Naar hoofdinhoud

ARR:BM 4041.101

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Gent 📅 2025-10-07 🌐 FR Vonnis

Rechtsgebied

strafrecht

Geciteerde wetgeving

1 augustus 1985, 15 juni 1935, 17 april 1878, 19 maart 2017, 28 december 1950

Volledige tekst

Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 2 In de zaak van het openbaar ministerie tegen: BEKLAAGDE: , RRN geboren van Belgische nationaliteit ingeschreven te geboren beklaagde, bijgestaan door meester , advocaat te TENLASTELEGGINGEN Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek; A afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van constructie zonder of in strijd met een geldige vergunning buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van een constructie, met uitzondering van onderhoudswerken, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van de betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd, (art. 4.1.1., 3°, 6°, 9° en 12°, 4.2.1., 1°, c), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ; art. 5, 1°, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning) te in de periode van 1 januari 2021 tot en met 6 januari 2022, op een niet nader bepaalde datum n amelijk door een nieuwe dakconstructie en nieuwe nutsleidingen te hebben voorzien aan een vakantiechalet , op een perceel gelegen te kadastraal gekend het vakantieverblijf te ( — oppervlakte OOa 50ca). Aangekocht door ieder voor de helft in volle eigendom, bij akte d.d. 28/12/1999, notaris te . Verkopers : Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 3 Ingevolge akte afstand (door ) d.d. 27/01/2000, notaris te werd voor de geheelheid volle eigenaar. B gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van grond voor opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, allerlei materialen, materieel of afval zonder of in strijd met een geldige vergunning buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van een grond voor het opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, of van allerlei materialen, materieel of afval, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van de betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd, namelijk (art. 4.2.1., 5°, a), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ; art. 5, 1°, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning) te in de periode van 1 januari 2021 tot en met 6 januari 2022, n amelijk door een betonmolen, een kruiwagen, ladders, een caravan, een aanhangwagen, balken, een houthaard te hebben geplaatst, op een perceel gelegen te kadastraal gekend is voor de geheelheid volle eigenaar van het vakantieverblijf te — oppervlakte OOa 50ca). Aangekocht door en , ieder voor de helft in volle eigendom, bij akte d.d. 28/12/1999, notaris te Verkopers : . Ingevolge akte afstand (door ) d.d. 27/01/2000, notaris te werd voor de geheelheid volle eigenaar. PROCEDURE De dagvaarding werd op 13 maart 2025 overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid te . Zij vermeldt de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp is van de tenlasteleggingen en identificeert de eigenaar ervan zoals voorgeschreven door de wetgeving inzake hypotheken. De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting. De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal. Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 4 D e rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen. Het openbaar ministerie heeft haar vordering geformuleerd ter zitting. BEOORDELING OP STRAFGEBIED A. De feiten D e beklaagde is samen met de eigenaar van het perceel gelegen te Het perceel is volgens het van kracht zijnde gewestplan gelegen in natuurgebied en in VEN-of IVON-gebied gekend onder de naam ”. Voor het perceel werd een omgevingsvergunning verleend voor het pakken van twintig bomen. Op het perceel is een chalet gelegen. Naar aanleiding van een melding bij de gemeente Denderleeuw dat de chalet verbouwd werd, ging de gemeentelijk omgevingsambtenaar en de politie sedert 28 december 2021 geregeld ter plaatse maar er kon niemand worden aangetroffen. Op basis van een vergelijking van luchtfoto’s 2019 en 2021 kon vastgesteld worden dat de chalet aangepast werd. Bij een plaatsbezoek op 6 januari 2022 kon vastgesteld worden dat de chalet heropgebouwd werd. Meer bepaald werd de chalet opgehoogd met funderingen uit betonblokken die plaatselijk ook werden opgetrokken tot een half stenen wand. De rest van de muren van de chalet werden opgetrokken uit een houten structuur, net als het houten links en rechts overkragende zadeldak. Verschillende raam- en deuropeningen werden voorzien. De chalet werd tevens voorzien van nieuwe water- en electriciteitsleidingen. Voor deze stedenbouwkundige handelingen was er geen omgevingsvergunning gekend. Verder werd vastgesteld dat het terrein rondom de chalet gewoonlijk wordt gebruikt voor het stallen van een gesloten aanhangwagen, materialen (balk, een houthaard,…- en snoeiafval). De verbalisant stelde vast dat deze opslag niet verenigbaar is met de bestemming natuurgebied. Verder op het terrein werd een caravan aangetroffen tussen het groengewas. De bodem onder de caravan was afgedekt met een zwart zeil. Ook hiervoor was geen omgevingsvergunning voorhanden en deze plaatsing kan volgens de verbalisant niet aanvaard worden in een natuurgebied. Op 6 januari 2022 werd de staking van de werken bevolen en overeenkomstig artikel 6.4.4 §1 laatste alinea VCRO op een zichtbare plaats aangebracht. Het bevel tot staken werd bekrachtigd door de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur op 18 januari 2022. Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 5 D e beklaagde werd op 3 februari 2022 verhoord. Hij verklaarde de werken te hebben aangevat eind augustus 2020 en deze hoofdzakelijk alleen te hebben uitgevoerd. Hij zou een regularisatievergunning aanvragen hoewel hij ervan overtuigd was de door hem uitgevoerde werken loutere instandhoudingswerken betroffen. Bij een nacontrole op 30 augustus 2022 werd vastgesteld dat het stakingsbevel werd nageleefd. Rond de constructie werd wel nog steeds gestapeld materiaal aangetroffen en de trekcaravan was ook nog aanwezig. Bijkomend werd vastgesteld dat de toegangsweg gedeeltelijk werd opgevuld met steenpuin (ongeveer 25 meter) waardoor er volgens de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur sprake was van een aanmerkelijke reliëfwijziging (niet vervolgd). Daar de beklaagde geen regularisatieaanvraag indiende, leidde de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur op 11 augustus 2023 haar herstelvordering bij het parket in. Daarbij werd het herstel in oorspronkelijke staat gevorderd, meer bepaald: - het verwijderen van alle materiaal/materiaal en afval en de caravan; - het verwijderen van de in opbouw zijnde chalet; - het ongedaan maken van de reliëfwijziging en het maaiveld herstellen in de oorspron- kelijke toestand - het verwijderen van de eventuele vloerplaat en fundamenten, het opvullen van de bouwput met zuivere teelaarde en de verwijdering van de afbraakmaterialen van het terrein. Een hersteltermijn van 12 maanden gekoppeld aan een dwangsom van 125,00 euro per dag vertraging in geval van niet- uitvoering van het vonnis binnen de gestelde termijn wordt gevorderd alsook de machtiging van de burgemeester en de stedenbouwkundig inspecteur om op grond van artikel 6.3.4§1 VCRO om ambtshalve het herstel op de kosten van de beklaagde uit te voeren. De Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering verleende een positief advies op 24 juli 2023. B. BESPREKING VAN DE TENLASTELEGGINGEN D e beklaagde moet zich voor de rechtbank verantwoorden wegens zonder omgevingsvergunning - een nieuwe dakconstructie en nieuwe nutsleidingen te hebben voorzien aan een va- kantiechalet (tenlastelegging A) - het gewoonlijk gebruik van grond door er een betonmolen, een kruiwagen, ladders, een caravan, aanhangwagen, balken en een houthaard te hebben geplaatst (tenlaste- legging B). De ten laste gelegde periode betreft telkenmale de periode van 1 januari 2021 tot en met 6 januari 2022. Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 6 D e beklaagde voerde geen betwisting omtrent deze hem ten laste gelegde feiten noch in zijn conclusies noch op de behandelende terechtzitting van 2 september 2025. Gelet op de gegevens van het strafdossier, de niet betwisting door de beklaagde en gelet op de objectieve vaststellingen van de bevoegde ruimtelijke verbalisant wiens vaststellingen bekleed zijn met een bijzondere bewijswaarde en de foto’s betreffende deze vaststellingen dewelke voor zich spreken omtrent de omvang van de verbouwingswerken aan de chalet waaronder het plaatsen van een nieuwe dakconstructie en het voorzien van nieuwe nutsleidingen alsook de onvergunde opslag van materialen, materielen waaronder een caravan en aanhangwagen, zijn de feiten onder de tenlasteleggingen A en B zoals telkenmale gekwalificeerd in de dagvaarding met de daarin voorziene incriminatieperiode, bewezen in hoofde van de beklaagde. C. STRAFTOEMETING D e rechtbank legt voor de beklaagde overeenkomstig artikel 65, eerste lid Strafwetboek één straf op voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen A en B samen. Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met de aard en de objectieve ernst van de bewezen verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden, de eventueel van toepassing zijnde strafverzwarende factoren en het strafverleden van beklaagde. De straf heeft niet alleen een vergeldende functie, ze moet ook preventief werken: ze moet de beklaagde ertoe aanzetten in de toekomst geen misdrijven meer te plegen en meer aandacht te besteden aan stedenbouwkundige verplichtingen. De bewezen verklaarde misdrijven zijn bijzonder laakbaar en kunnen niet getolereerd worden. De beklaagde heeft een verkrotte vakantiechalet zonder voorafgaande omgevingsvergunning willen heropbouwen en heeft ter plaatse zonder omgevingsvergunning materialen en rollend materieel waaronder een caravan en aanhangwagen gesteld. Hij bekommerde zich daarbij niet omtrent het gegeven dat hij deze handelingen uitvoerde in ruimtelijk kwetsbaar gebied meer bepaald het GEN-gebied Dit gebied is bovendien gelegen in zone D met een middelgrote kans op overstromingen. De bescherming van dergelijke waardevolle gebieden is prioritair. Uit de foto’s van het strafdossier blijkt dat de constructie in opbouw bovendien absoluut onaanvaardbaar is binnen de onmiddellijke omgeving hetgeen zich kenmerkt als een in hoofdzaak boomrijk landschap. De plaatselijke natuurwaarden en bosstructuren worden door de constructie aangetast. De beklaagde heeft zijn eigen belang gesteld boven het belang dat de gemeenschap heeft bij een goede ruimtelijke ordening. Hij wenste immers een nieuwe vakantiewoning voorzien van ramen en deuren en nutsleidingen voor water en elektriciteit op te trekken. Hierdoor kon de functie intermitterende of recreatieve bewoning naar de toekomst toe effectief gerealiseerd worden. Dit kan niet getolereerd worden. De op te leggen straf moet duidelijk maken dat de naleving van de regels ter bescherming van de ruimtelijke ordening ernstig genomen moeten worden en dat de beklaagde zich niet Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 7 ongestraft boven de wet kan stellen. De straf moet ook van aard zijn de beklaagde er van te weerhouden opnieuw dergelijke feiten te plegen. Bovendien moet ook rekening worden gehouden met de maatschappelijke kost die door de beklaagde veroorzaakt wordt in de vorm van de noodzakelijke inzet van mensen en middelen voor de handhaving. De inzet van inspectiediensten, politie en justitie betekenen voor de gemeenschap een grote kost. De beklaagde verzoekt de rechtbank hem de gunst van de opschorting van de uitspraak te verlenen gelet op zijn jarige leeftijd en zijn blanco strafverleden. Het openbaar ministerie verleende daartoe een negatief advies. De rechtbank gaat niet in op deze vraag van de beklaagde gelet op de ernst van de verschillende bewezen verklaarde tenlasteleggingen dewelke zich situeren in ruimtelijk kwetsbaar gebied met name natuurgebied en het gegeven dat er op vandaag nog steeds niet werd overgegaan tot vrijwillig herstel. Ook bij de ondervraging van de beklaagde op de zitting van 2 september 2025 bleek hij nog steeds niet van afdoende foutinzicht te getuigen en wenst hij de chalet te blijven gebruiken zoals voorheen met name als vakantiewoning. De gunst van de opschorting zou dan ook niet van aard zijn om recidive te vermijden. De rechtbank oordeelt dat de hierna bepaalde geldboete passend voorkomt. Gelet op het blanco strafverleden van de beklaagde kan een deel daarvan met uitstel van tenuitvoerlegging bekleed worden. De rechtbank acht het niet noodzakelijk het uitstel te koppelen aan de naleving van probatievoorwaarden nu de beklaagde zelf geen melding maakt van een onderliggende problematiek dewelke justitiële opvolging behoeft. HERSTEL De gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur vordert het herstel in de oorspronkelijke toestand meer bepaald door het verwijderen van alle materiaal/materieel/afval en de caravan; het verwijderen van de in opbouw zijnde chalet; het ongedaan maken van de reliëfwijziging en het maaiveld herstellen in de oorspronkelijke toestand. Dit alles inclusief de eventuele vloerplaat en fundamenten, het opvullen van de bouwput met zuivere teelaarde en de verwijdering van de afbraakmaterialen van het terrein. Dit onder verbeurte van een dwangsom van 125 euro per dag vertraging. Een hersteltermijn van twaalf maanden wordt ruimschoots voldoende geacht. Tevens wordt gevraagd om op grond van artikel 6.3.4 §1 VCRO de machtiging te verlenen aan de burgemeester en de stedenbouwkundig inspecteur ambtshalve en op kosten van de beklaagde over te gaan tot uitvoering van de herstelmaatregel. De Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid verleende positief advies op 24 juli 2023. De rechtbank stelt vast dat het herstel op vandaag nog steeds niet is uitgevoerd. De herstelvordering is derhalve nog steeds actueel. De beklaagde stelt dat de herstelvordering niet kan worden aanvaard. Hij stelt dat de impact van het gevorderde herstel, met name de afbraak van de constructie, voor hem heel groot is. Hij ziet immers de sinds 1954 bestaande en door hem sinds 1998 gebruikte vakantiewoning (benadrukking van de rechtbank – zie pagina 6 conclusie beklaagde) volledig verdwijnen. Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 8 D e herstelvordering zou niet afdoende gemotiveerd zijn met de nodige aandacht voor het evenredigheids- en vertrouwensbeginsel. Er zou niet gemotiveerd worden waarom de schade voor de goede ruimtelijke ordening van die omvang is dat alleen de volledige afbraak van de constructie wordt gevorderd. Op grond van deze argumentatie en de overige in conclusie ontwikkelde argumentatie verzoekt de beklaagde dat de op te leggen herstelvordering beperkt wordt tot het uitvoeren van aanpassingswerken waarbij de constructie wordt teruggebracht naar de toestand van voor de wederrechtelijk uitgevoerde werken. Foto’s van de bestaande toestand van de chalet in het jaar 2019 worden gevoegd met stuk 6 van de beklaagde. De rechtbank is van oordeel dat de herstelvordering niet gesteund is op motieven die vreemd zijn aan de goede ruimtelijke ordening of die uitgaan van een opvatting over de goede ruimtelijke ordening die kennelijk onredelijk is. De constructie die de beklaagde wou (her)bouwen in natuurgebied is bijzonder belastend voor het perceel gelegen in VEN-gebied en derhalve kwetsbaar gebied. Bovendien is het perceel gelegen in een zone D met een middelgrote kans op overstromingen. Blijkens het eigen onderzoek gevoerd door de Hoge Raad voor Handhavingsuitvoering blijkt dat de onmiddellijke omgeving zich kenmerkt als een in hoofdzaak boomrijk landschap, dat niet structureel is aangetast. De constructie of de bestendiging ervan kan derhalve niet getolereerd worden. De rechtbank sluit zich aan bij de motivering van de Hoge Raad dat het louter gegeven dat er al sedert minstens 1954 een vakantieverblijf aanwezig was, geen afbreuk doet aan het gegeven dat de aanwezigheid van de huidige in opbouw zijnde chalet (met ramen en deuren en alle nutsvoorzieningen), de plaatselijke natuurwaarden en bosstructuren aantast. De functie van de constructie die de beklaagde voor ogen houdt, met name intermitterende of recreatieve bewoning, staat haaks op de plaatselijke natuurwaarden en bosstructuren op het betrokken perceel binnen VEN-gebied. De rechtbank oordeelt dan ook dat de verwijdering van de chalet niet disproportioneel is en wel degelijk bevolen moet worden. Ook de illegale opslag van allerlei materialen, materieel en/of afval is naar ruimtegebruik toe onaanvaardbaar ter plaatse en visueel storend binnen de onmiddellijke omgeving zoals dit blijkt uit de foto’s gevoegd in het strafdossier, zodat ook dit alles verwijderd dient te worden. Samengevat oordeelt de rechtbank dat de schade die door de bewezen verklaarde bouwmisdrijven is berokkend aan de goede ruimtelijke ordening, slechts kan worden opgeheven door het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand zoals terecht gevorderd door de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur. Het bevelen van aanpassingswerken waarbij de constructie louter wordt teruggebracht naar de toestand van voor de wederrechtelijk uitgevoerde werken volstaat derhalve niet als herstelmaatregel. Alle overige in conclusies ontwikkelde argumenten zijn naar van aard om deze conclusies en overwegingen te ontkrachten. Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 9 D e beklaagde talmt om tot het herstel over te gaan zodat terecht de verbeurte van een dwangsom van 125 euro per dag gevorderd wordt bij niet naleving van het bevel tot herstel. De hierna uitgesproken modaliteiten vormen een gepaste en noodzakelijk aansporing van de beklaagde om tot het herstel over te gaan. Rekening houdend met de omvang van de uit te voeren herstelwerken, voorziet de rechtbank in een hersteltermijn van twaalf maanden zoals gevorderd door de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur. De lange tijd sedert dewelke de beklaagde al kon overgaan tot het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand en de ruime termijn welke hem hiertoe nog wordt verleend, brengt mee dat er geen reden is om bij toepassing van artikel 1385 bis, laatste alinea Ger.Wb. nog een zekere termijn te bepalen waarna de veroordeelde pas de dwangsom zullen kunnen verbeuren. De rechtbank machtigt de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester van om ambtshalve in de uitvoering van het herstel te voorzien wanneer de beklaagde dit niet zelf binnen de gestelde termijn zou doen (artikel 6.3.4 §1 VCRO). BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED Omdat het door beklaagde gepleegde misdrijf mogelijk schade heeft veroorzaakt, houdt de rechtbank de burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van de Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering (art. 4 V.T.Sv.). TOEGEPASTE WETTEN De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen: art. 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 41 Wet van 15 juni 1935; art. 4 Wet van 17 april 1878 - Wet houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering; art. 162, 182, 184, 185 §1, 189, 190, 194, 195 Wetboek van Strafvordering; art. 1, 2, 3, 7, 38, 40, 41, 65, 66, 100 Strafwetboek; alsmede de artikelen en wetsbepalingen aangehaald in de tenlasteleggingen, zoals hiervoor omschreven; art. 1, 2, 3 Wet van 5 maart 1952; art. 28, 29 Wet van 1 augustus 1985; art. 4 §3 van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand; art. 91 2e lid van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement van de gerechtskosten in strafzaken; art. 1 (§1, 2° en §2), 8, 14 §1 Wet van 29 juni 1964; Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 10 DE RECHTBANK: op tegenspraak ten aanzien van OP STRAFGEBIED Ten aanzien van , V erklaart de feiten van de tenlasteleggingen A en B bewezen. Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen A en B: tot een geldboete van 6.000,00 EUR, zijnde 750,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een gevangenisstraf van 3 maanden. Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 jaar , doch slechts voor een gedeelte van 2.000,00 EUR , zijnde 250,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Veroordeelt tot betaling van:  een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR , zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders  een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand  een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR – de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 350,68 EUR Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 11 HER STEL Beveelt aan op vordering van de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur het herstel in de oorspronkelijke toestand met betrekking tot het perceel gelegen te eigendom van door : - Het verwijderen van alle materiaal/materieel/afval en de caravan; - Het verwijderen van de in opbouw zijnde chalet; - Het ongedaan maken van de reliëfwijziging en het maaiveld herstellen in de oorspron- kelijke toestand; - Dit alles inclusief eventuele vloerplaat en fundamenten, het opvullen van de bouwput met zuivere teelaarde en de verwijdering van de afbraakmaterialen van het terrein. Bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen op 12 maanden . En dit onder verbeurte van een dwangsom van 125 euro per dag vertraging in de nakoming van dit bevel lastens elke beklaagde. Zegt voor recht dat de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester, indien het vonnis niet vrijwillig wordt uitgevoerd binnen voormelde termijn, ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien, overeenkomstig artikel 6.3.4 §1 VCRO, op kosten van de veroordeelde. OP BURGERLIJK GEBIED De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan. Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 7 oktober 2025 door de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer G30DI: - , rechter in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting , met bijstand van griffier .

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot