Naar hoofdinhoud

Wetsontwerp Opzoeken in documenten en databanken

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 56 📁 0209 Wetsontwerp 📅 2024-09-10 🌐 NL

Volledige tekst

10 september 2024 BUITENGEWONE ZITTING 2024 Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers betreffende een aanpak van de kosten van elektronisch betalen voor ondernemers (ingediend door mevrouw Leentje Grillaert c.s.) VOORSTEL VAN RESOLUTIE

TOELICHTING

Dames en Heren, Dit voorstel neemt, met enkele wijzigingen, de tekst over van het voorstel DOC 55 1375/001. Door de digitalisering en sinds de coronacrisis zien we dat consumenten steeds meer met de kaart of mobiel betalen. Terwijl ons land voor 2020 achterop hinkte op het vlak van contactloos betalen in vergelijking met andere Europese landen, kan nu worden vastgesteld dat meer dan 4 op 5 Belgen (82 %) al eens een contactloze betaling heeft gedaan.

In 2020 gaf slechts 47 % aan dat zij al eens een betaling contactloos hebben uitgevoerd. Ook mobiele betalingen met QR-code zitten in de lift. Bijna één op twee (49 %) Belgen heeft al minstens één mobiele betaling uitgevoerd.1 Ook het aantal betaalterminals in winkels ligt in België lager dan in andere Europese landen. Volgens de cijfers van de Europese Centrale Bank (ECB) beschikt België over 19 091 betaalterminals in winkels per miljoen inwoners in 2018.

Ons land scoort hiermee slechter dan Nederland (29 699), Frankrijk (27 188) en Griekenland (52 645)2. Dit zorgt ervoor dat in België minder plaatsen zijn waar consumenten elektronisch kunnen betalen. Het is ook duidelijk dat ons land op vlak van nieuwe betaaltechnologieën zoals contactloos betalen of mobiel betalen achterop hinkt. In Europa wordt bijna 1 op 2 betalingen met de bankkaart contactloos verricht.

België registreerde amper 4 % contactloze betalingen. In vergelijking met andere Europese landen zoals Nederland (51 %) en Frankrijk (25 %) loopt België achter. Contactloze betalingen zijn in Oost-Europese landen zoals Hongarije (82 %) en Tsjechië (93 %) wel al helemaal ingeburgerd3. Contactloos betalen in België is wel aan een stille opmars begonnen. Volgens cijfers van Worldline gebeurden in december 2019 meer dan één op de 8 (12,5 %) van de aankopen contactloos4.

Ondanks de mogelijkheden om digitaal te betalen, is cash geld niet weg te denken in onze maatschappij. In ECB, 2018, Number of card payments per inhabitant. ECB, 2018, Number of POS terminals per million inhabitants. Statista, 2018, Share of contactless payment transactions at POS (points of sale) in selected countries in Europe. Worldline, 2019, Nieuwe records elektronische betalingen.

ons land gebeuren nog steeds 45 % van alle betalingen met cash geld. Voor een groot aantal Belgen blijft cash dus een essentieel betalingsmiddel. Naast de mogelijkheid om digitaal te betalen, moet de mogelijkheid om met cash geld te betalen blijven bestaan. Nochtans biedt met de kaart of mobiel betalen veel voordelen. Het gaat snel, gemakkelijk en de consument hoeft niet meer naar een geldautomaat te gaan om geld af te halen.

Het is ook veiliger aangezien de consument bij verlies of diefstal van de kaart, deze onmiddellijk kan laten blokkeren. Voor ondernemingen is er minder kans op overvallen of vals geld. Daarnaast heeft cash geld ook een kostprijs. Cash geld moet worden gedrukt, geteld, verdeeld, gecontroleerd en worden vervoerd via streng beveiligde waardetransporten. Uit een studie van het Prijzenobservatorium blijkt dat een cash betaling in veel gevallen zelfs duurder is dan een elektronische betaling5.

Ten slotte is het stimuleren van elektronisch betalen ook een zeer effectieve maatregel in de strijd tegen zwart geld. Om consumenten hun gedrag te veranderen en gemakkelijker voor kaartbetalingen te laten kiezen, werd beslist dat ondernemingen vanaf augustus 2018 ook geen extra kosten meer mogen aanrekenen voor het gebruik van een betaalkaart in de EU. Het aanbieden van een elektronisch betaalsysteem door de de onderneming is sinds 1 juli 2022 verplicht.

Zo kan de consument steeds de aankopen elektronisch betalen. Dit is een goede evolutie, wel zorgt het aanbieden van minstens één elektronische betalingswijze ook voor kosten voor de ondernemer. De totale transactiekost voor een ondernemer voor het ontvangen van inkomende op kaart gebaseerde betalingen bestaat uit drie kosten namelijk een afwikkelingsvergoeding (interchange fee), een schemavergoeding voor het gebruik van een betaaltechnologie en een servicevergoeding voor de verwerking van de transacties.

Door de exponentiële groei van het elektronisch betalen kan er verwacht worden dat door de schaalvoordelen de kosten zullen dalen. De evolutie is echter veel beperkter dan verwacht, waardoor voor veel kleine ondernemers de kosten voor elektronisch nog steeds zwaar doorwegen6. Wel werden eind 2015 en in 2023 initiatieven genomen om de kostprijs voor de onderneming te verlagen wat betreft het begrenzen van de afwikkelingsvergoeding.

Op  9 december 2015 trad de Europese Verordening Prijzenobservatorium,13 mei 2019, Deel

V. De werking van de

markt van de elektronische betalingen in België. Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties.

2015/751 betreffende de afwikkelingvergoedingen voor kaarten gebaseerde betalingstransacties in werking. Deze Verordening voorziet in een begrenzing van de hoogte van afwikkelingsvergoedingen bij debet- en kredietkaarttransacties7. Naast betalingen met de kaart zijn ook nieuwe betaaltechnologieën met de smartphone aan een opmars bezig. In Zweden sloegen alle banken de handen in elkaar om samen een app voor digitale betalingen voor kleine bedragen te ontwikkelen genaamd de Swish-app.

Ook in ons land bestaan dergelijke apps. Sinds eind januari 2019 werd de Payconiq by Bancontact app gelanceerd. Deze app wordt door 20 banken ondersteund. Per verrichting betaalt de onderneming enkel transactiekosten, 0,06 euro voor een betaling in de winkel en zijn er geen abonnementskosten of kosten om een betaalterminal aan te kopen of te huren. Dit kan voordelig zijn voor kleine ondernemingen die de aankoop van een terminal een te hoge kost vinden omdat ze weinig transacties hebben.

Ook neemt de concurrentie toe via betaalinitiatieven als Google Pay en Apple Pay.8 Eén van de frustraties van ondernemers blijft de kostprijs van elektronisch betalen. Ze vinden de kosten te hoog, zeker als ze met kleine bedragen werken. Volgens ondernemersorganisatie Unizo betaalt een gemiddelde kledingwinkel tussen de 600 en 700 euro per maand en een buurtsuperwinkel tot 1500 euro per maand aan kosten om elektronische betalingen te kunnen ontvangen.

Hoewel elektronisch geld ontvangen voor ondernemers veel voordelen heeft, blijft de kostprijs van de meeste betaalsystemen te hoog. Daarnaast is de kostenstructuur een ingewikkeld kluwen en weinig transparant waardoor vergelijken zeer moeilijk is. Het doel van deze resolutie is een globale aanpak te vragen voor het verminderen van de kosten die gepaard gaan met het aanbieden van een elektronische betalingswijze voor ondernemers.Het verlagen van de kosten voor elektronisch betalen mag niet worden beperkt tot een verlaging van de afwikkelingsvergoeding.

Voor de ondernemers moet er een verlaging komen van de totale kosten en is het niet de bedoeling dat een verlaging van één van de kosten zoals de afwikkelingsvergoeding kan teniet worden gedaan met een verhoging van een andere kosten. Daarnaast hebben ondernemers geen overzicht meer van welk betalingssysteem het best bij de onderneming past. Zij kunnen daardoor nu in een formule zitten dat niet bij hen past en zo teveel betalen.

Zeker kleine ondernemers hebben vaak geen tijd om zich goed te informeren. Om ook Prijzenobservatorium, 13 mei 2019, Deel

V. De werking van de

Schriftelijke vraag nr. 25, 29 augustus 2019, Elektronisch betalen in België.

hen mee te krijgen op de digitale kar, wil deze resolutie dat er meer transparantie komt door een simulator te ontwikkelen en ter beschikking te stellen op de website van de FOD Economie. Ondernemers kunnen die dan invullen en kennis krijgen van welk systeem het best bij de onderneming past. Via het invullen van een aantal gegevens zoals het gemiddeld aantal transacties per dag of per maand, welke betaalkaarten de ondernemer nu al aanvaardt, met welke apps hij al werkt en met hoeveel kassa’s hij werkt, krijgt de ondernemer een overzicht van de systemen die het best bij hem past.

Dit zal een overzicht zijn van een aantal online en offline betalingssystemen met eventuele kosten voor aankoop of huur van een terminal, onderhoudskosten en abonnementsen transactiekosten. Via deze vergelijkingstool wordt de ondernemer wegwijs gemaakt en is zeker voordelig voor kleine ondernemingen met kleine marges om de voor hen voordeligste betalingssysteem te kiezen. Daarnaast wil deze resolutie dat er naar Nederlands voorbeeld een structureel overleg wordt georganiseerd met alle stakeholders.

In Nederland bestaat het Maatschappelijk Overleg Betaalverkeer met als opdracht bij te dragen aan de maatschappelijk efficiënte inrichting van het betalingsverkeer. Zij overleggen over knelpunten en gevolgen van nieuwe ontwikkelingen. Naast het verzamelen, analyseren en publiceren van gegevens, maken zij ook principeafspraken over maatregelen ter bevordering van de efficiëntie, veiligheid, toegankelijkheid en bereikbaarheid van het betalingsverkeer.

Het structureel overleg onderzoekt ook of net zoals in Zweden, het ook voor België aangewezen is om eventueel in samenwerking met andere Europese landen één app te ontwikkelen dat door alle banken wordt ondersteund en waar de consument gemakkelijk digitaal mee kan betalen in België en eventueel ook in andere Europese landen. Ten derde moet het Prijzenobservatorium op regelmatige basis een analyse maken over de werking van de markt van elektronische betalingen.

Leentje Grillaert (cd&v) Steven Matheï (cd&v) Franky Demon (cd&v) Nathalie Muylle (cd&v)

De Kamer van volksvertegenwoordigers, overwegende dat: A. door de digitalisering en sinds de coronacrisis de consument steeds meer elektronisch betaal; B. sinds 1 juli 2022 ondernemingen verplicht zijn om een elektronisch betaalmiddel ter beschikking te stellen aan de consument wanneer de betaling in euro in de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming plaatsvindt; C. de verplichting om een elektronisch betaalmiddel ter beschikking te stellen voor ondernemers kosten met zich meebrengt; D. de kostenstructuur een ingewikkeld kluwen is en weinig transparant is waardoor vergelijken voor de ondernemer zeer moeilijk is; E. ondernemers vaak geen overzicht meer hebben van welk betalingssysteem het best bij de onderneming past; F. nieuwe mobiele betaaltechnologieën zoals Payconiq by Bancontact app aan een opmars bezig zijn en aantonen dat elektronisch betalen veel goedkoper kan; vraagt aan de federale regering: 1. een globale aanpak om de kosten voor elektronisch betalen voor zelfstandigen te verlagen; 2. om een voortdurend geactualiseerde vergelijkingstool op de website van de FOD Economie te plaatsen waarbij ondernemers aan de hand van enkele vragen naar onder meer het aantal transacties per dag of per maand een overzicht krijgen van de kosten die gepaard gaan met elektronisch betalen waaronder voor de aankoop of huur van een betalingsterminal, onderhoudskosten en abonnements- en transactiekosten waardoor ze die kosten gemakkelijk met elkaar kunnen vergelijken; 3. naar Nederlands voorbeeld een structureel overleg te organiseren met alle stakeholders (consumenten, ondernemingen, banken en overheid); 4. het structureel overleg onderzoekt of het voor België aangewezen is dat alle banken één betaalapp ontwikkelen en ondersteunen via een samenwerkingsakkoord, al dan niet in overleg met andere eurozonelanden, waarmee

de consument gemakkelijk digitaal mee kan betalen in België en eventueel ook in andere landen; 5. om elk twee jaar door het Prijzenobservatorium een nieuwe analyse te laten maken van de werking van de markt van de elektronische betalingen in België en de evolutie van de kosten; 29 augustus 2024