Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 JANUARI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering over de erkenning van beoefenaars van de klinische psychologie en de klinische orthopedagogiek(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-05-2023 en tekstbijwerking tot 28-11-2025)
Titre
13 JANVIER 2023. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif Ă  l'agrĂ©ment de praticiens de la psychologie clinique et de l'orthopĂ©dagogie clinique(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 04-05-2023 et mise Ă  jour au 28-11-2025)
Documentinformatie
Numac: 2023040644
Datum: 2023-01-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023040644
Date: 2023-01-13
Moniteur: Voir
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° [1 administratie: het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg;]1;
2° adviescommissie: de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers;
3° [1 ...]1
4° erkenningscommissies: de erkenningscommissie voor de beoefenaars van de klinische psychologie en de erkenningscommissie voor de beoefenaars van de klinische orthopedagogiek.
[1 5° secretaris-generaal: het hoofd van de administratie.]1
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
1° [1 administration : le DĂ©partement Soins, visĂ© Ă  l'article 2, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au DĂ©partement Soins ]1;
2° commission consultative : la Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants, visée à l'article 12 du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants ;
[1 ...]1
4° les commissions d'agrément : la commission d'agrément des praticiens de la psychologie clinique et la commission d'agrément des praticiens de l'orthopédagogie clinique.
[1 5° secrétaire général : le chef de l'administration. ]1
HOOFDSTUK 1/1. [1 Toepassingsgebied]1
CHAPITRE 1/1. [1 Champ d'application]1
Art.1/1. [1 De Vlaamse Gemeenschap is bevoegd voor elke aanvraag op basis van een diploma dat is uitgereikt door een onderwijsinrichting die is opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap of erkend als gelijkwaardig door de Vlaamse Gemeenschap.]1
Art.1/1. [1 La Communauté flamande est compétente pour chaque demande sur la base d'un diplÎme délivré par un établissement d'enseignement qui est créé, subventionné ou agréé par la Communauté flamande ou reconnu comme équivalent par la Communauté flamande.]1
HOOFDSTUK 2. - De erkenningscommissies
CHAPITRE 2. - Les commissions d'agrément
Art. 2. Bij [1 de administratie]1 worden twee erkenningscommissies opgericht:
1° een erkenningscommissie voor beoefenaars van de klinische psychologie;
2° een erkenningscommissie voor de beoefenaars van de klinische orthopedagogiek.
[1 De administratie]1stelt in samenspraak met de erkenningscommissies, vermeld in het eerste lid, een huishoudelijk reglement op.
De erkenningscommissies hebben als taak gemotiveerde adviezen te verstrekken aan het agentschap over de aanvragen tot erkenning als klinisch psycholoog of als klinisch orthopedagoog en over de kwesties in verband met die erkenning.
De erkenningscommissies kunnen [1 de administratie]1 machtigen om voor bepaalde categorieën van aanvragen een beslissing te nemen zonder daarover voorafgaandelijk het advies van de erkenningscommissie in te winnen.
Art. 2. Deux commissions d'agrément seront mises en place au sein de [1 l'administration ]1 :
1° une commission d'agrément pour les praticiens de la psychologie clinique ;
2° une commission d'agrément pour les praticiens de l'orthopédagogie clinique.
[1 L'administration ]1 met à disposition un rÚglement d'ordre intérieur en concertation avec les commissions d'agrément visées à l'alinéa 1.
Les commissions d'agrément ont pour mission de fournir des avis motivés à [1 l'administration ]1 sur les demandes d'agrément en tant que psychologues cliniques ou orthopédagogues cliniques et sur les questions liées à cet agrément.
Les commissions d'agrément peuvent autoriser [1 l'administration ]1à prendre une décision pour certaines catégories de demandes sans demander l'avis préalable de la commission d'agrément.
Art. 3. § 1. De erkenningscommissie voor de klinische psychologie is samengesteld uit:
1° ten minste twee en maximaal vier leden, die minstens vijf jaar erkend zijn in de klinische psychologie. Ze worden voorgedragen door hun beroepsverenigingen;
2° ten minste twee en maximaal vier leden, die minstens vijf jaar erkend zijn en onderwijservaring in een universitaire instelling kunnen bewijzen. Ze worden voorgedragen door de Vlaamse faculteiten met een opleiding in de klinische psychologie.
De erkenningscommissie voor de klinische orthopedagogiek is samengesteld uit:
1° ten minste twee en maximaal vier leden, die minstens vijf jaar erkend zijn in de klinische orthopedagogiek. Ze worden voorgedragen door hun beroepsverenigingen;
2° ten minste twee en maximaal vier leden, die minstens vijf jaar erkend zijn en onderwijservaring in een universitaire instelling kunnen bewijzen. Ze worden voorgedragen door de Vlaamse faculteiten met een opleiding in de klinische orthopedagogiek.
In afwijking van het eerste en het tweede lid is het aantal erkende jaren niet van belang voor de eerste samenstelling van een erkenningscommissie.
§ 2. De erkenningscommissies, vermeld in paragraaf 1, worden samengesteld uit een gelijk aantal leden die worden voorgedragen door de beroepsverenigingen en door de Vlaamse faculteiten met een opleiding in de klinische psychologie of klinische orthopedagogiek.
§ 3. De [1 secretaris-generaal]1 benoemt de leden van de erkenningscommissies voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Ze blijven in functie tot de [1 secretaris-generaal]1] beslist over de hernieuwing van hun mandaten.
Als het mandaat van een lid niet meer wordt ondersteund door de beroepsvereniging of de Vlaamse faculteit met een opleiding in de klinische psychologie of klinische orthopedagogiek die hem heeft voorgedragen, kan het lid op verzoek van zijn beroepsvereniging of faculteit worden vervangen door een vervangend lid dat de administrateur-generaal benoemt voor de resterende duur van het mandaat van het lid dat hij vervangt.
Bij overlijden, ontslag of intrekking van een mandaat van een lid benoemt de administrateur-generaal een nieuw lid, dat wordt voorgedragen door een beroepsvereniging of door een Vlaamse faculteit met een opleiding in de klinische psychologie of klinische orthopedagogiek. De [1 secretaris-generaal]1 benoemt dat vervangende lid voor de resterende duur van het mandaat van het lid dat hij vervangt.
§ 4. Elke erkenningscommissie kiest uit haar leden een voorzitter en een ondervoorzitter.
Bij afwezigheid van de voorzitter en van de ondervoorzitter zit het oudste lid in leeftijd de erkenningscommissie voor.
§ 5. De erkenningscommissie beraadslaagt geldig als ten minste de helft van de leden van de erkenningscommissie aanwezig is.
Als er niet voldoende leden aanwezig zijn, organiseert de voorzitter een nieuwe vergadering met dezelfde agenda. De erkenningscommissie vergadert dan geldig ongeacht het aantal aanwezige leden.
De erkenningscommissie spreekt zich uit bij meerderheid van de aanwezige leden.
Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.
De erkenningscommissies kunnen, als ze dat nuttig achten en na akkoord van [1 de administratie]1, een beroep doen op externe deskundigen. Ook [1 de administratie]1 kan een beroep doen op externe deskundigen. Die personen hebben een raadgevende stem.
§ 6. De beraadslagingen van de erkenningscommissie en het verslag ervan zijn geheim. De adviezen van de erkenningscommissie worden gemotiveerd.
§ 7. De functie van secretaris van de erkenningscommissie wordt waargenomen door een personeelslid van [1 de administratie...]1.
Art. 3. § 1. La commission d'agrément pour la psychologie clinique est composée :
1° d'au moins deux et jusqu'à quatre membres qui sont reconnus en psychologie clinique depuis au moins cinq ans. Ils sont présentés par leurs associations professionnelles ;
2° d'au moins deux et jusqu'à quatre membres qui sont agréés depuis au moins cinq ans et pouvant justifier d'une expérience d'enseignement dans un établissement universitaire. Ils sont présentés par les facultés flamandes ayant une formation en psychologie clinique.
La commission d'agrément pour l'orthopédagogie clinique est composée :
1° d'au moins deux et jusqu'à quatre membres qui sont agréés en orthopédagogie clinique depuis au moins cinq ans. Ils sont présentés par leurs associations professionnelles ;
2° d'au moins deux et jusqu'à quatre membres qui sont agréés depuis au moins cinq ans et pouvant justifier d'une expérience d'enseignement dans un établissement universitaire. Ils sont présentés par les facultés flamandes ayant une formation en orthopédagogie clinique.
Par dérogation aux alinéas 1 et 2, le nombre d'années agréées n'est pas pertinent pour la composition initiale d'une commission d'agrément.
§ 2. Les commissions d'agrément mentionnées au paragraphe 1 sont composées d'un nombre égal de membres présentées par les associations professionnelles et par les facultés flamandes ayant une formation en psychologie clinique ou en orthopédagogie clinique.
§ 3. [1 le secrétaire général ]1 nomme les membres des commissions d'agrément pour un mandat renouvelable de six ans. Ils restent en fonction jusqu'à ce que [1 le secrétaire général ]1 décide du renouvellement de leurs mandats.
Si le mandat d'un membre n'est plus soutenu par l'association professionnelle ou la facultĂ© flamande ayant une formation en psychologie clinique ou en orthopĂ©dagogie clinique qui l'a dĂ©signĂ©, le membre peut, Ă  la demande de son association professionnelle ou de sa facultĂ©, ĂȘtre remplacĂ© par un membre supplĂ©ant nommĂ© par [1 le secrĂ©taire gĂ©nĂ©ral ]1 pour la durĂ©e restante du mandat du membre qu'il remplace.
En cas de décÚs, de démission ou de retrait du mandat d'un membre, [1 le secrétaire général ]1 nomme un nouveau membre, présenté par une association professionnelle ou par une faculté flamande ayant une formation en psychologie clinique ou en orthopédagogie clinique. [1 Le secrétaire général ]1 nomme ce membre remplaçant pour la durée restante du mandat du membre qu'il remplace.
§ 4. Chaque commission d'agrément élit un président et un vice-président parmi ses membres.
En l'absence du président et du vice-président, le membre le plus ùgé préside la commission d'agrément.
§ 5. La commission d'agrément délibÚre valablement si au moins la moitié des membres de la commission d'agrément sont présents.
Si ce quorum n'est pas atteint, le prĂ©sident convoque Ă  nouveau une rĂ©union avec le mĂȘme ordre du jour. La commission d'agrĂ©ment se rĂ©unit alors valablement quel que soit le nombre de membres prĂ©sents.
La commission d'agrément se prononce à la majorité des membres présents.
En cas de partage des voix, la voix du président est prépondérante.
Lorsqu'elles l'estiment utile, les commissions d'agrément peuvent faire appel à des experts externes, moyennant l'accord de [1 l'administration ]1. [1 L'administration ]1 peut également faire appel à des experts externes. Ces personnes ont voix consultative.
§ 6. Les délibérations de la commission d'agrément et son rapport sont secrets. Les avis de la commission d'agrément sont motivés.
§ 7. La fonction de secrétaire d'une commission d'agrément est assurée par un membre du personnel de [1 l'administration ]1.
Art. 4. Als de [1 secretaris-generaal]1 geen leden van een nieuw op te richten erkenningscommissie kan benoemen omdat niet voldoende leden zijn voorgedragen door de beroepsverenigingen of door de Vlaamse faculteiten met een opleiding in de klinische psychologie of klinische orthopedagogiek, worden de bevoegdheden van de respectieve erkenningscommissie, vermeld in artikel 2, derde en vierde lid, tijdelijk toegewezen aan het agentschap.
[1 De administratiel-1 kan om het even welk personeelslid of om het even welke expert of organisatie raadplegen of belasten met een adviesopdracht om de adviserende bevoegdheid, vermeld in artikel 2, derde lid, van dit besluit, uit te voeren. [1 De administratie]1 beslist over het advies.
De tijdelijke bevoegdheid van [1 de administratie]1, vermeld in het eerste lid, eindigt op de eerste dag dat de leden van de erkenningscommissie in kwestie benoemd zijn.
Art. 4. Si [1 le secrétaire général ]1 n'est pas en mesure de nommer des membres d'une nouvelle commission d'agrément à créer parce qu'un nombre insuffisant de membres a été présenté par les associations professionnelles ou par les facultés flamandes ayant une formation en psychologie clinique ou en orthopédagogie clinique, les compétences de la commission d'agrément respective mentionnées à l'article 2, alinéas 3 et 4, sont temporairement attribuées à [1 l'administration ]1.
[1 L'administration ]1 peut consulter ou charger n'importe quel membre du personnel ou tout expert ou organisation d'une mission d'avis afin d'exercer la compĂ©tence d'avis mentionnĂ©e Ă  l'article 2, alinĂ©a 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. [1 L'administration ]1 prendra une dĂ©cision sur l'avis.
La compĂ©tence temporaire de [1 l'administration ]1 mentionnĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1 prend fin le premier jour oĂč les membres de la commission d'agrĂ©ment en question sont nommĂ©s.
Art. 5. § 1. De voorzitter, de leden van de erkenningscommissies en de eventuele externe deskundigen ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding per vergadering van de erkenningscommissie waarop ze aanwezig zijn.
§ 2. De vergoeding, vermeld in paragraaf 1, bedraagt 5 euro, behalve voor de voorzitter, aan wie een vergoeding van 7,5 euro wordt toegekend.
De vergoeding wordt voor maximaal twaalf vergaderingen per jaar toegekend. Die vergaderingen worden gehouden op initiatief van [1 de administratie]1.
Verschillende vergaderingen van de erkenningscommissie die op dezelfde dag plaatsvinden, gelden maar als één vergadering.
Art. 5. § 1. Le président, les membres des commissions d'agrément et tout expert externe recevront une indemnité pour leur travail pour chaque réunion de la commission d'agrément à laquelle ils participent.
§ 2. L'indemnité visée à l'alinéa 1 est de 5 euros, sauf pour le président, qui bénéficie d'une indemnité de 7,5 euros.
L'indemnité est accordée pour douze réunions par an au maximum. Ces réunions sont organisées à l'initiative de [1 l'administration ]1.
Plusieurs rĂ©unions de la commission d'agrĂ©ment ayant lieu le mĂȘme jour valent comme une seule rĂ©union.
Art. 6. De voorzitter, de leden van de erkenningscommissies en de eventuele externe deskundigen ontvangen een vergoeding voor de reiskosten die verbonden zijn aan hun deelname aan de vergaderingen conform de regeling voor de kilometervergoeding die geldt voor de personeelsleden van de Vlaamse overheid.
Art. 6. Le président, les membres des commissions d'agrément et les experts externes, le cas échéant, reçoivent une indemnité pour les frais de voyage liés à leur participation aux réunions, conformément au régime suivant pour l'indemnité kilométrique applicable aux membres du personnel de l'Autorité flamande.
HOOFDSTUK 3. - De erkenning in de klinische psychologie of in de klinische orthopedagogiek na een professionele stage en de erkenning op basis van overgangsmaatregelen
CHAPITRE 3. - Agrément en psychologie clinique ou en orthopédagogie clinique aprÚs un stage professionnel et agrément sur la base de mesures transitoires
Art. 7. § 1. De kandidaat die voldoet aan artikel 10, eerste lid, van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, en die na zijn professionele stage de erkenning als klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog wil verkrijgen, dient daarvoor ten vroegste een maand voor de beëindiging van de professionele stage zijn aanvraag in bij [1 de administratie]1. [1 De administratie]1 stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking.
[1 De administratie]1 kan voor de indiening van de aanvragen, vermeld in het eerste lid, een digitaal platform ter beschikking stellen dat het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, aanvult of vervangt.
Bij de aanvraag zijn de volgende documenten gevoegd:
1° een stageplan voor de volledige duur van de opleiding;
2° een exemplaar van de schriftelijke overeenkomst voor de volledige duur van de opleiding die gesloten is tussen de kandidaat en de stagemeester of de verantwoordelijke instelling over de vergoeding van de kandidaat, met nauwkeurige vermelding van de duur van de overeenkomst;
3° een stagerapport, met inbegrip van de evaluatie door de stagemeester, en elk ander document dat de erkenningscommissie in staat stelt over de kwaliteiten van de aanvrager te adviseren;
4° de documenten die aantonen dat de aanvrager voldoet aan de criteria voor de erkenning van klinisch psychologen of klinisch orthopedagogen.
[2 § 1/1. Tijdens de effectieve stageduur heeft de kandidaat recht op een onderbreking van in totaal maximaal vijftien weken om een van de volgende redenen:
1° zwangerschapsverlof als vermeld in artikel 39 van de Arbeidswet van 16 maart 1971;
2° geboorteverlof als vermeld in artikel 30 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
3° palliatief verlof als vermeld in artikel 100bis van de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen;
4° medische redenen, zonder verlenging van de stage.
De kandidaat vermeldt elke onafgebroken onderbreking van minimaal zeven dagen om de redenen, vermeld in het eerste lid, op het stageplan, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1°.
Als de kandidaat de effectieve stageduur om de redenen, vermeld in het eerste lid, onderbreekt voor meer dan vijftien weken, wordt de stage verlengd naar rato van het deel van de onderbreking dat de vijftien weken overschrijdt.
De kandidaat vermeldt de stageverlenging, vermeld in het derde lid, op het stageplan, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1°.
" § 1/2. Voor elke onderbreking om een andere reden dan de redenen, vermeld in paragraaf 1/1, eerste lid, wordt de stage verlengd overeenkomstig de duurtijd van de onderbreking.
De kandidaat vermeldt elke onderbreking, vermeld in het eerste lid, op het stageplan, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1°.
De kandidaat vermeldt de stageverlenging op het stageplan, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1°.]2

§ 2. Alleen dossiers die conform paragraaf 1 volledig zijn, worden aan de erkenningscommissie voorgelegd.
In geval van onvolledigheid van het dossier vraagt [1 de administratie]1 bij de aanvrager de ontbrekende documenten op. Als de aanvrager die documenten niet bezorgt binnen dertig dagen na de dag waarop hij de voormelde vraag heeft ontvangen, kan de aanvraag administratief worden afgesloten na advies van de erkenningscommissie.
De aanvrager kan worden uitgenodigd voor de vergadering van de erkenningscommissie waarbij hem gevraagd wordt om eventuele bijkomende inlichtingen te verstrekken.
Als de kandidaat die conform het derde lid voor de vergadering van de erkenningscommissie is uitgenodigd, niet aanwezig kan zijn, kan de erkenningscommissie adviseren op basis van het dossier.
§ 3. De erkenningscommissie kan adviseren dat de opleiding nog gedurende een bepaalde tijd moet worden voortgezet om te voldoen aan de erkenningscriteria.
§ 4. [1 De administratie]1 beslist, na advies van de erkenningscommissie, over de aanvraag tot erkenning als klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog. Het gemotiveerde advies van de erkenningscommissie wordt bij de beslissing gevoegd.
§ 5. Als de kandidaat met toepassing van paragraaf 3 zijn opleiding nog gedurende een bepaalde tijd heeft voortgezet om te voldoen aan de erkenningscriteria, vervolledigt hij maximaal dertig dagen vóór of na de beëindiging van de professionele stage de aanvraag die hij heeft ingediend conform paragraaf 1, eerste lid, met de documenten, vermeld in paragraaf 1, derde lid, over de voortgezette opleiding.
Paragraaf 2 is van overeenkomstige toepassing.
§ 6. De kandidaat die twaalf maanden na de beslissing dat zijn opleiding nog een bepaalde tijd moet worden voortgezet om te voldoen aan de erkenningscriteria als vermeld in paragraaf 3, niet de documenten, vermeld in paragraaf 5, heeft ingediend, kan worden uitgenodigd voor de vergadering van de erkenningscommissie.
Als de kandidaat die conform het eerste lid voor de vergadering van de erkenningscommissie is uitgenodigd, niet aanwezig kan zijn, kan de erkenningscommissie adviseren op basis van het dossier.
Na advies van de erkenningscommissie kan het dossier administratief worden afgesloten.
Art. 7. § 1. Le candidat qui satisfait à l'article 10, alinéa 1, de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé et qui souhaite obtenir l'agrément en tant que psychologue clinique ou orthopédagogue clinique à l'issue de son stage professionnel, introduit sa demande auprÚs de [1 l'administration ]1 à cet effet au plus tÎt un mois avant la fin du stage professionnel. [1 l'administration ]1 met un formulaire de demande à disposition à cet effet.
Pour l'introduction des demandes visées à l'alinéa 1, [1 l'administration ]1 peut mettre à disposition une plate-forme numérique qui complÚte ou remplace le formulaire de demande visé à l'alinéa 1.
La demande doit ĂȘtre accompagnĂ©e des documents suivantes :
1° un plan de stage pour toute la durée de la formation ;
2° un exemplaire de la convention écrite pour toute la durée de la formation conclue entre le candidat et le maßtre de stage ou l'établissement responsable de l'indemnité du candidat, précisant la durée de la convention ;
3° un rapport de stage, comprenant l'évaluation par le maßtre de stage, et tout autre document permettant à la commission d'agrément de se prononcer sur les qualités du demandeur ;
4° les documents démontrant que le demandeur répond aux critÚres d'agrément des psychologues cliniques ou des orthopédagogue cliniques.
[2 § 1/1. Pendant la durée effective du stage, le candidat a droit à une interruption d'un total de quinze semaines au maximum, pour l'une des raisons suivantes :
1° congé de maternité, comme prévu par l'article 39 de la loi sur le travail du 16 mars 1971 ;
2° congé de naissance, comme prévu par l'article 30 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail ;
3° prestation de soins palliatifs, comme prévu par l'article 100bis de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales ;
4° raisons médicales, sans prolongation du stage.
Le candidat signale toute interruption ininterrompue de sept jours minimum, pour les raisons visées à l'alinéa 1er, du plan de stage, visé au paragraphe 1er, alinéa 3, 1°.
Si le candidat interrompt la durée de stage effective pour les raisons, visées à l'alinéa 1er, pendant plus de quinze semaines, le stage est prolongé au prorata de la partie de l'interruption excédant les quinze semaines.
Le candidat signale la prolongation du stage, visée à l'alinéa 3, du plan de stage, visé au paragraphe 1er, alinéa 3, 1°.
" § 1/2. Pour chaque interruption pour une raison autre que celles visées au paragraphe 1/1, alinéa 1er, le stage sera prolongé de la durée de l'interruption.
Le candidat signale toute interruption, visée à l'alinéa 1er, du plan de stage, visé au paragraphe 1er, alinéa 3, 1°.
Le candidat signale la prolongation du stage du plan de stage, visé au paragraphe 1er, alinéa 3, 1°.]2

§ 2. Seuls les dossiers complets conformément au paragraphe 1 seront présentés à la commission d'agrément.
En cas d'incomplĂ©tude du dossier, [1 l'administration ]1 demande les documents manquants au demandeur. Si le demandeur ne fournit pas ces documents dans un dĂ©lai de 30 jours Ă  compter du jour oĂč il a reçu la demande prĂ©citĂ©e, la demande peut ĂȘtre clĂŽturĂ©e administrativement aprĂšs avis de la commission d'agrĂ©ment.
Le demandeur peut ĂȘtre invitĂ© Ă  la rĂ©union de la commission d'agrĂ©ment oĂč il lui sera demandĂ© de fournir toute information complĂ©mentaire.
Si le candidat qui est invitĂ© Ă  la rĂ©union de la commission d'agrĂ©ment conformĂ©ment Ă  l'alinĂ©a 3 ne peut ĂȘtre prĂ©sent, la commission d'agrĂ©ment peut donner son avis sur la base du dossier.
§ 3. La commission d'agrément peut recommander que la formation se poursuive pendant une certaine période pour répondre aux critÚres d'agrément.
§ 4. L'agence se prononce sur la demande d'agrément en tant que psychologue clinique ou orthopédagogue clinique, aprÚs avis de la commission d'agrément. L'avis motivé de la commission d'agrément est joint à la décision.
§ 5. Si le candidat a poursuivi sa formation pendant une certaine période en l'application de l'alinéa 3 afin de satisfaire aux critÚres d'agrément, il complÚte la demande présentée conformément au paragraphe 1, alinéa 1, par les documents mentionnés au paragraphe 1, alinéa 3, sur la formation continue, au plus tard 30 jours avant ou aprÚs la fin du stage professionnel.
L'alinéa 2 s'applique par analogie.
§ 6. Le candidat qui n'a pas prĂ©sentĂ© les documents mentionnĂ©s Ă  l'alinĂ©a 5 12 mois aprĂšs la dĂ©cision selon laquelle sa formation doit se poursuivre pendant une certaine pĂ©riode afin de satisfaire aux critĂšres d'agrĂ©ment mentionnĂ©s Ă  l'alinĂ©a 3 peut ĂȘtre invitĂ© Ă  la rĂ©union de la commission d'agrĂ©ment.
Si le candidat qui est invité, conformément à l'alinéa 1, à la réunion de la commission d'agrément, ne peut se présenter, la commission d'agrément peut donner son avis sur la base du dossier.
AprĂšs avis de la commission d'agrĂ©ment, le dossier peut ĂȘtre clĂŽturĂ© administrativement.
Art. 8. § 1. De aanvrager die conform artikel 68/1, § 4, tweede of derde lid, of artikel 68/2, § 4, tweede of derde lid, van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015, is vrijgesteld van de professionele stage en een erkenning als klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog wil verkrijgen, dient daarvoor zijn aanvraag in bij [1 de administratie]1. [1 De administratie]1 stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking.
[1 de administratie]1kan voor de indiening van de aanvragen, vermeld in het eerste lid, een digitaal platform ter beschikking stellen dat het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, aanvult of vervangt.
De aanvrager voegt bij zijn aanvraag de documenten waaruit blijkt dat hij voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 68/1, § 4, tweede of derde lid, of artikel 68/2, § 4, tweede of derde lid, van de voormelde wet.
§ 2. Als het dossier conform paragraaf 1 onvolledig is, vraagt [1 de administratie]1bij de aanvrager de ontbrekende documenten op. Als de aanvrager die documenten niet bezorgt binnen drie maanden nadat [1 de administratie]1 ze heeft opgevraagd, kan de aanvraag administratief worden afgesloten.
§ 3.[1 De administratie]1 beslist op basis van het dossier over de aanvraag.
Art. 8. § 1. Le demandeur qui est dispensé du stage professionnel conformément à l'article 68/1, § 4, alinéa 2 ou 3, ou à l'article 68/2, § 4, alinéa 2 ou 3, de la loi relative à l'exercice des professions des soins de santé, coordonnée le 10 mai 2015, et qui souhaite obtenir l'agrément en tant que psychologue clinique ou d'orthopédagogue clinique, introduit sa demande auprÚs de [1 l'administration ]1 à cet effet. [1 L'administration ]1 met un formulaire de demande à disposition à cet effet.
Pour l'introduction des demandes visées à l'alinéa 1, [1 l'administration ]1 peut mettre à disposition une plate-forme numérique qui complÚte ou remplace le formulaire de demande visé à l'alinéa 1.
Le demandeur joint à sa demande les documents prouvant qu'il remplit les conditions visées à l'article 68/1, § 4, alinéas 2 ou 3, ou à l'article 68/2, § 4, alinéas 2 ou 3, de la loi précitée.
§ 2. Si le dossier est incomplet conformĂ©ment Ă  l'alinĂ©a 1, [1 l'administration ]1 demandera les documents manquants au demandeur. Si le demandeur ne transmet pas ces documents dans les trois mois suivant la demande de [1 l'administration ]1, la demande peut ĂȘtre clĂŽturĂ©e administrativement.
§ 3. [1 L'administration ]1 prend une décision concernant la demande sur la base du dossier.
HOOFDSTUK 4. - Gegevensuitwisseling
CHAPITRE 4. - Echange de données
Art. 9. [1 De administratie]1 kan met de onderwijsinstellingen, andere instellingen en organisaties afspraken maken over gegevensuitwisseling over de erkenning.
Als [1 de administratie]1 de onderwijsinstellingen, andere instellingen en organisaties de gegevensuitwisseling, vermeld in het eerste lid, organiseren, hoeven de kandidaten of aanvragers zelf de gegevens waar een afspraak over is gemaakt, niet individueel in te dienen.
Art. 9. [1 L'administration ]1e peut convenir avec les établissements d'enseignement, d'autres institutions et organisations d'un échange de données sur l'agrément.
Si [1 l'administration ]1, les Ă©tablissements d'enseignement, d'autres institutions et organisations organisent l'Ă©change de donnĂ©es mentionnĂ© Ă  l'alinĂ©a 1, les candidats ou demandeurs eux-mĂȘmes ne doivent pas introduire les donnĂ©es convenues individuellement.
HOOFDSTUK 5. - Beroepsprocedure
CHAPITRE 5. - Procédure de recours
Art. 10. Als de erkenningscommissie een negatief advies geeft en [1 de administratie]1beslist om dat advies te volgen, bezorgt het agentschap het voornemen tot negatieve beslissing aangetekend aan de aanvrager.
De aanvrager kan binnen dertig dagen na de dag waarop hij het voornemen tot negatieve beslissing heeft ontvangen, een bezwaarnota met zijn opmerkingen aan het agentschap bezorgen.
De bezwaarnota van de aanvrager, vermeld in het tweede lid, wordt, samen met het negatieve advies, het voornemen tot negatieve beslissing en het aanvraagdossier, voorgelegd aan de adviescommissie.
De bezwaarnota wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
Het agentschap bezorgt zijn definitieve beslissing aan de aanvrager, tenzij het advies van de adviescommissie afwijkt van het voornemen tot negatieve beslissing. In dat laatste geval beslist de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg.
Art. 10. Si la commission d'agrément émet un avis négatif et que l'agence décide de suivre cet avis, [1 l'administration ]1 transmet l'intention d'émettre une décision négative au demandeur par courrier recommandé.
Dans un dĂ©lai de 30 jours Ă  compter du jour oĂč le demandeur a reçu l'intention de prendre une dĂ©cision nĂ©gative, le demandeur peut soumettre Ă  [1 l'administration ]1 une note d'objection accompagnĂ©e de ses remarques.
La note d'objection du demandeur mentionnée à l'alinéa 2, accompagnée de l'avis négatif, de l'intention de décision négative et du dossier de demande, est présentée à la commission consultative.
La note d'objection est traitée conformément aux rÚgles établies par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.
[1 L'administration ]1 transmet sa décision finale au demandeur, sauf si l'avis de la commission consultative diffÚre de l'intention d'une décision négative. Dans ce dernier cas, le Ministre flamand ayant les soins de santé et les soins résidentiels dans ses attributions statue.
Art. 11. Als [1 de administratie]1 van oordeel is dat een positief advies van de erkenningscommissie niet gevolgd kan worden, brengt het de erkenningscommissie daarvan op de hoogte.
Als de erkenningscommissie bij haar oorspronkelijke positieve advies blijft, bezorgt het agentschap het voornemen tot negatieve beslissing, samen met het positieve advies, aan de aanvrager.
De aanvrager kan binnen dertig dagen na de dag waarop hij het voornemen tot negatieve beslissing heeft ontvangen, een bezwaarnota met zijn opmerkingen aan [1 de administratie]1 bezorgen.
De bezwaarnota van de aanvrager wordt, samen met het positieve advies, het voornemen tot negatieve beslissing en het aanvraagdossier, voorgelegd aan de adviescommissie.
De bezwaarnota wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
[1 De administratie]1p bezorgt zijn definitieve beslissing aan de aanvrager, tenzij het advies van de adviescommissie afwijkt van het voornemen tot negatieve beslissing. In dat laatste geval beslist de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg.
Art. 11. Si [1 l'administration ]1 estime qu'un avis positif de la commission d'agrĂ©ment ne peut ĂȘtre suivi, elle en informe la commission d'agrĂ©ment.
Si la commission d'agrément maintient son avis positif initial, [1 l'administration ]1 transmet au demandeur l'intention de décision négative, accompagnée de l'avis positif.
Dans un dĂ©lai de 30 jours Ă  compter du jour oĂč le demandeur a reçu l'intention de prendre une dĂ©cision nĂ©gative, le demandeur peut transmettre Ă  [1 l'administration ]1 une note d'objection accompagnĂ©e de ses remarques.
La note d'objection du demandeur, accompagnée de l'avis positif, de l'intention de décision négative et du dossier de demande, est transmise à la commission consultative.
La note d'objection est traitée conformément aux rÚgles établies par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.
[1 L'administration ]1transmet sa décision finale au demandeur, sauf si l'avis de la commission consultative diffÚre de l'intention d'une décision négative. Dans ce dernier cas, le ministre flamand ayant les soins de santé et les soins résidentiels dans ses attributions statue.
HOOFDSTUK 6. - De intrekking van de erkenning in de klinische psychologie of in de klinische orthopedagogiek
CHAPITRE 6. - Retrait de l'agrément en psychologie clinique ou en orthopédagogie clinique
Art. 12. Als een klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog niet meer voldoet aan de criteria voor het behoud van de erkenning, kan het agentschap de erkenning van die klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog intrekken.
[1 De administratie]1 kan een erkenning pas intrekken nadat het daarover het advies van de erkenningscommissie heeft ingewonnen, en nadat het, na het advies van de erkenningscommissie ontvangen te hebben, zijn voornemen tot intrekking aan de klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog heeft bekendgemaakt.
De klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog van wie [1 de administratie]1 de erkenning wil intrekken conform het tweede lid, kan een bezwaarnota indienen binnen dertig dagen na de dag waarop hij het voornemen tot intrekking, vermeld in het tweede lid, heeft ontvangen.
De bezwaarnota, vermeld in het derde lid, wordt, samen met het voornemen tot intrekking, vermeld in het tweede lid, voorgelegd aan de erkenningscommissie, die op basis van die stukken een advies uitbrengt. Na het advies van de erkenningscommissie wordt de definitieve beslissing van [1 de administratie]1 aan de klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog bezorgd.
Art. 12. Si un psychologue clinique ou un orthopédagogue clinique ne satisfait plus aux critÚres de maintien de l'agrément, [1 l'administration ]1 peut révoquer l'agrément de ce psychologue clinique ou de cet orthopédagogue clinique.
[1 L'administration ]1 ne peut retirer un agrément qu'aprÚs avoir recueilli l'avis de la commission d'agrément et aprÚs avoir reçu l'avis de la commission d'agrément, avoir notifié au psychologue clinique ou à l'orthopédagogue clinique son intention de retrait.
Le psychologue clinique ou l'orthopĂ©dagogue clinique dont [1 l'administration ]1 a l'intention de retirer l'agrĂ©ment conformĂ©ment Ă  l'alinĂ©a 2 peut transmettre une note d'objection dans les 30 jours suivant le jour oĂč il a reçu l'intention de retrait, mentionnĂ©e Ă  l'alinĂ©a 2.
La note d'objection visée à l'alinéa 3, ainsi que l'intention de retrait, mentionnée à l'alinéa 2, sont présentées à la commission d'agrément, qui émet un avis sur la base de ces documents. AprÚs l'avis de la commission d'agrément, la décision finale de l'agence est transmise au psychologue clinique ou à l'orthopédagogue clinique.
Art. 13. Als de klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog een erkenning die conform dit besluit is gegeven, niet wil behouden, brengt hij [1 de administratie]1 daarvan schriftelijk op de hoogte. [1 De administratie]1 trekt de erkenning dan in op basis van dat uitdrukkelijke verzoek van de klinische psycholoog of klinisch orthopedagoog.
Art. 13. Si le psychologue clinique ou l'orthopĂ©dagogue clinique ne souhaite pas conserver un agrĂ©ment accordĂ© conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il en informe [1 l'administration ]1 par Ă©crit. [1 L'administration ]1 retire alors l'agrĂ©ment sur la base de cette demande expresse du psychologue clinique ou de l'orthopĂ©dagogue clinique.
Art. 14. De klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog van wie de erkenning is ingetrokken conform artikel 12 of 13, kan altijd bij [1 de administratie]1 een nieuwe erkenning aanvragen. Hij dient daarvoor een gemotiveerde aanvraag in bij [1 de administratie]1. [1 De administratie]1 kan, na advies van de erkenningscommissie, een nieuwe erkenning toestaan.
In voorkomend geval kan de nieuwe erkenning, vermeld in het eerste lid, afhankelijk worden gemaakt van bijkomende voorwaarden. In dat geval verloopt de erkenningsprocedure volgens de bepalingen van dit besluit.
Art. 14. Le psychologue clinique ou l'orthopédagogue clinique dont l'agrément a été retiré conformément aux articles 12 ou 13 peut toujours demander à [1 l'administration ]1 un nouvel agrément. Il introduit une demande motivée auprÚs de [1 l'administration ]1 à cette fin. [1 L'administration ]1peut, aprÚs avis de la commission d'agrément, accorder un nouvel agrément.
Le cas Ă©chĂ©ant, le nouvel agrĂ©ment mentionnĂ© Ă  l'alinĂ©a 1 peut ĂȘtre soumis Ă  des conditions supplĂ©mentaires. Dans ce cas, la procĂ©dure d'agrĂ©ment suit les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 15. De dossiers die op 31 mei 2023 al in behandeling zijn, worden vanaf 31 mei 2023 verder behandeld conform dit besluit.
Art. 15. Les dossiers dĂ©jĂ  en cours de traitement au 31 mai 2023 continueront Ă  ĂȘtre traitĂ©s conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ© Ă  partir du 31 mai 2023.
Art. 16. Tot op het ogenblik dat de leden van de nieuw op te richten erkenningscommissie benoemd zijn, wordt de bevoegdheid om advies te verlenen over de aanvraag tot erkenning als klinisch psycholoog en klinisch orthopedagoog en de kwesties in verband met die erkenning, tijdelijk toegewezen aan het agentschap.
[1 De administratie]1 kan voor de uitvoering van de adviserende bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, om het even welk personeelslid of om het even welke expert of organisatie raadplegen of belasten met een adviesopdracht.[1 De administratie]1 neemt de uiteindelijke beslissing over het te verlenen advies.
Art. 16. Jusqu'au moment oĂč les membres de la commission d'agrĂ©ment nouvellement créée sont nommĂ©s, la compĂ©tence de donner un avis sur la demande d'agrĂ©ment en tant que psychologue clinique et orthopĂ©dagogue clinique et les questions relatives Ă  cet agrĂ©ment, est temporairement attribuĂ©e Ă  [1 l'administration ]1.
Pour l'exécution de la compétence consultative, visée à l'alinéa 1, [1 l'administration ]1 peut consulter ou charger n'importe quel membre du personnel ou n'importe quel expert ou organisation d'une mission consultative. [1 L'administration ]1 prend la décision finale sur l'avis à émettre.
Art. 17. De volgende regelgevende teksten treden in werking op 31 mei 2023:
1° artikel 6 tot en met 24 van het decreet van 24 juni 2022 houdende diverse bepalingen over de beleidsvelden Vlaamse sociale bescherming, gezondheidspreventie, algemene ziekenhuizen en gezondheids- en woonzorg;
2° dit besluit.
Art. 17. Les textes réglementaires suivants entrent en vigueur le 31 mai 2023 :
1° les articles 6 à 24 du décret du 24 juin 2022 portant diverses dispositions relatives aux secteurs politiques de la protection sociale flamande, de la prévention sanitaire, des hÎpitaux généraux et des soins de santé et résidentiels ;
2° le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le ministre flamand compĂ©tent pour les soins de santĂ© et les soins rĂ©sidentiels est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.