Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige ‘economische overheidsbedrijven Samenvatting 3 Memorie van toelichting 4 Voorontwerp 9 Impactanalyse 1e ‘Advies van de Raad van Stale 26 Wetsontwerp Ei Coördinatie van de artikelen 44 pocss 2346/001 De regering heeft dit wetsontwerp op 29 november 2021 ingediend. De “goedkeuring tot drukken” werd op 2 december 2021 door de Kamer ontvangen.
Documentdetails
📁 Dossier 55-2346 (4 documenten)
Volledige tekst
tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige ‘economische overheidsbedrijven Samenvatting 3 Memorie van toelichting 4 Voorontwerp 9 Impactanalyse 1e ‘Advies van de Raad van Stale 26 Wetsontwerp Ei Coördinatie van de artikelen 44 pocss 2346/001 De regering heeft dit wetsontwerp op 29 november 2021 ingediend. De “goedkeuring tot drukken” werd op 2 december 2021 door de Kamer ontvangen. mio Groen A a a moos gave Kreng nen + ama B den El Veenen et nogal versan Elov Beta osag ed og, motie define mtegrat cam Verde en eeh Tver beknopt verdg van da Kona nar de jager) peen Be En Eomaairargacering oon hese at est van openen (eigeferig Pape) SAMENVATTING [Dit wetsontwerp beoogt de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven (“wet van 21 maart 1991”) aan te passen in functie van het zevende beheerscontract dat werd afgesloten tussen de Belgische Staat en bpost. Het wetsontwerp wijzigt artikel 141quinquies van de wet van 21 maart 1991 om de duur van de toewijzing aan ‘bpost van de opdrachten van openbare dienst bedoeld in artikel 141, S 1 A. tot G. van de wet te verlengen voor vij jaar, tot 31 december 2026. De toewijzing van deze ‘opdrachten aan bpost wordt aldus verlengd met een periode die overeenstemt met de duur van het zevende beheerscontract. Deze verlenging is noodzakelijk om de continuiteit te garanderen van de diensten, die essentieel blijven voor de bevolking. De DAEB die in het zevende beheerscontract zijn ‘opgenomen, zijn in wezen dezelfde als de DAEB die reeds in het vijfde en zesde beheerscontract waren ‘opgenomen. Enkele in onbruik geraakte of niet meer pertinente diensten zijn uit het 7° beheerscontract geschrapt, zoals de betaling van nationale postwissels of de verkoop van visvergunningen via de postkantoren. Bovendien worden in het 7° contract enkele extra taken aan bpost opgedragen (zoals de aanwerving van een “Disability Coordinator” of de ondersteuning van de digitale transformatie). Het wetsontwerp past artikelen 131 en 141 van de wet van 21 maart 1991 aan teneinde deze wijzigingen te weerspiegelen. Voor het overige brengt het wetsontwerp enkele Kleine wijzigingen aan, zoals het afschaffen van de term “posthalte” (daar er in de praktijk geen posthaltes bestaan) of de rechtzetting van enkele verwijzingen naar wetsbepalingen die inmiddels opgeheven en vervangen werden door andere bepalingen. Deze wijzigingen hebben geen impact op de verplichtingen die op bpost berusten. bocss 2346/001 MEMORIE VAN TOELICHTING Dawes en Heren, TOELICHTING BIJ DE ARTIKELEN
HOOFDSTUK 2
Wijzigingen van de wet van 21 maart 1991 economische overheidsbedrijven Art. 2 Dit artikel vervangt in artikel 131 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven de term “postwinkel”, die in de praktijk niet gebruikt wordt, door de gangbare term “postpunt”. Het begrip “posthalte” wordt geschrapt aangezien er in de praktijk geen “posthaltes” bestaan. Deze louter terminologische wijzigingen hebben geen inhoudelijke impact op de verplichtingen van bpost.
Artikel 131, 4°ter, verwijst nog naar de definitie van het begrip “basisbankdienst” in de wet van 24 maart 2003, maar deze wet werd ondertussen opgeheven en de definitie van dit begrip bevindt zich thans in het wetboek economisch recht, ingevoerd door de wet van 28 februari 2013. De verwijzing wordt daaraan aangepast. De bepaling met betrekking tot de betaling van binnenlandse postwissels wordt geschrapt omdat deze dienst in onbruik is geraakt. Daarnaast wordt de bepaling met betrekking tot de verkoop, terugbetaling, vervanging en de uitwisseling van visverloven in de postkantoren geschrapt. Krachtens artikel 6, S 1, Il van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen behoort. de visvangst tot de exclusieve bevoegdheden van de Gewesten (hetzelfde geldt overigens ook voor de zeevisserij en het beheer van de waterwegen). De federale overheid is dan ook niet bevoegd om de inning van retributies voor visverloven als een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) aan te merken en aan bpost op te dragen tegen betaling van een compensatie. Het Vlaamse en Waalse Gewest verkopen de visverloven overigens reeds via een digitaal loket.
Art. 3 Dit artikel vervangt de verwijzing naar artikel 142, $ 2, 1°, van de wet van 21 maart 1991, dat werd opgeheven door de wet van 26 januari 2018 betreffende de postdiensten, door de bepaling van deze laatste wet die ervoor in de plaats is gekomen.
Art. 4 Dit artikel heft in artikel 141, 5 1, B, van dezelfde wet de bepaling onder 3° op betreffende de uitgifte en de betaling van binnenlandse postwissels, omdat deze dienst in de praktijk niet meer gebruikt wordt.
Art.5 Artikel 141quinquies van dezelfde wet vertrouwt de diensten van algemeen belang die beschreven zijn in artikel 141, $ 1 A. tot G. toe aan bpost en dit tot 31 december 2021. Het huidige (zesde) beheerscontract (waarvan de duurtijd krachtens artikel 5, $ 3, van de wet van 21 maart 1991 verlengd werd met één jaar) loopt af op dezelfde datum. ‘Opdat bpost bovenvermelde taken zou kunnen blijven uitvoeren na 31 december 2021 is het noodzakelijk om de duur van de toewijzing van deze opdrachten van openbare dienst aan bpost te verlengen, wat een wijziging van artikel 141quinquies van de wet van 21 maart 1991 vereist. Deze verlenging is noodzakelijk om de continuïteit van de diensten te garanderen. De taken waarmee bpost belast is blijven op korte en middellange termijn essentieel voor de burgers, zoals blijkt uit de resultaten van een openbare raadpleging die van 25 mei tot 8 juni georganiseerd werd. De resultaten van deze raadpleging worden in aanmerking genomen in het nieuwe beheerscontract. De DAEB die in dit nieuwe (zevende) beheerscontract zijn opgenomen, zijn in wezen dezelfde als de DAEB die reeds in het 5* en 6* beheerscontract waren opgenomen. Enkele in onbruik geraakte of niet meer pertinente diensten zijn uit het 7* beheerscontract geschrapt, zoals, de betaling van nationale postwissels of de verkoop van visvergunningen via de postkantoren (zie de toelichting bij artikel 2). Bovendien worden in het 7° contract enkele extra taken aan bpost opgedragen (zoals de aanwerving van een “Disability Coordinator” of de ondersteuning van de digitale transformatie). Dit zijn diensten die niet door de markt zouden worden geleverd (bv. betaling aan huis van ouderdomspensioenen en uitkeringen aan gehandicapten) of die alleen zouden worden geleverd tegen minder gunstige voorwaarden voor de gebruikers of op een beperktere wijze (bijvoorbeeld het commercieel optimale netwerk van postale servicepunten zou veel beperkter zijn; de “cash-at‘eounter-diensten zouden nog steeds worden geleverd, maar tegen aanzienlijk hogere tarieven). Hiermee wordt rekening gehouden bij de berekening van de vergoeding, die gebaseerd is op de methode van de netto vermeden kosten ten opzichte van een tegenfeitelijk scenario waarin bpost niet met de betrokken dienst van algemeen economisch belang belast zou zijn In haar beslissingen betreffende het 5° en 6° beheerscontract heeft de Europese Commissie bevestigd dat het om “echte” DAEB gaat. En in haar besluit van 2021 over de verlenging van het 6° beheerscontract voor het jaar 2021 heeft de Commissie nogmaals bevestigd dat de betrokken diensten “nog steeds als echte DAEB kunnen worden aangemerkt en dat de Belgische autoriteiten geen kennelijke fout hebben begaan door ze als zodanig te omschrijven”. Voorts wordt ervan uitgegaan dat de beperkte extra taken waarmee bpost via het 7e beheerscontract wordt belast, gelet op hun aard, niets aan deze conclusie veranderen. Gelet op het feit dat het beheerscontract tussen de Staat en bpost in de regel getekend wordt voor vijf jaar, bepaalt het voorstel dus dat bpost de taken van openbare dienst (bedoeld in artikel 141, $ 1, A. tot en met G) zal blijven uitvoeren tot 31 december 2026. De toewijzing van de opdrachten aan bpost wordt met andere woorden verlengd voor dezelfde duurtijd als het volgende (zevende) beheerscontract. De lengte van de periode van toewijzing is gerechtvaardigd gelet op de afschrijvingstermijnen van de voornaamste niet-overdraagbare activa die noodzakelijk zijn voor het verrichten van diensten van algemeen economisch belang, welke in de meeste gevallen veel meer dan vijf jaar bedragen (zo worden gebouwen van het detailhandelsnetwerk over 30 jaar afgeschreven) of ten minste gelijk zijn aan vijf jaar (bijvoorbeeld voor voertuigen). Zowel in haar beslissing van 2016 tot goedkeuring van het 6* Beheerscontract (beslissing van 6 juni 2016 in zaak SA.4236) als in haar beslissing van 2021 tot verlenging van het 6° Beheerscontract met één jaar (beslissing van 27 juli 2021 in zaak SA.6248) heeft de Europese Commissie geoordeeld dat de gunningsperiode evenredig was met de periode die nodig is voor de afschrijving van de voornaamste activa die nodig zijn voor de uitvoering van de betrokken dienst van algemeen economisch belang. De verlenging van de toewijzing van de opdrachten van openbare dienst zonder oproep tot mededinging is in overeenstemming met het Unierecht. De toewijzing van de DAEB aan bpost gebeurt op basis van artikel 160(2) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en conform de voorwaarden van de EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (Pb. EU C8 van 11 januari 2012, blz. 5).
Artikel 106(2) VWEU telt onder zijn toepassingsvoorwaarden niet een vereiste dat de lidstaat voor de toewijzing van de DAEB een op mededinging gebaseerde procedure moet volgen (Ger. EU 26 juni 2008, zaak T-442/03, Sociedade Independente de Comunicacâo t. Commissie, ro. 145).
Artikel 1(4) van de richtlijn overheidsopdrachten in de klassieke sectoren (Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014) en artikel 1(4) van de richtlijn overheidsopdrachten in de speciale sectoren (Richtlijn 2014/25/EU van het bepalen bovendien dat deze richtlijnen niet afdoen aan de vrijheid van de lidstaten om in overeenstemming met het Unierecht te bepalen wat zij onder diensten van algemeen economisch belang verstaan, hoe die diensten conform de regels inzake staatssteun moeten worden georganiseerd en gefinancierd, en aan welke specifieke verplichtingen die diensten moeten voldoen. Afdeling 2.6 van de DAEB-kaderregeling vereist echter dat de lidstaat bij de toewijzing van DAEB de Unieregels, inzake het plaatsen van overheidsopdrachten in acht neemt. Dit geldt voor eventuele voorwaarden inzake transparantie, gelijke behandeling en non-discriminatie die rechtstreeks uit het Verdrag of het afgeleide Unierecht voortvloeien. bpost is echter de enige operator die in de komende vijt jaar kan voldoen aan de vereisten om de betrokken DAEB. Overeenkomstig artikel 32(2(b) van de richtlijn overheidsopdrachten in de klassieke sectoren en arti kel 50(c) van de richtijn overheidopdrachten in de speciale sectoren (omgezet door respectievelijk artikel 42, $ 1, d), en artikel 124, 5 1, 4°, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten), kunnen deze DAEB bijgevolg toegekend worden via een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking (zonder voorafgaande oproep tot mededinging). De Europese Commissie heeft in haar beslissing betreffende het 6* beheerscontract (beslissing van 6 juni 2016 in zaak SA.4236, randnummer 289) en ook recent nog in haar beslissing betreffende de verlenging van dit contract met één jaar (beslissing van 27 juni 2021 in zaak SA.6248, randnummer 95) bevestigd dat de Belgische Staat op een beroep kon doen op deze uitzondering. De onderhavige wet doet op zich geen recht op financiële compensatie ontstaan in hoofde van bpost in ruil voor de uitvoering van de DAEB tijdens de nieuwe toewijzingsperiode.
Artikel 141, S 1bis, 3° id, van de wet van 21 maart 1991 (dat niet wordt gewijzigd) stelt in dit verband het beginsel voorop dat “[wJanneer de uitvoering van deze opdrachten niet zou worden gedragen of zonder compensatie niet tegen dezelfde voorwaarden zou worden gedragen, wordt een compensatie toegekend ten laste van de Staatsbegroting”. Het bedrag en de betalingsmodaliteiten van de de vergoedingen die aan bpost toegekend zullen worden, worden vastgelegd in het 7* beheerscontract, dat nog bij koninklijk besluit bekrachtigd moet worden. Voordien zal dit contract, net als de vorige beheerscontracten, aangemeld worden bij de Europese Commissie teneinde de naleving van de regels inzake Staatssteun te verzekeren. Het is derhalve aan de Commissie om de duur van de toewijzingsperiode en het bedrag van de compensatie in het licht van deze regels te beoordelen
VOORONTWERP VAN WET
‘onderworpen aan het advies van de Raad van State Voorontwerp van wet tot wijziging van de wet van
Hoofdstuk 1
‘Algemene bepaling Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet ‘Wijzigingen aan de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven Art. 2. In artikel 131 van de wet van 21 maart 1991 betref fende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, worden de volgende wijzigingen aangebracht: t° in de bepaling onder 4°bis, worden de woorden ‘een, postwinkel of een posthalte” vervangen door de woorden “een postpunt”; 2” in de bepaling onder 4°ter,b), worden de woorden “de wet van 24 maart 2003 tot insteling van een basisbankdienst” vervangen door de woorden “het wetboek economisch recht”; 3° de bepaling onder 4"ter, d) wordt opgeheven; 4 in de bepaling onder 4°quater, wordt het woord “postwinker” vervangen door het woord “postpunt”; 5 de bepaling onder 4"quinguies wordt opgeheven.
Art. 3. In artikel 141, 1, A, 1° van dezelfde wet worden de woorden “artikel 142, 5 2, 1° vervangen door de woorden “artikel 16, 5 1, 1° van de wet van 26 Januari 2018 betreffende de postdienstenr.
Art. 4. In artikel 141, 5 1, B, van dezelfde wet, wordt de bepaling onder 3° opgeheven Art. 5. In artikel 141quinguies van dezelfde wet worden de woorden “31 december 2021” vervangen door de woorden “31 december 2026”.
Hoofdstuk 3
Diverse bepalingen Art. 6. Deze wet reedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Analyse d'impact de RiA Remplssr de prêdrence efo Cantate le Helpdesk née Canter le manuel ls FAQ Auteur a. Membre de Gouvernement compétent Vice-premièr Entreprises p contact celie sratgiue (nom, emal, ei) häminstration comotente serve pusuc’ contact zöminieraton (rom, ema té) Projet b. tre du prof de réglementation Septiëme cor concernant général à bps Desriion sucince du pret de - reglement en mentiomant'rigne regemertire (ate drecne sccordde operation, actual, les ceci pour tia mise en muse Arsen dpa dj enden ooi zen Consultations sur le projet de réglementation Canstarionsobigntoesacultatiesou Avis de Finsper itormeles 2021. accord consuitaton p par Fins Pi partagent le pe oco-économi Sources uitskes pour effectuer Fanalyse d'mpact.d. Statues documents derlérence, organisations et personnes de riérence Date de finalisation de Fanalyse d'impact ‚e. vox septembre 2020 tn riet de riemen aur né une se nn haus demotie Suys dez impacs portae né > indiawer les mesures prises pour algen Pourlr mes 5,101 et, den qe corster le manstou conse te hel Lute contre a pare a. impact ost Dmpact rat Égalité des chances et cohésion sociale 2. impacts Timea na Le sixième contrat de gestion entre l'État belge et b prolonge dun an, expe le 31 ddcombre 2021. Ce Holme de sorcen dimret Geonoerigue général Servies, dune part et à inroduire certaines nnova (Fasaure a oninuie dee sonvcas. Ue omquite re Senice postaux, dont mwn 650 bureau de post Eoramunc et 680 ports posi. pest manana distributeurs de bilets dare les bureau de poste coran, un diibuteur de tales dans lea comm de gestion prêvokt également de eforts supplèmer Faccessiitdes points die zenices postaux aux ps Ls bureau de poste auront un nouvens rôle pour numérique des pouvairs pubies et imeusion numér poste aneront les autres puolques à dentfier et numérique et pouront également, en partenariat des schtions accompagnement numérique acapt bureaux de poste coniiieront à garantir quels ux personnes ayant peu ou pas de compétences à Internet, aicant ainsi es pouvoirs pubics à dur paiement à domicle des pensions de retraite et de: bersonnes handieapées est maintenu Le rôle soca Égalité entre les femmes et les hommes 5. 1_ Quels personnes sont directement etindirctement con cel) graupels)de personnes? laucune personne rest concernés, expliquer pourquoi 2 identifier ler êventwele différence entre In situatie relative au projet de rêglementtion 3. certaines de ces dffrencer imitent-elles Face femmes ou des hommes (differences probléma 4 Compte tenu des rêponses aux questions prêcé égal des femmes et es hommes? 5. _Qvelles mesures sont prises pour lige Santé 4. impact pastit impact négatit Emploi 5, Modes de consommation et production 6. Développement économique 7. Formule AR -oct 2014 B par d'impact emées parle projet? ME (<50 ravaleurs) dont le % de micro-enteprise (<10 Cependant, grâce à Ia présence d'un réseau de bureaux de manière général accêderfaclement et localement aux, sluniversel lezPME. ve 10) zont concernés ponder aux questions suivantes ions nécessaires à 'applietion de a réglementation. B réglementaion en projet” @uestions 20 à ab erné doit fourni? documents, par groupe concerné > ons, pargroupe concemé? Ies êventuels impacts nêgatifs B par d'impacr D par dimpacr re de cols Iivrés ne cesse \raine souvent de nombreux. que première entreprise de B pas d'impact D par d'impacr AiR ver onrein dele wien vod tactnemdedbe aero anr meereden e tenarenzaken, Overheldsbeurijven Telecom & pa ovensoensT Moou er en vervoer onde Baheersovereenkomst ussen de Belgische on bpost betrotlnde Hot toeverrouwen van etna van algemeen oconorsact belang aar vande specia va mann gegeven on 1 u OET en 0 Mooren ande sers Voor epetnt en op ZO Ee aile notte van bugers nel NOEL uigevoerd do het be Paas heet beel Suasa het spurt van de Sat len Ene tanden herze eme ag van det re seren vocss 2346/001 'oatum van beëindiging van de impactanalyse e. eener van eega en eerste jk van refwoorde ergens Ii en postieve ent negative > vermeld welke maatregelen worden geno Smeren Voorde thema's, 10,1 en 21, werden Raacplae de handling of contacteer Kansarmoedebestijding Droste impact DO Nersieveinpaet Getike Kansen en sochle cohesie 2. B rostive impact D Negsieveinmact Het zesde bererscontract ussen de Belgische St een jaar is verengd. loopt af op 31 december 2021 toet de uitoering van àe ciendien van algemeen es Bepaal in arikel 141,51, Ate.m. G van de wet va sohmrige economisdie overadsberiven (‘wat ov hetandhouding van een nabiheidsnetwerk met een “degoes” denten van algemeen economisch be van de pensioenen) en de zjn. “ad noe dlensten Seca rol van de postbode het verzenden aan eer iet ontwerp voer ben zevende beheerscontract dt periode 2022-2026, beoogt enerzijds de continue! Van deze diensten, alsook ge introduce van enke ornuftk van de aanstentegeranderen. Eon om omi 2021 toont onder meer aan dat de burgers ng Gan deze Ganeten Het zevende beieorsconiract lin met het Rogeeraldoord:Nabijeid en toeganken contact stat centra; post moet een voorrekkers a Methet og op deze doelsteingen wordt ine erpichting behouden om een buurtetweek met 1: ‘@ houden. waarvan ongeveer 650 postkantoren (m vostpunten. boost zal een netwerk van minstens 95 Postkantoren aanhouden en, op vraag van de geme Waar or goan andere maor aamwazig zin inde ger Voorzet wa in bijkomende inspanningen op hed va postale sencepunten voor personen met een hand Fauw rol kigen tr ndareiuring van de ciale de aal incisie. De postkantoren zulen de over idoreren van burgers de zich in aan kwelabare pe daler en armen zij ook, in parterachap mo afgestemde tale orderstauringsoplossingen za postkantoren ertoe bijdragen datde ovareidodiene Personen die werg or geen djaie vancigfden Feboen. om zo de overheid te helpen de dial lc aan huis van de ouderdoms- en overlevingspensioe aan personen met een handicap wordt behouden. Ù wordt behouden. Gelijkheid van vrouwen en mannen 3. 2 op welke personen heeft het ontwerp (rechtstreeks of on samenstling van deze graepfen) van personen? Indien geen enkele persoon betrokken is, leg uit waarom. 2 Identificeer de eventuele verschil in de respectiev het ontwerp van regelgeving betrekking heet 3, _aeperken bepaalde van deze verschillen de toe rechten van vrouwen of mannen (problematie a. identificeerde positieve en negative impact rekening houdend met de voorgaande antwcor 5. Welke maatregelen worden genomen om Gezondheid 4. D postieveimpact __ D Negatieve impact Werkgelegenheid 5. ‘Consumptie en productiepatronen 6 Economische ontwikkeling 7. Di postieveimpact __T Negaieveimpact Investeringen 5. ‘Onderzoek en ontwikkeling ‚5. Kmo's 10. 1 Welke ondememingen zijn rechtstreeks otonrechtstreck | Beschrijf de sectoren), het aanta ondernemingen, het %k ondernemingen (<10 werknemers} Ingien geen enkele onderneming betrokken 5, eg uit waar Het beheerscontract heeft geen rechtstreekse impact op netwerk an postkantren over heel het grondgebied heb in het bijzonder deze gelinkt aan de universele postdienst 2. 1denifceer de positieve en negatieve impact van het N&, De impact op de administratieve lasten moet bij 3 Is deze impact verhoudingsgewijs zwaarder voo 4 staat deze impact in verhouding tot het beoogd 5. Welke maatregelen worden genomen om deze Administratieve lasten 11 1 1dentficeer, per betrokken doelgroep, de nodige formalite Indien er geen enkele formaitten of verplichtingen zij, a huidigeregelgeving* 2 Welke documenten en informatie moet elke betrlde 3. Hoe worden deze documenten en informate, per bet 4 wekeisdeperiodicteit van de formaliteiten en verp 5. Welke maatregelen worden genomen om de eventue Energie 12. Opostieveimpact _ T Negatieve impact Mobiliteit 13, Voeding 14. Klimaatverandering 15. B positieveimpact _ T Negatieve impact Door de groei van de e-commerce neemt het aantal naast CO2-uitstoct, ook vaak veel overlast in steden meebrengt. Als grootste pakjesleverancier qua volur belangrijke bijdrage leveren aan de ecologische doe versneld werk te maken van een koolstofarme dist dat bpost en de Staat een nieuw Handvest Maatsch ‘Ondernemen zullen afsluiten. bpost zal dit verder m stappenplannen. Natuurlijke hupbronnen 16. Opositieveimpact _ T Negatieve impact Buiten-en binnenlucht 17. Biodiversiteit 18. Hinder 19. Overheid 20. De diensten van algemeen economisch belang die bpost op ver worden tot 2026 bevestigd, aangepas en/of gemoderniseerde burgers en bedrijven Beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling 21. Alom v2-oct 2014 impact van het ontwerp op de ontwikkelingstanden op het vak obiisring van lokale middelen (tatie) personen. imaatverandering (mechanismen vor schone ontwikkeling) meid ef aleen betrekking op België mische categorieën (eventueel landen opljsten). 2 oi sieve impact te verlichten /te compenseren
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE
NR. 70.063/2/V VAN 13 SEPTEMBER 2021 Op 3 augustus 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-eersteminister en minister van ‘Ambtenarenzaken, Overheidsbedriven, Telecommunicatie en Post verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een voorontwerp van wet ‘ot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven Het voorontwerp is door de tweede vakantiekamer onderzocht op 13 september 2021. De kamer was samengesteld uit Pierre Vaxoenwoor, kamervoorzitter, Bernard Beno en Christine Honevoers, staatsraden, Christian Benexor en Marianne Dom, assessoren, en Charles-Henri Van Hove, toegevoegd grifier, Het verslag is uitgebracht door Julien Gau, adjunctauditeur, De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Vasoerwoor Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 13 september 2021. ‘Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artkel 84, 5 1, eerste lid, 22, van de wetten ‘op de Raad van State, gecoördineerd op 12 janwari 1973, beperkt de aldeling Wetgeving overeenkomstig arikel 84,5 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek to de rechtsgrond van het voorontwerp de bevoegdheid van de steler van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten wat die drie punten betreft, geeft het voorontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Voonaraaan voavenssre Bij artikel 5 van het voorontwerp worden de opdrachten van openbare dienst opgesomd in artikel 141, 51, punten A tot G, van de wet van 21 maart 1991 ‘betreflende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, via een + Aangezien het om eon voorontwerp van wet gaat, wordt onder ‘echtsgrond” ae overeenstemming met de hogere rechtsnormen verstaan ‘onderhandefingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking toevertrouwd aan bpost tot 31 december 2026. Als tegenprestatie voor sommige van die opdrachten van openbare dienst zal bpost een financiële vergoeding ontvangen * ‘Aangezien het voorliggende voorontwerp één van de Instrumenten? vormt via welke aan bpost opdrachten van openbare dienst toevertrouwd worden die vergoed worden met openbare middelen, zal het eveneens vooraf aangemeld moeten worden bij de Europese Commissie, overeenkomstig artikel 108, id 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: ‘VWEU'), zodat kan worden nagegaan of het verenigbaar is met artikel 106, id 2, van, hetzelfde Verdrag in het licht van de richtsnoeren vervat in de mededeling van de Europese Commissie met betrekking tot de “EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2011)” (PBEU, C.8, 1 januari 2012, 15) (hierna: “de Kaderregeling”)* De steller van het voorontwerp dient erop toe te zien dat dit vormvereiste vervuld wordt. 1 _Bij artikel 90 van de programmawet van 20 december 2020 is het laatste mandaat waarbij aan bpost die opdrachten van openbare ‘denst toevertrouwd worden, met één aar verlengd (ot 31 december 2021). De oorspronkelijke duur van dat mandaat was vj jaar (wan 31 december 2015 tot 1 december 2020). Overeenkomstig ‘artikel 5,5 3, tweede li, van do wet van 21 maart 1991 is het zesde beheerscontract tussen de Belgische Staat en bpost eveneens - van rechtswege - verlengd met ingang van 1 januari 2021 tot ‘op het ogenik dat een nieuw beheerscontract in werking treedt (B.S, 11 maart 2021). De Europese Commissie heeft ingestemd met ie verlenging in haar beslui SA.6248 van 27 juli 2021 waarin ze in hoofdzaak verwijst naar haar besluit SA 4236 van 2 Zi arikel 14tter 5 1, van do wet van 21 maart 1991. *_Samen met het ontwerp van zevende beheerscontract tussen, ‘bpost en de Belgische Staat. Dat ontwerp van beheerscontract dat ter informatie aan de afdeling Wetgeving overgezonden is, is niet van reglementaire aard in de zin van artikel 3, 51, van de gecoördineerde wetten ‘op de Raad van State (advies 29.939, ‘op 1 maart 2000 verstrekt over een ontwerp dat gelid heelt tat het koninklijk besluit van 16 maart 2000 ‘houdende goedkeuring van de eerste wijziging van het beheerscontract gesloten tussen De Post en de Staat”, hifpswwvwraadvst-consetat beldbrlavis 12993 pd) «__De geplande vergoedingen zijn een vorm van staatssteun en moeten onderzocht worden in het cht van de richtsnoeren vervat in de Kaderregeing, gelet op het ot dat enerzijds niet alle voorwaarden vastgesteld in do Afrmark-rechispraak (HvJ 24 jul 2003, C-280/00, ECLIEU:C:2003:415, Altmark Trans Gmb) in ‘acht genomen worden, en anderzijds die vergoedingen door do ‘omvang ervan zowel de drempel zuilen overschrijden vastgelegd in artikel 2, id 2, van verordening (EU) 380/2012 van de Commissie van 25 april2012 ‘betreffende de toepassing van de artikelen 107 ‘en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen ‘economisch belang verrichtende ondernemingen’ (PBEU, L.14, 26 april 2012, 8) als de drempel vastgesteld bij artikel 2, lid a). van besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 “betreffende de toepassing van arikel 106, 2, van het Verdrag betreffende de werking van do Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst verieend aan ‘bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch ‘belang belaste ondememingen' (PBE, L7, 11 januari 2012, 3) Onoenzoek van wer oumwene Dseosmer Artikel 2 1. In punt 1° schrijve men “of een postpunt”in plaats van, een postpunr” 2. In de tekst die ingevoegd wordt bij punt 2° dient op nauwkeurigere wijze verwezen worden naar artikel VIL57 van het Wetboek van economisch recht. In de Nederlandse tekst van het ontwerp schrijve men overigens “Wetboek van economisch recht” in plaats van “Wetboek economisch recht” Artikel 5 1.1. Het onderzoek van de verenigbaarheid van het vaorontwerp met artike! 106, id 2, van het VWEU in het cht van de richtsnoeren vervat in de Kaderregeling, brengt de afdeling wetgeving ertoe om, onverminderd het onderzoek dat de Europese Commissie zal voeren in het kader van de procedure bedoeld in artikel 108, id 3, van het VWEU en binnen de grenzen van de adviesaanvraag die bij haar is ingediend, de volgende opmerkingen te formuleren. 1.2. De steun kan alleen worden verleend voor een reële “dienst van algemeen economisch belang” (hierna: DAEB") In de zin van artikel 106, id 2, van het VWEU. In de Kaderregeling staat: “(lidstaten [kunnen] geen specieke openbaredienstverplichtingen verbinden aan diensten die al worden verricht of die op bevredigende wijze kunnen worden verricht en op voorwaarden (zoals de prijs van, objectieve kwaifeftskenmerken van, continitet van en de toegang tot de diens) die stroken met het algemeen belang, zoals dat door de staat is omschreven, daor ondememingen die onder normale marktomstandigheden actiel zijn (… Voor de toepassing van de in de onderhavige mededeling uiteengezette beginselen dienen de lidstaten aan te tonen dat zij de behoeften aan een openbare dienst goed hebben onderzocht, mede aan de hand van een publieke raadpleging of andere passende instrumenten waarmee de belangen van gebruikers en dienstverrichters kunnen worden meegenomen. (.…)”* Hoewel de lidstaten over een ruime beoordelingsbevoegdheid beschikken om te bepalen welke diensten DAEB's zijn, neemt dat niet weg dat het feit dat die diensten als DAEB's aangemerkt worden, verantwoord moet worden. ‘Op een vraag in dat verband heeft de gemachtigde van de minister het volgende geantwoord > _ Punt 22 van de Kadarrogeling En annexe, vous trouverez également les résultats de la consultation publique réalisée par "Institut Profacts en Hoewel enerzijds de Europese Commissie, in haar besluiten in verband met de vorige beheerscontracten, bevestigd heeft dat de aan bpost toevertrouwde opdrachten van openbare dienst reële DAEB's zijn, en anderzijds een navraag bij het publiek uitgewezen heeft dat bepaalde van die opdrachten “op korte en middellange termijn essentieel [blijven] voor de burgers”, verdient het aanbeveling om in de memorie van toelichting concreter aan te geven op basis van welke gegevens tot de conclusie gekomen kan worden dat, heden of in een nabije toekomst de bij het voorontwerp aan bpost toegekende opdrachten van openbare dienst niet of niet op bevredigende wijze of op voorwaarden (prijs van, objectieve kwalteitskenmerken van, continuïteit van en de toegang tot de dienst) die stroken met het algemeen belang, verricht kunnen worden door ondernemingen die onder normale marktomstandigheden actief zijn. Het is in ieder geval de Europese Commissie die zal moeten beoordelen of de argumenten die bij haar aangevoerd worden In verband met die kwesties, afdoend zijn, en het is op die voorwaarde dat de voorliggende bepaling ten uitvoer gelegd zal kunnen worden. 1.3. Wat de duur van het mandaat betreft, staat in de Kaderregeling het volgende: “De lengte van de periode waarvoor een onderneming met het beheer van de dienst van algemeen economisch belang wordt belast, dient te worden verantwoord aan de hand van objectieve criteria zoals de behoefte om niet-overdraagbare vaste activa af te schrijven. In beginsel mag de lengte van die periode niet langer zijn dan de periode die nodig is om de activa te kunnen afschrijven die voor het verrichten van de dienst van algemeen economisch [belang] het meest van belang zijn.” Wat de verantwoording voor de duur van het aan bpost verleende mandaat betreft, staat in de memorie van toelichting evenwel alleen dat “het beheerscontract tussen de Staat en bpost in de regel getekend wordt voor vijt jaar” Die uitleg is op zich niet verenigbaar met de Kaderregeling. minister het volgende geantwoord: *_ zie antwoord nr. 12 van de “Gids voor de toepassing van de EUregels inzake staatssteun, overheidsopdrachten en do eengemaakte markt op diensten van algemeen economisch belang, en met name sociale diensten van algemeen belang” (werkdocument van de diensten van de Commissie, SWD(2013) 53 fina, 29 april 2013), waarin staat dat, in de gevallen waarin het duidelijk is dat (de markt de dienst op korte termijn kan aanbieden op de door de astaat gewenste voorwaarden (oa. prijs, kwalter, continutiten toegankelijkheid), de overheidsinstanties de periode waarvoor de ‘denst wordt toegewezen, ienovereenkamstig moeten verminderen ‘en de ontwikkeling van de markt in het oog moeten houden om te kunnen bepalen ofhet nog wel nodig 's om de dienst opnieuw too te wijzen wanneer de vorige toowijzingsperiode Is afgelopen. 7_Punt 2.4 van de Kadorregeling. pour 'amortissement des actifs majeurs nécessaires à la réalisation des SIEG concernés” Het verdient aanbeveling die overwegingen op te nemen in de memorie van toelichting. ‘Ook hier dient er evenwel aan herinnerd te worden dat het in ieder geval de Europese Unie zal zijn die zal moeten beoor. delen of de argumenten die in dat verband bij haar aangevoerd worden, afdoend zijn, en het is op die voorwaarde dat de voorliggende bepaling ten uitvoer gelegd zal kunnen worden. 1.4, De kaderregeling luidt: “Steun kan alleen op grond van artikel 106, lid 2, van het Verdrag met de interne markt als verenigbaar worden beschouwd wanneer het verantwoordelijke overheidsorgaan bij het opdragen van de dienstverrichting aan de betrokken onderneming de Unieregels op het gebied van overheidsopdrachten in acht heeft genomen of toezegt deze in acht te zullen nemen. Dit geldt voor eventwele voorwaarden inzake transparantie, gelijke behandeling en non-discriminatie die rechtstreeks uithet Verdrag of, in voorkomend geval, uit het afgeleide Unierecht voortvloeien” In de memorie van toelichting bij het voorontwerp staat in dat verband het volgende “Enerzijds worden de opdrachten door de aanwijzing als DAEB ontrokken aan het toepassingsgebied van de richtlijn overheidsopdrachten (richtlijn 2014/24/EU van het Europees Pariement en de Raad van 26 februari 2014) en de richtijn concessieovereenkomsten (richljn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014). Anderzijds gebeurt de toewijzing van de DIAEB aan bpost conlorm de voorwaarden van de EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (Pb. EU C8 van 11 januari 2012, p. 5 (lees: 15)), met inbegrip van, de voorwaarde onder afdeling 2.6 van inachtneming van de Unieregels inzake het plaatsen van overheidsopdrachten bpost is immers de enige operator die in de komende vijf jaar kan voldoen aan de vereisten om de betrokken DAEB. Overeenkomstig artikel 32(2)(6) van de richtlijn overheidsopdrachten kunnen deze D[AE]B bijgevolg toegekend worden via een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking” In tegensteling tot wat vermeld staat in de eerste zin van het hierboven weergegeven uittreksel uit de memorie van toelichting, leidt het loutere feit dat bepaalde opdrachten van openbare dienst aangeduid worden als DAEB's, er niet automatisch toe dat ze onttrokken worden aan het loepassingsgebied van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten of concessieovereenkomsten noch dat ze, in elk geval, worden ontrokken aan de toepassing van de algemene principes van het Europees recht inzake mededinging Bovendien druist dat uitreksel in tegen het vervolg van de memorie van toelichting waarin uitgelegd wordt dat de © _ Punt 28 van do Kaderregeling, opdrachten van openbare dienst die opgesomd worden in artikel 141, 5 1, punt A tot G, van de wet van 21 maart 1991 toevertrouwd worden aan bpost middels een procedure voor het plaatsen van overheidsopdrachten die vastgelegd is in die richtlijnen. De memorie van toelichting moet in het licht van die opmerking aldus herzien worden dat geen rechtsonzekerheid wordt gecreerd. 1.5. De steller van het voorontwerp moet er zich eveneens van vergewissen dat voldaan is aan de andere voorwaarden van de Kaderregeling.” Het verdient aanbeveling de memorie van toelichting aan te vullen op dat punt, in voorkomend geval door te verwijzen naar het ontwerp van zevende beheerscontract tussen de Belgische Staat en bpost, in zoverre de relevante elementen, in dat verband daarin opgenomen zijn.
Artikel 6 Uit artikel 6 van het voorontwerp volgt dat de wet onmidgelijk in werking zal treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. ‘Tenzij er een specieke reden bestaat om afte wijken van de gangbare termijn van inwerkingtreding vastgesteld bij arikel 4, tweede lid, van de wet van 31 mei 1961 ‘betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen, dient in beginsel te worden algezien van de onmiddelijke inwerkingtreding van nieuwe regels teneinde elkeen een redelijke termijn te geven om daarvan kennis te nemen De grifier, De voorzitter, Charies-Henri VAN HOVE _ Pierre VANDERNOOT * Zie, bij wijze van voorbeeld, punt 2.3 (noodzaak om ‘openbaredienstverpichtingen en do berekeningswijze van de ‘compensati vast loggen in oon besluit waartij on ondereming mathet beheer van de ianst van algmeen economisch belang wordt blast, in het bijzonder de punten) den o) van id 16 (punt 25 (nachtneming van richtjn 2006/11/EG van de Commissie Van 16 november 2008 ‘botrtonde de doorzichtigheid in de ancile botrekdängen tussen staten en openbare bedrijven on ‘80 nanciële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen), punt 28 (compensatiebedreg), punt 2.9 (verdere voorwaarden ie nodig kunnan zijn om to garanderen dat de ontwikkeling van het handalsvarkeer niet wordt beinvloed in oen mats di strijdig is met het belang van de Unie) en punt 210 (ransparantie) van 8 Kadarogeling. FILIP, Konina ver Betoen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groer. Op de voordracht van de minister van Post, Heesen Wij BesLoren EN Besturen Wi: De minister van Post is ermee belast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam Algemene bepaling Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Wijzigingen aan de wet van 21 maart 1991 In artikel 131 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, worden de volgende wijzigingen aangebracht 1° in de bepaling onder 4°bis, worden de woorden “een postwinkel of een posthalte” vervangen door de woorden “of een postpunt”; 2° in de bepaling onder 4°ter, b), worden de woorden “de wet van 24 maart 2003 tot instelling van een basisbankdienst” vervangen door de woorden “artikel VIL.57 van het Wetboek van economisch recht”; 3° de bepaling onder 4°ter, c) wordt opgeheven; 4° de bepaling onder 4“ter, d) wordt opgeheven; 5° in de bepaling onder 4°quater, wordt het woord “postwinkel” vervangen door het woord “postpunt”; 6° de bepaling onder 4°quinquies wordt opgeheven. In artikel 141, $ 1, A, 1° van dezelfde wet worden de woorden “artikel 142, $ 2, 1°° vervangen door de woorden “artikel 16, 8 1, 1° van de wet van 26 januari 2018 betreffende de postdiensten”. In artikel 141, 5 1, B, van dezelfde wet, wordt de bepaling onder 3° opgeheven. In artikel 141quinguies van dezelfde wet worden de woorden “31 december 2021” vervangen door de woorden “31 december 2026”. Gegeven te Brussel, 26 november 2021 FILIP Van Koninasweoe: Vice-eersteminister en minister van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven, Telecommunicatie en Post, Petra DE SUTTER TEXTE DE BASE Loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques TITRE IV. Réforme de la Régie des postes CHAPITRE IL. Définitions et siège social Art. 131, Pour l'application du présent titre, on entend par d'application de la définition; 2 prestataire de services postaux: toute entreprise qui fourni un ou plusieurs services postaux; 3 réseau postal: ensemble de "organisation et. des moyens de toute nature mis en ceuvre par le €) la distribution à adresse indiquée sur envoi postal 4 bis point de service postal: un bureau de poste, un magasin postal ou une haite postale; 4 ter bureau de poste: un point de service postal exploité par bpost qui propose au client au moins assortiment complet de services, cestàdire al assortiment de base; B) "exécution des opdrations relatives au service bancaire de base tel que défini par la loi du 24 mars 2003 instaurant un service bancaire de base; le paiement des mandats poste nationaux; dla vente, le remboursement, le remplacement et échange des permis de pêche; ©) Facceptation de versements sur des comptes. ouverts auprès de bpost ou d'autres institutions financières; 9 le retrait en espèces d'un compte quelle que soit la méthode proposée; B) le païement des assignations -P; hj) la réception de bulletins de virement relatifs à des paiements à partir d'un compte propre; 4” quater magasin postal: un point de service postal exploité par un tiers, où celurci exéeute les services publics dont bpost lui a confié Texécution au nom et pour le compte de bost; 4 quïnguies halte postale: un point de service postal ou tout autre point de contact avec le dlient où du personnel de bpost propose à celui ci au moins l'assortiment de base pendant un nombre limité d'heures; 4) Tacceptation de versements en espèces de maximum 500 euros, pourvus d'une mention 5" levée: l'opération consistant pour un prestataire de services postaux à collecter les envois postaux; 6” distribution: le processus allant du tri au centre de distribution jusqu'à la remise des ‘envois postaux aux destinataires; 8 envoi de correspondance: une ‘communication écrite sur un support physique avelconque qui doït être acheminée et remise à 9 envoi recommandé: un service garantissant forfaitairement contre les risques de perte, vol ou détérioration et fournissant à 'expêditeur, le cas échéant à sa demande, une preuve de la date du dépôt de l'envoi postal et/ou de sa remise au destinataire; 10° envoi à valeur dêcharée: un service consistant à assurer l'envoi postal à concurrence de la valeur déclarée par 'expêditeur en cas de perte, vol ou détérioration; 11” envoi enregistré: envoi recommandé ou à valeur déclarde; 12° courrier transfrontière: le courrier en provenance ou à destination d'un autre Etat; ‘communiquée àla Commission conformément à Vartile 4 de la Directive 97/67/CE, modifiëe par la Directive 2008/06/CE du Parlement européen et du Conseil du 20 février 2008 modifiant la Directive 97/67/CE en ce qui conceme Vachèvement du marché intérieur des services postaux de la Communauté; ‘obligations spécifiques, lorsque le prestataire de services postaux n'est pas habilité à exercer les. droits concernés avant d'avoir regu la décision de Institut; 16° expéditeur: une personne physique ou morale qui est à "origine de envoi postal. 17° uülisateur: toute personne physique ou morale bénéficiaire d'une prestation de service postal en tant qu'expéditeur ou destinataire; 18° Institut Institut belge des services postaux et des télécommunications, en abrégé IBPT, visé au chapitre IN dela loi du 17 janvier 2003 relative au statut du rêgulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges; 1” exigences essentielles: les raisons d'intérêt général de nature non économique qui peuvent. ‘données, la protection de l'environnement et aménagement du territoire. La protection des données peut comprendre la protection des données à caractère personnel, la confidentialité des informations transmises ou ‘stockées ainsi que la protection de la vie privée; 21° La Poste: entreprise publique autonome visée à article ler, 64,3”; 23° adresse: ensemble de données permettant au prestataire de services postaux de déterminer le lieu de distribution et contenant au moins le numéro de maison, le nom de la rue et le nom de la commune ou une mention ou. information acceptée par le prestataire de services postaux concerné lui permettant de déterminer sans équivogue au moins le numéro. de maison, le nom de la rue et le nom de la ‘ou sur son conditionnement; Taffranchissement des envois postaux CHAPITRE V. Objet social et missions de service publie Section 1. Missions de service public de bpost A. le maintien, en vue d'assurer la cohésion territoriale et sociale, d'un réseau de proximité ‘configuré comme suit: Tee réseau doit être composé d'au moins 1300, points de service postal dont au moins un dans 62,1 2 les points de service postal visés au 1° doivent comprendre au moins 650 bureaux de poste dont au moins un dans chaque commune du pays;et B. exécution des services financiers postaux 2 la réception de dépöts en espèces à porter au crédit d'un compte postal courant ou d'un compte auprès d'une institution financière; et 3 T'émission et le paiement des mandats-poste nationaux C Le paiement à domicile des pensions de retraite et de surve et des allocations de ‘sécurité sociale aux personnes handicapées D. Le développement du rôle social des facteurs, notamment envers les personnes isolées et démunies,et du service "SVP facteur" E. Linformation au public à la demande de Tautorité publique compétente F. envoi à des taris rêduits de correspondance ‘expédiée par des fondations et associations sans. but lucratif.
G. La distribution des envois de Ja poste aux lettres soumis au régime des franchises de port Les missions de service public autres que celles ‘énumérées à article 141, $ ter, A.à G. qui sont. de Etat. 1'bis, le contrat de gestion ou la convention ‘spécifique règle les matières suivantes Fles règles de conduite à l'égard des utilisateurs; 3 le cas échéant, les paramètres objectifs et. transparents sur la base desquels est calculée la compensation;et 4 le cas échéant, les montants provisoires etles, modalités de paiement des compensations, ‘selon le cas, visées à article 141ter Parlement européen et du Conseil du 15 décembre 1997 concemant des règles ‘communes pour le développement du marché intérieur des services postaux de la ‘Communauté et l'amélioration de la qualité de coupables de 1 abus d'enveloppes, de bandes ou de cartes utilisées comme courrier administratif; 2 fraude. Est considér comme frauduleux, le courrier en franchise postale, avec rétribution différée ou envoyé affranchi 1" qui ne possède pas de nature administrative d'intérêt général; 141, 5 der, A. à G. jusqu'au 31 décembre 2021
OORSPRONKELIJKE TEKSTVERSIE
Wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische ‘overheidsbedrijven TITEL IV. Hervorming van de Regie der posterijen HOOFDSTUK II. Bepalingen en maatschappelijke zetel Art. 131. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: T postdiensten: diensten die bestaan uit het ophalen, het sorteren, het vervoeren en de distributie van postzendingen. De aanbieding van postdiensten door de natuurlijke of rechtspersoon van wie de post afkomstig is wordt van het toepassingsveld van de definitie uitgesloten; 2 aanbieder van postdiensten: elke onderneming die één of meer postdiensten aanbiedt; 3 postnetwerk: het geheel van de organisatie ‘en alle middelen, waarvan door de aanbieder(s) van de universele dienst gebruik wordt gemaakt ‘om met name a) op de toegangspunten op het gehele grondgebied de onder een verplichting tot universeledienstverlening vallende postzendingen op te halen; b) deze postzendingen tussen de punten van toegang tot het postnetwerk en het distributiecentrum te verzenden en te verwerken; €] deze postzendingen op het vermelde adres te bestellen; 4 toegangspunten: fysieke plaatsen, met inbegrip van brievenbussen voor het publiek aan de openbare weg of in de gebouwen van de aanbieder(s) van postdiensten, waar de postzendingen door de afzenders in het postnetwerk kunnen worden gebracht; (postwinkel of een posthaite of een postpunt; 4 ter postkantoor: een postaal service punt uitgebaat door bpost waar minstens het volledige assortiment van diensten wordt aangeboden aan de klant, zijnde: a) de diensten van het basisassortiment; B) de uitvoering van verrichtingen van basisbankdiensten zoals gedefinieerd in de-wet vana maart2003totinsteling vaneen basisbankdienst artikel VILS7 van het Wetboek van economisch recht; nn rd witwisseling van visverloven; ©) het aanvaarden van stortingen ter creditering van rekeningen gehouden bij bpost of andere. financiële instellingen; 1) de afhaling van contant geld van een rekening, ‘ongeacht de voorgestelde methode; B) de uitbetaling van assignaties P; hj de __ionwangstmeming _ van overschrijvingsformulieren met betrekking tot. betalingen vanuit eigen rekening; 4 _quster postwinkel postpunt: cen postaal service punt uitgebaat door een derde waarin deze derde openbare diensten uitvoert in naam ‘en voor rekening van de post; of -ander contactpunt met de-Hant_ waar minstens-het-bastsassortment aangeboden wordt door personeel van-bpost-tjdens-een beperktaantolsren; 4" sexies basisassortiment: de volgende diensten: a) de inontvangstneming van zendingen van stukpost-brievenpost en ___stukpostpostpakketten die deel uitmaken van de universele postdienst, met uitzondering van zendingen met aangegeven waarde; B) het ter beschikking houden en afgeven van ‘stukpost-aangetekende zendingen en stukpostuniversele postdienst en waarvoor een bericht werd achtergelaten na vergeefse aanbieding aan huis; €) de verkoop van postzegels; d) het aanvaarden van contante stortingen van maximum 500 euro, voorzien van een gestructureerde mededeling, ter creditering van rekening bij bpost of een financiële instelling; e) voor zover mogelijk wordt een minimum assortiment van verpakkingen voor brievenpost. ‘en postpakketten te koop aangeboden. 5 ophalen: de handeling waarmee een aanbieder van postdiensten postzendingen ‘ophaalt; 6 distributie: het proces gaande van het sorteren in distributiecentra tot het bestellen van postzendingen aan de geadresseerden; 7°_postzending: geadresseerde zending in definitieve vorm die een aanbieder van postdiensten verzorgt. Naast brievenpost worden bijvoorbeeld als _ postzending aangemerkt: boeken, catalogi, kranten, tijdschriften en postpakketten die goederen met. ‘of zonder handelswaarde bevatten; B” brievenpost: een op enigerlei fysieke drager aangebrachte schriftelijke mededeling die wordt. vervoerd en besteld op het door de afzender op. de zending zelf of op de omslag daarvan vermelde adres. Boeken, catalogi, kranten en tijdschriften worden niet als brievenpost aangemerkt; 9” aangetekende zending: een dienst die op forfaitaire basis tegen de risico's van verlies, diefstal of beschadiging waarborgt, waarbij de afzender, in voorkomend geval op zijn verzoek, ‘een bewijs ontvangt van de datum van afgifte of van de bestelling van de postzending aan de geadresseerde; 10° zending met aangegeven waarde: een dienst die bestaat in de verzekering van de postzending voor de door de afzender aangegeven waarde tegen verlies, diefstal of beschadiging; 11° ingeschreven zending: een aangetekende zending of een zending met aangegeven waarde; 12° grensoverschrijdende post: post afkomstig uit of verzonden naar een andere Staat; 13° aanbieder van de universele dienst: de aanbieder van postdiensten die in België een universele postdienst of een deel daarvan aanbiedt, en waarvan de identiteit aan de Commissie is meegedeeld overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 97/67/8G, gewijzigd bij Richtlijn 2008/6/EG van het Europees Parlement ‘en de Raad van 20 februari 2008 tot wijziging van Richtlijn 97/67/EG wat betreft de volledige voltooing van de inteme markt voor postdiensten in de Gemeenschap; 14° vergunning: een machtiging die door het Instituut wordt verleend en waarbij aan een, aanbieder van nationale en inkomende grensoverschrijdende brievenpost binnen de werkingssfeer van de unwersele dienst specifieke rechten worden verleend en waarbij de actviteiten van die onderneming aan ‘specifieke verplichtingen worden onderworpen ‘en waarbij de aanbieder niet gerechtigd is de desbetreffende rechten uit te oefenen alvorens hij het door het Instituut genomen besluit heeft ‘ontvangen; 15° eindkosten: vergoeding aan de aanbieders van de universele dienst voor de distributie van de inkomende grensoverschrijdende post, bestaande uit postzendingen die uit een andere ‘Staat afkomstig zijn; 16° afzender: natuurlijke of rechtspersoon van wie de postzending afkomstig is; 17° gebruiker: natuurlijke of rechtspersoon aan wie de postdienst aangeboden wordt, als afzender of als geadresseerde; 18° Instituut: het Belgisch insttuut voor postdiensten en telecommunicatie, afgekort BIPT zoals bedoeld in hoofdstuk Il van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post‘en telecommunicatiesector; 19° essentiële eisen: niet-economische redenen van algemeen belang die de Staat ertoe kunnen bewegen voorwaarden inzake het aanbieden van postdiensten op te leggen. Deze redenen zin het vertrouwelijke karakter van de brievenpost, de veiligheid van het functioneren van het netwerk op het gebied van het vervoer van gevaarlijke stoffen, de naleving van arbeidsvoorwaarden en omstandigheden en regelingen voor sociale zekerheid die in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen zijn vastgelegd en/of via _ collectieve ‘onderhandelingen tussen sociale partners zijn overeengekomen, in overeenstemming met het communautaire en het nationale recht, en, in gerechtvaardigde gevallen, de bescherming van gegevens, de bescherming van het milieu en de ruimtelijke ordening. Gegevensbescherming kan, bestaan uit de bescherming van persoonsgegevens, het vertrouwelijke karakter van informatie die wordt doorgegeven en/of opgeslagen, alsmede de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; 20° tegen enkelstukstarieven aangeboden diensten: postdiensten waarvoor het tarief is vastgesteld in de algemene voorwaarden van aanbieder(s) van de universele dienst voor postzendingen die per individueel stuk worden afgegeven; 21° De Post: het autonome overheidsbedrijf bedoeld in artikel 1, 6 4, 3°; 22° financiële postdiensten: de bewerkingen met chartale, scripturale of elektronische geldmiddelen, kosteloos of tegen betaling verwezenlijkt door De Post en uitgevoerd voor haar eigen rekening of voor rekening van derden; 23” adres: geheel van gegevens die de aanbieder van postdiensten in staat stelt de plaats van distributie vast te stellen en die minstens het huisnummer, de straatnaam en de naam van de gemeente bevatten of een door de betrokken aanbieder van postdiensten aanvaarde andere vermelding of informatie die hem op een ‘ondubbelzinnige manier in staat stelt minstens. het huisnummer, de straatnaam en de naam van, de gemeente te bepalen; 24° direct mail: een mededeling die uitsluitend uit reclame, marketing: of publiciteitsmateriaal bestaat, die dezelfde boodschap bevat, met uitzondering van de naam, het adres en het identificatienummer van de geadresseerde, alsmede andere variabelen/parameters die de aard van de boodschap niet wijzigen, en die aan een aanzienlijk aantal geadresseerden wordt toegezonden met het oog op vervoer naar en bestelling op het adres dat de afzender op de eigenlijke zending of op de verpakking ervan heeft vermeld; 25° routage-acthiteiten: routage-activiteiten worden verricht door een natuurlijke persoon of rechtspersoon in opdracht van een afzender. Routage-activiteiten bestaan uit activiteiten van gereedmaking van postzendingen volgens de normen van de aanbieder van postdiensten ‘eventueel in combinatie met andere activiteiten ter voorbereiding van postzendingen zoals de verpakking, het afdrukken of de frankering van de postzendingen. HOOFDSTUK V. Doel en opdrachten van openbare dienst Afdeling IL. Opdrachten van openbare dienst van bpost Art. 141 SL bpost is belast met volgende opdrachten van openbare dienst over het gehele grondgebied van het Rijk:
A. De instandhouding, teneinde territoriale en sociale cohesie te verzekeren, van een nabijheidsnetwerk met de volgende configuratie: T dit netwerk dient samengesteld te zijn uit minstens 1300 postale service punten waarvan ten minste één in elke gemeente van het land, die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de verplichtingen van bedelingen waarmee bost. belast is teneinde de universele postdienst krachtens artikel-1427-6-2-1; artikel 16, 61, 1° van de wet van 26 januari 2018 betreffende de postdiensten uit te voeren; 2” de onder 1” bedoelde postale service punten dienen uit minstens 650 postkantoren te bestaan waarvan minstens één in elke gemeente van het land; en 3 minstens 95 percent van de bevolking dient toegang te hebben tot een postaal service punt. dat het bassisassortiment aanbiedt en dat gelegen is binnen een wegafstand van ten hoogste vijf kilometer, en minstens 98 percent van de bevolking dient toegang te hebben tot. zulk postaal service punt dat gelegen is binnen ‘een wegafstand van ten hoogste 10 kilometer.
B. De uitvoering van de volgende financiële postdiensten: T'_de imontvangstmeming van contante stortingen op een postzichtrekening en de uitvoering van betalingsverrichtingen van of naar deze rekening; 2 de inontvangstneming van contante stortingen ter creditering van een postzichtrekening of een rekening gehouden bij een financiële instelling; en erdee en de C- De betaling aan huis van ouderdoms- en overlevingspensioenen en van sociale zekerheidsuitkeringen aan personen met een handicap.
D. De ontwikkeling van de sociale rol van de postbodes, in het bijzonder ten aanzien van de alleenstaanden en de minstbedeelden, en van de dienst "AUB postbode”.
E. De informatie aan het publiek op verzoek van, de bevoegde overheidsinstantie.
F. De verzending tegen een verminderd tarief van postzendingen verstuurd door stichtingen ‘en verenigingen zonder winstoogmerk.
G. De uitreiking van brievenpostzendingen die ‘onder het stelsel van de portvrijdom vallen. 8 Ibis. Andere opdrachten van openbare dienst kunnen, door haar beheerscontract, aan bpost of, door een bijzondere overeenkomst, aan bpost of een derde worden toevertrouwd.” De ‘opdrachten van openbare dienst, andere dan die opdrachten opgesomd in artikel 141, 5 1, A tot G. die in aanmerking komen om in overeenkomst met de voorgaande paragraaf toegekend te worden, tegen voorwaarden die voorzien zijn in het beheerscontract of in de bijzondere overeenkomst, kunnen met name de abonnementsdienst voor erkende kranten en tijdschriften omvatten, waarvan de uitvoering eventueel gecontroleerd zal worden door een autoriteit aangeduid door een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Wanneer de uitvoering van deze opdrachten niet zou worden gedragen of zonder compensatie niet tegen dezelfde voorwaarden zou worden gedragen, wordt een compensatie toegekend ten laste van de Staatsbegroting. Wanneer bpost of de derde niet werd aangewezen in het kader van een toekenningsprocedure voor de selectie van de kandidaat die deze diensten kan leveren tegen, de laagst mogelijke kostprijs voor de gemeenschap, is het artikel 14iter mutatis mutandis van toepassing op de compensatie. Betreffende de opdrachten van openbare dienst beoogd in het tweede id van deze 6 bis, regelt het beheerscontract of de bijzondere overeenkomst de volgende materies T de definitie van de verplichtingen van de openbare dienst en de operationele uitvoeringsmodaliteiten van deze opdrachten; 2 gedragsregels ten opzichte van de gebruikers; 3 desgevallend, de objectieve en transparante parameters op basis waarvan de compensatie wordt berekend; en 4” desgevallend, de voorlopige bedragen en de betalingsmodaliteiten van de compensaties, naargelang het geval, beoogd in artikel 14ter. 5 2. De bepalingen van het beheerscontract moeten verenigbaar zijn met de verplichtingen van richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappeljke regels voor de ontwikkeling van de intere markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst 5 3. Onverminderd de toepassing van het Strafwetboek en van de tuchtstraffen die hun krachtens hun statuut kunnen worden opgelegd, moeten een strafport betalen dat. gelijk is aan tweemaal het bedrag van de ontdoken taksen, de ambtenaren en beambten die zich schuldig hebben gemaakt aan: T__misbruk van voor administratieve briefwisseling gebezigde omslagen, banden of kaarten; 2 bedrog. Wordt als bedrieglijk beschouwd, de briefwisseling porti, met _ uitgestelde vergoeding of gefrankeerd verzonden: T' die geen administratieve aard van algemeen belang bezit; 2” met een valse aanduiding inzake de verplichte vermeldingen; 3" met een gefingeerd adres; onder ” gefingeerd adres * wordt verstaan, het adres dat aan de geadresseerde een hoedanigheid toekent waarmede hij niet bekleed is, met het doel de betaling van de posttarieven te ontduiken. Hetzelfde geldt voor ambtenaren en beambten die enig misbruik door een derde mogelijk hebben gemaakt Art. 1&quinguies. bpost is tot 31 december 2021 belast met de opdrachten van openbare dienst opgelijst in het artikel 141, 5 1, A. tot G