Wetsontwerp Houdende instemming met de Overeenkomst tot beëindiging van bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie, gedaan te Brussel op 5 mei 2020 VERSLAG NAMENS DE COMMISSIE VOOR
Documentdetails
📁 Dossier 55-2338 (4 documenten)
🗳️ Stemmingen Aangenomen
Betrokken partijen
Sprekers (3)
Volledige tekst
23 december 2021 WETSONTWERP houdende instemming met de Overeenkomst tot beëindiging van bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie, gedaan te Brussel op 5 mei 2020 VERSLAG NAMENS DE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE BETREKKINGEN UITGEBRACHT DOOR DE HEER Michel DE MAEGD INHOUD Blz. Zie: 55 2338/ (2021/2022): Wetsontwerp. ok:Tekst aangenomen door de commissie. 06068 la date de dépôt du rapport/ atum van indiening van het verslag Els Van Hoof Suppléants / Plaatsvervangers: rn Anseeuw, Kathleen Depoorter, Michael Freilich, Koen Metsu erine de Laveleye, Kim Buyst, Simon Moutquin, Evita Willaert ues Bayet, Mélissa Hanus, Daniel Senesael, Özlem Özen ven Creyelman, Pieter De Spiegeleer, Kurt Ravyts iel Bacquelaine, Emmanuel Burton, Nathalie Gilson Jan Briers il Boukili, Marco Van Hees istian Leysen, Marianne Verhaert lissa Depraetere, Kris Verduyckt Groen basisnummer en volgnummer Schriftelijke Vragen en Antwoorden Voorlopige versie van het Integraal Verslag V Beknopt Verslag Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) Plenum Commissievergadering Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) DAMES EN HEREN, Uw commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens aar vergadering van 20 december 2021. I. — INLEIDENDE UITEENZETTING VAN DE VICE-EERSTEMINISTER EN MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN, UROPESE ZAKEN EN BUITENLANDSE HANDEL, EN VAN DE FEDERALE CULTURELE INSTELLINGEN Mevrouw Sophie Wilmès, vice-eersteminister en inister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken n Buitenlandse Handel, en de Federale Culturele nstellingen, stelt dat het voorliggende wetsontwerp etrekking heeft op de op 5 mei 2020 in Brussel ge- loten overeenkomst aangaande de uitdoving van de ilaterale investeringsverdragen tussen lidstaten van e Europese Unie. Het akkoord beoogt op gecoördineerde wijze een inde te maken aan de bilaterale investeringsverdragen ussen de lidstaten van de EU, ook bekend onder de aam “intra-EU BIT’s”. Wat ons land betreft, gaat het om 13 bilaterale inves- eringsverdragen die door de Belgisch-Luxemburgse conomische Unie werden gesloten met Hongarije, ulgarije, Polen, de Tsjechische Republiek, Slowakije, alta, Letland, Cyprus, Litouwen, Estland, Roemenië, lovenië en Kroatië. Die verdragen werden op het einde an de vorige eeuw gesloten, dus vóór de uitbreidingen an de EU in respectievelijk 2004, 2007 en 2013. Dat rengt dus met zich dat de ratificatie-oorkonde tegelijk et die van het Groothertogdom Luxemburg moet orden ingediend. Het Groothertogdom heeft laten eten zijn werkzaamheden en procedures begin 2022 e zullen afronden. Deze Overeenkomst geeft uitvoering aan het arrest chmea1 van het Hof van Justitie van de Europese nie, waarin werd geoordeeld dat investeringsarbitrage nder een bilateraal investeringsverdrag tussen twee U-lidstaten onverenigbaar is met het Unierecht. De vereenkomst voorziet daarnaast in procedurele over- angsmaatregelen voor aanhangige arbitrageprocedures. België hecht groot belang aan een level playing field oor de Europese investeerders via een alternatief echanisme voor investeringen binnen de EU. De https://eur -lex .europa .eu /legal -content /NL /TXT /HTML /?uri =CELEX:62016CJ0284 &from =NL. esprekingen hierover zijn aan de gang en de Europese ommissie zal in 2022 een initiatief presenteren. De Overeenkomst werd op 5 mei 2020 door 23 EU- idstaten in Brussel ondertekend, waaronder België en uxemburg. Een beperkt aantal EU-lidstaten kon zich an het einde van het onderhandelingsproces niet vin- en in het evenwicht dat werd bereikt en koos ervoor e Overeenkomst niet te ondertekenen. Het gaat hier ver Finland, Oostenrijk en Zweden. Deze lidstaten ijn verplicht hun intra-EU BIT’s via bilaterale weg te eëindigen. Ierland beschikt niet over intra-EU BIT’s en is aldus een partij bij deze Overeenkomst. De minister benadrukt dat alle lidstaten op grond van et Gemeenschapsrecht verplicht zijn alle juridische evolgen van de intra-EU BIT’s te verwijderen uit hun uridisch bestel. Dit mag gebeuren via deze overeenkomst en dat is het eenvoudigste – of langs bilaterale weg, aar sommige landen voor hebben gekozen. België eeft ervoor gekozen zich aan te sluiten bij de voorlig- ende overeenkomst, teneinde uiting te geven aan de uropese eenheid, maar ook omdat het onzeker is dat ia een bilaterale overeenkomst dezelfde toegevingen ouden kunnen worden verkregen als via de algemene vereenkomst. De minister acht het nuttig erop te wijzen dat de uropese Commissie op 2 december 2021 een in- reukprocedure heeft opgestart, omdat de ratificatie an de overeenkomst op zich laat wachten. Daarom ad de minister verzocht om een spoedbehandeling an dit wetsontwerp. Aangezien de procedures van het roothertogdom Luxemburg niet vóór 2022 zullen zijn fgerond, is er tijd om het tegen het einde van 2021, anvang 2022 aan te nemen, waarbij moet worden op- emerkt dat zulks niet alleen op federaal niveau dient e gebeuren. Op Vlaams niveau werden de procedures eeds afgerond, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ou de zaak binnenkort op de agenda van het Parlement oeten staan en het is mogelijk dat het Waals Gewest et dossier nog in december 2021 of begin januari 2022 ehandelt. De minister veronderstelt dat eenieder begrijpt at de zaak zo snel mogelijk moet worden geregeld en erkt op dat zulks wellicht ook zal gebeuren, aangezien en en ander naar verwachting ten laatste begin 2022 al zijn afgerond. II. — ALGEMENE BESPREKING A. Vragen en opmerkingen van de leden Mevrouw Anneleen Van Bossuyt (N-VA) stelt dat et sinds de laatste uitbreiding van de Europese Unie EU) weinig zinvol is om nog afzonderlijke investerings- erdragen aan te houden en dat het wetsontwerp dat er bespreking voorligt, kan worden gesteund. Kan de inister aangeven in welke fase de onderhandelingen ver de Belgische Luxemburgse economische Unie ijn? De commissie heeft het voortgangsrapport over de andelsverdragen besproken. Kan de minister aangeven oeveel handelsverdragen momenteel nog openstaan? s daar recent nog een evolutie geweest in deze materie? De heer Steven De Vuyst (PVDA-PTB) stipt aan dat ijn fractie voorstander is van het beëindigen van een antal bilaterale investeringsbeschermingsverdragen ussen EU-lidstaten. In een aantal van deze verdragen as in een arbitrageprocedure voorzien, waarbij multina- ionale bedrijven de mogelijkheid hadden om buiten het erechtelijk systeem van de staten meer progressieve taten op gebied van bijvoorbeeld sociale en ecologische ormen aan te klagen. Momenteel zijn er nog onderhandelingen binnen e Europese Commissie en de Raad van ministers, cofinraad, om een beschermingsmechanisme uit te ouwen dat in overeenstemming is met het Unierecht. at is het standpunt van de Belgische regering ter zake? s de minister van oordeel dat ondernemingen en on- ernemers die in België investeren nog niet voldoende ijn beschermd door het huidige Unierecht? Mevrouw Goedele Liekens (Open Vld) stipt aan dat aar fractie verheugd is over het akkoord dat werd bereikt ver een nieuwe modeltekst omdat investeringsverdragen odig zijn om de economische concurrentie te behouden n te verstevigen. Dit is positief voor Belgische bedrijven n het buitenland maar ook voor buitenlandse bedrijven ie zich in België willen vestigen. Het Europese Hof van Justitie oordeelde in de zaak chmea - Slovakije dat de arbitrageclausule in de bi- aterale investeringsverdragen tussen de EU-lidstaten iet verenigbaar is met het EU-recht. Op 24 oktober 019 kwamen de lidstaten tot een akkoord over een lurilaterale overeenkomst voor het beëindigen van de ilaterale investeringsverdragen binnen de EU. Zweden, ostenrijk en Finland hebben deze overeenkomst niet ndertekend. Kan de minister aangeven wat daar de oncrete gevolgen van zijn? Waarom weigerden deze anden om de overeenkomst te tekenen? Worden de ilaterale verdragen van deze landen automatisch nietig erklaard? Zo ja, hoe zal dit dan worden opgevangen? Mevrouw Els Van Hoof (CD&V) stelt dat er geen prakti- che gevolgen zijn voor de Belgische Staat, ook niet wat e overgangsmaatregelen betreft wanneer dit verdrag ordt geratificeerd. België is geen betrokken partij bij en hangende procedure. Heeft de minister informatie ver de betrokkenheid van Belgische investeerders in ndere EU-lidstaten?
B. Antwoorden van de minister De vice-eersteminister geeft aan dat de Belgische en uxemburgse regeringen eind 2017 overeengekomen zijn m opnieuw gezamenlijk bilaterale investeringsverdragen e onderhandelen met derde landen. In 2018 werd hier- oe een nieuwe modeltekst opgemaakt. De modeltekst s zowel ambitieus op het vlak van de bevordering en escherming van investeringen als wat de integratie van aatschappelijke evoluties betreft. Het recht van staten m te reguleren in naam van legitieme beleidsdoelstel- ingen wordt gewaarborgd, net als de onpartijdigheid n onafhankelijkheid van arbiters en bemiddelaars ia een gedragscode. De transparantieregels worden angescherpt en het ad hoc ISDS-arbitragesysteem ordt uitgefaseerd en vervangen door een multilateraal nvesteringsgerecht, het MIC, van zodra operationeel. elgië en Luxemburg zijn momenteel bezig met een erziening van deze tekst tegen het licht van de meest ecente maatschappelijke ontwikkelingen. België hoopt eze onderhandelingen spoedig af te ronden. Nadien al de modeltekst door de Europese Commissie goed- ekeurd moeten worden. Rechtszekerheid is een belangrijk uitgangspunt voor elgië. De Opzeggingsovereenkomst voorziet dan ook n overgangsmaatregelen voor de zaken die hangende ijn voor een arbitragetribunaal. Investeerders blijven aarnaast de bescherming genieten die wordt geboden oor het Unierecht. België hecht veel belang aan een elijk speelveld voor Europese investeerders. België eeft daarom mee aangedrongen op de creatie van en alternatief mechanisme dat procedurele bescher- ing biedt aan investeerders onder het Unierecht. De uropese Commissie is momenteel een initiatief in deze in aan het voorbereiden dat wordt verwacht in 2022. De ublieke consultatie werd afgerond en de impactanalyse s in voorbereiding. Ierland beschikt niet over intra-EU BIT’s en is aldus een partij bij deze Overeenkomst. Oostenrijk, Finland n Zweden hadden een zekere bezorgdheid over het venwicht tussen het Unierecht en het breder inter- ationaal recht. Er is een spanningsveld tussen het nierecht, met het Achmea arrest, en het internationaal echt, waaronder arbitragetribunalen investeringszaken erderzetten. Volgens Zweden, Finland en Oostenrijk geeft e bewoording in het akkoord het Unierecht voorrang p het internationaal recht, waar deze rechtsordes op elijke voet horen te staan. Alle bilaterale investerings- erdragen waarbij Zweden, Finland of Oostenrijk partij ijn, zullen bilateraal beëindigd worden, aangezien deze rie lidstaten de Opzeggingsovereenkomst niet hebben ndertekend. België heeft geen investeringsverdragen et deze landen en hoeft dus geen bilaterale opzegging e onderhandelen. De Belgische Staat is nooit betrokken geweest bij en investeringsgeschil op basis van een intra-EU BIT. r zijn vier arbitragezaken met een directe betrokken- eid van Belgische investeerders, waarvan publieke ennis is. Drie van deze zaken werden verloren door e investeerders, en één zaak is nog hangende. Het aat over een investeringsgeschil dat werd geïnitieerd egen Italië na de uitspraak van het Hof van Justitie in et Achmea arrest. III. — ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN Artikel 1 Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt. Het wordt eenparig aangenomen.
Art. 2 Het wordt aangenomen met 12 stemmen en onthoudingen. Het wetsontwerp wordt bij naamstemming aangeno- en met 12 stemmen en 2 onthoudingen. De naamstemming is als volgt: Hebben voorgestemd: N-VA: Darya Safai, Anneleen Van Bossuyt; Ecolo-Groen: Guillaume Defossé, Wouter De Vriendt, imon Moutquin; PS: André Flahaut, Christophe Lacroix; MR: Michel De Maegd; CD&V: Els Van Hoof; PVDA-PTB: Steven De Vuyst; Open Vld: Goedele Liekens; Vooruit: Vicky Reynaert; Hebben tegengestemd: Nihil Hebben zich onthouden: VB: Annick Ponthier, Ellen Samyn. * * * De rapporteur, De voorzitster, Michel DE MAEGD Els VAN HOOF Imprimerie centrale – Centrale drukkerij