Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 NOVEMBER 1991. - Koninklijk besluit betreffende de dientsnemingen en wederdienstnemingen van de kandidaat-militairen van het actief kader. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-08-1994 en tekstbijwerking tot 17-12-2024)
Titre
13 NOVEMBRE 1991. - Arrêté royal relatif aux engagements et rengagements des candidats militaires du cadre actif. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-08-1994 et mise à jour au 17-12-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. [1 Dit besluit is toepasselijk op de kandidaat-beroepsmilitairen.
   Voor de toepassing van dit besluit wordt elk van de in het eerste lid bedoelde personen "kandidaat" genoemd.
   Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder "de wet van 28 februari 2007" : de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht.]1

  
Article 1. [1 Le présent arrêté est applicable aux candidats militaire de carrière.
   Pour l'application du présent arrêté, chacune des personnes visées à l'alinéa 1er est dénommée "candidat".
   Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par "la loi du 28 février 2007" : la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées.]1

  
HOOFDSTUK II. - De dienstneming.
CHAPITRE II. - L'engagement.
Art.2. <KB 2006-05-23/32, art. 20, 005; Inwerkingtreding : 01-06-2006> § 1. [1 Gaat een dienstneming aan als kandidaat-militair van het actief kader, de kandidaat bedoeld in artikel 3, 13°, a), van de wet van 28 februari 2007.]1
  § 2. Gaat een nieuwe dienstneming aan als kandidaat-militair van het actief kader, de kandidaat bedoeld in § 1 die :
  1° geheroriënteerd wordt in een andere hoedanigheid;
  2° gereclasseerd wordt in een andere hoedanigheid;
  3° gereïntegreerd wordt in zijn oorspronkelijke hoedanigheid van kandidaat.
  Deze kandidaten gaan een dienstneming aan voor de duur, uitgedrukt in jaren, die nodig is om, naargelang het geval, de nieuwe vorming te volgen of de oorspronkelijke vorming te voleindigen, desgevallend, rekening houdend met de eventuele vrijstelling en het tijdstip waarop die vorming begint of begonnen is.
  
Art.2. <AR 2006-05-23/32, art. 20, 005; En vigueur : 01-06-2006> § 1er. [1 Contracte un engagement comme candidat militaire du cadre actif, le candidat visé à l'article 3, 13°, a), de la loi du 28 février 2007.]1
  § 2. Contracte un nouvel engagement comme candidat militaire du cadre actif, le candidat visé au § 1er qui :
  1° est réorienté dans une autre qualité;
  2° est reclassé dans une autre qualité;
  3° est réintégré dans sa qualité d'origine de candidat.
  Ces candidats contractent un engagement pour la durée, exprimée en années, nécessaire pour, selon le cas, suivre sa nouvelle formation ou pour parfaire sa formation d'origine, le cas échéant, en tenant compte de la dispense éventuelle et du moment auquel cette formation débute ou a débuté.
  
Art.3. [1 De toestemming bedoeld in artikel 21, zesde lid, van de wet van 28 februari 2007, wordt verleend in de vorm van een getuigschrift waarvan het model gevoegd is bij dit besluit.]1
  De kandidaat die zijn woonplaats in het buitenland heeft, legt een stuk voor dat in de plaats treedt van het getuigschrift bedoeld in het eerste lid.
  <NOTA : Dit artikel is - voor wat betreft de kandidaten-aanvullingsvrijwilligers - in werking getreden op 01-11-1991 : KB 1991-11-13/36, art. 5>
  
Art.3. [1 Le consentement visé à l'article 21, alinéa 6, de la loi du 28 février 2007, est donné sous la forme d'un certificat, dont le modèle est annexé au présent arrêté.]1
  Le candidat domicilié à l'étranger présente un document tenant lieu du certificat visé à l'alinéa 1er.
  
  
Art.4. Kan geen dienstneming als kandidaat aangaan :
  1° (opgeheven) <KB 2003-09-11/34, art. 62, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° (opgeheven) <KB 2003-09-11/34, art. 62, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  3° (opgeheven) <KB 2003-09-11/34, art. 62, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (4° de kandidaat-beroepsofficier van de normale of aanvullende werving en de kandidaat-beroepsonderofficier aanvaard in een school voor onderofficieren, die reeds tweemaal tijdens deze vormingen in een vormingsjaar niet geslaagd is, indien hij opnieuw kandidaat is (voor dezelfde vormingscyclus).) <KB 1998-01-30/33, art. 2, 2°, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998> <KB 2003-09-11/34, art. 64, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  <NOTA : Dit artikel is - voor wat betreft de kandidaten-aanvullingsvrijwilligers - in werking getreden op 01-11-1991 : KB 1991-11-13/36, art. 5>
Art.4. Ne peut pas contracter d'engagement comme candidat :
  1° (abrogé) <AR 2003-09-11/34, art. 62, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  2° (abrogé) <AR 2003-09-11/34, art. 62, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  3° (abrogé) <AR 2003-09-11/34, art. 62, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  (4° le candidat officier de carrière du recrutement normal ou complémentaire ou le candidat sous-officier de carrière admis dans une école de sous-officiers, qui a déjà échoué deux fois dans une année de formation au cours de ces formations, s'il est de nouveau candidat (pour le même cycle de formation).) <AR 1998-01-30/33, art. 2, 2°, 003; En vigueur : 01-01-1998> <AR 2003-09-11/34, art. 64, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  
HOOFDSTUK III. - De wederdienstneming.
CHAPITRE III. - Le rengagement.
Art.7. Een wederdienstneming als kandidaat-militair van het actief kader gaat aan :
  1° (opgeheven) <KB 2006-05-23/32, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 01-06-2006>
  2° de kandidaat die zijn vorming niet binnen de gestelde termijn heeft voltooid en aan het eind van zijn lopende dienstneming (of wederdienstneming de toestemming heeft om zijn vorming te voltooien onder de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van [1 7 november 2013]1 betreffende de werving en de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader); <KB 1994-08-11/30, art. 127, 2°, 002; Inwerkingtreding : 15-08-1994>
  3° [1 de kandidaat die de toelating gekregen heeft om een andere vorming te volgen, bij toepassing van artikel 104/1 van de wet van 28 februari 2007;]1
  4° (opgeheven) <KB 2006-05-23/32, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 01-06-2006>
  5° de kandidaat-hulpofficier die deze hoedanigheid verloren heeft om studieredenen of om redenen van (medische ongeschiktheid voor de luchtdienst of van beroepsonbekwaamheid voor de luchtdienst) op voorwaarde dat hij de hoedanigheid van kandidaat-officier of -onderofficier van het actief kader had en hij de toestemming verkregen heeft om zijn vorming in diezelfde hoedanigheid verder te zetten. <KB 1994-08-11/30, art. 127, 3°, 002; Inwerkingtreding : 15-08-1994>
  <NOTA : 1° tot 3° van dit artikel zijn - voor wat betreft de kandidaten-aanvullingsvrijwilligers - in werking getreden op 01-11-1991, KB 1991-11-13/36, art. 5>
  
Art.7. Contracte un rengagement comme candidat militaire du cadre actif ;
  1° (abrogé) <AR 2006-05-23/32, art. 21, 005; En vigueur : 01-06-2006>
  2° le candidat qui n'a pas terminé sa formation dans le délai fixé et a, au terme de l'acte d'engagement (ou de rengagement en cours, l'autorisation de terminer sa formation sous les conditions définies à l'arrêté royal du [1 7 novembre 2013]1 relatif au recrutement et à la formation des candidats militaires du cadre actif); <AR 1994-08-11/30, art. 127, 2°, 002; En vigueur : 15-08-1994>
  3° [1 le candidat qui a reçu l'autorisation de suivre une autre formation, en application de l'article 104/1 de la loi du 28 février 2007;]1
  4° (abrogé) <AR 2006-05-23/32, art. 21, 005; En vigueur : 01-06-2006>
  5° le candidat officier auxiliaire qui a perdu cette qualité pour des motifs d'études ou pour des motifs d' (inaptitude médicale au service aérien ou d'incapacité professionnelle au service aérien), à condition qu'il ait possédé la qualité de candidat officier ou de candidat sous-officier du cadre actif et qu'il soit autorisé à poursuivre sa formation en cette qualité. <AR 1994-08-11/30, art. 127, 3°, 002; En vigueur : 15-08-1994>
  
  
Art.8. § 1. De (...) kandidaat bedoeld in artikel 7, 2° en 5° gaat een wederdienstneming aan de voor een periode, in volle jaren uitgedrukt, die overeenstemt met de nog te volgen vormingsperiode. Deze wederdienstnemingen vangen aan op de dag waarop de lopende dienstneming een einde neemt. <KB 2006-05-23/32, art. 22, 005; Inwerkingtreding : 01-06-2006>
  De kandidaten bedoeld in artikel 7, 3° en 4°, ondertekenen op de dag waarop zij hun vorming aanvatten een akte waarbij zij zich ertoe verbinden in dienst te blijven voor een periode van twee jaar.
  § 2. De wederdienstneming bedoeld in § 1, tweede lid, doet van rechtswege de vroegere dienstneming of wederdienstneming als hulpofficier of als kandidaat naargelang van het geval, op haar datum eindigen.
  § 3. De korpscommandant onder wiens bevel de militair staat of bij wie hij zich aanmeldt op het ogenblik dat hij zijn wederdienstneming aangaat is de autoriteit bevoegd om die akte in ontvangst te nemen.
  § 4. De Minister van [1 Defensie]1 bepaalt het model van de wederdienstnemingsakte die door de militair bedoeld in § 1 moet ondertekend worden.
  § 5. De militait ontvangt een exemplaar van de wederdienstnemingsakte die hij heeft onderschreven;
  
Art.8. § 1er. Le candidat (...) visé à l'article 7, 2° (et 5°) contracte un rengagement pour une période, exprimée en nombre d'années entières, qui correspond à la période de formation qui doit encore être suivie. Ces rengagements prennent effet le jour où l'engagement en cours arrive à terme. <AR 1994-08-11/30, art. 128, 002; En vigueur : 15-08-1994> <AR 2006-05-23/32, art. 22, 005; En vigueur : 01-06-2006>
  Le jour où ils commencent leur formation, les candidats visés à l'article 7, 3° et 4°, signent un acte par lequel ils s'engagent à rester en service pendant une période de deux ans.
  § 2. Le rengagement visé au § 1er, alinéa 2, met fin de plein droit et à sa date, à l'engagement ou au rengagement comme officier auxiliaire ou comme candidat, selon le cas.
  § 3. Le chef de corps sous les ordres duquel le militaire se trouve ou devant lequel il se présente au moment où il souscrit son rengagement est l'autorité compétente pour recevoir cet acte.
  § 4. Le (Ministre de la Défense) détermine le modèle de l'acte de rengagement à signer par les militaires visés au § 1er. <AR 2006-05-23/32, art. 19, 005; En vigueur : 01-06-2006>
  § 5. Le militaire reçoit un exemplaire de l'acte de rengagement qu'il a souscrit.
HOOFDSTUK IV. - De verbreking van de dienstnemingen en wederdienstnemingen.
CHAPITRE IV. - De la résiliation des engagements et rengagements.
Art.9. [1 Behoudens de toepassing van artikel 21/1, 4° en 6°, van de wet van 28 februari 2007, heef het verlies van de hoedanigheid van kandidaat van rechtswege tot gevolg de verbreking van zijn dienstneming of [2 wederdienstneming overeenkomstig]2 artikel 79/1, 2°, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht.]1
  
Art.9. [1 Sous réserve de l'application de l'article 21/1, 4° et 6°, de la loi du 28 février 2007, la perte de la qualité de candidat entraîne de plein droit la résiliation de son l'engagement ou du rengagement, conformément à l'article 79/1, 2°, de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées.]1
  
Art.10. De dienstneming of de wederdienstneming wordt van ambtswege verbroken wanneer hij, naar de uitspraak van de militaire commissie voor geschiktheid en reform of van de militaire commissie van beroep voor geschiktheid en reform, definitief ongeschikt is voor de militaire dienst.
  <NOTA : Dit artikel is voor wat betreft de kandidaten-aanvullingsvrijwilligers - in werking getreden op 01-11-1991 : KB 1991-11-13/36, art. 5>
Art.10. L'engagement ou le rengagement est résilié d'office lorsque suivant le prononcé de la commission militaire d'aptitude et de réforme ou de la commission militaire d'aptitude et de réforme d'appel, il est définitivement inapte pour le service militaire.
  
Art.12. § 1. In de gevallen bedoeld in [3 artikel 79/1, 3°, a) en b), van de wet van 28 februari 2007]3, wordt de beslissing genomen op voorstel van een hiërarchische meerdere met een rang tenminste gelijk aan die van korpscommandant.
  (In het geval bedoeld in artikel 11, 4°, wordt de beslissing genomen door de korpscommandant.) <KB 1994-08-11/30, art. 131, 1°, 002; Inwerkingtreding : 15-08-1994>
  § 2. In het geval bedoeld in [3 artikel 79/1, 3°, c), van de wet van 28 februari 2007]3 maakt elke korpscommandant of hogere hiërarchische overheid een omstandig verslag op waarin zijn opgenomen :
  1° een uiteenzetting van de feiten;
  2° een met redenen omkleed advies over de ernst van de feiten;
  3° een voorstel om de betrokkene voor een onderzoeksraad te doen verschijnen.
  § 3. De reglementaire bepalingen betreffende de onderzoeksraad voor de militairen van de personeelscategorie waarvoor betrokkene kandidaat is, de voorafgaande procedure en de werkwijze van die raad zijn van toepassing op de verbreking van de dienstneming en wederdienstnemingen van de kandidaten, uitgesproken bij toepassing van [3 artikel 79/1, 3°, c), van de wet van 28 februari 2007]3.
  § 4. Wanneer de onderzoeksraad oordeelt dat de feiten ernstig zijn en niet overeen te brengen zijn met de staat van militair, kan de bevoegde overheid de dienstneming of de wederdienstneming van deze laatste verbreken.
  § 5. Wat de kandidaten betreft die niet ten minste twee jaar dienst hebben volbracht, stuurt de korpscommandant van de betrokkene aan de Minister van [1 Defensie]1, langs de hiërarchische weg doch zonder tussenkomst van de onderzoeksraad, een voorstel tot verbreking van ambtswege van de dienstneming of de wederdienstneming dat berust op de beweegredenen opgesomd in [3 artikel 79/1, 3°, c), van de wet van 28 februari 2007]3.
  De korpscommandant stelt betrokkene in kennis van het voorstel vooraleer het wordt ingediend. Deze kan een verweerschrift indienen binnen (de vijf werkdagen) na kennisgeving van het voorstel. Indien hij binnen dezelfde termijn erom verzoekt, wordt hij door de korpscommandant gehoord. <KB 1994-08-11/30, art. 131, 2°, 002; Inwerkingtreding : 15-08-1994>
  [2 § 6. In het geval bedoeld in [3 artikel 79/1, 3°, e), van de wet van 28 februari 2007]3, wordt de maatregel genomen volgens dezelfde regels als deze van toepassing op de beroepsmilitairen van het actief kader.]2
  <NOTA : Dit artikel is - voor wat betreft de kandidaten-aanvullingsvrijwilligers - in werking getreden op 01-11-1991, KB 1991-11-13/36, art. 5>
  
Art.12. § 1er. Dans les cas visés à l'[2 article 79/1, 3°, a) et b), de la loi du 28 février 2007]2, la décision est prise sur la proposition d'un supérieur hiérarchique d'un rang au moins égal à celui de chef de corps.
  (Dans le cas visé à l'article 11, 4°, la décision est prise par le chef de corps.) <AR 1994-08-11/30, art. 131, 1°, 002; En vigueur : 15-08-1994>
  § 2. Dans le cas visé à l'[2 article 79/1, 3°, c), de la loi du 28 février 2007]2 tout chef de corps ou autorité hiérarchique supérieure établit un rapport circonstancié contenant :
  1° un exposé des faits;
  2° un avis motivé sur leur gravité;
  3° une proposition tendant à la comparution de l'intéressé devant un conseil d'enquête.
  § 3. Les dispositions réglementaires relatives au conseil d'enquête pour les militaires de la catégorie de personnel pour laquelle l'intéressé est candidat, à la procédure préalable et au fonctionnement de ce conseil, sont applicables à la résiliation des engagements et rengagements des candidats en application de l'[2 article 79/1, 3°, c), de la loi du 28 février 2007]2.
  § 4. Lorsque le conseil d'enquête est d'avis que les faits sont graves et incompatibles avec l'état de militaire, l'autorité peut résilier l'engagement ou le rengagement de ce dernier.
  § 5. En ce qui concerne les candidats qui n'ont pas accompli deux ans au moins de service, le chef de corps de l'intéressé transmet au (Ministre de la Défense), par la voie hiérarchique mais sans l'intervention du conseil d'enquête, une proposition fondée sur les motifs énoncés à l'[2 article 79/1, 3°, c), de la loi du 28 février 2007]2, en vue de la résiliation d'office de l'engagement ou de rengagement. <AR 2006-05-23/32, art. 19, 005; En vigueur : 01-06-2006>
  Le chef de corps notifie la proposition à l'intéressé avant qu'elle ne soit transmise. Celui-ci peut introduire un recours dans les (cinq jours ouvrables) qui suivent la notification de la proposition. Il est entendu par le chef de corps s'il le demande dans le même délai. <AR 1994-08-11/30, art. 131, 2°, 002; En vigueur : 15-08-1994>
  [1 § 6. Dans le cas visé à l'[2 article 79/1, 3°, e), de la loi du 28 février 2007]2, la mesure est prise selon les mêmes règles que celles applicables aux militaires de carrière du cadre actif.]1
  
  
Art.13. [1 Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 49, § 1, van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de krijgsmacht, wordt de dienstneming of de wederdienstneming van de kandidaat die erom verzoekt, verbroken, tenzij de [3 directeur-generaal human resources]3 oordeelt dat deze verbreking strijdig is met het dienstbelang.]1
  
Art.13. [1 Sous réserve des dispositions de l'article 49, § 1er, de la loi du 13 juillet 1976 relative aux effectifs en officiers et aux statuts du personnel des forces armées, l'engagement ou le rengagement du candidat qui le demande est résilié, sauf si le [2 directeur général human resources]2 estime que cette résiliation est contraire à l'intérêt du service.]1
  
Art.14. <KB 1994-08-11/30, art. 132, 002; Inwerkingtreding : 15-08-1994> De kandidaat bekomt van zijn kropscommandant de verbreking van zijn dienstneming of wederdienstneming indien hij daartoe een schriftelijke aanvraag indient binnen de zes maand volgend op zijn indiensttreding. art. 5>
Art.14. <AR 1994-08-11/30, art. 132, 002; En vigueur : 15-08-1994> Le candidat obtient de son chef de corps la résiliation de son engagement [1 ou rengagement]1 s'il en fait la demande écrite dans les six mois qui suivent son entrée en service.
  
Art.15. [4 In de andere gevallen dan deze bedoeld in de artikelen 12 en 14]4, wordt de verbreking van de dienstneming of van de wederdienstneming uitgesproken :
  1° door de Minister van [1 Defensie]1 indien het om een kandidaat-officier [3 ...]3 gaat;
  2° door de [2 chef Defensie]2 indien het om een [3 kandidaat-onderofficier]3 gaat.
  [3 3° door de directeur-generaal human resources indien het om een kandidaat-vrijwilliger gaat.]3
  <NOTA : 2° van dit 15 is - voor wat betreft de kandidaten-aanvullingsvrijwilligers - in werking getreden op 01-11-1991, KB 1991-11-13/36, art. 5>
  
Art.15. [3 Dans les cas autres que ceux visés aux articles 12 et 14]3, la résiliation de l'engagement ou du rengagement est prononcée :
  1° par le (Ministre de la Défense) lorsqu'il s'agit d'un candidat officier [2 ...]2; <AR 2006-05-23/32, art. 19, 005; En vigueur : 01-06-2006>
  2° par le [1 chef de la Défense]1 lorsqu'il s'agit d'un [2 candidat sous-officier]2. <AR 2006-05-23/32, art. 19, 005; En vigueur : 01-06-2006>
  [2 3° par le directeur général human resources lorsqu'il s'agit d'un candidat volontaire.]2
  
  
Art.16. De verbreking van de dienstneming heeft uitwerking :
  1° indien deze van rechtswege is, van zodra de toestand zich voordoet die ertoe aanleiding geeft;
  2° indien deze van ambtswege is of op verzoek :
  a) de dag volgend na deze van de kennisgeving aan de kandidaat in persoon, behalve wanneer een latere datum expliciet vermeld.
  b) in het geval de kennisgeving niet aan de kandidaat in persoon kan plaats hebben, de derde werkdag na de dag van verzending van de [1 aangetekende zending]1 waarmee betrokkene van de beslissing in kennis werd gesteld, behalve wanneer een latere datum expliciet vermeld wordt.
  (Lid 2 opgeheven) <KB 1994-08-11/30, art. 133, 002; Inwerkingtreding : 15-08-1994>
  <NOTA : Lid 1 van dit artikel is - voor wat betreft de kandidaten-aanvullingsvrijwilligers - in werking getreden op 01-11-1991, KB 1991-11-13/36, art. 5>
  
Art.16. La résiliation de l'engagement produit effet :
  1° si elle intervient de plein droit, dès que la situation qui y donne lieu se produit;
  2° si elle intervient d'office ou à la demande :
  a) le jour qui suit celui de la notification de la décision au candidat en personne, sauf lorsqu'une date ultérieure est explicitement indiquée.
  b) dans le cas où la notification n'a pu être faite au candidat en personne, le troisième jour ouvrable qui suit celui de l'expédition de [1 l'envoi recommandé]1 par laquelle la décision est notifiée à l'intéressé, sauf lorsqu'une date ultérieure est explicitement mentionnée.
  (Alinéa 2 abrogé) <AR 1994-08-11/30, art. 133, 002; En vigueur : 15-08-1994>
  
  
Art.17. § 1. Voor een kandidaat aan wie de verbreking van zijn dienstneming of wederdienstneming ter kennis wordt gebracht en die in behandeling is in een hospitaal ten gevolge van een ongeval of ziekte in dienst opgelopen, wordt de dienstnemings- of wederdienstnemingstermijn verlengd totdat hij het hospitaal verlaat omdat zijn gezondheidstoestand het mogelijk maakt, welke mogelijkheid in voorkomend geval door een militair geneesheer van het actief kader vastgesteld wordt, of omdat hij erom verzoekt.
  § 2. Voor een vrouwelijke kandidaat aan wie de verbreking van de dienstneming od wederdienstneming ter kennis wordt gebracht en die met moederschapsverlof of met verlof wegens borstvoeding is, wordt de dienstnemings- of de wederdienstnemingstermijn verlengd tot op het einde van deze verloven.
  De vrouwelijke militair mag evenwel aan het voordeel van deze bepaling verzaken.
  <NOTA : Dit artikel is - voor wat betreft de kandidaten-aanvullingsvrijwilligers - in werking getreden op 01-11-1991, KB 1991-11-13/36, art. 5>
Art.17. § 1. L'engagement ou le rengagement du candidat auquel une résiliation d'engagement ou de rengagement a été notifiée et qui se trouve en traitement dans un hôpital à la suite d'un accident survenu ou d'une maladie contractée en service, est prorogé jusqu'au moment où il quitte l'hôpital, soit que son état de santé le permette, possibilité qui est le cas échéant constatée par un médecin militaire du cadre actif soit qu'il en fasse la demande.
  § 2. L'engagement ou le rengagement du candidat féminin auquel une résiliation d'engagement ou de rengagement a été notifiée et qui se trouve en congé de maternité ou en congé d'allaitement, est prorogé jusqu'à la fin de ces congés.
  Le militaire féminin peut toutefois renoncer au bénéfice de cette disposition.
  
HOOFDSTUK V. - Opheffings- en eindbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions abrogatoires et finales.
Art.18. Opgeheven worden :
  1°
  2°
  3°
  Onder voorbehoud van de bepalingen van het eerste lid blijven de besluiten bedoeld in § 1, 2° en 3° toepasselijk voor de duur van hun dienstneming of wederdienstneming, op de militairen van het tijdelijk kader :
  1° die na de datum van inwerkingtreding van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader de termijn van hun lopende dienstneming of wederdienstneming beëindigen;
  2° aan wie het is toegestaan om als beroeps- of aanvullingsmilitair een wederdienstneming te ondertekenen ingevolge het koninklijk besluit van 3 juni 1991 betreffende het voorlopig opnemen van de militairen van het tijdelijk kader als beroeps- of aanvullingsmilitair.
Art.18. Sont abrogés.
  1°
  2°
  3°
  Sous réserve des dispositions de l'alinéa 1er, les arrêtés visés au 1er, 2° et 3° restent applicables pour la durée de leur engagement ou rengagement aux militaires du cadre temporaire :
  1° qui, après la date de l'entrée en vigueur de la loi du 21 décembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, terminent le terme de leur engagement ou rengagement en cours;
  2° sont autorisés à signer un rengagement qui en exécution de l'arrêté royal du 3 juin 1991 relatif à l'admission à titre transitoire des militaires du cadre temporaire comme militaire de carrière ou de complément.
Art.19. De bepalingen van artikel 2, eerste lid, 1°, 3° en 4° artikel 3 tot en met 5, artikel 6, § 1, 2°, § 2 en § 3 en artikel 9 tot en met 12 van dit besluit zijn toepasselijk op de leerlingen van de Koninklijke Cadettenschool, voor zover die bepalingen niet onverenigbaar zijn met deze van hun statuut.
Art.19. Les dispositions de l'article 2, alinéa 1er, 1°, 3° et 4°, de l'article 3 à 5, de l'article 6, § 1er, 2°, § 2 et § 3 et de l'article 9 à 12 du présent arrêté sont applicables aux élèves de l'Ecole royale des cadets, pour autant que ces dispositions ne soient pas incompatibles avec celles de leur statut.
Art.20. De Koning bepaalt voor elk van de door dit besluit beoogde categorieën van personeelsleden de dag waarop elk van de bepalingen van dit besluit in werking treedt.
Art.20. Le Roi fixe les dates d'entrée en vigueur de chacune des dispositions du présent arrêté pour chacune des catégories de personnel visées par le présent arrêté.
Art.21. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.21. Notre (Ministre de la Défense) est chargé de l'exécution du présent arrêté. <AR 2006-05-23/32, art. 19, 005; En vigueur : 01-06-2006>
Bijlage.
Annexe.
Art. N. Door een niet ontvoogde minderjarige kandidaat militair van het aktief kader voor te leggen getuigschrift.
Art. N. Certificat à produire par un candidat militaire du cadre actif, mineur non émancipé.