Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 DECEMBER 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders en de interdisciplinaire samenwerking in de praktijkvoering en tot uitbreiding van de opdrachten van de huisartsenkringen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-2022 en tekstbijwerking tot 12-07-2024)
Titre
9 DECEMBRE 2022. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand portant soutien aux prestataires de soins de premiĂšre ligne et Ă  la collaboration interdisciplinaire dans le contexte de la pratique, et extension des missions des cercles de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 29-12-2022 et mise Ă  jour au 12-07-2024)
Documentinformatie
Numac: 2022043124
Datum: 2022-12-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022043124
Date: 2022-12-09
Moniteur: Voir
Tekst (37)
Texte (37)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° actieve huisarts: een erkende huisarts die praktijk voert als huisarts in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
2° [1 administratie: het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg ]1
3° huisarts in opleiding: een arts die een theoretische en praktische opleiding tot de specialisatie huisarts volgt bij stagemeesters die daarvoor erkend zijn conform een goedgekeurd stageplan;
4° installatie: de datum vanaf wanneer de erkende huisarts deelneemt aan de medische permanentie conform artikel 21 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg;
5° startende huisarts: elke huisarts die zich voor de eerste keer installeert in een nieuwe of bestaande individuele praktijk of groepspraktijk op een van de volgende tijdstippen:
a) maximaal vijftien jaar na de erkenning als huisarts;
b) binnen twee jaar na de terugkeer uit het buitenland, op voorwaarde dat de arts gedurende meer dan één jaar actief was in het buitenland.
Article 1er. Aux fins du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
1° médecin généraliste actif : un médecin généraliste agréé exerçant en tant que médecin généraliste dans la région néerlandophone ou la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
2° [1 administration : le DĂ©partement Soins, visĂ© Ă  l'article 2, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au DĂ©partement Soins]1;
3° médecin généraliste en formation : médecin suivant auprÚs de maßtres de stage agréés à cet effet une formation théorique et pratique de spécialisation en médecine générale conformément à un plan de stage approuvé ;
4° installation : la date à partir de laquelle le médecin généraliste agréé participe à la permanence médicale au sens de l'article 21 de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé ;
5° médecin débutant : tout médecin généraliste s'installant pour la premiÚre fois dans une pratique individuelle ou une pratique de groupe, nouvelle ou existante, à l'un des moments suivants :
a) maximum quinze ans aprÚs l'agrément en tant que médecin généraliste ;
b) dans les deux ans suivant son retour de l'étranger, à condition que le médecin ait été actif à l'étranger pendant plus d'un an.
HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions générales
Art. 2. De aanvragen van een tegemoetkoming als vermeld in artikel 10, of een renteloze lening als vermeld in artikel 6 of 7, worden ingediend met een formulier dat of een webapplicatie die [1 de administratie]1 daarvoor ter beschikking stelt op zijn website.
In het formulier of de webapplicatie, vermeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens opgenomen:
1° de volgende identificatiegegevens van de aanvrager:
a) de voor- en achternaam;
b) het domicilieadres;
c) het RIZIV-nummer;
d) het Rijksregisternummer;
2° de volgende gegevens over de praktijk:
a) het adres van de praktijk;
b) het KBO-nummer;
c) het aanbod en de aanwezige disciplines;
d) het aantal tewerkgestelden en hun tewerkstellingsgraad;
3° de aanduiding van de tegemoetkoming waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
4° het rekeningnummer waarop de tegemoetkoming kan worden overgemaakt;
5° als het een aanvraag betreft van een renteloze lening als vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, of een bijkomende renteloze lening als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, de documenten en bewijsstukken, vermeld in artikel 9;
6° als het een aanvraag betreft van een tegemoetkoming in de loonkosten als vermeld in artikel 11, de documenten en bewijsstukken vermeld in artikel 14, en, in voorkomend geval, vermeld in artikel 16;
7° als het een aanvraag betreft van een tegemoetkoming voor diensten als vermeld in artikel 17, de documenten en gegevens, vermeld in artikel 19, tweede lid;
8° de volgende contactgegevens van de aanvrager:
a) het telefoonnummer;
b) het e-mailadres;
9° de datum waarop de aanvrager als huisarts is erkend;
10° de datum van terugkeer in België als de aanvragende arts gedurende meer dan één jaar actief was in het buitenland;
11° als het een aanvraag betreft van een renteloze lening als vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, of een bijkomende renteloze lening als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid:
a) de burgerlijke staat van de aanvrager;
b) als de aanvrager gehuwd is, de volgende gegevens van de partner van de aanvrager:
1) de voor- en achternaam;
2) het Rijksregisternummer;
3) het e-mailadres;
12° als het een aanvraag betreft van een tegemoetkoming in de loonkosten als vermeld in artikel 11:
a) de volgende identificatiegegevens van de werknemer of werknemers waarvoor de tegemoetkoming wordt gevraagd:
1) de voor- en achternaam;
2) het Rijksregisternummer;
3) het domicilieadres;
b) de volgende tewerkstellingsgegevens van de werknemer of werknemers waarvoor de tegemoetkoming wordt gevraagd:
1) het aantal volledige maanden tewerkstelling in het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft;
2) het tewerkstellingspercentage, uitgedrukt in het gemiddeld aantal uren tewerkstelling per week.
Het formulier, vermeld in het eerste lid, wordt ondertekend door de aanvrager.
Als het een aanvraag betreft van een renteloze lening als vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, of een bijkomende renteloze lening als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, en de aanvrager gehuwd is, wordt het formulier eveneens ondertekend door de partner van de aanvrager.
[2 ...]2
Art. 2. La demande de l'intervention mentionnĂ©e Ă  l'article 10, ou du prĂȘt sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ© Ă  l'article 6 ou 7, est introduite au moyen d'un formulaire ou d'une application web mis Ă  disposition par [1 l'administration]1Ă  cet effet sur son site web.
Les données suivantes sont reprises dans le formulaire ou l'application web mentionnés à l'alinéa 1er :
1° les données d'identification suivantes du demandeur :
a) nom et prénom ;
b) adresse du domicile ;
c) numéro INAMI ;
d) numéro de registre national ;
2° les données suivantes relatives à la pratique :
a) adresse de la pratique ;
b) numéro BCE ;
c) offre et disciplines disponibles ;
d) nombre de personnes employées et leur taux d'emploi ;
3° l'intervention au titre de laquelle la demande est introduite ;
4° le numĂ©ro de compte sur lequel l'intervention doit ĂȘtre versĂ©e ;
5° s'il s'agit d'une demande de prĂȘt sans intĂ©rĂȘt au sens de l'article 6, § 1er, alinĂ©a 1er, ou de prĂȘt supplĂ©mentaire sans intĂ©rĂȘt au sens de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 1er, les documents et piĂšces justificatives mentionnĂ©s Ă  l'article 9 ;
6° s'il s'agit d'une demande d'intervention dans les coûts salariaux au sens de l'article 11, les documents et piÚces justificatives mentionnés à l'article 14, et, le cas échéant, mentionnés à l'article 16 ;
7° s'il s'agit d'une demande d'intervention pour des services au sens de l'article 17, les documents et données mentionnés à l'article 19, alinéa 2 ;
8° les coordonnées suivantes du demandeur :
a) numéro de téléphone ;
b) adresse e-mail ;
9° la date à laquelle le demandeur a été agréé en tant que médecin généraliste ;
10° la date de retour en Belgique si le médecin demandeur a été actif à l'étranger pendant plus d'un an ;
11° s'il s'agit d'une demande de prĂȘt sans intĂ©rĂȘt au sens de l'article 6, § 1er, alinĂ©a 1er, ou d'un prĂȘt supplĂ©mentaire sans intĂ©rĂȘt au sens de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 1er :
a) l'état civil du demandeur ;
b) si le demandeur est marié, les données suivantes du partenaire du demandeur :
1) prénom et nom ;
2) numéro de registre national ;
3) adresse e-mail ;
12° s'il s'agit d'une demande d'intervention dans les coûts salariaux au sens de l'article 11 :
a) les données d'identification suivantes du ou des employés pour lesquels l'intervention est demandée :
1) prénom et nom ;
2) numéro de registre national ;
3) adresse du domicile ;
b) les données d'emploi suivantes du ou des employés pour lesquels l'intervention est demandée :
1) le nombre de mois complets d'emploi dans l'année sur laquelle porte la demande ;
2) le taux d'emploi, exprimé comme le nombre moyen d'heures d'emploi par semaine.
Le formulaire mentionné à l'alinéa 1er est signé par le demandeur.
S'il s'agit d'une demande de prĂȘt sans intĂ©rĂȘt au sens de l'article 6, § 1er, alinĂ©a 1er, ou d'un prĂȘt supplĂ©mentaire sans intĂ©rĂȘt au sens de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 1er, et que le demandeur est mariĂ©, le formulaire doit Ă©galement ĂȘtre signĂ© par le partenaire du demandeur.
[2 ...]2
Art. 3. § 1. [1 [1 De administratie]1]1 wijst, voor de verwerking en de opvolging van de aanvragen van een tegemoetkoming of een renteloze lening, vermeld in dit besluit, inclusief de uitbetaling aan de rechthebbenden, een of meer organisaties aan.
§ 2. De organisatie of organisaties die conform paragraaf 1 worden aangewezen, worden belast, voor rekening van het agentschap, met het dagelijks beheer van de tegemoetkomingen en de renteloze lening aan de individuele huisartsen en met de financierings- en controlemodaliteiten van dat dagelijks beheer.
Het dagelijks beheer, vermeld in het eerste lid, omvat al de volgende aspecten:
1° de individuele kredietovereenkomsten beheren;
2° de toegekende middelen overmaken;
3° de terugbetalingen en de algemene opvolging van de kredieten, de fase van geschil daarin begrepen;
4° de individuele tegemoetkomingen aan de huisartsen verwerken en opvolgen en die individuele tegemoetkomingen beheren.
De organisatie of organisaties die conform paragraaf 1 worden aangewezen, rapporteren maandelijks inhoudelijk en financieel over het dagelijks beheer, vermeld in het eerste en tweede lid, via de maandelijkse boekingsstaten. Om het dagelijks beheer op te volgen legt de voormelde organisatie of leggen de voormelde organisaties per kwartaal een gedetailleerde kostenstaat en kwartaalconciliatie voor over hun financiële werking van dat dagelijks beheer ter goedkeuring aan het agentschap.
De individuele kredietovereenkomst, vermeld in het tweede lid, 1°, bevat al de volgende informatie:
1° het bedrag van de lening;
2° de bestemming;
3° de duur;
4° de intrestvoet;
5° de commissies en alle lasten;
6° het terugbetalingsprogramma;
7° de modaliteiten voor het ter beschikking stellen van de fondsen;
8° de voorwaarden en modaliteiten van de vervroegde opeisbaarheid.
De kwartaalconciliatie, vermeld in het derde lid, bevat een verklaring voor alle verrichtingen op de financiële rekening van de Vlaamse Gemeenschap voor de tegemoetkomingen of renteloze leningen, vermeld in dit besluit, waar de organisatie of organisaties die conform paragraaf 1 worden aangewezen, het beheer over hebben.
§ 3. De organisatie of organisaties die conform paragraaf 1 worden aangewezen bezorgen jaarlijks voor het einde van de derde maand die volgt op het afsluiten van een boekjaar, een inhoudelijk en financieel jaarverslag aan het agentschap.
Het inhoudelijk jaarverslag, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° een overzicht van het aantal artsen dat een renteloze lening als vermeld in artikel 6, en een bijkomende renteloze lening als vermeld in artikel 7, heeft aangevraagd;
2° een overzicht van het aantal artsen dat een tegemoetkoming voor interdisciplinaire praktijkvoering als vermeld in artikel 10, heeft aangevraagd. Dat overzicht wordt opgesplitst in de volgende delen:
a) een overzicht van de aanvragen van een tegemoetkoming in de loonkosten als vermeld in artikel 11. In dat overzicht wordt een opdeling gemaakt tussen een tegemoetkoming voor een praktijkondersteuner en/of een praktijkverpleegkundige, en ook op basis van de tewerkstellingsgraad van die praktijkondersteuner of praktijkverpleegkundige;
b) een overzicht van de aanvragen van een tegemoetkoming voor diensten als vermeld in artikel 17;
3° voor de gegevens, vermeld in punt 1° en punt 2°, a) en b), een overzicht van het aantal geweigerde aanvragen;
4° een overzicht van het aantal toegekende renteloze leningen, bijkomende renteloze leningen, tegemoetkomingen in de loonkosten en tegemoetkomingen in de kosten van diensten als vermeld in artikel 6, 7, 11 en 17, per eerstelijnszone en per provincie.
De gegevens, vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 3°, worden onderverdeeld in aanvragen van solo-artsen en aanvragen van artsen in een groepspraktijk. De aanvragen van artsen in een groepspraktijk worden verder onderverdeeld naar grootte van de groepspraktijk. De grootte van de groepspraktijk wordt berekend op basis van het aantal artsen dat binnen de groepspraktijk een tegemoetkoming in de loonkosten als vermeld in artikel 11, aanvraagt.
Het financieel verslag, vermeld in het eerste lid, wordt bezorgd in de vorm van een kostenanalytische boekhouding.
De organisatie of organisaties die conform paragraaf 1 worden aangewezen, houden de bewijsstukken die de werkelijk gemaakte kosten aantonen, ter beschikking van het agentschap. Die bewijsstukken worden op verzoek aan [1 [1 de administratie]1]1voorgelegd.
Art. 3. § 1er.[1 L'administration]1dĂ©signe une ou plusieurs organisations chargĂ©es de traiter et de suivre les demandes d'intervention ou de prĂȘt sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ©es dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, y compris le paiement aux bĂ©nĂ©ficiaires.
§ 2. La ou les organisations dĂ©signĂ©es conformĂ©ment au paragraphe 1er sont chargĂ©es, au nom de [1 l'administration]1, de la gestion journaliĂšre des interventions et du prĂȘt sans intĂ©rĂȘt accordĂ©s aux mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes individuels ainsi que des modalitĂ©s de financement et de contrĂŽle de cette gestion journaliĂšre.
La gestion journaliÚre mentionnée à l'alinéa 1er comprend tous les aspects suivants :
1° gérer les contrats de crédit individuels ;
2° transférer les fonds alloués ;
3° les remboursements et le suivi général des crédits, y compris la phase de litige ;
4° traiter, suivre et gérer les interventions individuelles accordées aux médecins généralistes.
La ou les organisations désignées conformément au paragraphe 1er rendent compte mensuellement, sur le fond et sur le plan financier, de la gestion journaliÚre mentionnée aux alinéas 1er et 2, au moyen d'états comptables mensuels. Aux fins du contrÎle de la gestion journaliÚre, la ou les organisations précitées soumettent chaque trimestre pour approbation à l'agence un relevé détaillé des coûts et un rapprochement trimestriel du fonctionnement financier de cette gestion journaliÚre.
Le contrat de crédit individuel mentionné à l'alinéa 2, 1°, comprend toutes les données suivantes :
1° montant du prĂȘt ;
2° affectation ;
3° durée ;
4° taux d'intĂ©rĂȘt ;
5° les commissions et toutes les charges ;
6° le programme de remboursement ;
7° les modalités de mise à disposition des fonds ;
8° les conditions et les modalités d'exigibilité anticipée.
Le rapprochement trimestriel mentionnĂ© Ă  l'alinĂ©a 3 contient une explication de toutes les opĂ©rations effectuĂ©es sur le compte financier de la CommunautĂ© flamande pour les interventions ou les prĂȘts sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ©s dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qui sont gĂ©rĂ©s par la ou les organisations dĂ©signĂ©es conformĂ©ment au paragraphe 1er.
§ 3. La ou les organisations désignées conformément au paragraphe 1er fournissent à l'agence un rapport de fond et financier annuel chaque année avant la fin du troisiÚme mois suivant la clÎture d'un exercice.
Le rapport de fond annuel, mentionné à l'alinéa 1er, comprend tous les éléments suivants :
1° un aperçu du nombre de mĂ©decins qui ont demandĂ© un prĂȘt sans intĂ©rĂȘt tel que mentionnĂ© Ă  l'article 6, et un prĂȘt supplĂ©mentaire sans intĂ©rĂȘt tel que mentionnĂ© Ă  l'article 7 ;
2° un aperçu du nombre de médecins qui ont demandé une intervention pour une approche interdisciplinaire de la pratique telle que mentionnée à l'article 10. Cet aperçu est ventilé comme suit :
a) un aperçu des demandes d'intervention dans les coûts salariaux au sens de l'article 11. Cet aperçu indique s'il s'agit d'un assistant de pratique ou d'un infirmier de pratique, ainsi que le taux d'emploi de cet assistant de pratique ou infirmier de pratique ;
b) un aperçu des demandes d'intervention pour des services au sens de l'article 17 ;
3° pour les données énoncées au point 1° et au point 2°, a) et b), un aperçu du nombre de demandes refusées ;
4° un aperçu du nombre de prĂȘts sans intĂ©rĂȘt, de prĂȘts supplĂ©mentaires sans intĂ©rĂȘt, d'interventions dans les coĂ»ts salariaux et d'interventions dans les coĂ»ts de services au sens des articles 6, 7, 11 et 17, accordĂ©s par zone de premiĂšre ligne et par province.
Les données énoncées à l'alinéa 2, 1° à 3°, sont ventilées en demandes des médecins individuels et demandes des médecins en pratique de groupe. Les demandes des médecins en pratique de groupe sont ensuite ventilées en fonction de la taille de la pratique de groupe. La taille de la pratique de groupe est calculée sur la base du nombre de médecins demandant, au sein de la pratique de groupe, une intervention dans les coûts salariaux au sens de l'article 11.
Le rapport financier mentionné à l'alinéa 1er est fourni sous la forme de comptabilité analytique des coûts.
La ou les organisations désignées conformément au paragraphe 1er tiennent à la disposition de l'agence les piÚces justificatives des frais réellement encourus. Ces piÚces justificatives sont soumises à [1 l'administration]1 sur demande.
Art. 4. [1 Om recht te hebben op een tegemoetkoming als vermeld in artikel 10 van dit besluit, of een renteloze lening als vermeld in artikel 6 of 7 van dit besluit, bezorgt de huisarts jaarlijks aan de administratie de gegevens, vermeld in artikel 23, § 2, tweede lid, 2°, a) tot en met d), van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders, voor het doeleinde, vermeld in artikel 23, § 1, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet.
Het eerste lid is niet van toepassing op de huisartsen die niet actief zijn in het Nederlandse taalgebied.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, kan de technische modaliteiten bepalen van de wijze waarop de gegevens, vermeld in het eerste lid, aan de administratie worden bezorgd.]1

Art. 4. [1 Pour pouvoir bĂ©nĂ©ficier d'une intervention telle que visĂ©e Ă  l'article 10 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou d'un prĂȘt sans intĂ©rĂȘt tel que visĂ© Ă  l'article 6 ou 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste fournit chaque annĂ©e Ă  l'administration les donnĂ©es visĂ©es Ă  l'article 23, § 2, alinĂ©a 2, 2°, a) Ă  d), du dĂ©cret du 26 avril 2019 relatif Ă  l'organisation des soins de premiĂšre ligne, des plateformes rĂ©gionales de soins et du soutien des prestataires de soins de premiĂšre ligne, aux fins visĂ©es Ă  l'article 23, § 1er, alinĂ©a 1er, 2°, du dĂ©cret prĂ©citĂ©.
L'alinéa 1er ne s'applique pas aux médecins généralistes qui ne sont pas actifs dans la région de langue néerlandaise.
Le ministre flamand qui a les soins de santĂ© et les soins rĂ©sidentiels dans ses attributions peut arrĂȘter les modalitĂ©s techniques selon lesquelles les donnĂ©es visĂ©es Ă  l'alinĂ©a 1er, sont fournies Ă  l'administration.]1

Art. 5. [1 De administratie]1] evalueert binnen zes jaar na het in voege treden van dit besluit het effect van de ondersteuningsmaatregelen, vermeld in dit besluit. De Vlaamse Regering wordt op de hoogte gebracht van de resultaten van de voormelde evaluatie en van de eventuele voorstellen tot wijziging van dit besluit.
Art. 5. [1 L'administration]1 Ă©value l'impact des mesures de soutien prĂ©vues par le prĂ©sent arrĂȘtĂ© dans les six ans suivant son entrĂ©e en vigueur. Le Gouvernement flamand est informĂ© des rĂ©sultats de l'Ă©valuation prĂ©citĂ©e et des Ă©ventuelles propositions de modification du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 3. - Renteloze lening
CHAPITRE 3. - PrĂȘt sans intĂ©rĂȘt
Art. 6. § 1. Een renteloze lening van maximaal 35.000 euro voor de uitbouw van een huisartsenpraktijk kan eenmalig worden toegekend aan elke startende, actieve huisarts binnen vijf jaar na de installatie.
In afwijking van het eerste lid kan de renteloze lening, vermeld in het eerste lid, ook worden toegekend aan een huisarts in opleiding die aantoont dat hij zich binnen een jaar na de aanvraag zal installeren en die op het moment van de aanvraag een aankoopbewijs kan voorleggen van een pand dat daarvoor is vergund.
§ 2. De renteloze lening, vermeld in paragraaf 1, kan alleen gebruikt worden om de kosten te vergoeden die rechtstreeks verbonden zijn aan de installatie in de praktijk.
§ 3. De startende, actieve huisarts die de renteloze lening, vermeld in paragraaf 1, aanvraagt, is toegetreden tot de huisartsenkring, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015 betreffende de huisartsenkringen, die de huisartsenzone waar de praktijk ligt, als werkgebied heeft.
Art. 6. § 1er. Un prĂȘt sans intĂ©rĂȘt d'un montant maximum de 35 000 euros pour le dĂ©veloppement d'une pratique de mĂ©decine gĂ©nĂ©rale peut ĂȘtre accordĂ© une seule fois Ă  tout mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste actif dĂ©butant, dans les cinq ans suivant son installation.
Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a 1er, le prĂȘt sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er peut Ă©galement ĂȘtre accordĂ© Ă  un mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste en formation qui dĂ©montre qu'il s'installera dans l'annĂ©e qui suit sa demande et qui, au moment de la demande, peut prĂ©senter une preuve d'achat d'un bien immobilier agréé Ă  cet effet.
§ 2. Le prĂȘt sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ© au paragraphe 1er ne peut ĂȘtre utilisĂ© que pour couvrir les coĂ»ts directement liĂ©s Ă  l'installation dans la pratique.
§ 3. Le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste actif dĂ©butant qui demande le prĂȘt sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ© au paragraphe 1er a adhĂ©rĂ© au cercle de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, mentionnĂ© Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juin 2015 relatif aux cercles de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, qui a pour zone de travail la zone de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes oĂč se trouve la pratique.
Art. 7. § 1. De startende, actieve huisarts kan naast de renteloze lening, vermeld in artikel 6, ook een eenmalige bijkomende renteloze lening van maximaal 10.000 euro ontvangen als de betrokken huisarts bijkomend investeert in samenwerking.
De bijkomende renteloze lening, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden ingezet voor een bijkomende ruimte of bijkomende infrastructuur en niet voor het vergoeden van personeelskosten.
§ 2. Een huisarts komt in aanmerking voor de bijkomende renteloze lening, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de huisartsenpraktijk gaat een samenwerking aan met een praktijkondersteuner of een praktijkverpleegkundige;
2° de praktijkondersteuner en de praktijkverpleegkundige, vermeld in punt 1°, werken in loondienst;
3° de huisarts die de lening aanvraagt, draagt bij in de kosten voor een bijkomende ruimte of bijkomende infrastructuur voor de praktijkondersteuner en de praktijkverpleegkundige, vermeld in punt 1° ;
4° de huisarts die de lening aanvraagt, is toegetreden tot de huisartsenkring, vermeld in artikel 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015 betreffende de huisartsenkringen, die de huisartsenzone waar de praktijk ligt, als werkgebied heeft.
Art. 7. § 1er. Outre le prĂȘt sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ© Ă  l'article 6, le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste actif dĂ©butant peut Ă©galement recevoir un prĂȘt unique supplĂ©mentaire sans intĂ©rĂȘt d'un montant maximal de 10 000 euros si le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste en question rĂ©alise des investissements supplĂ©mentaires dans la collaboration.
Le prĂȘt supplĂ©mentaire sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ© dans l'alinĂ©a 1er ne peut ĂȘtre utilisĂ© que pour une piĂšce ou une infrastructure supplĂ©mentaire et non pour couvrir les frais de personnel.
§ 2. Le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste entre en ligne de compte pour le prĂȘt supplĂ©mentaire sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ© au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, si les conditions suivantes sont rĂ©unies :
1° la pratique de médecine générale entame une collaboration avec un assistant de pratique ou un infirmier de pratique ;
2° l'assistant de pratique et l'infirmier de pratique mentionnés au point 1° travaillent en tant que salariés ;
3° le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste qui demande le prĂȘt contribue aux frais d'une piĂšce supplĂ©mentaire ou d'une infrastructure supplĂ©mentaire pour l'assistant de pratique et l'infirmier de pratique mentionnĂ©s au point 1° ;
4° le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste qui demande le prĂȘt a adhĂ©rĂ© au cercle de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, mentionnĂ© Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juin 2015 relatif aux cercles de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, qui a pour zone de travail la zone de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes oĂč se trouve la pratique.
Art. 8. De lening die is toegekend met toepassing van artikel 6, § 1, eerste lid, en artikel 7, § 1, eerste lid, is terugbetaalbaar in vijf jaar, met een vrijstelling van één jaar voor de terugbetaling van het kapitaal.
Als de huisarts de activiteit beëindigt of verplaatst buiten het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad voor het einde van de terugbetalingstermijn, vermeld in het eerste lid, wordt het resterende bedrag onmiddellijk en volledig terugbetaald.
Als een huisarts in opleiding zich niet installeert in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad binnen een jaar nadat die huisarts de renteloze lening, vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, heeft verkregen, of als die huisarts binnen de voormelde termijn niet voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 6, § 3, wordt het volledige bedrag onmiddellijk en volledig terugbetaald.
Art. 8. Le prĂȘt accordĂ© en application de l'article 6, § 1er, alinĂ©a 1er, et de l'article 7, § 1, alinĂ©a 1er, est remboursable en cinq ans, avec une dispense d'un an pour le remboursement du capital.
Lorsque le médecin généraliste met fin à son activité ou la délocalise en dehors de la région de langue néerlandaise ou de la région bilingue de Bruxelles-Capitale avant la fin de la période de remboursement mentionnée à l'alinéa 1er, le montant restant est remboursé immédiatement et intégralement.
Si un mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste en formation ne s'installe pas dans la rĂ©gion de langue nĂ©erlandaise ou dans la rĂ©gion bilingue de Bruxelles-Capitale dans un dĂ©lai d'un an aprĂšs que ce mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste a obtenu le prĂȘt sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ© Ă  l'article 6, § 1er, alinĂ©a 1er, ou si ce mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste ne remplit pas la condition mentionnĂ©e Ă  l'article 6, § 3 dans le dĂ©lai prĂ©citĂ©, le montant total est remboursĂ© immĂ©diatement et intĂ©gralement.
Art. 9. Bij de aanvraag van een renteloze lening als vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, van dit besluit, en bij de aanvraag van een bijkomende renteloze lening als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, van dit besluit, worden de volgende bewijsstukken gevoegd:
1° voor de renteloze lening, vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, van dit besluit, worden de volgende bewijsstukken aan [1 de administratie]1] bezorgd:
a) de gegevens van de huisartsenpraktijk, vermeld in [2 artikel 4, eerste lid]2, van dit besluit;
b) een omschrijving van de kosten die verbonden zijn aan de installatie van de huisarts. Die omschrijving wordt gestaafd met bewijsstukken die de huisarts ter beschikking houdt en die kunnen worden opgevraagd door [1 de administratie]1;
c) een bewijs van toetreding tot de huisartsenkring die de huisartsenzone waar de betrokken huisarts praktijk voert, als werkgebied heeft, inclusief een verklaring van de huisartsenkring dat de aanvragende arts effectief praktijk voert;
d) een bewijs van de deelname van de betrokken huisarts aan de medische permanentie, vermeld in artikel 21 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, waarop de startdatum van de deelname aan die medische permanentie vermeld wordt;
2° voor de bijkomende renteloze lening, vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, van dit besluit, worden de volgende bewijsstukken aan het agentschap bezorgd:
a) de gegevens van de huisartsenpraktijk, vermeld in [2 artikel 4, eerste lid]2, van dit besluit;
b) een bewijs van toetreding tot de huisartsenkring die de huisartsenzone waar de betrokken huisarts praktijk voert, als werkgebied heeft, inclusief een verklaring van de huisartsenkring dat de aanvragende arts effectief praktijk voert;
c) het arbeidscontract dat is gesloten tussen de betreffende praktijk en een praktijkondersteuner of een praktijkverpleegkundige;
d) een overzicht van de verdeling van de kosten voor de bijkomende ruimte of bijkomende infrastructuur voor een praktijkondersteuner of een praktijkverpleegkundige en, als er verschillende huisartsen in de praktijk aanwezig zijn, de verdeling van de kosten tussen de aanwezige huisartsen.
Art. 9. La demande de prĂȘt sans intĂ©rĂȘt au sens de l'article 6, § 1er, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et la demande de prĂȘt supplĂ©mentaire sans intĂ©rĂȘt au sens de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont accompagnĂ©es des piĂšces justificatives suivantes :
1° pour le prĂȘt sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ© Ă  l'article 6, § 1er, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les piĂšces justificatives suivantes sont soumises Ă  [1 l'administration]1 :
a) les donnĂ©es de la pratique de mĂ©decine gĂ©nĂ©rale, mentionnĂ©es Ă  [2 l'article 4, alinĂ©a 1er]2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
b) une description des frais liés à l'installation du médecin généraliste. Cette description est étayée par des documents justificatifs que le médecin généraliste tient à disposition et que [1 l'administration]1 peut demander ;
c) une attestation d'adhĂ©sion au cercle de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes qui a pour zone d'activitĂ© la zone de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes oĂč exerce le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste en question, y compris une dĂ©claration du cercle de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes selon laquelle le mĂ©decin demandeur exerce effectivement ;
d) une attestation de la participation du médecin généraliste en question à la permanence médicale au sens de l'article 21 de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé, indiquant la date de début de la participation à cette permanence médicale ;
2° pour le prĂȘt supplĂ©mentaire sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ© Ă  l'article 7, § 1er, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les piĂšces justificatives suivantes sont soumises Ă  [1 l'administration]1 :
a) les donnĂ©es de la pratique de mĂ©decine gĂ©nĂ©rale, mentionnĂ©es Ă  [2 l'article 4, alinĂ©a 1er]2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
b) une attestation d'adhĂ©sion au cercle de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes qui a pour zone d'activitĂ© la zone de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes oĂč exerce le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste en question, y compris une dĂ©claration du cercle de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes selon laquelle le mĂ©decin demandeur exerce effectivement ;
c) le contrat de travail conclu entre la pratique en question et l'assistant de pratique ou l'infirmier de pratique ;
d) un aperçu des coûts de la piÚce ou de l'infrastructure supplémentaire pour un assistant de pratique ou un infirmier de pratique et, si plusieurs médecins généralistes sont présents dans la pratique, la ventilation des coûts entre les médecins généralistes présents.
HOOFDSTUK 4. - Tegemoetkoming in interdisciplinaire praktijkvoering
CHAPITRE 4. - Intervention pour une approche interdisciplinaire de la pratique
Afdeling 1. - Algemeen
Section 1re. - Généralités
Art. 10. Actieve huisartsen kunnen een tegemoetkoming ontvangen voor interdisciplinaire praktijkvoering. De voormelde tegemoetkoming kan bestaan uit:
1° een tegemoetkoming in de loonkosten van een extra medewerker of extra medewerkers;
2° een tegemoetkoming voor een telesecretariaat.
De tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, kunnen niet door een individuele huisarts voor dezelfde maand gecumuleerd worden.
Actieve huisartsen die praktijk voeren in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kunnen de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, niet cumuleren met tegemoetkomingen in de loonkosten van een extra medewerker of extra medewerkers of tegemoetkomingen voor een telesecretariaat die worden toegekend door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad.
Art. 10. Les médecins généralistes actifs peuvent bénéficier d'une intervention pour une approche interdisciplinaire de la pratique. L'intervention précitée peut consister en :
1° une intervention dans les coûts salariaux d'un ou plusieurs collaborateurs supplémentaires ;
2° une intervention pour un télésecrétariat.
Les interventions mentionnĂ©es Ă  l'alinĂ©a 1er ne peuvent ĂȘtre cumulĂ©es par un mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste individuel pour le mĂȘme mois.
Les médecins généralistes actifs exerçant dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ne peuvent pas cumuler les interventions mentionnées à l'alinéa 1er avec les interventions dans les coûts salariaux d'un ou plusieurs collaborateurs supplémentaires ou les interventions pour un télésecrétariat accordées par la Commission communautaire commune de Bruxelles-Capitale.
Afdeling 2. - Tegemoetkoming in de loonkosten
Section 2. - Intervention dans les coûts salariaux
Art. 11. § 1. Een actieve huisarts kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de loonkosten van minstens een derde vte extra medewerker of meerdere extra medewerkers. De tegemoetkoming kan nooit meer bedragen dan 50% van het aandeel dat de aanvragende arts bijdraagt in de totale loonkosten van de medewerker of medewerkers tot maximaal 7400 euro per jaar.
De maximale tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie tussen 30 juni van het voorlaatste jaar en 30 juni van het vorige jaar van de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, die wordt berekend en toegepast overeenkomstig artikel 2 tot en met 2quater van het voormelde besluit.
De maximale tegemoetkoming wordt een eerste keer op 1 januari 2024 geĂŻndexeerd conform het tweede lid.
§ 2. Als verschillende huisartsen dezelfde medewerker of medewerkers in loondienst hebben, kan de tegemoetkoming van elk van de huisartsen, vermeld in paragraaf 1, niet hoger zijn dan het resultaat van de formule [T x A /13]/ B, waarbij:
1° A: het aantal uren tewerkstelling per week van de medewerker of medewerkers in loondienst;
2° B: het aantal huisartsen dat dezelfde medewerker of medewerkers in loondienst heeft;
3° T: het bedrag van de maximale tegemoetkoming, vermeld in paragraaf 1.
Als het resultaat van de formule, vermeld in het eerste lid, hoger ligt dan het maximumbedrag, vermeld in paragraaf 1, wordt de tegemoetkoming beperkt tot het maximumbedrag, vermeld in paragraaf 1.
§ 3. Het plafond van 7400 euro, vermeld in paragraaf 1, kan worden verhoogd met 800 euro als de huisarts of de huisartsenpraktijk waarvan de aanvragende huisarts deel uitmaakt, inzet op extra vorming voor de verdere professionalisering van de medewerkers.
Als verschillende huisartsen dezelfde medewerker of medewerkers in loondienst hebben, kan de tegemoetkoming, vermeld in paragraaf 1, van elk van de huisartsen die in aanmerking komt voor de plafondverhoging, vermeld in het eerste lid, niet hoger zijn dan het resultaat van de formule [C/B x ((T+800) x A /13)]/ C, waarbij:
1° A: het aantal uren tewerkstelling per week van de medewerker of medewerkers in loondienst;
2° B: het aantal huisartsen dat dezelfde medewerker of medewerkers in loondienst heeft;
3° C: het aantal huisartsen dat voor de plafondverhoging, vermeld in het eerste lid, in aanmerking komt;
4° T: het bedrag van de maximale tegemoetkoming, vermeld in paragraaf 1.
Als het resultaat van de formule, vermeld in het tweede lid, hoger ligt dan het maximumbedrag, vermeld in paragraaf 1, vermeerderd met 800, wordt de tegemoetkoming beperkt tot het maximumbedrag, vermeld in paragraaf 1, verhoogd met 800 euro.
Als verschillende huisartsen dezelfde medewerker of medewerkers in loondienst hebben, kan de tegemoetkoming, vermeld in paragraaf 1, van elk van de huisartsen die niet in aanmerking komt voor de plafondverhoging, vermeld in het eerste lid, niet hoger zijn dan het resultaat van de formule: [D/B x (T x A/ 13)]/ D, waarbij:
1° A: het aantal uren tewerkstelling per week van de medewerker of medewerkers;
2° B: het aantal huisartsen dat dezelfde medewerker of medewerkers in loondienst heeft;
3° D: het aantal artsen dat niet voor de plafondverhoging, vermeld in het eerste lid, in aanmerking komt;
4° T: het bedrag van de maximale tegemoetkoming, vermeld in paragraaf 1.
Als het resultaat van de formule, vermeld in het vierde lid, hoger ligt dan het maximumbedrag, vermeld in paragraaf 1, wordt de tegemoetkoming beperkt tot het maximumbedrag, vermeld in paragraaf 1.
§ 4. De totale loonkosten van de medewerker of de medewerkers, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, zijn gelijk aan het totale brutoloon zoals aangegeven op de afrekening, vermeld in artikel 15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, vermeerderd met de werkgeversbijdragen die op dat totale brutoloon zijn verschuldigd.
Art. 11. § 1er. Un médecin généraliste actif est éligible à une intervention dans les coûts salariaux d'au moins un tiers d'ETP d'un ou plusieurs collaborateurs supplémentaires. L'intervention ne peut jamais dépasser 50 % de la part que le médecin demandeur contribue aux coûts salariaux totaux du ou des collaborateurs, jusqu'à un maximum de 7 400 euros par an.
L'intervention maximale mentionnĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er est adaptĂ©e chaque annĂ©e au 1er janvier sur la base de l'Ă©volution entre le 30 juin de l'avant-derniĂšre annĂ©e et le 30 juin de l'annĂ©e prĂ©cĂ©dente de l'indice santĂ© lissĂ©, visĂ© Ă  l'article 2, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays, qui est calculĂ© et appliquĂ© conformĂ©ment aux articles 2 Ă  2quater de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
L'intervention maximale est indexée une premiÚre fois le 1er janvier 2024, conformément à l'alinéa 2.
§ 2. Si plusieurs mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes emploient le ou les mĂȘmes collaborateurs salariĂ©s, l'intervention de chacun des mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, mentionnĂ©e au paragraphe 1er, ne peut dĂ©passer le rĂ©sultat de la formule [T x A /13]/ B, oĂč :
1° A : nombre d'heures d'emploi par semaine du ou des collaborateurs salariés ;
2° B : nombre de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes employant le ou les mĂȘmes collaborateurs salariĂ©s ;
3° T : montant de l'intervention maximale, mentionnée au paragraphe 1er.
Si le résultat de la formule mentionnée à l'alinéa 1er dépasse le montant maximal mentionné au paragraphe 1er, l'intervention est limitée au montant maximal mentionné au paragraphe 1er.
§ 3. Le plafond de 7 400 euros mentionnĂ© au paragraphe 1er peut ĂȘtre augmentĂ© de 800 euros si le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste ou la pratique de mĂ©decine gĂ©nĂ©rale Ă  laquelle appartient le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste demandeur investit dans la formation continue des collaborateurs en vue de leur professionnalisation.
Si plusieurs mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes emploient le ou les mĂȘmes collaborateurs salariĂ©s, l'intervention mentionnĂ©e au paragraphe 1er de chacun des mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes entrant en ligne de compte pour l'augmentation du plafond mentionnĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er ne peut dĂ©passer le rĂ©sultat de la formule [C/B x ((T+800) x A /13)]/ C, oĂč :
1° A : nombre d'heures d'emploi par semaine du ou des collaborateurs salariés ;
2° B : nombre de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes employant le ou les mĂȘmes collaborateurs salariĂ©s ;
3° C : nombre de médecins généralistes entrant en ligne de compte pour l'augmentation du plafond mentionné à l'alinéa 1er ;
4° T : montant de l'intervention maximale, mentionnée au paragraphe 1er.
Si le résultat de la formule mentionnée à l'alinéa 2 dépasse le montant maximal mentionné au paragraphe 1er, majoré de 800, l'intervention est limitée au montant maximal mentionné au paragraphe 1er, majoré de 800 euros.
Si plusieurs mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes emploient le ou les mĂȘmes collaborateurs salariĂ©s, l'intervention mentionnĂ©e au paragraphe 1er de chacun des mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes qui n'entrent pas en ligne de compte pour l'augmentation du plafond mentionnĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er ne peut dĂ©passer le rĂ©sultat de la formule [D/B x (T x A/ 13)]/ D, oĂč :
1° A : nombre d'heures d'emploi par semaine du ou des collaborateurs ;
2° B : nombre de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes employant le ou les mĂȘmes collaborateurs salariĂ©s ;
3° D : nombre de médecins généralistes qui n'entrent pas en ligne de compte pour l'augmentation du plafond mentionné à l'alinéa 1er ;
4° T : montant de l'intervention maximale, mentionnée au paragraphe 1er.
Si le résultat de la formule mentionnée à l'alinéa 4 dépasse le montant maximal mentionné au paragraphe 1er, l'intervention est limitée au montant maximal mentionné au paragraphe 1er.
§ 4. Le total des coûts salariaux du ou des collaborateurs mentionnés au paragraphe 1er, alinéa 1er, est égal au salaire brut total tel qu'indiqué sur le décompté mentionné à l'article 15 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, majoré des cotisations patronales dues sur ce salaire brut total.
Art. 12. Een actieve huisarts komt in aanmerking voor de tegemoetkoming, vermeld in artikel 11, § 1, van dit besluit, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° in de huisartsenpraktijk is minstens een praktijkondersteuner of een praktijkverpleegkundige aanwezig, naast de aanwezige huisarts of huisartsen;
2° de praktijkondersteuner of de praktijkverpleegkundige, vermeld in punt 1°, werkt in loondienst;
3° de huisarts die de tegemoetkoming aanvraagt, is toegetreden tot de huisartsenkring, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015 betreffende de huisartsenkringen, die de huisartsenzone waar de betrokken huisarts praktijk voert, als werkgebied heeft.
Als de aanvragende huisarts gedurende een deel van het kalenderjaar niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is de tegemoetkoming, vermeld in artikel 11, § 1, verschuldigd naar rato van het aantal maanden waarin er wel aan de voorwaarden voldaan is.
Art. 12. Un mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste actif est Ă©ligible Ă  l'intervention mentionnĂ©e Ă  l'article 11, § 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, si les conditions suivantes sont rĂ©unies :
1° au moins un assistant de pratique ou un infirmier de pratique est présent dans la pratique de médecine générale, en plus du ou des médecins généralistes présents ;
2° l'assistant de pratique ou l'infirmier de pratique mentionnés au point 1° travaillent en tant que salariés ;
3° le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste qui demande l'intervention a adhĂ©rĂ© au cercle de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, mentionnĂ© Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juin 2015 relatif aux cercles de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, qui a pour zone de travail la zone de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes oĂč se trouve la pratique.
Si le médecin généraliste demandeur ne remplit pas les conditions énoncées à l'alinéa 1er pendant une partie de l'année civile, l'intervention mentionnée à l'article 11, § 1er, est due au prorata du nombre de mois pendant lesquels les conditions sont remplies.
Art. 13. De aanvraag van de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 11, § 1 en § 2, wordt ingediend uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het jaar waarop de loonkosten betrekking hebben.
Art. 13. La demande des interventions mentionnées à l'article 11, §§ 1er et 2, est introduite au plus tard le 30 juin de l'année qui suit l'année à laquelle se rapportent les coûts salariaux.
Art. 14. De aanvraag van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 11, § 1, bevat al de volgende elementen:
1° een kopie van het arbeidscontract met de praktijkondersteuner of de praktijkverpleegkundige, vermeld in artikel 12, eerste lid, 1° ;
2° het bedrag van de globale loonkosten, op basis van de loonstaat van het jaar waarvoor een tegemoetkoming wordt gevraagd, van de werknemer of werknemers waarvoor de tegemoetkoming wordt gevraagd. In de berekening wordt rekening gehouden met het bedrag van de andere tegemoetkomingen die een vermindering van de totale loonkosten tot gevolg hebben;
3° een opsomming van de namen en de RIZIV-nummers van de huisartsen, andere dan de aanvrager, die dezelfde medewerker of medewerkers in loondienst hebben, samen met een verklaring op eer van de aanvrager dat de gegevens van dit document overeenstemt met de werkelijkheid;
4° een bewijs van aansluiting van de huisarts bij de huisartsenkring van de huisartsenzone waar de praktijk van de huisarts ligt die de aanvraag heeft ingediend.
Art. 14. La demande de l'intervention mentionnée à l'article 11, § 1er, contient tous les éléments suivants :
1° une copie du contrat de travail de l'assistant de pratique ou de l'infirmier de pratique mentionnés à l'article 12, alinéa 1er, 1° ;
2° le montant total des coûts salariaux, basé sur la fiche de salaire de l'année au titre de laquelle l'intervention est demandée, du ou des employés au titre desquels l'intervention est demandée. Le calcul tient compte du montant des autres interventions qui entraßnent une réduction des coûts salariaux totaux ;
3° une liste des noms et des numĂ©ros INAMI des mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, autres que le demandeur, qui emploient le ou les mĂȘmes collaborateurs, ainsi qu'une dĂ©claration sur l'honneur du demandeur selon laquelle les donnĂ©es contenues dans ce document correspondent Ă  la rĂ©alitĂ© ;
4° la preuve de l'adhĂ©sion du mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste au cercle de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes de la zone de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes oĂč se trouve la pratique du mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste qui a soumis la demande.
Art. 15. De aanvragende huisarts komt in aanmerking voor de bijkomende verhoging van 800 euro, vermeld in artikel 11, § 3, als binnen de praktijk van de aanvragende huisarts geïnvesteerd wordt in bijkomende navorming die gericht is op de volgende aspecten:
1° de competenties versterken van de praktijkondersteuner of de praktijkverpleegkundige;
2° bijkomende competenties ontwikkelen op het vlak van geïntegreerd samenwerken, zorgcoördinatie en populatiegerichte zorg.
De navorming, vermeld in het eerste lid, bedraagt minimaal vier uur per jaar. Minstens één uur per jaar wordt samen met de aanvragende huisarts gevolgd.
Art. 15. Le médecin généraliste demandeur entre en ligne de compte pour l'augmentation supplémentaire de 800 euros mentionnée à l'article 11, § 3, si, au sein de sa pratique, des investissements sont réalisés dans une formation continue supplémentaire axée sur les aspects suivants :
1° renforcer les compétences de l'assistant de pratique ou de l'infirmier de pratique ;
2° développer des compétences supplémentaires en matiÚre de collaboration intégrée, de coordination des soins et de soins axés sur la population.
La formation continue mentionnée à l'alinéa 1er est d'au moins quatre heures par an. Au moins une heure par an est suivie avec le médecin généraliste demandeur.
Art. 16. De aanvraag van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 11, § 3, bevat al de volgende elementen:
1° een overzicht van de navorming, vermeld in artikel 15, die in het afgelopen jaar is gevolgd;
2° per gevolgde opleiding, een opsomming van de deelnemers die verbonden zijn aan de praktijk en die de navorming, vermeld in artikel 15, gevolgd hebben.
Art. 16. La demande de l'intervention mentionnée à l'article 11, § 3, contient tous les éléments suivants :
1° un aperçu de la formation continue, mentionnée à l'article 15, suivie au cours de l'année écoulée ;
2° par formation suivie, une liste des participants liés à la pratique qui ont suivi la formation continue, mentionnée à l'article 15.
Afdeling 3. - Tegemoetkoming in kosten voor diensten
Section 3. - Intervention dans les coûts de services
Art. 17. Een startende actieve huisarts komt in aanmerking voor een tegemoetkoming van maximaal 3400 euro per jaar voor de investering in een telesecretariaat.
De tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, kan worden aangevraagd voor maximaal vijf opeenvolgende jaren.
Art. 17. Un médecin généraliste actif débutant est éligible à une intervention allant jusqu'à 3 400 euros par an pour l'investissement dans un télésecrétariat.
L'intervention, mentionnĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er, peut ĂȘtre demandĂ©e pour un maximum de cinq annĂ©es consĂ©cutives.
Art. 18. Een huisarts komt in aanmerking voor de tegemoetkoming, vermeld in artikel 17, als hij een contractuele verbintenis heeft gesloten, waardoor hij kan beschikken over een dienst voor medisch telesecretariaat die tot doel heeft te helpen bij het administratieve beheer van de praktijk.
De dienst voor medisch telesecretariaat beschikt over al de volgende functies:
1° een onlineagenda;
2° het beantwoorden en triëren van telefonische oproepen voor de huisarts.
De huisarts die de tegemoetkoming, vermeld in artikel 17 van dit besluit, aanvraagt, is toegetreden tot de huisartsenkring, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015 betreffende de huisartsenkringen, die de huisartsenzone waar de betrokken huisarts praktijk voert, als werkgebied heeft.
Art. 18. Un médecin généraliste est éligible à l'intervention mentionnée à l'article 17 s'il a pris un engagement contractuel qui lui permet de disposer d'un service de télésecrétariat médical destiné à soutenir la gestion administrative de la pratique.
Le service de télésecrétariat médical dispose de toutes les fonctions suivantes :
1° un calendrier en ligne ;
2° répondre à et trier les appels téléphoniques pour le médecin généraliste.
Le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste qui demande l'intervention mentionnĂ©e Ă  l'article 17 a adhĂ©rĂ© au cercle de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, mentionnĂ© Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juin 2015 relatif aux cercles de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, qui a pour zone de travail la zone de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes oĂč se trouve la pratique.
Art. 19. De aanvraag van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 17, wordt uiterlijk ingediend op 30 juni van het jaar dat volgt op het jaar waarop de bedragen van de facturen voor de dienst voor medisch telesecretariaat betrekking hebben.
De eerste aanvraag van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 17 van dit besluit, bevat al de volgende documenten en gegevens:
1° een kopie van het contract, vermeld in artikel 18, eerste lid, van dit besluit;
2° inlichtingen over de inhoud van de aangeboden diensten;
3° een bewijs van aansluiting van de huisarts bij de huisartsenkring van de huisartsenzone waar de praktijk van de huisarts ligt die de aanvraag heeft ingediend;
4° een bewijs van deelname van de betrokken huisarts aan de medische permanentie, vermeld in artikel 21 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, waarop de startdatum van de deelname aan die medische permanentie vermeld wordt.
Alle aanvragen van de tegemoetkoming die volgen op de eerste aanvraag van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 17, bevatten de documenten en gegevens, vermeld in het tweede lid, als er wijzigingen zijn in de documenten en gegevens, vermeld in het tweede lid, ten opzichte van de voorafgaande aanvraag.
Art. 19. La demande de l'intervention mentionnée à l'article 17 est introduite au plus tard le 30 juin de l'année qui suit l'année à laquelle se rapportent les montants des factures du service de télésecrétariat médical.
La premiĂšre demande de l'intervention mentionnĂ©e Ă  l'article 17 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© contient tous les documents et donnĂ©es suivants :
1° une copie du contrat mentionnĂ© Ă  l'article 18, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
2° des informations sur le contenu des services proposés ;
3° la preuve de l'adhĂ©sion du mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste au cercle de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes de la zone de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes oĂč se trouve la pratique du mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste qui a soumis la demande ;
4° une attestation de la participation du médecin généraliste en question à la permanence médicale au sens de l'article 21 de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé, indiquant la date de début de la participation à cette permanence médicale.
Toute demande d'intervention suivant la premiÚre demande de l'intervention mentionnée à l'article 17 comprend les documents et données énoncés à l'alinéa 2, si ces documents et données ont subi des modifications par rapport à la demande précédente.
Art. 20. Het jaarlijkse bedrag van de tegemoetkoming is gelijk aan de helft van de reële kosten tot maximaal 3400 euro.
Als de contractuele verbintenis, vermeld in artikel 18, eerste lid, zich niet over het volledige kalenderjaar uitstrekt, is de tegemoetkoming verschuldigd naar rato van het aantal volledige maanden dienstverlening.
Art. 20. Le montant annuel de l'intervention est égal à la moitié des coûts réels, avec un maximum de 3 400 euros.
Si l'engagement contractuel mentionné à l'article 18, alinéa 1er, ne s'étend pas sur l'année civile entiÚre, l'intervention est due au prorata du nombre de mois complets de prestation de service.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions modificatives
Art. 21. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015 betreffende de huisartsenkringen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"8° rapporteert de huisartsenkring jaarlijks aan het agentschap over het totale aantal actieve huisartsen en huisartsen in opleiding in zijn werkingsgebied, met het oog op het nemen van beleidsmaatregelen om de huisartsengeneeskunde en de eerstelijnszorg te versterken. In het kader van die opdracht worden de volgende gegevens bezorgd:
a) de voor- en achternaam van de huisarts;
b) het beroepsadres van de huisarts;
c) de samenstelling van de huisartsenpraktijk met een overzicht van het aantal disciplines en het tewerkstellingspercentage van de verschillende disciplines;
d) de volgende aanvullende gegevens van de praktijk als dat van toepassing is: de praktijknaam, de praktijkwebsite en het praktijkmailadres;
e) een overzicht van de huisartsenpraktijken met een patiëntenstop, met de vermelding van de aard en de duur van die patiëntenstop;
f) de demografische leeftijdsverdeling van de actieve huisartsen in het werkingsgebied.
Het agentschap is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens vermeld in punt a) tot en met f). De persoonsgegevens, vermeld in punt a) tot en met f), worden door het agentschap bewaard gedurende een termijn van maximaal 18 maanden na de ontvangst van de gegevens.";
2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In het eerste lid, 8°, wordt verstaan onder:
1° huisarts in opleiding: een arts die een theoretische en praktische opleiding tot de specialisatie huisarts volgt bij een stagemeester die daarvoor erkend is conform een goedgekeurd stageplan;
2° actieve huisarts: een erkende huisarts die effectief praktijk voert als huisarts in de huisartsenzone.".
Art. 21. A l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juin 2015 relatif aux cercles de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 avril 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° il est ajouté un point 8°, rédigé comme suit :
" 8° un cercle de médecins généralistes rend compte annuellement à l'agence du nombre total de médecins généralistes actifs et de médecins généralistes en formation dans sa zone d'activité, en vue de permettre la prise de mesures politiques pour renforcer la médecine générale et les soins de premiÚre ligne. Dans le cadre de cette mission, les données suivantes sont fournies :
a) prénom et nom du médecin généraliste ;
b) adresse professionnelle du médecin généraliste ;
c) la composition de la pratique de médecine générale, y compris un aperçu du nombre de disciplines et du taux d'emploi dans les différentes disciplines ;
d) les données supplémentaires suivantes de la pratique, le cas échéant : nom de la pratique, site internet de la pratique et adresse électronique de la pratique ;
e) une liste des pratiques de mĂ©decine gĂ©nĂ©rale ayant introduit un arrĂȘt de prise en charge de nouveaux patients, avec mention de la nature et de la durĂ©e de cet arrĂȘt ;
f) la répartition démographique par ùge des médecins généralistes actifs dans la zone d'activité.
L'agence est le responsable du traitement à l'égard des données à caractÚre personnel mentionnées aux points a) à f). Les données à caractÚre personnel mentionnées aux points a) à f) sont conservées par l'agence pendant une période allant jusqu'à 18 mois à compter de la réception des données. " ;
2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Dans l'alinéa 1er, 8°, on entend par :
1° médecin généraliste en formation : médecin suivant auprÚs d'un maßtre de stage agréé à cet effet une formation théorique et pratique de spécialisation en médecine générale conformément à un plan de stage approuvé ;
2° médecin généraliste actif : un médecin généraliste agréé qui exerce effectivement en tant que médecin généraliste dans la de zone médecins généralistes. ".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 22. Het koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015 en 26 juni 2020, wordt opgeheven.
Art. 22. L'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 portant crĂ©ation d'un Fonds d'impulsion pour la mĂ©decine gĂ©nĂ©rale et fixant ses modalitĂ©s de fonctionnement, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 26 juin 2015 et 26 juin 2020, est abrogĂ©.
Art. 23. De renteloze leningen die zijn aangevraagd voor 1 januari 2023, worden toegekend conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan, zoals van kracht op 31 december 2022.
De renteloze leningen waarvan de termijn van de terugbetaalbaarheid, vermeld in artikel 6, § 1, van het voormelde koninklijk besluit van 23 maart 2012, zoals van kracht op 31 december 2022, nog niet verlopen is op 1 januari 2023, blijven onderworpen aan de regelgeving, zoals van kracht op 31 december 2022.
Een huisarts aan wie een renteloze lening is toegekend voor 1 januari 2023, op basis van het voormelde koninklijk besluit van 23 maart 2012, zoals van kracht op 31 december 2022, komt niet meer in aanmerking voor de renteloze lening, vermeld in artikel 6, § 1, van dit besluit.
Art. 23. Les prĂȘts sans intĂ©rĂȘt demandĂ©s avant le 1er janvier 2023 sont accordĂ©s conformĂ©ment aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 portant crĂ©ation d'un Fonds d'impulsion pour la mĂ©decine gĂ©nĂ©rale et fixant ses modalitĂ©s de fonctionnement, tel qu'en vigueur au 31 dĂ©cembre 2022.
Les prĂȘts sans intĂ©rĂȘt dont le dĂ©lai de remboursement mentionnĂ© Ă  l'article 6, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 prĂ©citĂ©, tel qu'en vigueur au 31 dĂ©cembre 2022, n'a pas encore expirĂ© au 1er janvier 2023, restent soumis Ă  la rĂ©glementation telle qu'en vigueur au 31 dĂ©cembre 2022.
Le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste qui s'est vu accorder un prĂȘt sans intĂ©rĂȘt avant le 1er janvier 2023, sur la base de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 prĂ©citĂ©, tel qu'en vigueur au 31 dĂ©cembre 2022, ne peut plus bĂ©nĂ©ficier du prĂȘt sans intĂ©rĂȘt mentionnĂ© Ă  l'article 6, § 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 24. De tegemoetkoming in de loonkosten die gedragen zijn in het jaar 2022, wordt aangevraagd en toegekend conform het koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan, zoals van kracht op 31 december 2022.
In afwijking van het eerste lid kan de tegemoetkoming worden aangevraagd conform dit besluit als de aanvragende huisarts voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12 tot en met 16 van dit besluit.
Art. 24. L'intervention dans les coĂ»ts salariaux supportĂ©s au cours de l'annĂ©e 2022 est demandĂ©e et accordĂ©e conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 portant crĂ©ation d'un Fonds d'impulsion pour la mĂ©decine gĂ©nĂ©rale et fixant ses modalitĂ©s de fonctionnement, tel qu'en vigueur au 31 dĂ©cembre 2022.
Contrairement Ă  l'alinĂ©a 1er, l'intervention peut ĂȘtre demandĂ©e sur la base du prĂ©sent arrĂȘtĂ© si le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste demandeur remplit les conditions Ă©numĂ©rĂ©es aux articles 12 Ă  16 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 25. De tegemoetkoming in de kosten van diensten, vermeld in artikel 17 van dit besluit, die gedragen zijn in het jaar 2022, wordt aangevraagd en toegekend conform het koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan, zoals van kracht op 31 december 2022.
Art. 25. L'intervention dans les coĂ»ts de services, mentionnĂ©e dans l'article 17 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, supportĂ©s au cours de l'annĂ©e 2022 est demandĂ©e et accordĂ©e conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 portant crĂ©ation d'un Fonds d'impulsion pour la mĂ©decine gĂ©nĂ©rale et fixant ses modalitĂ©s de fonctionnement, tel qu'en vigueur au 31 dĂ©cembre 2022.
Art. 26. Een huisarts die op 1 januari 2023 al een tegemoetkoming in de kosten voor diensten heeft ontvangen conform artikel 14 tot en met 16 van het koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan, zoals van kracht op 31 december 2022, komt alleen in een van de volgende gevallen in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten voor diensten conform de bepalingen van dit besluit:
1° de huisarts heeft op 1 januari 2023 al in vijf kalenderjaren of meer een volledige of gedeeltelijke tegemoetkoming in de kosten voor diensten ontvangen met toepassing van het voormelde koninklijk besluit van 23 maart 2012, zoals van kracht op 31 december 2022. In dit geval kan de betrokken huisarts alleen een vergoeding aanvragen voor een tegemoetkoming in de kosten voor diensten voor maximaal twee opeenvolgende kalenderjaren vanaf 1 januari 2023;
2° de huisarts heeft op 1 januari 2023 minder dan vijf kalenderjaren een volledige of gedeeltelijke tegemoetkoming in de kosten voor diensten ontvangen met toepassing van het voormelde koninklijk besluit van 23 maart 2012, zoals van kracht op 31 december 2022. In dit geval kan de betrokken huisarts alleen een tegemoetkoming met toepassing van dit besluit aanvragen voor maximaal zes opeenvolgende kalenderjaren vanaf 1 januari 2023, verminderd met het aantal kalenderjaren waarvoor de betrokken arts een tegemoetkoming in de kosten voor diensten volledig of gedeeltelijk al heeft ontvangen voor 1 januari 2023 met toepassing van het voormelde koninklijk besluit van 23 maart 2012, zoals van kracht op 31 december 2022.
Art. 26. Le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste qui, au 1er janvier 2023, a dĂ©jĂ  bĂ©nĂ©ficiĂ© d'une intervention dans les coĂ»ts de services conformĂ©ment aux articles 14 Ă  16 de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 portant crĂ©ation d'un Fonds d'impulsion pour la mĂ©decine gĂ©nĂ©rale et fixant ses modalitĂ©s de fonctionnement, tel qu'en vigueur au 31 dĂ©cembre 2022, n'entre en ligne de compte pour une intervention dans les coĂ»ts de services sur la base des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© que dans l'un des cas suivants :
1° au 1er janvier 2023, le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste a dĂ©jĂ  bĂ©nĂ©ficiĂ© pendant cinq annĂ©es civiles ou plus, d'une intervention totale ou partielle dans les coĂ»ts de services en application de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 prĂ©citĂ©, tel qu'en vigueur au 31 dĂ©cembre 2022. Dans ce cas, le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste en question ne peut demander une intervention dans les coĂ»ts de services que pour un maximum de deux annĂ©es civiles consĂ©cutives Ă  partir du 1er janvier 2023 ;
2° au 1er janvier 2023, le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste a bĂ©nĂ©ficiĂ© pendant moins de cinq annĂ©es civiles d'une intervention totale ou partielle dans les coĂ»ts de services en application de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 prĂ©citĂ©, tel qu'en vigueur au 31 dĂ©cembre 2022. Dans ce cas, le mĂ©decin gĂ©nĂ©raliste en question ne peut demander une intervention en application du prĂ©sent arrĂȘtĂ© que pour un maximum de six annĂ©es civiles consĂ©cutives Ă  partir du 1er janvier 2023, dĂ©duction faite du nombre d'annĂ©es civiles au titre desquelles le mĂ©decin en question a dĂ©jĂ  bĂ©nĂ©ficiĂ© d'une intervention totale ou partielle dans les coĂ»ts de services avant le 1er janvier 2023 en application de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 prĂ©citĂ©, tel qu'en vigueur au 31 dĂ©cembre 2022.
Art. 27. Met uitzondering van artikel 21 treedt dit besluit in werking op 1 januari 2023.
Art. 27. A l'exception de l'article 21, le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2023.
Art. 28. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 28. Le ministre flamand qui a les soins de santĂ© et les soins rĂ©sidentiels dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.