Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, teneinde de samenstelling van het kenniscentrum te wijzigen opdat de onafhankelijkheid van de leden ervan kan worden gewaarborgd (ingediend door de heer Khalil Aouasti cs.)
Documentdetails
Volledige tekst
tot wijziging van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, teneinde de samenstelling van het kenniscentrum te wijzigen opdat de onafhankelijkheid van de leden ervan kan worden gewaarborgd (ingediend door de heer Khalil Aouasti cs.) SAMENVATTING Dit wetsvoorstel strekt ertoe de samenstelling van het kenniscentrum van de Gegevensbeschermingsautoriteit te wijzigen om problematische situaties weg te werken die twijfels kunnen doen rijzen aangaande de onafhankelijkheid van bepaalde leden van dat centrum. Aldus ‘zou het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de burgers en op de bescherming van hun gegevens worden gevrijwaard en zou gevolg worden gegeven aan de aanmaning van de Europese Commissie. pocss 2347/001 zoosscomone rn dg nana: | AE etienne neos B Eero TOELICHTING Dawes en Heren, Al enkele maanden is er bezorgdheid over de Gegevensbeschermingsautoriteit (hierna: “de GBA") wegens problematische situaties die twijfels kunnen doen rijzen met betrekking tot de onafhankelijkheid van sommige leden. In het geval van sommigen is daarenboven sprake van belangenconflcten. In november 2020 werd bij de Europees Commissaris belast met de toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming een klacht ingediend met betrekking tot de onafhankelijkheid van de GBA. Op 9 juni 2021 heeft de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen België gestart wegens de niet-inachtneming van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (hierna “de AVG”). In een ingebrekestelling wordt België ertoe opgeroepen binnen de termijn van twee maanden een einde te maken aan de aangevoerde schendingen, meer bepaald van artikel 52 van de AVG; zo niet dreigt ons land te worden veroordeeld door het Hof van Justitie van de Europese Unie. België moet daarbij verduidelijken welke maatregelen het zal nemen om de GBA werkelijk onafhankelijk te maken ten aanzien van de regering of van enige instantie die daaronder ressorteert. Centraal staat de bezorgdheid over het eit dat sommige leden van het kenniscentrum van de GBA functies bekleden die onverenigbaar zijn met de onafhankelijkheidsvereisten van de AVG en van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit (hierna “de GBA-wet”) De bescherming van de natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens is, een grondrecht. Dat recht is verankerd in artikel 8.1 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in artikel 16.1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die bepalen dat eenieder het recht heeft op de bescherming van de persoonsgegevens die op hem betrekking hebben. De GBA moet gevrijwaard blijven van elke verdenking van externe beïnvloeding. De optimale werking van die instantie is van wezenlijk belang om een hoog niveau van toezicht op en bescherming van de gegevens te handhaven bocss 2347/001 en aldus het recht op de eerbiediging van het recht op privacy van de burgers te waarborgen. Derhalve achten de indieners van dit wetsvoorstel noodzakelijk een antwoord te bieden op de bezorgdheid van voormelde Europese instantie. Sinds enkele maanden duikt in de pers kritiek op over onverenigbare activiteiten en belangenconflicten inzake bepaalde leden, wat de onafhankelijkheid van de instelling in het gedrang brengt en interne onenigheid teweegbrengt. Er dient in dit verband te worden gewezen op de bepalingen 2 en 3 van artikel 52 van de AVG, die de onafhankelijkheid van de leden van de GBA ten aanzien van elke externe invloed waarborgen: “2. Bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden overeenkomstig deze verordening blijven de leden van elke toezichthoudende autoriteit vrij van al dan niet rechtstreekse externe invloed en vragen noch aanvaarden zij instructies van wie dan ook. 3. De leden van toezichthoudende autoriteiten verrichten geen handelingen die onverenigbaar zijn met hun taken en verrichten gedurende hun ambtstermijn geen al dan niet bezoldigde beroepswerkzaamheden die onverenigbaar zijn met hun taken” Met het oog op de inachtneming van de vereisten van de AVG en de GBA-wet moet de Gegevensbeschermingsautoriteit zich dus in volstrekte onafhankelijkheid kunnen wijden aan de haar toegewezen opdrachten en bevoegdheden en mogen de leden van de GBA gedurende hun hele ambtstermijn geen handelingen verrichten die onbestaanbaar zijn met die onafhankelijkheid. In considerans 121 van de AVG staat ook het volgende te lezen: “Teneinde de onafhankelijkheid van de toezichthoudende autoriteit te waarborgen, dienen de leden van de toezichthoudende autoriteit integer te handelen, zich te onthouden van alle handelingen die onverenigbaar zijn met hun taken en gedurende hun ambtstermijn geen al dan niet bezoldigde beroepswerkzaamheden te verrichten die onverenigbaar zijn met hun taken”. De onverenigbaarheidsregels worden in artikel 38 van de GBA-wet verduidelijkt als volgt “Art. 38. Op het ogenblik van hun benoeming en tijdens hun mandaat moeten de leden van het directiecomité, leden van het kenniscentrum en leden van de geschillenkamer aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° burger zijn van een lidstaat van de Europese Unie; 2° de burgerlijke en politieke rechten genieten; 3° geen lid zijn van het Europees Parlement of van de Wetgevende Kamers, noch van een Gemeenschapsof Gewestparlement; 4° geen lid zijn van een federale regering, van een Gemeenschaps- of Gewestregering; 5° geen functie uitoefenen in een beleidscel van de minister; 6” geen mandataris van een openbare functie zijn”. Ofschoon de leden met technische kennis ontegensprekelijk een zekere deskundigheid inbrengen in de diverse voor de GBA relevante domeinen, voldoet de huidige samenstelling van het kenniscentrum niet aan de formele onafhankelijkheidsvereisten die worden gesteld. Het recht van de burgers inzake privacy en gegevensbescherming moet maximaal worden gevrijwaard; tevens moet ons land zich schikken naar de voormelde aanmaning van de Europese Commissie. Dit wetsvoorstel strekt er dan ook toe te voorzien in een nieuwe samenstelling van het kenniscentrum van de GBA, Het kenniscentrum zou voortaan voor de ene helft bestaan uit magistraten en voor de andere uit professoren met academische functies, die allemaal worden Dat kenniscentrum zou worden bijgestaan door een adviesraad bestaande uit een groep van deskundigen, die zou worden gelast technische adviezen over specifieke aangelegenheden ten behoeve van dat centrum uit te brengen, teneinde de GBA meer inzicht te verschaffen. Er dient te worden gepreciseerd dat, ter voorkoming van de problemen die zich eerder hebben voorgedaan, de leden-professoren geen andere al dan niet bezoldigde beroepsactiviteiten zouden mogen uitoefenen die niet opgelegd zouden zijn wegens hun docentschap of hun academische onderzoeksactiviteiten. Met die nieuwe samenstelling van het kenniscentrum van de GBA wordt beoogd alle problemen inzake belangenconfticten definitief te regelen, alsook de volstrekte onafhankelijkheid van het GBA-kenniscentrum te waarborgen. De magistraten vertegenwoordigen en belichamen immers het onafhankelijkheidsbeginsel.
Artikel 151 van de Grondwet waarborgt dat beginsel om ervoor te zorgen dat de betrokkenen de beste garanties inzake onafhankelijkheid bieden, dat zij derhalve optimaal aan de onafhankelijkheidsvereiste kunnen voldoen en dat zij het GBA-kenniscentrum aldus op geldige wijze kunnen bemannen. De van de academische wereld afkomstige professoren brengen hun technische expertise en kennis aangaande gegevensbescherming in ten bate van het kenniscentrum. Dankzij die dualiteit van professoren en magistraten kan het juiste evenwicht worden gevonden tussen de onafhankelijkheid waarvan de GBA bij de uitoefening van haar opdrachten blijk moet geven en de vereiste dat zij over toereikende technische en praktische kennis, inzake gegevensbescherming moet beschikken. Inzake de adviesraad zij erop gewezen dat de leden van de deskundigengroep waaruit die raad is samengesteld, zouden worden aangewezen door de Kamer van aan voorwaarden betreffende kennis en deskundigheid omtrent gegevensbescherming; elk van de betrokkenen zou worden bevraagd inzake zijn specifiek expertisegebied. Er zal stelselmatig worden geëist dat vooraf een verklaring wordt afgelegd dat van enig belangenconflict geen sprake is. Deze regeling zou ervoor zorgen dat de volstrekt noodzakelijke praktische deskundigheid inzake gegevensbescherming kan worden gehandhaafd en zou tegelijk uitsluiten dat de instelling met onafhankelijkheidsproblemen wordt geconfronteerd. De nieuwe samenstelling van het GBA-kenniscentrum zou dus bewerkstelligen dat de onafhankelijkheid binnen de GBA voorgoed wordt geregeld, alsook dat is voldaan aan de vereiste dat de activiteiten van haar leden verenigbaar moeten zijn met die van de GBA. Zulks moet voorkomen dat dergelijke onbestaanbaarheden die de onafhankelijkheid van de GBA in het gedrang brengen, zich in de toekomst nog kunnen voordoen.
Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Art. 2 Artikel 24 van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit wordt vervangen door wat volgt: “Art. 24 8 1. Het kenniscentrum is samengesteld uit drie magistraten, drie professoren en de directeur van het kenniscentrum Het ambt van professor kan worden vervuld door docenten die gewoon of buitengewoon hoogleraar zijn in al dan niet universitaire instellingen voor hoger onderwijs. De leden mogen geen andere al dan niet bezoldigde beroepsactiviteiten uitoefenen, met uitzondering van die welke verplicht zijn wegens hun ambten, een docentschap of een academische onderzoeksactiviteit. Op initatief van de directeur komt het kenniscentrum in plenaire vergadering bijeen. Bij de uitoefening van zijn opdrachten wordt het ken niscentrum ondersteund door een secretariaat en door een adviesraad. $ 2. De in $ 1, vijfde lid, bedoelde adviesraad brengt niet-bindende technische adviezen uit over de ontwerpadviezen of ontwerpaanbevelingen van het kenniscentrum. $ 3. De adviesraad is samengesteld uit zes leden, van wie: 1° twee leden met een grondige kennis inzake de bescherming van persoonsgegevens; 2° twee leden met een grondige kennis inzake informatieveiligheid, alsook inzake informatie- en communicatietechnologieën; 3° twee leden met een grondige kennis inzake digitale transformatie en nieuwe technologieën. leden van de adviesraad aan voor een hernieuwbare termijn van twee jaar. $ 5. Voor elk dossier waarover de leden van de adviesraad een technisch advies moeten uitbrengen, ondertekenen zij een verklaring dat geen sprake is van enig belangenconfiict. $ 6. De leden van de adviesraad maken geen deel uit van de Gegevensbeschermingsautoriteit”.
Art. 3 Deze wet treedt in werking op 1 januari 2022. imprmerecenrale-Cenraledrder