à l'article 8, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel ".
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 over de zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap door vergunde zorgaanbieders
CHAPITRE 11. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes handicapées internées par des offreurs de soins autorisés
Art.18. In artikel 12, § 2, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 over de zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap door vergunde zorgaanbieders, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024, wordt de zinsnede "artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector" vervangen door de zinsnede "artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten".
Art.18. Dans l'article 12, § 2, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes handicapées internées par des offreurs de soins autorisés, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mars 2024, le membre de phrase " à l'article 8, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel ".
HOOFDSTUK 12. - Slotbepalingen
CHAPITRE 12. - Dispositions finales
Art.19. Vanaf 1 januari 2026 vallen de internaten, vermeld in artikel 1, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2023 over de transitie van sommige instellingen van Onderwijs naar Welzijn, die zijn erkend als MFC met toepassing van de procedure, vermeld in artikel 3 tot en met 5 van het voormelde besluit, onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten, zoals gewijzigd bij artikel 7 tot en met 11 van dit besluit.
Art.19. A partir du 1er janvier 2026, les internats visés à l'article 1er, 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2023 relatif à la transition de certains établissements du domaine politique de l'Enseignement vers le domaine politique du Bien-Etre, qui ont été agréés en tant que MFC en application de la procédure visée aux articles 3 à 5 de l'arrêté précité, relèvent de l'application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel, tel que modifié par les articles 7 à 11 du présent arrêté.
Art.20. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2024.
Art.20. Le présent arrêté produit ses effets à partir du 1er janvier 2024.
Art.21. De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.21. Le ministre flamand qui a les personnes handicapées dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N.   Bijlage 3 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten
  Bijlage 3. Tabellen als vermeld in artikel 13/1
  Tabel 1
Art. N.   Annexe 3 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel
  Annexe 3. Tableaux visés à l'article 13/1
  Tableau 1
ondersteuningsfunctie frequentie uren per week
verblijf vork 2/3 nachten 3,07
verblijf vork 4/5 nachten deeltijds 2,56
verblijf vork 4/5 nachten 5,11
verblijf vork 6/7 nachten 34,98
ondersteuningsfunctie frequentie uren per week verblijf vork 2/3 nachten 3,07 verblijf vork 4/5 nachten deeltijds 2,56 verblijf vork 4/5 nachten 5,11 verblijf vork 6/7 nachten 34,98
Tabel 2
Fonction d'assistance Fréquence Heures par semaine
Séjour Fourchette de 2/3 nuits 3,07
Séjour Fourchette de 4/5 nuits à temps partiel 2,56
Séjour Fourchette de 4/5 nuits 5,11
Séjour Fourchette de 6/7 nuits 34,98
Fonction d'assistance Fréquence Heures par semaine Séjour Fourchette de 2/3 nuits 3,07 Séjour Fourchette de 4/5 nuits à temps partiel 2,56 Séjour Fourchette de 4/5 nuits 5,11 Séjour Fourchette de 6/7 nuits 34,98
Tableau 2
ondersteuningsfunctie frequentie uren per voucherpunt
dagondersteuning meer dan 5 dagen 0,68
dagondersteuning meer dan 6 dagen 4,05
woonondersteuning tot 5 dagen 3,20
woonondersteuning meer dan 5 dagen 0,68
woonondersteuning meer dan 6 dagen 4,05
psychosociale begeleiding zonder woon- en dagondersteuning  2,51
ondersteuningsfunctie frequentie uren per voucherpunt dagondersteuning meer dan 5 dagen 0,68 dagondersteuning meer dan 6 dagen 4,05 woonondersteuning tot 5 dagen 3,20 woonondersteuning meer dan 5 dagen 0,68 woonondersteuning meer dan 6 dagen 4,05 psychosociale begeleiding zonder woon- en dagondersteuning 2,51
Tabel 3
Fonction d'assistance Fréquence Heures par point voucher
Assistance de jour Plus de 5 jours 0,68
Assistance de jour Plus de 6 jours 4,05
Assistance au logement Jusqu'à 5 jours 3,20
Assistance au logement Plus de 5 jours 0,68
Assistance au logement Plus de 6 jours 4,05
Accompagnement psychosocial sans assistance au logement et de jour  2,51
Fonction d'assistance Fréquence Heures par point voucher Assistance de jour Plus de 5 jours 0,68 Assistance de jour Plus de 6 jours 4,05 Assistance au logement Jusqu'à 5 jours 3,20 Assistance au logement Plus de 5 jours 0,68 Assistance au logement Plus de 6 jours 4,05 Accompagnement psychosocial sans assistance au logement et de jour 2,51
Tableau 3
variabel uur variabel uur na omzetting
één zaterdaguur 1,00
één zondaguur 5,00
één avonduur 1,00
één nachtuur 1,00
één feestdaguur 2,50
variabel uur variabel uur na omzetting één zaterdaguur 1,00 één zondaguur 5,00 één avonduur 1,00 één nachtuur 1,00 één feestdaguur 2,50
Heure variable Heure variable après la conversion
Une heure le samedi 1,00
Une heure le dimanche 5,00
Une heure le soir 1,00
Une heure la nuit 1,00
Une heure un jour férié 2,50
Heure variable Heure variable après la conversion Une heure le samedi 1,00 Une heure le dimanche 5,00 Une heure le soir 1,00 Une heure la nuit 1,00 Une heure un jour férié 2,50