ARR:BM 4041.101
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Gent
📅 2025-10-07
🌐 FR
Vonnis
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
1 augustus 1985, 15 juni 1935, 17 april 1878, 19 maart 2017, 28 december 1950
Volledige tekst
Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 2
In
de zaak van het openbaar ministerie tegen:
BEKLAAGDE:
, RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
geboren
beklaagde, bijgestaan door meester , advocaat te
TENLASTELEGGINGEN
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek;
A afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van constructie zonder of in strijd met
een geldige vergunning
buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening, het afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van een
constructie, met uitzondering van onderhoudswerken, hetzij zonder voorafgaande
stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, omgevingsvergunning voor
stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden,
hetzij in strijd met de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na verval,
vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval
van schorsing van de betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd,
(art. 4.1.1., 3°, 6°, 9° en 12°, 4.2.1., 1°, c), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ; art. 5, 1°, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende
de omgevingsvergunning)
te in de periode van 1 januari
2021 tot en met 6 januari 2022, op een niet nader bepaalde datum
n
amelijk door een nieuwe dakconstructie en nieuwe nutsleidingen te hebben voorzien aan
een vakantiechalet ,
op een perceel gelegen te kadastraal gekend
het vakantieverblijf te ( —
oppervlakte OOa 50ca).
Aangekocht door ieder voor de helft in volle eigendom,
bij akte d.d. 28/12/1999, notaris te . Verkopers :
Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 3
Ingevolge akte afstand (door ) d.d. 27/01/2000, notaris te
werd voor de geheelheid volle eigenaar.
B gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van grond voor opslaan van gebruikte of
afgedankte voertuigen, allerlei materialen, materieel of afval zonder of in strijd met een
geldige vergunning
buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening, het gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van een grond voor
het opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, of van allerlei materialen, materieel of
afval, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning,
omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunning voor
het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende vergunning te hebben
uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende
vergunning, hetzij in geval van schorsing van de betreffende vergunning, verder te hebben
uitgevoerd, namelijk
(art. 4.2.1., 5°, a), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening ; art. 5, 1°, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning)
te in de periode van 1 januari
2021 tot en met 6 januari 2022,
n
amelijk door een betonmolen, een kruiwagen, ladders, een caravan, een aanhangwagen,
balken, een houthaard te hebben geplaatst,
op een perceel gelegen te kadastraal gekend
is voor de geheelheid volle eigenaar
van het vakantieverblijf te —
oppervlakte OOa 50ca).
Aangekocht door en , ieder voor de helft in volle eigendom,
bij akte d.d. 28/12/1999, notaris te Verkopers :
.
Ingevolge akte afstand (door ) d.d. 27/01/2000, notaris te
werd voor de geheelheid volle eigenaar.
PROCEDURE
De dagvaarding werd op 13 maart 2025 overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid te
. Zij vermeldt de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het
voorwerp is van de tenlasteleggingen en identificeert de eigenaar ervan zoals voorgeschreven
door de wetgeving inzake hypotheken.
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting.
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 4
D
e rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige
partijen.
Het openbaar ministerie heeft haar vordering geformuleerd ter zitting.
BEOORDELING OP STRAFGEBIED
A. De feiten
D
e beklaagde is samen met de eigenaar van het perceel gelegen te
Het perceel is volgens het van kracht zijnde gewestplan
gelegen in natuurgebied en in VEN-of IVON-gebied gekend onder de naam
”.
Voor het perceel werd een omgevingsvergunning verleend voor het pakken van twintig
bomen.
Op het perceel is een chalet gelegen. Naar aanleiding van een melding bij de gemeente
Denderleeuw dat de chalet verbouwd werd, ging de gemeentelijk omgevingsambtenaar en de
politie sedert 28 december 2021 geregeld ter plaatse maar er kon niemand worden
aangetroffen. Op basis van een vergelijking van luchtfoto’s 2019 en 2021 kon vastgesteld
worden dat de chalet aangepast werd.
Bij een plaatsbezoek op 6 januari 2022 kon vastgesteld worden dat de chalet heropgebouwd
werd. Meer bepaald werd de chalet opgehoogd met funderingen uit betonblokken die
plaatselijk ook werden opgetrokken tot een half stenen wand. De rest van de muren van de
chalet werden opgetrokken uit een houten structuur, net als het houten links en rechts
overkragende zadeldak. Verschillende raam- en deuropeningen werden voorzien. De chalet
werd tevens voorzien van nieuwe water- en electriciteitsleidingen. Voor deze
stedenbouwkundige handelingen was er geen omgevingsvergunning gekend.
Verder werd vastgesteld dat het terrein rondom de chalet gewoonlijk wordt gebruikt voor het
stallen van een gesloten aanhangwagen, materialen (balk, een houthaard,…- en snoeiafval).
De verbalisant stelde vast dat deze opslag niet verenigbaar is met de bestemming
natuurgebied. Verder op het terrein werd een caravan aangetroffen tussen het groengewas.
De bodem onder de caravan was afgedekt met een zwart zeil. Ook hiervoor was geen
omgevingsvergunning voorhanden en deze plaatsing kan volgens de verbalisant niet aanvaard
worden in een natuurgebied.
Op 6 januari 2022 werd de staking van de werken bevolen en overeenkomstig artikel 6.4.4 §1
laatste alinea VCRO op een zichtbare plaats aangebracht. Het bevel tot staken werd
bekrachtigd door de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur op 18 januari 2022.
Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 5
D
e beklaagde werd op 3 februari 2022 verhoord. Hij verklaarde de werken te hebben aangevat
eind augustus 2020 en deze hoofdzakelijk alleen te hebben uitgevoerd. Hij zou een
regularisatievergunning aanvragen hoewel hij ervan overtuigd was de door hem uitgevoerde
werken loutere instandhoudingswerken betroffen.
Bij een nacontrole op 30 augustus 2022 werd vastgesteld dat het stakingsbevel werd
nageleefd. Rond de constructie werd wel nog steeds gestapeld materiaal aangetroffen en de
trekcaravan was ook nog aanwezig. Bijkomend werd vastgesteld dat de toegangsweg
gedeeltelijk werd opgevuld met steenpuin (ongeveer 25 meter) waardoor er volgens de
gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur sprake was van een aanmerkelijke reliëfwijziging
(niet vervolgd).
Daar de beklaagde geen regularisatieaanvraag indiende, leidde de gewestelijk
stedenbouwkundig inspecteur op 11 augustus 2023 haar herstelvordering bij het parket in.
Daarbij werd het herstel in oorspronkelijke staat gevorderd, meer bepaald:
- het verwijderen van alle materiaal/materiaal en afval en de caravan;
- het verwijderen van de in opbouw zijnde chalet;
- het ongedaan maken van de reliëfwijziging en het maaiveld herstellen in de oorspron-
kelijke toestand
- het verwijderen van de eventuele vloerplaat en fundamenten, het opvullen van de
bouwput met zuivere teelaarde en de verwijdering van de afbraakmaterialen van het
terrein.
Een hersteltermijn van 12 maanden gekoppeld aan een dwangsom van 125,00 euro per dag
vertraging in geval van niet- uitvoering van het vonnis binnen de gestelde termijn wordt
gevorderd alsook de machtiging van de burgemeester en de stedenbouwkundig inspecteur om
op grond van artikel 6.3.4§1 VCRO om ambtshalve het herstel op de kosten van de beklaagde
uit te voeren. De Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering verleende een positief advies op
24 juli 2023.
B. BESPREKING VAN DE TENLASTELEGGINGEN
D
e beklaagde moet zich voor de rechtbank verantwoorden wegens zonder
omgevingsvergunning
- een nieuwe dakconstructie en nieuwe nutsleidingen te hebben voorzien aan een va-
kantiechalet (tenlastelegging A)
- het gewoonlijk gebruik van grond door er een betonmolen, een kruiwagen, ladders,
een caravan, aanhangwagen, balken en een houthaard te hebben geplaatst (tenlaste-
legging B).
De ten laste gelegde periode betreft telkenmale de periode van 1 januari 2021 tot en met 6
januari 2022.
Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 6
D
e beklaagde voerde geen betwisting omtrent deze hem ten laste gelegde feiten noch in zijn
conclusies noch op de behandelende terechtzitting van 2 september 2025.
Gelet op de gegevens van het strafdossier, de niet betwisting door de beklaagde en gelet op
de objectieve vaststellingen van de bevoegde ruimtelijke verbalisant wiens vaststellingen
bekleed zijn met een bijzondere bewijswaarde en de foto’s betreffende deze vaststellingen
dewelke voor zich spreken omtrent de omvang van de verbouwingswerken aan de chalet
waaronder het plaatsen van een nieuwe dakconstructie en het voorzien van nieuwe
nutsleidingen alsook de onvergunde opslag van materialen, materielen waaronder een
caravan en aanhangwagen, zijn de feiten onder de tenlasteleggingen A en B zoals telkenmale
gekwalificeerd in de dagvaarding met de daarin voorziene incriminatieperiode, bewezen in
hoofde van de beklaagde.
C. STRAFTOEMETING
D
e rechtbank legt voor de beklaagde overeenkomstig artikel 65, eerste lid Strafwetboek één
straf op voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen A en B samen.
Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met de aard en de objectieve ernst van de
bewezen verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden, de eventueel van toepassing
zijnde strafverzwarende factoren en het strafverleden van beklaagde.
De straf heeft niet alleen een vergeldende functie, ze moet ook preventief werken: ze moet de
beklaagde ertoe aanzetten in de toekomst geen misdrijven meer te plegen en meer aandacht
te besteden aan stedenbouwkundige verplichtingen.
De bewezen verklaarde misdrijven zijn bijzonder laakbaar en kunnen niet getolereerd worden.
De beklaagde heeft een verkrotte vakantiechalet zonder voorafgaande omgevingsvergunning
willen heropbouwen en heeft ter plaatse zonder omgevingsvergunning materialen en rollend
materieel waaronder een caravan en aanhangwagen gesteld. Hij bekommerde zich daarbij niet
omtrent het gegeven dat hij deze handelingen uitvoerde in ruimtelijk kwetsbaar gebied meer
bepaald het GEN-gebied Dit gebied is bovendien
gelegen in zone D met een middelgrote kans op overstromingen. De bescherming van
dergelijke waardevolle gebieden is prioritair. Uit de foto’s van het strafdossier blijkt dat de
constructie in opbouw bovendien absoluut onaanvaardbaar is binnen de onmiddellijke
omgeving hetgeen zich kenmerkt als een in hoofdzaak boomrijk landschap. De plaatselijke
natuurwaarden en bosstructuren worden door de constructie aangetast.
De beklaagde heeft zijn eigen belang gesteld boven het belang dat de gemeenschap heeft bij
een goede ruimtelijke ordening. Hij wenste immers een nieuwe vakantiewoning voorzien van
ramen en deuren en nutsleidingen voor water en elektriciteit op te trekken. Hierdoor kon de
functie intermitterende of recreatieve bewoning naar de toekomst toe effectief gerealiseerd
worden. Dit kan niet getolereerd worden.
De op te leggen straf moet duidelijk maken dat de naleving van de regels ter bescherming van
de ruimtelijke ordening ernstig genomen moeten worden en dat de beklaagde zich niet
Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 7
ongestraft boven de wet kan stellen. De straf moet ook van aard zijn de beklaagde er van te
weerhouden opnieuw dergelijke feiten te plegen. Bovendien moet ook rekening worden
gehouden met de maatschappelijke kost die door de beklaagde veroorzaakt wordt in de vorm
van de noodzakelijke inzet van mensen en middelen voor de handhaving. De inzet van
inspectiediensten, politie en justitie betekenen voor de gemeenschap een grote kost.
De beklaagde verzoekt de rechtbank hem de gunst van de opschorting van de uitspraak te
verlenen gelet op zijn jarige leeftijd en zijn blanco strafverleden. Het openbaar ministerie
verleende daartoe een negatief advies. De rechtbank gaat niet in op deze vraag van de
beklaagde gelet op de ernst van de verschillende bewezen verklaarde tenlasteleggingen
dewelke zich situeren in ruimtelijk kwetsbaar gebied met name natuurgebied en het gegeven
dat er op vandaag nog steeds niet werd overgegaan tot vrijwillig herstel. Ook bij de
ondervraging van de beklaagde op de zitting van 2 september 2025 bleek hij nog steeds niet
van afdoende foutinzicht te getuigen en wenst hij de chalet te blijven gebruiken zoals voorheen
met name als vakantiewoning. De gunst van de opschorting zou dan ook niet van aard zijn om
recidive te vermijden.
De rechtbank oordeelt dat de hierna bepaalde geldboete passend voorkomt. Gelet op het
blanco strafverleden van de beklaagde kan een deel daarvan met uitstel van tenuitvoerlegging
bekleed worden. De rechtbank acht het niet noodzakelijk het uitstel te koppelen aan de
naleving van probatievoorwaarden nu de beklaagde zelf geen melding maakt van een
onderliggende problematiek dewelke justitiële opvolging behoeft.
HERSTEL
De gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur vordert het herstel in de oorspronkelijke
toestand meer bepaald door het verwijderen van alle materiaal/materieel/afval en de caravan;
het verwijderen van de in opbouw zijnde chalet; het ongedaan maken van de reliëfwijziging
en het maaiveld herstellen in de oorspronkelijke toestand. Dit alles inclusief de eventuele
vloerplaat en fundamenten, het opvullen van de bouwput met zuivere teelaarde en de
verwijdering van de afbraakmaterialen van het terrein. Dit onder verbeurte van een
dwangsom van 125 euro per dag vertraging. Een hersteltermijn van twaalf maanden wordt
ruimschoots voldoende geacht. Tevens wordt gevraagd om op grond van artikel 6.3.4 §1 VCRO
de machtiging te verlenen aan de burgemeester en de stedenbouwkundig inspecteur
ambtshalve en op kosten van de beklaagde over te gaan tot uitvoering van de
herstelmaatregel.
De Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid verleende positief advies op 24 juli 2023.
De rechtbank stelt vast dat het herstel op vandaag nog steeds niet is uitgevoerd. De
herstelvordering is derhalve nog steeds actueel.
De beklaagde stelt dat de herstelvordering niet kan worden aanvaard. Hij stelt dat de impact
van het gevorderde herstel, met name de afbraak van de constructie, voor hem heel groot is.
Hij ziet immers de sinds 1954 bestaande en door hem sinds 1998 gebruikte vakantiewoning
(benadrukking van de rechtbank – zie pagina 6 conclusie beklaagde) volledig verdwijnen.
Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 8
D
e herstelvordering zou niet afdoende gemotiveerd zijn met de nodige aandacht voor het
evenredigheids- en vertrouwensbeginsel. Er zou niet gemotiveerd worden waarom de schade
voor de goede ruimtelijke ordening van die omvang is dat alleen de volledige afbraak van de
constructie wordt gevorderd.
Op grond van deze argumentatie en de overige in conclusie ontwikkelde argumentatie
verzoekt de beklaagde dat de op te leggen herstelvordering beperkt wordt tot het uitvoeren
van aanpassingswerken waarbij de constructie wordt teruggebracht naar de toestand van voor
de wederrechtelijk uitgevoerde werken. Foto’s van de bestaande toestand van de chalet in het
jaar 2019 worden gevoegd met stuk 6 van de beklaagde.
De rechtbank is van oordeel dat de herstelvordering niet gesteund is op motieven die vreemd
zijn aan de goede ruimtelijke ordening of die uitgaan van een opvatting over de goede
ruimtelijke ordening die kennelijk onredelijk is.
De constructie die de beklaagde wou (her)bouwen in natuurgebied is bijzonder belastend voor
het perceel gelegen in VEN-gebied en derhalve kwetsbaar gebied. Bovendien is het perceel
gelegen in een zone D met een middelgrote kans op overstromingen. Blijkens het eigen
onderzoek gevoerd door de Hoge Raad voor Handhavingsuitvoering blijkt dat de onmiddellijke
omgeving zich kenmerkt als een in hoofdzaak boomrijk landschap, dat niet structureel is
aangetast. De constructie of de bestendiging ervan kan derhalve niet getolereerd worden.
De rechtbank sluit zich aan bij de motivering van de Hoge Raad dat het louter gegeven dat er
al sedert minstens 1954 een vakantieverblijf aanwezig was, geen afbreuk doet aan het gegeven
dat de aanwezigheid van de huidige in opbouw zijnde chalet (met ramen en deuren en alle
nutsvoorzieningen), de plaatselijke natuurwaarden en bosstructuren aantast. De functie van
de constructie die de beklaagde voor ogen houdt, met name intermitterende of recreatieve
bewoning, staat haaks op de plaatselijke natuurwaarden en bosstructuren op het betrokken
perceel binnen VEN-gebied. De rechtbank oordeelt dan ook dat de verwijdering van de chalet
niet disproportioneel is en wel degelijk bevolen moet worden.
Ook de illegale opslag van allerlei materialen, materieel en/of afval is naar ruimtegebruik toe
onaanvaardbaar ter plaatse en visueel storend binnen de onmiddellijke omgeving zoals dit
blijkt uit de foto’s gevoegd in het strafdossier, zodat ook dit alles verwijderd dient te worden.
Samengevat oordeelt de rechtbank dat de schade die door de bewezen verklaarde
bouwmisdrijven is berokkend aan de goede ruimtelijke ordening, slechts kan worden
opgeheven door het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand zoals terecht
gevorderd door de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur.
Het bevelen van aanpassingswerken waarbij de constructie louter wordt teruggebracht naar
de toestand van voor de wederrechtelijk uitgevoerde werken volstaat derhalve niet als
herstelmaatregel.
Alle overige in conclusies ontwikkelde argumenten zijn naar van aard om deze conclusies en
overwegingen te ontkrachten.
Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 9
D
e beklaagde talmt om tot het herstel over te gaan zodat terecht de verbeurte van een
dwangsom van 125 euro per dag gevorderd wordt bij niet naleving van het bevel tot herstel.
De hierna uitgesproken modaliteiten vormen een gepaste en noodzakelijk aansporing van de
beklaagde om tot het herstel over te gaan. Rekening houdend met de omvang van de uit te
voeren herstelwerken, voorziet de rechtbank in een hersteltermijn van twaalf maanden zoals
gevorderd door de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur.
De lange tijd sedert dewelke de beklaagde al kon overgaan tot het herstel van de plaats in de
oorspronkelijke toestand en de ruime termijn welke hem hiertoe nog wordt verleend, brengt
mee dat er geen reden is om bij toepassing van artikel 1385 bis, laatste alinea Ger.Wb. nog een
zekere termijn te bepalen waarna de veroordeelde pas de dwangsom zullen kunnen
verbeuren.
De rechtbank machtigt de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester van
om ambtshalve in de uitvoering van het herstel te voorzien wanneer de
beklaagde dit niet zelf binnen de gestelde termijn zou doen (artikel 6.3.4 §1 VCRO).
BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED
Omdat het door beklaagde gepleegde misdrijf mogelijk schade heeft veroorzaakt, houdt de
rechtbank de burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van de
Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering (art. 4 V.T.Sv.).
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven
en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen:
art. 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 41 Wet van 15 juni 1935;
art. 4 Wet van 17 april 1878 - Wet houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van
Strafvordering;
art. 162, 182, 184, 185 §1, 189, 190, 194, 195 Wetboek van Strafvordering;
art. 1, 2, 3, 7, 38, 40, 41, 65, 66, 100 Strafwetboek; alsmede de artikelen en wetsbepalingen
aangehaald in de tenlasteleggingen, zoals hiervoor omschreven;
art. 1, 2, 3 Wet van 5 maart 1952;
art. 28, 29 Wet van 1 augustus 1985;
art. 4 §3 van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de
juridische tweedelijnsbijstand;
art. 91 2e lid van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen
reglement van de gerechtskosten in strafzaken;
art. 1 (§1, 2° en §2), 8, 14 §1 Wet van 29 juni 1964;
Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 10
DE
RECHTBANK:
op tegenspraak ten aanzien van
OP STRAFGEBIED
Ten aanzien van ,
V
erklaart de feiten van de tenlasteleggingen A en B bewezen.
Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen A en B:
tot een geldboete van 6.000,00 EUR, zijnde 750,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 3 maanden.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van
3 jaar , doch slechts voor een gedeelte van 2.000,00 EUR , zijnde 250,00 EUR verhoogd
met 70 opdeciemen.
Veroordeelt tot betaling van:
een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR , zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd
met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van
opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders
een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische
tweedelijnsbijstand
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt
61,01 EUR
– de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 350,68 EUR
Rolnummer De rtigste kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 11
HER
STEL
Beveelt aan op vordering van de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur
het herstel in de oorspronkelijke toestand met betrekking tot het perceel gelegen te
eigendom van door :
- Het verwijderen van alle materiaal/materieel/afval en de caravan;
- Het verwijderen van de in opbouw zijnde chalet;
- Het ongedaan maken van de reliëfwijziging en het maaiveld herstellen in de oorspron-
kelijke toestand;
- Dit alles inclusief eventuele vloerplaat en fundamenten, het opvullen van de bouwput
met zuivere teelaarde en de verwijdering van de afbraakmaterialen van het terrein.
Bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen op 12 maanden .
En dit onder verbeurte van een dwangsom van 125 euro per dag vertraging in de nakoming
van dit bevel lastens elke beklaagde.
Zegt voor recht dat de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester, indien
het vonnis niet vrijwillig wordt uitgevoerd binnen voormelde termijn, ambtshalve in de
uitvoering ervan kunnen voorzien, overeenkomstig artikel 6.3.4 §1 VCRO, op kosten van de
veroordeelde.
OP BURGERLIJK GEBIED
De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 7 oktober 2025 door de
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer G30DI:
- , rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting ,
met bijstand van griffier .