Naar hoofdinhoud

Wetsvoorstel Tot wijziging van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheids- zorgberoepen, wat de verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor artsen betreft

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 2340 Wetsvoorstel 📅 2015-05-10 🌐 NL
Status ⊘ VERVALLEN KAMER
Commissie GEZONDHEID EN GELIJKE KANSEN
Auteur(s) Kathleen, Depoorter (N-VA)
Onderwerpen
VERZEKERING DOKTER WETTELIJKEAANSPRAKELIJKHEIDSVERZEKERING CIVIELE AANSPRAKELIJKHEID MEDISCHE FOUT Vrije trefwoorden SOCIAAL FONDS

🗳️ Stemmingen

Betrokken partijen

N-VA

Volledige tekst

24 november 2021 WETSVOORSTEL tot wijziging van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheids- zorgberoepen, wat de verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor artsen betreft (ingediend door mevrouw Kathleen Depoorter) 05731 Groen basisnummer en volgnummer Schriftelijke Vragen en Antwoorden Voorlopige versie van het Integraal Verslag V Beknopt Verslag Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) Plenum Commissievergadering Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) SAMENVATTING De geneeskunde wordt steeds complexer, wat bij zowel artsen als patiënten zorgt voor spanningen, die de vertrouwensband tussen de beide partijen kunnen verstoren. Daardoor is het mogelijk dat patiënten sneller hun toevlucht nemen tot gerechtelijke stappen. Nochtans is een doorgedreven juridisering van conflicten in de geneeskunde geen goede zaak. Om schadeclaims en langdurige juridische proce- dures tegen te gaan, werd het Fonds voor Medische Ongevallen opgericht. In geval van een medische fout kan het Fonds de betaalde vergoedingen te- rugvorderen. Artsen hebben op dit moment evenwel geen verplichting om een verzekering voor de door hen gestelde medische handelingen af te sluiten, wat zowel voor henzelf als voor verzekeringsmaatschap- pijen risico’s oplevert. Dit wetsvoorstel strekt er derhalve toe de afsluiting van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering ver- plicht te stellen voor artsen en andere beoefenaars van medische beroepen

TOELICHTING

DAMES EN HEREN, Dit wetsvoorstel neemt, in aangepaste vorm, de tekst ver van wetsvoorstel DOC 54 0799/001. In de afgelopen decennia is de geneeskunde steeds omplexer geworden. Deze complexiteit zorgt bij zowel e artsen als de patiënten voor spanningen, die soms e vertrouwensband tussen beide partijen verstoren. e toegenomen complexiteit zorgt er ook voor dat de itkomst van een ingreep niet altijd even goed te voorspel- en is. Patiënten met meerdere aandoeningen reageren oms anders op een behandeling dan de zeer strikt eselecteerde patiënten uit het klinisch onderzoek. Dat eidt dan ook soms tot ontgoocheling bij de patiënt, wat iteraard de vertrouwensband onder druk kan zetten. Deze evolutie kan er voor zorgen dat patiënten sneller un toevlucht nemen tot juridische stappen, als zij menen at hun behandelende arts zich niet naar behoren van ijn taak gekweten heeft. Ondanks alle inspanningen die rtsen leveren om hun patiënten uitvoerig te informeren ver de voor- en nadelen en de eventuele gevolgen van e voorgestelde behandeling, is het immers een feit dat e toegenomen complexiteit het voor de patiënt niet ltijd even gemakkelijk maakt om alles op een correcte anier te interpreteren. Wij menen dat een doorgedreven juridisering van onflicten in de geneeskunde geen goede zaak is. Die al er immers toe leiden dat artsen zich niet langer wa- en aan de behandeling van complexe aandoeningen f van patiënten met belangrijke comorbiditeiten. Wij open dan ook dat de ingeslagen weg, waarbij zeer terk de nadruk wordt gelegd op het informeren van de atiënt, wordt voortgezet om bovenstaande gevolgen oveel mogelijk te vermijden. Een onderzoek van de Universiteit Hasselt toont im- ers aan dat één op zeven artsen schadeclaims vreest n dat 16 % onder hen daarom nu al beslist om enkel og minder risicovolle behandelingen uit te voeren1. Om chadeclaims te vermijden en om langdurige juridische rocedures zoveel mogelijk te vermijden, heeft de wet- ever het Fonds voor Medische Ongevallen (FMO) in et leven geroepen2. Dat Fonds komt tussen in geleden Vandersteegen, Tom, et al. “Physician Specialists' Perceptions of the Medical Malpractice System in Belgium.” European Journal of Health Law, vol. 22, no. 5, 2015, pp. 481–491. Wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg. chade, zelfs als er geen aantoonbare fout is van de orgverlener. Het Fonds kan eveneens tussenkomen als r wel een fout is gemaakt, waarbij dan in tweede orde e uitbetaalde schadevergoeding kan worden verhaald p de verzekeraar van de zorgverlener. Een probleem dat zich in dat laatste geval vaak stelt, s dat artsen op dit moment niet verplicht zijn om een eroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Dat s niet alleen in het nadeel van de arts, die zich zo bloot telt aan potentieel zeer grote schadeclaims, maar ook an de verzekeringsmaatschappij, die, als zij de be- rokkene vergoedt via het Fonds, de gemaakte kosten isschien nooit zal kunnen terugvorderen. Wij menen dat de geesten rijp zijn om ook voor artsen e verplichting voor het afsluiten van een beroepsaan- prakelijkheidsverzekering in te voeren. In de Code van edische deontologie van de Orde der artsen werd dan ok opgenomen dat de arts “afdoende” zijn beroepsaan- prakelijkheid moet verzekeren3. Ook de voorzitter van en belangrijk artsensyndicaat, dr. Moens van BVAS, teunt een wettelijke verplichting van de beroepsaan- prakelijkheidsverzekering4. Wij stellen daarom voor om n de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende e uitoefening van de gezondheidszorgberoepen een epaling in te voeren die gelijkaardig is aan de verplich- ing die nu reeds voor architecten geldt5. Dit wetsvoorstel impliceert niet dat alle beroepsbeoe- enaars een individuele verzekering moeten afsluiten: ezondheidszorgbeoefenaars die in dienst van een iekenhuis of zorginstelling werken, worden vaak gedekt oor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van het iekenhuis of de zorginstelling. De ingevoerde verplichting geldt niet enkel voor de ezondheidszorgbeoefenaars met een diploma van arts, aar ook voor andere beoefenaars van medische beroe- en. Het betreft dan medische beroepen waarvoor een isico op aansprakelijkheidsstellingen wegens medische chade reëel is, met name: tandheelkundigen, apothekers, inesitherapeuten, verpleegkundigen en vroedvrou- en. Voorts is de verplichting ook van toepassing op linisch psychologen en orthopedagogen. Merk op dat e klinisch psychologen vandaag ook al deontologisch erplicht zijn om een beroepsaansprakelijkheidsverze- ering af te sluiten. Hoewel zij geen medische ingrepen itvoeren of geneesmiddelen voorschrijven, kunnen zij Artikel 9, Code van medische deontologie van de Orde der artsen. De Morgen, 22 oktober 2014, blz. 6.

Art. 9, § 1, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect. el aansprakelijk worden gesteld voor bepaalde wan- oopsdaden (bijvoorbeeld suïcide). De verschillende paramedische beroepen worden n dit wetsvoorstel niet opgenomen in de groep van eoefenaars voor wie een beroepsaansprakelijkheids- erzekering verplicht wordt. Het betreft immers een zeer iverse groep met elk hun eigen specifieke kenmerken. ver het algemeen is het risico op medische schade aarvoor de paramedici aansprakelijk gesteld kunnen orden wel kleiner dan bij de voormelde beroepsgroe- en. Dat neemt niet weg dat het zeker een goed idee is at de regering ook de wenselijkheid van een verplichte eroepsaansprakelijkheidsverzekering voor de verschil- ende paramedische beroepen onderzoekt. Het vaststellen van de nadere regels van de verze- ering wordt overgelaten aan de Koning. Wij menen dat aarbij bijzondere aandacht dient te worden besteed aan et minimaal te waarborgen plafond, de uitgebreidheid n de tijd van de in overweging te nemen schade en de edekte risico’s. Kathleen DEPOORTER (N-VA) Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in rtikel 74 van de Grondwet.

Art. 2 In

hoofdstuk 2

van de gecoördineerde wet van 0 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezond- eidszorgberoepen wordt een artikel 42/1 ingevoegd, uidende: “Art. 42/1. Elke beoefenaar bedoeld in de artikelen 3, 1, 4, 6, 43, 45, 63, 68/1 en 68/2 sluit een verzekering f voor de aansprakelijkheid verbonden aan de hande- ingen die hij beroepshalve stelt. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na verleg in de Ministerraad, de nadere regels en de oorwaarden voor een adequate risicodekking.” 24 juni 2021 Imprimerie centrale – Centrale drukkerij