Art. 7. § 1. De kandidaat die voldoet aan artikel 10, eerste lid, van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, en die na zijn professionele stage de erkenning als klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog wil verkrijgen, dient daarvoor ten vroegste een maand voor de beëindiging van de professionele stage zijn aanvraag in bij
[1 de administratie]1.
[1 De administratie]1 stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking.
[1 De administratie]1 kan voor de indiening van de aanvragen, vermeld in het eerste lid, een digitaal platform ter beschikking stellen dat het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, aanvult of vervangt.
Bij de aanvraag zijn de volgende documenten gevoegd:
1° een stageplan voor de volledige duur van de opleiding;
2° een exemplaar van de schriftelijke overeenkomst voor de volledige duur van de opleiding die gesloten is tussen de kandidaat en de stagemeester of de verantwoordelijke instelling over de vergoeding van de kandidaat, met nauwkeurige vermelding van de duur van de overeenkomst;
3° een stagerapport, met inbegrip van de evaluatie door de stagemeester, en elk ander document dat de erkenningscommissie in staat stelt over de kwaliteiten van de aanvrager te adviseren;
4° de documenten die aantonen dat de aanvrager voldoet aan de criteria voor de erkenning van klinisch psychologen of klinisch orthopedagogen.
[2 § 1/1. Tijdens de effectieve stageduur heeft de kandidaat recht op een onderbreking van in totaal maximaal vijftien weken om een van de volgende redenen:
1° zwangerschapsverlof als vermeld in artikel 39 van de Arbeidswet van 16 maart 1971;
2° geboorteverlof als vermeld in artikel 30 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
3° palliatief verlof als vermeld in artikel 100bis van de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen;
4° medische redenen, zonder verlenging van de stage.
De kandidaat vermeldt elke onafgebroken onderbreking van minimaal zeven dagen om de redenen, vermeld in het eerste lid, op het stageplan, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1°.
Als de kandidaat de effectieve stageduur om de redenen, vermeld in het eerste lid, onderbreekt voor meer dan vijftien weken, wordt de stage verlengd naar rato van het deel van de onderbreking dat de vijftien weken overschrijdt.
De kandidaat vermeldt de stageverlenging, vermeld in het derde lid, op het stageplan, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1°.
" § 1/2. Voor elke onderbreking om een andere reden dan de redenen, vermeld in paragraaf 1/1, eerste lid, wordt de stage verlengd overeenkomstig de duurtijd van de onderbreking.
De kandidaat vermeldt elke onderbreking, vermeld in het eerste lid, op het stageplan, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1°.
De kandidaat vermeldt de stageverlenging op het stageplan, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1°.]2 § 2. Alleen dossiers die conform paragraaf 1 volledig zijn, worden aan de erkenningscommissie voorgelegd.
In geval van onvolledigheid van het dossier vraagt
[1 de administratie]1 bij de aanvrager de ontbrekende documenten op. Als de aanvrager die documenten niet bezorgt binnen dertig dagen na de dag waarop hij de voormelde vraag heeft ontvangen, kan de aanvraag administratief worden afgesloten na advies van de erkenningscommissie.
De aanvrager kan worden uitgenodigd voor de vergadering van de erkenningscommissie waarbij hem gevraagd wordt om eventuele bijkomende inlichtingen te verstrekken.
Als de kandidaat die conform het derde lid voor de vergadering van de erkenningscommissie is uitgenodigd, niet aanwezig kan zijn, kan de erkenningscommissie adviseren op basis van het dossier.
§ 3. De erkenningscommissie kan adviseren dat de opleiding nog gedurende een bepaalde tijd moet worden voortgezet om te voldoen aan de erkenningscriteria.
§ 4.
[1 De administratie]1 beslist, na advies van de erkenningscommissie, over de aanvraag tot erkenning als klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog. Het gemotiveerde advies van de erkenningscommissie wordt bij de beslissing gevoegd.
§ 5. Als de kandidaat met toepassing van paragraaf 3 zijn opleiding nog gedurende een bepaalde tijd heeft voortgezet om te voldoen aan de erkenningscriteria, vervolledigt hij maximaal dertig dagen vóór of na de beëindiging van de professionele stage de aanvraag die hij heeft ingediend conform paragraaf 1, eerste lid, met de documenten, vermeld in paragraaf 1, derde lid, over de voortgezette opleiding.
Paragraaf 2 is van overeenkomstige toepassing.
§ 6. De kandidaat die twaalf maanden na de beslissing dat zijn opleiding nog een bepaalde tijd moet worden voortgezet om te voldoen aan de erkenningscriteria als vermeld in paragraaf 3, niet de documenten, vermeld in paragraaf 5, heeft ingediend, kan worden uitgenodigd voor de vergadering van de erkenningscommissie.
Als de kandidaat die conform het eerste lid voor de vergadering van de erkenningscommissie is uitgenodigd, niet aanwezig kan zijn, kan de erkenningscommissie adviseren op basis van het dossier.
Na advies van de erkenningscommissie kan het dossier administratief worden afgesloten.