17 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 november 2003 betreffende de aanduiding, de uitoefening en de weging van de managementfuncties in de openbare instellingen van de sociale zekerheid.
Art. 1-2
Artikel 1. Aan artikel 8 van het koninklijk besluit van 30 november 2003 betreffende de aanduiding, de uitoefening en de weging van de managementfuncties in de openbare instellingen van de sociale zekerheid, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" § 1. De selectiecommissie wordt samengesteld uit :
1° de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid - of zijn afgevaardigde, voorzitter;
2° één externe expert inzake management;
3° één externe expert inzake human ressources management;
4° één vertegenwoordiger van de representatieve werkgeversorganisaties;
5° één vertegenwoordiger van de representatieve werknemersorganisaties;
6° twee externe experts met ervaring of een bijzondere kennis van de materie die eigen is aan de te begeven functie;
7° twee ambtenaren uit een andere federale overheidsdienst of programmatorische federale overheidsdienst, uit een federaal ministerie, uit een andere openbare instelling van sociale zekerheid dan degene waarvoor een selectieprocedure voor een managementfunctie wordt georganiseerd, uit een federale wetenschappelijke instelling, uit een federale instelling van openbaar nut of uit diensten van de Gewest- of Gemeenschapsregeringen of uit de Colleges van de Gemeenschapscommissies, die functies uitoefenen die minstens gelijkwaardig zijn aan de te begeven managementfunctie;
8° een plaatsvervanger voor elk van de leden vermeld onder 2° tot 7°. Deze worden terzelfder tijd aangesteld als de vast aangestelde leden. "
2° § 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" De taalpariteit wordt verzekerd binnen elk van de categorieën van effectieve en plaatsvervangende leden van de selectiecommissie bedoeld in het eerste lid, 6° en 7°. Het effectief lid bedoeld in het eerste lid, 2° en zijn plaatsvervanger behoren tot een andere taalaanhorigheid dan die van het effectief lid bedoeld in het eerste lid, 3°, en zijn plaatsvervanger. Het effectief lid bedoeld in het eerste lid, 4° en zijn plaatsvervanger behoren tot een andere taalaanhorigheid van die van het effectief lid bedoeld in het eerste lid, 5°, en zijn plaatsvervanger. De taalaanhorigheid van de leden, bedoeld in het eerste lid, 2° tot 6°, en hun plaatsvervangers, wordt bepaald door de taal van het getuigschrift of het diploma dat bewijst dat men geslaagd is voor de studies die in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van de competentie die nodig is voor de opdracht binnen de selectiecommissie. De taalaanhorigheid van de leden, bedoeld in het eerste lid, 7°, en hun plaatsvervangers, wordt bepaald door de taalrol van de ambtenaar of door toepassing van de artikelen 35 tot 41 van de gewone wet van 9 augustus 1980 over de institutionele hervormingen. ";
3° § 1, vijfde lid, wordt vervangen al volgt :
" Indien een managementfunctie uitsluitend vacant wordt verklaard voor kandidaten van één enkele taalrol, of indien er enkel kandidaten van één enkele taalrol overblijven na het onderzoek van de ontvankelijkheid van de kandidaturen door SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid, wordt de selectiecommissie samengesteld door één enkele vertegenwoordiger per categorie van leden bedoeld in het eerste lid, 2° tot 7°. Ze behoren tot dezelfde taalrol of taalaanhorigheid als deze van de kandidaat. De voorzitter van de selectiecommissie, als hij tot die taalrol of tot deze taalaanhorigheid behoort, dient niet te worden bijgestaan door een ambtenaar bedoeld in het vierde lid. ";
4° in § 4, vervallen de woorden " binnen vijftien werkdagen na de deliberatie door de selectiecommissie ".
Art. 2. Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 17 oktober 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Begroting,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Middenstand en Landbouw,
Mevr. S. LARUELLE
De Minister van Pensioenen,
B. TOBBACK
De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN
De Minister van Ambtenarenzaken,
C. DUPONT.