Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 21 november 2021 van 15 juli 2016 tot uitvoering van de Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven en houdende bepalingen betreffende de leningen toegekend aan reisorganisatoren voor de terugbetalingen van de tegoedbonnen uitgegeven conform het ministerieel besluit van 19 maart 2020 betreffende de terugbetaling van opgezegde pakketreizen
Documentdetails
📁 Dossier 55-2339 (5 documenten)
🗳️ Stemmingen
Betrokken partijen
Volledige tekst
tot wijziging van de wet van 21 november 2021 van 15 juli 2016 tot uitvoering van de Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven en houdende bepalingen betreffende de leningen toegekend aan reisorganisatoren voor de terugbetalingen van de tegoedbonnen uitgegeven conform het ministerieel besluit van 19 maart 2020 betreffende de terugbetaling van opgezegde pakketreizen (ingediend door mevrouw Kathleen Verhelst, de heer Patrick Prévot, mevrouw Florence Reuter, de heer Albert Vicaire, de dames Leen Dierick en Melissa Depraetere en de heer Dieter Vanbesien) pocss 2339/001 zoosscomone rn dg nana: | AE etienne neos B Eero SAMENVATTING De wet van 21 november 2021 heeft de Staat gemachtigd om leningen toe te kennen aan reisorganisatoren om hen te helpen de nog openstaande coronavouchers terug te betalen aan reizigers. Deze wet kon slechts gepubliceerd worden, en bijgevolg in werking treden, na de goedkeuring van het leningsmechanisme door de Europese Commissie op grond van de staatssteunregelgeving. Het leningsmechanisme werd uiteindelijk door de ‘Europese Commissie goedgekeurd, doch de formele beslissing daartoe werd later dan verwacht aangenomen. Dit heeft tot gevolg dat bepaalde modaliteiten en termijnen zoals momenteel voorzien in de wet, niet meer nageleefd kunnen worden. Dit wetsvoorstel past die wet aan teneinde de praktische uitvoering van het leningsmechanisme alsnog mogelijk te maken. boss 2339/001 TOELICHTING Dawes en Heren, Het ministerieel besluit van 19 maart 2020 betreffende de terugbetaling van opgezegde pakketreizen heeft de reisorganisatoren gerechtigd om tegoedbonnen te verstrekken aan reizigers wiens reis werd geannuleerd door de gezondheidscrisis COVID-19. Deze tegoedbon nen dienden te worden uitgegeven vanaf 20 maart 2020 tot en met 19 juni 2020 en dienden de volledige waarde van het bedrag dat de reiziger reeds had betaald te vertegenwoordigen De tegoedbon die niet door de reiziger wordt gebruikt binnen een jaar na de uitgifte ervan, wordt op verzoek van de reiziger terugbetaald. In dat geval beschikt de reisorganisator over een termijn van zes maanden om de terugbetaling te verrichten te rekenen vanaf de dag waarop de reiziger om deze terugbetaling heeft verzocht. de terugbetaling van opgezegde pakketreizen bepaalt daarnaast, in artikel 3, dat indien de reisorganisator insolvabel wordt voordat de uitgegeven tegoedbonnen terugbetaald konden worden, de terugbetalingen van deze tegoedbonnen gedekt worden door de verzekeringsovereenkomst bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 29 mei 2018 betreffende de bescherming tegen insolventie bij de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten, Echter, gelet op de voortdurende impact van de gezondheidscrisis COVID-19 op de reissector, is het dui delijk dat indien de reisorganisatoren alleen tegemoet dienen te komen aan massale terugbetalingen van tegoedbonnen, hun solvabiliteit - die al sterk aangetast is door de huidige crisis in de toeristische sector - verder ondermijnd zal worden. Bijgevolg zouden dergelijke massale terugbetalingen, leiden tot een onmiddellijke toename aan failissementen van veel reisorganisatoren, waarbij dit eveneens aanzienlijke financiële gevolgen kan hebben voor de verzekeraars die voorzien in de verzekeringsdekking zoals bedoeld in artikel 3 van het ministerieel besluit van 19 maart 2020 betreffende de terugbetaling van opgezegde pakketreizen. In deze context wenste de Staat adequate maatregelen te nemen om () de terugbetalingen van de tegoedbonnen aan de reizigers te garanderen; en (i) te voorkomen dat deze terugbetalingen leiden tot het failissement van vele reisorganisatoren en dat, daarmee samenhangend, deze opeenvolgende failissementen een weerslag hebben op de solvabiliteit van de verzekeraars die voorzien in de Aldus werd bij wet van 21 november 2021 tot wijziging van de wet van 15 juli 2016 tot uitvoering van de Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven en houdende bepalingen betreffende de leningen toegekend aan reisorganisatoren voor de terugbetalingen van de tegoedbonnen uitgegeven conform de terugbetaling van opgezegde pakketreizen (hierna: de Wet), de Staat gemachtigd om een lening toe te kennen aan elke reisorganisator die dat wenst. Deze lening kan enkel worden gebruikt voor de terugbetalingen van tegoedbonnen uitgegeven vanaf 20 maart 2020 tot en met 19 juni 2020 en die nog niet werden terugbetaald of die nog niet werden gebruikt door de reizigers op het ogenblik dat de reisorganisator een aanvraag voor een lening heeft ingediend. Voor zover deze leningen staatssteun uitmaken, worden de voorwaarden ervan grotendeels geregeld door de voorwaarden die zijn opgenomen in de Tijdelijke kaderregeling inzake staatsteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19 uitbraak (Publicatieblad van de Europese Unie C 91l van 20 maart 2020 en meermaals gewijzigd) (hierna: Europese tijdelijke kaderregeling). Dergelijke staatssteunmaatregelen dienen aangemeld te worden bij de Europese Commissie zodat het de verenigbaarheid van deze maatregelen met de interne markt kan nagaan. De Wet kon dus slechts gepubliceerd worden, en bijgevolg in werking treden, ná de goedkeuring van het leningsmechanisme door de Europese Commissie. (Het desbetreffende leningsmechanisme werd aangemeld bij de Europese Commissie waana deze laatste het formeel heeft goedgekeurd in de beslissing SA10048 (2021/N), genomen op 15 november 2021). Deze beslissing kwam evenwel later dan verwacht waardoor bepaalde modaliteiten en termijnen zoals, voorzien in de Wet, niet meer nageleefd konden worden op het moment dat de Wet werd gepubliceerd. Daarom wordt voorgesteld om bepaalde termijnen zoals voorzien in de Wet te verschuiven naar latere data. Verder worden enkele inhoudelijke aanpassingen voorgesteld om de Wet verder in lijn te brengen met enerzijds de Europese tijdelijke kaderregeling, en anderzijds de algemene verordening gegevensbescherming
TOELICHTING
BIJ DE ARTIKELEN Art. 2 Artikel 2 zorgt voor een verduidelijking en uitbreiding van de voorwaarden waaraan de derdenrekening moet voldoen waarop het gevraagde leningsbedrag gestort zal worden. Bepaalde signalen vanuit de bankensector gaven aan dat deze specifieke derdenrekening voor reisorganisatoren wettelijk meer omkaderd moest worden teneinde de banken in staat te stellen om dit daadwerkelijk tot stand te kunnen brengen voor reisorganisatoren, naar analogie met de bestaande regeling inzake derdenrekeningen, zoals voor vrije beroepen (bv. advocaten en notarissen).
Art. 3 Dit artikel voorziet dat de verklaring op eer zoals bedoeld in artikel 15, $ 1, 8° van de Wet tevens moet aangeven of de reisorganisator genoten heeft van of rekent op het verkrijgen van andere staatssteun ingevoerd op grond artikel 3.2 van de Europese tijdelijke kaderregeling (steun in de vorm van garanties voor leningen) voor andere doeleinden dan de terugbetaling van in aanmerking komende tegoedbonnen. Deze informatie is nodig om te controleren of het bedrag van de aangevraagde lening niet hoger ligt dan de limieten voorzien in de Europese tijdelijke kaderregeling Verder voorziet dit artikel dat de verklaring op eer zoals bedoeld in artikel 15, 5 1, 8° van de Wet tevens moet aangeven of de reisorganisator reeds van eerdere, onrechtmatige staatssteun heeft genoten die door een besluit van de Europese Commissie onverenigbaar is, verklaard met de intere markt en, in voorkomend geval, of deze steun alsook de terugvorderingsrente volledig zijn terugbetaald of op een geblokkeerde rekening gestort. Deze informatie is noodzakelijk opdat de Staat zich uitdrukkelijk houdt aan de verplichtingen aangegaan ten opzichte van de Europese Commissie in het kader van het steunplan.
Art. 4,5,6,7en8 De artikelen 4 tot en met 8 voorzien in de opschuiving van bepaalde termijnen die van toepassing zijn op reisorganisatoren, de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, en op de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van de implementatie van het leningsmechanisme. ‘Artikel 4 verduidelijkt bovendien dat indien blikt dat een reisorganisator één of meerdere informatie en documenten voor de aanvraag van de lening niet heeft overgemaakt binnen de voorziene termijn, de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie de lening geheel of gedeeltelijk kan weigeren. Deze verduidelijking is verantwoord gelet op het gegeven dat de Staat zelf, ingevolge de beslissing van de Europese Commissie waarbij het leningsmechanisme werd goedgekeurd, gehouden is om alle leningsovereenkomsten definitief af te sluiten op uiterlijk 31 december 2021.
Art. 9 Dit artikel schrapt de bevoegdheid die aan de verzekeraars wordt toegekend om gebruik te maken van het rijksregisternummer van de reisorganisatoren die als natuurlijke personen optreden en van de natuurlijke persoon-bestuurders alsmede van reisorganisatoren die als rechtspersoon optreden.
Art. 10 De wijzigingen zoals voorgesteld in dit wetsvoorstel alsook de overige onveranderde bepalingen van de Wet, hebben een terugwerkende kracht vanaf 22 november Opdat deze steunmaatregel onder de Europese tijdelijke kaderregeling kan toegestaan worden, dienen alle leningsovereenkomsten ondertekend te zijn uiterlijk op 31 december 2021. Te dien einde moet er dan ook voldoende tijd worden voorzien opdat de reisorganisatoren hun leningsaanvraag kunnen indienen en de betrokken overheidsdiensten deze kunnen onderzoeken en een beslissing nemen. Daarom wordt er in dit wetsvoorstel dan ook gesteld dat alle bepalingen inzake dit leningsmechanisme reeds kracht van wet hebben op Gedurende het gehele wetgevende proces werd de reissector op de hoogte gehouden. Reeds op 25 oktober 2021 werd hen elektronisch een schrijven verstuurd waarin alle vereiste voorwaarden, om de lening tot terugbetaling van openstaande tegoedbonnen te kunnen verkrijgen, uitgebreid werden toegelicht. Zodoende konden alle betrokken en geïnteresseerde reisorganisatoren zich reeds bocss 2339/001 goed voorbereiden om een correcte leningsaanvraag in te dienen zodra dit mogelijk zou worden. Op 23 november 2021 werd de reissector op de hoogte gebracht van de wijzigingen voorgesteld in dit wetsvoorstel. Tegelijkertijd werd er schriftelijk, en voor zij die hiervoor hebben geopteerd ook elektronisch, een schrijven verstuurd naar elke reisorganisator, zoals voorzien in artikel 16 van de Wet. De retroactieve werking van dit wetsvoorstel heeft als doel rechtszekerheid te bieden en de wijzigingen mogelijk te maken van de termijnen die krachtens de Wet al verstreken zouden zijn op de dag waarop het wetsvoorstel in werking treedt. Het opschorten (met retroactieve werking) van deze termijnen schaadt of benadeelt de reisorganisatoren geenszins. Het geeft hun hoogstens meer tijd om de informatie en documenten voor de leningsaanvraag te verzamelen. Kathleen VERHELST (Open Vid) Patrick PRÉVOT (PS) Florence REUTER (MR) ‘Albert VICAIRE (Ecolo-Groen) Leen DIERICK (CD&V) Melissa DEPRAETERE (Vooruit) Dieter VANBESIEN (Ecolo-Groen) Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. In artikel 12 van de wet van 21 november 2021 tot wijziging van de wet van 15 juli 2016 tot uitvoering van de terugbetaling van opgezegde pakketreizen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt de zin “Deze bankrekening moet door de organisator specifiek en uitsluitend worden gebruikt voor de toekenning van het geleende bedrag en voor de terugbetalingen van de in aanmerking komende tegoedbonnen.” opgeheven; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: “$ 2. De derdenrekening heeft de volgende kenmerken: 1° de schuldvorderingen op de gelden uit derdenrekening vormen een afgescheiden vermogen van de organisator in de zin van art. 3.37 BW; 2° de derdenrekening zal door de organisator specifiek en uitsluitend worden gebruikt voor de toekenning van het geleende bedrag en voor de terugbetalingen van de in aanmerking komende tegoedbonnen; 3° de derdenrekening mag nooit een debetsaldo vertonen; 4° op de derdenrekening wordt uitsluitend het bedrag van de toegestane lening gestort en er mag bijgevolg geen enkel ander krediet in welke vorm ook, worden toegestaan. De derdenrekening kan nooit tot zekerheid dienen; 5 elke schuldvergelijking, fusie of bepaling van eenheid van rekening tussen de derdenrekening en andere bankrekeningen is uitgesloten. Nettingovereenkomsten kunnen op deze rekeningen geen toepassing vinden” In artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, 7°, worden de woorden “en 2” ingevoegd tussen de woorden “paragraaf 1” en het woord “ren”; 2° in paragraaf 1, 8°, worden de woorden “3.2 van de Europese tijdelijke kaderregeling (steun in de vorm van garanties voor leningen) voor enig ander doel dan de terugbetaling van in aanmerking komende tegoedbonnen of ingevoerd op grond” ingevoegd tussen de woorden “Deze verklaring op eer geeft eveneens aan of de organisator genoten heeft van of rekent op het verkrijgen van andere staatssteun ingevoerd op grond van artikel” en de woorden “van artikel 3.3 van de Europese tijdelijke kaderregeling’; 3° paragraaf 1, 8°, wordt aangevuld met de volgende zin: “Deze verklaring op eer geeft eveneens aan of de organisator reeds van eerdere, onrechtmatige staatssteun heeft genoten die door een besluit van de Commissie onverenigbaar is verklaard met de interne markt en, in voorkomend geval, of deze steun alsook de terugvorde ringsrente volledig zijn terugbetaald of op een geblokkeerde rekening gestort.” Art. 4 In artikel 17 van dezelfde wet worden de volgende 1° de woorden “16 november 2021” worden vervangen door de woorden “30 november 2021”; 2° het artikel wordt aangevuld met de volgende zin: “Indien blikt dat organisator één of meerdere informatie en documenten voor de aanvraag van de lening niet heeft overgemaakt op uiterlijk de datum zoals bedoeld in de vorige zin, kan de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie de lening geheel of gedeeltelijk weigeren” Art.5 In paragraaf 1 van artikel 18 van dezelfde wet worden 1° de woorden “3 december 2021” worden vervangen door de woorden “22 december 2021”; 2° in punt 5° worden de woorden “en 2” ingevoegd tussen de woorden “paragraaf 1” en het woord “; en”.
Art. 6 In artikel 19 van dezelfde wet worden de woorden “6 december 2021” vervangen door de woorden "24 december 2021”.
Art.7 In artikel 20 van dezelfde wet worden de volgende 1° de woorden “6 december 2021” worden vervangen door de woorden “3 januari 2022”; 2° in punt 3° worden de woorden “en 2” ingevoegd Art. 8 In artikel 21 van dezelfde wet worden de volgende 1° de woorden “31 december 2021” worden vervangen door de woorden “20 januari 2022”; 2° artikel 21 wordt aangevuld met de woorden “en 2”. In artikel 35 van dezelfde wet worden de woorden “en de verzekeraars” telkens opgeheven.
Artikel 42 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende: “Evenwel hebben de bepalingen van deze titel uitwerking met ingang van 22 november 2021.” Art. 11 Deze wet heeft uitwerking met ingang van 22 november 2021. Kathleen VERHELST (Open Vld) imprmerecenrale-Cenraledrder