5 MEI 2017. - Decreet houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-06-2017 en tekstbijwerking tot 20-01-2021)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-3
HOOFDSTUK 2. - Investeringssubsidies voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
Afdeling 1. - Subsidiedoel en subsidietrekkers
Art. 4-5
Afdeling 2. - Bovenlokale sportinfrastructuur
Art. 6
Afdeling 3. - Subsidievoorwaarden
Art. 7
Afdeling 4. - Oprichting van de beoordelingscommissie bovenlokale sportinfrastructuur en bepaling van de beoordelingscriteria
Art. 8-9
Afdeling 5. - Subsidiebedrag
Art. 10
Afdeling 6. - Subsidiëringsprocedure
Art. 11-12
HOOFDSTUK 3. - Investeringssubsidies voor de bouw, renovatie of inrichting van topsportinfrastructuur in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
Afdeling 1. - Subsidiedoel en subsidietrekkers
Art. 13-14
Afdeling 2. - Subsidievoorwaarden
Art. 15
Afdeling 3. - Oprichting van de beoordelingscommissie topsportinfrastructuur en bepaling van de beoordelingscriteria
Art. 16-17
Afdeling 4. - Subsidiebedrag
Art. 18
Afdeling 5. - Subsidiëringsprocedure
Art. 19-20
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling
Art. 21
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Art.2. In dit decreet wordt verstaan onder :
1° sportinfrastructuur: een geheel van onroerende of roerende voorzieningen, bestemd en geschikt voor de beoefening van een of meer sporten of sportdisciplines;
2° Sport Vlaanderen: het agentschap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen";
3° Vlaamse Gemeenschapscommissie: de Vlaamse Gemeenschapscommissie, vermeld in artikel 60, tweede lid, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen.
Art.3. Dit decreet regelt de subsidiëring voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur en de subsidiëring voor de bouw, renovatie of inrichting van topsportinfrastructuur. De subsidies moeten voldoen aan de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk I en deel 12 van hoofdstuk III van verordening (EU) nr. 651/2014.
Een subsidieaanvraag kan ingediend worden ofwel voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur, zoals vermeld in hoofdstuk 2, ofwel voor de bouw, renovatie of inrichting van topsportinfrastructuur, zoals vermeld in hoofdstuk 3.
Een sportinfrastructuur wordt als topsportinfrastructuur beschouwd indien ze het prioritaire gebruik voor topsport beoogt.
Het minimale begrotingskrediet voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur bedraagt 5.000.000 euro (5 miljoen euro). Het minimale begrotingskrediet voor het eerste jaar van een olympiade voor topsportinfrastructuur bedraagt 10.000.000 euro (10 miljoen euro).
HOOFDSTUK 2. - Investeringssubsidies voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
Afdeling 1. - Subsidiedoel en subsidietrekkers
Art.4.Binnen de perken van de begroting en onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, kan de Vlaamse Regering investeringssubsidies verlenen om bovenlokale sportinfrastructuur in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad te bouwen of te renoveren.
[1De investeringssubsidies voor bovenlokale sportinfrastructuur worden toegekend ]1 als tegemoetkoming in de investeringskosten. De Vlaamse Regering bepaalt welke investeringskosten voor subsidiëring in aanmerking komen.
----------
(1)<DVR 2020-12-18/29, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 09-04-2021>
Art.5. Voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur in het Nederlandse taalgebied komen private en publiekrechtelijke rechtspersonen in aanmerking.
Voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad komen de volgende subsidieaanvragers in aanmerking:
1° private en publiekrechtelijke rechtspersonen die wegens hun activiteiten worden beschouwd als uitsluitend behorend tot de Vlaamse Gemeenschap;
2° de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Afdeling 2. - Bovenlokale sportinfrastructuur
Art.6. Om in aanmerking te komen voor een investeringssubsidie als vermeld in artikel 4, moet de sportinfrastructuur bovenlokaal van aard zijn.
De Vlaamse Regering bepaalt de criteria waaraan sportinfrastructuur wordt getoetst om als bovenlokaal te worden beschouwd. De toetsing wordt uitgevoerd door Sport Vlaanderen.
Afdeling 3. - Subsidievoorwaarden
Art.7.§ 1. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, moet aan al de volgende voorwaarden voldaan zijn :
1° de sportinfrastructuurwerken zijn nog niet gestart op het moment van de subsidieaanvraag;
2° de subsidieaanvrager is eigenaar of beschikt over een langdurig zakelijk recht op de grond waarop de sportinfrastructuur wordt gebouwd of gerenoveerd [1 of bewijst met een overeenkomst of met een beslissing van de bevoegde rechtspersoon dat het zakelijk recht zal worden gevestigd uiterlijk op de datum van de aanvang van de werken]1;
3° de sportinfrastructuur wordt opengesteld voor een breed publiek;
4° de subsidieaanvrager garandeert billijke toegangsprijzen voor de gebruikers van de sportinfrastructuur;
5° voor de sportinfrastructuur kunnen de [1 nodige omgevingsvergunningen en voor sportinfrastructuur, gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, de]1 nodige stedenbouwkundige vergunningen [1 en milieuvergunningen]1 bekomen worden;
6° de sportinfrastructuur kan tijdig opgeleverd worden, uiterlijk binnen [1 drie en een half jaar na de uiterlijke datum voor de indiening van de subsidieaanvraag]1;
7° de sportinfrastructuur is financieel haalbaar en financieel duurzaam;
8° de sportinfrastructuur is energetisch duurzaam;
9° de sportinfrastructuurwerken hebben een minimale investeringswaarde aan sportgerelateerde investeringskosten.
[1 10° voor de sportinfrastructuur gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad garandeert de subsidieaanvrager dat de sportinfrastructuur prioritair opengesteld wordt aan Nederlandstalige scholen, aan erkende sportfederaties of erkende organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding, of aan sportclubs, aangesloten bij een erkende sportfederatie of verenigingen, aangesloten bij een erkende organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding.]1
[1 In het eerste lid, 10°, wordt verstaan onder erkende sportfederaties of erkende organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding: de sportfederaties, respectievelijk de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding, die erkend zijn op grond van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiëring van de georganiseerde sportsector.]1
Sport Vlaanderen gaat na of de subsidieaanvraag in aanmerking kan komen voor subsidiëring op basis van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid.
De Vlaamse Regering kan de nadere invulling van de subsidievoorwaarden, vermeld in het eerste lid, bepalen.
De Vlaamse Regering bepaalt voor de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 8°, de minimale norm waaraan de sportinfrastructuur na de sportinfrastructuurwerken moet voldoen.
De Vlaamse Regering bepaalt voor de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 9°, de minimale investeringswaarde aan sportgerelateerde investeringskosten van de sportinfrastructuurwerken.
§ 2. Ingeval tijdens de bouwfase de oplevering, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 6°, niet tijdig kan gebeuren door omstandigheden buiten de wil om van de subsidieaanvrager, deelt de subsidieaanvrager dit onverwijld met een grondige motivering van de vertraging en een voorstel van nieuwe projectplanning mee aan Sport Vlaanderen. Sport Vlaanderen beslist over het al dan niet aanvaarden van het uitstel en over de termijn van uitstel.
----------
(1)<DVR 2020-12-18/29, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-04-2021>
Afdeling 4. - Oprichting van de beoordelingscommissie bovenlokale sportinfrastructuur en bepaling van de beoordelingscriteria
Art.8. De Vlaamse Regering richt de beoordelingscommissie bovenlokale sportinfrastructuur op, bepaalt de samenstelling en de werking ervan, en kan de vergoeding voor de leden van de beoordelingscommissie bepalen.
De beoordelingscommissie stelt een advies op over de selectie en de rangschikking van de subsidieaanvragen en stelt per aanvraagdossier een subsidiebedrag voor.
Art.9.De subsidieaanvragen die aan al de subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 6 en 7, voldoen, worden inhoudelijk beoordeeld door de beoordelingscommissie bovenlokale sportinfrastructuur aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:
1° de mate waarin de sportinfrastructuur tegemoetkomt aan de reële behoefte aan bovenlokale sportinfrastructuur;
2° de mate waarin de sportinfrastructuur een groot aantal mensen bereikt;
3° de mate waarin de sportinfrastructuur via samenwerking wordt gerealiseerd of uitgebaat;
4° de mate waarin de sportinfrastructuur [1 voor iedereen bereikbaar en]1 toegankelijk is;
5° de mate waarin de sportinfrastructuur innovatief is.
De Vlaamse Regering kan de nadere invulling en het gewicht van de beoordelingscriteria bepalen, vermeld in het eerste lid, en bepaalt de wijze waarop de beoordelingscommissie bovenlokale sportinfrastructuur de subsidieaanvragen beoordeelt.
----------
(1)<DVR 2020-12-18/29, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 09-04-2021>
Afdeling 5. - Subsidiebedrag
Art.10.§ 1. De sportinfrastructuur die gerealiseerd wordt, kan voor maximaal 30% van het investeringsbedrag gesubsidieerd worden. De Vlaamse Regering bepaalt het maximale subsidiebedrag en de wijze waarop het toegekende subsidiebedrag wordt berekend. De Vlaamse Regering houdt bij de berekening van de subsidie rekening met de behaalde score die wordt toegekend aan de ingediende projecten.
De Vlaamse Regering kan in een bijzondere regeling voorzien voor het bepalen van het maximale subsidiebedrag voor sportinfrastructuur in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
§ 2. De ingediende [1 subsidieaanvragen voor bovenlokale sportinfrastructuur]1gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad krijgen voor het totaal van de ingediende [1 subsidieaanvragen voor bovenlokale sportinfrastructuur gelegen]1 in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voorrang op de ingediende [1 subsidieaanvragen voor bovenlokale sportinfrastructuur]1gelegen in het Nederlandse taalgebied, tot een maximaal bedrag van 5% van het minimumbedrag zoals vermeld in artikel 3, vierde lid, gedurende een Vlaamse beleidsperiode. De beoordeling gebeurt onderling volgens de beoordelingscriteria vermeld in artikel 9, eerste lid. Indien het maximale bedrag is bereikt, worden de ingediende [1 subsidieaanvragen voor bovenlokale sportinfrastructuur]1 gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad samen met de ingediende[1 subsidieaanvragen voor bovenlokale sportinfrastructuur]1 gelegen in het Nederlandse taalgebied beoordeeld en gerangschikt.
Indien de voorziene middelen in een begrotingsjaar hoger zijn dan het minimale bedrag, vermeld in artikel 3, vierde lid, wordt het maximale bedrag, vermeld in het eerste lid, verhoogd tijdens dat begrotingsjaar met 5% van het bijkomende bedrag dat ingeschreven staat in dat begrotingsjaar.
----------
(1)<DVR 2020-12-18/29, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 09-04-2021>
Afdeling 6. - Subsidiëringsprocedure
Art.11.De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de termijnen voor de subsidieaanvraag en de behandeling ervan. De subsidieaanvragen worden [1 maximaal twee keer per jaar]1 ingediend. [1 De Vlaamse Regering kan beslissen om een tweede indienmoment te organiseren indien het begrotingskrediet voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur minstens 10.000.000 euro (10 miljoen euro) bedraagt. In dat geval wordt per indienmoment minstens het minimale begrotingskrediet voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur van 5.000.000 euro (vijf miljoen euro), vermeld in artikel 3, vierde lid, voorzien.]1
----------
(1)<DVR 2020-06-26/29, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 27-07-2020>
Art.12. De Vlaamse Regering beslist, na het advies van Sport Vlaanderen, over het beantwoorden aan al de subsidievoorwaarden vermeld in artikel 6 en 7, en na het advies van de beoordelingscommissie bovenlokale sportinfrastructuur over de selectie, de rangschikking en het subsidiebedrag.
HOOFDSTUK 3. - Investeringssubsidies voor de bouw, renovatie of inrichting van topsportinfrastructuur in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
Afdeling 1. - Subsidiedoel en subsidietrekkers
Art.13.Binnen de perken van de begroting en onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, kan de Vlaamse Regering investeringssubsidies verlenen voor de bouw, renovatie of inrichting van topsportinfrastructuur in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
De investeringssubsidies voor topsportinfrastructuur worden per olympiade toegekend als tegemoetkoming in de investeringskosten. De Vlaamse Regering bepaalt welke investeringskosten voor subsidiëring in aanmerking komen.
In het tweede lid wordt verstaan onder olympiade: de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de [1 oorspronkelijk geplande]1 Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de [1 oorspronkelijk geplande]1 Olympische Zomerspelen.
----------
(1)<DVR 2020-12-18/29, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 09-04-2021>
Art.14. Voor de subsidiëring van topsportinfrastructuur in het Nederlandse taalgebied komen private en publiekrechtelijke rechtspersonen in aanmerking.
Voor de subsidiëring van topsportinfrastructuur in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad komen de volgende subsidieaanvragers in aanmerking:
1° private en publiekrechtelijke rechtspersonen die wegens hun activiteiten worden beschouwd als uitsluitend behorend tot de Vlaamse Gemeenschap;
2° de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Afdeling 2. - Subsidievoorwaarden
Art.15.§ 1. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, moet aan al de volgende voorwaarden voldaan zijn :
1° de topsportinfrastructuurwerken zijn nog niet gestart op het moment van de subsidieaanvraag;
2° de subsidieaanvrager is eigenaar of beschikt over een langdurig zakelijk recht op de grond waarop de topsportinfrastructuur wordt gebouwd, gerenoveerd of ingericht [1 of bewijst met een overeenkomst of met een beslissing van de bevoegde rechtspersoon dat het zakelijk recht zal worden gevestigd uiterlijk op de datum van de aanvang van de werken]1;
3° voor de topsportinfrastructuur kunnen de [1 nodige omgevingsvergunningen en voor topsportinfrastructuur, gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, de]1 nodige stedenbouwkundige vergunningen [1 en milieuvergunningen]1 bekomen worden ;
4° de topsportinfrastructuur wordt tijdig opgeleverd, uiterlijk binnen [1 drie en een half jaar na de uiterlijke datum voor de indiening]1 van de subsidieaanvraag;
5° de topsportinfrastructuur is financieel haalbaar en financieel duurzaam;
6° de topsportinfrastructuur is prioritair bestemd voor topsportfederaties, waarvan de disciplines toekomstgericht ondersteund worden door het Vlaamse topsportbeleid;
7° de topsportinfrastructuur is energetisch duurzaam.
In het eerste lid, 6°, wordt verstaan onder topsportfederatie: de sportfederatie, vermeld in artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017 betreffende de uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiëring van de georganiseerde sportsector inzake de vaststelling van de voorwaarden om een subsidie te verkrijgen voor de uitvoering van de beleidsfocus topsport.
Sport Vlaanderen gaat na of de subsidieaanvraag in aanmerking kan komen voor subsidiëring op basis van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid.
De Vlaamse Regering kan de nadere invulling van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, bepalen.
De Vlaamse Regering bepaalt voor de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 7°, de minimale norm waaraan de topsportinfrastructuur na de topsportinfrastructuurwerken moet voldoen.
§ 2. Ingeval tijdens de bouwfase de oplevering, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4°, niet tijdig kan gebeuren door omstandigheden buiten de wil om van de subsidieaanvrager, deelt de subsidieaanvrager dit onverwijld met een grondige motivering van de vertraging en een voorstel van nieuwe projectplanning mee aan Sport Vlaanderen. Sport Vlaanderen beslist over het al dan niet aanvaarden van het uitstel en over de termijn van uitstel.
----------
(1)<DVR 2020-12-18/29, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 09-04-2021>
Afdeling 3. - Oprichting van de beoordelingscommissie topsportinfrastructuur en bepaling van de beoordelingscriteria
Art.16. De Vlaamse Regering richt de beoordelingscommissie topsportinfrastructuur op, bepaalt de samenstelling en de werking ervan, en kan de vergoeding voor de leden van de beoordelingscommissie bepalen.
De beoordelingscommissie topsportinfrastructuur stelt een advies op over de selectie en de rangschikking van de subsidieaanvragen en stelt per aanvraagdossier een subsidiebedrag voor.
Art.17. De subsidieaanvragen die aan al de subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 15, voldoen, worden beoordeeld door de beoordelingscommissie topsportinfrastructuur aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:
1° de mate waarin de topsportinfrastructuur tegemoetkomt aan een reële behoefte of de mate waarin de topsportinfrastructuur een meerwaarde biedt voor de Vlaamse topsporters en topsporttalenten of voor het voeren van een integraal Vlaams topsportbeleid;
2° de mate waarin de topsportinfrastructuur prioritair ter beschikking staat van de Vlaamse topsporters en topsporttalenten;
3° de mate waarin de topsportinfrastructuur tegemoetkomt aan de uitbouw van een één-campus-model topsport voor de sport of sportdiscipline in kwestie of aan de uitbouw van een topsportcampus;
4° de mate waarin de topsportinfrastructuur een perspectief biedt voor kwaliteitsontwikkeling en innovatie, met het oog op een optimale topsportomgeving met de grootst mogelijke meerwaarde voor de Vlaamse topsporters en topsporttalenten.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° één-campus-model topsport: de topsportstructuur waarbij leven, trainen en studeren gecentraliseerd worden in één trainingscentrum voor de sporttak in kwestie;
2° topsportcampus: locatie waar een geheel van sporttakken verenigd is, bestemd en geschikt voor de beoefening van topsport;
3° topsporter : de elitesporter die op internationaal vlak tot de top behoort en die zich voorbereidt op en kan deelnemen aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Wereldspelen, Wereldkampioenschappen en Europese Kampioenschappen, de beloftevolle jongere die op internationaal vlak tot de top behoort in de hoogste jeugdcategorie en die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters, of een G-sporter die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters;
4° topsporttalent: het kind dat, de jongere die of de G-sporter die op middellange of lange termijn kan behoren tot de elitesporters.
De Vlaamse Regering kan de nadere invulling van de beoordelingscriteria bepalen en bepaalt het gewicht van de beoordelingscriteria, vermeld in het eerste lid, en de wijze waarop de beoordelingscommissie topsportinfrastructuur de subsidieaanvragen beoordeelt.
Afdeling 4. - Subsidiebedrag
Art.18. De sportinfrastructuur die gerealiseerd wordt, kan voor maximaal 50% van het investeringsbedrag gesubsidieerd worden. De Vlaamse Regering bepaalt het maximale subsidiebedrag en de wijze waarop het toegekende subsidiebedrag wordt berekend.
Afdeling 5. - Subsidiëringsprocedure
Art.19. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de termijnen voor de subsidieaanvraag en de behandeling ervan. De subsidieaanvragen worden eenmalig per olympiade ingediend.
Art.20. De Vlaamse Regering beslist, na het advies van Sport Vlaanderen, over het beantwoorden aan al de subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 15, en, na het advies van de beoordelingscommissie topsportinfrastructuur, over de selectie, de rangschikking en het subsidiebedrag.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling
Art. 21. De Vlaamse Regering bepaalt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding.
(NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 15-08-2017 door BVR 2017-06-16/20, art. 29)