1° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid en de beroepsomscholing -en bijscholing;
2° het decreet : het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaal-economische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités;
3° de vereniging : de vereniging, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet, die een aanvraag tot erkenning indient;
4° de streekplatformen en de subregionale tewerkstellingscomités : de v.z.w.'s streekplatformen en de v.z.w.'s subregionale tewerkstellingscomités die behoren tot het werkingsgebied van de vereniging;
5° (de sociaal-economische raad van de regio : de sociaal-economische raad van de regio, afgekort SERR, die overeenkomstig hoofdstuk III van het decreet binnen de vereniging wordt ingericht;)
6° (het regionale sociaal-economische overlegcomité : het regionale sociaal -economische overlegcomité, afgekort RESOC, dat overeenkomstig hoofdstuk IV van het decreet binnen de vereniging wordt opgericht;)
7° (het erkend regionaal samenwerkingsverband : het regionale samenwerkingsverband, afgekort ERSV, dat door de Vlaamse Regering overeenkomstig hoofdstuk II van het decreet werd erkend;)
8° de regio : de regio, bedoeld in artikel 2, 1°, van het decreet, waarbinnen de vereniging in kwestie opereert;
9° (het Departement : het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie en het Departement Werk en Sociale Economie van de Vlaamse Overheid;)
(10° streekpact : het document als gedefinieerd in artikel 2, 15° van het decreet;)