Naar hoofdinhoud

Wetsontwerp Opzoeken in documenten en databanken

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 56 📁 0750 Wetsontwerp 📅 2025-02-24 🌐 NL

Volledige tekst

24 februari 2025 Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers

SAMENVATTING

In 2018 zijn bij het bedrijf VEVIBA problemen in verband met de veiligheid van de voedselketen vastgesteld. Naar aanleiding daarvan zijn bepaalde tekortkomingen in het toezicht op de voedselketen aan het licht gekomen. Daarom stelt de indiener van dit wetsvoorstel de oprichting voor van een comité dat wordt belast met de coördinatie en met de doeltreffende werking van de diensten die bij de veiligheid van de voedselketen betrokken zijn. tot oprichting van een Vast Comité van Toezicht op de veiligheid van de voedselketen, “Comité VV” genaamd (ingediend door de heer François De Smet) WETSVOORSTEL

N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie VB Vlaams Belang MR Mouvement Réformateur PS Parti Socialiste PVDA-PTB Partij van de Arbeid van België – Parti du Travail de Belgi Les Engagés Les Engagés Vooruit Vooruit cd&v Christen-Democratisch en Vlaams Ecolo-Groen Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes origi Open Vld Open Vlaamse liberalen en democraten DéFI Démocrate Fédéraliste Indépendant

TOELICHTING

Dames en Heren, Dit voorstel neemt de tekst over van voorstel 1. Nood aan de oprichting van een Vast Comité van Toezicht op de veiligheid van de voedselketen, “Comité VV” genaamd Het voedselschandaal dat in de loop van 2018 rond VEVIBA is ontstaan, heeft bij de publieke opinie veel beroering gewekt en een hele reeks belangrijke vragen doen rijzen omtrent de volksgezondheid, de consumentenbescherming en de veiligheid van de voedselketen.

Ter herinnering: op 28 februari en 1 maart 2018 voerde het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) een grootschalige huiszoeking uit bij het bedrijf VEVIBA, dat deel uitmaakt van de groep Verbist. In het raam daarvan werden controles uitgevoerd op liefst 200 paletten vlees. Die brachten aan het licht dat dierlijke bijproducten van categorie 3 aanwezig waren in rauw vlees dat was bestemd voor de vervaardiging van voor brede distributie bestemde producten, wat in strijd is met de vigerende gezondheidsnormen.

Met categorie 3 wordt niet voor menselijke consumptie bestemd dierlijk afval bedoeld. In voorkomend geval ging het om stukken vlees afkomstig van rond de steekwonde, dat wil zeggen de plaats waar de dieren na verdoving worden gekeeld). Bij die controles had het FAVV nog andere tekortkomingen vastgesteld, in verband met: — de vermelding van invriesdata die – soms maanden – ná de datum van de huiszoeking lagen; — de aanwezigheid van rot vlees, van sinds 2001 ingevroren producten, alsook van producten zonder etiket, die dus niet kunnen worden getraceerd.

De huiszoeking van maart 2018 maakte deel uit van een onderzoek dat in oktober 2016 was gestart nadat bij de inbeslagneming van een vrachtwagen van VEVIBA door de Kosovaarse overheid op 22 september 2016 was gebleken dat met voedingsmiddelen was geknoeid. In november 2016 heeft het FAVV bovendien inlichtingen ontvangen die het vermoeden deden rijzen dat VEVIBA handelsfraude pleegde door op bedrijfsniveau te knoeien met de interne traceerbaarheid.

Het is zonder meer een goede zaak dat het FAVV vervolgens relatief snel het tijdsverloop van de bewuste

voedselketen heeft kunnen reconstrueren en het omstreden vlees (gehakt en ossenstaart) van de markt heeft kunnen halen om de consumenten te beschermen. Toch heeft het FAVV gefaald in zijn controletaak, gelet op de inlichtingen waarover het sinds oktober 2016 beschikte in verband met vlees dat door VEVIBA naar Kosovo werd uitgevoerd. Die controle had des te grondiger mogen zijn daar het ging om een onderneming die liefst 30 % van de Belgische vleesmarkt in handen heeft.

In juni 2017 werd België getroffen door de fipronilcrisis met de besmette eieren. Bij dit voedselveiligheidsschandaal bleek dat in de pluimveesector ontsmettingsbehandelingen werden toegepast die volstrekt verboden zijn als het om voor menselijke consumptie bestemde dieren gaat. In 2018 breekt dan een nieuwe voedselcrisis uit. Het lijdt geen twijfel dat de burger, die tevens consument is, garanties moet krijgen omtrent de inachtneming van zijn recht op voeding die niet alleen de vigerende voedselveiligheidsnormen respecteert, maar ook gezond is.

Tegelijkertijd staat met de miljoenen consumenten ook de volksgezondheid op het spel. Het is niet de bedoeling om via dit wetsvoorstel het FAVV of enige andere overheidsinstelling aan de schandpaal te nagelen en de tekortkomingen ervan aan de kaak te stellen. Wel strekt deze tekst ertoe de middelen ter beschikking te stellen om doeltreffender te werken en het toezicht op de veiligheid van de voedselketen anticipatief te begeleiden.

De indiener is zich er overigens van bewust dat de op Europees niveau georganiseerde RASFF-procedure (Rapid Alert System for Food and Feed) reeds de strikte toepassing van het voorzorgsbeginsel kan waarborgen. De toegenomen en terechte aandacht van de bevolking voor de kwaliteit van het geconsumeerde voedsel vereist een verhoogde waakzaamheid, zeker in het licht van die voedsel- en gezondheidsschandalen.

In het verlengde daarvan en om structureel te kunnen optreden, is de indiener van het wetsvoorstel van oordeel dat er nood is aan een toezichtsinstantie die onder de Kamer van volksvertegenwoordigers ressorteert en die over de uitvoering van haar opdrachten aan de Kamer rapporteert. Voorts moet die instantie beschikken over voldoende middelen om dat toezicht te kunnen uitoefenen. Dit wetsvoorstel strekt ertoe te voorzien in een vast en onafhankelijk controleorgaan met betrekking tot de veiligheid van de voedselketen, dat evenwel niet in de plaats zou treden van de bestaande controle-instanties, zoals het FAVV.

Dat toezicht zou er in het bijzonder voor moeten zorgen dat de veiligheid van de volksgezondheid beter wordt gewaarborgd, alsook dat de voor de veiligheid

van de voedselketen bevoegde diensten doeltreffender en gecoördineerder optreden bij het toezicht op de naleving van de gezondheidsnormen. Op grond van dat toezicht en de lessen die eruit kunnen worden getrokken, kunnen aan de ter zake verantwoordelijke overheid conclusies worden aangereikt over het te ontwikkelen beleid. Het kan niet anders dan dat de verantwoordelijke overheid op die manier de werkelijke situatie beter kan inschatten en meer inzicht krijgt in de werking van de toezichthoudende overheid en de eventuele problemen die ze ondervindt.

Het aldus opgerichte Comité VV zal actief moeten samenwerken met het FAVV, met het directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Milieu, alsook met Sciensano1. Dat toezicht vormt bijgevolg een aanvulling op het bestaande interne toezicht. Voorts zal het Comité VV gevolg geven aan klachten en aangiften die het ontvangt inzake het optreden, de werking, het handelen en het niet-handelen van voornoemde diensten.

Dankzij dat alles zal de overheid beschikken over een onafhankelijk orgaan met meer geloofwaardigheid en autoriteit. Dit toezichtsorgaan is met andere woorden niet bedoeld om in de plaats te komen van het parlementair toezicht, noch van het toezicht door de bevoegde ministers of de bevoegde bestuurlijke of gerechtelijke instanties. Het gaat veeleer om een nuttige en noodzakelijke aanvulling op het parlementair en het hiërarchisch toezicht.

2. Principes die het handelen van het Comité VV moeten leiden Opdat dit toezichtsorgaan zijn taken naar behoren kan uitvoeren, is de indiener van het wetsvoorstel van oordeel dat het moet voldoen aan de volgende criteria. 2.1. Het principe van de onafhankelijkheid Het toezicht moet worden uitgeoefend door een instantie die niet tot de diensten voor de veiligheid van de voedselketen behoort. 2.2. Het principe van de permanentie Het toezicht moet permanent worden uitgeoefend, om de lessen die eruit kunnen worden getrokken op te Ontstaan uit de fusie tussen het voormalige Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie (CODA) en het voormalige Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV).

nemen in de praktijk van de diensten voor de veiligheid van de voedselketen; 2.3. Het principe van de efficiëntie De leden van het toezichtsorgaan moeten beschikken over voldoende autoriteit en middelen om grondige onderzoeken te kunnen voeren. Dat toezicht moet geloofwaardig zijn voor de bestaande diensten voor de veiligheid van de voedselketen, die erop moeten kunnen rekenen dat dit nieuwe orgaan de zaken aankan en dat het positief optreedt, via adviezen en aanbevelingen.

Het zou een goede zaak zijn, mochten de gegronde klachten leiden tot voorstellen om de organisatie en de procedures te wijzigen. 2.4. Het principe van de openbaarheid De uitoefening van het toezicht moet volkomen transparant geschieden, zowel wat het gevolg betreft dat wordt gegeven aan de klachten van de burgers als inzake de algemene conclusies. In dat verband zal het vertrouwen van het publiek ook worden versterkt door de openbaarheid die zal worden gegeven aan het feit dat bepaalde klachten ongegrond zijn, wat een einde zal maken aan de geruchten dat de veiligheid niet in acht zou zijn genomen.

Er moet evenwel een juist evenwicht worden gevonden tussen, enerzijds, de nood aan transparantie en, anderzijds, de vertrouwelijke aard van de gegevens en de uitgevoerde acties. De resultaten van de onderzoeken zullen dus openbaar worden gemaakt in de mate van het mogelijke, maar gegevens die de diensten voor de veiligheid van de voedselketen zouden kunnen schaden, moeten vertrouwelijk blijven. 2.5. Het principe van de specificiteit De nieuwe toezichtsregeling mag niet in de plaats komen van de bestaande controles en inspecties die door de hogere overheden worden uitgevoerd.

2.6. Het principe van de legaliteit De toezichtsregeling wordt ingesteld bij wet. In die wet worden de nadere organisatie en werking van dat toezicht bepaald. Om de onafhankelijkheid van dat toezichtsorgaan te garanderen, wordt voorgesteld dat de leden ervan worden benoemd door de Kamer van volksvertegenwoordigers, zonder dat ze zelf parlementslid zijn, en dat dit orgaan van het Parlement zou afhangen.

3. Kenmerken van het Comité VV Het comité is geen parlementaire commissie. De indiener van het wetsvoorstel stelt dus voor dat een vast Comité VV wordt opgericht dat belast is met de controle op de veiligheid van de voedselketen. Het Comité VV wordt samengesteld uit vijf leden die zijn gespecialiseerd in veiligheid (toxicologen, dierenartsen, enz.). Er gelden voor hen een aantal onverenigbaarheden, om hun onafhankelijkheid te waarborgen.

Die controle moet voldoen aan twee fundamentele doelstellingen: — de volksgezondheid beschermen; — de kwaliteit en de doeltreffendheid van de diensten voor de veiligheid van de voedselketen waarborgen. Het Comité VV zou zijn taken uitvoeren op eigen initiatief, dan wel op verzoek van de Kamer van volksvertegenwoordigers of de bevoegde minister. Die taken zouden bestaan in het toezicht op de veiligheidsmaatregelen die zijn genomen op verschillende niveaus, met name door het FAVV.

Dat toezicht zou geen betrekking hebben op de gerechtelijke overheid (rechters, magistraten van het openbaar ministerie…) en op de daden die zij stellen in verband met de strafvordering, noch op de taken van bestuurlijke politie van de provinciegouverneurs, arrondissementscommissarissen en burgemeesters. Voorts zou het toezicht zou worden uitgevoerd zonder afbreuk te doen aan de controles en de inspecties die door andere diensten worden verricht.

Het Comité VV bezorgt de Kamer van volksvertegenwoordigers een verslag over elke enquête. Dat verslag is vertrouwelijk totdat het aan de Kamer wordt bezorgd. Het Comité VV heeft het recht alle documenten op te vragen die het nodig acht om zijn taak te vervullen. Het Comité VV behandelt de klachten die het ontvangt aangaande de werking, het handelen of het niet-handelen van de diensten die bevoegd zijn voor de veiligheid van de voedselketen.

Al wie rechtstreeks betrokken is bij een tekortkoming op het stuk van die veiligheid, kan een klacht indienen of aangifte doen. Het Comité VV zou niet in de eerste plaats tot taak hebben in dat verband individuele handelingen te bestraffen, want dat blijft de exclusieve bevoegdheid van

de gerechtelijke en tuchtrechtelijke overheden. Het toezicht wordt veeleer toegespitst op het vaststellen van de onvolkomenheden bij en de foute werking van de veiligheidssystemen, alsook op het formuleren van voorstellen aan de wetgever om een en ander recht te zetten. Het Comité VV bezorgt: — jaarlijks een algemeen activiteitenverslag, met aanbevelingen; — een tussentijds activiteitenverslag, telkens wanneer het dat nuttig acht, dan wel op verzoek van de Kamer van volksvertegenwoordigers; — een specifiek verslag over een specifieke aangelegenheid, wanneer de Kamer van volksvertegenwoordigers het Comité VV een onderzoek heeft opgedragen; — of een specifiek verslag wanneer het Comité vaststelt dat geen gevolg werd gegeven aan zijn conclusies na het verstrijken van een termijn die het redelijk acht

TOELICHTING BIJ DE ARTIKELEN

Artikel 1 Dit artikel behoeft geen commentaar. Art. 2 Dit artikel strekt ertoe de doelstelling van het met dit wetsvoorstel beoogde toezicht te omschrijven. Het is de bedoeling de fouten, de onvolkomenheden en de oorzaken van disfuncties bij de diensten voor de veiligheid van de voedselketen op te sporen. Door aldus de problemen aan het licht te brengen, moet inzonderheid de gezondheid van de consumenten beter worden beschermd en moet de doeltreffendheid van de desbetreffende diensten worden bevorderd en gewaarborgd.

Art. 3 Het toezicht heeft betrekking op de diensten voor de veiligheid van de voedselketen zelf (meer bepaald op hun organisatie, hun werkwijze en de door hen gehanteerde methodes), dus niet op de administratieve

en gerechtelijke overheden onder het gezag en het toezicht waarvan die diensten voor de veiligheid van de voedselketen hun taken vervullen. De gerechtelijke overheden (ongeacht of het de rechters dan wel de leden van het openbaar ministerie betreft), alsook de beslissingen die door die overheden worden genomen (onderzoeksdaden in het raam van het onderzoek naar misdrijven: verhoor van getuigen, deskundigenonderzoeken, huiszoekingen, eventuele arrestaties enzovoort) vallen niet onder het bij dit wetsvoorstel ingevoerde toezicht.

Hetzelfde geldt voor de beslissingen van de administratieve overheden. Het is geenszins de bedoeling van de indiener de bestaande instanties te vervangen door dit nieuwe toezichtsorgaan. Art. 4 In dit artikel wordt bepaald wat in dit wetsvoorstel wordt bedoeld met “diensten voor de veiligheid van de voedselketen”. Hiermee worden de diensten bedoeld die zijn gelast de veiligheid van de voedselketen te waarborgen, in het bijzonder het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) en het directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding binnen de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu.

De voorgestelde definitie bevat geen exhaustieve lijst van korpsen of diensten die de voedselketenveiligheid moeten waarborgen; er wordt ervoor geopteerd de definitie algemeen te houden. Dit artikel geldt dus tevens voor de diensten voor de veiligheid van de voedselketen die na de inwerkingtreding van de wet zouden worden opgericht. Art. 5 De leden van het Comité VV worden benoemd door de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Het Comité VV bestaat uit vijf werkende leden. Dat beperkte aantal moet het mogelijk maken soepel en constructief te werken, alsook de voor de toezichtsactiviteit van het Comité vereiste discretie in acht te nemen. De benoeming door de Kamer van volksvertegenwoordigers staat garant voor de onafhankelijkheid van de leden van het Comité VV. Het Comité VV is geen parlementaire commissie, maar een commissie van wijzen die kunnen bogen op praktische ervaring en gedegen wetenschappelijke

kennis inzake voedselbeleid. Het wetsvoorstel bepaalt uitdrukkelijk dat het bekleden van een ambt binnen het Comité VV onverenigbaar is met de uitoefening van een bezoldigde activiteit die de onafhankelijkheid of de waardigheid van dat ambt kan aantasten. Art. 6 De leden van het Comité VV en hun plaatsvervangers worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar. Het ambt van de werkende leden is slechts twee keer hernieuwbaar.

Zij worden voltijds benoemd. Wel bevat het wetsvoorstel twee preciseringen die de continuïteit van de werking van het Comité VV moeten waarborgen. Het is immers zaak te voorkomen dat de ontbinding van de Kamer van volksvertegenwoordigers, net wanneer de leden van het Comité VV moeten worden herbenoemd of vervangen, de werking van het Comité voor min of meer lange tijd verlamt. Bijgevolg wordt bepaald dat de leden van het Comité VV hun ambt blijven uitoefenen tot een vervanger wordt benoemd.

Een werkend lid van het Comité VV dat zijn ambt niet langer kan uitoefenen omdat hij of zij overlijdt, ontslag neemt of niet langer voldoet aan de vereisten, wordt vervangen door zijn of haar plaatsvervanger. Zo er geen plaatsvervanger meer is, omdat hij/zij de plaats heeft ingenomen van een werkend lid dan wel om één van de hierboven vermelde redenen, gaat de Kamer van volksvertegenwoordigers onverwijld over tot de benoeming van een nieuwe plaatsvervanger.

Aldus wordt gewaarborgd dat het Comité VV altijd vijf werkende leden telt en kan blijven samenkomen. Art. 7 Het Comité VV mag optreden op eigen initiatief en mag bij de diensten voor de veiligheid van de voedselketen onderzoeken instellen en daarover rapporteren. Daarnaast is het mogelijk dat het Comité VV optreedt op verzoek van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Het moet gevolg geven aan elk tot hem gericht verzoek.

Art. 8 Dit artikel omschrijft de taken van het Comité VV. Die taken moet binnen de krijtlijnen van de bij dit wetsvoorstel opgegeven doelstellingen blijven, te weten een betere bescherming van de gezondheid van de consumenten in het raam van het voedselbeleid en de waarborging van

de doeltreffendheid van de diensten voor de veiligheid van de voedselketen. In het kader van die taken stelt het Comité VV onderzoeken in naar de activiteiten en de werkwijze van de betrokken diensten, alsook naar de voorschriften en richtlijnen die ter zake in acht moeten worden genomen. Dat onderzoek kan ook betrekking hebben op alle andere interne documenten die de werking van de diensten voor de veiligheid van de voedselketen en de handelwijze van hun leden regelen.

De oprichting van het Comité VV heeft met name tot doel de overheden waaronder de diensten voor de veiligheid van de voedselketen ressorteren, beter in staat te stellen hun verantwoordelijkheid op te nemen. In dit artikel wordt eveneens aangegeven dat de bevoegde ministers of overheden het Comité VV mogen adiëren. Dat Comité moet hun dan verslagen en conclusies bezorgen. Art. 9 Het Comité VV kan beslissen geen gevolg te geven aan de klachten of aangiften die het ontvangt van een particulier, als blijkt dat die klacht of aangifte kennelijk ongegrond is.

De betrokkene wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van die seponering. De beslissing moet met redenen worden omkleed, met gebruikmaking van elementen uit het dossier in kwestie. In geval van klachten of aangiften met betrekking tot een wanbedrijf of een misdaad maakt het Comité VV daarvan een proces-verbaal op, dat het aan de bevoegde procureur des Konings bezorgt. Het komt de gerechtelijke overheid toe te beslissen welk gevolg wordt gegeven aan de klachten of aangiften die een misdrijf betreffen.

Om meer inzicht in de techniciteit van de realiteit in het veld te verwerven, kan het Comité VV zich voor elke vorm van advies wenden tot de Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten die is ingesteld bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en die bestaat uit zeven leden (vier leden van de Nederlandstalige en de Franstalige beroepsorganisaties die de landbouwsector vertegenwoordigen, een door diezelfde FOD aangewezen technisch deskundige, alsook twee deskundigen aangewezen door de universitaire onderzoekscentra voor de voedingsmiddelensector).

Art. 10 Dit artikel regelt de informatieverstrekking van het Comité VV aan de Kamer van volksvertegenwoordigers. Jaarlijks wordt een algemeen activiteitenverslag opgesteld met conclusies en algemene voorstellen inzake de verbetering van het voedselbeleid en de bescherming van de gezondheid van de consumenten in het raam van de veiligheid van de voedselketen, alsook inzake de doeltreffendheid en de gecoördineerde werking van de diensten die belast zijn met het toezicht op de voedselketen en de veiligheid ervan.

Dit jaarverslag wordt voorgelegd aan de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers en wordt openbaar gemaakt als parlementair document. Het geeft het Parlement de mogelijkheid zijn grondwettelijk controlerecht ten volle uit te oefenen. Als het Comité VV heeft gehandeld op eigen initiatief dan wel op verzoek van een bevoegde minister of een andere bevoegde overheid, wordt het verslag eerst aan deze ministers of overheden bezorgd, zodat zij kunnen reageren en de nodige maatregelen treffen.

Als het Comité VV na een redelijke termijn vaststelt dat aan de overgezonden verslagen en conclusies geen gevolg is gegeven, brengt het de Kamer van volksvertegenwoordigers daarvan op de hoogte. Met een dergelijke procedure kan er zo doeltreffend mogelijk op worden toegezien dat wel degelijk gevolg wordt gegeven aan de verslagen en conclusies van het Comité VV. Art. 11 De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft inzagerecht in de door het Comité VV uitgevoerde onderzoeken, waarbij niets de leden van het Comité VV mag beletten hun conclusies en hun antwoorden voor te bereiden.

Het komt het Comité VV toe de voorwaarden en de nadere regels inzake het bezorgen van de gevraagde documenten te bepalen, inzonderheid met het oog op het waarborgen van de vertrouwelijkheid van bepaalde gegevens waarvan de openbaarmaking de goede werking van de betrokken diensten voor de veiligheid van de voedselketen in het gedrang zou kunnen brengen. Art. 12 Dit artikel betreft de openbaarmaking van de verslagen over de onderzoeken en conclusies.

Het komt het Comité VV toe in voorkomend geval de reikwijdte van de openbaarmaking te beoordelen en

bijgevolg te beslissen of sommige verslagen of delen ervan uitsluitend aan de bevoegde ministers en overheden worden voorgelegd. Daartoe wint het Comité VV zo veel mogelijk de mening in van de bevoegde ministers en overheden, teneinde te vernemen of zij zich niet verzetten tegen de gehele of gedeeltelijke openbaarmaking van de bezorgde verslagen. Na ontvangst en onderzoek van de adviezen beslist het Comité VV bepaalde elementen van het verslag openbaar te maken dan wel vertrouwelijk te houden.

De notie “openbaarmaking” betekent dat de verslagen of uittreksels ervan voor iedereen toegankelijk zijn. Zulks sluit niet uit dat het Comité VV een beslissing kan nemen over de nadere regels van die openbaarmaking en aanwijst aan wie die documenten kunnen worden bezorgd (bijvoorbeeld een privépersoon wiens klacht of aangifte aan de basis van een onderzoek ligt). Art. 13 De gerechtelijke overheden bezorgen de voorzitter van het Comité VV ambtshalve en kosteloos de afschriften van elk vonnis en arrest in verband met de door de leden van de diensten voor de veiligheid van de voedselketen gepleegde misdaden en wanbedrijven.

De mededeling van de vonnissen en arresten aan het Comité VV waarborgt dat het Comité op de hoogte is van de problemen bij de diensten voor de veiligheid van de voedselketen, zodat het er in zijn controletaak rekening mee kan houden. Daarom wordt in de mogelijkheid voorzien dat bescheiden, documenten of inlichtingen omtrent nog niet gesloten strafrechtelijke procedures aan het Comité VV worden meegedeeld.

Daartoe dient de voorzitter van het Comité VV een aanvraag in bij de procureur-generaal of de bevoegde auditeur-generaal, die beslist over het eraan te geven gevolg, waarbij hij met name rekening houdt met het belang van het onderzoek, de voortgang van de procedure en de rechten van verdediging. Als het om een gerechtelijk onderzoek gaat, moet ook de onderzoeksrechter zijn goedkeuring geven. Art. 14 De Kamer van volksvertegenwoordigers stemt elk jaar over de dotatie voor de werking van het Comité VV.

Alle vormen van bezoldiging en wedde ten laste van het Comité VV maken van die dotatie deel uit.

Art. 15 Het Comité VV benoemt en ontslaat het wetenschappelijk en het administratief personeel. Het is ook bevoegd om het statuut van het personeel vast te stellen. De verdeling en de organisatie van het werk vallen onder het gezag van het Comité VV. Art. 16 Het Comité VV heeft de bevoegdheid om zijn eigen huishoudelijk reglement op te stellen, maar dat reglement moet, nadat het Comité V advies heeft uitgebracht, door de Kamer van volksvertegenwoordigers worden goedgekeurd.

Art. 17 Artikel 458 van het Strafwetboek bestraft de openbaarmaking van geheimen waarvan men uit hoofde van zijn beroep kennis heeft. Dat geldt ook voor de leden van het Comité VV, voor alle feiten waarvan zij bij de uitoefening van hun taken kennis krijgen. Artikel 458 van het Strafwetboek bepaalt echter uitdrukkelijk dat het beroepsgeheim niet in acht moet worden genomen als men opgeroepen wordt om in rechte getuigenis af te leggen en in de gevallen waarin de wet gebiedt verslag uit te brengen over onderzoeken of inlichtingen te geven over vastgestelde feiten.

In die gevallen kan er geen sprake zijn van een geheimhoudingsplicht en dus van een strafrechtelijke sanctie wegens verspreiding van informatie. Art. 18 Met dit artikel wordt bij de samenstelling van het Comité VV de taalpariteit opgelegd. De voorzitter valt daarbuiten. Art. 19 Dit artikel regelt het statuut van de leden van het Comité VV. Zij hebben hetzelfde statuut als de raadsleden van het Rekenhof.

De regels inzake het geldelijk statuut van de raadsleden van het Rekenhof, opgenomen in de wet van 21 maart 1964 betreffende de wedden van de leden van het Rekenhof, gelden voor de leden van het Comité VV. Zo hebben zij bijvoorbeeld recht op de

pensioenregeling die van toepassing is op de ambtenaren van de algemene administratie. Art. 20 Aangezien het Comité VV een flankerend orgaan van de Kamer van volksvertegenwoordigers is, wordt op de werkzaamheden ervan toegezien door een vaste parlementaire commissie.

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Er wordt een Vast Comité van Toezicht op de veiligheid van de voedselketen ingesteld, hierna “Comité VV” genoemd, dat tot taak heeft de gezondheid van de consumenten te garanderen en te verbeteren in het raam van het voedselbeleid, alsook de coördinatie en de doeltreffendheid te waarborgen van de diensten voor de veiligheid van de voedselketen die belast zijn met het toezicht op de veiligheid van de voedselketen.

Het door het Comité VV georganiseerde toezicht heeft geen betrekking op de gerechtelijke overheden, noch op de handelingen die zij bij de uitoefening van de strafvordering stellen. Het Comité VV vervangt geenszins de inspectie of het toezicht dat wordt georganiseerd bij of krachtens andere wetten of verordeningen. In de zin van deze wet wordt onder “diensten voor de veiligheid van de voedselketen” verstaan: alle instellingen van openbaar nut of overheidsdiensten die belast zijn met het toezicht op de voedselketen.

Het Comité VV is samengesteld uit vijf werkende leden onder wie een voorzitter en een ondervoorzitter, evenals vijf plaatsvervangers. Zij worden allen benoemd door de Kamer van volksvertegenwoordigers, die hen ook kan afzetten indien zij een van de functies of mandaten bekleden welke zijn bedoeld in het vierde lid, of om gewichtige redenen. Op het ogenblik van hun benoeming moeten de werkende leden en hun plaatsvervangers de volgende voorwaarden vervullen: 1. Belg zijn;

2. het genot hebben van de burgerlijke en politieke rechten; 3. de volle leeftijd van 35 jaar hebben bereikt; 4. hun woonplaats in België hebben gevestigd; 5. kunnen aantonen over een relevante wetenschappelijke ervaring van ten minste zeven jaar te beschikken op het stuk van voedselbeleid en voedselzekerheid, alsook in die hoedanigheid een hoge graad van verantwoordelijkheid te hebben gedragen; 6. houder zijn van een veiligheidsmachtiging van het niveau “zeer geheim” als bedoeld in artikel 4 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.

De leden en hun plaatsvervangers mogen geen bij verkiezing verleend openbaar mandaat uitoefenen. Zij mogen geen openbare of particuliere betrekking of activiteit uitoefenen die de onafhankelijkheid of de waardigheid van het ambt in gevaar zou kunnen brengen. worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar. De termijn van de werkende leden is slechts tweemaal hernieuwbaar. Na afloop van die termijn blijven de leden hun functie uitoefenen tot de eedaflegging van hun opvolger.

Het mandaat van een lid dat de uitoefening van dat mandaat staakt, wordt voleindigd door zijn plaatsvervanger. Bij het openvallen van een plaats van plaatsvervangend lid gaat de Kamer van volksvertegenwoordigers onverwijld over tot de benoeming van een nieuw plaatsvervangend lid. Voor de benoeming van een plaatsvervanger worden de in artikel 5, vierde lid, gestelde voorwaarden door de Kamer van volksvertegenwoordigers gecontroleerd op het ogenblik dat de betrokkene in functie treedt.

Alvorens hun ambt te aanvaarden leggen de leden van het Comité VV in handen van de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers de eed af die wordt voorgeschreven bij artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie.

Indien het onderzoek een dienst voor de veiligheid van de voedselketen betreft, treedt het Comité VV op, ofwel op eigen initiatief, ofwel op verzoek van de Kamer van volksvertegenwoordigers, van de bevoegde minister of van de bevoegde overheid. Binnen het kader van de in artikel 2 vermelde doelstellingen stelt het Comité VV onderzoeken in naar de activiteiten en de werkwijzen van de diensten voor de veiligheid van de voedselketen, alsmede naar alle documenten die de handelwijze van de leden van die diensten regelen en betreffen.

De diensten voor de veiligheid van de voedselketen bezorgen op eigen initiatief aan het Comité VV de reglementen, richtlijnen alsook alle documenten die de handelwijze van de leden van die diensten regelen en betreffen. Het Comité VV is ertoe gerechtigd zich alle teksten te laten overleggen die het noodzakelijk acht voor het vervullen van zijn opdracht. Het Comité VV bezorgt, naargelang van het geval, aan de bevoegde minister of aan de bevoegde overheid, alsmede aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, een verslag over elk onderzoek.

Dat verslag is vertrouwelijk totdat het aan de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt meegedeeld. In dat verslag staan de conclusies over de teksten, de activiteiten, de methodes en de technische normen die de in artikel 2 vermelde doelstellingen in het gedrang zouden kunnen brengen. De bevoegde minister of de bevoegde overheid kan over de onderzoeksverslagen een gedachtewisseling met het Comité VV organiseren.

Het Comité VV kan zelf voorstellen dat een dergelijke gedachtewisseling wordt georganiseerd. De bevoegde ministers of overheden lichten het Comité VV binnen een redelijke termijn in over het gevolg dat zij aan de door het Comité geformuleerde conclusies geven. Het Comité VV mag enkel op verzoek van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van de bevoegde minister advies uitbrengen over een ontwerp van wet, van koninklijk besluit, van circulaire of over enig ander document waarin de beleidslijnen van de bevoegde ministers worden geformuleerd.

Wanneer het Comité VV optreedt op verzoek van de bevoegde minister, wordt het verslag pas na afloop van de in artikel 10, 4°, bepaalde termijn aan de Kamer van volksvertegenwoordigers voorgelegd.

Binnen het kader van de in artikel 2 vermelde doelstellingen behandelt het Comité VV de klachten en aangiften die het ontvangt betreffende de werking, het optreden, het handelen of het niet-handelen van de diensten voor de veiligheid van de voedselketen. aan een klacht of aan een aangifte die kennelijk niet gegrond is. De beslissing van het Comité VV om geen gevolg te geven aan een klacht of aan een aangifte, of om het onderzoek af te sluiten, wordt met redenen omkleed en ter kennis gebracht van de partij die de klacht heeft ingediend of de aangifte heeft gedaan.

Het Comité VV kan het advies inwinnen van de Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten die is ingesteld bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Het Comité VV brengt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers verslag uit in de volgende gevallen: 1. jaarlijks, door een algemeen activiteitenverslag dat, in voorkomend geval, algemene conclusies en voorstellen bevat; 2. telkens wanneer het dit nuttig acht of op verzoek van de Kamer van volksvertegenwoordigers, door een tussentijds activiteitenverslag dat, in voorkomend geval, algemene conclusies en voorstellen kan bevatten betreffende een welbepaald onderzoeksdossier.

Dat verslag wordt overgezonden aan de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers, alsmede aan de bevoegde ministers; 3. wanneer de Kamer van volksvertegenwoordigers aan het Comité een onderzoek heeft opgedragen; 4. wanneer het vaststelt dat, bij het verstrijken van een termijn die het redelijk acht, geen gevolg werd gegeven aan zijn conclusies of dat de genomen maatregelen niet passend of ontoereikend zijn.

Voordat het Comité VV een verslag met het oog op het toelichten van zijn conclusies van algemene aard aan de Kamer van volksvertegenwoordigers bezorgt, kan de Kamer van volksvertegenwoordigers zich door

het Comité VV elk onderzoeksdossier doen overzenden volgens de nadere regels en onder de voorwaarden die zij samen bepalen en die er onder meer op gericht zijn de vertrouwelijke aard van de dossiers veilig te stellen en het privéleven van de betrokkenen te beschermen. Het Comité VV beslist, na daarover bij de bevoegde ministers of de bevoegde overheden advies te hebben ingewonnen, binnen een termijn van één maand na de vraag om advies, of zijn verslagen en conclusies geheel of gedeeltelijk openbaar worden gemaakt, volgens de nadere regels die het bepaalt.

De openbaar gemaakte verslagen en conclusies bevatten het advies van de bevoegde ministers en van de bevoegde overheden. De procureur-generaal en de auditeur-generaal sturen aan de voorzitter van het Comité VV ambtshalve een afschrift van de vonnissen en arresten betreffende misdaden of wanbedrijven begaan door de leden van de diensten voor de veiligheid van de voedselketen. De procureur des Konings, de arbeidsauditeur, de federaal procureur of de procureur-generaal bij het hof van beroep, naargelang van het geval, brengt de voorzitter van het Comité VV op de hoogte telkens als tegen een lid van een dienst voor de veiligheid van de voedselketen een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek wegens misdaad of wanbedrijf wordt ingesteld.

Op verzoek van de voorzitter van het Comité VV kan de procureur-generaal of de auditeur-generaal een afschrift meedelen van stukken of documenten of van de inlichtingen betreffende de strafrechtelijke procedures ten laste van de leden van de diensten voor de veiligheid van de voedselketen wegens misdaden of wanbedrijven die zij hebben begaan tijdens de uitoefening van hun ambt. Indien evenwel het stuk, het document of de inlichting een lopend gerechtelijk onderzoek betreft, is die mededeling slechts mogelijk met het akkoord van de onderzoeksrechter.

De afschriften worden kosteloos afgegeven. De kredieten die vereist zijn voor de werking van het Comité VV, komen uit de begroting van de dotaties van

Het Comité VV benoemt en ontslaat, op eigen initiatief of op voorstel van de griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de leden van zijn administratief personeel en zet ze af. Het Comité VV stelt zijn huishoudelijk reglement vast, dat door de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt goedgekeurd nadat het Comité V advies heeft uitgebracht.

Artikel 352 van het Strafwetboek van 29 februari 2024

is van toepassing op de leden van het Comité VV en op het personeel ervan. Het Comité VV telt, de voorzitter niet meegerekend, evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden. De leden van het Comité VV genieten hetzelfde statuut als de raadsheren van het Rekenhof, krachtens de wet van 21 maart 1964 betreffende de wedden van de leden van het Rekenhof. De Kamer van volksvertegenwoordigers zorgt voor de opvolging van het Comité VV. 18 februari 2025