Wetsvoorstel Tot wijziging van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus met het oog op de versterking van de positie van de commissaris-generaa
Documentdetails
Volledige tekst
13 november 2019 WETSVOORSTEL tot wijziging van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus met het oog op de versterking van de positie van de commissaris-generaal (ingediend door mevrouw Meryame Kitir) SAMENVATTING Dit wetsvoorstel strekt ertoe de positie van de com- issaris-generaal bij de federale politie te versterken. et verwijdert de noodzaak de bevoegde ministers teeds op de hoogte te brengen van een beslissing enomen door de commissaris-generaal bij gebrek an consensus. Ook wordt de commissaris-generaal angesteld als hiërarchische chef van de gehele fede- ale politie, en krijgt hij expliciet de bevoegdheid om anuit zijn leidinggevende positie bindende bevelen, nderrichtingen en richtlijnen te geven aan alle leden an de federale politie. Tenslotte verwijdert het de ogelijkheid om beslissingen van de commissaris- eneraal te laten herroepen, tenzij door de bevoegde inisters in gezamenlijk optreden. 00907 Groen basisnummer en volgnummer Schriftelijke Vragen en Antwoorden Voorlopige versie van het Integraal Verslag V Beknopt Verslag Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) Plenum Commissievergadering Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) TOELICHTING DAMES EN HEREN, Het directiecomité van de federale politie functioneert omenteel volgens een consensusmodel, waarbij stra- egische beslissingen collectief worden genomen door et directiecomité, waarin de commissaris-generaal n de drie directeurs-generaal zetelen, en waarbij de evoegdheid van de commissaris-generaal beperkt blijft ot beslissingen van beleidsmatige aard. De onderzoeks- ommissie ‘Terroristische aanslagen’ maakte daarbij e bedenking dat het consensusmodel weliswaar het raagvlak van genomen beslissingen bevordert, maar dat e besluitvorming daardoor in nogal wat gevallen traag erloopt, wat bovenal in tijden van crisis onwenselijk is. Met het oog op een versterking van de geïntegreerde erking van de federale politie achtte de onderzoekscom- issie een eenheid van leiding en een duidelijke keten an bevel noodzakelijk. De commissaris-generaal dient erhalve beschouwd te worden als de hiërarchische chef an de gehele federale politie, zowel op het centrale als p het gedeconcentreerde niveau. In die optiek is een erduidelijking van de enigszins dubbelzinnige wettelijke egeling vereist. Zo bepaalt artikel 99, eerste lid van de et van 7 december 1998 dat de federale politie onder eiding staat van de commissaris-generaal, wat blijkens rtikel 93, § 4, van dezelfde wet impliceert dat alle alge- ene directies, directies en diensten van de federale olitie onder de commissaris-generaal ressorteren. Daar taat echter tegenover dat de wet van 7 december 1998 en relatief autonome positie aan de directeurs-generaal oekent. Enerzijds kan de commissaris-generaal slechts n welbepaalde gevallen een beslissing van een directeur- eneraal herroepen, terwijl anderzijds binnen het direc- iecomité van de federale politie een consensusmodel ordt vooropgesteld, waarbij de commissaris-generaal eliswaar kan beslissen indien er geen consensus kan orden bereikt, doch in voorkomend geval hiervan de inister van Binnenlandse Zaken en – voor wat de ge- echtelijke opdrachten betreft – de minister van Justitie p de hoogte moet brengen. Dat artikel 8bis, § 3, van e wet van 7 december 1998, werd sinds 2014 slechts n twee gevallen toegepast. De onderzoekscommissie achtte het streven naar en consensus tussen de commissaris-generaal en de irecteurs-generaal belangrijk. Dit uitgangspunt dient dus ehouden te blijven. Dit neemt evenwel niet weg dat de uidige beperkingen inzake de beslissingsmacht van de ommissaris-generaal afbreuk doen aan de efficiënte erking van de federale politie. In die optiek moet in de wet van 7 december 1998 uidelijk worden gesteld dat de commissaris-generaal, anuit zijn leidinggevende positie, bindende bevelen, nderrichtingen en richtlijnen kan geven aan de direc- eurs-generaal. In de tweede plaats is een aanpassing an artikel 100 van de wet van 7 december 1998 aan- ewezen, in die zin dat de commissaris-generaal, in eval daartoe aanleiding bestaat, steeds de beslissing an een directeur-generaal moet kunnen herroepen. e commissaris-generaal treedt hierbij – zoals thans eeds het geval is – op onder het gezag van de ministers an Binnenlandse Zaken en Justitie. De mogelijkheid oor de betrokken directeur-generaal om zich tot deze inisters te wenden, met het oog op een herroeping an de beslissing van de commissaris-generaal, dient venwel te worden geschrapt
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 1 Artikel 1 verwijst naar de grondwettelijke evoegdheidsverdeling.
Art. 2 Artikel 2 verwijdert de noodzaak de bevoegde ministers teeds op de hoogte te brengen van een beslissing die enomen is door de commissaris-generaal bij gebrek an consensus. Het uitgangspunt blijft echter dat be- lissingen in principe bij consensus genomen worden.
Art. 3 Artikel 3 versterkt de positie van de commissaris- eneraal door hem aan te stellen als hiërarchische hef van de gehele federale politie, en hem expliciet e bevoegdheid te geven om vanuit zijn leidinggevende ositie bindende bevelen, onderrichtingen en richtlijnen e geven aan alle leden van de federale politie.
Art. 4 Artikel 4 verwijdert de mogelijkheid om beslissingen an de commissaris-generaal te laten herroepen, tenzij oor de bevoegde ministers in gezamenlijk optreden. Meryame KITIR (sp.a) Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in rtikel 74 van de grondwet. In paragraaf 3 van artikel 8bis van de wet van 7 de- ember 1998 tot organisatie van een geïntegreerde olitiedienst worden de woorden “en brengt hij de mi- ister van Binnenlandse Zaken en de minister van ustitie indien het zijn bevoegdheid betreft, hiervan op e hoogte” opgeheven. In artikel 99 van dezelfde wet worden volgende wij- igingen aangebracht: 1) het tweede lid wordt aangevuld met volgende oorden: “De commissaris-generaal is de hiërarchische verste van de federale politie. Hij beschikt daartoe over e bevoegdheid om bindende bevelen, onderrichtingen n richtlijnen te geven aan alle personeelsleden van de ederale politie.” 2) In het derde lid wordt het woord “rechtstreeks” ver- angen door de woorden “via de commissaris-generaal”.
Artikel 100 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 100. De algemene directies staan onder leiding an de directeurs-generaal. Zonder zich te kunnen inmengen in de uitvoering van psporings- of gerechtelijke onderzoeken, bevestigt of erroept de commissaris-generaal de beslissingen van en directeur-generaal. De beslissing van de commissaris-generaal wordt in it geval genomen onder het gezag van, en kan op haar eurt worden herroepen door, de ministers van Justitie n van Binnenlandse Zaken die gezamenlijk optreden. ndien de beslissing van de commissaris-generaal en weerslag heeft op een opsporings- of gerechtelijk nderzoek, wordt het voorafgaand niet-bindend advies an de federaal procureur ingewonnen.” 6 november 2019 Imprimerie centrale – Centrale drukkerij