15 JANUARI 2019. - Koninklijk besluit tot verhoging van de minimumpensioenen voor een volledige loopbaan
Art. 1-7
Artikel 1. In artikel 33, derde lid van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake de pensioenen van de sociale sector, ingevoegd bij de wet van 6 juli 2016 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 21 december 2017, worden de woorden "verhoogd met 1,4%" vervangen door de woorden "verhoogd met 2,1%".
Art.2. In artikel 33bis, derde lid van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 juli 2016 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 21 december 2017, worden de woorden "verhoogd met 1,4%" vervangen door de woorden "verhoogd met 2,1%".
Art.3. In artikel 34, derde lid van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 juli 2016 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 21 december 2017, worden de woorden "verhoogd met 1,4%" vervangen door de woorden "verhoogd met 2,1%".
Art.4. In artikel 34bis, derde lid van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 juli 2016 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 21 december 2017, worden de woorden "verhoogd met 1,4%" vervangen door de woorden "verhoogd met 2,1%".
Art.5. In artikel 8, eerste lid van de wet van 6 juli 2016 tot toekenning van een premie aan sommige begunstigden van een minimumpensioen en tot verhoging van sommige minimumpensioenen, in het werknemers- en zelfstandigenstelsel, gewijzigd door het koninklijk besluit van 21 december 2017, worden de woorden" verhoogd met 1,4%" vervangen door de woorden "verhoogd met 2,1%".
Art.6. De bepalingen van dit besluit treden in werking op 1 maart 2019.
Art. 7. De minister bevoegd voor Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.