Artikel 1. De militair waarvan de kandidatuur voor de promotie op diploma bedoeld in artikel 116 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht, wordt aanvaard overeenkomstig de artikelen 4, vierde lid, of 9, vierde lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de overgang binnen dezelfde personeelscategorie, de sociale promotie en de promotie op diploma naar een hogere personeelscategorie, heeft recht op een eenmalige vergoeding voor zijn werkelijk opgelopen kosten in het kader van de gevolgde opleiding om het diploma te behalen dat vereist is voor deze promotie.
Voor de toekenning van de vergoeding, komen enkel in aanmerking de inschrijvingskosten voor cursussen en examens en de kosten voor schoolboeken en -materiaal, opgelopen na de datum van aanwerving van de betrokken militair en na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
De militair die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit een opleiding volgt met het oog op het behalen van een diploma bachelor, kan evenwel aanspraak maken op de eenmalige vergoeding,
voor zover zijn kandidatuur voor de promotie op diploma aanvaard wordt zoals bedoeld in het eerste lid.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 APRIL 2014. - Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een vergoeding voor promotie op diploma en tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het geldelijk statuut van de militairen
Titre
24 AVRIL 2014. - ArrĂȘtĂ© royal relatif Ă l'octroi d'une indemnitĂ© pour promotion sur diplĂŽme et modifiant diverses dispositions relatives au statut pĂ©cuniaire des militaires
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Toekenning van een vergoeding vo...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besl...
Afdeling 2. - Wijziging van het koninklijk besl...
Afdeling 3. - Wijziging van het koninklijk besl...
Afdeling 4. - Wijziging van het koninklijk besl...
Afdeling 5. - Wijziging van het koninklijk besl...
Afdeling 6. - Wijziging van het koninklijk besl...
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Octroi d'une indemnité pour la ...
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Section 1re. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal d...
Section 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du ...
Section 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du ...
Section 4. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du ...
Section 5. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du ...
Section 6. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du ...
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Tekst (43)
Texte (43)
HOOFDSTUK 1. - Toekenning van een vergoeding voor de promotie op diploma
CHAPITRE 1er. - Octroi d'une indemnité pour la promotion sur diplÎme
Article 1er. Le militaire dont la candidature pour la promotion sur diplĂŽme visĂ©e Ă l'article 116 de la loi du 28 fĂ©vrier 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armĂ©es, est acceptĂ©e conformĂ©ment aux articles 4, alinĂ©a 4, ou 9, alinĂ©a 4, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 novembre 2013 relatif au passage au sein de la mĂȘme catĂ©gorie de personnel, Ă la promotion sociale et Ă la promotion sur diplĂŽme vers une catĂ©gorie de personnel supĂ©rieure, a droit Ă une indemnitĂ© unique pour les frais rĂ©ellement encourus dans le cadre de la formation suivie pour obtenir le diplĂŽme requis pour cette promotion.
Pour l'octroi de l'indemnitĂ©, seuls sont pris en considĂ©ration les frais d'inscription aux cours et examens, et les frais de livres et de matĂ©riel scolaires, encourus aprĂšs la date de recrutement du militaire et aprĂšs la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Toutefois, le militaire qui, au moment de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, suit une formation en vue de l'obtention d'un diplĂŽme de bachelier, peut prĂ©tendre Ă l'indemnitĂ© unique, pour autant que sa candidature pour la promotion sur diplĂŽme soit agréée comme fixĂ© Ă l'alinĂ©a 1er.
Pour l'octroi de l'indemnitĂ©, seuls sont pris en considĂ©ration les frais d'inscription aux cours et examens, et les frais de livres et de matĂ©riel scolaires, encourus aprĂšs la date de recrutement du militaire et aprĂšs la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Toutefois, le militaire qui, au moment de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, suit une formation en vue de l'obtention d'un diplĂŽme de bachelier, peut prĂ©tendre Ă l'indemnitĂ© unique, pour autant que sa candidature pour la promotion sur diplĂŽme soit agréée comme fixĂ© Ă l'alinĂ©a 1er.
Art. 2. Het bedrag van de vergoeding bedoeld in artikel 1 is beperkt tot 2.000 EUR voor het geheel van de opleiding. Dit bedrag wordt aangepast overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het bedrag stemt overeen met de spilindex 138,01 (basis 1981 = 100).
Art. 2. Le montant de l'indemnité visée à l'article 1er est limité à 2.000 EUR pour la totalité de la formation. Ce montant est adapté conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. Le montant correspond à l'indice-pivot 138,01 (base 1981 = 100).
Art. 3. De vergoeding wordt toegekend aan de militair die voldoet aan de bepaalde voorwaarden op voorlegging van bewijsstukken van betaling.
Art. 3. L'indemnité est octroyée au militaire qui remplit les conditions fixées sur présentation de preuves de paiement.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 17 augustus 1927 ter regeling van den staat en den stand der militaire aalmoezeniers
Section 1re. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 17 aoĂ»t 1927 rĂ©glant l'Ă©tat et la position des aumĂŽniers militaires
Art. 4. In artikel 1ter, § 5, tweede lid, van het koninklijk besluit van 17 augustus 1927 ter regeling van den staat en de stand der militaire aalmoezeniers, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 april 2010, worden de woorden ""in militaire bijstand"," ingevoegd tussen de woorden "in de deelstanden" en de woorden ""in hulpverlening" of "in operationele inzet"".
Art. 4. Dans l'article 1erter, § 5, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 17 aoĂ»t 1927 rĂ©glant l'Ă©tat et la position des aumĂŽniers militaires, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2010, les mots ""en appui militaire"," sont insĂ©rĂ©s entre les mots "dans les sous-positions" et les mots ""en assistance" ou "en engagement opĂ©rationnel"".
Afdeling 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland
Section 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 janvier 1962 fixant le rĂ©gime d'indemnisation applicable aux militaires accomplissant des dĂ©placements de service Ă l'extĂ©rieur du royaume
Art. 5. In artikel 8, § 2bis, eerste lid, van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 2 juli 1996, worden de woorden ""hulpverlening" of "operationele inzet" in de zin van artikel 10, derde en vierde lid, van de wet van 20 mei 1994 betreffende de aanwending van de krijgsmacht, de paraatstelling, alsook betreffende de periodes en de standen waarin de militair zich kan bevinden", vervangen door de woorden ""in militaire bijstand", "in hulpverlening" of "in operationele inzet", bedoeld in artikel 191, het tweede, derde en vijfde lid, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht"".
Art. 5. Dans l'article 8, § 2bis, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 janvier 1962 fixant le rĂ©gime d'indemnisation applicable aux militaires accomplissant des dĂ©placements de service Ă l'extĂ©rieur du royaume, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 2 juillet 1996, les mots ""assistance" ou "engagement opĂ©rationnel" au sens de l'article 10, alinĂ©as 3 et 4, de la loi du 20 mai 1994 relative Ă la mise en oeuvre des forces armĂ©es, Ă la mise en condition ainsi qu'aux pĂ©riodes et positions dans lesquelles le militaire peut se trouver" sont remplacĂ©s par les mots "en appui militaire", "en assistance" ou "en engagement opĂ©rationnel" visĂ©es Ă l'article 191, alinĂ©as 2, 3 et 5, de la loi du 28 fĂ©vrier 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armĂ©es"".
Afdeling 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 26 september 1994 houdende het statuut van de morele consulenten bij de krijgsmacht die tot de niet-confessionele Gemeenschap van België behoren
Section 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 1994 portant statut des conseillers moraux auprĂšs des forces armĂ©es, relevant de la CommunautĂ© non confessionnelle de Belgique
Art. 6. In artikel 12/2, § 5, tweede lid, van het koninklijk besluit van 26 september 1994 houdende het statuut van de morele consulenten bij de krijgsmacht die tot de niet-confessionele Gemeenschap van België behoren, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 april 2010, worden de woorden ""in militaire bijstand"," ingevoegd tussen de woorden "in de deelstanden" en de woorden ""in hulpverlening" of "in operationele inzet"".
Art. 6. Dans l'article 12/2, § 5, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 1994 portant statut des conseillers moraux auprĂšs des forces armĂ©es, relevant de la CommunautĂ© non confessionnelle de Belgique, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2010, les mots ""en appui militaire"," sont insĂ©rĂ©s entre les mots "dans les sous-positions" et les mots ""en assistance" ou "en engagement opĂ©rationnel"".
Afdeling 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 6 december 2001 betreffende het verlenen van geldelijke voordelen aan sommige militairen die een paramedische functie uitoefenen
Section 4. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 6 dĂ©cembre 2001 accordant des avantages pĂ©cuniaires Ă certains militaires exerçant une fonction paramĂ©dicale
Art. 7. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 6 december 2001 betreffende het verlenen van geldelijke voordelen aan sommige militairen die een paramedische functie uitoefenen, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 januari 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 september 2010, wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 6 dĂ©cembre 2001 accordant des avantages pĂ©cuniaires Ă certains militaires exerçant une fonction paramĂ©dicale, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 20 janvier 2005 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 30 septembre 2010, est abrogĂ©.
Art. 8. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "De in artikel 2 en 3 bedoelde weddecomplementen" vervangen door de woorden "Het in artikel 3 bedoelde weddecomplement";
2° het tweede lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 december 2003, wordt vervangen als volgt :
"Het weddecomplement bedoeld in artikel 3 wordt tegelijk met de wedden en in dezelfde mate als deze uitbetaald. Het weddecomplement wordt in aanmerking genomen voor de toekenning van de haard- of standplaatstoelage en is onderworpen aan dezelfde inhoudingen als de wedde.".
1° in het eerste lid worden de woorden "De in artikel 2 en 3 bedoelde weddecomplementen" vervangen door de woorden "Het in artikel 3 bedoelde weddecomplement";
2° het tweede lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 december 2003, wordt vervangen als volgt :
"Het weddecomplement bedoeld in artikel 3 wordt tegelijk met de wedden en in dezelfde mate als deze uitbetaald. Het weddecomplement wordt in aanmerking genomen voor de toekenning van de haard- of standplaatstoelage en is onderworpen aan dezelfde inhoudingen als de wedde.".
Art. 8. A l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Les compléments de traitement visés aux articles 2 et 3" sont remplacés par les mots "Le complément de traitement visé à l'article 3";
2° l'alinĂ©a 2, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 3 dĂ©cembre 2003, est remplacĂ© par ce qui suit :
"Le complĂ©ment de traitement visĂ© Ă l'article 3 est payĂ© en mĂȘme temps que le traitement, et dans la mĂȘme mesure que celui-ci. Le complĂ©ment de traitement est pris en considĂ©ration pour l'octroi de l'allocation de foyer ou de rĂ©sidence, et est soumis aux mĂȘmes retenues que le traitement.".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Les compléments de traitement visés aux articles 2 et 3" sont remplacés par les mots "Le complément de traitement visé à l'article 3";
2° l'alinĂ©a 2, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 3 dĂ©cembre 2003, est remplacĂ© par ce qui suit :
"Le complĂ©ment de traitement visĂ© Ă l'article 3 est payĂ© en mĂȘme temps que le traitement, et dans la mĂȘme mesure que celui-ci. Le complĂ©ment de traitement est pris en considĂ©ration pour l'octroi de l'allocation de foyer ou de rĂ©sidence, et est soumis aux mĂȘmes retenues que le traitement.".
Afdeling 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier
Section 5. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 relatif au statut pĂ©cuniaire des militaires de tous rangs et au rĂ©gime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier
Art. 9. In artikel 1, § 6, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier, wordt het tweede lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 16 februari 2006, opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 1er, § 6, de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 relatif au statut pĂ©cuniaire des militaires de tous rangs et au rĂ©gime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, l'alinĂ©a 2, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 16 fĂ©vrier 2006, est abrogĂ©.
Art. 10. In artikel 7 van hetzelfde besluit, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt :
" § 2. Een toelage wordt toegekend aan de kandidaat-militair, ten belope van het verschil tussen de wedde verbonden aan de graad waarin hij aangesteld is en de wedde, in zijn toekomstige baremische categorie, van :
1° kapitein, indien hij kandidaat officier is van de laterale werving;
2° onderluitenant indien hij kandidaat-officier is :
a) hetzij van de bijzondere werving;
b) hetzij gesproten uit de promotie op diploma;
3° sergeant, indien hij kandidaat-onderofficier van niveau B is :
a) hetzij van de bijzondere werving;
b) hetzij van de normale werving, na het behalen van het vereiste diploma;
c) hetzij gesproten uit de promotie op diploma, indien hij voordien vrijwilliger was.
De kandidaat-onderofficier van niveau B, gesproten uit de promotie op diploma, ontvangt een toelage waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen de wedde die hij zou ontvangen indien hij tot het niveau B zou behoren en zijn wedde van onderofficier van niveau C. ".
" § 2. Een toelage wordt toegekend aan de kandidaat-militair, ten belope van het verschil tussen de wedde verbonden aan de graad waarin hij aangesteld is en de wedde, in zijn toekomstige baremische categorie, van :
1° kapitein, indien hij kandidaat officier is van de laterale werving;
2° onderluitenant indien hij kandidaat-officier is :
a) hetzij van de bijzondere werving;
b) hetzij gesproten uit de promotie op diploma;
3° sergeant, indien hij kandidaat-onderofficier van niveau B is :
a) hetzij van de bijzondere werving;
b) hetzij van de normale werving, na het behalen van het vereiste diploma;
c) hetzij gesproten uit de promotie op diploma, indien hij voordien vrijwilliger was.
De kandidaat-onderofficier van niveau B, gesproten uit de promotie op diploma, ontvangt een toelage waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen de wedde die hij zou ontvangen indien hij tot het niveau B zou behoren en zijn wedde van onderofficier van niveau C. ".
Art. 10. Dans l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 2. Une allocation est octroyée au candidat militaire à concurrence de la différence entre le traitement lié au grade auquel il est commissionné et le traitement, dans sa future catégorie barémique, de :
1° capitaine, s'il est candidat officier du recrutement latéral;
2° sous-lieutenant, s'il est candidat officier :
a) soit du recrutement spécial;
b) soit issu de la promotion sur diplĂŽme;
3° sergent, s'il est candidat sous-officier du niveau B :
a) soit du recrutement spécial;
b) soit du recrutement normal, aprÚs l'obtention du diplÎme exigé;
c) soit issu de la promotion sur diplÎme, s'il était volontaire auparavant.
Le candidat sous-officier du niveau B, issu de la promotion sur diplÎme, perçoit une allocation dont le montant est égal à la différence entre le traitement qu'il percevrait s'il appartenait au niveau B et son traitement de sous-officier du niveau C.".
" § 2. Une allocation est octroyée au candidat militaire à concurrence de la différence entre le traitement lié au grade auquel il est commissionné et le traitement, dans sa future catégorie barémique, de :
1° capitaine, s'il est candidat officier du recrutement latéral;
2° sous-lieutenant, s'il est candidat officier :
a) soit du recrutement spécial;
b) soit issu de la promotion sur diplĂŽme;
3° sergent, s'il est candidat sous-officier du niveau B :
a) soit du recrutement spécial;
b) soit du recrutement normal, aprÚs l'obtention du diplÎme exigé;
c) soit issu de la promotion sur diplÎme, s'il était volontaire auparavant.
Le candidat sous-officier du niveau B, issu de la promotion sur diplÎme, perçoit une allocation dont le montant est égal à la différence entre le traitement qu'il percevrait s'il appartenait au niveau B et son traitement de sous-officier du niveau C.".
Art. 11. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 2°, worden de bepalingen onder a) en b) vervangen als volgt :
"a) het totaal van de werkelijke dienst die hij heeft volbracht als lid van de krijgsmacht in een graad van officier van :
(1) niveau A vanaf de leeftijd van 24 jaar;
(2) niveau B vanaf de leeftijd van 23 jaar;
b) twee derde van de werkelijke dienst die hij heeft volbracht als lid van de krijgsmacht beneden de officiersrang van :
(1) niveau A vanaf de leeftijd van 24 jaar;
(2) niveau B vanaf de leeftijd van 23 jaar;";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Voor de toepassing van dit artikel worden de tussentijdse verhogingen van de officier van niveau B bedoeld in artikel 247, tweede lid, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht, bepaald zoals voor de officier van niveau A.".
1° in het eerste lid, 2°, worden de bepalingen onder a) en b) vervangen als volgt :
"a) het totaal van de werkelijke dienst die hij heeft volbracht als lid van de krijgsmacht in een graad van officier van :
(1) niveau A vanaf de leeftijd van 24 jaar;
(2) niveau B vanaf de leeftijd van 23 jaar;
b) twee derde van de werkelijke dienst die hij heeft volbracht als lid van de krijgsmacht beneden de officiersrang van :
(1) niveau A vanaf de leeftijd van 24 jaar;
(2) niveau B vanaf de leeftijd van 23 jaar;";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Voor de toepassing van dit artikel worden de tussentijdse verhogingen van de officier van niveau B bedoeld in artikel 247, tweede lid, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht, bepaald zoals voor de officier van niveau A.".
Art. 11. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinéa 1er, 2°, les a) et b) sont remplacés par ce qui suit :
"a) la totalité des services actifs accomplis comme membre des forces armées dans un grade d'officier du :
(1) niveau A Ă partir de l'Ăąge de 24 ans;
(2) niveau B Ă partir de l'Ăąge de 23 ans;
b) les deux tiers des services actifs accomplis en qualité de membre des forces armées d'un rang au-dessous de celui d'officier du :
(1) niveau A Ă partir de l'Ăąge de 24 ans;
(2) niveau B Ă partir de l'Ăąge de 23 ans;";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Pour l'application du présent article, les augmentations intercalaires des officiers du niveau B visés à l'article 247, alinéa 2, de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées, sont déterminées comme pour un officier du niveau A.".
1° dans l'alinéa 1er, 2°, les a) et b) sont remplacés par ce qui suit :
"a) la totalité des services actifs accomplis comme membre des forces armées dans un grade d'officier du :
(1) niveau A Ă partir de l'Ăąge de 24 ans;
(2) niveau B Ă partir de l'Ăąge de 23 ans;
b) les deux tiers des services actifs accomplis en qualité de membre des forces armées d'un rang au-dessous de celui d'officier du :
(1) niveau A Ă partir de l'Ăąge de 24 ans;
(2) niveau B Ă partir de l'Ăąge de 23 ans;";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Pour l'application du présent article, les augmentations intercalaires des officiers du niveau B visés à l'article 247, alinéa 2, de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées, sont déterminées comme pour un officier du niveau A.".
Art. 12. In artikel 9, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden ""in vorming in een school"" vervangen door de woorden ""in periode van schoolvorming"".
Art. 12. Dans l'article 9, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots ""en formation dans une Ă©cole"" sont remplacĂ©s par les mots ""en pĂ©riode de formation scolaire"".
Art. 13. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"Voor de toekenning van de tussentijdse weddenverhogingen worden ambtshalve aangenomen, op basis van de regelgeving van toepassing op het ogenblik van de aanwerving, de werkelijke diensten die de militair heeft verricht in de diensten, inrichtingen, instellingen en centra, bedoeld in titel II, hoofdstuk II - Geldelijke anciënniteit, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
"De diensten bedoeld in het eerste lid komen in aanmerking voor het toekennen van de tussentijdse weddenverhogingen :
1° voor de vrijwilliger : vanaf de leeftijd van 18 jaar;
2° voor de onderofficier vanaf de leeftijd van :
a) 23 jaar voor de onderofficier van niveau B;
b) 20 jaar voor de onderofficier van niveau C;
3° voor de officier :
a) van niveau A vanaf de leeftijd van 24 jaar voor :
(1) het totaal van de diensten die hij heeft volbracht in het niveau A in de zin van titel II, hoofdstuk II, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 oktober 2013;
(2) twee derde van de diensten die hij heeft volbracht in de niveaus B, C of D, in de zin van titel II, hoofdstuk II, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 oktober 2013;
b) van niveau B vanaf de leeftijd van 23 jaar voor :
(1) het totaal van de diensten die hij heeft volbracht in het niveau A of B in de zin van titel II, hoofdstuk II, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 oktober 2013;
(2) twee derde van de diensten die hij heeft volbracht in de niveaus C of D, in de zin van titel II, hoofdstuk II, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 oktober 2013.".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"Voor de toekenning van de tussentijdse weddenverhogingen worden ambtshalve aangenomen, op basis van de regelgeving van toepassing op het ogenblik van de aanwerving, de werkelijke diensten die de militair heeft verricht in de diensten, inrichtingen, instellingen en centra, bedoeld in titel II, hoofdstuk II - Geldelijke anciënniteit, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
"De diensten bedoeld in het eerste lid komen in aanmerking voor het toekennen van de tussentijdse weddenverhogingen :
1° voor de vrijwilliger : vanaf de leeftijd van 18 jaar;
2° voor de onderofficier vanaf de leeftijd van :
a) 23 jaar voor de onderofficier van niveau B;
b) 20 jaar voor de onderofficier van niveau C;
3° voor de officier :
a) van niveau A vanaf de leeftijd van 24 jaar voor :
(1) het totaal van de diensten die hij heeft volbracht in het niveau A in de zin van titel II, hoofdstuk II, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 oktober 2013;
(2) twee derde van de diensten die hij heeft volbracht in de niveaus B, C of D, in de zin van titel II, hoofdstuk II, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 oktober 2013;
b) van niveau B vanaf de leeftijd van 23 jaar voor :
(1) het totaal van de diensten die hij heeft volbracht in het niveau A of B in de zin van titel II, hoofdstuk II, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 oktober 2013;
(2) twee derde van de diensten die hij heeft volbracht in de niveaus C of D, in de zin van titel II, hoofdstuk II, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 oktober 2013.".
Art. 13. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Pour l'octroi des augmentations intercalaires, les services actifs que le militaire a accomplis dans les services, Ă©tablissements, offices et centres visĂ©s au titre II, chapitre II - De l'anciennetĂ© pĂ©cuniaire, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 relatif Ă la carriĂšre pĂ©cuniaire des membres du personnel de la fonction publique fĂ©dĂ©rale, sont admissibles d'office, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur au moment du recrutement.";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
"Les services visés à l'alinéa 1er entrent en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires :
1° pour le volontaire : à partir de l'ùge de 18 ans;
2° pour le sous-officier à partir de l'ùge de :
a) 23 ans pour le sous-officier du niveau B;
b) 20 ans pour le sous-officier du niveau C;
3° pour l'officier :
a) du niveau A Ă partir de l'Ăąge de 24 ans pour :
(1) la totalitĂ© des services qu'il a accomplis dans le niveau A au sens du titre II, chapitre II, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 prĂ©citĂ©;
(2) les deux tiers des services qu'il a accomplis dans les niveaux B, C ou D, au sens du titre II, chapitre II, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 prĂ©citĂ©;
b) du niveau B Ă partir de l'Ăąge de 23 ans pour :
(1) la totalitĂ© des services qu'il a accomplis dans le niveau A ou B au sens du titre II, chapitre II, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 prĂ©citĂ©;
(2) les deux tiers des services qu'il a accomplis dans les niveaux C ou D, au sens titre II, chapitre II, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 prĂ©citĂ©.".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Pour l'octroi des augmentations intercalaires, les services actifs que le militaire a accomplis dans les services, Ă©tablissements, offices et centres visĂ©s au titre II, chapitre II - De l'anciennetĂ© pĂ©cuniaire, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 relatif Ă la carriĂšre pĂ©cuniaire des membres du personnel de la fonction publique fĂ©dĂ©rale, sont admissibles d'office, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur au moment du recrutement.";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
"Les services visés à l'alinéa 1er entrent en compte pour l'octroi des augmentations intercalaires :
1° pour le volontaire : à partir de l'ùge de 18 ans;
2° pour le sous-officier à partir de l'ùge de :
a) 23 ans pour le sous-officier du niveau B;
b) 20 ans pour le sous-officier du niveau C;
3° pour l'officier :
a) du niveau A Ă partir de l'Ăąge de 24 ans pour :
(1) la totalitĂ© des services qu'il a accomplis dans le niveau A au sens du titre II, chapitre II, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 prĂ©citĂ©;
(2) les deux tiers des services qu'il a accomplis dans les niveaux B, C ou D, au sens du titre II, chapitre II, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 prĂ©citĂ©;
b) du niveau B Ă partir de l'Ăąge de 23 ans pour :
(1) la totalitĂ© des services qu'il a accomplis dans le niveau A ou B au sens du titre II, chapitre II, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 prĂ©citĂ©;
(2) les deux tiers des services qu'il a accomplis dans les niveaux C ou D, au sens titre II, chapitre II, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 prĂ©citĂ©.".
Art. 14. In hetzelfde besluit worden de artikelen 10bis en 10ter ingevoegd, luidende :
"Art. 10bis. De diensten bedoeld in titel II, hoofdstuk II, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 oktober 2013, worden aangenomen voor de toekenning van de tussentijdse weddenverhogingen wanneer ze worden erkend, op basis van de regelgeving van toepassing op het ogenblik van de aanwerving, door de minister van Landsverdediging na advies van de directeur-generaal human resources of van de overheid die hij aanwijst, als beroepservaring die bijzonder nuttig is voor de uitoefening van de functie.
De beroepservaring die bijzonder nuttig is voor de functie is deze die opgedaan werd voor de datum van aanwerving en die aan de betrokkene een klaarblijkelijk voordeel verschaft wat betreft de competenties voor de uitoefening van de functie.
De militair die de erkenning vraagt van een beroepservaring die bijzonder nuttig is voor de functie levert hiervan de bewijsstukken, waaronder een attest van de werkgever waarbij de beroepservaring werd verworven.
De militair kan een verweerschrift indienen bij de minister van Landsverdediging binnen een periode van 10 werkdagen na de notificatie van de beslissing betreffende de erkenning bedoeld in het eerste lid. De eindbeslissing wordt aan de militair betekend.er.
Art. 10ter. De diensten zijn volledig wanneer zij in het geheel een normale beroepsactiviteit omvatten.
De onvolledige diensten worden pro rata aangenomen, naar verhouding tot volledige diensten.".
"Art. 10bis. De diensten bedoeld in titel II, hoofdstuk II, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 oktober 2013, worden aangenomen voor de toekenning van de tussentijdse weddenverhogingen wanneer ze worden erkend, op basis van de regelgeving van toepassing op het ogenblik van de aanwerving, door de minister van Landsverdediging na advies van de directeur-generaal human resources of van de overheid die hij aanwijst, als beroepservaring die bijzonder nuttig is voor de uitoefening van de functie.
De beroepservaring die bijzonder nuttig is voor de functie is deze die opgedaan werd voor de datum van aanwerving en die aan de betrokkene een klaarblijkelijk voordeel verschaft wat betreft de competenties voor de uitoefening van de functie.
De militair die de erkenning vraagt van een beroepservaring die bijzonder nuttig is voor de functie levert hiervan de bewijsstukken, waaronder een attest van de werkgever waarbij de beroepservaring werd verworven.
De militair kan een verweerschrift indienen bij de minister van Landsverdediging binnen een periode van 10 werkdagen na de notificatie van de beslissing betreffende de erkenning bedoeld in het eerste lid. De eindbeslissing wordt aan de militair betekend.er.
Art. 10ter. De diensten zijn volledig wanneer zij in het geheel een normale beroepsactiviteit omvatten.
De onvolledige diensten worden pro rata aangenomen, naar verhouding tot volledige diensten.".
Art. 14. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont insĂ©rĂ©s les articles 10bis et 10ter rĂ©digĂ© comme suit :
"Art. 10bis. Les services visĂ©s au titre II, chapitre II, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 prĂ©citĂ©, sont admis pour l'octroi des augmentations intercalaires lorsqu'ils sont reconnus, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur au moment du recrutement, par le ministre de la DĂ©fense aprĂšs avis du directeur gĂ©nĂ©ral human resources ou de l'autoritĂ© qu'il dĂ©signe, comme expĂ©rience professionnelle particuliĂšrement utile pour l'exercice de la fonction.
L'expérience professionnelle particuliÚrement utile pour la fonction est celle qui a été acquise avant la date de recrutement et qui assure à celui qui en dispose un avantage manifeste en termes de compétences pour exercer la fonction.
Le militaire qui sollicite la reconnaissance d'une expérience professionnelle particuliÚrement utile pour la fonction en fournit les éléments de preuve, notamment une attestation fournie par l'employeur chez lequel l'expérience professionnelle a été acquise.
Le militaire peut introduire un mémoire auprÚs du ministre de la Défense dans les dix jours ouvrables qui suivent la notification de la décision relative à la reconnaissance visée à l'alinéa 1er. La décision finale est notifiée au militaire.
Art. 10ter. Les services sont complets lorsqu'ils absorbent totalement une activité professionnelle normale.
Les services incomplets sont valorisés au prorata par rapport aux services complets.".
"Art. 10bis. Les services visĂ©s au titre II, chapitre II, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 2013 prĂ©citĂ©, sont admis pour l'octroi des augmentations intercalaires lorsqu'ils sont reconnus, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur au moment du recrutement, par le ministre de la DĂ©fense aprĂšs avis du directeur gĂ©nĂ©ral human resources ou de l'autoritĂ© qu'il dĂ©signe, comme expĂ©rience professionnelle particuliĂšrement utile pour l'exercice de la fonction.
L'expérience professionnelle particuliÚrement utile pour la fonction est celle qui a été acquise avant la date de recrutement et qui assure à celui qui en dispose un avantage manifeste en termes de compétences pour exercer la fonction.
Le militaire qui sollicite la reconnaissance d'une expérience professionnelle particuliÚrement utile pour la fonction en fournit les éléments de preuve, notamment une attestation fournie par l'employeur chez lequel l'expérience professionnelle a été acquise.
Le militaire peut introduire un mémoire auprÚs du ministre de la Défense dans les dix jours ouvrables qui suivent la notification de la décision relative à la reconnaissance visée à l'alinéa 1er. La décision finale est notifiée au militaire.
Art. 10ter. Les services sont complets lorsqu'ils absorbent totalement une activité professionnelle normale.
Les services incomplets sont valorisés au prorata par rapport aux services complets.".
Art. 15. In artikel 11, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "in voorkomend geval bij verschillende werkgevers," ingevoegd tussen de woorden "volle maand bedragen" en de woorden "worden niet meegeteld".
Art. 15. Dans l'article 11, § 2, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "le cas Ă©chĂ©ant auprĂšs de plusieurs employeurs," sont insĂ©rĂ©s entre les mots "tout le mois" et les mots "sont nĂ©gligĂ©s".
Art. 16. In artikel 15, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden ""in vorming in een school"" vervangen door de woorden ""in periode van schoolvorming"".
Art. 16. Dans l'article 15, alinĂ©as 1er et 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots ""en formation dans une Ă©cole"" sont remplacĂ©s par les mots ""en pĂ©riode de formation scolaire"".
Art. 17. In artikel 16, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden "van het medisch technisch korps" vervangen door de woorden "behorend tot de vakrichting "medische technieken"" en de woorden "van dit korps" worden vervangen door de woorden "van deze vakrichting".
Art. 17. Dans l'article 16, alinĂ©a 1er, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "du corps technique mĂ©dical" sont remplacĂ©s par les mots "appartenant Ă la filiĂšre de mĂ©tiers "techniques mĂ©dicales"" et les mots "de ce corps" sont remplacĂ©s par les mots "de cette filiĂšre de mĂ©tiers".
Art. 18. In het opschrift van de titel III en van hoofdstuk III van titel VI van hetzelfde besluit worden de woorden ""in militaire bijstand"," ingevoegd tussen de woorden "in de deelstanden "in intensieve dienst"," en de woorden ""in hulpverlening"".
Art. 18. Dans l'intitulĂ© du titre III et du chapitre III du titre VI du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots ""en appui militaire"," sont insĂ©rĂ©s entre les mots "dans les sous-positions "en service intensif"," et les mots ""en assistance"".
Art. 19. In het opschrift van hoofdstuk II van titel III van hetzelfde besluit, worden de woorden ""in militaire bijstand"," ingevoegd tussen de woorden "in de deelstand" en de woorden ""in hulpverlening"".
Art. 19. Dans l'intitulĂ© du chapitre II du titre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots ""en appui militaire"," sont insĂ©rĂ©s entre les mots "dans les sous-positions" et les mots ""en assistance"".
Art. 20. In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de woorden ""in militaire bijstand"," ingevoegd tussen de woorden "in de deelstanden" en de woorden ""in hulpverlening"".
Art. 20. Dans l'article 22 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots ""en appui militaire"," sont insĂ©rĂ©s entre les mots "dans les sous-positions" et les mots ""en assistance"".
Art. 21. In artikel 23, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) de woorden ""in militaire bijstand"," worden ingevoegd tussen de woorden "in de deelstanden" en de woorden ""in hulpverlening"";
b) het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende :
"3° in de deelstand "in militaire bijstand" : 2.".
a) de woorden ""in militaire bijstand"," worden ingevoegd tussen de woorden "in de deelstanden" en de woorden ""in hulpverlening"";
b) het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende :
"3° in de deelstand "in militaire bijstand" : 2.".
Art. 21. Dans l'article 23, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
a) les mots ""en appui militaire"," sont insérés entre les mots "dans les sous-positions" et les mots ""en assistance"";
b) l'alinéa est complété par un 3°, rédigé comme suit :
"3° dans la sous-position "en appui militaire" : 2.".
a) les mots ""en appui militaire"," sont insérés entre les mots "dans les sous-positions" et les mots ""en assistance"";
b) l'alinéa est complété par un 3°, rédigé comme suit :
"3° dans la sous-position "en appui militaire" : 2.".
Art. 22. In artikel 24 van hetzelfde besluit worden de woorden ""in vorming in een school"" vervangen door de woorden ""in periode van schoolvorming"".
Art. 22. Dans l'article 24 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots ""en formation dans une Ă©cole"" sont remplacĂ©s par les mots ""en pĂ©riode de formation scolaire"".
Art. 23. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de woorden "de deelstanden "in intensieve dienst", " in hulpverlening"" vervangen door de woorden "de deelstanden "in intensieve dienst", "in militaire bijstand", "in hulpverlening"".
Art. 23. Dans l'article 25 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "les sous-position "en service intensif", "en assistance"" sont remplacĂ©s par les mots "les sous-positions "en service intensif", "en appui militaire", "en assistance"".
Art. 24. In artikel 31 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "of 1bis tot 5bis" vervangen door de woorden "1bis tot 5bis, of 1ter";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of 1bis tot 5bis" vervangen door de woorden "1bis tot 5bis, of 1ter".
1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "of 1bis tot 5bis" vervangen door de woorden "1bis tot 5bis, of 1ter";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of 1bis tot 5bis" vervangen door de woorden "1bis tot 5bis, of 1ter".
Art. 24. A l'article 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "ou 1bis à 5bis" sont remplacés par les mots "1bis à 5bis, ou 1ter";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "ou 1bis à 5bis" sont remplacés par les mots "1bis à 5bis, ou 1ter".
1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "ou 1bis à 5bis" sont remplacés par les mots "1bis à 5bis, ou 1ter";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "ou 1bis à 5bis" sont remplacés par les mots "1bis à 5bis, ou 1ter".
Art. 25. In artikel 39, § 4, van hetzelfde besluit worden de woorden "19 van de wet van 14 januari 1975 houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht" vervangen door de woorden "176, § 2, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht".
Art. 25. Dans l'article 39, § 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "19 de la loi du 14 janvier 1975 portant le rĂšglement de discipline des forces armĂ©es" sont remplacĂ©s par les mots "176, § 2, de la loi du 28 fĂ©vrier 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armĂ©es".
Art. 26. In artikel 46 van hetzelfde besluit worden de woorden ""in militaire bijstand"," ingevoegd tussen de woorden "in de deelstand" en de woorden ""in hulpverlening" of "in operationele inzet"".
Art. 26. Dans l'article 46 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots ""en appui militaire"," sont insĂ©rĂ©s entre les mots "dans la sous-position" et les mots ""en assistance" ou "en engagement opĂ©rationnel"".
Art. 27. In titel VI van hetzelfde besluit wordt een artikel 51bis ingevoegd, luidende :
"Art. 51bis. De overheid bedoeld in het artikel 13quater van de wet van 20 mei 1994 betreffende de geldelijke rechten van de militairen, is de directeur-generaal human resources.".
"Art. 51bis. De overheid bedoeld in het artikel 13quater van de wet van 20 mei 1994 betreffende de geldelijke rechten van de militairen, is de directeur-generaal human resources.".
Art. 27. Dans le titre VI du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 51bis rĂ©digĂ© comme suit :
"Art. 51bis. L'autorité visée à l'article 13quater de la loi du 20 mai 1994 relative aux droits pécuniaires des militaires, est le directeur général human resources.".
"Art. 51bis. L'autorité visée à l'article 13quater de la loi du 20 mai 1994 relative aux droits pécuniaires des militaires, est le directeur général human resources.".
Art. 28. In het opschrift van de tabellen 5 en 5bis van de bijlage A bij hetzelfde besluit worden de woorden "van het medisch technisch korps" vervangen door de woorden "behorend tot de vakrichting "medische technieken"".
Art. 28. Dans l'intitulĂ© des tableaux 5 et 5bis de l'annexe A au mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "du corps technique mĂ©dical" sont remplacĂ©s par les mots "appartenant Ă la filiĂšre de mĂ©tiers "techniques mĂ©dicales"".
Art. 29. In de bijlage B bij hetzelfde besluit worden de woorden ""van het medisch technisch korps" vervangen door de woorden "behorend tot de vakrichting "medische technieken"".
Art. 29. Dans l'annexe B du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots ""du corps technique mĂ©dical" sont chaque fois remplacĂ©s par les mots "appartenant Ă la filiĂšre de mĂ©tiers "techniques mĂ©dicales"".
Afdeling 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 3 april 2003 houdende het stelsel der toelagen verschuldigd aan het varend personeel van de krijgsmacht
Section 6. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 avril 2003 relatif au rĂ©gime des allocations dues au personnel navigant des forces armĂ©es
Art. 30. In artikel 7, derde lid, van het koninklijk besluit van 3 april 2003 houdende het stelsel der toelagen verschuldigd aan het varend personeel van de krijgsmacht, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 augustus 2006 en 12 september 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "van het korps van het licht vliegwezen van de luchtmacht en van de marine" worden vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 7bis, tweede lid, van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht";
2° de woorden "artikel 7bis van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht " worden vervangen door de woorden "hetzelfde artikel".
1° de woorden "van het korps van het licht vliegwezen van de luchtmacht en van de marine" worden vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 7bis, tweede lid, van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht";
2° de woorden "artikel 7bis van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht " worden vervangen door de woorden "hetzelfde artikel".
Art. 30. A l'article 7, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 avril 2003 relatif au rĂ©gime des allocations dues au personnel navigant des forces armĂ©es, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 7 aoĂ»t 2006 et 12 septembre 2007, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° les mots "du corps de l'aviation lĂ©gĂšre de la force aĂ©rienne et de la marine" sont remplacĂ©s par les mots " visĂ© Ă l'article 7bis, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armĂ©es";
2° les mots "Ă l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armĂ©es" sont remplacĂ©s par les mots "dans le mĂȘme article".
1° les mots "du corps de l'aviation lĂ©gĂšre de la force aĂ©rienne et de la marine" sont remplacĂ©s par les mots " visĂ© Ă l'article 7bis, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armĂ©es";
2° les mots "Ă l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armĂ©es" sont remplacĂ©s par les mots "dans le mĂȘme article".
Art. 31. In artikel 12, § 1, zevende lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 augustus 2006 en 12 september 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "van het korps van het licht vliegwezen van de luchtmacht en van de marine" worden vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 7bis, tweede lid, van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht";
2° de woorden "artikel 7bis van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht" worden vervangen door de woorden "hetzelfde artikel".
1° de woorden "van het korps van het licht vliegwezen van de luchtmacht en van de marine" worden vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 7bis, tweede lid, van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht";
2° de woorden "artikel 7bis van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht" worden vervangen door de woorden "hetzelfde artikel".
Art. 31. A l'article 12, § 1er, alinĂ©a 7, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 7 aoĂ»t 2006 et 12 septembre 2007, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° les mots "du corps de l'aviation lĂ©gĂšre de la force aĂ©rienne et de la marine" sont remplacĂ©s par les mots " visĂ© Ă l'article 7bis, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armĂ©es";
2° les mots "Ă l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armĂ©es" sont remplacĂ©s par les mots "dans le mĂȘme article".
1° les mots "du corps de l'aviation lĂ©gĂšre de la force aĂ©rienne et de la marine" sont remplacĂ©s par les mots " visĂ© Ă l'article 7bis, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armĂ©es";
2° les mots "Ă l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armĂ©es" sont remplacĂ©s par les mots "dans le mĂȘme article".
Art. 32. In de tabellen A en C van de bijlage bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "het korps van het varend personeel van de luchtmacht" worden vervangen door de woorden "de vakrichting inwerkingstelling van luchtwapensystemen";
2° de woorden "van het korps van het licht vliegwezen van de luchtmacht en van de marine" worden vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 7bis, tweede lid van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004";
3° de woorden "in artikel 7bis van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004" worden vervangen door de woorden "in hetzelfde artikel".
1° de woorden "het korps van het varend personeel van de luchtmacht" worden vervangen door de woorden "de vakrichting inwerkingstelling van luchtwapensystemen";
2° de woorden "van het korps van het licht vliegwezen van de luchtmacht en van de marine" worden vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 7bis, tweede lid van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004";
3° de woorden "in artikel 7bis van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004" worden vervangen door de woorden "in hetzelfde artikel".
Art. 32. Dans les tableaux A et C de l'annexe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© royal du 12 septembre 2007, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° les mots "du corps du personnel navigant de la force aérienne" sont remplacés par les mots "la filiÚre de métiers emploi des systÚmes d'arme aériens";
2° les mots "du corps de l'aviation lĂ©gĂšre de la force aĂ©rienne et de la marine" sont remplacĂ©s par les mots "visĂ©s Ă l'article 7bis, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 prĂ©citĂ©";
3° les mots "Ă l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 prĂ©citĂ©" sont remplacĂ©s par les mots "dans le mĂȘme article".
1° les mots "du corps du personnel navigant de la force aérienne" sont remplacés par les mots "la filiÚre de métiers emploi des systÚmes d'arme aériens";
2° les mots "du corps de l'aviation lĂ©gĂšre de la force aĂ©rienne et de la marine" sont remplacĂ©s par les mots "visĂ©s Ă l'article 7bis, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 prĂ©citĂ©";
3° les mots "Ă l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 prĂ©citĂ©" sont remplacĂ©s par les mots "dans le mĂȘme article".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 33. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 31 december 2013.
Art. 33. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 31 dĂ©cembre 2013.
Art. 34. De minister bevoegd voor Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 34. Le ministre qui a la DĂ©fense dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.