Bijlage Conferentie – 2019 – van de voorzitters van de parlementen van de Europese Unie Wenen
Documentdetails
Volledige tekst
13 november 2019 Conferentie – 2019 – van de voorzitters van de parlementen van de Europese Unie Wenen VERSLAG 00912 Groen basisnummer en volgnummer Schriftelijke Vragen en Antwoorden Voorlopige versie van het Integraal Verslag V Beknopt Verslag Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) Plenum Commissievergadering Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) INHOUD Blz. A. Uiteenzetting van de heer Andrej Danko, I. — INLEIDING De Conferentie van de voorzitters van de parlementen an de Europese Unie (hierna: “EU” of “Unie”) had op 8 n 9 april 2019 in het Oostenrijkse Wenen plaats. De Heer Jacques Brotchi, voorzitter van de Senaat, am hieraan deel. De Kamer was vertegenwoordigd p ambtelijk vlak. II. — OPENINGSZITTING A. Welkomsttoespraak van de heer Appé De heer Ingo Appé, voorzitter van de Oostenrijkse undesrat, beklemtoont hoe belangrijk de formule van de onferentie van de voorzitters is voor het interparlemen- aire debat en voor het opnemen van de gemeenschap- elijke verantwoordelijkheid, om de goede beslissingen oor de burgers te nemen. Hij wijst er daarenboven op at de EU een woelige periode heeft doorgemaakt, die ekenmerkt werd door de Brexit, maar ook door andere itdagingen, zoals de klimaatverandering, de immigratie, e technologische doorbraken of nog de conflicten in e buurlanden. Die crisissen tasten het vertrouwen dat e burgers in de EU hebben aan en geven de tegen- tanders van de EU de kans terreinwinst te boeken. et Oostenrijkse voorzitterschap heeft zich daarom ten oel gesteld de EU dichter bij de burgers te brengen, oor meer transparantie en door het versterken van het ubsidiariteitsbeginsel. De heer Appé merkt op dat, ook al hebben we een terke Unie nodig om de grote uitdagingen op Europees iveau het hoofd te bieden, heel wat uitdagingen in be- ere omstandigheden kunnen worden aangegaan in de idstaten en de regio’s. Hij benadrukt dat subsidiariteit, n dus de participatie aan het Europese wetgevings- n besluitvormingsproces, een fundamenteel principe s voor de lokale en regionale autoriteiten in een op de oekomst gericht Europa en dat de regionale parlemen- en bijgevolg sterker bij de Europese wetgeving moeten orden betrokken. De heer Appé herinnert eraan dat e Oostenrijkse Bundesrat, als kamer van de Länder, ijzonder veel belang hecht aan het uitoefenen van ijn recht aan de Europese zaken te participeren en, in uropa, één van de actiefste kamers van alle nationale arlementen is op het gebied van de subsidiariteitstoets. De voorzitter van de Bundesrat besluit zijn toespraak et de verklaring dat alleen actiebereidheid en weerstand egen crisissen alsook transparantie en contact met e burgers kunnen helpen om het verloren vertrouwen n de EU te herstellen. In verband met de Europese erkiezingen voegt hij eraan toe dat de landen en de egio’s, door hun contact met de burgers, een belang- ijke rol te spelen hebben en dat dit de samenwerking ussen de nationale parlementen en de instellingen van e EU cruciaal maakt.
B. Welkomsttoespraak van de heer Sobotka De heer Wolfgang Sobotka, voorzitter van de ostenrijkse Nationalrat, heeft het over de kwestie van et grote Europese nabuurschap in het Zuiden en het osten, waarvan ook Rusland deel uitmaakt. Zonder at nabuurschap is duurzame vrede in Europa of in de estelijke Balkan onmogelijk. Hij beklemtoont dat de igratiecrisis van 2015 nogmaals heeft aangetoond dat ieuwe samenwerkingsmodellen met de mediterrane anden nodig zijn. Alleen wanneer Europa erin slaagt e Afrikaanse volkeren het vooruitzicht op gelijkheid te ieden zal de migratiedruk duurzaam kunnen worden erminderd. De heer Sobotka noemt Turkije een belangrijke trategische partner van de EU op het gebied van de conomische samenwerking, de energiezekerheid, et veiligheidsbeleid en de strijd tegen het terrorisme. och moet Europa de huidige ontwikkelingen in Turkije olgen, vooral rond de grondrechten en de vrijheid van e media. De heer Sobotka verklaart dat de EU zich n een bemiddelingspositie bevindt in Oekraïne, waar et conflict in het Donbesbekken slechts kan worden pgelost door de tenuitvoerlegging van het Minsk- kkoord. Hij voegt eraan toe dat de relaties van de EU et Rusland gespannen zijn, wegens de annexatie van e Krim, het conflict in het Donbesbekken, verscheidene evallen van spionage en een aantal cyberincidenten. ij zegt dat Rusland weliswaar een belangrijke buur is, aar dat de sancties van de EU niet versoepeld zullen orden indien er geen tastbare vooruitgang komt in de itvoering van het Minsk-proces. De heer Sobotka herinnert eraan dat de betrekkingen et de westelijke Balkanlanden om vier essentiële re- enen centraal staan in het Oostenrijkse buitenlandse eleid: 1) de Europese inspanning ter bevordering en hand- aving van de vrede en de stabiliteit kan zonder die anden niet tot enig resultaat leiden; 2) de voorafgaande toetreding tot en de integratie in e EU hebben op lange termijn een stabiliserend effect; 3) omdat de Europese ondernemingen de grootste nvesteerders in de regio zijn, is het cruciaal dat de rechts- taat en de democratie er zich meer doen gelden; en 4) het is niet in het belang van de EU zijn dichtste uren in de greep van andere wereldmachten te laten. Tot slot herinnert de voorzitter van de Nationalrat raan dat Europa niet alleen een belofte is, maar ook en onderlinge verplichting. Hij voegt eraan toe dat de andidaat-landen van hun kant verplicht zijn hervor- ingen door te voeren, maar dat de EU de geboekte ooruitgang moet belonen met een geloofwaardig voor- itzicht van toetreding. In die context feliciteert de heer obotka Griekenland en Noord-Macedonië met de egeling van hun geschil rond de naam en verklaart hij at de EU in juni moet beslissen over het opstarten van oetredingsonderhandelingen met Albanië en Noord- acedonië. Hij vraagt de nationale parlementen tevens eel te nemen aan het toenaderingsproces en wijst erop at het Oostenrijkse Parlement voor de personeelsleden an de parlementaire administraties van de westelijke alkanlanden een beurzenprogramma heeft.
C. Goedkeuring van de agenda Vervolgens wordt de agenda van de vergaderdag onder enige opmerking goedgekeurd.
D. Toespraak van mevrouw McGuinness Mevrouw Mairead McGuinness, eerste ondervoorzits- er van het Europees Parlement, begint haar toespraak et de melding dat de Brexit een van de belangrijkste itdagingen is waarmee de EU momenteel geconfron- eerd wordt, want voor het eerst stemt een lidstaat voor et verlaten van de Unie. Ze herinnert de deelnemers raan dat de inspanningen zich moeten toespitsen op e verwezenlijking van een ordelijke Brexit, zelfs indien ie optie een verlenging vergt van de termijn waarin rtikel 50 voorziet, waarvoor de Europese Raad in de- elfde week moet worden aangezocht. Ze voegt eraan oe dat iedereen ongetwijfeld lessen kan trekken uit die ituatie, om te voorkomen dat iets soortgelijks zich in e toekomst nog voordoet. Ze benadrukt ook dat het odig is dat de EU en de lidstaten een beleid van com- romissen nastreven en geen beleid van conflicten, om e toenemende polarisering te bestrijden. Vervolgens bespreekt mevrouw McGuinness andere ctuele uitdagingen. Wat de klimaatverandering betreft, ijst ze op de motivatie van de jongeren om voor hun oekomst op te komen. Het Europees Parlement steunt et koolstofarm maken van de economie en mikt op e nuluitstoot van broeikasgassen in 2050. Daarnaast enkt het Europees Parlement niet dat economische oorspoed, industriële concurrentiekracht en klimaatbe- eid onverenigbaar zijn. Het is daarom belangrijk dat er eer geïnvesteerd wordt in industriële innovaties, digitale echnologieën en energie-efficiëntie. In verband met de igitalisering en de artificiële intelligentie wijst mevrouw cGuinness erop dat die ontwikkelingen de toekomst van e arbeid en van onze samenlevingen zullen veranderen, n dat het belangrijk is op Europees en nationaal niveau n overleg tewerk te gaan om een antwoord te geven op e zorgen van de burgers terzake. Ze benadrukt dat de idstaten samen, als Unie en wanneer ze solidair zijn, lle uitdagingen aankunnen, zodat ze geen kansen die nze concurrenten kunnen aangrijpen laten voorbijgaan n aldus het vertrouwen van de burgers niet verliezen. evrouw McGuinness voegt eraan toe dat men de rol an de religie niet mag onderschatten en feliciteert het ostenrijkse voorzitterschap omdat het de interreligi- uze dialoog in de conclusies van de Conferentie van oorzitters heeft opgenomen. In verband met de Europese verkiezingen wijst de ndervoorzitster van het Europees Parlement erop dat et vertrouwen van de EU-burgers in de EU volgens de piniepeilingen van Eurobarometer, het hoogste peil in 5 jaar heeft bereikt. Ze onderstreept ook het bijzondere elang van de verkiezingen wegens de politieke ontwik- elingen in heel wat lidstaten en beklemtoont dat de uropese verkiezingen in vergelijking met de nationale erkiezingen niet secundair zijn, omdat de uitslag ervan ok een impact op het nationale beleid zal hebben. De U en de lidstaten moeten beslist samenwerken om de egels te doen naleven tegen bronnen van buitenlandse esinformatie, sociale netwerken die worden opgezet m de publieke opinie te manipuleren en illegaal gebruik an persoonlijke data van de burgers om de kiesintenties e beïnvloeden. Ze verklaart dat een brede samenwer- ing – over de politieke strekkingen heen en tussen de idstaten – in de overgangsperiode voorafgaand aan het ieuwe parlement, noodzakelijk zal zijn. Mevrouw McGuinness rondt haar toespraak af met e melding dat het in 2019 tien jaar geleden is dat het erdrag van Lissabon in werking trad. Dat maakte van e nationale parlementen actoren op Europees niveau. e vruchtbare samenwerking tussen die parlementen n het Europees Parlement wordt nog belangrijker, elet op de toekomstige uitdagingen. Tot slot vraagt ze e deelnemers de burgers aan te moedigen om aan de uropese verkiezingen deel te nemen. III. — ZITTING I: DE EUROPESE UNIE EN HAAR BUREN A. Uiteenzetting van de heer Danko De heer Andrej Danko, voorzitter van de Slowaakse árodná rada, merkt bij de aanvang van zijn uiteenzetting p dat de conferentie de interparlementaire dialoog ergemakkelijkt door op specifieke en actuele Europese raagstukken te focussen. Hij benadrukt dat het Europees abuurschapsbeleid een sleutelelement van het buiten- ands beleid zou moeten zijn omdat tal van conflicten en risissen aandacht en een stabiel nabuurschap vergen. De heer Danko wijst erop dat de veiligheidssituatie in e naburige zone minder voorspelbaar is dan vroeger ls gevolg van de talrijke regionale conflicten en crisis- en die een bijzondere aandacht vereisen. De stabiliteit n die zone is de meest dringende uitdaging die thans oet worden aangegaan en daarom moet de hoofd- oelstelling erin bestaan de welvaart, de stabiliteit en de eiligheid te versterken en, ten slotte, te zorgen voor een tabiele, veilige en welvarende EU. De spreker herinnert r voorts aan dat de uitbreiding van de EU een strate- ische investering is in een stabiel, sterk en verenigd uropa en wijst er met aandrang op dat aan de regio an de westelijke Balkan een duidelijke en overtuigende oodschap moet worden gegeven van broederlijkheid, amenhang en gemeenschappelijke toekomst. De heer anko verheugt zich over de historische doorbraak die oord-Macedonië en Griekenland hebben verwezenlijkt n die een positieve impuls heeft gegeven aan de hele egio. Hij attendeert er ook op dat een duidelijk toetre- ingsvooruitzicht tot de EU dat berust op gedeelde waar- en en gemeenschappelijke normen de beste motivatie ormt om het hervormings- en moderniseringsproces in e regio voort te zetten. Mocht de EU er niet in slagen ie strategische integratiekans te baat te nemen, dan ou ze opnieuw ruimte bieden voor dreigingen inzake eiligheid en voor instabiliteit, en zou ze het optreden an andere externe actoren aanmoedigen. De heer Danko geeft aan dat de Slowaakse Republiek en grote voorstander is van de voortzetting van de ervormingen in de westelijke Balkan en dat de V4 emeenschappelijke activiteiten heeft opgezet om de alkan voor te bereiden op de toetreding. Hij voegt er- an toe dat vooruitgang werd geboekt in de bilaterale amenwerking met alle landen, maar dat de algemene oestand uiterst ingewikkeld blijft, onder meer wegens e aan de gang zijnde conflicten. Hij wijst op het enga- ement om de partners te steunen en op de verwach- ingen inzake grondige hervormingen en de erkenning an waarden en principes. Hij geeft bijgevolg toe dat et Oostelijk Partnerschapsprogramma een programma et meerdere snelheden is geworden. In dat opzicht s het aannemen van de integrale strategie voor het uitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, die een erijking van de doelstellingen op wereldvlak inhoudt, en vooruitgang geweest. De heer Danko wijst er met aandrang op dat het errorisme thans één van de grootste bedreigingen is oor de veiligheid en dat de lidstaten van de EU moeten amenwerken om het terrorisme tot op de wortel uit te oeien. Hij stipt aan dat godsdienst op zich geen gevaar nhoudt, maar wel de fanatieke religieuze extremisten. frondend stipt de spreker aan dat ook andere wereldwijde itdagingen, zoals de digitale agenda, de instabiliteit, e illegale immigratie, de wereldwijde klimaatwijziging n de vernietiging van het milieu, wereldwijde oplossin- en vereisen, alsook dat hij ervan overtuigd is dat het uropees nabuurschapsbeleid en de nieuwe Europese ommissie voor een sterker strategisch elan zullen orgen en soepeler zullen zijn.
B. Uiteenzetting van de heer Voutsis De heer Nikos Voutsis, voorzitter van de Griekse ouli ton Ellinon, vat zijn uiteenzetting aan met een erwijzing naar de Prespa-overeenkomst met Noord- acedonië: wat hem betreft een goed voorbeeld van ositieve nabuurschapsbetrekkingen. De overeenkomst eeft volgens hem aangetoond dat de Staten, mits de odige politieke wil aanwezig is, hun geschillen kun- en oplossen op grond van het internationaal recht en an de goede betrekkingen met hun buurlanden. De vereenkomst heeft het kader gecreëerd waarbinnen e bilaterale politieke en economische betrekkingen ot volle wasdom kunnen komen en heeft het pad geëf- end voor een Euro-Atlantisch en Europees perspectief oor Noord-Macedonië. De heer Voutsis stipt ook aan at de Griekse eerste minister samen met tien andere inisters onlangs naar Skopje is gegaan en dat hij heeft eelgenomen aan de eerste vergadering van de Hoge aad voor de samenwerking tussen de twee landen. en en ander is gepaard gegaan met de ondertekening an meerdere memoranda. De heer Voutsis onderstreept dat de snelle inte- ratie van de westelijke Balkan voor Griekenland een onstante prioriteit moet zijn teneinde de stabiliteit van e regio, de veiligheid van de EU en de economische roei in de regio te waarborgen. Hij voegt eraan toe dat riekenland het principe steunt dat het tempo van het ntegratieproces voor de (potentiële) kandidaat-landen an de westelijke Balkan moet berusten op de voor- itgang die elk land afzonderlijk boekt; een en ander ormt een sterke stimulus om voortgang te blijven ma- en met de noodzakelijke hervormingen. Tegelijkertijd oet de EU een nieuwe strategie toepassen die een teun- en convergentiebeleid omvat. De heer Voutsis ijst de deelnemers er ook op dat de buurregio van e EU verder reikt dan de westelijke Balkan en dat de etrekkingen met de buurlanden niet beperkt zijn tot het itbreidingsproces. Hij herinnert eraan dat het Oostelijk artnerschap dit jaar zijn tienjarig bestaan viert en dat e EU nood heeft aan sterke en democratische buurlan- en. De oostelijke partners moeten er dus toe worden angemoedigd om de lopende hervormingen te steunen n om op harmonieuze wijze de meridionale dimensie an het nabuurschapsbeleid van de EU te integreren. e heer Voutsis voegt eraan toe dat Griekenland ook egionale samenwerkingsprogramma’s heeft opgezet met et oostelijk gedeelte van de Middellandse Zee. Daarbij ordt de opkomst van nieuwe veiligheidsconstructies esteund dankzij een multilaterale samenwerking met sraël, Egypte, Jordanië, Libanon en Palestina. Voorts wijst de heer Voutsis erop dat, naast het uit- reidingsproces en het nabuurschapsbeleid, het van elang is dat de internationale acties van de EU als ereldmacht voor stabiliteit en vrede worden ingegeven oor het bevorderen van de vrede, de inachtneming an het internationaal recht, de bescherming van de echtsstaat en van de rechten van de mens en de ver- terking van de beginselen waarop de Unie berust. Hij ttendeert erop dat de inspanningen van Griekenland n van andere landen inzake het beheer van de vluch- elingen en de migranten niet altijd kunnen rekenen op e verhoopte solidariteit vanwege de Europese partners n dat de last niet volledig werd verdeeld onder alle idstaten. Bijgevolg verzoekt hij om een hervorming an de gemeenschappelijke Europese asielregeling ie gestoeld is op solidariteit en lastenverdeling. Tot esluit wijst de heer Voutsis erop dat Griekenland het uropese-toetredingsstreven van Turkije altijd heeft esteund omdat zulks in het belang zou zijn van zowel e EU als het Turkse volk en Griekenland. Niettemin tipt hij aan dat de weg naar de toetreding van Turkije ot de EU gebonden is aan het conditionaliteitsbeginsel.
C. Uiteenzetting van de heer Fico
De heer Roberto Fico, voorzitter van de Italiaanse amera dei Deputati, verklaart bij de aanvang van zijn etoog dat alleen al door de omvang van de wereldwijde itdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd, et optreden van de verschillende lidstaten structureel iet voldoet en dat er nood is aan een krachtige en ezamenlijke respons. Hij merkt echter op dat zulks ot dusver niet het geval is geweest, zoals de betrek- ingen met de zuidoever van de Middellandse Zee op ramatische wijze hebben aangetoond. De heer Fico enadrukt dat Europa elke gewapende oplossing uni- ono moet afwijzen en zijn steun moet blijven toezeggen an een politieke oplossing tussen de diverse actoren n Libië, via de dialoog waarop de Verenigde Naties ansturen. Hij uit kritiek op het feit dat de EU zich ten anzien van de zuidoever van de Middellandse Zee te ang als een passieve toeschouwer heeft gedragen en et zo aan andere landen of groepen van landen heeft vergelaten om afzonderlijk actie te ondernemen. Met etrekking tot de immigratie verklaart hij dat de nadruk e veel op de secundaire bewegingen ligt en te weinig p de primaire bewegingen, die een impact hebben op e landen met een buitengrens, zoals Italië. Bovendien etreurt hij dat de in artikel 80 van het VWEU beoogde eginselen van solidariteit en van billijke verdeling van e verantwoordelijkheid niet worden toegepast. De heer Fico onderstreept dat de immigratie slechts p een methodologische wijze en conform het interna- ionaal recht kan worden beheerd als wordt voorzien n een gemeenschappelijk optreden op basis van de olgende pijlers: 1) Het delen van de verantwoordelijkheid jegens de igranten op het vlak van de reddingsoperaties en het eheren van de eruit voortvloeiende situatie. De heer Fico erinnert eraan dat de vluchtelingen of de migranten die n een lidstaat aankomen, moeten worden opgevangen oor Europa in zijn geheel, wat de vervanging van de ublin-verordening inhoudt; 2) De volledige en totale samenwerking voor de con- role van de buitengrenzen, met inbegrip van de strijd egen de mensenhandel en de slavernij; 3) De oprichting van opvangkampen, bijstand en nformatieverstrekking; 4) Een betere onderlinge afstemming van de nationale egelingen voor de integratie van vluchtelingen en van egale migranten, alsook aanneming van gemeenschap- elijke minimumnormen in overeenstemming met het nternationaal recht en met de grondbeginselen van het uropees recht; 5) Financiële steun voor het bestendigen van de rede, de democratie en de rechtsstaat in de partner- anden in Zuid-Europa en in andere Afrikaanse landen; teun aan de economische groei en verbetering van de evensvooruitzichten van de bevolkingen. Voorts onderstreept de heer Fico dat de Italiaanse amera dei Deputati en Senato della Repubblica de aatste hand leggen aan een Europees samenwerkings- roject met de Franse Assemblée Nationale, teneinde de estuurlijke capaciteit van het Tunesische Parlement te ersterken, naast andere gelijkaardige samenwerkings- rojecten met de parlementen in de Hoorn van Afrika n in het Sahelgebied. Aangaande het eerstvolgende meerjarig financieel ader verklaart de heer Fico dat het de in uitzicht ge- telde prioriteiten zou moeten weerspiegelen en dat de estaande dotatieverdeling moet worden gehandhaafd, at wil zeggen twee derden voor de buurlanden in het uiden, één derde voor de buurlanden in het oosten. In ie context geeft hij aan dat de fondsen voor het beheren an de migratie moeten worden verhoogd, en verklaart ij dat de bestaande dotatie van 35 miljard euro voor e hele periode 2021-2027 ontoereikend is, aangezien ie voor twee derden moet dienen voor de controle aan e buitengrenzen. Aangaande de Europese verkiezingen herinnert de eer Fico eraan dat volgens hem de aandacht meer moet orden toegespitst op het externe optreden van de EU n het kiesdebat en dat vaker met één stem en met meer astberadenheid moet worden gesproken. De heer Fico ijst er eveneens op dat de EU zou kunnen kiezen voor en verenigde vertegenwoordiging in de internationale rganisaties, als eerste stap op weg naar een vaste zetel an de EU in de VN-Veiligheidsraad, zoals al in het raam an de bestaande verdragen is overwogen. Tot besluit oept hij op tot een reflectie over het soort van betrek- ingen dat de EU erop wil nahouden met Rusland aan e ene en China aan de andere kant, en wijst hij erop at in de externe relaties van de EU de kern van een uropese identiteit moet worden bevestigd.
D. Gedachtewisseling Het eerste betoog is dat van de heer Gordan androkovic, voorzitter van de Kroatische Hrvatski Sabor. ij wijst erop dat de huidige geopolitieke complexiteit e EU ertoe heeft gebracht een prioriteit te maken van en veilige en stabiele toekomst voor Europa. Als gevolg aarvan moet Europa zijn politieke ruimte, met inbegrip an Zuidoost-Europa, consolideren. Ook wijst de spreker p het belang van de uitbreiding – een van de grootste uccessen van de EU – die hij bestempelt als een in- estering in vrede, stabiliteit, veiligheid en vooruitgang, p basis van gemeenschappelijke waarden. Daar voegt ij aan toe dat Kroatië, tijdens zijn voorzitterschap van e Raad van de EU in 2020, zijn steun zal toezeggen an dat Europese perspectief en aan de voortzetting an de uitbreiding via een geloofwaardig, strikt en billijk oetredingsproces, op basis van de individuele prestaties, et conditionaliteitsbeginsel en de inachtneming van elomlijnde criteria. De heer Radek Vondracek, voorzitter van de sjechische Sn movna, legt de nadruk op het vraag- tuk van het uitbreidingsproces, aangezien de westelijke alkanlanden deel uitmaken van het continent, een emeenschappelijke Europese geschiedenis hebben n hun plaats hebben in de toekomstige EU. Hij on- erstreept dat de toetreding tot de Unie de motor zou unnen zijn voor de sociaaleconomische ontwikkeling an de regio en een impuls zou kunnen geven aan de l aan de gang zijnde hervormingen. De heer Ivan Brajovic, voorzitter van de Montenegrijnse kupština Crne Gore, benadrukt dat de afwikkeling van e interne problemen van de EU geen rem mag zetten p de uitbreiding, aangezien de consolidatie binnen de U en de toetreding van landen die dezelfde waarden elen, twee complementaire processen zijn. Voorts enadrukt hij dat de EU, mocht zij afstand nemen van et op integratie gerichte beleid, te maken zou kunnen rijgen met een toenemende invloed van andere actoren n de regio. Tot slot wijst hij erop dat Montenegro veel elang hecht aan regionale samenwerking, aan harmonie n aan de verbetering van de welvaart. De heer Talat Xhaferi, voorzitter van de Sobranie in oord-Macedonië, merkt op dat met het Prespa-akkoord, aardoor Noord-Macedonië uitzicht krijgt op toetreding ot de EU en tot de NAVO, een historische stap is ge- et, die heeft aangetoond hoezeer dialoog nodig is om angende vraagstukken en problemen op te lossen. De heer Viktoras Pranckietis, voorzitter van de Litouwse eimas, verklaart dat Litouwen geografisch weliswaar er van de Middellandse Zee ligt, maar dat de immigratie en uitdaging zonder voorgaande is, die van de EU- nstellingen, de lidstaten en de internationale organisaties ezamenlijke inspanningen vergt. Voorts geeft hij aan at de democratie en de stabiliteit in Zuidoost-Europa en positieve omgeving creëren die gunstig is voor de amenwerking binnen heel de EU; hij erkent ook dat n de loop van het tienjarig bestaan van het Oostelijk artnerschap veel werk is verricht. De heer Pranckietis oegt daaraan toe dat de best presterende partners e mogelijkheid zouden moeten krijgen om meer en neller vooruitgang te boeken, teneinde te voorkomen at het beleid op de kleinste gemene deler zou worden ebaseerd, alsook om aan de individuele behoeften egemoet te komen. De heer László Kövér, voorzitter van de Hongaarse rszággyűlés, benadrukt dat de EU haar deuren zou oeten openzetten voor de landen die erop wachten e mogen toetreden, veeleer dan voor de van buiten uropa afkomstige illegale migranten. Hij verklaart dat e — geslaagde — Europese uitbreiding moet worden oortgezet en niet halverwege mag stilvallen, want de eiligheid en de stabiliteit van de Westelijke Balkan zijn oor heel Europa van cruciaal belang en het zicht op oetreding tot de EU vormt een doeltreffende stimulans oor de stabilisering van het politieke bestel in de be- rokken landen. Hij is het eens met de andere sprekers ie erop wijzen dat een geopolitieke afwezigheid van e EU tot inmenging door andere mogendheden dreigt e leiden. De heer Kövér drukt de hoop uit dat, bij de olgende institutionele cyclus, de EU met Montenegro n met Servië zal worden uitgebreid, dat toetredingson- erhandelingen met Albanië en met Noord-Macedonië ullen worden aangevat en dat Bosnië-Herzegovina in at jaar het statuut van kandidaat-lidstaat zal krijgen. Hij erwijst nadrukkelijk naar het integratieproces binnen et Oostelijk Partnerschap, dat weliswaar minder ver aat, maar dat dezelfde stabiliserende mogelijkheden ls in de Westelijke Balkan biedt en dat dezelfde ver- ntwoordelijkheid impliceert om zijn verplichtingen en oezeggingen na te komen. De heer Pio García-Escudero, voorzitter van de paanse Senado, verklaart dat Europa de migratiecri- is het hoofd moet bieden, maar tevens van zijn louter urocentrische benadering moet afstappen door een nder soort betrekkingen te onderhouden met landen oals Marokko, Algerije en Nigeria. In de huidige context ijn de landen almaar meer onderling verbonden en ergen het terrorisme, de digitale agenda, de mensen- echten en de immigratie een samenwerkingskader dat e individuele Staten overstijgt, aldus nog de spreker. De heer Gérard Larcher, voorzitter van de Franse énat, benadrukt dat alle onderhandelingen of activiteiten et het oog op toetreding moeten worden gebaseerd op e toetredingscriteria (met inbegrip van de inachtneming an de rechtsstaat en van de grondbeginselen) en op e verdiensten van elk land. Wat het nabuurschaps- eleid met betrekking tot de landen aan de zuidoever an de Middellandse Zee betreft, beklemtoont hij dat e uitdagingen gigantisch zijn, met name gelet op de erdubbeling van de Afrikaanse bevolking tegen 2050, e illegale immigratie en de ontwikkeling van extremis- ische strekkingen. Volgens hem moet Europa dan ook ijn inspanningen opdrijven om die uitdagingen aan e gaan, alsook ontwikkelingshulp toekennen en goed estuur ondersteunen. Mevrouw Borjana Krišto, voorzitster van de Bosnische redstavnički, wijst de deelnemers erop dat sinds het oetredingsproces van Bosnië-Herzegovina in 1997 an start is gegaan, veel vooruitgang is geboekt en at de officiële aanvraag om tot de EU toe te treden in 016 werd ingediend. Zij merkt ook op dat ondanks de itdagingen voor haar land, in het bijzonder de wijziging an de kieswetgeving, er een consensus heerst dat de oetreding tot de EU het land een toekomstperspectief iedt. De heer Gramoz Ruci, voorzitter van de Albanese uvendi, bedankt de deelnemers voor hun steun aan ijn land en beklemtoont dat Albanië ingrijpende maatre- elen heeft genomen teneinde aan de vijf grote, door de aad vastgestelde prioriteiten te voldoen. Dat gebeurde oornamelijk door een hervorming van het gerecht door e voeren en door grootschalige maatregelen ten bate an het gezamenlijk beheer van de migratiecrisis te emen. Hij merkt op dat de uitbreiding niet alleen het antal lidstaten doet toenemen, maar ook een investering n de regionale stabiliteit vormt. Mevrouw Carmen Ileana Mihalcescu, ondervoorzitster an de Roemeense Camera Deputa ilor, herinnert de eelnemers aan de tiende verjaardag van het Oostelijk artnerschap en verklaart dat Roemenië steun zal ver- enen aan alle inspanningen die de partnerlanden elk olgens hun eigen tempo en in overeenstemming met un eigen beleidsambities leveren om de banden met de U aan te halen. Zij bevestigt bovendien dat Roemenië en groot voorstander is van een robuust partnerschap et de oostelijke buurlanden. Wat Israël en Palestina etreft, is een tweestatenoplossing het enige leefbare n realistische alternatief voor vrede in de regio; de hele nternationale gemeenschap zou zijn inspanningen in ie zin moeten opvoeren. Mevrouw Sveta Karayancheva, voorzitster van de ulgaarse Narodno sabranie, wijst erop dat de Brexit, e immigratie en het populisme de geestesgesteldheid an de Europeanen hebben gewijzigd en de Europese aarden in een nieuwe context hebben geplaatst. Zij voegt aaraan toe dat de EU niet in een doodlopend straatje zit, aar veeleer behoefte heeft aan een strategisch debat ver haar toekomst. Een opdeling van Europa in een entrum en perifere gebieden, alsook een Europa met wee snelheden, zijn voor de spreekster onaanvaardbaar. ot besluit stelt zij dat de toenadering tot de Westelijke alkan voor de EU een geostrategische investering is, et het oog op een robuust, sterk en verenigd Europa. De heer Daniel Günther, voorzitter van de Duitse undesrat, stelt vooreerst vast dat het Europees project inds meerdere jaren ter discussie staat, ten dele wegens ieuwe gebeurtenissen buiten Europa. Hij benadrukt dat et tijd wordt een krachtig standpunt in te nemen ten aan- ien van Turkije en zou verheugd zijn, mochten de Turkse egering en de AKP concreet kunnen aantonen dat zij de esultaten van de recente gemeenteraadsverkiezingen rkennen. Hij voegt eraan toe dat de EU absoluut een emeenschappelijk standpunt moet uitwerken over de estrijding van de diepere oorzaken van de immigratie. e Unie moet de mensen reële perspectieven bieden in un land van herkomst, met name geen oorlog, consoli- ering van de vredesprocessen, armoedebestrijding en estrijding van de klimaatverandering. Tevens geeft de preker aan dat er een Europese migratieverordening oet komen en dat de verantwoordelijkheden billijk oeten worden gespreid. De heer Andreas Norlén, voorzitter van de Zweedse iksdag, uit zijn tevredenheid dat de Commissie opnieuw elangstelling toont voor de uitbreiding van de EU, die op et conditionaliteitsbeginsel moet worden gestoeld. Het ostelijk Partnerschap zou moeten worden gebaseerd p wederzijdse verbintenissen ten bate van de rechts- taat, het behoorlijk bestuur, de inachtneming van de ensenrechten en de naleving van de rechten van de inderheden. Tevens geeft de heer Norlén aan dat de ogelijkheid tot toetreding ook moet worden geboden an de partnerlanden die bereid zijn ingrijpende poli- ieke en economische hervormingen door te voeren. et betrekking tot de Parlementaire Assemblee van de nie voor de Middellandse Zee stipt de spreker aan dat et Zweedse Parlement om organisatorische redenen eeft beslist voor de komende tijd geen delegatie aan te ijzen. Hij voegt er wel aan toe te hopen later opnieuw e kunnen deelnemen. Mevrouw Maja Gojkovič, voorzitster van de Servische orodna Skupština, merkt op dat Servië zijn aandeel eeft gehad in alle veranderingen waarmee de EU werd econfronteerd en dat het land inzonderheid in het raam an de migratiecrisis zijn verdiensten heeft gehad. De preekster geeft aan dat de onvoorwaardelijke inzet van ervië voor het uitbreidingsproces is gebaseerd op de vertuiging dat al die inspanningen de regio en de EU en goede komen. Ze stipt aan dat Servië in het raam an de toetredingsonderhandelingen als enige land oofdstuk 35 heeft geopend. Voorts wijst zij er nogmaals p dat Servië van de EU verwacht de dialoog tussen elgrado en Pristina te faciliteren. Mevrouw lnāra Mūrniece, voorzitster van de Letse aeima, geeft aan dat Letland een vurige aanhanger s van een Europees perspectief voor de Westelijke alkan. Het toetredingsproces zorgt volgens haar voor eranderingen in de hele regio. Letland is ingenomen et de ondertekening van het Akkoord van Prespa, aarmee een historische vooruitgang werd geboekt. Het and heeft de EU verzocht zulks te onderkennen, door in uni toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië n Albanië op te starten. Tevens stemt het de spreek- ter tevreden dat de eerste ronde van de verkiezingen n Oekraïne in lijn met de internationale regels is verlo- en. Ze betreurt dan weer dat Rusland het Akkoord van insk heeft geschonden en uit haar bezorgdheid over e Krim-Tataren op het schiereiland de Krim. Mevrouw Daina Elena Federovici, vice-voorzitster an de Roemeense Senatul, geeft aan dat het Europese abuurschapsbeleid gericht zou moeten zijn op de evordering van de vrede, van de stabiliteit en van e economische welvaart. Ze stipt aan dat Roemenië ijn steun zal blijven bieden aan alle inspanningen van e buurlanden om nauwer bij de EU aan te sluiten, lsook dat het land overweegt een beraadslaging over e doelstellingen na 2020 op te starten. Inzake het emeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid eeft Roemenië andermaal bevestigd zich te kunnen inden in het belang dat de EU hecht aan de eenheid, e soevereiniteit en de territoriale integriteit van het ostelijk Partnerschap. De heer Henn Põlluaas, voorzitter van het Estse iigikogu, wijst erop dat de veiligheid en de welvaart in stland erop zijn vooruitgegaan sinds dat land vijftien aar geleden is toegetreden tot de NAVO en de EU. Hij eeft aan dat Estland daardoor voeling heeft met al wie e passie en de waarden van de EU deelt, alsook dat et Oostelijk Partnerschap voor Estland een prioritaire angelegenheid blijft. Hij voegt eraan toe dat Estland nzake de bilaterale samenwerking veel belang hecht an de hervorming en de bevordering van de onlineover- eidsdiensten, het onderwijs, het milieu, de bestrijding an de corruptie en de uitbouw van het middenveld in e Oostelijke partnerlanden. De heer Demetrios Syllouris, voorzitter van de ypriotische Vouli ton Antiprosopon, feliciteert het ostenrijkse Parlement ermee dat de volgende onferentie van voorzitters van de IPU in 2020 in Wenen al plaatsvinden. Hij stipt aan dat Cyprus, gelegen in et zuidelijke deel van Oost-Europa, kan optreden als emiddelaar voor de dialoog en de samenwerking tussen et Midden-Oosten en de EU, dankzij regionale samen- erkingsinitiatieven, alsook dankzij bi- en multilaterale vereenkomsten. De heer Stanisław Karczewski, voorzitter van de oolse Senaat, geeft aan dat Polen zijn steun biedt aan et toetredingsproces in de Westelijke Balkan, alsook an het opendeurbeleid voor de landen van het Oostelijk artnerschap, zoals Oekraïne, Georgië en Moldavië. ij voegt eraan toe dat daarvoor een prijs zou kunnen orden betaald: zo zouden de geldstromen binnen de U inzake het regionale en het landbouwbeleid wel ens van richting kunnen veranderen; bovendien zou en politieke leemte kunnen worden ingenomen door en land zoals Rusland, dat zich agressief jegens de U opstelt en daarenboven ook in het buitenland on- tabiliteit en corruptie uitdraagt. Oekraïne, Georgië en oldavië beschikken volgens de spreker niet over een oadmap zoals de Westelijke Balkanlanden, maar de U zou haar aanbod moeten consolideren en nieuwe nstrumenten moeten vinden. De spreker geeft aan dat e EU de tegen Rusland uitgevaardigde sancties zou oeten handhaven zolang dat land een bron is van gressie; Rusland mag zich niet verschuilen achter rojecten zoals Nord Stream 2. De heer Dejan Židan, voorzitter van de Sloveense ržavni zbor, merkt inzake het migratievraagstuk op dat e EU de oorzaken van de migratie moet aanpakken, e landbouwproductie en de economie in de landen van erkomst moet steunen en de klimaatverandering moet egengaan. De spreker betuigt weliswaar zijn steun aan e Westelijke Balkan, maar geeft tevens aan dat de EU iet alleen duidelijke en afgebakende perspectieven oet bieden, maar in juni ook een beslissende stap oet zetten in Brussel. De heer Fernand Etgen, voorzitter van de Luxemburgse hambre des Députés, geeft aan dat Luxemburg open- taat voor de uitbreiding van de EU, op voorwaarde at alle criteria in acht worden genomen, inzonderheid e hoofdstukken inzake democratie, de rechtsstaat en ustitie. Hij voegt eraan toe dat de democratische ver- isten zijn gestoeld op gedeelde waarden, rechten en rijheden; om die reden moeten de interparlementaire etrekkingen nog intenser worden. Tegelijk is het volgens em belangrijk geloofwaardige perspectieven te bieden n geen onrealistische beloften te doen. IV. — ZITTING II: DE EUROPESE UNIE VÓÓR DE EUROPESE VERKIEZINGEN VAN 2019 – DE ONTWIKKELING VAN DE SAMENWERKING TUSSEN DE NATIONALE PARLEMENTEN EN DE EUROPESE INSTELLINGEN A. Inleiding De heer Wolfgang Sobotka, voorzitter van de ostenrijkse Nationalrat, opent de zitting met de be- preking van vier punten die verband houden met het nderwerp van de vergadering. Ten eerste benadrukt hij at de gemeenschappelijke gehechtheid aan de rechts- taat, aan de grondrechten, aan de mensenrechten n aan de parlementaire democratie ontegenzeggelijk en essentieel element van de Europese identiteit is. eze waarden mogen niet als vanzelfsprekend worden eschouwd. Ten tweede stelt hij vast dat het antisemi- isme in Europa en in de rest van de wereld toeneemt n hij roept op alle vormen van antisemitisme, racisme n vreemdelingenhaat te veroordelen. De heer Sobotka erinnert er tevens aan dat de Raad in december 2018 oor het eerst een verklaring over de bestrijding van ntisemitisme heeft aangenomen. Hij wijst ook de mo- erne seculiere staten aan als de hoeksteen van Europa, en feit dat niet kan worden ondermijnd door radicale slamitische of andere extremistische krachten. Het uropese beleid heeft de afgelopen jaren gefaald op et volgende punt: het heeft niet tijdig gereageerd op et ontstaan van parallelle samenlevingen in Europa. De heer Sobotka benadrukt, als laatste punt, het ruciale belang van het subsidiariteitsbeginsel voor de uropese integratie en dringt erop aan dat de lidstaten ver een grotere speelruimte moeten beschikken als het aat om kwesties die hun burgers rechtstreeks aangaan n die verband houden met de Europese wetgeving, amelijk meer richtsnoeren en minder regelgeving. Tot lot wijst hij erop dat het subsidiariteitsbeginsel ernstig emen niet betekent dat de EU wordt verzwakt, maar dat et vertrouwen van de burgers in de Unie wordt versterkt.
B. Toespraak van de heer Schäuble De heer Wolfgang Schäuble, voorzitter van de Duitse undestag, omschrijft 2019 als een scharnierjaar voor e EU, niet alleen vanwege de Brexit, maar ook door het ebrek aan eensgezindheid op heel wat beleidsterreinen, aar voegt er ook aan toe dat de Unie in staat is om eze moeilijkheden te overwinnen. Hij merkt op dat de U steeds meer door de bevolking wordt geaccepteerd: 2 % van de Europeanen staat positief tegenover de oetreding van hun land tot de EU en meer dan twee erde is van mening dat hun land hiervan de vruchten lukt. Dit was echter slechts een deel van de realiteit, angezien de burgers ook twijfels hebben geuit over het ermogen van de Europese instellingen om problemen p te lossen en over de weldaden van het beleid van e EU in hun dagelijkse leven. De heer Schäuble beklemtoont dat de nationale par- ementen, die zich geleidelijk aan dankzij de Europese erdragen hebben toegelegd op de Europese beleids- raagstukken, een belangrijke schakel zijn in het verster- en van de banden tussen de Europese burgers en de nstellingen van de EU. Hij stelt echter dat de door het rimaire recht verleende vrijheid van hervorming niettemin eperkt is, met name vanwege het unanimiteitsbeginsel. ij is van mening dat hiervoor een inhoudelijk debat nodig s over wat de lidstaten zelf zouden kunnen beslissen n wat een gezamenlijk optreden vereist, bijvoorbeeld p het gebied van milieu, grensbeveiliging, immigratie, anken en economie. Hij herinnert eraan dat de lidstaten og steeds de enige besluitvormers zijn met betrekking ot tal van cruciale kwesties en dat de bereidheid om e nationale soevereiniteit te delen op veel plaatsen iet bijzonder groot is. De heer Schäuble benadrukt et belang van de interparlementaire bijeenkomsten en erinnert eraan dat de nationale parlementen worden erzocht om naast het nationale standpunt systematisch en echt Europees perspectief te kiezen, wat een betere ijk op de debatten over Europese kwesties biedt. In dit erband vermeldt hij ook de “Paritaire Parlementaire ergadering” van de Franse Assemblée nationale en e Duitse Bundestag. De voorzitter van de Duitse Bundestag stelt bovendien at het onmogelijk is om in Europa iets te hervormen als e lidstaten elkaar naar hun hand trachten te zetten en at hervormingen alleen mogelijk zijn als de lidstaten de ationale hindernissen die ze zichzelf hebben opgelegd, verwinnen. Hij roept op tot overtuigende verklaringen ie aantonen dat er beleidsterreinen zijn waar samen- erking de beste manier is om vooruitgang te boeken. e heer Schäuble zegt dat hij ervan overtuigd is dat en gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid oodzakelijk is omdat Europa een grotere verantwoor- elijkheid op zich moet nemen voor zijn eigen veiligheid n voor de veiligheid van de omliggende regio’s. De vereenkomst over gezamenlijke militaire projecten in et kader van PESCO is dan ook een eerste stap in de oede richting. De heer Schäuble besluit zijn betoog met de opmer- ing dat de renovatie van het historische Oostenrijkse arlementsgebouw een gelegenheid is om een opener n transparanter bouwwerk te creëren dat tegemoetkomt an de behoeften van het hedendaagse parlementarisme.
C. Toespraak van mevrouw Broekers-Knol
Mevrouw Ankie Broekers-Knol, voorzitster van de ederlandse Eerste Kamer, begint haar redevoering door e deelnemers te herinneren aan een toespraak die zij ien jaar geleden heeft gehouden op de 43e COSAC in adrid, waar ze het heeft gehad over het nieuwe model oor de betrekkingen tussen de nationale parlementen n het Europees Parlement na de inwerkingtreding van et Verdrag van Lissabon. Zij merkt op dat veel van de nderwerpen die tijdens de conferentie worden besproken, estijds al aan bod zijn gekomen. Vervolgens dringt zij rop aan om geen groot aantal nieuwe interparlementaire onferenties te organiseren, aangezien dit waarschijnlijk iet zou bijdragen tot de noodzakelijke versterking van e betrekkingen tussen de nationale parlementen en de uropese instellingen. Het komt erop aan de bestaans- eden van de interparlementaire samenwerking tussen e nationale parlementen en het Europees Parlement ooit uit het oog te verliezen, namelijk de Europese urgers te verbinden en weer in contact te brengen met et Europese project. De voorzitster van de Eerste Kamer zegt dat 2019 ngetwijfeld weer een jaar van ongekende politieke ebeurtenissen en uitdagingen is, bovenop de Brexit. Zij ijst erop dat in de huidige complexe wereld geen enkele idstaat problemen zoals terrorisme, klimaatverandering f immigratie alleen kan aanpakken. Samenwerken etekent een sterkere invloed uitoefenen, ook in de ereldhandel en de geopolitiek, en het betekent verder aan dan louter nationale belangen. Mevrouw Broekers- nol merkt op dat zij het idee van een federaal Europa iet steunt, omdat de EU voor haar een eenwording van olkeren is en niet van staten. Het is de verantwoorde- ijkheid van de EU-instellingen en de nationale politici m het juiste evenwicht te vinden tussen een Unie van auwe samenwerking enerzijds en de aanvaarding door e burgers van een zekere mate van eenwording op epaalde specifieke gebieden anderzijds. Bovendien telt ze dat het van cruciaal belang is dat politici hun eloften nakomen. Mevrouw Broekers-Knol roept de parlementsleden p om de toegevoegde waarde van de EU voor het agelijkse leven van de burgers te onderzoeken, maar ok om precies na te gaan welke voorstellen van de U niet in het belang van de burgers zijn. De nationale arlementen moeten ook transparanter zijn en meer erantwoordelijkheid aan de dag leggen met betrekking ot hun standpunt over het beleid van de EU, want ook al ijn sommige procedures ingewikkeld, dan nog moeten e burgers in staat zijn om ze te begrijpen en te volgen n zelfs om de beslissingen van hun nationale parlement e beïnvloeden. Tot slot wijst mevrouw Broekers-Knol rop dat de parlementsleden tegenover de EU-burgers e plicht hebben om op nationaal en Europees niveau oeltreffend samen te werken, zodat die zich verbonden oelen met het Europese project.
D. Toespraak van de heer Larcher De heer Gérard Larcher, voorzitter van de Franse enaat, merkt in zijn inleiding op dat de staatshoofden an de lidstaten van de EU debatteren over het verzoek an premier Theresa May om de Brexit opnieuw uit te tellen. Hij zegt dat een formele terugtrekking natuurlijk e voorkeur verdient, maar dat de EU niet kan worden vergeleverd aan de verschillende stemmingen in het ritse Lagerhuis en dat er vanuit Londen opheldering oet komen. Wat de komende Europese verkiezingen etreft, stelt hij dat Europa zonder een echte hervorming iet in staat zal zijn om de mondiale uitdagingen aan te aan en het hoofd te bieden. De voorzitter van de Franse Senaat wijst er ook op dat e nationale regeringen de EU tot zondebok hebben ge- aakt en dat er daarom in de eerste plaats moet worden estreefd naar verzoening met Europa en zijn burgers. e huidige uitdagingen zijn te urgent voor één land om e alleen op te lossen. Hij beklemtoont de noodzaak om uropa op een nieuwe manier vorm te geven en zich toe e spitsen op de prioriteiten die de burgers verwachten. ls eerste prioriteit haalt de spreker aan dat de burgers en Europa willen dat hen beschermt. Rekening hou- end met alle uitdagingen in verband met immigratie, cht hij het noodzakelijk dat de verdragen van Dublin n Schengen worden hervormd, de regelgeving op het ebied van asiel wordt geharmoniseerd en de landen an herkomst worden ondersteund, met name op het ebied van de overnamestructuren. De tweede prioriteit oet erop gericht zijn de EU te voorzien van een beleid at leidt tot meer banen en steun voor onderzoek in de ndustrie, waardoor de EU weer een leidende positie zou unnen innemen. Ten derde vereist de evolutie van de achtsstructuren op internationaal niveau een wijziging an het buitenlands beleid en het defensiebeleid van e EU. In dit verband wijst de heer Larcher erop dat e EU duidelijk niet optreedt als de macht die zij zou oeten zijn en dat, als zij een grootmacht wil blijven, alle andelsovereenkomsten moeten worden versterkt. De uropese veiligheidskwesties moeten niet automatisch orden overgedragen aan de NAVO of de Verenigde taten, maar zouden veeleer moeten worden omgebogen ot een sterker engagement om een Europese strategie it te stippelen, zodat een sterk Europa zich kan laten oren in de gemeenschap van naties. Tot slot wijst de heer Larcher erop dat deze verschil- ende initiatieven niet afhankelijk zijn van de goedkeuring an nieuwe verdragen of eindeloze institutionele discus- ies, maar van de versterking van de rol van de nationale arlementen als behoeders van het subsidiariteitsbegin- el, omdat zij de volkeren vertegenwoordigen en een elangrijke rol spelen bij de toenadering van Europa tot e burgers. Ook moet er rekening mee worden gehouden at de nationale parlementen een initiatiefrecht hebben n dat er meer samenwerking tussen de parlementen oet komen op gebieden als defensie en veiligheid.
E. Toespraak van de heer Kuchcinski De heer Marek Kuchcinski, voorzitter van de Poolse ejm, ziet de dertigste verjaardag van de vrije verkie- ingen in Centraal-Europa als een andere uitzonderlijke ebeurtenis in 2019, die het gezicht van Centraal-Europa eeft veranderd en heeft geleid tot de eenwording van uropa. Vervolgens onderscheidt hij vier actuele uitda- ingen. Ten eerste is de spreker van mening dat de EU econfronteerd wordt met een waardencrisis, omdat de ensen zich de afgelopen jaren hebben gerealiseerd at een gemeenschappelijke identiteit niet uitsluitend ebaseerd kan zijn op economische en institutionele rondslagen zonder cultureel en sociaal bewustzijn. lleen door rekening te houden met al deze waarden unnen optimale oplossingen worden gevonden om de uropese identiteit te versterken. Ten tweede is de spreker ezorgd over een enigszins geringere toepassing van de etgeving en over de ongelijke behandeling tussen de erschillende lidstaten, in het bijzonder tussen de lidstaten ie in 2004 en later zijn toegetreden en de oude lidstaten. ij wijst erop dat de bevoegdheden van de lidstaten en e Europese instellingen weliswaar in de verdragen zijn astgelegd, maar dat de EU die beperkingen vaak heeft verschreden. De spreker veroordeelt de kritiek op Polen mdat het de rechtsstaat niet zou hebben geëerbiedigd ij zijn gerechtelijke hervorming, zoals geformuleerd in et licht van de huidige verkiezingscampagne voor het uropees Parlement. Een dergelijke inmenging in de nterne aangelegenheden van een bepaalde lidstaat ag niet langer worden getolereerd. De derde uitdaging is een democratische Unie, waar- oor sterkere nationale parlementen nodig zijn. De spreker telt dat de hervorming van het EU-systeem gepaard oet gaan met een echt democratisch mandaat, dat in et kader van verkiezingen wordt toegekend, en met het erstel van het evenwicht tussen de nationale parlementen n de Europese instellingen. Tot slot dringt de spreker rop aan dat de EU haar eenheid moet bewaren, omdat e kracht van de EU niet uitsluitend uit de kracht van de idstaten komt, maar uit de gemeenschap. Hij vraagt om en nieuwe aanpak van het meerjarig financieel kader oor 2021-2027, meer bepaald inzake de voorgestelde erlagingen van de financiering van het landbouw- en ohesiebeleid.
F. Debat De heer Andreas Norlén, voorzitter van de Zweedse iksdag, begint zijn toespraak met erop te wijzen dat er e afgelopen jaren een aantal ontwikkelingen zijn geweest ie tot ernstige bezorgdheid hebben geleid, waaronder et feit dat sommige lidstaten de onafhankelijkheid van e rechterlijke macht, de rechtsstaat, de vrijheid van e media en de vrijheid van het maatschappelijk mid- enveld hebben ondermijnd. Hij voegt eraan toe dat, oewel de Commissie en de Raad maatregelen hebben enomen, die processen veeleer licht uitvallen en in de oekomst moeten worden versterkt om de fundamentele aarden van de EU te behouden. Vervolgens schakelt e spreker over op het voorstel om de richtlijnen voor nterparlementaire samenwerking in de EU te actualiseren. erwijzend naar de verschillende ontwikkelingen inzake amenwerking (nieuwe, permanente interparlementaire ergaderingen en veranderingen in de praktijk), bena- rukt de spreker de noodzaak om de richtlijnen bij te erken zodat zij de werking van de interparlementaire amenwerking van de EU correct weerspiegelen. De preker meent dat de ontwerpconclusies volstaan om- at ze vooral gericht zijn op een striktere afstemming p de bepalingen van het Verdrag, op nieuwe functies n vergaderingen, alsook op de mogelijkheden die het ebruik van moderne communicatiemiddelen biedt. oewel dat niet specifiek wordt vermeld, maakt dit roces het ook mogelijk om na te denken over de doel- reffendheid van de interparlementaire samenwerking an de EU, bijvoorbeeld in termen van coördinatie en echnische ondersteuning. De spreker is verheugd dat en interparlementaire vergadering voor de evaluatie an EUROJUST in de ontwerpconclusies is opgenomen n dat het Finse voorzitterschap deze twee kwesties erder zal uitwerken. De heer Eduardo Ferro Rodrigues, voorzitter van de ortugese Assembleia da República, geeft aan dat 2019 en moeilijk jaar is voor Europa, met onder andere de rexit als oorzaak van de maatschappelijke tweedeling. uropa wordt geconfronteerd met heel wat centrifugale n nationalistische krachten die van de EU de zondebok aken voor al deze negatieve gebeurtenissen. Alleen en verenigd Europa zal in staat zijn om zijn belangen p mondiaal niveau te verdedigen en het hoofd te bie- en aan de grote uitdagingen van de mondialisering, e werkonzekerheid, de ongelijkheid, de werkloosheid vooral onder jongeren), de immigratie, de vergrijzing an de bevolking, de veiligheid en de strijd tegen het errorisme. De spreker benadrukt ook het belang van de conomische en Monetaire Unie en het cohesiebeleid. De heer Gordan Jandrokovic, voorzitter van de roatische Hrvatski sabor, wijst erop dat de lijst met itdagingen lang is en vermeldt de Brexit, de immigratie n de klimaatverandering als de meest urgente uitda- ingen. Vervolgens geeft hij aan dat al die uitdagingen et vertrouwen van de burgers in het Europese project ebben ondermijnd en eurosceptische stemmen heb- en opgewekt die alleen kunnen worden overwonnen oor de waarden en beginselen van eenheid, betrok- enheid, verantwoordelijkheid, solidariteit en partner- chap te bevorderen. De spreker voegt eraan toe dat e Europese verkiezingen in een ander klimaat zullen laatsvinden en dat zij een beslissend moment vormen oor de toekomst van de EU. Mevrouw Ana Pastor Julián, voorzitster van het paanse Congreso de los Diputados, geeft aan dat eiligheid, terrorisme, de sociaaleconomische agenda, de limaatverandering en de hervorming van de Economische n Monetaire Unie de meest urgente uitdagingen zijn, amen met de aanhoudende onzekerheid in verband et de Brexit. De spreekster benadrukt ook dat een rotere samenwerking tussen het Europees Parlement n de nationale parlementen een van de meest efficiënte anieren is om de burgers een stem te geven, aangezien e parlementsleden hen vertegenwoordigen. Bovendien ouden de nationale debatten meer in overeenstemming oeten zijn met de huidige Europese aangelegenheden, mdat dit het gevoel van betrokkenheid bij het collectieve roject zou versterken. De heer Dejan Židan, voorzitter van de Sloveense ržavni zbor, geeft aan dat de EU vooruitgeholpen wordt anneer eerst haar geschiedenis zorgvuldig wordt gelezen m op basis daarvan haar eigen visie te definiëren en aarnaar te handelen. De heer Židan meent ook dat de rexit een mislukking van de EU aangeeft. Hij hoopt chter dat de mensen opnieuw de kans krijgen om te temmen, nu ze nieuwe informatie hebben. Mevrouw Tone Trøen, voorzitster van de Noorse torting, benadrukt dat, ook al is Noorwegen geen lid van e EU, de relaties tussen de buurlanden, de uitbreiding n de betrekkingen tussen de nationale parlementen n de Europese instellingen van groot belang zijn. Ook estigt zij de aandacht op de 25e verjaardag van de vereenkomst betreffende de Europese Economische uimte (EER). Zij ziet de interne markt als de hoeksteen an de samenwerking en geeft aan dat dit van cruciaal elang is voor verdere groei en welvaart. De spreekster oegt hieraan toe dat een nauwe Europese samenwerking e enige manier is om uitdagingen als klimaatverandering n immigratie aan te gaan, maar ook om sociale inclusie n onrechtvaardigheid aan te pakken. De heer László Kövér, voorzitter van de Hongaarse rszággyűlés, wijst erop dat het Europese continent et einde nadert van één van de ergste quinquennia an zijn geschiedenis, aangezien de EU er niet in is eslaagd haar buitengrenzen te beschermen en als et ware verlamd toekeek naar de grootste migratie- troom sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. ls gevolg daarvan heeft een van de machtigste leden, et Verenigd Koninkrijk, besloten om te vertrekken. De preker voegt daaraan toe dat Hongarije altijd voorstander s geweest van een sterk Europa, bestaande uit sterke atiestaten waarbij rekening wordt gehouden met de erschillende kenmerken van de lidstaten. De EU moet aarom terugkeren naar de wortels die haar in staat ebben gesteld om het meest succesvolle project van e 20e eeuw te worden. De spreker betreurt dat de EU an haar burgers verwijderd is geraakt. Daarom dringt ij aan op de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel n op een onmiddellijke terugkeer naar de bepalingen an de oprichtingsverdragen. De heer Demetrios Syllouris, voorzitter van de ypriotische Vouli ton Antiprosopon, merkt ook op dat e EU, ondanks de vooruitgang die zij heeft geboekt, econfronteerd werd met allerlei uitdagingen en vooral et het gebrek aan vertrouwen van de Europese burgers n de instellingen. De spreker geeft aan dat het beleid aarom zo moet worden uitgevoerd dat het echte ant- oorden biedt op echte problemen, waarbij de beginselen envormig worden toegepast en zo resultaten worden eboekt. Zo niet zullen volgens de spreker andere ac- oren de leemte opvullen en zullen de populisten hun pmars doorzetten. De heer Roberto Fico, voorzitter van de Italiaanse amera dei Deputati, herinnert eraan dat Europa op it moment op drie mogelijke manieren kan optreden: e eerste is doorgaan zoals vroeger zonder aandacht e besteden aan de problemen die zich nu voordoen, aar dat zou slechts tot een langzame dood leiden. De weede is een terugkeer naar de natiestaten en natio- alistische benaderingen, opnieuw een stap terug. De erde is Europa te hervormen in de richting van een eer doorgedreven integratie, met een sterk Europa, een terk Europees Parlement en een gemeenschappelijk uitenlands en defensiebeleid op Europees niveau. De preker geeft ook aan dat de EU in de VN-Veiligheidsraad én enkele, permanente zetel moet hebben en dat er onder een gemeenschappelijk buitenlands beleid slechts prake is van een verzwakt buitenlands beleid, zoals we n Libië hebben kunnen vaststellen. Tot slot verzoekt e spreker om hulp in de zaak van Giulio Regeni, een taliaanse onderzoeker die in Egypte ontvoerd, gemarteld n vermoord is, een zaak waarnaar nog geen ernstig nderzoek is gestart. Mevrouw Carole Bureau-Bonnard, ondervoorzitster an de Franse Assemblée nationale, geeft aan dat alle idstaten een manier moeten vinden om hun parlements- eden regelmatiger naar interparlementaire conferenties e sturen om de interparlementaire samenwerking te ersterken. De spreekster roept ook op tot een grotere oeltreffendheid van IPEX, het belangrijkste platform oor de uitwisseling van informatie tussen de Europese ationale parlementen, en stelt dat de lidstaten ook eer gebruik moeten maken van bestaande netwerken, aaronder het netwerk van permanente vertegenwoor- igers in Brussel. De spreekster herinnert eraan dat het e gezamenlijke verantwoordelijkheid van de nationale arlementen en het Europees Parlement is om ervoor e zorgen dat de democratische systemen zich blijven ntwikkelen. Ze voegt er ook aan toe dat de Franse ssemblée nationale en de Duitse Bundestag net een inationale assemblee hebben opgericht om sugges- ies te bespreken die verband houden met Europese ntwikkelingen. De heer Mauri Pekkarinen, eerste ondervoorzitter an de Finse Eduskunta, onderstreept dat de deelname an de Europese verkiezingen sinds ze bestaan, afge- omen is. Hij benadrukt dat de politici de kiezers met e politiek moeten verzoenen. Hun boodschappen zijn aak te technisch, te apolitiek en te afwerend. Ze moe- en daarenboven de politieke keuzes en de concrete oelstellingen ter discussie stellen. Hij zegt dat de kie- ers niet gevoelig zijn voor de institutionele details van e EU, maar wel voor de keuzes tussen rivaliserende eleidsvormen om een einde te maken aan de klimaat- erandering en om banen te scheppen, om veiligheid en oorspoed tot stand te brengen. Hij verklaart dat indien et Europese project niet verdedigd wordt, de populisten rij spel krijgen. De heer Pekkarinen voegt eraan toe at het de taak van de politici is de EU te verdedigen n niet van de parlementen als instellingen, en dat de arlementen veeleer open moeten staan voor wie het ysteem ter discussie stelt en zijn volk vertegenwoordigt. ij besluit zijn interventie met de melding dat de Finse duskunta zich ertoe heeft verbonden een werkgroep oor te zitten die ermee belast is de richtsnoeren voor e interparlementaire samenwerking in de EU te herzien, m ze bij te werken. Mevrouw Claudette Buttigieg, ondervoorzitster van e Maltese Kamra tad-Deputati, verklaart dat de EU ich sinds haar oprichting stabiel en veerkrachtig heeft etoond en dat haar vermogen om vrede en stabiliteit e brengen een vermelding verdient. Ze stelt dat, ook l was de weg naar de successen van de EU niet altijd rij van obstakels, de struikelstenen onderweg heb- en geholpen om de Unie te versterken, zoals dat bij e financiële crisis het geval was. In verband met de rexit zegt de spreekster nog dat de parlementariërs oeten toegeven dat de betrekkingen met het Verenigd oninkrijk, ook al veranderen ze van aard, zullen blijven estaan en de interparlementaire dimensie van die be- rekkingen zal ook in de gesprekken aan bod moeten omen, op de aangewezen niveaus. Ze rondt af door er adrukkelijk op te wijzen dat het belangrijk is dat men de emocratie en de democratische legitimiteit eerbiedigt m het toenemende populisme en de ontgoocheling in e politieke klasse te bestrijden en om het vertrouwen an de burgers te winnen. De heer Jacques Brotchi, voorzitter van de Belgische enaat, wijst erop dat de vertegenwoordiging op nationaal iveau niet meer volstaat en dat België daarom altijd op ijn tweekamerstelsel met een rechtstreeks verkozen amer heeft gerekend. Hij benadrukt hierbij dat ook de enaten hun macht moeten gebruiken. Vervolgens on- erstreept hij de uitdagingen van de klimaatverandering n de nood aan alternatieven zoals de energietransitie, aarna hij eraan herinnert dat men bij de behandeling an milieukwesties ook de dimensie van de volksgezond- eid moet meenemen. Daarna vraagt de heer Brotchi emeenschappelijke Europese antwoorden en kondigt ij zijn steun aan voor de strijd tegen het antisemitisme. ij roept de landen op om het voorbeeld van onder an- ere Duitsland, Zweden en Bulgarije in de strijd tegen et antisemitisme te volgen. De heer Ignazio Benito Maria La Russa, ondervoorzit- er van de Italiaanse Senato della Repubblica, verklaart at er nog heel wat burgers zijn die niet begrijpen wat e voordelen zijn van het EU-lidmaatschap, vooral wan- eer men ziet dat de Unie beschouwd wordt als heel nverschillig tegenover de maatregelen die men moet emen om het immigratievraagstuk te beheren. Hij voegt raan toe dat het hoog tijd is om de Dublin-verordening chter ons te laten, een meer consensuele politieke en conomische benadering van immigratie te vinden en e huidige reglementering te herzien. De heer Fernand Etgen, voorzitter van de Luxemburgse hambre des représentants, wijst erop dat de EU nog ooit zo gepolitiseerd was als nu en stelt dat, ook al moet uropa politiek zijn en eenieders belangen verdedigen, r geen Europa van de centrifugale krachten mag zijn. ij verklaart dat sterke Europese instellingen bijgevolg oodzakelijk zijn, maar dat de nationale parlementen veneens een belangrijke rol te spelen hebben. Hij on- erstreept dat de EU er niet alleen is om institutionele en ationale problemen te behandelen, maar zich veeleer oet toeleggen op de gemeenschappelijke beleidsvor- en en na de Brexit en de Europese verkiezingen naar aar verplichtingen moet handelen. De heer Nikos Voutsis, voorzitter van de Griekse ouli ton Ellinon, verklaart in verband met het subsi- iariteitsbeginsel dat men elk standpunt dat strekt om e Europese integratie te ontkennen, moet uitsluiten n dat men echter de noodzaak van dat principe moet erdefiniëren. Hij steunt de herziening van de richtsnoe- en voor de interparlementaire samenwerking voluit en eschouwt de huidige periode als historisch, wegens e noodzaak de gemeenschappelijke strategie en het eleid om gelijkgericht tegen het gebrek aan vertrouwen n de EU in te gaan, bij te sturen. De heer Voutsis on- erstreept tevens de nood aan een Europese identiteit ebaseerd op de waarden van vrede, humanisme, de echtsstaat en de democratie, in plaats van alleen maar ationale identiteiten. Dame Rose Winterton, ondervoorzitster van het Britse ouse of Commons, vraagt de deelnemers begrip voor et moeilijke debat waarmee het Britse parlement wor- telt, ook al heeft de Brexit veel tijd en energie gekost. e onderstreept haar wens dat er een incidentloze ransitie komt, om de banen en de nijverheid in de hele U te beschermen en het engagement voor milieube- cherming, samenwerking op het gebied van veiligheid n op talloos veel andere gebieden voort te zetten. Ze ijst er ook op dat, aangezien er duidelijk uiteenlopende pinies bestaan zowel in het Britse parlement als in e politieke partijen, het niet hoeft te verbazen dat het roces tijd vergt, aangezien een onbezonnen beslissing ot chaos dreigt te leiden. Dame Winterton verklaart dat, ok al geeft het Verenigd Koninkrijk de verschillende tandpunten van de bevolking weer, het Parlement tot weemaal toe tegen het verlaten van de EU zonder ak- oord heeft gestemd, en dat het Parlement diezelfde vond zal stemmen over een motie die van de regering ist dat ze de Europese Raad vraagt haar nieuw uitstel e verlenen. Tot slot herhaalt ze dat het Britse parlement n alle politieke partijen vrienden en collega’s van hun uropese partners willen blijven. V. — BESPREKING EN AANNEMING VAN DE CONCLUSIES De heer Wolfgang Sobotka, voorzitter van de ostenrijkse Nationalrat, bedankt zijn collega’s voor alle mendementen en suggesties die zij in verband met de onclusies van het voorzitterschap hebben ingediend. ij wijst erop dat veel amendementen werden aanvaard n dat de trojka heeft getracht een evenwichtige tekst p te stellen. Tijdens de slotbespreking verklaart de heer Nikos outsis, voorzitter van de Griekse Vouli ton Ellinon, at in de slottekst hoegenaamd geen melding wordt emaakt van de plicht van de EU om de rechten van de luchtelingen en van de migranten te beschermen, noch an het solidariteitsbeginsel; hij verzoekt er dan ook om en en ander uitdrukkelijk in de tekst op te nemen. De eer Demetrios Syllouris, voorzitter van de Cypriotische ouli ton Antiprosopon, steunt dat verzoek. De heer ean Bizet, lid van de Franse Sénat, vraagt een zin toe e voegen in verband met het akkoord over de uittreding an het Verenigd Koninkrijk. De heer László Kövér, voor- itter van de Hongaarse Országgyűlés, kondigt aan dat ongarije, hoewel het tal van wijzigingen heeft gesteund, iet kan instemmen met de verklaring aangaande de luchtelingen en de migranten, teneinde immigratie niet an te moedigen. De heer Roberto Fico, voorzitter van e Italiaanse Camera dei Deputati, en de heer Andrej anko, voorzitter van de Slovaakse Národná rada, sluiten ich daarbij aan. De heer Sobotka licht de deelnemers n dat de trojka heeft beslist het Franse voorstel op te emen, maar wijst er ook op dat het tekstgedeelte over mmigratie al een consensustekst is en dat de trojka elk ieuw amendement heeft afgewezen. In zijn slotopmerkingen bedankt de heer Sobotka alle eelnemers voor het bijwonen van de conferentie en oor hun actieve betrokkenheid bij het debat. VI. — SLOTOPMERKING De heer Mauri Pekkarinen, eerste ondervoorzitter an de Finse Eduskunta, nodigt de afgevaardigden uit p de volgende Conferentie van de voorzitters van de arlementen van de EU, die van 17 tot 19 mei 2020 in elsinki plaatsvindt. Zoals de traditie het wil wordt de onferentie van de voorzitters van de parlementen van e EU voorafgegaan door de conferentie van de secre- arissen-generaal, die eveneens in Helsinki plaatsvindt, p 26 en 27 januari 2020. VII. — BIJLAGEN 1. Conferentie van de voorzitters van de parlemen- en van de Europese Unie, Wenen, 8-9 april 2019 – onclusies van het voorzitterschap (in het Engels) 2. Vergadering van de secretarissen-generaal van e parlementen van de Europese Unie, Wenen, 28- 9 januari 2019 – Verslag BIJLAGE 1 Conference of Speakers of the European Union Parliaments 8-9 April 2019, Vienna Conclusions of the Presidency ments de l'Union européenne ’Union européenne s’est tenue à Vienne les représentants, de 39 parlements/chambres e-présidente du Parlement européen. Les didats à l’adhésion à l’UE y ont également rvateurs. La conférence a été présidée par al autrichien, et M. Ingo Appé, Président du Stockholm, certaines chambres1, en raison s’associer directement à des déclarations considérer que les présidents ont exprimé ration. Toutefois, ils reconnaissent, au nom vées et l’intention de leurs collègues lorsque l'Union européenne se tient à un moment onfrontés à une procédure de retrait. Les gociée sera trouvée afin de mettre un terme e de répondre aux défis auxquels elle est éennes de 2019 – le développement de la institutions européennes maintenir à l'ordre du jour les questions de voisins et de maintenir une perspective x malgré les défis internes qui existent au stabilité dans les Balkans occidentaux est e du continent. Compte tenu de l’influence st de la plus haute importance que l’Union t à protéger ses intérêts dans les Balkans paix, la démocratie et la sécurité. Le meilleur d'une orientation pro-européenne dans les ès visibles dans le processus d'adhésion. réaffirment la perspective européenne des l’élargissement de l’Union européenne. Les sement doit être fondé sur le strict respect t les progrès que les pays des Balkans années, les Présidents les encouragent me occasion, ils exhortent les pays de la , à accroître la coopération régionale et à nion européenne, dans ses relations avec ans hésitation ses valeurs et ses principes l'état de droit, la protection des droits celle des réfugiés en transit par ces pays e en vigueur de l’accord de Prespa entre la ine du Nord, qui met fin à un différend vieux que cet accord ainsi que le Traité d'amitié, publique de Bulgarie et la République de ur les autres pays de la région en vue de elations de l'UE avec la Turquie, un pays sidents maintiennent que l’UE et la Turquie logue ouvert et franc, à relever les défis ssentiels d'intérêt commun, tels que les les transports, l'économie et le commerce. ontre un attachement sans ambiguïté aux rds internationaux. égies macrorégionales car celles-ci offrent ration entre les États membres, les pays E pour la région du Danube, la région de t la région de la mer Baltique, qui englobent tiers, sont un bon exemple de coopération économique, sociale et territoriale dans la déclarent disposés à soutenir les initiatives frontés aux mêmes défis dans une zone e nouvelles stratégies macro-régionales. t oriental, les Présidents reconnaissent les félicitent de la réflexion stratégique portant pour la prochaine décennie. Ils soulignent que de voisinage de l'UE et approuvent la ix États d’Europe oriental participant au tribue à accroître la stabilité et la résilience hement des valeurs, normes et législations États de la région et de l’Union européenne uvernance et des sociétés plus fortes, avec ts déployés en vue d’un règlement durable Ils réaffirment leur soutien à la souveraineté pe de l’Est. Les Présidents expriment tout ant à un règlement durable et pacifique du mant la ferme condamnation de la violation ukrainiennes et la politique de l’Union ion illégale de la Crimée, les présidents de la région d’appliquer intégralement les isinage méridional comme un instrument la sécurité en Afrique du Nord et au Moyenéridional et les États membres de l’UE font ent les flux migratoires, le changement ontre le terrorisme et le crime international, e coopération régionale. C’est pourquoi les uropéenne–Ligue des États arabes qui s’est considèrent cette réunion comme un pas us étroite dans la région du pourtour de la onsidèrent qu'il est essentiel de poursuivre s pays voisins. ennes de 2019 – le développement de la les institutions européennes ne est fondée sur les valeurs de respect de alité, d’état de droit et de respect des droits partenant à des minorités. L’une des tâches ents nationaux est de coopérer entre eux et u de l’Union européenne que des États réserver et de promouvoir efficacement ces tales de l'Union européenne permettra à est actuellement confrontée. Les Présidents oir la paix, ses valeurs et le bien-être de sa sse de sa diversité culturelle et linguistique patrimoine culturel européen. ents jouent un rôle clé en permettant aux et notamment à la vie politique. Il importe romotion d’une société inclusive soient pris es. yés par les institutions de l’UE pour lutter isme, de xénophobie et d’intolérance. Ils ée de l’antisémitisme dans toute l’Union 018, de la déclaration du Conseil sur la lutte étatiques et non étatiques à intensifier leur areligieux sur les droits fondamentaux et les e respect mutuel et la tolérance pour les jugés. Parlement européen est un composant ans l’Union européenne, garant, avec les s menées par l’Union et porte-parole des s de participer activement au façonnement t de vote lors des prochaines élections futur de l'Union repose sur le soutien de ses la tenue d’élections libres et régulières, les renforcer la résilience démocratique et n conséquence, il importe que soient mises entaux, des mesures efficaces pour lutter ésinformation, l’emploi abusif des données appelant les Conclusions de la présidence à Union européenne tenue à Bratislava les 23 ssité, face au développement des courants une meilleure communication des résultats fonctionnement efficace des institutions tiel des parlements nationaux dans le nt à s'engager et à contribuer activement à l'UE en utilisant pleinement et efficacement et la supervision des politiques par les spectifs, les contrôles de subsidiarité, le et la coopération interparlementaire. Les à exercer leurs droits démocratiques de oulignent le fait que la subsidiarité et la ur rendre l’Union européenne plus forte, plus ncentre sur des actions procurant de nets al, régional ou local pourra améliorer encore drait pas que les mesures prises par l’Union rme, au-delà de ce qui est nécessaire à la oncerne la subsidiarité et la proportionnalité. t utilisées aux fins prévues en laissant aux e en ce qui concerne les moyens d’atteindre gnent la nécessité absolue d’une application rtionnalité. Les Présidents des parlements ntées par la Task force « Subsidiarité, efficace’ » et invitent toutes les parties ur renforcer davantage ces principes, en r la subsidiarité qui s’est tenue à Bregenz, ents des parlements nationaux soulignent tionaux de participer activement au contrôle pres procédures internes, entre autres, de citoyens. idence finlandaise de la Conférence des d’organiser un groupe de travail chargé de nes directrices de 2008 sur la coopération ont d’avis que le groupe de travail devrait t définir ses propres méthodes de travail. Le haine Conférence des Présidents à Helsinki es aux conditions existantes, notamment raités et examen linguistique des lignes nce dans les lignes directrices, comme la abilité, la coordination économique et la la Conférence interparlementaire pour la e et la Politique de sécurité et de défense le parlementaire conjoint sur Europol. nication modernes en vue de faciliter la présidence finlandaise d’élaborer, selon les Réunion interparlementaire de commission rne certains points qui ne sont pas couverts à ce que la Conférence des Présidents à et. ns relatives à l’UE) EX, adoptées à la réunion des Secrétaires Vienne les 27 et 28 janvier 2019. nien pour le travail qu’il a accompli durant mment en mettant en œuvre le programme IPEX et renforcer le réseau IPEX – et en ts IPEX. Ils remercient également le Sénat t l’Officier d’information IPEX, ainsi que le ns du Conseil d’IPEX et qui a assuré, avec nance du système numérique IPEX. X joue, en tant que système numérique et opération interparlementaire et est en train arlementaire sur les affaires européennes. accomplis en ce qui concerne l’intégration ébergement des documents du Groupe de uragent la présidence autrichienne d’IPEX insi qu’entre IPEX et les autres conférences améliorations du système numérique IPEX ravail pendant la présidence autrichienne. utrichienne d’IPEX de mettre en œuvre la es (RGPD) en conformité avec les lignes re les discussions sur l’IPEX ainsi que son ean Union Parliaments on Parliaments was held in Vienna on 8 – 9 Presidents or their representatives from 39 well as by the First Vice-President of the peakers or their representatives from 5 EU observers. The Conference was chaired by tional Council, and Mr Ingo Appé, President elines, it is recognised that due to their not directly associate themselves with hould not be seen as indicating specific lf of their Chambers they recognise the of colleagues in proposing particular ways ion Parliaments takes place at a time when dealing with a withdrawal procedure. The lution will be found in order to put an end to spond to the challenges it faces. an elections – further development of ropean institutions questions of enlargement and the relations maintain a credible European perspective es within the European Union. They agree stability on the entire continent. Considering egion, it is of utmost importance that the otecting its interests in the Western Balkans, d security. Popular support in the Western ained by visible progress in the accession peakers reaffirm the European perspective e commitment to the enlargement of the nlargement process must be based on strict ognizing the progress that has already been recent years, the Speakers urge them to kers call upon the countries of the region to cooperation and establish good neighbourly ean Union, in its relations with neighbouring hesitation its values and principles such as , the protection of fundamental rights and ugh these neighbouring countries. orce of the Prespa agreement between the donia putting an end to a 27-year dispute in this agreement as well as the Treaty on n between the Republic of Bulgaria and the s for others in the region to strengthen good ’s relations with Turkey, a candidate country intain that the EU and Turkey should remain 2 / 7 , to addressing common challenges and to ch as migration, counterterrorism, energy, ct Turkey to unequivocally commit to good s. ional strategies as they provide an effective Member States, Candidate Countries and Region, for the Adriatic and Ionian Region, cover Member States, Candidate Countries for increased cooperation that contribute to ohesion in the region. The European Union monly agreed initiatives of Member States hic area aimed at setting up new macroartnership, the Speakers acknowledge its strategic reflection on further objectives of y underline the importance of the Eastern ndorse cooperation between the European ipating in the Eastern Partnership, as this ilience of the European Union’s neighbours , standards, and legal norms. Stronger cieties, including a vibrant civil society, are he European Union itself. rts aimed at a sustainable and peaceful urhood. They reaffirm their support for the uropean States. In particular, the Speakers ustainable and peaceful settlement of the affirming the strong condemnation of the tegrity and the EU policy of non-recognition akers agree on the need for complete ourhood Policy an essential instrument to rn Africa and the Middle East. Partner states States face numerous common challenges, able development, and the fight against y be overcome by an intensive regional first ever European Union – League of Arab 3 / 7 ary in Sharm El-Sheikh and consider this n in the region around the Mediterranean ntial to pursue and expand cooperation with n elections – further development of uropean institutions on is founded on the values of respect for rule of law and respect for human rights, es. It is one of the key tasks of the European operate among themselves and with all r State level, including civil society, in order The promotion of these fundamental values address the various challenges it currently to promote peace, its values and the wellspect its rich cultural and linguistic diversity, safeguarded and enhanced. ts play a key role in enabling people with in political life. The principles of accessibility ty should be considered in all parliamentary fforts to combat all forms of antisemitism, their concern about the rise of antisemitism ption on 6 December 2018 of the Council -state actors to intensify their support for on fundamental rights and shared European lerance for different religious traditions and ment is an absolutely essential component together with the national Parliaments, the strong voice for the citizens of Europe. The ely participate in shaping Europe’s future g European elections on 23 – 26 May 2019, pport of its citizens. 4 / 7 and fair elections, the Speakers consider it olitical empowerment of the citizens of in , disinformation campaigns, the misuse of implemented consequently, in full respect of lusions of the Conference of Speakers of the 3 – 24 April 2017, the Speakers reaffirm that ss Europe needs to be addressed, inter alia, lts of European policy-making and effective ith the Treaties. tional Parliaments in the functioning of the o contribute actively in shaping EU policies xisting mechanisms, such as policy-setting pective governments, subsidiarity checks, ntary cooperation. The Speakers encourage roactively and at every level. that subsidiarity and proportionality are key ore efficient and more united. Only a Union ver measures taken at national, regional or ion among the citizens of Europe. Measures rmally, go beyond what is necessary for the f the Treaties. It is key that the Commission n to the intended objectives and justify its lity. Furthermore, directives should be used ropriate flexibility to the Member States as lation. sise that an effective implementation of the lutely necessary. The Speakers of national d by the Task Force on Subsidiarity, and invite all stakeholders to take concrete idiarity and proportionality, building on the in Bregenz, Austria, on 15 – 16 November ments stress that an active participation of following their own internal procedures, is pean Union closer to its citizens. esidency of the Conference of Speakers of rking group to put forward a proposal for an 5 / 7 ry Cooperation in the European Union. The pen to all EU Parliaments and should define invited to prepare a report for the next following subjects: o the existing conditions, including a more nd a linguistic review of the guidelines as a Guidelines, such as the Interparliamentary ination and Governance in the European or the Common Foreign and Security Policy olicy, and the Joint Parliamentary Scrutiny unication to facilitate interparliamentary innish Presidency to prepare, in a suitable parliamentary Committee Meeting for the lated in Regulation (EU) 2018/1727, so that e to reach conclusions on these matters. nge) n IPEX, adopted at the Meeting of the ts in Vienna on 27 – 28 January 2019. ent for its work during the year of its implementing the Work Programme and its e IPEX Network – and for hosting the annual rs thank also the Belgian Senate for its EX information officer and the European tings and for ensuring the management and with the IPEX-Information Officer. as digital system and as network of people eration and is becoming a reliable “one-stop s. made to integrate the COSAC website into Scrutiny Group on the IPEX website and crease the cooperation between IPEX and 6 / 7 parliamentary conferences and thus look l System to be elaborated by the Work EX to implement the new legislation on the European Parliament’s guidelines and to ocial media. 7 / 7 BIJLAGE 2 Vergadering van de secretarissen-generaal van de parlementen van de Europese Unie Wenen, 28-29 januari 2019 De vergadering van de secretarissen-generaal van e parlementen van de Europese Unie (hierna: “EU” of Unie”) vond plaats op zondag 27 en maandag 28 januari 019 in het Oostenrijks parlement in Wenen. II. — OPENING VAN DE VERGADERING A. Toespraak van de heer Dossi, secretaris- eneraal van het Oostenrijks parlement De heer Harald Dossi, secretaris-generaal van het ostenrijkse parlement, heet de deelnemers welkom en enadrukt het historisch belang van de Redoutensaal in et paleis van de Hofburg, dat in 1814-15 als concertzaal, alzaal en zaal voor het Congres van Wenen diende. Na n 1992 door brand te zijn beschadigd, werd de geres- aureerde zaal al gebruikt als permanent centrum van de onferentie tijdens de eerste twee EU-voorzitterschappen n Oostenrijk in 1998 en 2006. Spreker geeft ook aan at sinds 2017 de zaal wordt gebruikt als plenaire zaal oor de tijdelijke installatie van de twee kamers van het ostenrijkse parlement, de Nationalrat en de Bundesrat.
B. Toespraak van de heer Sobotka, voorzitter van e Oostenrijkse Nationalrat De heer Wolfgang Sobotka, voorzitter van de ostenrijkse Nationalrat, nodigt de deelnemers uit het arlement te bezoeken wanneer de wederopbouw in e zomer van 2021 zal zijn voltooid. Spreker verwijst ervolgens naar de Conferentie van voorzitters van de U-parlementen die van 8 tot en met 9 april 2019 in enen zal worden gehouden, en geeft aan dat dit ook et einde inluidt van de parlementaire dimensie van et Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad van de U. Ondanks de moeilijke situatie waarin Europa zich omenteel bevindt, heeft Oostenrijk positieve bijdragen unnen leveren, niet alleen met betrekking tot de onder- andelingen met het Verenigd Koninkrijk, maar ook in het ader van het Frontex-mandaat, de onderhandelingen ver de volgende EU-begroting, de vermindering van e CO2-uitstoot en het nabuurschapsbeleid. De voorzitter benadrukt dat Oostenrijk bijzondere na- ruk legt op het nabuurschapsbeleid, aangezien nauwe etrekkingen van cruciaal belang zijn voor de toekomst an een verenigd Europa. Oostenrijk heeft daarom het astreven van een nauwere samenwerking tot een pri- riteit gemaakt, in het bijzonder met de partners van de estelijke Balkan, door onder meer beurzenprogramma’s an te bieden aan de ambtenaren van de parlementen n de regio. De heer Sobotka is er bijzonder trots op at het decennialange conflict tussen Griekenland en oord-Macedonië is bijgelegd. Wat de Conferentie van voorzitters van de parle- enten van de EU betreft, wijst de spreker op de twee elangrijkste agendapunten: 1) De Europese Unie en aar buurlanden; en 2) De versterking van de samenwer- ing tussen de nationale parlementen en het Europees arlement. De spreker geeft aan dat het thema van de EU en aar buurlanden niet alleen de westelijke Balkan omvat, aar ook de landen van het Oosten, zoals Oekraïne n Rusland, en de landen van het Zuiden, vooral in frika. In dat verband heeft de Afrika-top in Wenen n december 2018 aangetoond dat het belangrijk is om eer prioriteiten te stellen en zich meer op het conti- ent te richten om deze betrekkingen te versterken. De preker benadrukt ook het belang van het bestrijden an smokkelroutes en een duidelijk gemeenschappelijk ngagement om mensenhandel tegen te gaan. Wat het tweede onderwerp betreft, verwijst de voorzit- er naar de conferentie over subsidiariteit die in novem- er 2018 in Bregenz is gehouden. Hoewel de resultaten nigszins teleurstellend waren, is het duidelijk dat een tap moest worden gezet in de richting van minder ichtlijnen en verordeningen om de nationale parle- enten meer bewegingsvrijheid te geven. Anderzijds oest duidelijk worden gemaakt dat de “grote thema’s” zoals het defensie-, veiligheids- en economisch beleid) oeten worden aangepakt op basis van de regel van emeenschappelijke verantwoordelijkheid. Het ontwerp van agenda van de vergadering van de ecretarissen-generaal van de parlementen van de EU ordt goedgekeurd zonder wijziging. III. — ZITTING I VOORSTELLING VAN HET ONTWERPPROGRAMMA VAN DE CONFERENTIE VAN VOORZITTERS VAN DE PARLEMENTEN VAN DE EU A. Uiteenzetting door de heer Dossi, secretaris- eneraal van het Oostenrijks parlement De heer Harald Dossi, secretaris-generaal van het ostenrijkse parlement, stelt het ontwerpprogramma van e Conferentie van voorzitters van de parlementen van e EU voor, die op 8 en 9 april 2019 in het Konzerthaus n Wenen wordt gehouden. De Conferentie zal twee oofdthema’s op de agenda hebben: 1) “De Europese nie en haar buurlanden” en 2) “De Europese Unie vóór e Europese verkiezingen van 2019 – ontwikkeling van e samenwerking tussen de nationale parlementen en e Europese instellingen”. De heer Dossi vermeldt dat de eerste zitting zal gaan ver de externe betrekkingen tussen de EU en haar uurlanden, waarbij aspecten zoals toekomstige sa- enwerking, uitbreiding van de EU, veiligheidskwes- ies en migratie besproken zullen worden. De spreker nderstreept dat, aangezien de betrekkingen met de artners van de Westelijke Balkan tot de prioriteiten van et Oostenrijkse voorzitterschap behoren, alle kandi- aat-lidstaten van de EU, net als Bosnië-Herzegovina, osovo, IJsland, Noorwegen en Zwitserland, in overleg et de trojka van voorzitters, voor de vergadering zullen orden uitgenodigd. De spreker voegt eraan toe dat m in overeenstemming te zijn met de internationale eglementering, in alle geschreven documenten de term Kosovo” met een asterisk zal worden gebruikt en de olgende voetnoot zal worden vermeld: “Deze benaming aat de standpunten over de status van Kosovo onverlet n is in overeenstemming met Resolutie 1244 van de N-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal erechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van osovo”. Bovendien zullen, net als bij de COSAC, alleen laggen aan de EU-lidstaten en alleen tafelvlaggen aan e lidstaten en kandidaat-lidstaten worden verstrekt. at de keuze van de belangrijkste sprekers voor de itting betreft, deelt de heer Dossi mee dat de heer ndrej Danko, voorzitter van de Slowaakse Národná ada (als huidige voorzitter van de Visegrad-fractie) en et Franse parlement zijn benaderd. Daarnaast hebben e voorzitters van de Italiaanse Camera dei Deputati, e heer Roberto Fico, en het Griekse Vouli ton Ellinon, e heer Nikos Voutsis, gevraagd om als eresprekers te ogen optreden. Wat de tweede zitting betreft, benadrukt de heer Dossi at 2019 een cruciaal jaar zal zijn voor de EU, aangezien en lidstaat de Unie zal verlaten en de Unie bovendien an de vooravond van de Europese verkiezingen staat. e voorzitter van de Duitse Bundestag, de heer Wolfgang chäuble, heeft zijn instemming betuigd om een ope- ingsrede te houden. De voorzitter van het Europees arlement zal eveneens zijn openingstoespraak hou- en. Daarnaast vraagt de heer Larcher, voorzitter van e Franse Senaat, om als hoofdspreker op de tweede itting het woord te mogen voeren. Na de twee zittingen zullen de conclusies worden oedgekeurd.
B. Gedachtewisseling De heer Claes Martensson, secretaris-generaal van e Zweedse Riksdag, licht het Zweedse voorstel toe om e richtsnoeren voor interparlementaire samenwerking n de EU bij te werken. Verwijzend naar de verschillende ntwikkelingen in de samenwerking (nieuwe permanente nterparlementaire vergaderingen en gewijzigde praktij- en), benadrukt hij de noodzaak om deze richtsnoeren e actualiseren. Hij wenst ook dat het mandaat nauw mschreven wordt en gericht is op nieuwe functies n vergadervormen. Nauwere afstemming op de be- alingen van de interparlementaire verdragen inzake nterparlementaire samenwerking en, in voorkomend eval, de rol van de nationale parlementen van de EU s noodzakelijk, waarbij beperkte ruimte moet worden elaten voor de herziening van bepaalde kwesties. De eer Martensson steunt de invoeging van een paragraaf ver het gebruik van moderne communicatiemiddelen ls aanvulling op fysieke bijeenkomsten. Wat de interparlementaire vergadering voor de evaluatie an EUROJUST betreft, stelt de Zweedse secretaris- eneraal voor om dit onderwerp op de agenda van de onferentie van voorzitters in april te plaatsen. Hoewel e EUROJUST-verordening voldoende houvast zou unnen bieden voor de vergadering over EUROJUST n de administratieve procedures ervan, zouden er esprekingen met de voorzitters moeten worden ge- oerd, zodat alle parlementen tot een akkoord kunnen omen over het kader voor de vergadering. Dit zou dan ok kunnen worden opgenomen in de richtsnoeren. De eer Martensson besluit dat de Conferentie van voorzit- ers moet worden verzocht een mandaat vast te stellen oor een werkgroep die een voorstel moet indienen oor bijgewerkte richtsnoeren voor interparlementaire amenwerking en een gemeenschappelijk standpunt oet voorbereiden over de interparlementaire verga- ering met het oog op de evaluatie van EUROJUST samenstelling, frequentie, enz.) vóór de Conferentie an voorzitters, die in 2020 in Helsinki zal plaatsvinden. Mevrouw Maija-Leena Paavola, secretaris-generaal an de Finse Eduskunta, is het eens met het algemene dee van het Zweedse voorstel. Zij benadrukt dat het elangrijk is om vast te houden aan het feit dat de richt- ijnen beschrijvend en niet normatief zijn. Bovendien is ij van mening dat de trojka een beperkt mandaat voor e werkgroep moet formuleren alvorens dit onderwerp p de agenda van de Conferentie van voorzitters te laatsen. Bovendien stelt de secretaris-generaal voor oderne communicatiemiddelen in te voeren in de nterparlementaire vergaderingen, teneinde het aantal ysieke vergaderingen te beperken en van het COSAC- ecretariaat een gezamenlijk secretariaat voor alle inter- arlementaire vergaderingen te maken. Wat EUROJUST etreft, stelt zij een verkennende aanpak voor, alvorens en beschrijvende vermelding in de richtsnoeren op te emen. De heer Giovanni Rizzoni, van de Italiaanse Camera ei Deputati, steunt het idee om tijdens de zittingen van e Conferentie van voorzitters meer sprekers aan het oord te laten komen, omdat dit een verrijking van het ebat zou betekenen. Mevrouw Agnieszka Kaczmarska, secretaris-generaal an de Poolse Sejm, deelt de belangstelling van de heer arek Kuchcinski, voorzitter van de Poolse Sejm, mee m de hoofdspreker te zijn op de tweede zitting van de onferentie van voorzitters in mei. De heer Jean-Louis Schroedt-Girard, secretaris- eneraal van de Franse Senaat, spreekt zijn tevredenheid it over de gekozen thema’s en benadrukt het belang an het Europees nabuurschapsbeleid als een teken an samenwerking. Daarom heeft de voorzitter van de ranse Senaat, de heer Gérard Larcher, zijn belangstelling euit voor een openingstoespraak over dit onderwerp. Wat het Zweedse voorstel betreft, zegt de heer Dossi at deze kwestie is besproken in de trojka, die met de inse secretaris-generaal is overeengekomen slechts een echnisch mandaat voor een werkgroep op te zetten. Wat e organisatie van EUROJUST betreft, is hij van mening at de te behandelen kwesties beperkt zijn, aangezien et grootste deel van het kader reeds in de EUROJUST- erordening zelf is vastgesteld. Oostenrijk zal het Finse oorzitterschap van de Conferentie van voorzitters dan ok vragen deze kwestie verder te onderzoeken. IV. — VOORSTELLING VAN DE PARLEMENTAIRE DIMENSIE VAN HET ROEMEENSE VOORZITTERSCHAP VAN DE RAAD VAN DE EU A. Toespraak van mevrouw Mihalcea, secretaris- eneraal van de Roemeense Camera Deputatilor Mevrouw Silvia Mihalcea, secretaris-generaal van e Roemeense Camera Deputatilor, legt uit dat het oemeense voorzitterschap van de Raad van de EU ich op vier pijlers zal toespitsen, te weten: − een Europa van convergentie: Roemenië streeft aar convergentie en cohesie om te komen tot duurzame n gelijke ontwikkeling en kansen voor alle burgers en idstaten. Dit kan worden verwezenlijkt door het concur- entievermogen te vergroten en de ontwikkelingskloof e verkleinen, connectiviteit en digitalisering te bevorde- en, ondernemerschap te stimuleren en het Europese ndustriebeleid te consolideren; − een veiliger Europa: Roemenië wil tot een veiliger uropa komen door middel van een grotere samenhang ussen de lidstaten van de EU. Dit zou het mogelijk ma- en om nieuwe veiligheidsuitdagingen aan te gaan en amenwerkingsinitiatieven op het terrein te ondersteunen; − Europa als sterkere wereldspeler: Roemenië wil de onsolidatie van de mondiale rol van de EU ondersteu- en door het uitbreidingsbeleid, het Europees optreden n de buurlanden, de verdere tenuitvoerlegging van de ereldwijde strategie en de uitvoering van de mondiale erbintenissen van de EU te bevorderen; − een Europa van gemeenschappelijke waarden: oemenië streeft ernaar de solidariteit en de samenhang innen de EU te stimuleren, antidiscriminatiebeleid te evorderen, gelijke kansen en gelijke behandeling van rouwen en mannen te waarborgen en de betrokkenheid an de burgers, met name jongeren, bij het Europese ebat te vergroten. De secretaris-generaal voegt hieraan toe dat het rogramma van de parlementaire dimensie van het oemeense voorzitterschap zeven interparlementaire onferenties zal omvatten, die allemaal zullen plaatsvinden n het Parlementspaleis. Mevrouw Mihalcea beklemtoont e krachtige doelstelling om tastbare resultaten te berei- en en tegelijkertijd binnen de grenzen van de gestelde rioriteiten te blijven. Alle documenten zijn al gedownload p de officiële website en op IPEX. Roemenië zal zijn rvaring graag delen met de andere leden van het trio Finland en Kroatië) en dankt de voorzitterschappen van stland, Bulgarije en Oostenrijk voor hun steun bij de oorbereiding van zijn eigen voorzitterschap.
B. Toespraak van mevrouw Chencian, secretaris- eneraal van de Roemeense Senaat Mevrouw Izabela Chencian, secretaris-generaal an de Roemeense Senaat, feliciteert Oostenrijk met ijn voorzitterschap. Zij benadrukt dat het Roemeense oorzitterschap er via de agendapunten naar streeft de elangrijkste kwesties van de Unie aan te pakken en rvoor te zorgen dat de resultaten van de conferenties e aandacht vestigen op alle actoren die betrokken zijn ij de vormgeving van de toekomst van de EU. Zij is van ening dat de prioriteiten erop gericht zijn tegemoet e komen aan de behoeften van de Europese burgers. Mevrouw Chencian schetst een overzicht van de door e Roemeense Senaat georganiseerde evenementen, amelijk de vergadering van de COSAC-voorzitters an de afgelopen week, waarbij de nadruk lag op de rioriteiten van het Roemeense voorzitterschap, de ohesie en de wijze waarop de instrumenten van het eerjarig financieel kader kunnen worden ingezet om onvergentie te waarborgen. De conferentie had tot doel et Europese project te versterken door de beginselen an samenhang, convergentie, transparantie, solidariteit n gelijkheid permanent toe te passen ten aanzien van lle lidstaten. Het volgende evenement dat in de Roemeense Senaat laatsvindt, is de interparlementaire conferentie voor et GBVB/GVDB (7 en 8 maart 2019), die een platform al bieden voor de uitwisseling van informatie en goede raktijkvoering tussen de commissies voor buitenlands, eiligheids- en defensiebeleid van de lidstaten, het uropees Parlement en de Europese Commissie. Het oel van deze conferentie bestaat erin de veiligheid te ersterken, de vrede te bewaren, de internationale samen- erking te bevorderen en de democratie te ontwikkelen. Wat ten slotte de interparlementaire conferentie over e toekomst van de EU betreft, wijst mevrouw Chencian rop dat die tot doel heeft het Europa van de gemeen- chappelijke waarden en het Oostelijk Partnerschap te espreken. V. — DE EUROPESE VERKIEZINGEN VAN 2019 De heer Klaus Welle, secretaris-generaal van het uropees Parlement, benadrukt dat de Europese ver- iezingen van 2019 waarschijnlijk verkiezingen zullen ijn met slechts 27 lidstaten om 705 leden te kiezen. a jaren van crisis is de steun voor de EU en de euro indelijk weer aangezwengeld, mede door de Brexit. et betrekking tot de verkiezingen wijst de heer Welle rop dat er opnieuw gebruik zal worden gemaakt van et Spitzenkandidaten-systeem, dat in verschillende anden tot een hogere opkomst bij de laatste verkiezingen eeft geleid. Na drie herzieningen van de regels voor e Europese politieke partijen zullen zij financiering ont- angen en de campagnes van de Europese lijsttrekkers unnen verlengen. De heer Welle benadrukt de noodzaak om de be- ustmaking op het gebied van informatie te vergroten n merkt op dat het Europees Parlement een website www.what -europe -does -for -me .eu) heeft opgezet, waar urgers zeer concrete informatie kunnen vinden over wat uropa voor hen doet. Burgers die een actievere rol willen pelen, kunnen zich direct inschrijven op een centrale ebsite. In de loop der jaren zijn de interesses van de urgers niet alleen verschoven naar de interne markt, mmigratie, veiligheid en defensie, grenscontrole, maar ok naar klimaatverandering en werkloosheid. Dit zijn ebieden waar mensen meer Europa willen. In dit opzicht oet de EU een antwoord vinden op de bezorgdheid van e burgers over hun veiligheid. Wat betreft een Europa at zijn burgers kan beschermen, heeft de heer Welle ijn bezorgdheid geuit over het oprukken van China, een gressiever Rusland en minder betrouwbare Verenigde taten onder de huidige president. De heer Welle zegt tot slot dat al deze vragen in 2019 eantwoord moeten worden. Hij herinnert de deelnemers raan dat Europa niet staat voor de Europese instellin- en, maar voor de 28 of 27 lidstaten met hun regio’s en urgers. Hij roept de lidstaten op hun bevolking ertoe an te zetten actief deel te nemen aan de Europese erkiezingen. VI. — SESSIE II
IPEX
A. Inleiding door de heer Dossi, secretaris-generaal an het Oostenrijks Parlement Eén van de belangrijkste doelstellingen van inter- arlementaire samenwerking in de EU betreft de be- ordering van de uitwisseling van informatie en best ractices tussen de nationale parlementen van de EU. it is de reden waarom IPEX als netwerk van mensen n digitale systemen een doorslaggevende rol speelt n waarom de parlementen verder moeten werken aan et afwerken van een betrouwbare “one stop shop” voor nterparlementaire samenwerking en aan het verbeteren an de transparantie in de hele EU.
B. Uiteenzetting door de heer Jahilo, secretaris- eneraal van het Ests Parlement Als huidige voorzitter van de IPEX Board verwijst e heer Jahilo naar de synergie die thans bestaat bin- en het IPEX-informatiesysteem en het werk van de PEX-correspondenten. De laatste jaren is de rol van e nationale parlementen in de EU gewijzigd door de nvoering van het subsidiariteitscontrolemechanisme die e nationale wetgever tot Europese speler heeft gemaakt. at is de reden waarom de nationale parlementen en het uropees Parlement de IPEX-website hebben opgericht. De kwaliteit van de informatie die zich op IPEX bevindt, angt in grote mate af van de frequentie van de updates ie door de IPEX-correspondenten worden gedaan. angezien één van de gebruikers van deze informatie e leden zijn van de commissies voor Europese zaken n de parlementen, hebben deze correspondenten niet nkel de macht om de prioritarisering van Europese ossiers te beïnvloeden, maar ook om de nationale arlementen te mobiliseren rond de mogelijke uitreiking an een gele kaart. Een andere taak van deze amb- enaren en hun collega’s bestaat in de ondersteuning an de parlementsleden wat de parlementaire controle p Europese documenten betreft. Hoewel het aantal evoegde ambtenaren in elk parlement verschilt, zijn r wel gelijkenissen te vinden, zoals de aanwezigheid an een collega als vertegenwoordiger van het nationaal arlement in het Europees Parlement in Brussel. De IPEX Board legde in 2018 de focus op de digitale trategie van IPEX, nodig om het netwerk verder te ntwikkelen en de transparantie te vergroten. Om die eden werden drie werkgroepen opgericht tijdens het sts voorzitterschap: − de werkgroep ter versterking van het IPEX-netwerk: eze werkgroep had aandacht voor de kwaliteit van de ertaling van de documenten, de verbetering van het werk an de IPEX-correspondenten en de versterking van de amenwerking met COSAC en de Joint Parliamentary crutiny Group on Europol; − de werkgroep ter versterking van de promotie van et IPEX-netwerk: deze werkgroep ontwikkelde video’s m IPEX uit te leggen, handleidingen en een analyse an de beste praktijken; − de verbetering van het IPEX digitale systeem: cen- raal in deze werkgroep stond de goede werking van PEX door onder meer de zoekfunctie te verbeteren n de website meer gebruiksvriendelijk te maken en oegankelijk via mobiele toestellen. Een thema dat in alle werkgroepen in 2018 aan bod wam, was sociale media. Om die reden werd begin 019 beslist om een werkgroep inzake sociale media op e richten om informatie te verzamelen over strategieën ond sociale media die nationale parlementen hebben ntwikkeld en de mogelijkheden hiervan voor IPEX te ekijken. De IPEX Board zal in 2019 en 2020 onder meer be- taan uit Estland, Oostenrijk, Roemenië, Finland en het uropees Parlement. Met deze nationale parlementen en e andere leden van de Board zal verder gewerkt worden an de ontwikkeling van een gebruiksvriendelijke “one top shop” voor de administraties van de parlementen.
C. Gedachtewisseling
De heer Remco Nehmelman, secretaris-generaal van e Nederlandse Eerste Kamer, informeert de aanwezigen ver het feit dat de Tweede Kamer een lijst van prioriteiten eeft aangenomen op basis van het werkprogramma an de Europese Commissie. Ook de Eerste Kamer is an plan dit te doen. Hij roept de andere parlementen ie deze oefening hebben gemaakt of gaan maken, op m de resultaten te delen op IPEX. Mevrouw Pernille Deleuran, secretaris-generaal van et Deens Parlement, gaat akkoord met het voorstel an de Nederlandse collega, en stelt ook voor om een ladzijde te creëren op IPEX waar informatie terug te inden is over de nationale vertegenwoordigers in Brussel n het werk dat zij doen. VII. — SESSIE III: HET OPEN PARLEMENT – MOGELIJKHEDEN EN BEPERKINGEN Het Oostenrijks Parlement heeft de laatste jaren veel rvaring vergaard inzake deze problematiek, vooral door e restauratie van het historische parlementsgebouw en e uitwijking naar andere gebouwen. Het is evident dat arlementen moeten openstaan voor de burger, maar e mensen die in het parlement werken, moeten dit ook unnen doen op een veilige en gestructureerde manier. erscheidene debatten zijn georganiseerd om een even- icht te vinden tussen een laagdrempelige toegang en en doorgedreven veiligheidscontrole. Op dit ogenblik s het bezoekerscentrum van het Oostenrijks Parlement oegankelijk na het ondergaan van een veiligheidscontrole. Het Oostenrijks Parlement heeft ook besloten om e burgers meer te betrekken in het wetgevend proces n heeft een onderzoek gestart naar de manier hoe dit est zou kunnen gebeuren. Hierbij worden de burgers itgebreid bevraagd, onder meer via de website. Een pecifieke vergadering die vertegenwoordigers van de arlementaire bezoekerscentra zal bijeenbrengen, zal m die reden in mei in Wenen worden georganiseerd.
B. Uiteenzetting door mevrouw Roos, secretaris- eneraal van de Nederlandse Tweede Kamer De Tweede Kamer ondervond aan den lijve hoe elangrijk het evenwicht tussen toegang voor het grote ubliek en veiligheid in de parlementsgebouwen wel is, oen een bezoeker zich wilde verhangen in de publieke aanderij van de plenaire vergadering. Hoezeer een arlement inzet op openheid, transparantie en een- oudige toegang van het publiek tot het parlement, er ullen steeds mensen zijn die hiervan misbruik willen aken. Openheid en veiligheid moeten echter met elkaar erzoend worden. Een essentieel onderdeel van de Nederlandse demo- ratie en de politieke cultuur is net deze openheid. Elk jaar ezoeken 223 000 burgers het Parlement. Alle plenaire n commissievergaderingen zijn toegankelijk voor pers n publiek en het publiek kan het Parlement bezoeken p alle werkdagen en op verschillende zaterdagen. Na e renovatie van het parlementsgebouw, waarmee een anvang zal worden genomen in 2020, zal de openheid n toegankelijkheid nog verder worden ontwikkeld. Wat veiligheid betreft, is het evident dat het Parlement oet instaan voor de bescherming van de parlementsle- en, de ambtenaren en de gebouwen. De veiligheidsdienst an het Parlement speelt een doorslaggevende rol hierin n is verantwoordelijk voor de veiligheidsscreening. De oegang tot het Parlement wordt daarenboven bewaakt oor de militaire politie. In het gebouw zijn de zones aar politici en ambtenaren werken, strikt gescheiden an de publieke ruimten. Om de veiligheid verder te garanderen, is een samen- erking met externe partners als politie, veiligheidsdien- ten en de gezondheidssector noodzakelijk. De interne amenwerking tussen de diensten voor veiligheid, de riffie en andere is even belangrijk. Enkel zo kan de eiligheid worden gegarandeerd zonder afbreuk te doen an de openheid van een democratische instelling.
C. Uiteenzetting door de heer Natzler, secretaris- eneraal van de Britse House of Commons De locatie van Westminster, dicht bij Westminster bbey en Buckingham Palace, is op zich al een uitdaging oor de veiligheid. Het Brits Parlement is op 22 maart 2017 et slachtoffer geworden van een terroristische aanslag aarbij vijf mensen werden gedood voor het gebouw, aarna de dader via de poorten van het Parlement kon luchten. Deze poorten werden op dat ogenblik minder treng bewaakt omwille van een stemming in de plenaire ergadering. Het Brits Parlement heeft niet echt een bezoekers- entrum om het miljoen burgers dat jaarlijks een bezoek rengt, op te vangen. Het is mogelijk dat dit wel wordt ngericht na de restauratie van de gebouwen. Op dit genblik moeten bezoekers een uitgebreide en tijdro- ende veiligheidscontrole ondergaan. Alle openbare vergaderingen kunnen worden gevolgd p het parlementair televisiekanaal. Dit neemt echter niet eg dat het fysiek bijwonen van vergaderingen door de urger gegarandeerd moet blijven. Daarnaast worden ele publieke vergaderingen van belangengroepen en ijzondere comités georganiseerd en zijn er vele rondlei- ingen georganiseerd door een parlementslid of voor een rote groep van bezoekers. Deze rondleidingen worden eorganiseerd in meerdere talen, aangezien meer dan e helft van de bezoekers uit het buitenland komt. Het evolg van een open parlement dat ook geopend is in et weekend is immers dat het ook een grote toeristische ttractie wordt. Een laatste punt betreft het belang van cyberveilig- eid en het besef dat een grotere visibiliteit op Twitter, acebook en andere sociale media ook risico’s met zich eebrengt. Niettemin zou het een goed idee zijn om als arlement te overwegen meer aandacht te besteden an de virtuele toegang tot het parlement en minder op e fysieke toegang die altijd problematisch zal blijven. Mevrouw Maija-Leen Paavola, secretaris-generaal an het Fins Parlement, merkt op dat het Parlement in 017 zijn historisch gebouw na twee jaren van renovatie eeft heropend en dat het aantal bezoekers sindsdien s verdubbeld tot 60 000 bezoekers per jaar. Bijgevolg erd de toegang om veiligheidsredenen beperkt. Op dit genblik moet een afspraak worden gemaakt om het ebouw binnen te komen. De heer Claes Martensson, secretaris-generaal van het weeds Parlement, benadrukte dat zijn Parlement blijft nzetten op openheid. Alle burgers moeten zich welkom oelen. Om die reden zijn er vele publieke hoorzittingen n debatten, rondleidingen en studiebezoeken; het is en fundamenteel recht van de burger om zicht te heb- en op het parlementaire besluitvormingsproces. Het weeds Parlement heeft geen bezoekerscentrum. Het s wel zo dat commissievergaderingen niet publiek zijn, enzij anders wordt beslist. De heer Socratis Socratous, waarnemend secretaris- eneraal van het Cypriotisch Parlement, verwijst naar penheid als verbindende factor tussen de uitwisseling an informatie en transparantie. Veiligheidsmaatregelen ogen dus nooit leiden tot een overdreven inperking an deze openheid. Ook moet worden gewaakt over et feit dat geen misbruik mag worden gemaakt van ersoonlijke gegevens die worden verzameld van de ezoekers, en dat er geen negatieve impact mag zijn p de parlementaire werkzaamheden. De heer Horst Risse, secretaris-generaal van de Duitse undestag, bevestigt dat er een evenwicht moet worden evonden tussen openheid en veiligheid. In Berlijn is de olitie van de Bundestag samen met de overheidspolitie evoegd voor de beveiliging van de omgeving van het arlement, een doorgedreven veiligheidscontrole aan e ingang en controle in het gebouw zelf. De plenaire ergaderingen zijn openbaar en trekken elk jaar 50 000 ezoekers. Wanneer men de bezoekers aan de koepel an het gebouw, de deelnemers aan de rondleidingen n de deelnemers aan vergaderingen daarbij optelt, omt men aan twee miljoen bezoekers per jaar. Het s een feit dat de toegang tot het Parlement de laatste aren is beperkt uit vrees voor terroristische aanslagen. m die reden moet men zich thans vooraf registreren n persoonlijke gegevens doorgeven. De Bundestag eeft recent beslist om een bezoekerscentrum te bou- en in de onmiddellijke omgeving van het gebouw van e Reichstag. De heer Albino Azevedo Soares, secretaris-generaal an het Portugees Parlement, benadrukt de educatieve ol die een parlement moet spelen; openbare plenaire ergaderingen, rondleidingen, culturele evenementen n zittingen van het jongerenparlement zijn daarom an groot belang. Ook de juiste communicatiemiddelen oals de parlementaire televisie, sociale media en een erformante website, moeten de openheid en transpa- antie van het parlement vergroten. Mevrouw Agnieszka Kaczmarska, secretaris-generaal an de Poolse Sejm, stelt dat openheid voor haar par- ement een topprioriteit is. Naast openbare plenaire en ommissievergaderingen wordt vooral ingezet op een eer druk bezochte website waar de agenda’s van de ergaderingen en de werking van het wetgevende werk n detail worden besproken. Verzoeken die burgers via e website maken, leiden geregeld tot wetgevende ini- iatieven die er dan weer voor zorgen dat meer burgers e werkzaamheden volgen en zo de kloof tussen burger n overheid verkleinen. Het is duidelijk dat er steeds en veiligheidsdreiging is, zowel in realiteit als online. m die reden moet openheid hand in hand gaan met eiligheidsmaatregelen die de werking van de instelling lijven garanderen. Imprimerie centrale – Centrale drukkerij