Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 MEI 2003. - Koninklijk besluit betreffende gelegenheidsarbeid in de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het Hotelbedrijf ressorteren.
Titre
27 MAI 2003. - Arrêté royal relatif au travail occasionnel dans les entreprises qui relèvent de la Commission paritaire de l'Industrie hôtelière.
Documentinformatie
Numac: 2003012240
Datum: 2003-05-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003012240
Date: 2003-05-27
Moniteur: Voir
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. In het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt een artikel (8quater) ingevoegd luidend als volgt :
  " Artikel (8quater). § 1. De toepassing van de wet wordt beperkt tot de regeling voor de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit, tot de regeling van de werkloosheid, tot de regeling voor rust- en overlevingspensioenen voor werknemers en tot de kinderbijslagregeling voor werknemers, wat betreft de gelegenheidswerknemers tewerkgesteld bij een werkgever die ressorteert onder het Paritair Comité nr. 302 voor het hotelbedrijf.
  In de zin van dit artikel wordt als gelegenheidswerknemer beschouwd, de gelegenheidswerknemer of "extra" zoals bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 13 november 1997 betreffende het bijhouden van een aanwezigheidsregister in ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het Hotelbedrijf ressorteren en tot bepaling van de voorwaarden en nadere regelen volgens welke het aanwezigheidsregister moet gewaarmerkt worden, gedurende maximaal 45 arbeidsdagen per kalenderjaar, voorzover deze werknemer in de loop van dat kwartaal en het daaraan voorafgaand kwartaal geen arbeidsprestaties leverde bij een werkgever ressorterend onder het paritair comité voor het hotelbedrijf in toepassing van de wet van 27 juni 1969, anders dan in de hoedanigheid van gelegenheidswerknemer of dan in de hoedanigheid van student bedoeld in Titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en enkel voorzover deze arbeidsdag samenvalt met één van de vijfenveertig piekdagen die de werkgever aanduidt in het aanwezigheidsregister bedoeld bij hogervermeld koninklijk besluit van 13 november 1997.
  Voor toepassing van het vorig lid wordt onder piekdag verstaan de dag die door de werkgever wordt gekwalificeerd als een dag van uitzonderlijke activiteit waarvoor hij beroep dient te doen op bijkomend personeel.
  Een ononderbroken arbeidsprestatie als gelegenheidswerknemer die zich spreidt over twee kalenderdagen, wordt slechts als een arbeidsdag en piekdag beschouwd voor de dag waarop de arbeidsprestatie werd aangevat.
  De aanduiding in het aanwezigheidsregister, bedoel in het tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2004 vervangen door een geïnformatiseerde registratie waarvan de nadere regelen bepaald worden door de Minister van Sociale Zaken en de Minister van Werkgelegenheid.
  § 2. De werkgever ressorterend onder het paritair comité voor het hotelbedrijf die nagelaten heeft werknemers in te schrijven in de terzake opgelegde sociale documenten, verliest, in het kwartaal waarin de nalatigheid werd vastgesteld en de daaropvolgende kwartalen van hetzelfde kalenderjaar, de mogelijkheid toepassing te maken van § 1. In dit geval worden de bijdragen berekend op de werkelijke lonen.
  § 3. Voor toepassing van de §§ 1 en 2 wordt, met ingang van 1 januari 2004, de werkgever die ressorteert onder het Paritair Comité voor de Uitzendarbeid gelijkgesteld met een werkgever ressorterend onder het Paritair Comité voor het Hotelbedrijf, wanneer de tewerkstelling plaatsheeft bij een gebruiker die ressorteert onder het Paritair Comité voor het Hotelbedrijf. "
Article 1er. Dans l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, il est inséré un article (8quater) rédigé de la manière suivante :
  " Article (8quater). § 1er. L'application de la loi est limitée au régime de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité, au régime de chômage, au régime de pensions de retraite et de survie des travailleurs salariés et au régime des allocations familiales pour travailleurs salariés en ce qui concerne les travailleurs occasionnels occupés chez un employeur ressortissant à la Commission paritaire n° 302 de l'industrie hôtelière.
  Au sens du présent article est considéré comme travailleur occasionnel, le travailleur occasionnel ou "extra" visé à l'article 1er de l'arrêté royal du 13 novembre 1997 relatif à la tenue d'un registre de présence dans les entreprises qui relèvent de la Commission paritaire de l'industrie hôtelière et déterminant les conditions et les modalités selon lesquelles le registre de présence doit être validé, durant un maximum de 45 jours de travail par année civile, pour autant que ce travailleur, dans le courant du trimestre en cours et du trimestre précédant celui-ci, n'a pas travaillé chez un employeur qui relève de la Commission paritaire de l'industrie hôtelière en étant soumis à l'application de la loi du 27 juin 1969, dans une qualité autre que celle de travailleur occasionnel ou que celle d'étudiant visé au Titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, et pour autant que ce jour de travail (se situent pendant un des quarante-cinq jours) d'intense activité que l'employeur mentionne dans le registre de présence visé dans l'arrêté royal du 13 novembre 1997 précité.
  Est considéré, pour l'application de l'alinéa précédent, comme jour d'intense activité, le jour qui est qualifié par l'employeur comme jour d'activité exceptionnelle qui nécessite de faire appel à du personnel supplémentaire.
  Une prestation de travail ininterrompue qui se répartit sur deux jours calendriers, n'est considérée comme jour de travail et comme jour d'activité exceptionnelle que (le jour pendant lequel) l'activité a débuté.
  L'enregistrement dans le registre de présence visé à l'alinéa 2 est, à partir du 1er janvier 2004 remplacé par un enregistrement informatisé dont le Ministre des Affaires Sociales et le Ministre de l'Emploi définissent les modalités.
  § 2. L'employeur qui relève de la commission paritaire de l'industrie hôtelière qui a omis d'inscrire les travailleurs dans les documents sociaux imposés en la matière, perd, pour le trimestre pendant lequel l'omission est constatée et les trimestres suivants de la même année civile, la possibilité d'appliquer le § 1er. Dans ce cas, les cotisations sont calculées sur les rémunérations réelles.
  § 3. Pour l'application des §§ 1er et 2, l'employeur qui relève de la commission paritaire pour le travail intérimaire, est, à partir du 1er janvier 2004, assimilé à l'employeur qui relève de la Commission paritaire de l'Industrie hôtelière pour autant que l'occupation a lieu auprès d'un utilisateur qui relève de la Commission paritaire de l'Industrie hôtelière. "
Art. 2. In hetzelfde koninklijk besluit van 28 november 1969 wordt een artikel 31ter ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 31ter. § 1. De bijdragen verschuldigd voor de gelegenheidswerknemer bedoeld bij artikel (8quater), § 1, worden berekend op een forfaitair dagloon van eenentwintig euro.
  Dit forfaitair dagloon wordt ieder jaar op 1 januari geactualiseerd in het licht van de ontwikkeling van de lonen in de sector van het hotelbedrijf, door Onze Minister van Sociale Zaken.
  § 2. In het geval bedoeld in artikel (8quater, § 2), worden de bijdragen berekend op de werkelijke lonen.
  § 3. Voor toepassing van de vorige paragrafen, wordt, met ingang van 1 januari 2004, de werkgever die ressorteert onder het paritair comité voor de uitzendarbeid gelijkgesteld met een werkgever ressorterend onder het paritair comité voor het hotelbedrijf, wanneer de tewerkstelling plaatsheeft bij een gebruiker die ressorteert onder het Paritair Comité voor het Hotelbedrijf. "
  § 4. De regelgeving vervat in de §§ 1 en 3 en in artikel (8quater) valt onder de toepassing van de de minimis-steun zoals vervat in de Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de de minimis-steun en de eventuele latere wijzigingen van deze verordening.
  Het totaal bedrag van de de minimis-steun die is verleend aan één onderneming mag niet hoger zijn dan 100.000 euro over een periode van drie jaar. De relevante periode van drie jaar is van verschuivende aard, zodat bij elke toepassing van de regeling het totaalbedrag van de de minimis-steun die gedurende de voorgaande drie jaar is verleend, in aanmerking moet worden genomen.
  De toekenning van de regeling vervat in § 1 en 3 en in artikel (8quater) is verbonden aan de voorwaarde dat de onderneming de verbintenis aangaat dat ze het plafond vermeld in de Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de de minimis-steun, niet zal overschrijden.
Art. 2. Dans le même arrêté royal du 28 novembre 1969 il est inséré un article 31ter, rédigé de la manière suivante :
  " Article 31ter. § 1er. Les cotisations dues pour les travailleurs occasionnels visés à l'article (8quater, § 1er), sont calculées sur une rémunération journalière forfaitaire de vingt et un euros.
  Cette rémunération journalière forfaitaire est actualisée chaque année, à la date du 1er janvier en fonction de l'évolution des salaires dans le secteur de l'industrie hôtelière, par Notre Ministre des Affaires sociales.
  § 2. Dans le cas visé à l'article (8quater, § 2), les cotisations sont calculées sur les rémunérations réelles.
  § 3. Pour l'application des §§ précédents, l'employeur qui relève de la commission paritaire pour le travail intérimaire, est, à partir du 1er janvier 2004, assimilé à l'employeur ressortissant à la Commission paritaire de l'industrie hôtelière pour autant que l'occupation a lieu auprès d'un utilisateur ressortissant à la Commission paritaire de l'Industrie hôtelière. "
  § 4. La réglementation contenue aux §§ 1er et 3 et à l'article (8quater) relève de l'application des aides de minimis telles que reprises dans le Règlement (CE) n° 69/2001 de la Commission du 12 janvier 2001 concernant l'application des articles 87 et 88 du traité CE aux aides de minimis, et les éventuelles modifications ultérieures de ce règlement.
  Le montant total des aides de minimis octroyées à une entreprise ne peut excéder 100.000 euro sur une période de trois ans. La période de trois ans prise comme référence peut varier, de sorte qu'à chaque moment d'application de la disposition il y a lieu de prendre en compte le montant total des aides de minimis accordées au cours des trois années précédentes.
  L'octroi de la disposition visée aux §§ 1er et 3 et à l'article (8quater) est (subordonné) à la condition que l'entreprise s'engage à ne pas dépasser le plafond visé au Règlement (CE) n° 69/2001 de la Commission du 12 janvier 2001 concernant l'application des articles 87 et 88 du traité CE aux aides de minimis.
Art. 3. In artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 8 april 1989 tot uitvoering van artikel 38, § 3bis, derde lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 juni 1990, 17 december 1992 en 21 juni 1994 worden tussen de woorden " de gelegenheidsarbeiders beoogd bij artikel 8bis van hetzelfde besluit, " en de woorden " de handarbeiders wier loon " de woorden " de gelegenheidswerknemers beoogd in artikel (8quater) van hetzelfde besluit, " ingevoegd.
Art. 3. Dans l'article 1er, § 1er, de l'arrêté royal du 8 avril 1989 pris en exécution de l'article 38, § 3bis, alinéa 3, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié par les arrêtés royaux du 25 juin 1990, 17 décembre 1992 et 21 juin 1994 les mots " les travailleurs occasionnels visés à l'article (8quater) du même arrêté " sont insérés entre les mots " les travailleurs occasionnels visés à l'article 8bis du même arrêté " et les mots " les travailleurs manuels dont la rémunération ".
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2003 en treedt buiten werking op 1 januari 2005.
  Voor het kalenderjaar 2003 worden de vijfenveertig dagen en de vijfenveertig piekdagen bedoeld in artikel 1, vervangen door vijfentwintig dagen en vijfentwintig piekdagen.
  Tegen uiterlijk 31 oktober 2004 bezorgen het paritair comité voor het Hotelbedrijf en de Nationale Arbeidsraad een evaluatierapport aan de Minister van Werkgelegenheid over dit stelsel van gelegenheidswerk voor de sector van het hotelbedrijf.
Art. 4. Cet arrêté royal entre en vigueur le 1er juillet 2003 et cessera d'être en vigueur le 1er janvier 2005.
  Pour l'année civile 2003 les quarante-cinq jours et quarante-cinq jours d'intense activité visés à l'article 1er, sont remplacés par vingt-cinq jours et vingt-cinq jours d'intense activité.
  Pour le 31 octobre 2004 au plus tard, la commission paritaire de l'industrie hôtelière et le Conseil national du Travail transmettent un rapport d'évaluation sur ce régime de travail occasionnel dans le secteur de l'industrie hôtelière au Ministre de l'Emploi.
Art. 5. Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 27 mei 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Sociale Zaken,
  F. VANDENBROUCKE.
Art. 5. Notre Ministre de l'Emploi et Notre Ministre des Affaires sociales sont chargés de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 27 mai 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre des Affaires sociales,
  F. VANDENBROUCKE.