Artikel 1. In het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt een artikel (8quater) ingevoegd luidend als volgt :
" Artikel (8quater). § 1. De toepassing van de wet wordt beperkt tot de regeling voor de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit, tot de regeling van de werkloosheid, tot de regeling voor rust- en overlevingspensioenen voor werknemers en tot de kinderbijslagregeling voor werknemers, wat betreft de gelegenheidswerknemers tewerkgesteld bij een werkgever die ressorteert onder het Paritair Comité nr. 302 voor het hotelbedrijf.
In de zin van dit artikel wordt als gelegenheidswerknemer beschouwd, de gelegenheidswerknemer of "extra" zoals bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 13 november 1997 betreffende het bijhouden van een aanwezigheidsregister in ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het Hotelbedrijf ressorteren en tot bepaling van de voorwaarden en nadere regelen volgens welke het aanwezigheidsregister moet gewaarmerkt worden, gedurende maximaal 45 arbeidsdagen per kalenderjaar, voorzover deze werknemer in de loop van dat kwartaal en het daaraan voorafgaand kwartaal geen arbeidsprestaties leverde bij een werkgever ressorterend onder het paritair comité voor het hotelbedrijf in toepassing van de wet van 27 juni 1969, anders dan in de hoedanigheid van gelegenheidswerknemer of dan in de hoedanigheid van student bedoeld in Titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en enkel voorzover deze arbeidsdag samenvalt met één van de vijfenveertig piekdagen die de werkgever aanduidt in het aanwezigheidsregister bedoeld bij hogervermeld koninklijk besluit van 13 november 1997.
Voor toepassing van het vorig lid wordt onder piekdag verstaan de dag die door de werkgever wordt gekwalificeerd als een dag van uitzonderlijke activiteit waarvoor hij beroep dient te doen op bijkomend personeel.
Een ononderbroken arbeidsprestatie als gelegenheidswerknemer die zich spreidt over twee kalenderdagen, wordt slechts als een arbeidsdag en piekdag beschouwd voor de dag waarop de arbeidsprestatie werd aangevat.
De aanduiding in het aanwezigheidsregister, bedoel in het tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2004 vervangen door een geïnformatiseerde registratie waarvan de nadere regelen bepaald worden door de Minister van Sociale Zaken en de Minister van Werkgelegenheid.
§ 2. De werkgever ressorterend onder het paritair comité voor het hotelbedrijf die nagelaten heeft werknemers in te schrijven in de terzake opgelegde sociale documenten, verliest, in het kwartaal waarin de nalatigheid werd vastgesteld en de daaropvolgende kwartalen van hetzelfde kalenderjaar, de mogelijkheid toepassing te maken van § 1. In dit geval worden de bijdragen berekend op de werkelijke lonen.
§ 3. Voor toepassing van de §§ 1 en 2 wordt, met ingang van 1 januari 2004, de werkgever die ressorteert onder het Paritair Comité voor de Uitzendarbeid gelijkgesteld met een werkgever ressorterend onder het Paritair Comité voor het Hotelbedrijf, wanneer de tewerkstelling plaatsheeft bij een gebruiker die ressorteert onder het Paritair Comité voor het Hotelbedrijf. "
Article 1er. Dans l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, il est inséré un article (8quater) rédigé de la manière suivante :
" Article (8quater). § 1er. L'application de la loi est limitée au régime de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité, au régime de chômage, au régime de pensions de retraite et de survie des travailleurs salariés et au régime des allocations familiales pour travailleurs salariés en ce qui concerne les travailleurs occasionnels occupés chez un employeur ressortissant à la Commission paritaire n° 302 de l'industrie hôtelière.
Au sens du présent article est considéré comme travailleur occasionnel, le travailleur occasionnel ou "extra" visé à l'article 1er de l'arrêté royal du 13 novembre 1997 relatif à la tenue d'un registre de présence dans les entreprises qui relèvent de la Commission paritaire de l'industrie hôtelière et déterminant les conditions et les modalités selon lesquelles le registre de présence doit être validé, durant un maximum de 45 jours de travail par année civile, pour autant que ce travailleur, dans le courant du trimestre en cours et du trimestre précédant celui-ci, n'a pas travaillé chez un employeur qui relève de la Commission paritaire de l'industrie hôtelière en étant soumis à l'application de la loi du 27 juin 1969, dans une qualité autre que celle de travailleur occasionnel ou que celle d'étudiant visé au Titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, et pour autant que ce jour de travail (se situent pendant un des quarante-cinq jours) d'intense activité que l'employeur mentionne dans le registre de présence visé dans l'arrêté royal du 13 novembre 1997 précité.
Est considéré, pour l'application de l'alinéa précédent, comme jour d'intense activité, le jour qui est qualifié par l'employeur comme jour d'activité exceptionnelle qui nécessite de faire appel à du personnel supplémentaire.
Une prestation de travail ininterrompue qui se répartit sur deux jours calendriers, n'est considérée comme jour de travail et comme jour d'activité exceptionnelle que (le jour pendant lequel) l'activité a débuté.
L'enregistrement dans le registre de présence visé à l'alinéa 2 est, à partir du 1er janvier 2004 remplacé par un enregistrement informatisé dont le Ministre des Affaires Sociales et le Ministre de l'Emploi définissent les modalités.
§ 2. L'employeur qui relève de la commission paritaire de l'industrie hôtelière qui a omis d'inscrire les travailleurs dans les documents sociaux imposés en la matière, perd, pour le trimestre pendant lequel l'omission est constatée et les trimestres suivants de la même année civile, la possibilité d'appliquer le § 1er. Dans ce cas, les cotisations sont calculées sur les rémunérations réelles.
§ 3. Pour l'application des §§ 1er et 2, l'employeur qui relève de la commission paritaire pour le travail intérimaire, est, à partir du 1er janvier 2004, assimilé à l'employeur qui relève de la Commission paritaire de l'Industrie hôtelière pour autant que l'occupation a lieu auprès d'un utilisateur qui relève de la Commission paritaire de l'Industrie hôtelière. "