Details





Titel:

4 FEBRUARI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft de stopzetting van de dubbele waarborg die het Vlaamse Gewest verstrekt aan de erkende kredietmaatschappijen en tot bepaling van de aanvullende erkenningsvoorwaarden



Inhoudstafel:

HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021
Art. 1-10
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
Art. 11-13



Deze tekst heeft de volgende tekst(en) gewijzigd:

2020016229 



Uitvoeringsbesluit(en):



Artikels:

HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021
Artikel 1. Aan artikel 1.2, punt 50° van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt de zinsnede "zoals van kracht voor 1 januari 2022" toegevoegd.

Art.2. In boek 5, deel 4, titel 1, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel 5.92 tot en met 5.101, opgeheven.

Art.3. Artikel 5.102 en artikel 5.103 van hetzelfde besluit worden opgeheven.

Art.4. Artikel 5.104 en 5.105 van hetzelfde besluit worden vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.104. De aanvullende voorwaarden voor het behoud van de erkenning, vermeld in artikel 5.58 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn de volgende:
  1° de kredietmaatschappij heeft een eigen vermogen van minstens 6.000.000 euro;
  2° de kredietmaatschappij heeft een solvabiliteitsratio die hoger dan 10% is en die berekend wordt als de verhouding van het eigen vermogen tot het totale vermogen (EV/TV *100);
  3° de kredietmaatschappij gaat alleen over tot een kapitaalsvermindering, kapitaalsverhoging of opname van reserves in het kapitaal na het schriftelijke akkoord van de minister;
  4° de kredietmaatschappij zorgt voor een behoorlijk werkend systeem van interne controle;
  5° de kredietmaatschappij stelt een commissaris aan die belast wordt met de controles, vermeld in artikels 3.73 tot en met 3.75 en artikels 3.77 tot en met 3.80 in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  6° de kredietmaatschappij houdt uitsluitend liquide middelen en geldbeleggingen in euro bij overheden en financiële instellingen aan binnen de Europese Economische Ruimte op lopende rekeningen, spaar- en termijnrekeningen of andere beleggingsvormen, waarbij een garantie op het behoud van het kapitaal wordt geboden, en die minimaal een A-rating hebben.
  Art. 5.105. De kredietmaatschappijen kunnen onder de volgende voorwaarden intekenen op het maatschappelijk kapitaal van sociale woonorganisaties conform artikel 5.61, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021:
  1° de kredietmaatschappij die wil intekenen op het maatschappelijk kapitaal van een andere rechtspersoon, legt minstens dertig dagen voor het begin van de deelneming een concreet participatieplan aan het agentschap voor, waarin de doelstellingen die met de deelname worden beoogd, op korte en lange termijn worden verduidelijkt;
  2° een kredietmaatschappij kan alleen intekenen op het maatschappelijk kapitaal van een andere rechtspersoon als die rechtspersoon aan al de volgende voorwaarden voldoet:
  a) de rechtspersoon vertegenwoordigt een beperkte aansprakelijkheid voor de aandeelhouders;
  b) de rechtspersoon heeft nog niet ingetekend op het kapitaal van de intekenende kredietmaatschappij;
  c) behalve als de rechtspersoon waarin wordt ingetekend een sociale woonorganisatie of een vennootschap is die erkend is bij of krachtens de Vlaamse Codex Wonen van 2021, behoort minstens drie vierde van het maatschappelijke kapitaal van de rechtspersoon waarin wordt ingetekend, toe aan openbare besturen, sociale woonorganisaties of vennootschappen die erkend zijn bij of krachtens de voormelde codex;
  d) de statuten van de rechtspersoon bepalen dat hoofdzakelijk daden, handelingen of verrichtingen kunnen worden gesteld met het oog op de realisatie van de doelstellingen van het woonbeleid, vermeld in boek 1, deel 2, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  e) als de rechtspersoon een verzekeringstussenpersoon is als vermeld in artikel 5, 20°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, mag die verzekeringstussenpersoon hoofdzakelijk overlijdensverzekeringen en brandverzekeringen aan particulieren aanbieden en verrichtingen doen die daar rechtstreeks uit voortvloeien, met inbegrip van accessoire waarborgen die aan een dergelijke verzekering kunnen worden verbonden;
  3° een kredietmaatschappij kan alleen intekenen op het maatschappelijk kapitaal van een rechtspersoon als de som van alle deelnemingen niet meer bedraagt dan 5% van het eigen vermogen van de intekenende kredietmaatschappij, waarbij geen rekening wordt gehouden met nieuwe of bestaande deelnemingen in andere kredietmaatschappijen;
  4° de kredietmaatschappij rapporteert jaarlijks, uiterlijk veertien dagen na de goedkeuring van de jaarrekening door de algemene vergadering, over het doel en de omvang van de deelnemingen.
  De minister kan aan erkende kredietmaatschappijen aanvullende voorwaarden opleggen voor de intekening op het maatschappelijk kapitaal van sociale woonorganisaties, van vennootschappen die erkend zijn bij of krachtens de Vlaamse Codex Wonen van 2021, en van verzekeringstussenpersonen als vermeld in artikel 5, 20°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.".

Art.5. In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven:
  1° artikel 5.106;
  2° artikel 5.108.

Art.6. Aan artikel 5.109 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De gewestwaarborg blijft behouden voor de leningen die de kredietmaatschappij voor het verlies van haar erkenning heeft toegestaan, op voorwaarde dat die leningen voor 1 januari 2022 zijn toegestaan.".

Art.7. Artikel 5.110 en 5.111 van hetzelfde besluit worden opgeheven.

Art.8. In artikel 5.112, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zin "Op het ogenblik dat dat aangetekende schrijven wordt verstuurd, kan de kredietmaatschappij in kwestie geen aanspraak meer maken op de gewaarborgde funding." opgeheven.

Art.9. In boek 5, deel 4, titel 1, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit wordt afdeling 3, die bestaat uit artikel 5.113 tot en met 5.116, opgeheven.

Art.10. Bijlage 18 bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.

HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
Art.11. Boek 5, deel 4, titel 1, hoofdstuk 1, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht vóór 1 januari 2022, blijft van toepassing op:
  1° de leningen, vermeld in artikel 5.93, eerste lid, van het voormelde besluit, zoals van kracht vóór 1 januari 2022, die de kredietmaatschappij heeft toegestaan en waarvoor de kredietmaatschappij uiterlijk op 31 december 2021 een kredietaanbod heeft gedaan;
  2° de kredieten, vermeld in artikel 5.93, tweede lid, van het voormelde besluit, zoals van kracht vóór 1 januari 2022, die uiterlijk op 31 december 2021 aan de kredietmaatschappij zijn toegestaan.

Art.12. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022.

Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor het woonbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.