Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 JUNI 1975. - Verdrag betreffende organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn en hun rol in de sociaal-economische ontwikkeling, aangenomen te Genève op 23 juni 1975 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar zestigste zitting.
Titre
23 JUIN 1975. - Convention concernant les organisations de travailleurs ruraux et leur rôle dans le développement économique et social, adoptée par la conférence à sa soixantième session, Genève, 23 juin 1975.
Documentinformatie
Numac: 2003A15216
Datum: 1975-06-23
Info du document
Numac: 2003A15216
Date: 1975-06-23
Tekst (16)
Texte (16)
Artikel 1. Dit Verdrag is van toepassing op alle soorten organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn, met inbegrip van die organisaties die zich niet tot deze categorie werknemers beperken maar hen vertegenwoordigen.
Article 1. La présente convention s'applique à tous les types d'organisations de travailleurs ruraux, y compris les organisations qui ne se limitent pas à ces travailleurs mais qui les représentent.
Art. 2. 1. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder " personen die in de landbouw werkzaam zijn " alle personen die op het platteland een beroep in de landbouw of een ambacht uitoefenen of andere daarmee vergelijkbare of samenhangende werkzaamheden verrichten, ongeacht of het werknemers zijn, of, behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, personen die voor eigen rekening werkzaam zijn, bijvoorbeeld pachtboeren, deelpachters en kleine zelfstandigen.
2. Dit Verdrag is slechts van toepassing op die pachtboeren, deelpachters of kleine zelfstandigen voor wie de landbouw de voornaamste bron van inkomsten is en die zelf de grond bewerken, alleen met hulp van hun gezin of door zuiver incidenteel een beroep te doen op derden, en die :
a) geen arbeidskrachten duurzaam in dienst hebben, of
b) geen groot aantal seizoenarbeiders in dienst hebben, of
c) hun grond niet laten bebouwen door deelpachters of pachtboeren.
2. Dit Verdrag is slechts van toepassing op die pachtboeren, deelpachters of kleine zelfstandigen voor wie de landbouw de voornaamste bron van inkomsten is en die zelf de grond bewerken, alleen met hulp van hun gezin of door zuiver incidenteel een beroep te doen op derden, en die :
a) geen arbeidskrachten duurzaam in dienst hebben, of
b) geen groot aantal seizoenarbeiders in dienst hebben, of
c) hun grond niet laten bebouwen door deelpachters of pachtboeren.
Art. 2. 1. Aux fins de la présente convention, les termes " travailleurs ruraux " désignent toutes personnes exerçant, dans les régions rurales, une occupation agricole, artisanale ou autre, assimilée ou connexe, qu'il s'agisse de salariés ou, sous réserve du paragraphe 2 du présent article, de personnes travaillant à leur propre compte, par exemple les fermiers, métayers et petits propriétaires exploitants.
2. La présente convention ne s'applique qu'à ceux des fermiers, métayers ou petits propriétaires exploitants dont la principale source de revenu est l'agriculture et qui travaillent la terre eux-mêmes avec la seule aide de leur famille ou en recourant à des tiers à titre purement occasionnel et qui:
a) n'emploient pas de façon permanente de la main-d'oeuvre, ou
b) n'emploient pas une main-d'oeuvre saisonnière nombreuse, ou
c) ne font pas cultiver leurs terres par des métayers ou des fermiers.
2. La présente convention ne s'applique qu'à ceux des fermiers, métayers ou petits propriétaires exploitants dont la principale source de revenu est l'agriculture et qui travaillent la terre eux-mêmes avec la seule aide de leur famille ou en recourant à des tiers à titre purement occasionnel et qui:
a) n'emploient pas de façon permanente de la main-d'oeuvre, ou
b) n'emploient pas une main-d'oeuvre saisonnière nombreuse, ou
c) ne font pas cultiver leurs terres par des métayers ou des fermiers.
Art. 3. 1. Alle categorieën personen die in de landbouw werkzaam zijn, ongeacht of het werknemers zijn of personen die voor eigen rekening werken, hebben het recht om, zonder toestemming vooraf, organisaties naar eigen keuze op te richten alsmede het recht zich bij die organisaties aan te sluiten, slechts op voorwaarde dat zij zich houden aan de statuten van die organisaties.
2. De beginselen van de vrijheid van vakvereniging moeten ten volle worden geëerbiedigd; de organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn, moeten onafhankelijk zijn en dienen op vrijwillige basis te zijn opgericht en mogen niet aan enigerlei inmenging, dwang of aan repressieve maatregelen onderworpen zijn.
3. Het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid door organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn, mag niet onderworpen zijn aan voorwaarden die een inbreuk zouden kunnen betekenen op de toepassing van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel.
4. Bij de uitoefening van de rechten die hun door dit artikel worden toegekend, zijn personen die in de landbouw werkzaam zijn en hun onderscheiden organisaties verplicht om, evenals andere georganiseerde personen of groepen, de nationale wetgeving te eerbiedigen.
5. De nationale wetgeving mag de in dit artikel bedoelde waarborgen niet aantasten en mag niet worden toegepast op een wijze waardoor deze zouden kunnen worden aangetast.
2. De beginselen van de vrijheid van vakvereniging moeten ten volle worden geëerbiedigd; de organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn, moeten onafhankelijk zijn en dienen op vrijwillige basis te zijn opgericht en mogen niet aan enigerlei inmenging, dwang of aan repressieve maatregelen onderworpen zijn.
3. Het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid door organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn, mag niet onderworpen zijn aan voorwaarden die een inbreuk zouden kunnen betekenen op de toepassing van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel.
4. Bij de uitoefening van de rechten die hun door dit artikel worden toegekend, zijn personen die in de landbouw werkzaam zijn en hun onderscheiden organisaties verplicht om, evenals andere georganiseerde personen of groepen, de nationale wetgeving te eerbiedigen.
5. De nationale wetgeving mag de in dit artikel bedoelde waarborgen niet aantasten en mag niet worden toegepast op een wijze waardoor deze zouden kunnen worden aangetast.
Art. 3. 1. Toutes les catégories de travailleurs ruraux, qu'il s'agisse de salariés ou de personnes travaillant à leur propre compte, ont le droit, sans autorisation préalable, de constituer des organisations de leur choix ainsi que celui de s'affilier à ces organisations, à la seule condition de se conformer aux statuts de ces dernières.
2. Les principes de la liberté syndicale devront être respectés pleinement; les organisations de travailleurs ruraux devront être indépendantes et établies sur une base volontaire et ne devront être soumises à aucune ingérence, contrainte ou mesure répressive.
3. L'acquisition de la personnalité juridique par les organisations de travailleurs ruraux ne peut être subordonnée à des conditions de nature à mettre en cause l'application des dispositions des paragraphes 1 et 2 du présent article.
4. Dans l'exercice des droits qui leur sont reconnus par le présent article, les travailleurs ruraux et leurs organisations respectives sont tenus, à l'instar des autres personnes ou collectivités organisées, de respecter la légalité.
5. La législation nationale ne devra porter atteinte ni être appliquée de manière à porter atteinte aux garanties prévues par le présent article.
2. Les principes de la liberté syndicale devront être respectés pleinement; les organisations de travailleurs ruraux devront être indépendantes et établies sur une base volontaire et ne devront être soumises à aucune ingérence, contrainte ou mesure répressive.
3. L'acquisition de la personnalité juridique par les organisations de travailleurs ruraux ne peut être subordonnée à des conditions de nature à mettre en cause l'application des dispositions des paragraphes 1 et 2 du présent article.
4. Dans l'exercice des droits qui leur sont reconnus par le présent article, les travailleurs ruraux et leurs organisations respectives sont tenus, à l'instar des autres personnes ou collectivités organisées, de respecter la légalité.
5. La législation nationale ne devra porter atteinte ni être appliquée de manière à porter atteinte aux garanties prévues par le présent article.
Art. 4. Een van de doelstellingen van het nationale beleid inzake plattelandsontwikkeling dient te zijn dat de vorming en de ontwikkeling, op vrijwillige basis, van krachtige en onafhankelijke organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn, worden bevorderd als een doeltreffend middel om te verzekeren dat deze personen zonder discriminatie in de zin van het Verdrag betreffende discriminatie (beroep en beroepsuitoefening), 1958 deelnemen aan de sociaal-economische ontwikkelingen en de hieruit voortvloeiende voordelen genieten.
Art. 4. L'un des objectifs de la politique nationale de développement rural devra être de faciliter la constitution et le développement, sur une base volontaire, d'organisations de travailleurs ruraux, fortes et indépendantes, comme moyen efficace d'assurer que ces travailleurs, sans discrimination au sens de la convention concernant la discrimination (emploi et profession), 1958, participent au développement économique et social et bénéficient des avantages qui en découlent.
Art. 5. 1. Ten einde de organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn in staat te stellen hun rol bij de sociaal-economische ontwikkeling te spelen, dient ieder Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, een beleid te volgen en toe te passen dat erop is gericht deze organisaties aan te sporen, met name tot het uit de weg ruimen van de hinderpalen die zij ondervinden bij de oprichting en hun verdere ontwikkeling en bij het uitvoeren van hun wettige activiteiten, alsmede tot het uit de weg ruimen van eventueel in de wetten en op bestuurlijk niveau voorkomende discriminatie ten aanzien van die organisaties en hun leden.
2. Ieder Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, dient, rekening houdend met de aan de landbouwsector eigen omstandigheden, te verzekeren dat de nationale wetgeving geen beletsel vormt voor de oprichting en ontwikkeling van organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn.
2. Ieder Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, dient, rekening houdend met de aan de landbouwsector eigen omstandigheden, te verzekeren dat de nationale wetgeving geen beletsel vormt voor de oprichting en ontwikkeling van organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn.
Art. 5. 1. Pour permettre aux organisations de travailleurs ruraux de jouer leur rôle dans le développement économique et social, tout Membre qui ratifie la présente convention devra adopter et appliquer une politique visant à encourager ces organisations, notamment en vue d'éliminer les obstacles qui s'opposent à leur constitution, à leur développement et à l'exercice de leurs activités licites, ainsi que les discriminations d'ordre législatif et administratif dont les organisations de travailleurs ruraux et leurs membres pourraient faire l'objet.
2. Tout Membre qui ratifie la présente convention devra s'assurer que la législation nationale ne fait pas obstacle, compte tenu des conditions propres au secteur rural, à la constitution et au développement d'organisations de travailleurs ruraux.
2. Tout Membre qui ratifie la présente convention devra s'assurer que la législation nationale ne fait pas obstacle, compte tenu des conditions propres au secteur rural, à la constitution et au développement d'organisations de travailleurs ruraux.
Art. 6. Er dienen maatregelen te worden genomen ter bevordering van het grootst mogelijke begrip voor de noodzaak organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn tot ontwikkeling te brengen en voor de bijdrage die zij kunnen leveren aan een verbetering van de werkgelegenheid en van de algemene omstandigheden van werken en leven op het platteland, alsmede aan een vergroting en betere verdeling van het nationale inkomen.
Art. 6. Des mesures devront être prises afin de promouvoir la plus large compréhension possible de la nécessité de développer les organisations de travailleurs ruraux et la contribution qu'elles peuvent apporter à une amélioration des possibilités d'emploi et des conditions générales de travail et de vie dans les régions rurales ainsi qu'à l'accroissement et à une meilleure répartition du revenu national.
Art. 7. De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.
Art. 7. Les ratifications formelles de la présente convention seront communiquées au Directeur général du Bureau international du Travail et par lui enregistrées.
Art. 8. 1. Dit Verdrag is slechts verbindend voor die Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.
2. Het treedt in werking twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
3. Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
2. Het treedt in werking twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
3. Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Art. 8. 1. La présente convention ne liera que les Membres de l'Organisation internationale du Travail dont la ratification aura été enregistrée par le Directeur général.
2. Elle entrera en vigueur douze mois après que les ratifications de deux Membres auront été enregistrées par le Directeur général.
3. Par la suite, cette convention entrera en vigueur pour chaque membre douze mois après la date où sa ratification aura été enregistrée.
2. Elle entrera en vigueur douze mois après que les ratifications de deux Membres auront été enregistrées par le Directeur général.
3. Par la suite, cette convention entrera en vigueur pour chaque membre douze mois après la date où sa ratification aura été enregistrée.
Art. 9. 1. Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na de datum waarop het Verdrag in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar nadat zij is geregistreerd.
2. Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en binnen een jaar na het verloop van de termijn van tien jaren, bedoeld in het vorige lid, geen gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaren onder de voorwaarden voorzien in dit artikel.
2. Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en binnen een jaar na het verloop van de termijn van tien jaren, bedoeld in het vorige lid, geen gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaren onder de voorwaarden voorzien in dit artikel.
Art. 9. 1. Tout Membre ayant ratifié la présente convention peut la dénoncer à l'expiration d'une période de dix années après la date de la mise en vigueur initiale de la convention, par un acte communiqué au Directeur général du Bureau international du Travail et par lui enregistré. La dénonciation ne prendra effet qu'une année après avoir été enregistrée.
2. Tout Membre ayant ratifié la présente convention qui, dans le délai d'une année après l'expiration de la période de dix années mentionnée au paragraphe précédent, ne fera pas usage de la faculté de dénonciation prévue par le présent article sera lié pour une nouvelle période de dix années et, par la suite, pourra dénoncer la présente convention à l'expiration de chaque période de dix années dans les conditions prévues au présent article.
2. Tout Membre ayant ratifié la présente convention qui, dans le délai d'une année après l'expiration de la période de dix années mentionnée au paragraphe précédent, ne fera pas usage de la faculté de dénonciation prévue par le présent article sera lié pour une nouvelle période de dix années et, par la suite, pourra dénoncer la présente convention à l'expiration de chaque période de dix années dans les conditions prévues au présent article.
Art. 10. 1. De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen, die hem door de Leden der Organisatie zijn medegedeeld.
2. Bij kennisgeving aan de Leden der Organisatie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
2. Bij kennisgeving aan de Leden der Organisatie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
Art. 10. 1. Le Directeur général du Bureau international du Travail notifiera à tous les membres de l'Organisation internationale du Travail l'enregistrement de toutes les ratifications et dénonciations qui lui seront communiquées par les Membres de l'Organisation.
2. En notifiant aux Membres de l'Organisation de la deuxième ratification qui lui aura été communiquée, le Directeur général appellera l'attention des Membres de l'Organisation sur la date à laquelle la présente convention entrera en vigueur.
2. En notifiant aux Membres de l'Organisation de la deuxième ratification qui lui aura été communiquée, le Directeur général appellera l'attention des Membres de l'Organisation sur la date à laquelle la présente convention entrera en vigueur.
Art. 11. De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling ter registratie overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen die hij overeenkomstig de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.
Art. 11. Le Directeur général du Bureau international du Travail communiquera au Secrétaire générale des Nations Unies, aux fins d'enregistrement, conformément à l'article 102 de la Charte de Nations Unies, des renseignements complets au sujet de toutes ratifications et de tous actes de dénonciation qu'il aura enregistrés conformément aux articles précédents.
Art. 12. Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht, brengt deze Raad aan de Algemene Conferentie verslag uit inzake de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda der Conferentie te plaatsen.
Art. 12. Chaque fois qu'il le jugera nécessaire, le Conseil d'administration du Bureau international du Travail présentera à la Conférence générale un rapport sur l'application de la présente convention et examinera s'il y a lieu d'inscrire à l'ordre du jour de la Conférence la question de sa révision totale ou partielle.
Art. 13. 1. Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt :
a) bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van het onderhavige Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 9, onder voorbehoud evenwel, dat het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
b) met ingang van de datum waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, het onderhavige Verdrag niet langer door de Leden kan worden bekrachtigd.
2. Het onderhavige Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
a) bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van het onderhavige Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 9, onder voorbehoud evenwel, dat het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
b) met ingang van de datum waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, het onderhavige Verdrag niet langer door de Leden kan worden bekrachtigd.
2. Het onderhavige Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
Art. 13. 1. Au cas où la Conférence adopterait une nouvelle convention portant révision totale ou partielle de la présente convention, et à moins que la nouvelle convention ne dispose autrement:
a) la ratification par un Membre de la nouvelle convention portant révision entraînerait de plein droit, nonobstant l'article 9 ci-dessus, dénonciation immédiate de la présente convention, sous réserve que la nouvelle convention portant révision soit entrée en vigueur;
b) à partir de la date de l'entrée en vigueur de la nouvelle convention portant révision, la présente convention cesserait d'être ouverte à la ratification des Membres.
2. La présente convention demeurerait en tout cas en vigueur dans sa forme et teneur pour les Membres qui l'auraient ratifiée et qui ne ratifieraient pas la convention portant révision.
a) la ratification par un Membre de la nouvelle convention portant révision entraînerait de plein droit, nonobstant l'article 9 ci-dessus, dénonciation immédiate de la présente convention, sous réserve que la nouvelle convention portant révision soit entrée en vigueur;
b) à partir de la date de l'entrée en vigueur de la nouvelle convention portant révision, la présente convention cesserait d'être ouverte à la ratification des Membres.
2. La présente convention demeurerait en tout cas en vigueur dans sa forme et teneur pour les Membres qui l'auraient ratifiée et qui ne ratifieraient pas la convention portant révision.
Art. 14. De Franse en de Engelse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk gezaghebbend.
De voorgaande tekst is de authentieke tekst van het Verdrag, naar behoren aangenomen door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie tijdens haar zestigste zitting, welke werd gehouden te Genève en voor gesloten werd verklaard op de vijfentwintigste juni 1975.
TEN BLIJKE WAARVAN wij onze handtekening hebben geplaatst op de zesentwintigste dag van de maand juni 1975 :
De Voorzitter van de Conferentie,
(w.g.) Blas F. OPLE.
De Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau,
(w.g.) F. BLANCHARD
De voorgaande tekst is de authentieke tekst van het Verdrag, naar behoren aangenomen door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie tijdens haar zestigste zitting, welke werd gehouden te Genève en voor gesloten werd verklaard op de vijfentwintigste juni 1975.
TEN BLIJKE WAARVAN wij onze handtekening hebben geplaatst op de zesentwintigste dag van de maand juni 1975 :
De Voorzitter van de Conferentie,
(w.g.) Blas F. OPLE.
De Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau,
(w.g.) F. BLANCHARD
Art. 14. Les versions française et anglaise du texte de la présente convention font également foi.
Le texte qui précède est le texte authentique de la convention dûment adoptée par la Conférence générale de l'Organisation internationale du Travail dans sa soixantième session qui s'est tenue à Genève et qui a été déclarée close le vingt-cinquième jour de juin 1975.
EN FOI DE QUOI ont apposé leurs signatures, ce vingt-sixième jour de juin 1975:
Le Président de la Conférence,
Blas F. OPLE.
Le Directeur général du Bureau international du Travail,
F. BLANCHARD
Le texte qui précède est le texte authentique de la convention dûment adoptée par la Conférence générale de l'Organisation internationale du Travail dans sa soixantième session qui s'est tenue à Genève et qui a été déclarée close le vingt-cinquième jour de juin 1975.
EN FOI DE QUOI ont apposé leurs signatures, ce vingt-sixième jour de juin 1975:
Le Président de la Conférence,
Blas F. OPLE.
Le Directeur général du Bureau international du Travail,
F. BLANCHARD
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Verdrag nr. 141 betreffende de organisaties van personen die in de landbouw werkzaam zijn en hun rol in de sociaal-economische ontwikkeling, aangenomen te Genève op 23 juni 1975 door de Internationale arbeidsinspectie tijdens haar zestigste zitting.
Art. N. Convention n° 141 concernant les organisations de travailleurs ruraux et leur rôle dans le développement économique et social, adoptée à Genève le 23 juin 1975.
Staten/ Datum Type Datum Datum
Organisaties authentificatie instemming instemming interne
inwerking-
treding
- - - - -
AFGHANISTAN Bekrachtiging 16/05/1979 16/05/1980
BELGIE Bekrachtiging 19/12/2003 19/12/2004
BELIZE Bekrachtiging 22/06/1999 22/06/2000
BRAZILIE 23/06/1975 Bekrachtiging 27/09/1994 27/09/1995
BURKINA FASO Bekrachtiging 25/08/1997 25/08/1998
COSTA RICA 23/06/1975 Bekrachtiging 23/07/1991 23/07/1992
CUBA 23/06/1975 Bekrachtiging 14/04/1977 14/04/1978
CYPRUS 23/06/1975 Bekrachtiging 28/06/1977 28/06/1978
DENEMARKEN 23/06/1975 Bekrachtiging 06/06/1978 06/06/1979
DUITSLAND 23/06/1975 Bekrachtiging 05/12/1978 05/12/1979
ECUADOR 23/06/1975 Bekrachtiging 26/10/1977 26/10/1978
EL SALVADOR 23/06/1975 Bekrachtiging 15/06/1995 15/06/1996
FILIPIJNEN 23/06/1975 Bekrachtiging 18/06/1979 18/06/1980
FINLAND 23/06/1975 Bekrachtiging 14/09/1977 14/09/1978
FRANKRIJK 23/06/1975 Bekrachtiging 10/09/1984 10/09/1985
GRIEKENLAND 23/06/1975 Bekrachtiging 17/10/1989 17/10/1990
GROOT-BRITTANNIE 23/06/1975 Bekrachtiging 15/02/1977 15/02/1978
GUATEMALA 23/06/1975 Bekrachtiging 13/06/1989 13/06/1990
GUYANA 23/06/1975 Bekrachtiging 10/01/1983 10/01/1984
HONGARIJE 23/06/1975 Bekrachtiging 04/01/1994 04/01/1995
INDIA 23/06/1975 Bekrachtiging 18/08/1977 18/08/1978
ISRAEL 23/06/1975 Bekrachtiging 21/06/1979 21/06/1980
ITALIE 23/06/1975 Bekrachtiging 18/10/1979 18/10/1980
KENIA 23/06/1975 Bekrachtiging 09/04/1979 09/04/1980
MALI 23/06/1975 Bekrachtiging 12/06/1995 12/06/1996
MALTA 23/06/1975 Bekrachtiging 09/06/1988 09/06/1989
MEXICO 23/06/1975 Bekrachtiging 28/06/1978 28/06/1979
MOLDOVA Bekrachtiging 04/04/2003 04/04/2004
NEDERLAND 23/06/1975 Bekrachtiging 26/01/1977 26/01/1978
NICARAGUA 23/06/1975 Bekrachtiging 01/10/1981 01/10/1982
NOORWEGEN 23/06/1975 Bekrachtiging 24/11/1976 24/11/1976
OOSTENRIJK 23/06/1975 Bekrachtiging 18/09/1978 18/09/1978
POLEN 23/06/1975 Bekrachtiging 29/11/1991 29/11/1992
SPANJE 23/06/1975 Bekrachtiging 28/04/1978 28/04/1979
URUGUAY 23/06/1975 Bekrachtiging 19/06/1989 19/06/1990
VENEZUELA 23/06/1975 Bekrachtiging 05/07/1983 05/07/1984
ZAMBIA 23/06/1975 Bekrachtiging 04/12/1978 04/12/1979
ZWEDEN 23/06/1975 Bekrachtiging 19/07/1976 24/11/1977
ZWITSERLAND 23/06/1975 Bekrachtiging 23/05/1977 23/05/1978
Organisaties authentificatie instemming instemming interne
inwerking-
treding
- - - - -
AFGHANISTAN Bekrachtiging 16/05/1979 16/05/1980
BELGIE Bekrachtiging 19/12/2003 19/12/2004
BELIZE Bekrachtiging 22/06/1999 22/06/2000
BRAZILIE 23/06/1975 Bekrachtiging 27/09/1994 27/09/1995
BURKINA FASO Bekrachtiging 25/08/1997 25/08/1998
COSTA RICA 23/06/1975 Bekrachtiging 23/07/1991 23/07/1992
CUBA 23/06/1975 Bekrachtiging 14/04/1977 14/04/1978
CYPRUS 23/06/1975 Bekrachtiging 28/06/1977 28/06/1978
DENEMARKEN 23/06/1975 Bekrachtiging 06/06/1978 06/06/1979
DUITSLAND 23/06/1975 Bekrachtiging 05/12/1978 05/12/1979
ECUADOR 23/06/1975 Bekrachtiging 26/10/1977 26/10/1978
EL SALVADOR 23/06/1975 Bekrachtiging 15/06/1995 15/06/1996
FILIPIJNEN 23/06/1975 Bekrachtiging 18/06/1979 18/06/1980
FINLAND 23/06/1975 Bekrachtiging 14/09/1977 14/09/1978
FRANKRIJK 23/06/1975 Bekrachtiging 10/09/1984 10/09/1985
GRIEKENLAND 23/06/1975 Bekrachtiging 17/10/1989 17/10/1990
GROOT-BRITTANNIE 23/06/1975 Bekrachtiging 15/02/1977 15/02/1978
GUATEMALA 23/06/1975 Bekrachtiging 13/06/1989 13/06/1990
GUYANA 23/06/1975 Bekrachtiging 10/01/1983 10/01/1984
HONGARIJE 23/06/1975 Bekrachtiging 04/01/1994 04/01/1995
INDIA 23/06/1975 Bekrachtiging 18/08/1977 18/08/1978
ISRAEL 23/06/1975 Bekrachtiging 21/06/1979 21/06/1980
ITALIE 23/06/1975 Bekrachtiging 18/10/1979 18/10/1980
KENIA 23/06/1975 Bekrachtiging 09/04/1979 09/04/1980
MALI 23/06/1975 Bekrachtiging 12/06/1995 12/06/1996
MALTA 23/06/1975 Bekrachtiging 09/06/1988 09/06/1989
MEXICO 23/06/1975 Bekrachtiging 28/06/1978 28/06/1979
MOLDOVA Bekrachtiging 04/04/2003 04/04/2004
NEDERLAND 23/06/1975 Bekrachtiging 26/01/1977 26/01/1978
NICARAGUA 23/06/1975 Bekrachtiging 01/10/1981 01/10/1982
NOORWEGEN 23/06/1975 Bekrachtiging 24/11/1976 24/11/1976
OOSTENRIJK 23/06/1975 Bekrachtiging 18/09/1978 18/09/1978
POLEN 23/06/1975 Bekrachtiging 29/11/1991 29/11/1992
SPANJE 23/06/1975 Bekrachtiging 28/04/1978 28/04/1979
URUGUAY 23/06/1975 Bekrachtiging 19/06/1989 19/06/1990
VENEZUELA 23/06/1975 Bekrachtiging 05/07/1983 05/07/1984
ZAMBIA 23/06/1975 Bekrachtiging 04/12/1978 04/12/1979
ZWEDEN 23/06/1975 Bekrachtiging 19/07/1976 24/11/1977
ZWITSERLAND 23/06/1975 Bekrachtiging 23/05/1977 23/05/1978
Etats/ Date Type de Date Entree
Organisations authentification consentement consentement vigueur
locale
- - - - -
ALLEMAGNE 23/06/1975 Ratification 05/12/1978 05/12/1978
AUTRICHE 23/06/1975 Ratification 18/09/1978 18/09/1979
AFGHANISTAN Ratification 16/05/1979 16/05/1980
BELGIQUE Ratification 19/12/2003 19/12/2004
BELIZE Ratification 22/06/1999 22/06/2000
BRESIL 23/06/1975 Ratification 27/09/1994 27/09/1995
BURKINA FASO Ratification 25/08/1997 25/08/1998
CHYPRE 23/06/1975 Ratification 28/06/1977 28/06/1978
COSTA-RICA 23/06/1975 Ratification 23/07/1991 23/07/1992
CUBA 23/06/1975 Ratification 14/04/1977 14/04/1978
DANEMARK 23/06/1975 Ratification 06/06/1978 06/06/1979
EL SALVADOR 23/06/1975 Ratification 15/06/1995 15/06/1996
EQUATEUR 23/06/1975 Ratification 26/10/1977 26/10/1978
ESPAGNE 23/06/1975 Ratification 28/04/1978 28/04/1979
FINLANDE 23/06/1975 Ratification 14/09/1977 14/09/1978
FRANCE 23/06/1975 Ratification 10/09/1984 10/09/1985
GRANDE-BRETAGNE 23/06/1975 Ratification 15/02/1977 15/02/1978
GRECE 23/06/1975 Ratification 17/10/1989 17/10/1990
GUATEMALA 23/06/1975 Ratification 13/06/1989 13/06/1990
GUYANE 23/06/1975 Ratification 10/01/1983 10/01/1984
HONGRIE 23/06/1975 Ratification 04/01/1994 04/01/1995
INDE 23/06/1975 Ratification 18/08/1977 18/08/1978
ISRAEL 23/06/1975 Ratification 21/06/1979 21/06/1980
ITALIE 23/06/1975 Ratification 18/10/1979 18/10/1980
KENYA 23/06/1975 Ratification 09/04/1979 09/04/1980
MALI 23/06/1975 Ratification 12/06/1995 12/06/1996
MALTE 23/06/1975 Ratification 09/06/1988 09/06/1989
MEXIQUE 23/06/1975 Ratification 28/06/1978 28/06/1979
MOLDAVIE 23/06/1975 Ratification 04/04/2003 04/04/2004
NICARAGUA 23/06/1975 Ratification 01/10/1981 01/10/1982
NORVEGE 23/06/1975 Ratification 24/11/1976 24/11/1977
PAYS-BAS 23/06/1975 Ratification 26/01/1977 26/01/1978
PHILIPPINES 23/06/1975 Ratification 18/06/1979 18/06/1980
POLOGNE 23/06/1975 Ratification 29/11/1991 29/11/1992
SUEDE 23/06/1975 Ratification 19/07/1976 24/11/1977
SUISSE 23/06/1975 Ratification 23/05/1977 23/05/1978
URUGUAY 23/06/1975 Ratification 19/06/1989 19/06/1990
VENEZUELA 23/06/1975 Ratification 05/07/1983 05/07/1984
ZAMBIE 23/06/1975 Ratification 04/12/1978 04/12/1979
Organisations authentification consentement consentement vigueur
locale
- - - - -
ALLEMAGNE 23/06/1975 Ratification 05/12/1978 05/12/1978
AUTRICHE 23/06/1975 Ratification 18/09/1978 18/09/1979
AFGHANISTAN Ratification 16/05/1979 16/05/1980
BELGIQUE Ratification 19/12/2003 19/12/2004
BELIZE Ratification 22/06/1999 22/06/2000
BRESIL 23/06/1975 Ratification 27/09/1994 27/09/1995
BURKINA FASO Ratification 25/08/1997 25/08/1998
CHYPRE 23/06/1975 Ratification 28/06/1977 28/06/1978
COSTA-RICA 23/06/1975 Ratification 23/07/1991 23/07/1992
CUBA 23/06/1975 Ratification 14/04/1977 14/04/1978
DANEMARK 23/06/1975 Ratification 06/06/1978 06/06/1979
EL SALVADOR 23/06/1975 Ratification 15/06/1995 15/06/1996
EQUATEUR 23/06/1975 Ratification 26/10/1977 26/10/1978
ESPAGNE 23/06/1975 Ratification 28/04/1978 28/04/1979
FINLANDE 23/06/1975 Ratification 14/09/1977 14/09/1978
FRANCE 23/06/1975 Ratification 10/09/1984 10/09/1985
GRANDE-BRETAGNE 23/06/1975 Ratification 15/02/1977 15/02/1978
GRECE 23/06/1975 Ratification 17/10/1989 17/10/1990
GUATEMALA 23/06/1975 Ratification 13/06/1989 13/06/1990
GUYANE 23/06/1975 Ratification 10/01/1983 10/01/1984
HONGRIE 23/06/1975 Ratification 04/01/1994 04/01/1995
INDE 23/06/1975 Ratification 18/08/1977 18/08/1978
ISRAEL 23/06/1975 Ratification 21/06/1979 21/06/1980
ITALIE 23/06/1975 Ratification 18/10/1979 18/10/1980
KENYA 23/06/1975 Ratification 09/04/1979 09/04/1980
MALI 23/06/1975 Ratification 12/06/1995 12/06/1996
MALTE 23/06/1975 Ratification 09/06/1988 09/06/1989
MEXIQUE 23/06/1975 Ratification 28/06/1978 28/06/1979
MOLDAVIE 23/06/1975 Ratification 04/04/2003 04/04/2004
NICARAGUA 23/06/1975 Ratification 01/10/1981 01/10/1982
NORVEGE 23/06/1975 Ratification 24/11/1976 24/11/1977
PAYS-BAS 23/06/1975 Ratification 26/01/1977 26/01/1978
PHILIPPINES 23/06/1975 Ratification 18/06/1979 18/06/1980
POLOGNE 23/06/1975 Ratification 29/11/1991 29/11/1992
SUEDE 23/06/1975 Ratification 19/07/1976 24/11/1977
SUISSE 23/06/1975 Ratification 23/05/1977 23/05/1978
URUGUAY 23/06/1975 Ratification 19/06/1989 19/06/1990
VENEZUELA 23/06/1975 Ratification 05/07/1983 05/07/1984
ZAMBIE 23/06/1975 Ratification 04/12/1978 04/12/1979