Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tot beëindiging van bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie, gedaan te Brussel op 5 mei 2020 Samenvatting 3 Memorie van toelichting 4 Voorontwerp to ‘Advies van de Raad van Stale u Wetsontwerp 22 Overeenkomst 97 Bijlage E. 122 Bijage F. 165 Bijlage G. 169 Bijlage H 170
Documentdetails
📁 Dossier 55-2338 (4 documenten)
Volledige tekst
houdende instemming met de Overeenkomst tot beëindiging van bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie, gedaan te Brussel op 5 mei 2020 Samenvatting 3 Memorie van toelichting 4 Voorontwerp to ‘Advies van de Raad van Stale u Wetsontwerp 22 Overeenkomst 97 Bijlage E. 122 Bijage F. 165 Bijlage G. 169 Bijlage H 170 OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 8, 5 1, 1°, VAN DE WET VAN 15 DECEMBER 2013 WERD De IPACTANALYSE MET GEVRAAGD bocss 2338/001 De regering heeft dit wetsontwerp op 23 november 2021 ingediend. De “goedkeuring tot drukken” werd op 02 december 2021 door de Kamer ontvangen. raes Groen zwe ong de amer var de pica erva Sohne Vragen en Antwoorden cam Voorlopige verze van het Integraal Verslag Craav Beknopt Versag Irtegraal Verlag, met ink het def itev mtegrasl cav verlag en acht het vertaald beknopt verlag van de toespraken (mat de bijager) PLEN Pera €ou Commisiovergadering hor Mates tot besluit van meypelates (beigekeurig papier) SAMENVATTING De Overeenkomst heeft tot doel om de bilaterale investeringsverdragen tussen EU-lidstaten (intra-EU BIT's) op een gecoördineerde wijze te beëindigen en overgangsmaatregelen te voorzien voor de zaken die ‘hangende zijn voor een arbitragetribunaal. Voor België gaat het over 13 bilaterale investeringsverdragen afgesloten door de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (BLEU). Deze Overeenkomst geeft uitvoering aan het arrest Achmea van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin werd geoordeeld dat investeringsarbítrage ‘onder een bilateraal investeringsverdrag tussen twee EU-lidstaten onverenigbaar is met het Unierecht. De onderhandeling van de Overeenkomst vond plaats tussen de 27 EU-lidstaten met ondersteuning van de Europese Commissie in de periode tussen november 2018 en oktober 2019. De Overeenkomst is het resultaat van een onderhandelingsproces waarbij verschil lende lidstaten een grote mate van compromisbereidheid hebben getoond. De voornaamste twistpunten in dit onderhandelingsproces waren de relatie met het Energiehandvestverdrag, de retroactieve toepassing van het arrest Achmea, het vraagstuk omtrent de hangende ‘arbitragezaken, en toekomstige beschermingsmechanismen binnen de EU. De Overeenkomst werd op 5 mei 2020 door de Permanente Vertegenwoordigers van 23 EU-lidstaten in Brussel ondertekend, waaronder België. Een beperkt ‘aantal EU-lidstaten kon zich aan het einde van het onderhandelingsproces niet vinden in het evenwicht dat werd bereikt en koos ervoor de Overeenkomst niet te ondertekenen. Het gaat hier over Finland, Oostenrijk en Zweden. Deze lidstaten zijn verplicht hun intra-EU BIT's via bilaterale weg te beëindigen. lerland beschikt niet over intra-EU BIT's en is aldus geen partij bij deze Overeenkomst. De Overeenkomst voorziet in procedurele overgangsmaatregelen voor “aanhangige arbitrageprocedures”. De overgangsmaatregelen waarin de Overeenkomst voorziet, zullen wat betreft de Belgische Staat zonder praktisch gevolg blijven aangezien deze geen betrokken partij is bij “aanhangige arbítrageprocedures” op basis van een intra-EU BIT. De beëindiging van de intra-EU BIT's laat de bescherming en de materiële rechten die investeerders genieten onder het Unierecht intact
MEMORIE VAN TOELICHTING
Dawes en Heren, ALGEMENE TOELICHTING De Overeenkomst tot beëindiging van bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie van 5 mei 2020 (hierna “de Overeenkomst”) werd op 5 mei 2020 door België ondertekend. De Overeenkomst heeft tot doel om de bilaterale investeringsverdragen tussen EU-lidstaten (intra-EU BIT's) op een gecoördineerde wijze te beëindigen en overgangsmaatregelen te voorzien voor de zaken die hangende zijn voor een arbitragetribunaal. Voor België gaat het over 19 bilaterale investeringsverdragen afgesloten door de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (BLEU). Deze Overeenkomst geeft uitvoering aan het arrest Achmea van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin werd geoordeeld dat investeringsarbitrage onder een bilateraal investeringsverdrag tussen twee EU-lidstaten onverenigbaar is met het Unierecht. Dit ontwerp van wet heeft tot doel instemming te verlenen aan voormelde internationale overeenkomst.
1 - INLEIDING
De Overeenkomst heeft tot doel om de bilaterale invesUnie tegelijkertijd en op een gecoördineerde wijze te beëindigen. Deze Overeenkomst geeft uitvoering aan het Unie van 6 maart 2018, waarin werd geoordeeld dat investeringsarbitrage onder een bilateraal investeringsverdrag tussen twee EU-lidstaten onverenigbaar is met het Unierecht, meer bepaald met artikelen 267 en 344 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dergelijke arbitrageprocedures tussen een EUlidstaat en een Europese investeerder leiden ertoe dat geschillen die betrekking hebben op het Unierecht worden onttrokken aan een rechter die de bevoegdheid heeft ‘om geschillen voor te leggen aan het Hof van Justitie. Arbiters in een arbitragetribunaal beschikken niet over deze mogelijkheid In navolging van deze uitspraak bereikten EU-lidstaten overeenstemming over een aanpak in twee fasen. Ten eerste, de goedkeuring van een gemeenschappelijke politieke verklaring waarmee lidstaten Europese investeerders en de arbitragegemeenschap informeerden dat intra-EU BIT's in strijd zijn met het Unierecht en dus geen rechtsgrondslag meer kunnen bieden voor arbitrageprocedures. Ten tweede, de ondertekening van een plurilaterale overeenkomst waarmee de lidstaten de intra-EU BIT's tegelijkertijd en op een gecoördineerde wijze beëindigen. De Overeenkomst geeft uitvoering aan dit voornemen. Daarnaast voorziet de Overeenkomst in overgangsmaatregelen voor de “aanhangige arbitrageprocedures” op basis van een intra-EU BIT. De Overeenkomst werd op intern Belgisch niveau gemengd verklaard (Federale Staat en Gewesten). De Overeenkomst moet dus niet alleen aan de Kamer voorgelegd, maar ook aan de parlementen van de drie Gewesten. Het gemengde karakter van de Overeenkomst werd vastgelegd op de Werkgroep Gemengde Verdragen van 19 november 2018 en dit werd naar aanleiding van de opmerking van de Raad van State in zijn advies aan het Vlaamse Gewest bevestigd tijdens de Werkgroep Gemengde Verdragen van 18 januari 2021. Het gaat ‘om de beëindiging van 13 investeringsverdragen die origineel beschouwd werden als gemengde akkoorden (Federale Staat en Gewesten). De overgangsregelingen waar de Raad van State naar verwijst (advies 70-123/1, $ 3.1 - 3.3), zullen in België zonder praktisch gevolg blijven gezien er geen aanhangige arbitrageprocedures tegen België zijn op basis van een intra-EU BIT. Omdat deze overgangsregeling enkel geldt voor aanhangige arbitrageprocedures kan er met zekerheid worden gesteld dat deze situatie niet zal veranderen in de toekomst. Alvorens over te gaan tot ondertekening van de Overeenkomst werd Luxemburg gehoord, conform artikel 31 van de Overeenkomst tot oprichting van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (advies 70.123/1, $ 4). Zowel België als Luxemburg ondertekenden de Overeenkomst op 5 mei 2020. Er werd geen verklaring van voorlopige toepassing conform artikel 17 van de Overeenkomst neergelegd door België (advies 70423, 5 11) Il. - INHOUD VAN DE ONDERHANDELINGEN 2018 en oktober 2019. Het opzet van de onderhandelingen was om uitvoering te geven aan het arrest Achmea van het Hof van Justitie en om alle bilaterale investeringsverdragen tussen EU-lidstaten tegelijkertijd en op gecoördineerde wijze te beëindigen. De Overeenkomst *__pe poïtieke verklaring kan hier worden geraadpleegd: hitps/ ec. europa.eulinfofpublications/19011-biateral-investment “treaties. on is het resultaat van een onderhandelingsproces waarbij verschilende lidstaten een grote mate van compromisbereidheid hebben getoond. De voornaamste twistpunten in dit onderhandelingsproces waren de relatie met het arbitragezaken, en toekomstige beschermingsmechanismen binnen de EU Het merendeel van de EU-lidstaten was van mening dat het arrest Achmea bij uitbreiding van toepassing is op het Energiehandvestverdrag, een plurilateraalinvesteringsbeschermingsverdrag voor de energiesector dat eveneens voorziet in intra-EU investeringsarbitrage. Een aantal lidstaten kantte zich tegen deze lezing en stelde dat het arrest Achmea enkel van toepassing is op de intra-EU BIT's en niet op het Energiehandvestverdrag. Gezien het onmogelijk bleek om deze discussie binnen het kader van deze onderhandelingen te beslechten, werd ervoor gekozen het Energiehandvestverdrag buiten de beschouwing van deze Overeenkomst te laten. ‘Aangezien de gevolgen van het arrest Achmea door het Hof van Justitie niet werden beperkt in de tijd, dient dat arrest geacht te worden een ex tunc of retroactieve uitwerking te hebben. Zo goed als alle EU-lidstaten wilden voorkomen dat “beëindigde arbitrageprocedures” zouden worden heropend op basis van het arrest Achmea. Eén lidstaat was van oordeel dat een retroactieve toepassing wenselijk is. Uiteindelijk werd er overeenstemming gevonden over het niet-heropenen van de “beëindigde arbitrageprocedures” (artikel 6). Zowel voor als na het arrest Achmea zijn er arbitrageprocedures geïnitieerd die nog steeds niet beëindigd zijn. Een aantal EU-lidstaten wilde overgangsmaatregelen voorzien voor deze investeerders. Andere EU-lidstaten waren sterk gekant tegen elke vorm van procedurele tegemoetkoming ten aanzien van deze investeerders. Er werd overeengekomen enkel overgangsmaatregelen te voorzien voor de investeerders die een arbitrageprocedure hebben geïnitieerd voor de uitspraak van het Hof van Justitie, de zogenaamde “aanhangige arbitrageprocedures” (artikelen 8, 9 en 10). Voor de investeerders die een procedure hebben opgestart na de bekendmaking van het arrest Achmea, de zogenaamde “nieuwe arbitrageprocedures”, worden er geen bijkomende maatregelen voorzien (advies 70.123/1, 5 8). De beëindiging van intra-EU BIT's signaleert het einde van een beschermingsmechanisme voor investeerders. Een aantal EU-lidstaten was daarom vragende partij ‘om in dit akkoord een engagement inzake de oprichting van een toekomstig beschermingsmechanisme in lijn met het Unierecht op te nemen. Andere EU-lidstaten waren niet bereid dit engagement in dergelijke mate te concretiseren in het kader van deze Overeenkomst. Er werd overeenstemming bereikt over een verwijzing in de preambule naar de conclusies van de Raad (Ecofin) van 11 juli 2017 inzake de bescherming van investeringen binnen de Europese Unie. in Brussel ondertekend. Een beperkt aantal EU-lidstaten kon zich aan het einde van het onderhandelingsproces niet vinden in het evenwicht dat werd bereikt en koos ervoor de Overeenkomst niet te ondertekenen. Deze lidstaten zijn verplicht hun intra-EU BIT's via bilaterale weg te beëindigen om uitvoering te geven aan het arrest Achmea van het Hof van Justitie. Het gaat hier over Finland, Oostenrijk en Zweden. lerland beschikt niet over intra-EU BIT's en is aldus geen parti bij deze Overeenkomst. Het is niet zeker dat de concessies die werden bekomen in het kader van de deze Overeenkomst, bijvoorbeeld inzake retroactiviteit, overgangsmaatregelen en een verwijzing naar een toekomstig bescherming, kunnen worden geëvenaard in een bilateraal akkoord. Uil. - BEPALINGEN ONDER DE OVEREENKOMST De Overeenkomst bevat vier afdelingen. Afdeling 1 bevat een aantal definities, onder meer van de begrippen “arbitrageprocedures”, “beëindigde arbitrageprocedures”, “aanhangige arbitrageprocedures” en “nieuwe arbitrage procedures” (artikel 1 van de Overeenkomst). Afdeling 2 regelt de beëindiging van alle in bijlage A vermelde bilaterale investeringsverdragen, waarvan 19 verdragen ook betrekking hebben op België (artikel 2), en van mogelijke gevolgen van de horizonclausules van de in bijlage B vermelde bilaterale investeringsverdragen artikel 3).
Artikel 4, lid 1, bevestigt dat de arbitragebedingen in de betrokken bilaterale investeringsverdragen strijdig zijn met het Unierecht, en bijgevolg geen rechtsgrondslag kunnen bieden voor arbitrageprocedures vanaf de datum waarop de laatste van de partijen bij een bilateraal investeringsverdrag een lidstaat van de Europese Unie is geworden. De beëindiging van de investeringsverdragen en de horizonclausules wordt van kracht zodra de Overeenkomst voor de betrokken partijen bij een investeringsverdrag in werking treedt (artikel 4, lid 2). Afdeling 3 bevat een aantal (overgangs-)bepalingen met betrekking tot nieuwe, beëindigde of nog aanhangige arbitrageprocedures. Arbitragebedingen in bilaterale investeringsverdragen kunnen niet meer als rechtsgrondslag dienen voor nieuwe arbitrageprocedures (artikel 5). Aan de vóór de datum van het arrest Achmea (6 maart 2018) beëindigde arbitrageprocedures wordt door de Overeenkomst geen afbreuk gedaan (artikel 6, lid 1). Arbitrageprocedures die vóór de datum van het arrest Achmea werden ingeleid, kunnen nog beëindigd worden via een minnelijke schikking (artikel 6, lid 2). ‘Wat aanhangige procedures betreft, moeten de partijen bij de Overeenkomst het arbitragetribunaal informeren van de rechtsgevolgen van het arrest Achmea aan de hand van de modelverklaring opgenomen in bijlage C van de Overeenkomst, en de rechter voor wie de tenuitoerlegging van een eerdere arbitrale uitspraak wordt gevorderd, verzoeken die uitspraak te vernietigen ofte seponeren of zich te onthouden van de erkenning of de tenuitvoerlegging ervan (artikel 7). De artikelen 8, 9 en 10 bevatten overgangsmaatregelen met betrekking tot. aanhangige arbitrageprocedures, die het in bepaalde gevallen mogelijk moeten maken dat een lidstaat en een investeerder het geschil met de tussenkomst van een facilitator kunnen schikken op een met het Unierecht verenigbare wijze (artikel 9), of dat een investeerder toegang krijgt tot de nationale rechtbanken voor het instellen van een vordering onder het nationaal recht of Unierecht, en dus niet onder het recht van het betrokken investeringsverdrag. Afdeling 4 bevat slotbepalingen die betrekking hebben op de depositaris (artikel 11), de bijlagen (artikel 12), de uitsluiting van voorbehouden (artikel 13), de geschillenbeslechting tussen de partijen, met inbegrip van de mogelijkheid om een geschil overeenkomstig artikel 273, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor te leggen aan het Hof van Justitie (artikel 14), de bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding (artikel 15), de inwerkingtreding (artikel 16), de voorlopige toepassing (artikel 17) en de authentieke teksten (artikel 18).
IV. - GEVOLGEN VAN DE OVEREENKOMST
De Overeenkomst geeft uitvoering aan het arrest Achmea van het Hof van Justitie en beëindigt de bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie met inbegrip van de horizonclausules. Voor België gaat het over 13 bilaterale investeringsverdragen afgesloten door de BLEU. De beëindiging van de investeringsverdragen en de horizonclausules wordt partijen bij een investeringsverdrag in werking treedt. De Overeenkomst signaleert het einde van een beschermingsmechanisme waar Belgische investeerders zich op konden beroepen. De Overeenkomst voorziet in procedurele overgangsmaatregelen voor “aanhangige arbitrageprocedures”. Een investeerder die hier een beroep op doet, moet afstand doen van de toepassing van de procedurele regels, en in sommige gevallen ook van de materiële rechten, die uit een intra-EU BIT voortwloeien (advies 70.123/, $ 10-1-10,6). Het Unierecht blijft echter te allen tijde de nodige bescherming bieden aan intra-EU-investeringen en garandeert onder meer het recht op een gelijke en niet-discriminerende behandeling en het grondrecht op eigendom.* De beëindiging van de intra-EU BIT's laat de bescherming en de materiële rechten die worden geboden door het Unierecht intact. parti is bij “aanhangige arbitrageprocedures” op basis van een intra-EU BIT. Omdat deze overgangsregeling enkel geldt voor “aanhangige arbitrageprocedures” geïnitieerd vóór het arrest Achmea, en niet voor ‘nieuwe arbitrageprocedures”, kan er met zekerheid worden gesteld dat deze situatie niet zal wijzigen. Het uit de rechtsorde halen van alle rechtsgevolgen van de intra-EU-BIT's is een verplichting krachtens het Unierecht. Het verzaken aan deze verplichting geeft de Europese Commissie grond voor het inleiden van een inbreukprocedure. Ook op de EU-lidstaten die ervoor kozen de Overeenkomst niet te ondertekenen, rust de verplichting om hun intra-EU BIT's te beëindigen, zij het via bilaterale weg. De Overeenkomst zal geen directe of indirecte financiële gevolgen hebben voor de Belgische Staat. De minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Buitenlandse Handel, Sophie WILMES © _ Europese Commissio (9 ui 2018), "Mededeling van da Commissie ‘aan hat Europees Parlement on de Faad: Bescherming van investeringen binnen de EU“. hyperlink: https:eur-lex europa eulegal-eontent/NLITXTI?urieCELEX,3A52018DC0547
VOORONTWERP VAN WET
‘onderworpen aan het advies van de Raad van State Voorontwerp van wet houdende instemming met de Overeenkomst tot beëindiging van bilaterale Investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie, gedaan te Brussel op 5 mel 2020 Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Art. 2 De Overeenkomst tot beëindiging van bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie, gedaan te Brussel op 5 mei 2020, zal volkomen gevolg hebben
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE
NR. 7012/1 VAN 27 SEPTEMBER 2021 Op 2 september 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Buitenlandse Handel verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een voorontwerp van wet ‘houdende instemming met de Overeenkomst tot beBindiging van bilaterale investeringsverdragen lussen de lidstaten van de Europese Unie, gedaan te Brussel op 5 mel 2020: Het voorontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 16 september 2021. De kamer was samengesteld uit Marnix Van Dune, kamervoorzitter, Wouter Pas en Inge Vos, staatsraden, Michel Tison, assessor, en Wim Geuars, griffier. Het verslag is uitgebracht door Tim Conruaur, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse, tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Inge Vos, staatsraad. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 1. Met toepassing van artikel 84,5 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan
STREKKING VAN HET VOORONTWERP
2.1. Het om advies voorgelegde voorontwerp van wet strekt tot instemming met de Overeenkomst ‘tot beëindiging van bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie, ondertekend te Brussel op 5 mei 2020’ (hierna: de Overeenkomst) 2.2. De Overeenkomst heeft tot doel om alle nog geldende bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie te beëindigen, en om in dat verband in begeleidende en overgangsmaatregelen te voorzien. Op die wijze beogen de drieëntwintig lidstaten die bij de Overeenkomst partij zijn tegemoet te komen aan de gevolgen van het arrest Achmea van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin wordt geoordeeld dat het bij investeringsverdragen opgezette systeem van arbitrage onverenigbaar is met de *_ Aangezien het om een voorontwerp van wet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen verstaan. artikelen 267 en 344 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU), aangezien arbira geprocedures tussen een lidstaat en een investeerder ertoe leiden dat geschillen die betrekking hebben op het recht van de Europese Unie (hierna: EU+echi) worden ontrofden aan een, rechter die de bevoegdheid heeft om geschilen voort leggen aan het Hof van Justitie.“ Reeds eerder had het Hof van Justitie geoordeeld dat - niettegenstaande lidstaten de mogelijkheid hebben om onderling internationale overeenkomsten te sluiten in aangelegenheden die niet valen binnen de exclusieve bevoegdheden van de Europese Unie“ - inhoudelijke bepalingen van internationale overeenkomsten tussen lidstaten niet langer kunnen worden toegepast indien ze strijdig worden bevonden met het EU-recht, en evenmin op basis van artikel 351 VWEU kunnen worden gehandhaald.* 2.3. De Overeenkomst bevat vier afdelingen. ‘Afdeling 1 bevat een aantal definities, onder meer van de begrippen “arbitrageprocedures”, “beëindigde arbitrage procedures, ‘aanhangige arbitrageprocedures” en “nieuwe arbitrageprocedures” (artikel 1 van de Overeenkomst. ‘Afdeling 2 regelt de beëindiging van alle in bijlage A vermelde bilaterale investeringsverdragen, waarvan dertien verdragen ook betrekking hebben op België (artikel 2), en van mogelijke gevolgen van de horizonclausues® van de in bilage B vermelde bilaterale investeringsverdragen (artikel 3) ‘Artikel 4, li 1, bevestigt dat de arbitagebedingen in de betrokken bilaterale investeringsverdragen stijdig zijn met het EU-recht, en bijgevolg geen rechtsgrondslag kunnen bieden voor arbitrageprocedures vanaf de datum waarop de laatste van de partijen bij een bilateraal investeringsverdrag een lidstaat van de Europese Unie is geworden. De beëindiging van de investeringsverdragen en de horizonclausules wordt van kracht zodra de Overeenkomst voor de betrokken partijen bij een investeringsverdrag in werking treedt overeenkomstig artikel 16 ervan (artikel 4, id 2). Afdeling 3 bevat een aantal (overgangs)bepalingen met betrekking tot nieuwe, begindigde of nog aanhangige arbitrage procedures. Arbitragebedingen in bilaterale investeringsverdragen kunnen niet meer als rechtsgrondslag dienen voor nieuwe arbirageprocedures (artikel 5). Aan de vóór de datum van het arrest Achmea (& maart 2018) beëindigde arbirageprocedures © _HuJ @ maart 2018, Achmea, C-284/16, ECLI-EU:C:201815, punten 31-60. *_HwJ27 november 2012, Pringie, 0-370/12, ECL'EUC201275, punten 68-59. «Bw 8 september 2009, Budjovicky Budvar. C-478/07, EoL1EU 0 2009:521, punten 98-99. *_Die verdragen zijn door Belgie in naam van de BolgischoLuxemburgse Economische Unie gesloten, overeenkomstig ‘arikel 31 van de Overoankomst ‘tot oprichting van da BelgischLuxomburgso Eeanomische Unic’, ondertekend te Brussol op 25 uli 1921. «Een horizonclausule is elke bepaling in eon bilateraal investeringsverdrag “die gedurende cen verdere periode do bescherming verlengt van investeringen dio vóór de datum van besingiging van dat verdrag zjn gedaan” (artikel 1, punt 7), van de Overaenkomst) De investeringsverdragen waarbij Bolgië parijs, bevatten evenwel goen dergelijke bepalingen. wordt door de Overeenkomst geen afbreuk gedaan (artikel 6, Ii 1). Arbitrageprocedures die vóór de datum van het arrest ‘Achmea werden ingeleid, kunnen nog beêindigd worden via een minnelijke schikking (artikel 6, id 2). Wat aanhangige procedures betreft, moeten de partijen bij de Overeenkomst het arbitragetribunaal informeren van de rechtsgevolgen van het arrest Achmea aan de hand van de modelverklaring opgenomen in bijlage C van de Overeenkomst, en de rechter voor wie de tenuivoerlegging van een eerdere arbirale uitspraak wordt gevorderd, verzoeken die uitspraak te vernietigen of te seponeren of zich te onthouden van de erkenning of de tenuitvoerlegging ervan (artikel 7). De artikelen 8, 9 en 10 bevatten overgangsmaalregelen met betrekking tot aanhangige arbitrageprocedures, die het in bepaalde gevallen mogelijk moeten maken dat een lidstaat en een investeerder het geschil met de tussenkomst van een facilitator kunnen schikken op een met het EU-recht verenigbare wijze (artikel 9), of dat een investeerder toegang krijgt tot de nationale rechtbanken voor het instellen van een vordering onder nationaal of EU-recht, en dus niet onder het recht van het betrokken investeringsverdrag. 'Aldeling 4 bevat slotbepalingen die betrekking hebben op de deposits (artikel 11), de bijlagen (artikel 12), de uitsluiting van voorbehouden (artikel 13), de geschilenbeslechting tussen de partijen, met inbegrip van de mogelijkheid om een, geschil overeenkomstig artikel 273 VWEU voor te leggen aan het Hof van Justitie (artikel 14), de bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding (artikel 15), de inwerkingtreding (artikel 16), de voorlopige toepassing (arikel 17) en de authentieke teksten (artikel 18) BEVOEGDHEID 3.1. De Werkgroep gemengde verdragen, ingesteld bij het samenwerkingsakkoord van 8 maart 1994 wssen de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten ‘over de nadere regelen voor het sluiten van gemengde verdragen, heelt op 19 november 2018 het gemengd karakter van de overeenkomst vastgesteld, en geoordeeld dat daarbij zowel de bevoegdheden van de federale overheid als die van de gewesten aan bod komen” Die bevoegdheidskwalificatie werd ook aangevoerd met betrekking tot de inhoudelijk vergelijkbare investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds. In het advies over het desbetreffende voorontwerp van instemmingsdecreet van het Vlaamse Gewest, merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, dienaangaande echter het volgende op: “8.3. (…). De bepalingen van de overeenkomst hebben niet enkel betrekking op het bevorderen van de buitenlandse handel, maar brengen verregaande verplichtingen mee voor alle overheden met betrekking tot de manier waarop zij buitenlandse investeringen in België zullen behandelen in het 7_Het verslag van de Werkgroop gemengde verdragen werd stizwigend bevestigd door do Interministrile Conierontie voor hat Buitenlands Bela, zoals bevestigd in da bri van de minister van Buitenlands Zaken en van Defensie van 3 maart 2020 aan 'e minister-presidont van do Vlaamse rogering kader van hun bevoegdheden. De door de overeenkomst vereiste bescherming van Singaporese investeringen vereist dan ook dat de Vlaamse Gemeenschap zich ten aanzien van die investeringen naar de overeenkomst richt, zowel wat haar regelgevend optreden betreft, als met betrekking tot de uitoefening van haar instrumentele bevoegdheden. Bijgevolg moeten ook de gemeenschappen met die overeenkomst instemmen.” 3.2. In de thans voorliggende Overeenkomst worden de betrokken bilaterale investeringsverdragen en horizonclausules beëindigd (afdeling 2 van de Overeenkomst) en worden in dat verband begeleidende en overgangsregelingen vastgesteld waarbij ook nieuwe rechten en verplichtingen, zowel procedureel- als materieelrechtelijk, in het leven worden geroepen (afdeling 3 van de Overeenkomst) ‘Aangenomen moet worden dat uit de betrokken bilaterale Investeringsverdragen ook bepaalde verplichtingen voortvloeien ten aanzien van de gemeenschappen, meer bepaald wat betreft de wijze waarop zij de investeringen die onder deze verdragen vallen in het kader van hun eigen bevoegdheden behandelen. De gemeenschappen zullen zich bijgevolg ook, zowel wat hun regelgevend optreden betreft als met betrek” king tot de uitoefening van hun instrumentele bevoegdheden, moeten richten naar het (overgangs)recht dat thans, met betrekking tot de beëindiging van die bilaterale investeringsverdragen, in de vorm van een autonome overeenkomst tot stand wordt gebracht 3.3. In het licht van het voorgaande moet dan ook worden geconcludeerd dat de Overeenkomst een “dubbel gemengd” verdrag is, waarmee niet enkel de federale overheid en de gewesten, maar ook de gemeenschappen moeten instemmen.» VORMVEREISTEN 4. Overeenkomstig artikel 31, id 2, van de Overeenkomst “tot oprichting van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie’, ondertekend te Brussel op 25 juli 1921, dient het Groothertogdom Luxemburg te worden gehoord, vooraleer de Overeenkomst wordt gesloten. Er dient over te worden gewaakt dat aan dt vormverelste wordt voldaan.° ALGEMENE OPMERKING 5.1. Gevraagd om verduidelijking te bieden omtrent de vermelding van lerland als overeenkomstsluitende partij in de Overeenkomst, terwijl de Memorie van Toelichting lerland niet vermeldt als één van de ondertekenaars van de *_ AdLRVS 65.244/VA van 19 maart 2019 over een voorontwerp dat heet geleid tot het decreet van 3 jul 2020 ‘houdende instemming met de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek. Singapore, anderzijds, ondertekend to Brussel op 19 oktober 2018, punt 3.3 (Par.St. VL Parl. 20192, nr. 3471, (25), 29). * _ Ziein dezelfde zin roeds adv.RVS 68.048/VR van 12 november 2020 ‘over aen voorontwerp van decreot ‘houdende instemming metde ‘overeenkomst tot beëindiging van bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie, ondertekend te Brussel op 5 mei 2020’ Zie ook adv.AvS 68.048/vA. be&indigingsovereenkomst, antwoordde de gemachtigde in de recent voorgelegde adviesaanvraag 70.000/1/V'": “De Overeenkomst werd op 5 mei 2020 door de Permanente Vertegenwoordigers van 23 EU-lidstaten in Brussel ondertekend. Een beperkt aantal EU-lidstaten kon zich aan het einde van het onderhandelingsproces niet vinden in het evenwicht dat werd bereikt en koos ervoor de Overeenkomst niet te ondertekenen. Deze lidstaten zijn verplicht hun intra-EU BIT's via bilaterale weg te beëindigen om uitvoering te geven aan het arrest ‘Achmea van het Hof van Justitie. Het gaat hier over Finland, Oostenrijk en Zweden. Ierland beschikt niet over intra-EU BIT's en is aldus geen parti bij deze Overeenkomst.” 5.2. Er moet worden vastgesteld dat als bijlage bj de instemnmingswet tevens een voorbereidend document is opgenomen dat niet de finale versie van het verdrag omvat. Bijgevolg moet de bijlage bij het voorontwerp worden beperkt tot de ondertekende versie van de Overeenkomst zoals gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie." Daarin wordt lerland niet vermeld als verdragsparti
ONDERZOEK VAN DE OVEREENKOMST
De be&indiging van de bilaterale investeringsverdragen 6. Overeenkomstig artikel 4, id 2, van de Overeenkomst wordt een in bijlage A vermeld bilateraal investeringsverdrag beëindigd op de datum dat de Overeenkomst voor beide partijen bij dat verdrag in werking treedt. Dat heeft tot gevolg dat de beëindiging van de dertien door België gesloten bilaterale Investeringsverdragen wellicht niet op eenzelfde datum zal plaatshebben. Aangezien het op die wijze voor rechtsonderhorigen moeilijk te achterhalen valt wanneer een bepaald Investeringsverdrag wordt beëindigd, zal hierover tijdig moeten worden geïnformeerd via het Belgisch Staatsblad. De beêindiging van de arbitrageclausules 7. In artikel 4, id 1, van de Overeenkomst wordt uitdruk kelijk bevestigd dat de arbitragebedingen strijdig zijn met het EU-recht, dat zi bijgevolg geen toepassing kunnen vinden, en dat zij vanaf de datum waarop de laatste van de twee partijen bij een bilateraal investeringsverdrag een lidstaat is geworden van de Europese Unie geen rechtsgrondslag meer kunnen bieden voor arbitrageprocedures. ‘Aangezien de gevolgen van het arrest Achmea door het Hof van Justitie niet werden beperkt in de lijd, dient dat arrest »__ AduRVS 70.000/1/V van 10 september 2021 over oen voorontwerp van ordonnantie “houdende instemming met de Overeenkomst tot beëindiging van bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie, gedaan te Brussel op 5 mel 2020’ ‘Pb. Lieo/t van 29 mei 2020 geacht te worden ex tunc uitwerking te hebben. Bedoelde arbitragebedingen dienen dan ook, in beginsel” bulten toepassing te worden gelaten vanaf de datum waarop het EU-recht op de twee bij een bilateraal investeringsverdrag betrokken partijen van toepassing is geworden.
Artikel 4, id 1, van de Overeenkomst, dat in dat opzicht slechts declaratieve werking heeft, doet dan ook uit zichzelf geen probleem rijzen. De regeling van nieuwe, beëindigde en aanhangige ‘arbirageprocedures 8.
Artikel 5 van de Overeenkomst bepaalt dat arbitragebedingen niet als rechtsgrondslag kunnen dienen voor nieuwe ‘arbirageprocedures. Nieuwe arbitrageprocedures zijn procedures die worden ingeleid vanaf 6 maart 2018 (artikel 1, punt 6), van de Overeenkomst). ‘Artikel 5 van de Overeenkomst beoogt bijgevolg retroactief een formeel verbod in te voeren om vanaf 6 maart 2018 nog nieuwe arbitrageprocedures in te leiden op grond van nog geldende arbitragebedingen. Die bepaling is evenwel slechts tegenstelbaar aan rechtsonderhorigen vanaf het ogenbik dat de Overeenkomst ten aanzien van de bij een bepaald investeringsverdrag betrokken verdragspartijen in werking treedt Het arrest Achmea kan immers niet worden geacht dat verbod vanaf de voornoemde datum lormeel tegenstelbaar te hebben gemaakt. Bijgevolg kunnen, niettegenstaande het arrest ‘Achmea, sinds @ maart 2018 de facto nog arbitrageprocedures worden ingeleid door investeerders, op grond van een in een investeringsverdrag opgenomen arbiragebeding, en dit tot wanneer de Overeenkomst len aanzien van de verdragspartijen bij dat investeringsverdrag in werking is getreden en bekendgemaakt en dat verdrag zelf wordt bebindigd. In dat verband dient ook te worden vastgesteld dat er in artikel 7 van de Overeenkomst wel degelijk mee rekening wordt gehouden dat vanaf 6 maart 2018 in voorkomend geval nog nieuwe arbirageprocedures zullen worden ingeleid, aangezien. de in artikel 7 opgenomen verplichtingen ten aanzien van de Overeenkomstslutende partijen ook gelden In het geval van nieuwe arbirageprocedures Vraag is dan ook welke (retroactieve) rechtsgevolgen precies worden beoogd met artikel 5 van de Overeenkomst. Vraag is ook waarom niet eveneens ten aanzien van nieuwe arbitrageprocedures in een overgangsregeling wordt voorzien, naar het voorbeeld van hetgeen het geval is voor aanhangige arbirageprocedures (zie de artikelen 8, 9 en 10 van de Overeenkoms), nu op basis van een nog geldend investeringsverdrag en de daarin vervatte arbitragebedingen vanaf 6 maart 2018 in elk geval nog nieuwe procedures kunnen worden ingeleid en met die mogelijkheid uitdrukkelijk ook is rekening gehouden in artikel 7 van de Overeenkomst 8.
Artikel 6, lid 1, van de Overeenkomst bepaalt dat geen atbreuk wordt gedaan aan beëindigde arbirageprocedures en dat deze procedures niet worden heropend. Beëindigde arbitrageprocedures zijn procedures die zijn gebindigd met een schikkingsovereenkomst of met een definitieve uitspraak die vóór 6 maart 2018 is gedaan en waarbij vóór die datum Zio hioma, opmerking 8 op regelmatige wijze aan de uitspraak uitvoering is gegeven of de uitspraak vóór de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst was geseponeerd of vernietigd (artikel 1, punt 4), van de Overeenkomst) Gelet op het gegeven dat het EU-recht het belang van res judicata erkent, ook als dat tot gevolg heeft dat het EU-recht niet ten volle wordt toegepast,“ likt deze regeling in het licht van het tegemoetkomen aan de gevolgen van het arrest ‘Achmea, te kunnen worden aanvaard. 104. De artikelen 8, 9 en 10 van de Overeenkomst bevatten een overgangsregeling voor aanhangige arbitrageprocedures. ‘Aanhangige arbitrageprocedures zijn procedures die vóór 6 maart 2018 zijn ingeleid en de niet kunnen worden beschouwd als beëindigde procedures, ongeacht het stadium waarin ze zich bevinden op het ogenblik van de inwerkingtreding van de Overeenkomst (artikel 1, punt 5), van de Overeenkomst) ‘Artikel 8 van de Overeenkomst bepaalt de voorwaarden waaronder de overgangsmaatregelen bepaald in de artikelen 9 en 10 van de Overeenkomst van toepassing zijn Artikel 9 van de Overeenkomst voorziet voor de investeerder in de mogelijkheid om een verdragsparti bij een, investeringsverdrag te verzoeken een schikkingsprocedure in te leiden, onder begeleiding van een onpartijdige facilitator, op voorwaarde dat de aanhangige arbitrageprocedure of de tenuivoerlegging van een al verkregen uitspraak wordt opgeschort. Er wordt geen schikkingsprocedure ingeleid als het Hof van Justitie of een nationale rechter in een in kracht van, gewijsde gegane beslissing heeft geoordeeld dat de maatregel die in de aanhangige arbitrageprocedure wordt bestreden, het EU-recht niet schendt. Hetzelfde geldt wanneer de Europese Commissie een definitief geworden besluit heeft vastgesteld waarin wordt geoordeeld dat de bestreden maatregel het Unierecht niet schendt. De inhoud van de beoogde schikking moet in overeenstemming zijn met het EU-recht ‘Artikel 10 van de Overeenkomst voorziet in de mogelijk heid om de in een aanhangige arbitrageprocedure bestreden maatregel, middels de rechtsmiddelen waarin in het nationale recht wordt voorzien, voor te leggen aan een nationaal rechtscollege, voor zover de investeerder overeenkomstig artikel 10, lid, a), van de Overeenkomst de aanhangige arbitrageprocedure intrekt en afstand doet van alle rechten en, vorderingen uit hoofde van het bilaterale investeringsverdrag. In de plaats kunnen enkel vorderingen worden ingesteld op grond van het nationale recht of het EU-recht, overeenkomstig artikel 10, 5 1, b), van de Overeenkomst 10.2. De artikelen 9 en 10 van de Overeenkomst hebben tot gevolg dat een investeerder die een beroep doet op de in die artikelen bepaalde overgangsmaatregelen, afstand moet doen van de toepassing van de procedurele regels waarin het Hu 10u 2014, Impresa Pizzaroti,C-214/13, ECL:EU-C2014208 '$ 60: “Het Unierecht vereist dus niet dat eon rechterlijke instantie uit principe terugkomt op haar in gezag van gewijsde gegane beslissing om rekening te houden met de uitlegging die het Hof na vaststoling van die beslissing aan een relevante bepaling van Unierecht heeft gegeven” Investeringsverdrag voorziet, terwijl op grond van artikel 10 van de Overeenkomst de investeerder bovendien afstand moet doen van de materiële rechten en vorderingen die voor hem uit dat verdrag voortvloeien. vraag is of voor die inperking van de rechten van investeerders een redelijke verantwoording voorhanden is en of die inperking in overeenstemming kan worden geacht met bepaalde grondwettelijke en verdragsrechtelijke normen. 10.3. In het arrest Achmea is het Hof van Justitie van oordeel dat een scheldsgerecht dat bij een bilaterale investeringsovereenkomst opgericht is, niet beschouwd kan worden als een “rechterlijke instantie van een der lidstaten” in de zin van artikel 267 VWEU, en dus niet bevoegd is om aan het Hof een prejudiciële verwijzing voor te leggen (punt 49 van het arresi). Het Hof van Justitie heeft geconcludeerd dat, wegens de aard van scheidsgerechten en de bevoegdheden die daaraan opgedragen worden, ‘de artikelen 267 en 344 VWEU aldus dienen te worden uitgelegd dat zi zich verzetten tegen een bepaling in een tussen lidstaten gesloten internationale overeenkomst op grond waarvan een investeerder uit een van deze lidstaten, in geval van een geschil over investeringen in de andere lidstaat, tegen laatstgenoemde staat een procedure kan inleiden voor een scheidsgerecht waarvan deze lidstaat zich ertoe heeft verbonden de bevoegdheid te aanvaarden” (punt 60 van het arrest). Bijgevolg kunnen de desbetreffende procedurele bepalingen in die verdragen in beginsel niet langer worden toegepast gelet op de strijdigheid ervan met het EU-recht. Dat gevolg van het arrest Achmea kan een voldoende verantwoording bieden voor het buiten toepassing laten, in de bij de Overeenkomst tot stand gebrachte overgangsregeling met betrekking tot aanhangige arbitrageprocedures, van de desbetreffende procedurele bepalingen van de investeringsverdragen. ‘Aangezien echter de gevolgen van het arrest Achmea zich beperken tot de procedurele bepalingen van de investeringsverdragen, kan dat arrest op zichzelf geen verantwoording bieden voor het buiten toepassing laten van andere bepalingen van die verdragen, waaronder die welke een grondslag vormen voor het uitoefenen door de investeerder van bepaalde rechten of het instellen van bepaalde vorderingen. Uit het negende lid. van de preambule van de Overeenkomst dient weliswaar te worden afgeleid dat het niet de bedoeling is van de partijen bij de Overeenkomst om de materiële rechten vervat in de bilaterale investeringsverdragen in het gedrang te brengen. Het beginsel van non-discriminatie is een dergelijk recht in hoofde van de investeerder, dat vervat is in elk door België gesloten bilateraal investeringsverdrag en dat het voorwerp zou uitmaken van het internationaal gewoonterecht Het valt echter te betwijfelen of de overgangsregeling zoals die thans is, voorzien In de Overeenkomst wel degelijk beantwoordt aan de voornoemde intentieverklaring van de overeenkomstsluitende partijen, nu er in die regeling uitdrukkelijk wordt in voorzien dat afstand moet worden gedaan van de rechten en vorderingen uit hoofde van het investeringsverdrag. *_Zie bv.
M. Bossuv en J. Wourens, Grondlijnen van internationaal tocht, Antwerpen, Intersentia, 2005, 865-867. 10.44. Het voorzien in de verplichting voor de investeerder, in het kader van de overgangsregeling opgenomen in artikel 10, van de Overeenkomst, om afstand te doen van de vorderingen die hij op grond van het investeringsverdrag kan doen gelden, lijdt op gespannen voet te staan met het recht op eigendom gewaarborgd door artikel 16 van de Grondwet en artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Het eigendomsbegrip in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVAM omvat ook vorderingen waarvan de eiser kan stellen dat hij ten, minste een “legitieme verwachting” heeft op het daadwerkelijk verkrijgen van een eigendomsrecht." In dat verband stelde het Grondwettelijk Hof reeds het volgende: “Artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol houdt geen recht in om eigendom te verwerven (EHRM, 13 juni 1979, Marck t. België, $ 50; 28 september 2004, Kopecky. Slovakije, $ 36). Weliswaar kunnen in bepaalde omstandigheden gefundeerde verwachtingen met betrekking tot de verwezenlijking van toekomstige eigendomsaanspraken onder de bescherming van de vermelde verdragsbepaling vallen. Dat veronderstelt evenwel dater sprake is van een rechtens afdwingbare aanspraak en dat een voldoende basis bestaat in het nationaal recht alvorens, een rechtsonderhorige zich op een legitieme verwachting kan beroepen. De loutere hoop om het genot van eigendom te verkrijgen, maakt geen dergelijke legitieme verwachting uit (EHRM, 28 september 2004, Kopecky t. Slovakie, 5 35)” ‘Vorderingsrechten die gebaseerd zijn op reële schade en een realistische basis hebben in rechte, zijn patrimoniale rechten, die door het recht op eigendom zoals neergelegd in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM worden beschermd.” ‘Tenzij er alsnog voor de beperking van het recht op eigendom die bij artikel 10 van de Overeenkomst wordt ingevoerd een, redelijke en afdoende verantwoording kan worden gegeven, lijkt voornoemd artikel, voor zover het investeerders ertoe dwingt om afstand te doen van hun vorderingen uit hoofde van een investeringsverdrag, een niet te verantwoorden inperking van het recht op eigendom in te houden 10.4.2. In de mate dat de partijen bij de Overeenkomst kunnen worden geacht op te treden ter uitvoering van het EUrecht,” kan het sluiten van de Overeenkomst ook binnen het toepassingsgebied van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, zoals bepaald in artikel 51 ervan, vallen. De toepasselijkheid van het Handvest op de uitvoering van de Overeenkomst wordt overigens uitdrukkelijk bevestigd door de partijen bij de voorliggende Overeenkomst.” Aangezien het Handvest eveneens het recht op eigendom beschermt (@rtikel 17, id 1) en dat beschermingsniveau overeenkomstig artikel 52, lid 3, van het Handvest niet lager mag liggen dan het beschermingsniveau onder het EVRM, moet worden, # EHRM 28 september 2004, Kopecky t. Slovak, 535. v_ Gw 20 oktober 2016, nr. 34/2016, 8.15 *_Zie in die zin bv
EHRM
6 oktober 2005, Maurice t Frankrijk, 85 69-70 »__Ermee rekening houdend dat de Overeenkomst, hoewel geen Uniehandeling, wordt gesloten om tegemoet te Komen aan het arrest Achmea van het Hof van Justitie. »_Zie de elfde paragraaf van de preambule bijde Overeenkomst aangenomen dat de Overeenkomst, in de mate dat deze op gespannen voet staat met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM, ook op gespannen voet staat met artikel 17, lid 1, van het Handvest. 10.5. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat voor de overgangs regeling voor aanhangige arbitrageprocedures waarin wordt voorzien in de Overeenkomst, in de mate dat deze regeling impliceert dat investeerders afstand moeten doen van de materiële rechten en vorderingen die zij uit hoofde van een bilateraal investeringsverdrag kunnen doen gelden (artikel 10 van de Overeenkomst), geen verantwoording kan worden geboden door het arrest Achmea, en dat de verplichting om afstand te doen van de vorderingen uit hoofde van dat verdrag bovendien op gespannen voet staat met het recht op eigendom gewaarborgd door artikel 16 van de Grondwet, artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en artikel 17, id 1, van het Handvest van de Grondrechten, 10,6. Er moet tot slot worden benadrukt dat er weliswaar een Unierechtelijke verplichting is om tegemoet te komen aan het arrest Achmea, maar dat er geen verplichting is om dit te doen op de wijze zoals voorzien in de Overeenkomst. De voorrang van het Unierecht gaat immers niet zo ver dat dit ten, koste kan gaan van het waarborgen van de grondrechten.” Voorlopige toepassing van de Overeenkomst 11.
Artikel 17 van de Overeenkomst maakt het mogelijk dat de Overeenkomst voorlopig wordt toegepast wanneer beide partijen bij een bilateraal investeringsverdrag hiertoe besluiten. In verband met de voorlopige toepassing van verdragen merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, in advies 53.064/ VR het volgende op: “Krachtens artikel 167, 5 3, van de Grondwet hebben verdragen eerst gevolg nadat zij de instemming van de betrokken Parlementen hebben verkregen.” Met een voorlopige toepassing van het zelelakkoord wordt vooruitgelopen op de instemming ermee van het Vlaams Parlement en wordt het Parlement voor de keuze gesteld ofwel de voorlopige toepassing te bekrachtigen, ofwel, in geval van niet-instemming, de Belgische Staat tegenover de medeondertekenaar van de Overeenkomst in een delicate #1 3 mei 2005, Berlusconi e.a, C-38710, C-391/02 en C-403,02, ECLI-EU:C-2005.270, punten 75-78. *_Adv.AVS 53.064/VR van 6 mei 2013 over een voorontwerp van ‘decreot van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest “totinstemming met het akkoord tussen het Koninkrijk België en de Europese Unie over de voorrechten en immuniteiten van hot Secretariaat van de Parlementaire Assembiee van de Unie voor de Mediterrane Regio, ondertekend in Brussel op 10 ju 2012’, ‘epmerking 3.2 > _voeinoot 4 van het aangehaalde advies: Alhoowel artikel 67, 8 3, van do Grondwet enkel betrekking heeft op de verdragen. waarin aangelegenheden worden geregeld de uitsluiteng tot de ‘gemeenschaps- en gewestbevoegdheid behoren, geldt de erin ‘opgenomen regel. gelst op de onderiinge samenhang tussen de ‘paragrafen 2 tot 4 van dat artikel, eveneens ten aanzien vande ‘gemengde verdragen. positie te plaatsen. Dat is een beperking op het recht van het instemming kan verlenen, Bovendien is het zo dat, ook al zou de instemming van het gekomene wordt bevestigd, de overeenkomst in het interne recht geen gevolg kan hebben alvorens die instemming is, gegeven, hetgeen tot moeilijkheden kan leiden. Dat is enkel niet het geval zo er voor een verdragsconforme toepassing in de praktijk reeds binnen het bestaande Juridische kader een voldoende grondslag voorhanden is, Bij gebreke aan een regeling in het Belgische recht voor de voorlopige toepassing van internationale verdragen, kan het hanteren van het instrument van voorlopige toepassing tot praktische en Juridische moeilijkheden aanleiding geven. In elk geval verdient het aanbeveling de parlementaire instemmingsprocedure zo snel als mogelijk op te starten en te voltooien (…)” De voornoemde opmerking geldt mutatis mutandis ook met betrekking tot de voorliggende Overeenkomst
ONDERZOEK VAN HET VOORONTWERP
12. Zoals opgemerkt in opmerking 5.2, moet de juiste versie van de Overeenkomst worden gevoegd bij het ontwerp dat wordt ingediend in de Kamer. De griffier, De voorzitter, Wim GEURTS Marnix VAN DAMME FIP, Konin ven Beucen, ‘Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Gross. Op de voordracht van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Buitenlandse Handel, Heesen Wij BesL oren EN Besturen Wi: De minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Buitenlandse Handel is ermee belast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Unie, gedaan te Brussel op 5 mei 2020, zal volkomen gevolg hebben. Gegeven te Brussel, 17 november 2021 FILIP Van Konineswees: De minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Buitenlandse Handel, voc ss 2338/001 ACC PORTANT E DES TRAITÉS BILATÉRA ENTRE ÉTA1 DE L'UNION 1 ATB LES PARTIES CONTRACTANTES, LA RÉPUBLIQUE DE BULGARIE, LA RÉPUBLIQUE TCHÈQUE, LE ROYAUME DE DANEMARK, LA RÉPUBLIQUE FÉDÉRALE D'ALLEMAGN LA RÉPUBLIQUE DESTONIE, LA RÉPUBLIQUE HELLÉNIQUE, LE ROYAUME D'ESPAGNE, LA RÉPUBLIQUE FRANCAISE, LA RÉPUBLIQUE DE CROATIE, LA RÉPUBLIQUE ITALIENNE, AT/B eruamuare ste SESSION DE UA 55e LEeistATURE [T/fr 3 &t de la CIUE dans affaire C-284/16, Achmea investisseurs et États figurant dans les traïtés | membres de Union européenne (traités aires aux traités de Union et ne peuvent, en issement intra-Union, selon laquelle une telle tique à une Procédure d'arbitrage, 1 de manière bilatérale à certains traités bilatéraux ses de survie, et d'autre part, que d'autres traités voncés de manière unilatérale et que la période s préjudice de la question de la compatibilité, [T/fS & juridique et de protection de la confiance Pfleger, points 30 à 37). Lorsqu'un État membre damentales garanties par le droit de "Union, cette de Union, et les droits fondamentaux garantis ‘article 273 du TFUE ne peuvent concerner la e d'arbitrage entre investisseur et État fondée sur présent Accord, [Tt 6 vocss 2338/01 260 du TFUE, RAPPELANT qu'à la lumière des conclusions du membres et la Commission intensifieront sans ret une protection complète, solide et efficace des inv SECT DÉFIN
ARTI
Défin ‘Aux fins du présent Accord, on entend par I)__ “Traité bilatéral d'investissement”, tout trait 2) “Procédure d'arbitrage”, toute procédure dev différend entre un investisseur d'un État mer membre de Union européenne conformém: 3)__ “Clause d'arbitrage”, une clause d'arbitrage bilatéral d'investissement qui prévoit une Pr 4) “Procédure d'arbitrage achevée”, toute Procí reglement transactionnel ou à une sentence | 2) _ la sentence a été dûment exécutée ava d'une eréance connexe de frais de proc réexamen, action en annulation, proc procédure similaire se rapportant à cet b)__ la sentence a été annulée avant la date 5)__ "Procédure d'arbitrage en cours”, toute Proc ne pouvant être qualifiëe de Procédure d'arb laquelle elle se trouve à la date d'entrée en v 6) “Procédure d'arbitrage nouvelle”, toute Proc postérieurement à cette date; 7)__ "Clause de survie”, toute disposition d'un Tr une période supplémentaire la protection de: extinction dudit Traité DISPOSITIONS RELAT Extinction des Traités bi 1 Hest mis fin aux Traités bilatéraux d'inves aux conditions énoncées dans le présent Accord 2. Mest entendu quïl est mis fin aux Clauses d'investissement énumérés à l'annexe A conformé (Clauses de survie ne produisent pas d'efets juridi 'Annulation des effets éven ‘conformément aux conditions énoneées dans le pr A/T/B) nt ne peut servir de fondement juridique à une s Traités bilatéraux d'investissement énumérés à 3, des Clauses de survie des Traités bilatéraux fet, en ce qui concerne chacun de ces Traités, Parties contractantes concemées, conformément [ON 3 AUX RECOURS EXERCÉS TÉRAUX DINVESTISSEMENT CLE S itrage nouvelles ment juridique à des Procédures d'arbitrage Tile 1 CLE 6 itrage achevées affecte pas les Procédures d'arbitrage achevées. einte à un quelconque accord destiné à régler à re d'arbitrage ouverte avant le 6 mars 2018. LET i concerne les Procédures d'arbitrage en cours arbitrage nouvelles Tite 12 ciaire concemant une sentence arbitrale rendue ent, demander à la juridiction nationale Yannuler ladite sentence arbitrale ou de s'abstenir LES rroctdures d'arbitrage en cours sédure d'arbitrage en cours et qu'il n'a pas contesté dietion nationale compétente, les mesures. Tife 13 endue à la suite d'une demande à cet efiet re de la Procédure d'arbitrage en cours, mais n'a estisseur S'engage à ne pas ouvrir de procédure, ‚n vue de la reconnaissance de cette sentence, de telle procédure a déjà éé ouverte, à en demander ‘éerit dans un délai de deux mois conformément à un investisseur concemé par une Procédure. re de règlement transactionnel en application du it, dans un délai de deux mois, sous réserve du joints a) et b). Pacceptation éerite de F'investisseur doit indiquer, actionnel est ouverte par cette réponse ou Tife 14 3 du présent Accord, du Traité bilatéral } Procédure d'arbitrage en cours, par l'introduction présent article. | est engagée si la CIUE ou une juridiction £ la mesure étatique contestée dans la procédure | peut être ouverte si une infraction potentielle au. dans la procédure visée au paragraphe 1 peut être 4 ne s'applique. AE) dure de règlement transactionnel afin que les État membre dans lequel a été réalisé u règlement transactionnel, les parties à la Tft 18 ARTIC Accds aux juridi L___Um investisseur est en droit d'invoquer, dar Juridietionnels prévus par le droit national contre Procédure d'arbitrage en cours, même après l'expi que: a)__ Kinvestisseur se retire de la Procédure d'arbi réelamations au titre du Traité bilatéral d'inv d'une sentence déjà rendue mais pas encore Procédures d'arbitrage nouvelles: Hi) _ dans les six mois suivant la date à lage décision en application de article 9, p ‘structuré prévu à Varticle 9; ‚ selon le cas, se retire de la Procédure d'arbitrage éjà rendue mais pas encore définitivement bitrage nouvelles conformément au paragraphe 1, ‘par le droit national applicable. T/f20 DISPOSITIO Dépo 1 Le seerétaire général du Conseil de 'Unior 2. Le seerétaire général du Conseil de 'Unior a) __ toute décision d'application provisoire prise b)__ le dépôt de tout instrument de ratification, d article 15; €) la date d'entrée en vigueur du présent Accor d)__ la date d'entrée en vigueur du présent Accor article 16, paragraphe 2 3. Le secrétaire général du Conseil de Unio de "Union européenne. LE 12 exes intégrante de celui-ci. 1 peuvent encore entrer dans son champ considéré comme un Traité bilatéral LE 13 ves LE 14 es difiérends es concernant Vinterprétation ou application du cglés à l'amiable, T/f 22 3. lest entendu que le présent article constit TFUE. Ratification, approb Le présent Accord est soumis à ratification, accep Les Parties contractantes déposent leurs instrumer auprès du dépositaire. Entrée er 1 Le présent Accord entre en vigueur 30 jou regoit le deuxième instrument de ratification, d'ap 2. __ Pour chaque Partie contractante qui le rati vigueur conformément au paragraphe 1, le présen date de dépôt par ladite Partie contractante de son d'acceptation. ‘approuver ou accepter ledit Traité Applicatior 1 Les Parties contractantes peuvent, conforr décider d'appliquer le présent Accord à titre provi décision au dépositaire 2. Si les parties à un Traité bilatéral d'investis présent Accord à titre provisoire, les dispositions ‘concemne ce Traité, 30 jours civils à compter de la provisoire. LE 18 sant Poi, e en langues allemande, anglaise, bulgare, croate, ‚hongroise, italienne, lettone, lituanienne, naine, slovaque, slovène et tchèque, tous les textes du dépositaire. Ti 25 pocss 2338/001 EEE K EEE: ER j& 125 Ek - SE 183 55 E ENE EE 3 ENE EN: ie |Es EE: 8 |S5 S= 3 sE I52 2 E es 3E EE BEER 53 AAR 8 Zie: EE EER zi EEE El EHEER ER KEE GE SIRE En EIER ER EEE 38 5 Ee 7 EE it: EE Ei 3E El 5: [=| 3 BE Zl [a a [8 CE Ie EEEN 8 18 las [8 EENENENENEENE Es | a IE EE 4 EEEN EEEN Eda IE 5 ENE EEE: ERE NEENEN EN EENEREEIEENEN EEEN EEEN ER
EERENS
gie ISEZREE |E5 Sie [3 28 [58 PEI EE Ei EPEN EEE NEEN REENER EENES EREMEEDE EEE ENEN ERE EENES EEDE NEE zelZ8 |Selssig2 [5 5 ERIEENER EE FEE EIEENERE EEEN ZE38 [SESSIES EE EIEENER EKE Zl [ZeZsl52 45 EEM siste seEg 25 EPIEEE PEER HEE EE EENIER EIER ZEEZEESES| ZERE 2 z SEREEN NE E 5 ER: EE 3 EE: EE ë EE Ed ER Ë ER El EE B „88, IER IEEE El] SES EEE EE = EE 5 EEE Ë HER ES EE El s[25 S HEE 3lëë PEREN EN ERENE EEEMENERENENE ERENERE El ENENENCE NE EEE EEE EEE HER RARA IER
ERIEHIERIERIERIEE
ERERIER ERIN IEKE ZIEBEESES ESE
E RER ER IER ER IEt IER: Zelle SEIESEEESEEES EERE vEle2leEle8leeleE EEEN EEEE EEE IEKE ESESIESEEES ES ijler rele Ë E 4 5 s | 3 [54 ë 157 2 8E £ 188 el E 133 < 3 IZË Ei MEE Ei 2 [Es Ed 2 dz Fl 2 3E: BESS, Ssed EEEN zEEES KEER EES EME ss [2 8 a 53 52 Ez EZ 83 Et ZE BÉ hl ze 82 El EENES Ë ERE Ë EER ES EENEE 5 88 [85 ERE EIEREN EBAIEBS Baz |a la Ie IR Is | 538 [8 8 8 IE [8 IS Ss [|= 2 Ia IS Is | EAEMENENEN EREN Zajk | [Ss jd 2 |A EEIENENENENENENE ERENENEENENE ENEN ZIE IE Ë [A IE |E ENENERENERENE EE ENEN EENES EEEN ENENENE EEEN ENEN EEEN EERE: gISSEsE |ê |E IE |E E[êzlêea (5 [2 2 |A ENEN: AEPIEIEHENERIELEË ZEEAAS IEEE zajzslsde (Sels esd EEEEENEREDEE EPIEPIEHEN EEEN EERSEL E BEE EEE IEEE EERE <alégjgajsdjde gelde HA: RER sE8 El 3123 El 85E E HEE E 258 kl IER 8 zE: Êl sE) EIER EE PS PS e le ij) kf ZEE IR (8 |& |A Sd O8 B 58 IES |Eg [SEIES 54 lié |E (EAB
EEEN EE BEE
8E EE SE (EEEE zE [zi (aj [eget ENEN EE NEE EE 88 (ES (EEE EE LEE IES VEESE zE EE IEË (ESEË EIEENEENEENEEE SEE EE |&8 SE Eë REENER EEN EEREENEEDEREE 88 [38 (35 (8538 ES [88 88 (EEIEE EEM EEN ENE Es [2 [Ba (BEEZ ENEN NEE 88 IS [EE IEE8Ë, 2zi2zgledelesiege giEesBlezigagst EEE IEEE EES BSABSGIESGIEEIRSS BESIEESIEES ESES EEE RIE RIELIEEE ie FP EE) Bel, Zil Ie Iz PN EEE OE BÉ IE ZE BE [IS Is Zale ISalf IA IS À ä nie EEM EN ENEN ENE BEEREN ENE zilzijs 8 le js ZEER VE Ee |E RARE AR 8 53 El EOEEE |E |Es |E BEESS Je IGE [68 2AZEIË IE l28 (22 BEEËIS | (EE (Ze Balal2 [3 |EE IES EEEN ENEENEE ERE EERE EEE Eiêzjgslsgsiki 85 REE IEEE sÈlsgigggdls [sä zage 8 Els 28 EE EIEREN EE BalbalssEsle (52 SESSIE 53 SEISEZEZESE |E 2älegjssjsëleg ele gg gägilgdlesgdiles ERIESERER EEN IER EEIESIESIEZESSIESS EE IEEE EIEREN ZaldZ dE dal ALE iepen s El XDB IE EER: ERR EEEMEEENENE Zele [sss IX |ei gn BS Be EE CREMEREN EHENERE REE IENENEE z [83 le |E EEE NEER REENER 8 ESE 2 [ZE 8 E24 (Ee Ë 2 IS2l8 Sels 5 [zZz (2858 2 [3âlà IEEE dal8EIEA EEE EEEN EKE ENESAE SERIE IES: zi2 ES Eelg 328 ERE ERE Elsjes Els BEEK BEE ERIEE EIER
ZESSIESEEES
EEIEEIEEERIEEE
zijesleslö sjed EEE EER: ZEE SEEEESE Ela Ia la le |x Za le |Z [EX 5 |Z s IS 5 [8 E lëë s Ii REE E 5 35 é En El REE É EIER El Sig 5 SEE Ë REE BEES | E, | E | Ei | ë | ES #3 < ERS E EE Ê EE 8 3 Ë ER 5 JEE ER) ER Ei El B 88 El zEE ER 4 El El 2 2 5 E 5 Ë ej = el ed MEP, EE 2 Ee hd 33 Pi 288 Ed BEE Ë SIZE El Als s = 135 3 ZIE: E 2 Ei 2 el É E Ei 8 2 : 2 ä ki 3 Ei] 5 È : Ë ê 8 $ 5 8 < E83 BES SEE 5 EIER 8 HEE Ei EEE) El sis =| ziEË E EEE < BEE ÊlzË SEE Äiëg / 5 g s Hi E El E 8 =| 8 ë 8 hd ER z ze Ë E35 Ed EE ES 2 8 zE ed Eri E33 el z ë Ei 8 ä Ë El EE E, zâ Ei 33 B 52 ë EEE: EER êzé EES, E Ed 3 le [Î ENEMIES
EREN
ss |Eelsé E EERE El 25 (ZEE À El EE EEER Ë EEN ERIEE: ë s& Fils < EEREREE 82 [Zil PREIEEEE ESA EERSEL z EERE Ee 238 [2 5E SES |= 22 AËlá Is ë z 5 á ENNE ze dak ER z5l53 <a S4122 zE Z3EË ERE EEE â 5 EEE - 23 3288 zl 53 EIER: ä Ei] EIER El EN REE El 2 NEER zl ae 2 I2Ëls 4 xz 3 [E83 > & 2 EIZ 32 | £ Eitt 5 EREN Eä EEE RE Zal2ë pik EIER: 25 ERR ER) HEE EN EEE & Z säls52 ES rik En EEEN ES EERE 28 zElefd z5 EEE 5 <8l428 8e je 8 [22/832 EREEEEE | 5 zilla [EI | EERE s 8 8 8 REENER EEE EEEN EERE zi BE IE 2 5 El e |ë El RE: Baläg El EE ZEE ENE IEEE: 3 (5482 [A82 ENEN ERE 8 IBEIEE (EE ZÉ 2 ISSEEZE (ESE E (ZEEISESE ZES z |&EËlsalâ8 [Zelô2 3 zz s GEE ERE EEEN EN Ss [854 EESE IERSE EEE MEE 884258 |25 58 EEEN EE SZEZEIEË ZEISS, gESleneislenl ess ziëlsslesdlggledt Ed 2 | Eje (EIS (8 |= PEEN NEE 8 82 (SE82 z EE |RSE2 EN EE at zE lk lâ 1 EERE KES El EEEN ENE EERE ERE S EREN ENE Bil EE 2 El Els | EN 85 Zg “es |gilbe [23 ENE IEENE EEN NEN 8E |S32E (55 33 ISEEE (5 E 58 (3884elEs 2 2 2218458 3 185 (ZBIZEEEE zg 88 (SElSEilEE EE (SnlzaiiËe CEN EEE ziêlsêlsbils Ed Eje Ee JË 2 [2 3,18 € [Ze [2432 2 23 ENEN: 8 [ES |ZAE8 El F4 SEIES NE CAE zê 158 EE 28 BEE 133 El AEN El AEEA Ed SIaPEE2 El ARE! El AEEREE 5 EEKE 5 ElêsEês: EER IEEE) EISSEIASE za a Zâ [85 EE (35 Zi 8e ANNI DÉCLARATION VI En ce qui concerne l'affaire susmentionnée, [nom Requérante, et [nom de l'État membre défendeur]. Traités bilatéraux d'investissement entre États mel “Traité bilatéral d'investissement est devenue d'arbitrage Figurant dans un tel Traité bilaté juridique à une Procédure d'arbitrage” A/T/BIT/A BARÈME D'HONORAIRES CONFORMEMENT À L'ARTICL Ouverture du dialogue structuré, analyse in par le facilitateur à 'investisseur et à État Tinvestissement de lui présenter leurs obser mois suivant sa nomination Organisation de négociations et soutien aus un règlement amiable Projet de règlement amiable (Si aucune solution n'a té trouvée) proposì A/B Cruamare ste SESSION DE LA 5e LEISLATURE OVEREE TOT BEË: VAN BILATERALE INVE TUSSEN DE VAN DE EUR AfT/B DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN HET KONINKRIJK BELGIË, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK KROATIË, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, A/T/B DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HONGARIJE, DE REPUBLIEK MALTA, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK POLEN, DE PORTUGESE REPUBLIEK, ROEMENIË, DE REPUBLIEK SLOVENIË EN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, INDACHTIG het Verdrag betreffende de Europes werking van de Europese Unie (VWEU) en algem INDACHTIG de regels van internationaal gewoor Wenen inzake het verdragenrecht (VWVR), ERAAN HERINNEREND dat het Hof van Justiti zaak C-478/07 Budijovicky Budvar heeft gesteld overeenkomst tussen twee lidstaten geen toepassir twee staten indien die bepalingen strijdig blijken t OVERWEGENDE dat, conform de op de lidstater overeenstemming met het Unierecht te brengen, het Unierecht zoals dat in het arrest van het HvJ-E is uitgelegd, OVERWEGENDE dat bedingen inzake arbitrage investeringsverdragen tussen de lidstaten van de £ binnen de EU) strijdig zijn met de EU-Verdragen toepassing kunnen vinden na de datum waarop de investeringsverdrag binnen de EU een lidstaat van GELEID door hun gezamenlijke opvatting uitged: de EU-Verdragen en bilaterale investeringsverdra; dergelijk beding niet als rechtsgrondslag voor Arb omst betrekking dient te hebben op alle op. ascerde arbitrageprocedures tussen investeerder reeks arbitrageregels, met inbegrip van het betrekking tot investeringen tussen staten en. en de ICSID-arbitrageregels, de arbitrageregels tbitrageregels van het Arbitrage-instituut van de Chamber of Commerce, SCC), de arbitrageregels <), de arbitrageregels van de Commissie van de (United Nations Commission on International ringsverdragen binnen de EU, met inbegrip van al zijn bedindigd, en dat andere bilaterale aal zijn beëindigd en dat de toepassingsperiode en, mst de kwestie van de verenigbaarheid met de rale investeringsverdragen binnen de EU ing heeft op bilaterale investeringsverdragen ures binnen de EU op grond van artikel 26 van ese Unie en haar lidstaten zullen zich op cen later rT/al le lidstaten cen van de fundamentele vrijheden, van kapitaal, uitoefenen, zij binnen de alve de bescherming genieten die wordt geboden r het desbetreffende afgeleide recht, door het nie en door de algemene beginselen van het } non-discriminatie, evenredigheid, | vertrouwen (arrest van het HvJ-EU in zaak een lidstaat een maatregel vaststelt die afwijkt undamentele vrijheden, valt die maatregel binnen het Handvest gewaarborgde grondrechten } zaak C-685/15 Online Games Handels, punten komstig artikel 19, lid 1, tweede alinea, VEU ien om daadwerkelijke rechtsbescherming van de cht te verzekeren. Elke lidstaat moet er met name in van het Unierecht, aan de vereisten van een van het HvJ-EU in zaak C-64/16 Associacdo met 37), e Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de vereenkomstig artikel 273 VWEU geen aatregel die het voorwerp uitmaakt van grond van een onder deze overeenkomst vallend rT/al 6 IN AANMERKING NEMENDE dat de bepalinge onverlet laten dat de Europese Commissie of een VWEU een zaak voor het HvJ-EU brengt, ERAAN HERINNEREND dat in het licht van de. de lidstaten en de Commissie de besprekingen om krachtige en effectieve bescherming van investeri waarborgen. Deze besprekingen hebben onder me processen en mechanismen voor geschillenbeslec! noodzaak is vastgesteld, de middelen om in het ka mechanismen te creëren of ter zake bestaande inst ERAAN HERINNEREND dat deze overeenkoms het kader van het Unierecht noodzakelijk kunnen. grensoverschrijdende investeringen binnen de Eur voorspelbaarder, stabieler en duidelijker regelgevi investeringen binnen de interne markt te stimulere OVERWEGENDE dat de in deze overeenkomst v ‘ook moeten worden opgevat als verwijzingen naa Gemeenschap en, vervolgens, de Europese Gemee ‘opgevolgd, HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT O1 AFDEI DEFIN Defi Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt 1__ “Bilateraal Investeringsverdrag”: alle in bij 2) __ “Arbitrageprocedures*: alle procedures voor geschil tussen een investeerder uit een lidsta van de Europese Unie te beslechten in overe Investeringsverdrag; 3)__ "Arbitragebeding": een beding inzake arbitr in een Bilateraal Investeringsverdrag dat in trageprocedures die zijn geëindigd met een ve uitspraak die vóór 6 maart 2018 is gedaan en ze aan de uitspraak uitvoering is gegeven, ook al lering tot betaling van gerechtskosten nog niet op 6 maart 2018 geen betwistings-, igings-,tenuitvoerleggings-, herzienings- of nd met een dergelijke definitieve uitspraak ingtreding van deze overeenkomst was itrageprocedures die vóór 6 maart 2018 zijn ; Beëindigde Arbitrageprocedures, ongeacht het rwerkingtreding van deze overeenkomst seprocedures die op of na 6 maart 2018 zijn teraal Investeringsverdrag die gedurende cen 1 investeringen die vóór de datum van rT/al 9 ING2 ENDE DE BEËINDIGING STERINGSVERDRAGEN KEL 2 le Investeringsverdragen eringsverdragen worden beëindigd in vereenkomst. lorizonclausules van de in bijlage A genoemde eenstemming met lid 1 van dit artikel en hebben. KEL 3 volgen van Horizonclausules laterale Investeringsverdragen worden beëindigd olgen, in overeenstemming met de voorwaarden. T/nl 10 KEL 4 lijke bepalingen gen dat Arbitragebedingen strijdig zijn met de n vinden. Als gevolg van deze onverenigbaarheid 7 vanaf de datum waarop de laatste van de lidstaat van de Europese Unie werd, het ringsverdrag niet als rechtsgrondslag voor tikel 2 van de in bijlage A genoemde Bilaterale nstemming met artikel 3 van Horizonclausules gsverdragen worden voor elk dergelijk verdrag, kken Overeenkomstsluitende Partijen ING3
VORDERINGEN OP GROND KELS
ageprocedures voor Nieuwe Arbitrageprocedures Tal 11 KEL 6 trageprocedures comst geen afbreuk aan Beëindigde (heropend. breuk aan elke overeenkomst om een geschil ten procedure is ingeleid, in der minne te schikken. KEL 7 ‚Partijen in verband met Aanhangige euwe Arbitrageprocedures n zijn bij Bilaterale Investeringsverdragen op TNieuwe Arbitrageprocedures zijn ingeleid, zijn making van de verklaring in bijlage C, isgevolgen van het Achmea-arrest zoals Tal 12 b)__ ingeval zij partij zijn in een gerechtelijke pr grond van een Bilateraal Investeringsverdras als het om een rechter uit een derde land gad arbitrale uitspraak te seponeren of te verniet oftenuitvoerlegging ervan. Overgangsmaatregelen in verband n L___ Indien een investeerder parti is in cen Aar het voorwerp van het geschil uitmaakt niet bij de de overgangsmaatregelen van de artikelen 9 en 10 2. Wanneer vóór de datum van inwerkingtred uitspraak wordt gedaan waarin wordt vastgesteld betrokken Bilaterale Investeringsverdrag valt of d de in dit artikel bedoelde overgangsmaatregelen n 3. __ Indien de betrokken Overeenkomstsluiten: Arbitrageproeedure tegenvorderingen heeft ingest overeenkomstige toepassing op die vorderingen. 4. De betrokken Overeenkomstsluitende Part overeenstemming bereiken over een andere passer een minnelijke schikking, op voorwaarde dat de 0 Unierecht ArT/BI Gestructureerde dialoog voor A 1 Een investeerder die parti is in een Aanha procedure betrokken Overeenkomstsluitende Parti schikkingsprocedure in te leiden op voorwaarde d a)__ de Aanhangige Arbitrageprocedure is opges investeerder; en b)__ indien in de Aanhangige Arbitrageprocedur definitief ten uitvoer is gelegd of uitgevoerd erkenning, uitvoering, tenuitvoerlegging of te leiden, dan wel, indien een dergelijke pros opgeschort De betrokken Overeenkomstsluitende Partij antw overeenstemming met de leden 2, 3 en 4 Een Partij kan een investeerder die bij een Aanhar verzoeken overeenkomstig dit artikel een schikkir verzoek binnen twee maanden schriftelijk aanvaar beschreven voorwaarden zijn vervuld. In voorkomend geval moet in het antwoord door de aanvaarding door de investeerder worden verm 2.___ Een schikkingsprocedure mag enkel worde overeenkomstig artikel 2 of 3 van deze overeenko grond waarvan de Aanhangige Arbitrageprocedur artikel daarom te verzoeken. 3.___Er wordt een schikkingsprocedure ingeleic een in kracht van gewijsde gegane beslissing heef 1 bedoelde procedure wordt bestreden, het Uniere 4. Er wordt geen schikkingsprocedure ingele lid 1 bedoelde procedure wordt bestreden, het Uni Europese Commissie een definitief geworden bes de maatregel het Unierecht niet schendt. 5. Ingeval een gerechtelijke procedure aanha beslissing te verkrijgen, stelt de betrokken Overee lid 1 bedoelde antwoord van dit feit in kennis. De opgeschort totdat de gerechtelijke procedure in ee uitgemond. De betrokken Overeenkomstsluitende van een dergelijke beslissing in kennis. Hetzelfde heeft vastgesteld dat nog niet definitief is geword: 6. Er kan een schikkingsprocedure worden in Unierecht die wordt veroorzaakt door de staatsma bestreden, kan worden vastgesteld en noch lid 3, 7. __Op de schikkingsprocedure wordt toezicht de bedoeling buiten gerecht en arbitrage om tusse billijke schikking te komen van het geschil dat he De schikkingsprocedure is onpartijdig en vertrouv het recht haar standpunten kenbaar te maken. 8. De facilitator wordt aangewezen in onderl de betrokken Overeenkomstsluitende Partij die als ‘Arbitrageprocedure optreedt. De facilitator wordt ‘onpartijdigheid boven elke twijfel verheven is en grondige kennis van het Unierecht, beschikken. D waarin de investering heeft plaatsgevonden en eve investeerder, en verkeert niet in een belangenconf de schikkingsprocedure geen onderlinge overeens facilitator wordt bereikt, verzoekt de investeerder als verweerder in de desbetreffende Aanhangige A van de Juridische Dienst van de Europese Commi de Europese Unie aan te wijzen, die, na raadplegir aanstelt die aan de in dit lid beschreven criteria vo vergoedingsregeling voor de facilitator vastgelegd 9. De facilitator vraagt de investeerder en de plaatsgevonden, binnen twee maanden na de aans ‘opmerkingen in te dienen. Indien de schikkingspr facilitator de Europese Commissie vragen binnen desbetreffende kwesties die met het Unierecht ver 10. __ De facilitator organiseert op onpartijdige v partijen bij opdat uiterlijk zes maanden na de aan eventueel door de partijen overeen te komen lange bereikt. De partijen nemen te goeder trouw deel a rekening met zowel de beslissingen van het HvJ-E de Europese Commissie die definitief zijn geword bedoelde advies. De facilitator houdt ook rekeniny Overeenkomstsluitende Partij heeft getroffen om: EU gevolg te geven, en met de jurisprudentie van schadeloosstellingen uit hoofde van het Unierecht 11. Indien binnen de in lid 10 genoemde termi stellen de partijen in de procedure binnen een maa Elk voorstel wordt onverwijld schriftelijk aan de maken van opmerkingen. De facilitator organiseer bedoeling een wederzijds aanvaardbare oplossing 12. __ Binnen een maand na de mededeling van d lid 11 bedoelde verdere gedachtewisseling doet de een gewijzigde minnelijke schikking. Binnen een partij in de procedure of zij het definitieve voorste mee aan de andere partij tieve voorstel niet aanvaardt, verstrekt zij de telijke uiteenzetting van de redenen daarvoor, atie wordt verwijderd. Elke partij in de procedure dingen voor de facilitator en in verband met de den van de schikking wordt bereikt, aanvaarden erwijld op juridisch bindende wijze. De ting omvatten om de arbitragevordering in te sn reeds gedane maar nog niet definitief ten ik af te zien, dan wel, in voorkomend geval, om tie die eerder in de Aanhangige dubbele compensatie te vermijden, en | van de inleiding van Nieuwe d wordt gedaan van alle andere rechten en het voorwerp van de in lid 1 bedoelde procedure, T/nl 18 EL 10 onale rechtbanken sdoelde termijn recht op toegang tot de egen een in een Aanhangige Arbitrageprocedure jnen voor het instellen van een vordering cedure intrekt en afstand doet van alle rechten en le Bilaterale Investeringsverdrag, dan wel afziet nog niet definitief ten uitvoer gelegde of afte zien van de inleiding van een Nieuwe | van het Bilaterale Investeringsverdrag op grond edure is ingeleid, ingeval geen gebruik is g waarin artikel 9 voorziet; de datum waarop de betrokken gek van de investeerder afwijst om een gestructureerde dialoog aan te gaan; of de datum waarop de laatste van de partijen peslissing meedeelt, ingeval is gebruikgemaakt artikel 9 voorziet; T/al 19 b)__ van de toegang tot de nationale rechter zal v grond van het nationale of het Unierecht in €)__ in voorkomend geval, geen schikkingsovere gestructureerde dialoog waarin artikel 9 voo 2. __ De krachtens lid 1 geldende nationale term worden geacht aan te vangen op de datum waarop ‘Aanhangige Arbitrageprocedure terugtrekt, dan w uitvoering van een reeds gedane maar nog niet de uitspraak en zich ertoe verbindt af te zien van de i naargelang het geval; de duur van deze termijnen wordt voorgeschreven. 3. Om meer zekerheid te bieden, worden de beëindigde Bilaterale Investeringsverdragen geac! recht in procedures die op grond van deze overeer 4. Om meer zekerheid te bieden, mag het ber creatie van nieuwe rechtsmiddelen die uit hoofde beschikbaar zouden zijn voor de investeerder. 5. ___De nationale rechter houdt rekening met el Arbitrageproeedure is betaald teneinde dubbele co SLOTBEP ARTIE Depo 1 De secretaris-generaal van de Raad van de 2. __ De seeretaris-generaal van de Raad van de Partijen in kennis van: a) __ elk besluit inzake voorlopige toepassing ove b)__ de nederlegging van elke akte van bekrachti artikel 15; €)__ de datum van inwerkingtreding van deze ov d)__ de datum van inwerkingtreding van deze ov Partij krachtens artikel 16, lid 2 3. __De seeretaris-generaal van de Raad van de in het Publicatieblad van de Europese Unie. Bijl 1 De bijlagen bij deze overeenkomst vormer 2. Indien een in bijlage A genoemd Bilateraal datum waarop deze overeenkomst voor de desbetr werking treedt, maar indien vóór de beëindiging v de in het verdrag opgenomen Horizonclausule nos vallen, wordt het als een in bijlage B genoemd Bil Voorbe Bij deze overeenkomst kan geen enkel voorbehou Geschillen 1 Geschillen tussen de Overeenkomstsluiten van deze overeenkomst worden, indien mogelijk, sluitende Partijen niet binnen een termijn van het geschil op verzoek van een van de reenkomstig artikel 273 VWEU aan het HvJ-EU ikel een compromis tussen de el 273 VWEU: EL 15 curing of aanvaarding soedgekeurd of aanvaard. te van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, EL 16 gtreding, nlenderdagen na de datum waarop de depositaris aanvaarding ontvangt. Tml 23 2.___ Voor elke Overeenkomstsluitende Partij d aanvaardt na de inwerkingtreding ervan overeenkt 30 kalenderdagen na de datum van neerlegging de akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaard 3. Wanneer een Overeenkomstsluitende Part Arbitrageproeedure deze overeenkomst bekrachti inwerkingtreding van deze overeenkomst voor die feit in kennis. Deze kennisgeving bevat een verm Investeringsverdrag door die bekrachtiging, goed bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding door d verdrag nog niet heeft plaatsgevonden. Voorlopige L___ Overeenkomstig hun grondwettelijke bepa besluiten deze overeenkomst voorlopig toe te pass depositaris van een dergelijk besluit in kennis. 2.___ Wanneer beide partijen bij een Bilateraal I overeenkomst voorlopig toe te passen, worden de van toepassing 30 kalenderdagen na de datum was genomen. Authentic Deze overeenkomst, opgesteld in één exemplaar à de Estse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portuge de Spaanse en de Tsjechische taal, waarbij alle tek in het archief van de depositaris. Ei Ei ä 2 äî  3 Ei ES Ei) ER 8ë Ei EN Eid 8 & Êj KE Ë lk 5 EE H Ein: E EEE EI 8 En 7 ze EES 8 Ia E E she 2 [8 ES ES BES O8 jd [8 [8 IEEE EE 562 Ie |2 Ia |E EEE! EE: Kl s ERE NE El El EE kl ENE EENEENE: ZE (ZElaE LEE VEE SE |Z8)8 EEE EERE EERE ÎE (BEES [EE (EP EREE EEEN SIE |BAlaf |i |bÉ E88 |dsl88 [EE ES zes (Ens [EE |E ZIS (E84 [82 [EE zl ERIS E 78 28 EIER (BEES (8E 3E ze (EAI 83 (Ez |D8 ZE IDEs5 [3583 Hd 28E EE BE 3E EEl3E (EEE GS 3E (gE id EZEISE ZE 88laEn lant a EE IEEE ID EEEIES BSE Bad BS ZEEIEEISES ESS ÓË Els le a [5 Is 8ilzs 2 8 8 8 sela à ä Ei El äbje ji Ej = s EEEN EEE EE EE z Sf 8 EDES 2 | 288 [AE jas EE EAIEE [Es jen BÉ wIEÂlës |ôr |Z 8% BIES JEE (8E SE Baila lat [EZ [25 zIe8 ks [EE [24 [54 ENE ERE 88 |E 28 SIËEIËS (ES [28 (ES 8283 24 [SE | 23 ENEN NEN ESE 83 |ôë [2E [#8 EEE EEEN ZE 83 (88 VEE (Bs 3235 [3â [as [Ze IEEE EE AE BEER Eds ES 45 SEISBEISEISEE ES EEIEZEISEE ESE ZE Bal Baile BerlEE EEKE: ÖEISFEJSSEJÖEE ZE E z u EI a S ä 5 Ei Eila ja [a Ia [8 eb|8 2 EN 8 12 Ed ä Ei d Iä EEE OI IS IE IEEE ENE EEE ENE EEK á El ze n 3 |egls EE IE |E ER
NEEDE
sE (EE |Be (EEEE si (EE (88 (3588 Ee (Àj LEE (EES 8E (EE |EÉ EEIES ETE (28 [EE (E28 Elis |E [EE [5 Ê? EEE (aE IZ5 (EEZ 5 28 z8 33 2e 8 j8j EA ôr [85 8E ENEN EEEN EEE Elei [E8 [25 Veel eë B 45 8E (BEES ER (23 |Ès (EEE? 34 (44 |sê EEE 58 [aà lag las e4 EER EENES Btalizg idg BEES SERIBZE SEZ Zg 8SElSEE BAE ESES BSB BEBIBEB EE BS SEE\ESEAEIEËEE Eje |B | [e= |a Eef HIERMEE EER ENE FEI ES El El El al BEA IE A [À IÀ |R BES Ie [se 5 |d |s ijs (sd “|E [a MENEREN BE (Bs |E 2 |E BEE [EE & VE |E ENEENENENE SEE &% (ES 858 BEE SEIES 54 54E E[SEGESE [S8 SEE BEEN EZZSIES (Z5lZZ zE lswlg zeleZl gs BEER [ERSENS BEIBSIESEIEE EEE 2328 ZEE ERZ 2 AEEA RENE a ls |e BES la 3 \8 | EER ä Id 8 Is 8El3 [2 [ä [JE ERE 8 3 2 la EEEN ENENE EE é [s EE: 8 ERK del? EE IE zalf EEESAEENER ES 5 (EZISE |Bslzi zj 3E 28 Bal ZZ 5e |EE54 [BE ÊÉ 8E (ZEIEE [E44 ZIEË (EBIEB (Es EE 3 l&f SIEs LESSE Eiës (325 |A AË 38 |sälsa 3863 EIEE [EEISE [ERSA 388 (BEISE (EEZ Bei (ZÉPE BÊLÊS He |IERIEE A3 22 (BEES EAIEE EERE EZEL Eat EAARAARKAARAAR ER: ÓËEIGEJÓREJÓL SEE El la Ela |Z ja [Ss |E ä KR 3 chek E Is ERE dd |á zie 8 385 * A28 E] EERS > EER 5 [EE sij EEE SEE 2 18 28 EEE: EEE 2 [83 ZEE 8 IEF gar 4 El EED E |2j BEE 5 z 8E EES El ES Es BEE a ERE EER Pl ES EEE El ZES ERE 5 BEISE ERR sil zE E zilaf 35E 8 zes EE
EERE EEE
< bel EE EER EEIEE EEE EIER 35 g za ii EE E28 IEN ENENE EENDEN sE 4 [a 2 ja EERE 3 |
EENES
äjje EE “8 NEE 3 | Pa IE Za [5 [8 8E 12 IES 2 | 2e (5 IÈE 14 1E EEEN EEMENE EEEN: 23 |äaläë (EE EE El5E (AEl5i [AAA ENE IEEE ae lzeladel asl as BEEERIEER Er ô> SSEIJSBJSSENSRIÓS ile [2 Is 3 zEjà (ZSEIS |E [È Zâls 3EZ 7 2 ä SES (28 2 8 Eilz la IE IE |E EEE 8 El El ei EEK: Ea (EE IE BE En ZE LEE |à BE Vé (88 EE IS 83 (52 [3 (3 [2 55 E 5 5% 5 Er |ÉE Lia VEE |E 88 (ED IE8 E83 VE 8E IAA EB VEE VE 85 (54 (ZB [ä8 |À EES 2E Ex [55 E ZI2E |ês [2E (28 |Z EE |E |E8 [E6 |Z REENEENEENEENE EE Îg |E d d HE (EE (bE LEE |E 2e 8 25 2 ë 83 [EE \85 |3E | EEKEREN IEEE EEEIBREIËSE SEE SSElEBE beg BEE 5 ÖEEJSREJSEEJSEES £ > Elz 4 Is a |8 ENE zig 8 8 13 |E 2 bla ENENENENE dE Zj ja je [Ss EES z la 18 [2 |ë SH IENENENERENE äi= 5 [Ee IS Is [IS ENEN PRPRENE EENEN ENEN BOE IE IE IE IE EEEN ENE
ENEN ENENENE ENEN NE
88 (EBS (ZBEEIZ BEENEIENEENE 8 I8n IEEE |sÉl3éls BEE |sâls |sáls8ls ERR EERIELIEE IERIE E EERE NE BE EE Ês EE EilË Ee 54 Eel SSlEENS zE OERIEEEEL ES? EEE EE 24 (3E 8G|SE8ES BerlEE BEER EEE BEE BEIEBIBEIESE CETERA TELE El > EI Ê Eef j EDER ZERE El HEEE Il BESË E hen | EE] EEDE E BEES OS EEET ££86 SRA5E 38% EE HEERE as iá Sa35á Biss ziele 8ila |R 3 3 5 EARN EA ES EN EN EELS (5 ij El kel äë 8 2 = = El sä 8 8 1 Ë_lb. | ae | sl EE Er EE È 3ElE5 [EE [Ee E ZEE Er 2E 8 BElZE (3E [25 (2 2458 52 5% ä HEENEENEENES BIZElzË jer [al [EE EIZEES EE [88 B ZI8glËE (EE [EZ |äs EEEN EEND EENEE s |82l32 |38 [27 [Er ZIEAIES (EE IE (EE ZISEIER EE [EE [EE EIE8la8 |aë [a (24 zege és JEE (È3 EEEN KEN EENES 35 3E 35 35 heekd E4|ERE ESE ESE Ez E83 ESELEZE SEE 8 EAR ERARKAARKRAR SEEEEISZEL SEE SÉ Elz ie [a |s |8 ENE: Elaa Sa EEES |3 EES 5 EEEN ENDENEN EE EERS F3 z [2 ES EERE: z EE: z áije kf 5 | s n 8 8 8 8 8 [is |E 25 lat IE EE |ie EMEERENEENEE sE EE 4 (VEE Ez (Eg |Z [Eg [EE 55 (38 [8 (23 |#ë 88 \ôs (BEER (3 ZE Sa (ZEISS [EE REENER ENE E82 [88 \S4l8E |äf 25E (EE \Eslii (E28 33E (E32 |Ealst (3 ESE (Z (BALSE (85 zE (ZE [86/82 |8ô SEREN 83 (85 lelies VES Eg IES |Eajbs [25 38 84 ERE eÉ 25 SE (EEISE [DE ziel zaglsslzi,l gs SAE BES DESEE EE ZEEEESIEE EAA ES SEEIESEISALESELEE HE Ì | 5 El i EE El ER Ei 35 Er & 5 85 (2838 EENES EES 3 ES EES äijs ES ä 8 |E 8. IEB (Es (EEE EE Ee (EE (BELGE SE ISE ISË |SEISE ENEENENEEE: 83 (EE (3 [EE ÊS 54 (EF [ES [ÊTES TEE (8E [ij (ESI ZE B&E [&z [8E (B3l8t EEE 138 (38 [8E 5E 2 EE 28 EE Es EE Elei [2 25 (em ri 5E 83 [8E SEE de ba |8 (BEES 35 38 [24 \8£ EE! zSelaselatel af) an EERE EENK EER IRE SEEIÓËEÓZEISEÓË EENES E ENE: 258 2 IA El Eil 8 [a |E EEK El EEE 5 3 4 RENE BEE MENE Ti SEZ ë DEE 2 wielgileë ZEE kc ESES zi & 3325 ZE EEE E EEAKE AKE EEE 2 BIAS 25 EE EEE 48
IEEE EER
> le Ie ze SE LE sE 3 le E F3 EEE (& 12 Ei 8 EEEN E Sijs 8 EENES: EI EN E38 [8 [2 8 E3 EEA SE [se [5 ENE: 8E [EE 8 la [EE [EA EE 2 IE ii 28 |EÀ ZEE EZIEE (EE VES EISERES ES (ES JES EIAElsäl3s [32 35 SIZE sela |55 (5è 3 IAEIES|ER (3 (EE EIEEESaE |a3 |ai SL EBEE LES Ed Zziijës (EZ EE ERlsálse [85 [3 BEZATEN 5e [5à ZElkEGE (EE [52 ZEISEZS (EE [38 SES BEE BAE SAE SEISEISZEISSE SEE E z > EE 2 |E El 3 Ei Ea Ei Z Eef EÀ 8 ER 2 EE zE EE Em 5d E: EE EE ER Oe EE Se5 È ERI EE É3 EEE: EN Èv5 5 ER ER OE oë EEE: Ës BE 5 Ed En Ëz EEE ERR: SE IEEE) 855 EREN 3E 5588 255 AE Ei €53 z 82 à ER 3 88 Ë EA Ps ER Pe EE 3E 2e EE ER 3E EEE El 18 sd on 25 Ed ER di 5 dk zi 2 El dre 8 ER BEE BE 23 Del 8 52 EER OE Di EE Es El gE EE z£E 28% SE 352 Ss ER EE ERE Zal 58: Ei 7 2äë #55 Eis ERLE 5i8e z457 EEE EN EERE ä EEE! El EERS 8 EET EEZ BRAS E ZESSE s850% EEE h EESS ESES Ella (3 |Z 3 ES zel |ä |S 8 ä EES IS IE I8 1 EE EE ä EEE |Z |E EN E] EE | [8 5 8 EEENEN ENEN: SES |E ja dd hi 8 (o8l,a [28 [ez 2 BE ba Er 5 5 IDEIEË PE [PE EISEIËE |E VEE Zblärlds [E8 |E3 „|EElZEldr [AR 45 EIZ ZEISS (23 \EÈ E84 SG|8E (23 (E23 EIESlEElEE [85 (EE EISNER SS (38 (28 EEEN NE: BEIEEl sE BE BS EIKEN EEE Zele Ze ER ER SB|52 58e BE EEE EE EEIEEENELEL LE £ EN REEN Ed 5 IENENENENE: EEE ki 5 Ss | RE Id I8 8 [8 ZEE ja IA je EERS EE) EN 5 Ia EEE ENEN E: äë El ä id Ed Ed se |eë |ag |efl‚a 52 [ss (sô |sslÂë 2 [EE lis |EElôe EE IES IEB LEES „|gj |E |Sn |GÂlÀz EIgE (85 (45 |SA/25 ENE 58 Ed Es 8E 353 (ES IEA [AEEA IES (ZE ze la 2e EREN REE 28E (85 (EE VBAIZE Elei Ie \2ë [elit Zi (EE (A5 LEE ES Ei EZ [EB [EENES 35 IS [34 [EENES 825 EZsEZENEE EE CEE IJ ‘yr ‘| sl5 EES 3 PME £ EES el 8 [2 EN EES 2 ES 5 EE je Ei HEEE ENE EE 8 EES 8 5 ENEN: 3 E EENES 5 54 (53 |aájsi |A z lek IESIEË [és 85 |85 [EEEË [EE 28 (38 \Ealäz [ZE EENES IE NEE EIEE (85 (BEES (EE 53 (EE (BBIEE (28 ENEN EEEN zlas |aB \Szlsi [52 ZIE \E& (EAEE [3E ZEE (EE ISES [EE Bled (43 [EBIAE |äj EE (ES [EESS |Z 3E EE Eri VEE ZEEISAE EZ 22E EE EEEIBEEIES EES r8 SEE BEE ER BESI SE óËslósslSR|óEE EE E 2 à Ele |X Iz le IE sis Ie [ES IE Iz E EEEN: ed BEE 8 8 Ia |E ENEN ENEN EES (A IE [8 [A E 8 |Z [Ze z RENEE ENEN RENEE NE RENEE ENEN MEE BlEEIEE (8E (Àa BIEEStlzj |a8 |2 BIEZIEENES |E 8E 2144 EEE [33 [EE REE EENEEDEN ËISEIEË as |aë (É2 SEIEZIEË 24 [EB BEËENES (ie |Îs B\Zslë2 |E5 [23 8 EE 38 82 18% EEIEE GE [EE dz ZElZEISE |5ê |52 RENE EERE EEEN EEAENEEIEERIEEN SEE EEE EAEEER BIES SEEISEE SEE EENS ERS SEIEËISZE AE SEE Ela le la |X [8 siz EI PS s |Z gHlä ä EN 8 IS ERE EN El EES EEE bl 7 5 | Ei + - Ed CKS 35 EE lef |E VEô EERE EN elit 35 (ZE (SEE zl (EE (EE BEER SIE [ds [28 [E58 EEE 2e (Z5 [E32 zE VEE EE zE is be [ed (ES |Zsl PE 38 (35 [85 [3E 3é 35 32 |3h 13815 EER ESs BEE ESES 2872 2E EE 28 óZslóEslSdElóES 8 lo 5 Kl 8E [8 [EE 8 |E see EN 5 2 EN BES Ia IS [8 |ä sE hj a [S ä BE Is Ie la |s En |2 8 3 3 2 (ts |E | |#5 Zg | EL 25 EEEN EE NEE 58 (5% |E sE |5£ 53 [58 |E js [58 NEERENEENE EEEN EAN: EEE (85 (SEIGS EE EEE |r |EEIEE |Z8 3 lef |e5 (ASle5 |e2 553 |aë |azlsë (55 Ela (si (Falsë (pe EE OBE (BELEË |ES di PB |Eâlès [F2 28 3e IS5lZE VEE 8 Ba lil A5 Eil E25 Ea EZ EEE ES EEE EBS ER EEA ES ZEsl2mal24l 2822 CEENKLENKCENK EEN TN Elz IS le le [3 IENENENERE zE8 IË |& Iä I& E38 (3 8 18 [2 äEjs 2 [8 |: EES s EEE: âge El 2 4 [8 El Ek E De s ZEE |E EREN NE EE IËE IEEE 13 zE [EE (SEE |E EMEENEENE 84 (8E |Ealdelds 8 [B5 EEIEEES BENE BEE EELS 2 Es [EE (BEES SE 285 (28 \SELEEIEF zl58 (SE ER ZE SË 3 ë z5 EAR x Ela8 |E (eäliili 53 (87 les EEE Eg (23 |EZIEZ 25 88 lat |8f SEZ EEE EEE
SEBISEBIEEES ER
E84 BEB EE EENES EHEER IEEE 3 EE EA EN EN EEEN EE: El EE 8 El ERE F3 5 ES EEEN: El EEE ä E sl, \ôr 25 (ZE IEEE |Z Sa Ef [dir 8E zE (25 [235 [2E 28 IZE [BEA (DÈ IEB (44 (ESE 83 B&E |äg [ESE |är zi IES (232 5 EREN EEE: 883 EE (254 BE zIËë (A5 \BRE (EZ zeef |äas |25 Söilst |sf4 DE EEEN EEDE 3550 ids [8E EERE EE MEE Zia iig EEN ds ZEEISRDISERE Syt EEEGESIGEES ESS EERE ARE REE: EA EEJSSEE SLE EEE 9 EENES 8 [3 ES 3 eb|8 8 [8 El ä ENEN EEE: Bld KE 2 El EE s |ä ä 5 5 5758 5 5 zj zEl2î |2À ER Er IEEIÊS |Es |E Blad jaklaë [at EE 2E (Z8IES |E LEE EIER (SEISS [Es Eô E35 \3413 [38 (5 2: Ziläz [23 (ZE Za (ZEIEE LEE (EE EEE TEEN EN EEEN EREN EENES EEE IEN IEN: Elz (els le |2 zEz Es |z [s E] EE 5 I& [8 5 äËjs EES kl ERE 2 Ie |E 2 EMERENENE Ei NEE q si 8 |ZEIEE |a5 23 1% IES EE [23 22 BelSElZE [EZ EME LIEE ENEN „|EE (SElsdjER Ez 884 [8/25 88 |B5 B Ez |aslBAjEl |A 3E (2alEEISS (Sé 35 IEEE Er |35 EEE IEBISEIEE 53 z|85 (EElâariE (EE E23 IZEIEE ZS |Ze Ë E31 4E 88 [EE EE VESISEES VEt 22 ZEj8AlE (28 BEEIEE Be SEEEES ESElmBEElzEE ESE Bag EAlES EER EEE BEEIESIEB ZEE Eee EEElSslóAZdEEES £ sz | Ë za á sia a IE I& Ie |s eb|8 8 12 12 [8 12 EEEN EN ENEN ERE EEEN ENE EEK zE Is | Is 52 I2 18 IE IE 15 EEN ENEN ENE ZB [SES EE EES Elâs [Elei ssleild EEEN EEKE KRE Bi (EÊIEË BEE és Z3ld3ldsldeld 53 |EESEISE ASS Beg BEER BEER BESIBSISESENSES SEEIEEISAJEE EEE Ela la |8 le |8 |2 IENENENENENE ERE AKS a ä a el 2 EAEMENENENENE äj s Is [8 [8 je |= „igElZElZEldE gs (SE Zlaêlsdjsilsild (é£ ZIESIEEBEIEEl Sel 28 ERE IEEE NEELIE EN EIAEIEEIEE EEN SE) 55 E38 8 8 SE EB Bal EENEE EENES EE EIKEN AEK EAR 38 SISI ER EE SZ ZEIEBIEB EB sE ES B5 EE BELBEEE Bs 2485 ZE EEIBE EE EEE ES Elz Iz 5 É 3 E ENEN ENERENE BIENENENENENE EEle |& I8 |Z I8 | BES SA IS [S | EENENENENENE IEEE E zi, ZEIAEIASIEE ZEE BE EE SS SEE SS EERE EE se sE Bil EERE EEE ENEN SRE ENET AET EVER Eklakjssleg| sf EREA TAKE IEIEE BEZ EREREEES ES EREA EIER EE BEES ba HEBE bw SISSI SEEE EE EE EIER EE EEE EE EERE ENE IE HEEE ERE 25 83 E8IEEIES Zé 3848 25 ZESE EE SEIZEISËI ES Ód| óS ES |2 z Elz IE IX |= 5 FER Ei EN EN ES EEEN EEE: 8 EE Er 888 |E Ja [a |E EENES EE: = El äzjs sä ä 5 siEE (EE |z 8s |gEEE VEÈ 2 5E (SEES JES [ds Eî (SElEd [84 \ZÉ ZE |3rj85 [5 85 38 (sf Es BE jef REA
GENRE
22 5E REENER NEEN: 88E |Sglbe [EE [52 z|8s |ZélBs Bs (EE ENEN EEE 8 EE (ZE5E Vai 32 288 ZE2E [2E LES Ela? 58 ER 3 SEE BEES (EB (ES E32 (ZEIEZ EZ [22 ENEEENEENEE 5E (SEZ [24 |E ENEN EERE EAM EEDE EaElfe EEE EEË É8 EEKE EE EE ERE: EE E Ei sla \z Ig |E eb |8 2 |ä zÊla |X EES EME EE EEE | 8 Ie E EE 3 5 Zelst [8452 28 88 PAF BELAS [EEE ZENE 252 3E (BEIES SEE 135 2E EEEN HEE ENER IEEE: B Z8EË |a5|Es z&Rlis |EEEZ E28 2E 2E 8E EIRENE Zi EZEËL ERAAN
ZEIEZE EAS
El | z EES EJ AE MENEN E FER EN EN 2 12 Bil ERE: s | EK ES $ | EES 8 |ä EE EE] 5 5 Is 5 |% äijs 8 [z EE EREN
ENEN ENE
585 |Z [EE [8 [3 E85 (Zelst |EelSe ZEE (SE se (SEZ 285 (SE S8 (SE[BE zint (BElSE (EEE EIEES ZEIE5 VEE df zI8b3 (SSEB E5|2s ä 8 IEsl&E |s8lss EIEEE |aelsf Vasse EI858 (ZES (ZEIEE ENE REENER E33 (EES (S353 283 |EAEE EEE ZES IEEE ZZ 5 Bek |äelës |EelZe BES IEËIEÀ [EEIEË ÎäE |B8ôa (3858 ZEE (EESE (EEEE aiElaÂlas.laëlg8 EREN ARE ENE AET 8554 BEES BE E5 Zes ZEE EE 28 EZSAEEISZE GEGE ERE 3 jj 5 12 z | HIENEREN ENE EN ENENENE EEE 1% z IE 3 sE 4 Eje | IENENENENE EEE zis |á Gh E [Id 2 8 [4 s |E ENEN R: 8 8 EIS [8 8 les (ZES |ze 8 |sg |äsjd \Eú „IEEE LEEZEIEE 8 IES 38 2885 28 BIES Else zlsslgë (E4ZslEL EREA EEE EIAEIEË (EEEN DREI EAR EH zilis |Ezel Es Z3lëE [PEES EE Erle, (SE SE SE EE BEE BENEE SES BEIZSS ZEE EES ZEISEEISSSEÓËE EE 9 5 IE SIE IEEE: EN EENENE: EES |Z 2 IE 8 SES ja [ETE | Bêls Ig z la IE EEN SE, IS [ÊilZs 2 |E8 [5 |ZEläs 5 (Er |Z |84| EE ENE NEEDE 2 |s8 | (55% „IZEIES IZEISEIZE EI85|/gb [8558 #8 REAR z|Esls (Eelko) es ZIEEIE5 ZEE EIEESË [EZS 8E SIE EE (SEE Elbe [Es Bil ê
EEIEENEEENIEN BEES BEE
sd Ze ie (ZB ZEIDE ZBI4E SBlia ft alas. laÂlae) se BEIBSKIEB BEER 2826 EEE ERE SEISZEISESE LE E|_ le Elza 2 ls le 8 IENENENENENE: sle [8 [2 [8 I8 12 REIS 8 IS Id Ig [S äEjà E 8 EEMERERENENE EES (4 A (A IE ja EE: ENE 8 8 \Ssl3 |Eelë |gò Zal ible (ERE [EE ZEISS jbs [SE aiissls Las |af Zalërië [BEE | BE HIER EEZ BES VEËNS (BE ZIE EE (82e |E 8185/8815 [EA Eal 5E EREA EL IE AE 28E SEZ [EEZ ES E lrálvsle, PSE 23 BAE BSE S ES Bal EBA EE sl EE EZ ZEIGE EEI ZE ES 3E sblag sss et B3lEElellsElgëls2 BEB B5BEIEE 82 EEEZ BEES EE ÊS Ze BEER EEE Es 8 646 EZ|EE éd Ë lo 2 EI IE [8 [4 |E IE Elsa IEEE RENEE: BEIËSS |E ENENE: &8 ER Kal al & & 5 ENEN EN ENENE: Bil \e |= z |E | Eija (dS sz IE |ä NEEN ENE EEE |E, [EBS (2 BEE [EE (ZEE BEz |26 \BElËs|E MEEIENEENEN E85 B listlâ |85 |sîlsâlë REEN zee Eset (EAESE 3 ISR EEES (ZEISE 3 EE ERE EEE EEE RE BESEIEE (ZE ZEE BElBE 8s (EP EelE BEISZIËS VEELBENË 2 BE 8% [8E|E£|3 BEIERËS BErsejt EERENS IEEE AENEIS EERE EEEN IAR E8EB BEIEREN ES 2 BEER ZBEIEEIEENE EEF EEE SERENEND EEE 8 E ä Zâ sil E 3 |lz |z zE |ä |ä |& |ä IEEE NE EEE OE EA ERE 5 EEE IENNENENENE 28 |os 3 |8 |X EN id 2 EH 8 8E [AZ ENE EE
RENE
3E (838 |E |E |E 38 (34 (5 LES EE IÉZ (EE Ea EË 888 [3E |afjbe sf EREN EEE PIENS (BZ |E E58? 8E [88 (EElSaëf B E3 (Ealislis zE sj EE EE EE id EE deld EEEBBE EE EENES: 288 E3EIEBIES ES S4jOzEISzjóEjdE Elz Ia Ie ja le SES 3 [È 8 8 EEE IE IE [| IS ERAR sE 5 = Eels la Kl El Eje 25 = El ENE MENE 38 IBAIEE [ZE VES zi \ailai ed |2s E8 |EnlEÂ (3E LEE „IEF IEEES [EE EE E48 (AZ48 |& #î 218% E84 [EE |Z2 E35 (3882 [85 |3É z [sE |sEjsë [af |së 38 |sRlsiilss |s$ zeiss gE 8 58 Sag ks Eds ESES EAARERE EINER EEE IEEE El 2 ERE: Ss |E El 5 fils |E |E [a [8 ERIS = 5 2 5 EEA (ä |8 B EER |E [2 |E |z EEE d Ei s 5 Eik al ä al © 5 EME 2 |E Ze EE [2 [3E |Z 85 |£8 [E38 |s5 |Z Ei 84 I3E (45 EE 8E (EE (SE |E 5 48 (53 ES |E PISr |85 (ES IEZ [5 E88 [ES VEË 8e [2 Ek 83 [EE jn |E EE (EZ ZE El ER E | 35 5 28 EE 23 [42 | ZIÂE |2g Vai Ves (8 Elâ8 |Àd las lst |A 8e (BE (ZSEI2E | 28 |Ìa (ZEElis |E 82 (55 (EEE 8E |2 EREN AEENE EERE EEE HEE EE IBEE PEES SES\EEAESEISAEÓ E a X SIE (8 (8 E ENREE Ss jád 8 EE EIEREN EEN ENE EEE EN ENENENE EAEENENENENE sie KE Bil MENEN ENE EERE MENEN ENE: áija a IE I& je [a 8 [EENS VE JE |E ER |E) |E IE |X EEKE „IES IEEIEENEEEENE ZI88 IEEE SSZ E EREA 2e Pedi BEER E EE OEELEESEEL GE EB (PElás | 23jag) dE 85 SEI SEIEEER 2 Be |sAlsEieSlsble EMEA KAK EIER ENE IEEE IEEE EER ER EB EEE Ë BeBBEEEER EES EEA Ë lo z lg [2 le la |2 |E ENE 5 5 a |EElä 8 kl 3 IES 3 8 z EE 5 ä z H EzlsËle 2 EN Zeis 2 8 SS EEE Ei El CREEK: = s ASI&Ëld s À Ei 5 Els as m Ez EE 22 gs |3Â |ôz z 22 5e [SE [28 EER sr [EE [3 al 27 EEE 3E 23 BE (25 142 Elei 8e |E B Ze Elst 45 |E A ZZ EEE (EE 2E E6 | s8E (EB [92 CERN EE Zels lSgiläsilën Al (28328 Ei EZEISEË EE zz ERARERIE Ei EEN Ë zEElzdEl KE EERE 82 8GEISEE SEE El SZEIBEEEES z EERE EINER 5 EEEISER EEE = EN ile E E S|88 |EÂ (EE E El s |À s ERE El NEE El E 8 Ig Ei 2 2 |E: ENE £ s delZE 8 Z5 58 & 85E 5 GEAR EN zál jr 8 EE ESE Ei ERE! Ë EENES Ei = Ei = Er m En ERE Kij 5 s zl El 5 El Ek s: z ENE Ez Ei SE VEE (83 [È5 3 (EE (EE \ör „EE (EE (2238 ZEE |Z |EsilEÂ 28slägs 23828 zEElzEE zaslede EEEISZENEEEIEEE BEESEE SHE EEE ZR EER|EEEN SER EERE IEEE AEL Hi 3 IE [EE |ôs EE EE El 8 la DN = ENE 5 j 5 ks Ea (8 (B IE |E BES OPS 5 IE BEE IE IE IE 18 EEn (e |ä [es |s sl las le EE EE les EME Ei [Es [2 2E (8, (EÉ |EÂ |E 25 IE |23 2E [2 ENEN RENE „88 [sf |a8 |Ezsl: BEE (ZE (E58 |EZ5IE [Ei (EE (EE EEE 228 8% |2j [ESES Els [85 [33 (348 23 [EE |ESs) Sj é Zg zE zE z88l SREISEE EEE Sas) 5 EERTSE Zeg EEZ BBEIEERE SAAIEREGAESEE Ela le Iz Je [a JEG LDE VERKLARING m van de lidstaat van ontvangst, waarin de eiser et scheidsgerecht ervan in kennis dat de partijen ragen binnen de EU de volgende gezamenlijke id 1, van de Overeenkomst voor de beëindiging ten van de Europese Unie: n dat Arbitragebedingen strijdig zijn met de EU1 vinden. Als gevolg van deze onverenigbaarheid n kan vanaf de datum waarop de laatste van de 8 cen lidstaat van de Europese Unie werd, het esteringsverdrag niet dienen als rechtsgrondslag, fdletter) zijn gedefinieerd in artikel 1 van de nvesteringsverdragen tussen de lidstaten van de ‚ge Gfal 1 BIJL INDICATIEF VERGOEDINGSS OVEREENKOMSTIG ART Inleiding van de gestructureerde dialoog, voorlopige interne analyse en verzoek aan d: investeerder en de lidstaat van ontvangst var de investering om binnen twee maanden na zijn benoeming schriftelijke opmerkingen in te dienen Organisatie van de schikkingsonderhandelingen en ondersteuning van de partijen om tot een minnelijke schikking te komen Ontwerp van minnelijke schikking, (Als een minnelijke schikking niet wordt aanvaard) organisatie van verdere ‘onderhandelingen op basis van de door de partijen gevraagde wijzigingen om een wederzijds aanvaardbare oplossing voor het geschil te vinden (Als nog geen oplossing is gevonden) voorstel voor een minnelijke schikking ArT/BIT/Ì