Art. 3. § 1.
[1 [1 De administratie]1]1 wijst, voor de verwerking en de opvolging van de aanvragen van een tegemoetkoming of een renteloze lening, vermeld in dit besluit, inclusief de uitbetaling aan de rechthebbenden, een of meer organisaties aan.
§ 2. De organisatie of organisaties die conform paragraaf 1 worden aangewezen, worden belast, voor rekening van het agentschap, met het dagelijks beheer van de tegemoetkomingen en de renteloze lening aan de individuele huisartsen en met de financierings- en controlemodaliteiten van dat dagelijks beheer.
Het dagelijks beheer, vermeld in het eerste lid, omvat al de volgende aspecten:
1° de individuele kredietovereenkomsten beheren;
2° de toegekende middelen overmaken;
3° de terugbetalingen en de algemene opvolging van de kredieten, de fase van geschil daarin begrepen;
4° de individuele tegemoetkomingen aan de huisartsen verwerken en opvolgen en die individuele tegemoetkomingen beheren.
De organisatie of organisaties die conform paragraaf 1 worden aangewezen, rapporteren maandelijks inhoudelijk en financieel over het dagelijks beheer, vermeld in het eerste en tweede lid, via de maandelijkse boekingsstaten. Om het dagelijks beheer op te volgen legt de voormelde organisatie of leggen de voormelde organisaties per kwartaal een gedetailleerde kostenstaat en kwartaalconciliatie voor over hun financiële werking van dat dagelijks beheer ter goedkeuring aan het agentschap.
De individuele kredietovereenkomst, vermeld in het tweede lid, 1°, bevat al de volgende informatie:
1° het bedrag van de lening;
2° de bestemming;
3° de duur;
4° de intrestvoet;
5° de commissies en alle lasten;
6° het terugbetalingsprogramma;
7° de modaliteiten voor het ter beschikking stellen van de fondsen;
8° de voorwaarden en modaliteiten van de vervroegde opeisbaarheid.
De kwartaalconciliatie, vermeld in het derde lid, bevat een verklaring voor alle verrichtingen op de financiële rekening van de Vlaamse Gemeenschap voor de tegemoetkomingen of renteloze leningen, vermeld in dit besluit, waar de organisatie of organisaties die conform paragraaf 1 worden aangewezen, het beheer over hebben.
§ 3. De organisatie of organisaties die conform paragraaf 1 worden aangewezen bezorgen jaarlijks voor het einde van de derde maand die volgt op het afsluiten van een boekjaar, een inhoudelijk en financieel jaarverslag aan het agentschap.
Het inhoudelijk jaarverslag, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° een overzicht van het aantal artsen dat een renteloze lening als vermeld in artikel 6, en een bijkomende renteloze lening als vermeld in artikel 7, heeft aangevraagd;
2° een overzicht van het aantal artsen dat een tegemoetkoming voor interdisciplinaire praktijkvoering als vermeld in artikel 10, heeft aangevraagd. Dat overzicht wordt opgesplitst in de volgende delen:
a) een overzicht van de aanvragen van een tegemoetkoming in de loonkosten als vermeld in artikel 11. In dat overzicht wordt een opdeling gemaakt tussen een tegemoetkoming voor een praktijkondersteuner en/of een praktijkverpleegkundige, en ook op basis van de tewerkstellingsgraad van die praktijkondersteuner of praktijkverpleegkundige;
b) een overzicht van de aanvragen van een tegemoetkoming voor diensten als vermeld in artikel 17;
3° voor de gegevens, vermeld in punt 1° en punt 2°, a) en b), een overzicht van het aantal geweigerde aanvragen;
4° een overzicht van het aantal toegekende renteloze leningen, bijkomende renteloze leningen, tegemoetkomingen in de loonkosten en tegemoetkomingen in de kosten van diensten als vermeld in artikel 6, 7, 11 en 17, per eerstelijnszone en per provincie.
De gegevens, vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 3°, worden onderverdeeld in aanvragen van solo-artsen en aanvragen van artsen in een groepspraktijk. De aanvragen van artsen in een groepspraktijk worden verder onderverdeeld naar grootte van de groepspraktijk. De grootte van de groepspraktijk wordt berekend op basis van het aantal artsen dat binnen de groepspraktijk een tegemoetkoming in de loonkosten als vermeld in artikel 11, aanvraagt.
Het financieel verslag, vermeld in het eerste lid, wordt bezorgd in de vorm van een kostenanalytische boekhouding.
De organisatie of organisaties die conform paragraaf 1 worden aangewezen, houden de bewijsstukken die de werkelijk gemaakte kosten aantonen, ter beschikking van het agentschap. Die bewijsstukken worden op verzoek aan
[1 [1 de administratie]1]1voorgelegd.