Amendement tot wijziging van de wetgeving wat betreft de regulering van de prijs van aardgas en elektriciteit betreffende een prijsplafonnering en het opnieuw instellen van een controle op de gas- en elektricite
Documentdetails
📁 Dossier 52-0022 (3 documenten)
🗳️ Stemmingen
Betrokken partijen
Sprekers (22)
Volledige tekst
NAMENS DE COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET WETENSCHAPSBELEID, DE NATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN CULTURELE INSTELLINGEN, DE MIDDENSTAND EN DE LANDBOUW UITGEBRACHT DOOR MEVROUW Colette BURGEON EN DE HEER Willem-Frederik SCHILTZ WETSVOORSTEL tot wijziging van de wetgeving wat betreft de regulering van de prijs van aardgas en elektriciteit Voorgaande documenten: Doc 52 0022/ (B.Z. 2007): 001: Wetsvoorstel van de dames Douifi , Lalieux en de heer Van der Maelen. 002: Verslag. Doc 52 0026/ (B.Z. 2007): 001: Voorstel van resolutie van de dames Gerkens, Van der Straeten en de heer De Vriendt. 002: Amendement. 003
VOORSTEL VAN RESOLUTIE
betreffende een prijsplafonnering en het opnieuw instellen van een controle op de gas- en elektriciteitsprijzen door de onafhankelijke instrumenten ter regulering van die markten te versterken VERSLAG BIJLAGEN 26 november 2007
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft) PLEN : Plenum COM : Commissievergadering MOT : moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
A. — Vaste leden/Membres titulaires: CD&V - N-VA : Jan Jambon, Katrien Partyka, Ilse Uyttersprot, Liesbeth Van der Auwera MR : Olivier Hamal, Kattrin Jadin, Pierre-Yves Jeholet PS : Colette Burgeon, Karine Lalieux Open Vld : Willem-Frederik Schiltz, Bart Tommelein VB : Bart Laeremans, Bruno Valkeniers sp.a-spirit : Dalila Douifi , Freya Van den Bossche Ecolo-Groen! : Philippe Henry cdH : Melchior Wathelet Samenstelling van de commissie op Composition de la commissio Voorzitter/Préside
A Hoorzittingen van 23/10/2007 : Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG); FOD Economie – DG Mededinging; Test-Aankoop; VBO; Unie van zelfstandige Ondernemers – Union des classes moyennes – Liberaal Verbond Zelfstandigen; ACV – ABVV – ACLVB; FOD Economie – DG Energie. B Hoorzittingen van 06/11/2007 : Electrabel; Distrigas; Société Publique d’Electricité; Inter-Regies; Intermixt; Nuon; Lampiris; Ecopower; Europese Commissie – DG Energie en Vervoer; Prof. Guido Pepermans. C Vragen en antwoorden
A
HOORZITTINGEN
V A
AUDITIONS DU UITEENZETT CR
OPLEGGEN VAN MAXIMUMPRIJZEN
Oplossing voor het slecht functioneren van de markt
INHOUDSOPGAVE
I. Neen, want
II. Ja, want
III. Indien ja, modaliteiten bepalen
IV. Alternatief voorstel
I. NEEN, WANT
A. Kan het functioneren van de markt fnuiken: 1. price cap te hoog: • excessieve winsten de consumenten betalen te veel 2. price cap te laag: vermindering van de concurrentie (belet de intrede van nieuwe spelers, terugtrekken van bestaande actoren, faillissementen) bedreigt de bevoorradingszekerheid 3. bemoeilijkt de transparantie van de markt de consumenten betalen niet noodzakelijk de marktwaarde van wat ze kopen HOORZITTING MET DE H AUDITION DE M. C
B. Kan gesanctionneerd worden door de Europese Commissie omwille van: – bemoeilijkt de concurrentie; wordt gelijk gesteld aan staatssubsidie 4. Geplande procedure in de gassector tegen 10 landen die regulerende maatregelen hebben aangenomen Alleen indien het crisismaatregelen betreffen die: tot doel hebben op aangepaste wijze en proportioneel te reageren (zonder verstorende effecten voor de markt en de betrokken actoren) na grondige analyse van de problemen die moeten opgelost worden (monitoring); overgangsmaatregelen betreffen (strikt beperkt in de tijd om te beantwoorden aan het probleem); gemotiveerd zijn en zich verantwoorden in het algemeen belang; toelaten de concurrentie verder te ontwikkelen of indien dit niet het geval is de concurrentie achteraf verder te laten ontwikkelen; geen perverse effecten inhouden op gebied van financiering van de verloren brutowinsten (die moeten toelaten om de kosten van de ODV’s die hun zijn opgelegd te dekken zonder dat dit leidt tot complexe en ongelijke bijdragesystemen); transparant en niet discriminatoir zijn.
II. JA, WANT
A. Kan misbruiken voorkomen beschermt de meest zwakke consumenten zet een rem op de volatiliteit van de prijzen beperkt de winsten die gegenereerd worden door: de gratis toekenning van de emissiequota’s de monopolierente van de historische actoren (bijv. de nucleaire centrales) onuitgelegde prijsevoluties (bijv. studie van de CREG over de aardgasprijsverhoging)
B. Is reeds voorzien in de wet C. Bestaat reeds in België
- voor sociale tarieven
- maximumprijzen voor gedropte klanten
- maximumprijzen vastgelegd door de Minister
III
INDIEN
JA, MODALITEITEN BEPALEN INLEIDING De maximumprijzen bestrijden het symptoom maar lossen de kwaal niet op en moeten op een correcte wijze worden vastgesteld => Noodzaakt het toezicht op de marktmechanismen • op alle niveaus, inbegrepen productie en levering • op continue wijze NB er is niet langer een economisch samenwerkingsverband in de schoot van CPTE => maakt de oplegging van een unieke maximumprijs voor alle producenten zeer delicaat Want maximumprijzen: moeten een sanctie zijn van een misbruik moeten in lijn zijn met de prijs die zou tot stand gekomen zijn bij een efficiënte marktwerking moeten beperkt zijn tot de prijscomponent waar de scheeftrekking is vastgesteld en beperkt tot de klanten die het nadeel ervan hebben moeten dragen moeten tijdelijk zijn tot het moment waarop de markt functioneert 5. de correctieve maatregelen voor de functionering van de markt moeten in gebruik kunnen gesteld worden om een duurzame oplossing van het probleem mogelijk te maken
Wanneer zal de markt normaal functioneren? Creëren van level playing field, Europese dimensie uitbreiden van de interconnectiecapaciteiten met Duitsland, Nederland en UK en behoud van de Frans-Belgische interconnectiecapaciteit; waardoor de fysische leverbaarheid wordt verbeterd en een concurrentie tussen evenwaardige spelers tot stand wordt gebracht uniformisering van de definities (bijv. base load en peak load) en de technische marktprocedures (bijv. veilingen van transmissiecapaciteiten) Creëren van een level playing field, nationale dimensie toegang tot dezelfde informatie voor alle actoren van de markt (bijv. klantendatabank) Om deze opdracht te verwezenlijken heeft de regulator behoefte aan bevoegdheden en middelen toegang tot alle noodzakelijke informatie, toegekend door de wet en de breedst mogelijke controlebevoegdheden (bijv. Distrigaz) Personeel toegewijd aan de marktmonitoring Beheerscomité + Controlecomité : 29 personen CREG – Directie prijzen: 17 personen Geen maximumprijzen zonder monitoring Monitoring is eveneens onmisbaar voor : het verhinderen van prijsmanipulaties op een onvolmaakte markt het creëren van een klimaat van vertrouwen voor de ontwikkeling van de concurrentie en van investeringsprojecten in lijn met het derde pakket van maatregelen voorgesteld door de Europese Commissie Maatregelen teneinde de « regulatoren toegang te verstrekken tot de gegevens van de operatoren om het gedrag van de marktactoren te bestuderen en teneinde aan deze laatste op te leggen van alle gegevens met betrekking tot beslissingen en met betrekking tot commerciële transacties bij te houden»
- De bevoegdheid te verlenen aan de CREG om
M
JACQUES
FOD-ECONOMIE – SPF ÉCONOMIE –
Hoorzitting met de heer Jacques Steenbergen (directeur-generaal bij het Directoraat Mededinging van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie) De heer Jacques Steenbergen (directeur-generaal bij het Directoraat Mededinging van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie) onderstreept dat de gas- en elektriciteitsmarkten van elkaar verschillen. Bovendien hebben de operatoren die op die markten actief zijn soms sterk uiteenlopende kostenstructuren. De spreker beklemtoont de inspanningen die nog moeten worden geleverd om de openstelling van de gas- en elektriciteitsmarkten te bevorderen. Hij relativeert het tarievenvraagstuk, en onderstreept dat de in België geldende gas- en elektriciteitsprijzen niet tot de hoogste in Europa behoren. Bovendien behoren de prijzen van de historische operator niet tot de hoogste in België. Volgens hem moet in aanmerking worden genomen dat de energieprijzen voortaan zullen worden gekenmerkt door een sterke volatiliteit en door een stijgende tendens, waardoor ze onherroepelijk duurder zullen worden. De maatregelen die eventueel kunnen worden genomen, zullen die stijgende tendens niet kunnen verhinderen, maar wel afzwakken. De heer Steenbergen voegt daaraan toe dat de energieprijzen in specifieke gevallen kunnen dalen, met de precisering dat de in 2007 gehanteerde prijzen lager uitvallen dan die welke in 2006 gemiddeld golden. De spreker licht toe dat het vraagstuk van de tenuitvoerlegging van aanvullende regulering een politieke aangelegenheid is. Hij maakt het grootste voorbehoud inzake de kwestie of het al dan niet relevant is maximumprijzen op te leggen, en hij beklemtoont de kwalijke gevolgen die de tenuitvoerlegging van een dergelijke maatregel kan hebben. Als het erom gaat in geval van crisis tijdelijk maximumprijzen op te leggen, is volgens de spreker het definiëren zelf van het begrip «crisis» op zich al een kiese aangelegenheid. Hij voegt daaraan toe dat ook de vastlegging van criteria om een dominante marktspeler te bepalen een ingewikkelde kwestie is; daarbij moet niet alleen rekening worden gehouden met het marktaandeel, maar dienen ook andere beoordelingscriteria in aanmerking te worden genomen. Hij suggereert zich te inspireren op de wetgeving die van kracht is in de telecommunicatiesector, waar het begrip «significant marktaandeel» vastgelegd is op 25%. De heer Steenbergen onderstreept dat het ten uitvoer te leggen beleid moet anticiperen op de toekomstige ontwikkelingen, en dat het niet beperkt mag blijven tot inderhaast genomen maatregelen, noch tot een «expectation
management». Hij gaat er vanuit dat de uitbouw van bijkomende verbindingen en de daaruit voortvloeiende verhoging van het aantal spelers op de markt ten dele een passend antwoord kunnen bieden op de toestand waarmee men thans te maken heeft.
TEST-AANKOOP
Liberalisering elektriciteit en gas Maximumprijs Hoorzitting Kamer van 23 oktober 2007 STANDPUNT TEST-AANKOOP Hypothese van een goed en correct functionerende markt. Geliberaliseerde markt <> maximumprijs (= tegengestelde maatregelen) Indien markt niet correct functioneert Prioriteit : ª Voorstellen van de studie London Economics toepassen ª Sterke en onafhankelijke regulator ª Statuut SMP invoeren (zie telecom sector). Definitie van SMP uitbreiden tot geassocieerde en verbonden ondernemingen aan de dominante marktspeler. Subsidiair : ª Maximumprijs + begeleidende maatregelen Andere voorgestelde maatregelen : ª Indien taks op afgeschreven centrales dan maximumprijs invoeren (zoniet betaalt de consument de taks). Duurtijd van de taks = levensduur van de centrales. Prijs in €/MWh Electrabel Concurrenten Maximum Prijs Winstmarge Productiekost of aankoopprijs Actuele marktprijs Maximum Prijs = Electrabel realiseert een kleinere winstmarge maar zijn concurrenten verkopen met verlies TEST-AANK HOORZITTING MET AUDITION DE VBO Hoorzitting met de heer Van der Maren, Adviseur Toestand De Europese visie De Europese Commissie heeft een derde pakket wetgevingsvoorstellen op het gebied van gas en elektriciteit goedgekeurd1 teneinde de markten beter te doen werken en om het proces te voltooien dat met de eerste twee reeksen gas- en elektriciteitsrichtlijnen was ingezet. Deze voorstellen betreffen: de scheiding tussen de activiteiten van de netbe-
heerders en de productie- en leveringsactiviteiten2; de uitbreiding van de bevoegdheid en de onafhan-
kelijkheid van de regelgevende instanties; de oprichting van een Europees agentschap voor de
samenwerking tussen nationale energieregelgevers; de uitbreiding van de samenwerking tussen de
Europese transmissienetbeheerders (TNB’s). Op geen enkel moment heeft de Commissie de toepassing van maximumprijzen overwogen. Gaan de bewuste voorstellen niet in tegen de filosofie van de Commissie zelf, zelfs al is het maar bij wijze van overgang? Bovendien worden, zoals vermeld in de jongste studie van de CREG over de verhoging van de aardgas- en elektriciteitsprijzen «maximumprijzen als vorm van eindprijsregulering ook door Europa nauwlettend in het oog gehouden. Zo startte de Europese Commissie in 2006 de vervolging van een aantal lidstaten, die hun energiemarkt nog niet correct hadden geopend, onder meer op grond van het voortbestaan van gereguleerde eindprijzen. Ook de Europese groep van regulatoren voor elektriciteit en gas (ERGEG) pleit in een recente positienota voor het afschaffen van gereguleerde prijzen voor eindverbruikers omdat dergelijke prijzen het doel van consumentenbescherming en -participatie door concurrentie zou hinderen3». Voorstellen van 19 september 2007 via ofwel de ontvlechting van eigendommen, ofwel een systeem van onafhankelijk beheerder (ISO of ‘Independent System Operator’) 3 STUDIE (F)070727-CDC-704 over «de door Electrabel aangekondigde verhoging van de aardgas- en elektriciteitsprijzen» - 27 juli 2007
Een regionale markt: Frankrijk, Duitsland en de Benelux Het «Penta Lateral Energy Forum4» is bezig met de organisastie van de regionale gas- en elektriciteitsmarkt tussen Frankrijk, Duitsland en de Benelux. Dit gemeenschappelijk initiatief van België en Nederland is veelbelovend. De regionale markt komt beetje bij beetje tot stand. Op deze geregionaliseerde markt zijn de productiecapaciteiten van GdF-Suez lager dan die van andere grote operationele groepen op de markt. Zou het niet beter zijn de Belgische inspanningen toe te spitsen op de verwezenlijking van die regionale markt, veeleer dan op de invoering van een mechanisme dat dwingend is voor onze markt en weinig bevorderlijk voor de uitbreiding ervan? Belpex-beurs De Belgische elektriciteitsbeurs Belpex, die gekoppeld is aan de markten van Frankrijk en Nederland, werkt betrekkelijk goed. De prijzen op de Belgische, Franse en Nederlandse beurs zijn in 60 à 70% van de tijd identiek. Gedurende 15% is de Belgische beurs gekoppeld aan de Franse beurs en 15% van de tijd is ze alleen aan de Nederlandse beurs gekoppeld. Gedurende 2% van de tijd is er geen enkele koppeling tussen de drie beurzen. De inbedrijfstelling van de dwarsregelaars aan de noordergrens en de capaciteitsontwikkeling aan de zuidergrens zullen de toestand op termijn nog verbeteren. Op 13 oktober bereikten de op Belpex verhandelde volumes een record van 16,7% van het gemiddelde Belgische verbruik. Zet de invoering van een maximumprijs op het niveau van de beurs (cf. ontwikkeling van het wetsvoorstel) de werking zelf van de beurs niet weer op losse schroeven? Is hij verenigbaar met de beurs die door veel actoren schijnt geapprecieerd te worden? Gebrek aan investeringen De CREG publiceerde onlangs een studie over «de ontoereikende productiecapaciteit van elektriciteit in België». Zij stelt daarin vast dat, door een gebrek aan investeringen in de productie tijdens de voorbije jaren, zich op korte termijn problemen (van afstemming tussen vraag en aanbod) dreigen voor te doen tijdens de komende jaren. Volgens haar is/zijn er: 4 Bestaande uit regeringen, administraties en regelgevende instanties van de verschillende landen.
– een verhoogd risico op black-out; – een grotere gevoeligheid voor prijspieken als gevolg van de schaarste aan middelen, waarvan de oorzaak zowel binnen het nationale grondgebied als in de naburige elektriciteitszones kan liggen; – moeilijkheden van spanningsregeling ten gevolge van massale invoer en het capaciteitstekort voor de productie van reactieve energie binnen onze grenzen. Tot slot zegt zij dat het noodzakelijk is «een beleid op te stellen ter bevordering van de investeringen in bijkomende productiecapaciteit, indien mogelijk door andere marktspelers dan de dominante producent. Op dit gebied doet men er zeker beter aan te vermijden de marktprijzen op kunstmatige wijze te beïnvloeden. Daarentegen is het wel wenselijk om voorrang te geven aan maatregelen die de aantrekkingskracht van de Belgische markt voor mogelijke nieuwkomers vergroten. In dat verband zou het opstellen van een transparant, niet discriminerend en aantrekkelijk beleid met betrekking tot het tarief voor de aansluiting van nieuwe productie-eenheden, alsook een efficiënte toepassing van artikel 4, § 4, van de elektriciteitswet, zeker het overwegen waard zijn5.» Aantrekkelijkheid van de markt Zowel voor nieuwkomers als voor actoren die al op de markt aanwezig zijn, hangt de commerciële zekerheid van de markt onder meer af van de mogelijkheid om de prijzen toe te passen. Een interventie van de CREG op dat vlak dreigt als een rem te worden opgevat en dreigt mogelijke nieuwkomers te ontmoedigen. Dreigen leveranciers die hun prijzen wensen toe te passen, hun gaslevering niet op andere meer winstgevende markten af te stemmen als ze geblokkeerd in België zijn? Indien, meer bepaald, de historische marktspeler geconfronteerd zou worden met een maximumprijs die lager is dan de prijzen van zijn concurrenten, zouden de consumenten dan aangespoord worden om van leverancier te veranderen (nvdr: ‘cohabitatie’ van twee markten: een begrensde en een vrije)? Zou een dergelijke situatie de mededinging op de markt ontwikkelen? IV. Besluiten en aanbevelingen, STUDIE (F)070927-CDC-715 over «de ontoereikende productiecapaciteit van elektriciteit in België» - 27 september 2007.
Prijssignaal De gas- en elektriciteitsprijs is in meer dan één opzicht een signaal. Zo kunnen de volgende opmerkingen worden geformuleerd: de prijs is een signaal van het schaarser worden
van de brandstoffen. Als de consument niet de evolutie van de energieprijzen moet ondergaan, zal hij niet aangespoord worden om energiebesparende initiatieven te nemen en derhalve om bij te dragen aan de verbetering van het milieu; prijsregulering kan leiden tot weinig duidelijke
marktsignalen en kan aldus een risico van gebrek aan investeringen met zich brengen; de CREG is van mening dat de huidige wholesale-
prijzen onvoldoende zijn om een rendement op de toekomstige investeringen6 in een gasgestookte centrale7 te garanderen; de meeste deskundigen zijn ervan overtuigd dat
de energieprijs in de toekomst alleen maar zal kunnen stijgen. De band tussen de energieprijs en de liberalisatie van de markt moet gedifferentieerd worden; de prijs moet worden vergeleken met de prijzen van
de andere Europese en niet-Europese landen voor de ondernemingen die aan de internationale concurrentie onderhevig zijn; de Europese prijzen liggen over het algemeen hoger
dan in andere landen, met name in het licht van de verschillende aanvullende beleidsvoeringen op Europees (SER, CO2, …) en Belgisch niveau. Het geval Distrigas De overeenkomsten die werden gesloten tussen GdF-Suez en de Europese Commissie bepalen dat de gefuseerde groep GdF-Suez Distrigas afstaat. Dergelijke overeenkomst zou een nieuwkomer de mogelijkheid moeten bieden zich op de Belgische markt te vestigen en de hoofd concurrent van van GdF-Suez te worden. Dit is een gelegenheid om de concurrentie op de markt te laten toenemen. Zullen kandidaat-overnemers niet worden afgeremd door de invoering van een maximumprijs in België? Is dit geen bijkomend risico voor een nieuwkomer, te meer daar hij als enige meer dan 37% van de markt heeft
STUDIE
(F)060515-CDC-547 over «de noodzakelijke regulering voor het realiseren van mogelijke tariefdalingen binnen de diverse tariefcomponenten voor elektriciteit» - 15 mei 2006. Op basis van de spark spread die de marge aangeeft tussen de groothandelsprijs voor electriciteit en de groothandelsprijs voor aardgas, rekening houdend met de energie-efficiëntie van een gasinstallatie.
De regulator baas over de tarieven en de regeringen baas over de taksen Wat de elektriciteit voor de gezinnen betreft, vertegenwoordigen de distributie- en de transporttarieven ongeveer 40% van de factuur en worden ze gecontroleerd door de CREG. Daar moeten dan de taksen, de belastingen, de extra belastingen en allerlei heffingen door de diverse overheden worden aan toegevoegd. Een deel van de energiefactuur is aldus onder controle. De beslissingen van het Hof van Beroep te Brussel met betrekking tot de bevoegdheden van de CREG trekken jammer genoeg deze bevoegdheid in twijfel wat de tarieven van de DNB’s (distributienetbeheerders) betreft. Bovendien moet worden opgemerkt dat bij elke prijsverhoging de btw-ontvangsten van de Staat omhoog gaan. Zou het niet opportuun zijn deze bijkomende ontvangsten, die 85 miljoen tot 122 miljoen EUR belopen, toe te wijzen aan energie-efficiëntieacties voor de gezinnen? De kostprijs van de totaalfactuur zou erdoor dalen. Conclusies Het VBO is van mening dat de invoering van een maximumprijs (of van een soortgelijk mechanisme) niet wenselijk is. Daarentegen is het voorstander van initiatieven die de markt beter doen werken (transparantie, toepassing van art 4, § 4, bevoegdheid en onafhankelijkheid van de regulator, …). Het advies «London Economics» van de Algemene Raad van de CREG is trouwens in dit opzicht nog volop geldig. We moeten ons dus inspannen voor een betere werking van de subregio Benelux-Frankrijk-Duitsland, met eerbiediging van de markt en haar werking. STUDIE(F)070727-CDC-704 over «de door Electrabel aangekondigde verhoging van de aardgas- en elektriciteitsprijzen» - 27 juli 2007.
UN U LIBERAAL VERBO
UCM – UNIZO - LVZ
Hoorzitting met de heer Vanden Abeele (Adviseur UNIZO) 1
ANALYSE VAN DE ELEKTRICITEITS- EN
AARDGASPRIJZEN In principe zou de liberalisering van de Europese energiemarkten moeten leiden tot lagere prijzen voor particulieren en ondernemingen. Doel van liberalisering is meer concurrentie (verschillende leveranciers), vrije keuze van elektriciteits- en/of aardgasleverancier, afnameprofiel en contract, en daardoor lagere prijzen. Op vandaag moeten we evenwel vaststellen dat de energieprijzen niet gedaald zijn voor Belgische ondernemingen. Voor zelfstandigen en KMO’s kondigde Electrabel aan om zowel de aardgasprijzen als elektriciteitsprijzen op te trekken vanaf september 2007. De aardgasprijsstijgingen treffen volgens Electrabel-gegevens ruim 175.000 Belgische ondernemingen. De prijsstijgingen voor elektriciteit slaan op ruim 332.000 Belgische kleine bedrijven op laagspanning (LS). Deze doelgroep wordt dus twee keer getroffen. Ook andere energieleveranciers trekken ondertussen hun prijzen op. Uit het onderzoek dat het Directiecomité van de CREG, de federale regulator, uitvoerde in opdracht van de federale Minister van Energie blijkt dat de elektriciteitsprijs («commodity») voor het KMO-segment met een jaarlijks elektriciteitsverbruik tussen 7.500 kWh en 120.000 kWh, onder meer superettes, bakkerijen, zakenkantoren, kleine constructiebedrijven, zal oplopen met 8 à 18%. Voor dit segment maakt «commodity» circa 50 à 80% uit van de totale elektriciteitsfactuur. M.a.w. de elektriciteitsfactuur zal oplopen met 4 à 14%. Wie ook aardgas aankoopt aan Electrabel krijgt een supplementaire prijsstijging te verwerken. De elektriciteitsprijs voor kleine professionele afnemers is de som van de productieprijs (productiekost + marge), het distributienettarief, het transportnettarief en «bijdragen, taksen en heffingen». Niet alleen de energieleveranciers drijven hun prijzen op, ook de netbeheerders willen hun nettarieven verhogen. Volgens hen is dat nodig om het net te blijven onderhouden en te versterken, + aan te passen aan de gewijzigde situatie in de nabije toekomst met meer decentrale productieéénheden (vooral hernieuwbare). Zij verwijzen ook naar de toegenomen kosten om te voldoen aan de sociale en ecologische openbare dienstverplichtingen (ODV’s)
om de aangekondigde tariefstijgingen te verantwoorden. Distributienettarief en transportnettarief kunnen voor kleine professionele verbruikers oplopen tot 35 à 40% van de totale prijs, zodat ook dat een prijsstijging is die ondernemers in de nabije toekomst zullen moeten verwerken. Om te vermijden dat KMO’s ook in de volgende jaren geconfronteerd worden met bruuske prijsverhogingen vragen we meer marktwerking op de elektriciteits- en aardgasmarkt. Daartoe moet de overheid dringend een combinatie van maatregelen cumulatief op het terrein uitvoeren.
2
VEREISTE OVERHEIDSMAATREGELEN
Fusie Suez – Gaz de France (GdF) koppelen aan strikte en formele fusievoorwaarden Meer mededinging kan enkel als een fusie tussen Gaz de France en Suez gekoppeld wordt aan strikte en formele fusievoorwaarden. Zo moet concurrentie op het niveau van de productie gegarandeerd worden. Er zijn structurele maatregelen vereist die leiden tot een échte vrije markt met spelers die elkaar waard zijn, wat automatisch leidt tot lagere energieprijzen voor zelfstandigen en KMO’s. Hoeveel spelers dat moeten zijn? Minstens 3, maar mogelijks meer….. Het moet gaan om formele verbintenissen gekoppeld aan een tijdspad voor uitvoering van concrete engagementen. Uiteraard is afstemming en aftoetsing met Europa vereist. 2. Ontvlechting De maatregelen voor verdere «ontvlechting» moeten onverkort uitgevoerd worden zodat het stroom- en aardgasnetbeheer volledig onafhankelijk wordt van productie en verkoop. Een scheiding tussen energieproductie en netwerkuitbating is noodzakelijk voor een goede marktwerking. Ook Europas bevestigde herhaaldelijk haar wil om de verticaal geïntegreerde energieconcerns verder op te splitsen. Terecht aanziet Europa de geïntegreerde energieconcerns (in hun land «de nationale kampioen») als een rem op goedkope energievoorziening. 3. Voor België vragen wij aan de onderhandelaars voor een nieuwe federale regering maximale garanties
om te verzekeren dat het voordeel van het langer openhouden van nucleaire centrales aan de verbruikers ten goede komt. 4. Verbeteren en versterken van de interconnectie Dat de elektrische interconnectie tussen België en haar buurlanden moet versterkt worden staat buiten discussie. Dit is nodig om intensieve stroomuitwisselingen (import, export en transit door België) in een vrijgemaakte Europese markt mogelijk te maken, wat de concurrentie op de Europese markten zal bevorderen, maar ook om risico’s op incidenten (bv. een black-out) te verkleinen. De toename van de transmissiecapaciteit tussen bv. Frankrijk en de Benelux is door de Europese Commissie tot een van de prioritaire projecten van de Trans-Europese energienetwerken uitgeroepen. Wij roepen de overheid op om de door de netbeheerders voorgesteld projecten ter versterking van bestaande interconnectielijnen onverkort uit te voeren. Sommige projecten zijn al uitgevoerd of nog in uitvoering, andere (bv. de lijn Moulaine – Aubange) zitten nog in de pipeline of zijn nog niet opgestart. De door de netbeheerders voorgestelde projecten zouden ten laatste tegen 2010 gefinaliseerd moeten zijn. 5. Raamwerk voor nieuwe investeringen Vroeger was België een netto-exporteur van elektriciteit, maar sinds het begin van de jaren ’90 zijn we nettoimporteur geworden. Een té grote afhankelijkheid van import correleert negatief met bevoorradingszekerheid en het risico op stroompannes. Bovendien is er het indirecte effect van negatieve invloed op de handelsbalans. Naast een verbeterde interconnectie zijn daarom ook nieuwe investeringen in België dringend noodzakelijk, want momenteel is er onvoldoende productiecapaciteit in ons land. Daarom moet België een raamwerk ontwikkelen om nieuwe investeringen te bevorderen. Daarbij moet gestreefd worden naar een goede, evenwichtige energiemix op basis van de verschillende primaire energiedragers, inclusief kernenergie. Alleen op die manier kunnen maximale leveringszekerheid, kleinere prijsschommelingen én competitieve prijzen gegarandeerd worden. België moet dringend werk maken van een goede afstemming tussen de verschillende instanties die concessies verlenen, vergunningen afleveren voor bouw en exploitatie, en de toegang tot de elektriciteitsnetten regelen. Ook is meer duidelijkheid en rechtszekerheid nodig over het CO2-regime na 2012. Op die manier zorgt België voor een stabiel en rechtszeker investeringskader.
Als het Belgische beleid er in slaagt om opnieuw voldoende productiecapaciteit op te bouwen, en nettoexporteur te worden, dan kan het - op termijn – zelfs een centrale plaats innemen in een toekomstig Europees elektriciteitsnetwerk. Indirect zal dat een gunstig effect hebben op de handelsbalans. Voor aardgas heeft België met de hub en terminal van Zeebrugge belangrijke troeven in handen om de aardgasdraaischijf van West-Europa te worden. Naast de reeds vermelde «ontvlechting» zal ook hier een rechtzeker en stabiel investeringskader vereist zijn. 6. De verdere uitbouw van een West-Europese elektriciteitsbeurs moet eveneens bijdragen tot een betere marktwerking en betere prijzen. Sinds begin november 2006 is de Belgische elektriciteitsbeurs Belpex actief, deze werkt samen met de Franse en Nederlandse elektriciteitsbeurzen Powernext en APX, waardoor marktpartijen kunnen genieten van interessante stroomaanbiedingen uit Frankrijk, België en Nederland. Grote en kleine elektriciteitsproducenten, industriële bedrijven en makelaars kunnen er stroom kopen en verkopen op de kortetermijnmarkt. Het vermarkt volume bedraagt momenteel 7% van het Belgische elektriciteitsverbruik. De positieve gevolgen zijn nu al merkbaar: de prijsverschillen tussen de drie landen worden kleiner, er is een betere benutting van de dagcapaciteit aan de grenzen, de beschikbare transmissiecapaciteit aan de grenzen wordt beter gebruikt, en het marktmechanisme leidt tot relatief lagere prijzen. Verder uitbouw van deze beurs, met bv. uitbreiding met de Duitse markt, moet leiden tot een grotere bijdrage aan de marktwerking in West- Europa. 7. Sterkere regulator met meer mogelijkheden om in te grijpen in voorstellen distributienetbeheerders: Enkele Arresten van het Hof van Beroep beknotten de bevoegdheid van de CREG bij het beoordelen van distributienettariefvoorstellen van distributienetbeheerders (intercommunales). De CREG zou niet bevoegd zijn om afschrijvingspercentages (net-infrastructuur) op te leggen, waardoor de CREG die boekhoudkundige gegevens van distributienetbeheerders moet aanvaarden. Er is nood aan een sterke regulator die alle kosten van netbeheerders evalueert en deze ook kan aanpassen indien zij oordeelt dat ze onredelijk, niet gepast, of niet helemaal terzake zijn. Enkel op die manier kan oordeelkundig geëvalueerd worden of de in de nettarieven doorgerekende kosten ook bedrijfseconomisch te verantwoorden zijn als een efficiënte uitvoering van door de overheden opgelegde taken. Dergelijke regulering
is noodzakelijk omdat de netbeheerders een monopolie hebben. De overheid moet de bevoegdheden van de regulator om in te grijpen in de nettarieven duidelijk en ondubbelzinnig inschrijven in wetgeving. Op die manier wordt voorkomen dat de functie van de regulator feitelijk uitgehold wordt door rechtspraak, dit in het belang van alle energiegebruikers, gezinnen én KMO’s.
3. MAXIMUMPRIJZEN
, PRIJSBLOKKERINGEN ….(EVENTUEEL TIJDELIJK)? Dit is niet de juiste remedie, maximumprijzen kunnen door Europa betwist worden. Immers, volgens Europese Richtlijnen mogen overheden zich niet meer mengen in het vastleggen van de prijs van de energiecomponent. Prijsblokkeringen verstoren de markt en zorgen ervoor dat er nog minder prikkels zijn tot concurrentie dan nu het geval is. Daarmee schrik je potentiële nieuwkomers op de Belgische markt af. Enkel maximaal inzetten op het verder openbreken van de markt kan leiden tot meer concurrentie, meer marktspelers en scherpere prijzen voor KMO’s en gezinnen
ABVV
ACV ACLVB
Hoorzitting met de mevrouw Panneels en de heer Van Daele (ABVV) Het ABVV bedankt de commissie-economie voor de uitnodiging om zijn standpunt te komen toelichten. Het onderstreept dat het de vaststellingen, analyses en bekommernissen deelt die tot uiting worden gebracht zowel in de toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving betreffende de regulering van de aardgas- en elektriciteitsprijzen als in de toelichting bij het voorstel van resolutie tot begrenzing van de prijzen en tot herstel van de controle op de gas- en elektriciteitsprijzen door versterking van de onafhankelijke instrumenten tot regulering van die markten. De persmededelingen die het ABVV de jongste maanden publiceerde (cf. bijlage), getuigen van het feit dat het die analyses deelt en dat het herhaaldelijk gepoogd heeft de publieke opinie te waarschuwen. Vorige week nog - naar aanleiding van de werelddag van de strijd tegen armoede - wees het ABVV erop dat de vrije markt niet werkt in de gas- en de elektriciteitssector en dat de huidige regulering er schromelijk tekortschiet omdat de vigerende wetgeving de rol van de CREG verzwakt heeft. De in juli aangekondigde prijsstijgingen van gas – en dus ook van elektriciteit – lijken niet gerechtvaardigd, maar momenteel heeft het ABVV geen toegang tot de informatie (want zogezegd vertrouwelijk) zodat het dit niet kan verifiëren. De prijsstijgingen van elektriciteit ten gevolge van een verhoging van de distributietarieven zijn eveneens onaanvaardbaar. Op grond van de beschikbare informatie stelt het ABVV vast dat de distributietarieven in de periode 2003 tot 2005 zo sterk gedaald zijn (totale daling van 54% volgens de mededeling van de CREG van 12 oktober) dat de distributeurs nu de inkomstenderving die hun in die jaren door de CREG opgelegd werd, willen goedmaken. Die daling van de distributietarieven werd echter niet vertaald in prijsdalingen voor de gezinnen. Volgens onze analyse werden ze vertaald in een verhoging van de winstmarges van de producenten en de leveranciers, waarbij de eindprijs zich richtte naar de prijzen in de buurlanden. Als de distributietarieven nu zouden stijgen, dan zou dit niet vertaald worden in een daling van de winstmarges van diezelfde producenten, maar in een prijsverhoging om de winstmarges op peil te houden!
Dit is onaanvaardbaar en druist in tegen het algemeen belang. Er moet dus gezorgd worden voor een grotere transparantie en een grotere stabiliteit in die sectoren. Het ABVV heeft al herhaaldelijk gevraagd dat dringend maatregelen genomen worden om voor gas en elektriciteit maximumprijzen vast te leggen ten einde de verbruikers te beschermen, gezien de gebrekkige marktwerking. De regering had dit al in juli moeten doen (bij de aankondiging van de verhoging van de gasprijs), maar de betrokken minister vond het niet nodig in te grijpen. Die oplossing is een noodoplossing en kan helemaal niet als voldoende beschouwd worden. De bepaling van maximumprijzen voor gas en elektriciteit op de groothandelsmarkt, zoals voorgesteld door mevr. Douifien mevr. Lalieux en door de heer Van der Maelen, is eveneens een onontbeerlijke maatregel. Dit wetsvoorstel zou bovendien de rol van de CREG versterken. Die zou ervoor moeten zorgen dat de maximumprijzen bescherming bieden aan de huishoudelijke en professionele eindverbruikers die tariefdalingen zouden kunnen genieten. De CREG zou daarbij een betere toegang tot de informatie hebben, met daaraan gekoppeld administratieve boetes die zij zou kunnen opleggen als de voorziene informatieverplichtingen niet nageleefd worden. Het ABVV vindt ook dit een positief voorstel, maar wijst erop dat het van belang is niet alleen de rol van het directiecomité van de CREG maar ook die van de algemene raad te versterken. Wat de modaliteiten van het voorstel tot resolutie van de dames Gerkens en Van der Straeten en van de heer De Vriendt betreft, is het ABVV het eens met de doelstellingen. Het stelt daarbij voor dat erover gediscussieerd wordt in het kader van een daadwerkelijk sociaal overleg over het energiebeleid in ons land en meer bepaald over de economische en financiële structuur van de gas- en de elektriciteitssector. Vandaag bestaat dergelijk sociaal overleg niet en wij eisen het dan ook met kracht. Dergelijk overleg zou het mogelijk maken én beter rekening te houden met de sociaal-economische realiteit van de ondernemingen, de handelszaken, de gezinnen… én te zorgen voor een grotere stabiliteit in die sectoren omdat de sociale partners – waaronder de vakbonden die om en bij de drie miljoen leden en hun gezinnen vertegenwoordigen – het best geplaatst zijn om desnoods die stabiliteit te garanderen, in tegenstelling tot wisselende regeringen. Het ABVV maakt zich grote zorgen over de gevolgen van de fusie SUEZ-GDF. Het vindt dat die fusie het nemen van dringende maatregelen noodzaakt, waarbij de Belgische overheid zich de middelen geeft om de gas- en
de elektriciteitssector te controleren zowel om prijsstijgingen voor de Belgische consumenten te voorkomen (anders dreigen zij de rekening voor de uitbouw van de nieuwe groep in het buitenland te moeten betalen) als om de bevoorradingszekerheid van het land met aardgas te verzekeren. Het ABVV voegt er nog aan toe dat in de elektriciteitssector nog andere maatregelen dringend genomen moeten worden. Het is namelijk van het grootste belang dat het financiële voordeel van de afschrijving van de kerncentrales gerecupereerd wordt ten gunste van de elektriciteitsverbruikers die ervoor betaald hebben en niet, zoals nu het geval is, ten voordele van de eigenaars van de kerncentrales. Het ABVV wil die financiële middelen, die ingehouden zouden kunnen worden via een heffing op die «gestrande winsten» (uiteraard gekoppeld aan maximumprijzen op de groothandelsmarkt om te vermijden dat die hef- fing in de eindprijs doorgerekend wordt), aanwenden om maatregelen te nemen voor de beheersing van de vraag, voor energie-efficiëntie, onder meer door warmte-krachtkoppeling en hernieuwbare energieën te steunen. Voorts moet een ambitieus energierenovatieplan van de woningen ondersteund worden waarbij voorrang gegeven wordt aan kansarme gezinnen en sociale woningen. Op die manier kan de energierekening gedrukt worden door de verbruikte volumes te verminderen.
Hoorzitting met de heer Willems
1. ACV
is het eens met de analyse zoals omschreven in: — toelichting van voorstel van resolutie (doc 0026/001); — toelichting van wetsvoorstel (doc 0022/001); — de uiteenzetting van ABVV-FGTB op deze hoorzitting.
2. ACV
heeft er in zijn persbericht van 5 september 2007 (zie bijlage) op gewezen dat de vrijmaking van de energiemarkt in België zijn beloftes niet nakomt: — dienstverlening naar de klanten laat nog veel te wensen over: • kinderziekten in gegevensbeheer; • geen ombudsdienst; • te vlugge afsluiting van slechte betalers. — er is onvoldoende neerwaartse druk op de prijzen: • de forse daling in de tariefcomponenten transport en distributie zorgden niet voor een evenredige daling in de facturatie naar de klant; • minderinkomsten van de gemeenten kwamen deels ten voordele van de standaardleverancier; • winstmarges van historische producent zijn sterk gestegen, waardoor Electrabel uiterst aantrekkelijk werd voor overnames; Hierdoor worden de meerkosten van marktcorrigerende maatregelen zoals heffingen en openbare dienstverplichtingen, meer en meer in vraag gesteld (vrijstellingen voor grootverbruikers) Het ACV kan niet akkoord gaan met een afbouw van deze sociale en ecologische marktcorrecties en vertouwt op de regulator voor een efficiënte toepassing van deze maatregelen; — nieuwkomers wachten af onze markt te betreden, waardoor broodnodige investeringen uitgesteld worden: • voornaamste oorzaak is de huidige marktstructuur op de Belgische elektriciteit- en gasmarkt, namelijk de horizontale concentratie gecombineerd met verticale integratie van Suez in de hele keten; • Suez beschikt over afgeschreven kern- en kolencentrales;
3. Deze problematiek wordt des te duidelijker bij de aangekondigde prijsstijging van ECS op 15/06/2007. De gasfactuur van de residentiële klant zal daardoor met 17% stijgen! Uit de studie 704 van de CREG komt duidelijk de onmacht van de CREG naar voor om zelfs marktverstorend gedrag te kunnen onderzoeken in een uitermate geconcentreerde markt. De inkoopcontracten van Distrigas zijn immers niet ter inzage van de CREG. De CREG komt na onderzoek (internationale marktstatistieken) wel tot het besluit dat de bevoorradingskost van Distrigas eerder een dalende dan een stijgende trend zou moeten vertonen. Het gebrek aan transparantie komt naar voor in het vertrouwelijk karakter van de contracten tussen Distrigas (57% Suez) en ECS (96% Suez). De CREG komt hier tot de conclusie dat er elementen zijn die mogelijks wijzen op gedrag van pridatory pricing, maar kan verder niets ondernemen. Het blijft wachten op een uitspraak van de mededinginsautoriteit, waar een goede kennis van de energiemarkt nog ontbreekt. Bij gebrek aan informatie kan de raad van de CREG voorlopig niet verder werken. Nochtans zijn de effecten van deze prijsstijging niet gering: verlies aan koopkracht voor gezinnen, stijging index en inflatie, verhoging aantal klanten met betalingsproblemen, … 4. Welke maatregelen zijn nodig binnen kader van EU richtlijn betreffende liberalisering elektriciteit en gasmarkt? De economische theorie zegt dat marktwerking slechts een kans op slagen heeft (druk op prijzen en betere dienstverlening voor de klant) indien geen enkele actor een marktaandeel (zowel op de groothandelsmarkt als op het niveau van de levering) heeft groter dan 35% en indien er een strikte garantie is op onafhankelijkheid van netbeheer (unbundling en effectief toezicht door de regulator). Binnen het kader van de EU richtlijn eist ACV dringend een sterke bijsturing van de markt d.m.v. volgende structurele maatregelen: • taks op afgeschreven kerncentrales met recyclage t.v.v samenleving en industrie; • beschikbaar stellen van productiecapaciteit van Suez voor nieuwkomers (5000 MW); • aandeel van Suez in netbeheer van Gas en Elektriciteit tot onder blokkeringsminderheid; • herstellen van bevoegdheden van de CREG; • mogelijkheid tot instellen van maximumprijs op niveau van groothandel.
5. Concreet houden het voorstel van resolutie en het wetsvoorstel geen volledige oplossing in voor deze structurele problemen: • bij invoering van maximum prijs voor eindafnemers bestaat het gevaar dat nieuwe leveranciers platgedrukt worden; • het is niet duidelijk of een maximumprijs, enkel voor de dominante marktspeler, niet in strijd is met de regels van de interne Europese markt. Het is volgens het ACV wel nodig om de elektriciteitswet en de gaswet dringend te herzien om tegemoet te komen aan onze eis tot bijsturing van de energiemarkt in het algemeen belang.
Hoorzitting met mevrouw Vanhemelen (AGLVB) Mevrouw Valérie Vanhemelen, adviseur bij de AGLVB, dankt de commissie dat haar organisatie voor deze hoorzitting werd uitgenodigd. Haar organisatie deelt de ongerustheid die uit de voorstellen tot regulering van de aardgas- en elektriciteitsprijzen naar voren komt, want de rol van regulator is in de sinds kort totaal geliberaliseerde markt essentieel. Die regulator moet over reële middelen beschikken ter controle van de gas- en elektriciteitsprijzen om enige prijsafwijking tegen te gaan en dus de versterking mogelijk te maken van de onafhankelijke instrumenten tot marktregulering. Daartoe is informatie over de gas- en elektriciteitsprijzen een sleutelelement; die moet dus volledig en te gelegener tijd beschikbaar zijn. Voorts moet de rol van het directiecomité van de CREG worden versterkt, maar ook die van de algemene raad. Zoals haar zusterorganisaties is de ACLVB immers van mening dat de sociale gesprekspartners — waarvan de vakorganisaties effectief bijna 3 miljoen mensen vertegenwoordigen — het best in staat zijn om stabiliteit te garanderen. De CREG zou de verhogingen van de gas- en elektriciteitsprijzen die de jongste maanden zijn aangekondigd, volledig moeten kunnen analyseren en goedkeuren, na een reële raming van de winstmarges van de beheerders én van de eindprijzen voor de gebruikers. Het principe van een geliberaliseerde markt is immers dat de klanten rechthebben op de meest interessante tarieven. Aangaande het voorstel om maximumprijzen in te stellen pleit haar organisatie voor een dergelijke maatregel op de groothandelsmarkt, voor alle betrokkenen. Het gaat om een spoedmaatregel die beperkt moet blijven in de tijd, maar die geen oplossing biedt op lange termijn; daarom is een debat nodig in het kader van echt sociaal overleg aangaande het energiebeleid in België. Aangaande het voorstel om de concurrentie op te voeren, steunt haar organisatie de veiling van virtuele capaciteit inzake elektriciteitsproductie.
Zoals haar zusterorganisaties vindt de ACLVB een debat nodig over de economische en financiële structuur van de gas- en elektriciteitssector. In dat debat zou men inderdaad rekening kunnen houden met de sociaaleconomische gegevenheden van alle betrokkenen en zodoende zeker een grotere stabiliteit in die sectoren kunnen bereiken. In dat debat moet ook het vraagstuk van de afschrijving van de kerncentrales aan bod komen, niet alleen ten voordele van de gebruikers, maar ook met het oog op een meer algemene reflectie over de energieonafhankelijkheid van België. Inzake de beheersing van de vraag, de energiedoeltreffendheid en hernieuwbare energiebronnen moeten eveneens financiële middelen worden geïnvesteerd. De organisatie van de spreekster steunt de idee van een ambitieus plan inzake woning renovatie op energievlak, waarbij voorrang wordt gegeven aan de minder bedeelde gezinnen en de sociale woningen. Zodoende kan de energiefactuur dalen, naar gelang van de vermindering in energieverbruik. Haar organisatie is ten slotte vragende partij om de belastingverminderingen voor investeringen in energiebesparing op te voeren, maar ook voor een regeling waarbij een direct voordeel wordt toegekend, zodat gezinnen met een bescheidener inkomen ook dergelijke investeringen kunnen verrichten.
MEVROUW-MM
FOD ECONOMI SPF ÉNERGIE
FOD ECONOMIE - AD ENERGIE
Hoorzitting met Mevrouw Fauconnier (FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, Algemene Directie Energie) Mevrouw Fauconnier (FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, Algemene Directie Energie) somt de voordelen van het opleggen van maximumprijzen op, met name: de prijsverlaging, de beperking van de marges van de dominante marktspelers en meer transparantie. Het blokkeren van de prijzen kan echter bepaalde negatieve gevolgen hebben, zoals ontoereikende investeringen in de sector. Voorts onderstreept de spreekster dat het Internationaal Energieagentschap het niet op prijs stelt dat van prijsblokkering gebruik wordt gemaakt om aan marktregulering te doen. Mevrouw Fauconnier vermeldt verschillende alternatieve maatregelen die een regulerend kunnen inwerken op de energiemarkt. Ze stipt aan dat de fiscaliteit een interessant instrument kan zijn om de marges van de spelers van de sector te beïnvloeden. De spreekster wijst op de mogelijkheid programmaovereenkomsten te ontwikkelen die de mogelijkheid bieden, bij overeenkomst, de maximumprijs te bepalen in navolging van wat al 30 jaar met succes wordt gedaan in de oliesector. Ook kunnen vrijwillige akkoorden worden nagestreefd met de dominante marktspelers in die sector. Mevrouw Fauconnier geeft aan dat het belangrijk is een evenwicht te vinden tussen eensdeels de doelstelling van liquiditeit van de energiemarkt en anderdeels de doelstelling de prijzen in de hand te houden. Mevrouw Fauconnier betreurt dat in België geen forum bestaat voor reflectie op hoog niveau over de evolutie van de energiesector op lange termijn. De vertegenwoordigster van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie herinnert aan de twee belangrijkste stellingen inzake regulering die thans bestaan: enerzijds de Angelsaksische stelling, waarin het reguleringsorgaan over ruime bevoegdheden beschikt en nauw samenwerkt met de politieke overheid op basis van precieze doelstellingen, en anderzijds de continentale stelling, waarin het regulerend orgaan minder bevoegdheden heeft en onafhankelijker is van de politieke overheid. Mevrouw Fauconnier voegt eraan toe dat op Europees niveau een derde insteek van de regulering wordt gehanteerd, die voortvloeit uit de samenvoeging van twee voormelde benaderingen.
Het resultaat is een onsamenhangend model dat niemand voldoening schenkt. Vervolgens brengt mevrouw Fauconnier de kwestie van de transparantie van de informatie ter sprake. Ze herinnert er eerst aan dat de taak van de Algemene Directie die ze vertegenwoordigt erin bestaat ervoor te zorgen dat de energiebevoorrading van het land wordt verzekerd. De administratie beschikt echter niet over de bevoegdheden die haar de mogelijkheid bieden alle inlichtingen te verkrijgen die ze nodig heeft om die taak behoorlijk te kunnen vervullen. De spreekster maakt gewag van een oplossing op Europees niveau, waarbij ook het Europees Energieobservatorium zou worden betrokken.
B
HOORZITTINGEN VAN
6 NOVEMBER ELEC de heren /MM.Alain J
Hoorzitting met de heren Alain Janssens en Walter Peeraer voor Electrabel 6 kerngedachten:
1. De vrijmaking van de Europese gas- en elektriciteitsmarkten gaat gepaard met hoge verwachtingen over de evolutie van de prijzen. Voor elektriciteit kunnen de verscherpte concurrentie en regulering het effect van de sterk gestegen kostencomponenten niet compenseren (olie-, aardgas- en steenkoolprijzen + investerings- en milieukosten). 2. De impact van de prijsverhogingen voor de huishoudelijke verbruikers is kleiner in België dan in de buurlanden. Het nieuwe stelsel van de sociale tarieven impliceert voor de meest behoeftige klanten een gevoelige daling van hun energiebudget. 3. Het is contraproductief om op korte termijn via prijsinterventies te streven naar zo laag mogelijke prijzen. Maximumprijzen hebben een negatieve impact op het milieu, de bevoorradingszekerheid en de marktwerking. 4. Een 2-sporenbeleid is aangewezen om de structureel stijgende elektriciteitsprijzen zoveel mogelijk te temperen. Enerzijds zijn voldoende nieuwe investeringen in productiecapaciteit nodig en anderzijds moeten meer gecoördineerde inspanningen worden geleverd ter ondersteuning van een efficiënter energiegebruik. 5. En de overdreven winsten (de zgn. ‘windfall profits’) die Electrabel realiseert ? De tariefreducties die enkele jaren geleden werden doorgevoerd waren sneller en belangrijker in omvang dan het financiële voordeel van de afgeschreven centrales. Het positieve effect ervan weegt ook nu nog door voor onze huishoudelijke elektriciteitsklanten. 6. De huishoudens betalen tenslotte niet voor de CO2-rechten die Electrabel gratis ontvangt.
Idee 1: • De vrijmaking van de Europese gas- en elektriciteitsmarkten gaat gepaard met hoge verwachtingen over de evolutie van de prijzen. Voor elektriciteit kunnen de verscherpte concurrentie en regulering het effect van de sterk gestegen kostencomponenten niet compenseren (olie-, aardgas- en steenkoolprijzen + investerings- en milieukosten). Bij het begin van het Europese liberaliseringsproces, einde van de jaren 90, werden vanuit meerdere hoeken aantrekkelijke beloftes geformuleerd. De concurrentie tussen energieleveranciers en tussen de elektriciteitsproducenten zou voor de consumenten aanleiding geven tot prijsdalingen. Een striktere regulering van de netactiviteiten zou hiertoe eveneens bijdragen. • Ondanks significante vooruitgang in de vrijmaking van de energiemarkten kon deze doelstelling tot nu echter niet worden geconcretiseerd. Wat de concurrentie betreft, bestaat in België tussen de leveranciers een felle strijd voor alle marktsegmenten, dit zowel voor elektriciteit als voor aardgas. Ons land is een van de Europese lidstaten waar men voor residentiële klanten een daadwerkelijke marktopening vaststelt. Meer dan 8 concurrenten zijn actief in de 3 regio’s. Wat de onafhankelijkheid van de netbeheerders betreft, werden de Electrabel- participaties in de transport- en distributieactiviteiten sterk afgebouwd. Gelet op het regulerend kader en rekening houdend met de zeer strikte corporate governance regels, zijn deze participaties eigenlijk nog louter van financiële aard. Op dit domein behoort ons land tot de koplopers van Europa terwijl in Frankrijk of Duitsland de unbundling nog sterk wordt bestreden. Daarnaast heeft de Suez-Groep, in het kader van de fusie SUEZ-GdF, engagementen genomen ten aanzien van de Europese commissie en de Belgische regering. Wij zullen deze respecteren. Hieraan dient ook te worden toegevoegd dat de Europese markt meer en meer op een geïntegreerde manier functioneert. De « continentale plaat » (Benelux, Frankrijk en Duitsland) krijgt geleidelijk vorm. De beurzen van deze landen zijn vandaag onderling gekoppeld en de prijzen convergeren het grootste deel van de tijd. De interconnecties werden versterkt en er zijn hiervoor nog diverse investeringen in uitvoering. Op deze markt bedraagt het aandeel van Electrabel in de productiecapaciteit slechts 8 %.
• Wat elektriciteit betreft, kunnen de gunstige prijseffecten die voortvloeien uit deze verhoogde concurrentie niet opwegen tegen de opwaartse druk van de primaire energieprijzen, de toenemende milieukosten en de steeds duurder wordende uitrustingen. De volgende 6 tendensen zijn bepalend voor de elektriciteitsprijzen: 1. Op minder dan 2 jaar tijd namen de olieprijzen toe met meer dan 60%. 2. De hieraan gekoppelde internationale aardgasprijzen stegen in dezelfde periode met 50%. Hier is van belang te onthouden dat het ‘interessante’ aardgas uit nabije gasreserves stilaan uitgeput raakt en dat de positie van de gasproducenten sterker is dan ooit. De grote gasreserves voor onze markt zijn verder en verder afgelegen en situeren zich meer en meer buiten de Europese Unie. 3. Steenkool, een andere brandstof voor onze centrales, werd op amper een jaar meer dan 30% duurder. Bron: Electrabel
4. De aanschaffingskost voor de Europese CO2- certificaten ligt nu ongeveer drie keer hoger dan bij de start van het Europese Trading Systeem begin 2005.
5. Hieraan moet worden toegevoegd dat de constructiekosten voor nieuwe productie-installaties de laatste jaren sterk zijn gestegen. Dit houdt verband met een wereldwijde investeringsgolf. Zo werden nieuwe gas ( STEG ) - en kolencentrales over 3 jaar tijd ruim 30% duurder. 6. Wat de distributie- en transportkosten betreft, worden we na een periode van sterk teruggedrongen nettarieven geconfronteerd met aanzienlijke investeringen die een impact zullen hebben op de tarieven. Idee 2: De impact van de prijsverhogingen voor de huishoudelijke verbruikers is kleiner in België dan in de buurlanden. Het nieuwe stelsel van de sociale tarieven impliceert voor de meest behoeftige klanten een gevoelige daling van hun energiebudget. • De Belgische gezinnen worden geconfronteerd met structureel hogere energie-budgetten. Dit is voor hen niet evident.
• De elektriciteit voor de Belgische gezinnen is echter opmerkelijk goedkoper dan in de buurlanden. De prijzen voor de Belgische gezinnen liggen op dit moment gemiddeld 7 % lager dan in onze buurlanden. Duitse gezinnen betalen minstens 25% meer. De Nederlandse zelfs +30%. De UK-families van hun kant betalen gevoelig minder: hun BTW-tarief bedraagt 6%, t.o.v. 21% bij ons. In een context van sterk gestegen primaire energieprijzen bleven de jaarbudgetten voor elektriciteit sedert 2001 zeer stabiel: + 1à 3 %. Bron: Bureau Van Dijk
• Het jaarbudget voor onze Belgische residentiële klanten die aardgas gebruiken, ligt ook na de laatste prijscorrectie lager dan in de buurlanden. Electrabel wordt door de Creg in het kader van de aangekondigde gasprijsstijgingen verdacht van mogelijke ‘predatory pricing’. We zouden bij de marktopening in Wallonië en Brussel, begin dit jaar, te lage prijzen hebben gezet zodat de concurrenten uit de markt werden geduwd. Dergelijke aantijgingen zijn voor ons onaanvaardbaar. Ze berusten niet op concrete elementen. Dit punt wordt momenteel verder onderzocht door de federale dienst voor mededinging. De Heer Steenbergen meldde hier 2 weken geleden dat dit onderzoek nog enkele maanden kan duren. Electrabel verleent hieraan zijn volledige medewerking • In deze context kan tenslotte worden vermeld dat sociale correcties worden doorgevoerd. Het stelsel van de sociale tarieven werd onlangs inderdaad grondig aangepast. Vanaf 1 november betalen 200.000 Vlaamse, Waalse en Brusselse behoeftige gezinnen hun elektriciteit 20 tot 30 % goedkoper dan tot nu het geval was. Dankzij de eveneens besliste automaticiteit zal hun aantal trouwens volgend jaar gevoelig verhogen. Evolution of gas price Consumer profile: 23.250 kWh/ 0,02 0,03 0,04 0,05 0,06 0,07 0,08 Oct Jan Apr Jul EUR/kWh BE (Annual index) BE incl. price increase (Monthly index
Idee 3: Op korte termijn via prijsinterventies streven naar zo laag mogelijke gas- en elektriciteitsprijzen is contraproductief. Prijsregulering heeft immers een negatieve impact op het milieubeleid, de bevoorradingszekerheid en de marktwerking. • Stijgende energieprijzen mogen niet als een geisoleerd gegeven worden beschouwd. Energie is nodig tegen een redelijke kost, maar moet ook in voldoende mate beschikbaar zijn en geproduceerd met een minimale milieu-impact. Een verantwoord en vooruitziend energiebeleid moet dan ook rekening houden met 3 samenhangende factoren: prijzen, milieu en bevoorradingszekerheid. • Bij regulering van groothandelsprijzen ontstaat er een risico voor de bevoorradingszekerheid. Wholesale price caps ingevoerd op nationaal niveau werken ontmoedigend voor het aanbod op de lokale markt. Producenten en leveranciers kunnen hun gas of elektriciteit immers net zo goed aanbieden in de buurlanden en bij voorkeur daar investeren. Door de marktkoppeling tussen België, Nederland, Frankrijk en binnenkort ook met Duitsland, is deze reactie logisch geworden. • Artificieel lage prijzen op eindverbruikersniveau van hun kant hebben dan weer een negatieve milieuimpact: het REG-gedrag van verbruikers wordt hierdoor minder gestimuleerd. Dergelijke caps kunnen ook de marktpositie van historische spelers verder versterken en zij bevorderen geenszins nieuwe investeringen. Ze kunnen zelfs leiden tot Californische toestanden met enorme capaciteitstekorten. • Price caps zijn bovendien in contradictie met alle ideeën van markt-liberalisering en zij worden daarom principieel afgekeurd door de Europese Commissie en de Europese regulatoren (Ergeg). . Idee 4: Wat dan wel te doen? Een 2-sporenbeleid is aangewezen om de structureel stijgende elektriciteitsprijzen zoveel mogelijk te temperen. Enerzijds zijn nieuwe investeringen nodig en anderzijds moeten meer gecoördineerde inspanningen worden geleverd ter ondersteuning van een efficiënter energiegebruik door de gezinnen. • Een voldoende productie- en interconnectiecapaciteit is inderdaad essentieel. Liberalisering kan zijn
verhoopt gunstig prijseffect enkel realiseren als deze sleutelvoorwaarde aan aanbodzijde vervuld is. De vraag naar elektriciteit neemt ondanks alle Reginspanningen verder toe. Dit geldt voor België en Europa maar ook voor de Verenigde Staten en het verre Oosten. Na een 7-tal jaren van progressieve markthervormingen met de hieraan gekoppelde onzekerheden voor de marktspelers, blijkt dat niet meer in voldoende mate kan worden beantwoord aan deze energiehonger. De beschikbare productiecapaciteit voor elektriciteit is ontoereikend. Het relatieve aanbodoverschot dat bij het begin van de liberalisering bestond, is ondertussen volledig opgedroogd. Een positief investeringsklimaat is voor de komende jaren dan ook essentieel want het tekort aan capaciteit neemt nog verder toe. De laatste capaciteitsstudie van de Creg geeft aan dat tegen 2015, rekening houdend met de geplande sluiting van sommige oudere kolen- en kerncentrales, in België een deficit aan capaciteit ontstaat ten belope van minstens 25%. Dit belangrijk aandeel (meer dan 4000 MW, of het equivalent van 10 Steg-centrales) kan niet uit de buurlanden worden geïmporteerd omdat ook daar in gelijke mate schaarste ontstaat. Bron
CREG
Het is trouwens onze visie dat we hierbij moeten streven naar een zo gespreid mogelijk productiepark. Niet alle eieren in 1 mand. Dit principe geldt in het bijzonder voor ons land. We hebben geen koolwaterstoffen in de ondergrond en de mogelijkheden inzake opwekking van hernieuwbare energie zijn relatief beperkt, zeker als we ons vergelijken met sommige andere Europese landen. Diversificatie van de productie- technologieën en van
de gebruikte brandstoffen voor de opwekking van onze elektriciteit is van groot belang. Het productiepark van Electrabel zal in de komende jaren voor de zone Benelux, Frankrijk en Duitsland verder bestaan uit een combinatie van centrales die werken op klassieke koolwaterstoffen, wind, waterkracht en zonne-energie maar ook op nucleaire brandstoffen. Het is wat ons betreft duidelijk een regionaal verhaal met het accent op het cumulatieve effect en niet op het exclusieve. We hebben alle vormen van productie nodig en ze zijn ook complementair. Aan de kant van de energievraag moeten we tevens de gezinnen helpen om hun elektriciteit spaarzamer en efficiënter te gebruiken. De krachten zouden meer moeten worden gebundeld tussen marktspelers en overheden. Electrabel neemt hier als leverancier, naast de netbeheerders, zijn verantwoordelijkheid. We bieden onze klanten diensten aan die hun toelaten om een beter inzicht te krijgen in het eigen verbruik en de mogelijkheden om dit terug te dringen. Idee 5 En de overdreven winsten (de zgn. ‘windfall pro- fits’) die Electrabel realiseert? Verschillende bronnen citeren in dit verband regelmatig het CREG-cijfer van 11 mld euro. Welnu, zowel de methode als de gebruikte gegevens zijn onjuist en ze stellen Electrabel onterecht in een slecht daglicht. Begin van de jaren 2000 werden de Belgische elektriciteitsprijzen meer in lijn gebracht met het Europese gemiddelde. De tariefreducties die toen werden doorgevoerd waren sneller en belangrijker in omvang dan het financiële voordeel verbonden aan de afgeschreven centrales. Deze bijsturing was ook gebaseerd op belangrijke productiviteitsinspanningen. Het positieve effect van de afgeschreven centrales weegt ook nu nog door voor onze elektriciteitsklanten, in het bijzonder de huishoudelijke. Mede dankzij de nucleaire centrales konden de effecten van de olie- en
gasprijsverhogingen worden beperkt. Onze elektriciteitsprijzen liggen hierdoor lager dan in de buurlanden. Verder heeft het helemaal geen zin om bij discussies over onze kostenstructuur enkel stil te staan bij onze nucleaire eenheden. Het Europese productiepark van Electrabel bestaat naast de hernieuwbare energie ook uit gascentrales, kolencentrales en piekeenheden die werken op fuel. De rendabiliteit van deze eenheden is sterk verschillend en variabel in de tijd. 13% van de elektriciteit die we aanbieden voeren we in vanuit het buitenland. We kopen dit deel aan tegen marktprijzen. Bovendien, vermits elektriciteit niet kan worden opgeslagen, moeten verschillende productiereserves beschikbaar zijn. In geval van nood moeten zij onmiddellijk kunnen worden ingezet. Het combineren van deze verschillende middelen is nodig om de universele dienst te verzekeren: 24 h op 24h en in alle omstandigheden moeten de schommelingen van de vraag kunnen worden opgevangen. Electrabel is tenslotte inderdaad een financieel gezonde onderneming die in het verleden de juiste investeringsbeslissingen heeft genomen voor de uitbouw van haar gediversifieerd productiepark. In het kader van de liberalisering verloren we een stuk van onze activiteiten in België, maar we namen vooral het risico om volop te werken aan een nieuwe Europese groei. Meer dan de helft van ons productiepark bevindt zich momenteel buiten België. Het is bijgevolg verkeerd om te veronderstellen dat onze winsten in België gerealiseerd zijn op een “stand alone” basis. Onze winsten laten ons toe om aanzienlijke investeringen te realiseren. Dankzij onze goede financiële gezondheid en ons groeitraject kunnen we ook een hoog niveau van tewerkstellling behouden (8 500 voltijdse jobs in België en meer dan 14 000 in gans Europa) en nieuwe jobs creëren. Zo zoeken we op dit moment 500 nieuwe collega’s in België.
Idee 6: De huishoudens betalen tenslotte niet voor de CO2 -allocaties die Electrabel gratis ontvangt In de Creg studie hierover (maart 2006) staat vermeld dat de CO2-quota in de huidige prijsvorming voor de residentiële klanten geen impact hebben. Bovendien zijn voor Electrabel, voornamelijk in Vlaanderen, de quota’s ruim onvoldoende met als gevolg dat certificaten hier wel degelijk moeten worden aangekocht. We verwachten trouwens voor de volgende allocatieperiode 2008-2012 dat deze tendens zich versterkt zou kunnen verderzetten
DISTRIGAS
Commissie voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de Nationale Wetenschappelijke en Culturele Instellingen, de Middenstand en de Landbouw Erwin Van Bruysel, CEO Distrigas Hoorzitting 6 november 2007 Fusie Suez – Gaz de France Aandeelhoudersstructuur Distrigas 31.25% 11.50% BEURS Belgische Staat 1 Gouden Aandeel PUBLIGAS SUEZ “KOPER” (2) 57.25% Voor verkoop Na verkoop Trustee(1) (1) Onder toezicht van Europese Commissie (2) Energiegroep goedgekeurd door Europese Commissie Inkoopportfolio Distrigas 2007 (1) Inkoopportefeuille Distrigas 2007: 50% afkomstig van binnen EU 30% afkomstig van Noorwegen 20% afkomstig van buiten Europa (Qatar en LNG- spotmarkten) België: 100% importafhankelijk: geen eigen Belgische aardgasproductie (1) Gebaseerd op realisatie + vooruitzichten 2007 Algerije 5% Qatar 15% Nederland 45% Frankrijk Noorwegen 30%
EU25 Gas Import 9% 11% 24% 6% 28% 7% 8% 13% 14% 22% 21% 12% 10% 19% 20% 23% 17% 4% 525-560 590-640 560-605 indigenous production for domestic use Algeria Norway Netherlands Russia other non-EU imports* other internal EU trade supply gap advanced projects Source
EUROGAS
provisional data for 2005 *) of which: Nigeria 3%, Qatar 3% Basis for imports: Contracted volumes and prospective contract prolongations Russia without volumes via North European Gas Pipeline (NEGP) which are included in advanced projects Billion m³ EU Production Non EU Production Mogelijke leveranciers voor Europese Markt 2 386 VENEZUELA 4 219 NIGERIA 4 997 ALGERIE 4 545 1 492 EX-USSR 58 685 IRAN 27 500 25 783 EMIRATEN 6 060 Billion m3 Source: BP Statistical Review 2006 6000 km 4000 km 2000 km UK Internationale gashandelsstromen Sterk toenemende wereldwijde concurrentie Bijkomende aardgasimport per regio (2015) China ( tot 70 bcm/jaar) India ( tot 60 bcm/jaar) USA (75 bcm/jaar) Europa ( 130 bcm/jaar) Importation de gaz dans l’UE25
België 100% importafhankelijk België: transitland voor grote aardgasstromen. Transit is cruciaal om bevoorrading van België tegen competitieve voorwaarden mogelijk te maken. Zeebrugge Hub: belangrijkste groothandelsmarkt voor aardgas in continentaal Europa Zeebrugge Hub is belangrijke aantrekkingspool voor nieuwkomers op de Belgische aardgasmarkt en een belangrijke bron van bevoorradingszekerheid voor ons land. Tradingvolumes Zeebrugge Verhandelde volumes in verhouding tot aardgasverbruik belgië Source: Huberator, Figas, Belpex Zeebrugge- belangrijkste groothandelsmarkt op Europese vasteland Zeebrugge Nederland (TTF) Frankrijk (PEG) Oostenrijk (CEGH) Italië (PSV) Duitsland (BEB) Duitsland (EON) Source: Huberator
Maximumprijzen in strijd met vrijmaking markt Verhinderen toegang tot de markt voor nieuwkomers Inherent risico op gebrek aan noodzakelijke investeringen wegens distortie marktsignalen Rem op energiebesparende en milieubeschermende initiatieven Europese Commissie: procedures tegen landen met prijsregulering (o.m. Frankrijk en Spanje) wegens inbreuken op Europese regels inzake staatssteun en op bepalingen van de Richtlijnen inzake vrijmaking van de elektriciteits- en aardgasmarkten. Maximumprijzen op groothandelsmarkt ten koste van bevoorradingszekerheid Risico dat aardgasproducenten niet meer bereid zullen zijn te verkopen voor de Belgische markt Risico dat Belgische markt minder attractief en zelfs onmogelijk wordt en dat aardgasverkopers hun gas naar andere markten zullen afleiden. Risico dat activiteiten Zeebrugge Hub ineenkrimpen en zich naar buitenland verplaatsen.
Commissie voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de Nationale Wetenschappelijke en Culturele Instellingen, de Middenstand en de Landbouw
Erwin Van Bruysel, CEO Distrigas NV
1. Ik wens de Commissie te bedanken om Distrigas de gelegenheid te geven om zich uit te spreken over de voorgestelde prijsregulering op de Belgische groothandelsmarkt voor aardgas. Sta me toe om vooraf enige punten te verduidelijken. 2. Vooreerst wens ik er de aandacht van de Commissie op te vestigen dat sinds november 2006 de rechten verbonden aan het meerderheidsbelang van Suez in het maatschappelijk kapitaal van Distrigas worden uitgeoefend door een Trustee aangesteld door de Europese Commissie in afwachting van de verkoop van deze aandelen in het kader van de fusie tussen Suez en Gaz de France. Bovendien werd ik als Gedelegeerd Bestuurder eveneens aangesteld door de Europese Commissie als “Hold Separate Manager” om het dagelijks bestuur van Distrigas te verzekeren met het oog op het behoud van de economische leefbaarheid, de handelswaarde en de competitiviteit van de maatschappij onder toezicht van de Trustee. Distrigas zal dus in de toekomst concurrent worden van de fusiegroep Electrabel – Suez – Gaz de France op de Belgische gasmarkt. Wat nu de gasmarkt betreft : 3. België voert al het aardgas in (thans ongeveer 18 miljard m³ per jaar) en zal in de komende jaren door het teruglopen van de Europese productie steeds meer een beroep moeten doen op bronnen buiten Europa. Gezien de grote transportafstanden zal dit gas bovendien minder flexibel zijn. Men moet zich ervan bewust zijn dat gascontracten waarvan de leveringen aanvangen na 2010 vandaag moeten afgesloten worden. Er zijn immers minstens 3 tot 5 jaar nodig om de nodige bijkomende productiecapaciteit, transportleidingen, LNG-schepen en LNG-terminals te bouwen. 4. Het tekort in Europa dat zich in alle geval zal manifesteren vanaf 2010 zal in belangrijke mate beïnvloed worden door het al dan niet sluiten van de kerncentrales.
5. Er zijn voldoende gasvoorraden in de wereld die kunnen instaan voor het dekken van de toekomstige vraag. Alleen wordt de afstand tot de nieuwe bronnen steeds groter hetgeen de bevoorradingsrisico’s van politieke, technische en logistieke aard doet toenemen. Zo is zestig procent van de wereldgasreserves in handen van Rusland (30%), Iran en Qatar (elk 15%). Vandaar dat zeer grote infrastructuurinvesteringen zullen vereist zijn in pijpleidingen, LNG-terminals en stockages om een betrouwbare, flexibele en gediversifieerde bevoorrading te verzekeren. (Op Europees vlak geraamd op 280 miljard Euro tijdens de volgende 25 jaar volgens een recente studie van de Franse werkgeversorganisatie MEDEF.) 6. Niet alleen wordt de gasmarkt meer en meer een Europese markt maar bovendien staat Europa in scherpe concurrentie met Noord-Amerika en het Verre Oosten, zeker voor vloeibaar aardgas. De behoeften aan bijkomende import van China, India en Noord-Amerika bedragen 205 miljard m³ per jaar bovenop de bijkomende importbehoeften van Europa die 130 miljard m³ per jaar bedragen. 7. Teneinde de 100% importafhankelijkheid van België voor aardgas zo veilig mogelijk te stellen heeft Distrigas er in het verleden alles aan gedaan om grote transitstromen naar België aan te trekken zodat ook wij voor de relatief kleine Belgische markt gas van deze bronnen konden aankopen. Bovendien worden hierdoor schaaleffecten gecreëerd die de competitiviteit van aardgas in België ten goede komen. We kunnen dan ook enkel betreuren dat het in vraag stellen van bestaande transitcontracten door de regulator de reputatie van België als transitland fundamenteel ondermijnt ten voordele van omliggende concurrerende transitlanden. Terloops wens ik toch even te onderlijnen dat Distrigas zowel aan de CREG als aan de mededingingsautoriteiten alle noodzakelijke informatie heeft verstrekt teneinde hen toe te laten de door de heer Minister bevoegd voor energie gevraagde studies te maken. Beweringen van het tegendeel zijn onjuist. Professor Steenbergen, Directeur Generaal van de mededingingsautoriteiten, heeft deze medewerking hier trouwens bevestigd. Distrigas heeft ook aan de basis gelegen van de ontwikkeling van de Zeebrugge Hub tot de grootste internationale gasgroothandelsmarkt in Continentaal Europa en is nog steeds een van de meest actieve handelaars naast de zestig andere marktpartijen. 8. De dagelijkse omzet op Zeebrugge Hub bedraagt een veelvoud van al het gas dat in België verbruikt wordt en vormt een belangrijke rechtstreekse bevoorradings-
bron voor de nieuwkomers in de Belgische gasmarkt. Ter vergelijking de dagelijkse omzet op de groothandelsmarkt voor elektriciteit vertegenwoordigt amper 16,7% van het gemiddeld dagverbruik in België. 9. Dankzij deze pro-actieve benadering en de vrije prijsvorming is Zeebrugge Hub vandaag het vergelijkingspunt voor de prijzen in de andere Continentaal Europese groothandelsmarkten waarvan de omzet trouwens slechts een fractie is van deze van Zeebrugge Hub. 10. Onze opmerkingen in verband met maximumen gereguleerde prijzen op de gasgroothandelsmarkt kunnen niet los gezien worden van de mondiale ontwikkelingen op de gasmarkt, van de vorming van een geïntegreerde en geliberaliseerde Europese gasmarkt met sterk gereguleerde toegang tot pijpleidingen, ondergrondse berging en LNG-terminals en van het bestaan van Zeebrugge Hub als de grootste gasgroothandelsmarkt in Continentaal Europa. a) In die context kunnen we dan ook enkel vaststellen dat Maximumprijzen de toegang tot de markt verhinderen voor nieuwkomers. Bovendien houden ze een totale miskenning in van de grote productverschillen die ook voor aardgas op de groothandelsmarkt bestaan. Zo zijn de vereisten voor gas voor levering aan de huishoudens voor verwarming en koken totaal verschillend van deze voor levering aan de industrie of aan de elektrische centrales. Het zijn de specifieke behoeften van de klant die de kenmerken van de gasleveringen bepalen. b) Maximumprijzen leiden tot verkeerde marktsignalen die nieuwe investeringen in productie- en aanvoercapaciteit ontmoedigen. c) Maximumprijzen stellen de consument niet bloot aan de evolutie van de energieprijzen en vormen dus geen aansporing tot energiebesparend en milieuvriendelijk verbruiksgedrag. d) Prijsregulering is niet verenigbaar met de Europese liberaliseringspolitiek. De Europese Commissie heeft trouwens procedures opgestart tegen prijsregulering in o.a. Frankrijk en Spanje wegens inbreuken op de Europese regelgeving. 11. e) Maximumprijzen vormen een bedreiging van de bevoorradingszekerheid van België. Waarom zou een producent nog gas voor België verkopen als hij niet de marktprijs voor zijn gas krijgt die hij wel in andere landen kan krijgen. Waarom zou een gasmaatschappij het gas in haar portefeuille nog in België verkopen met het risico daarop verlies te lijden daar waar in een
geliberaliseerde Europese markt het gas beter in een ander land kan verkocht worden? De vragen stellen is ze beantwoorden. f) Maximumprijzen op de groothandelsmarkt zullen de vrije prijsvorming en dus de werking van Zeebrugge Hub verhinderen. De getroffen partijen zullen de groothandelsactiviteiten verleggen naar omliggende landen die een actieve politiek voeren ter ondersteuning van de ontwikkeling van hun groothandelsmarkt. Besluit : Zonder afbreuk te doen aan het belang van een sterke regulering met betrekking tot de toegangsmodaliteiten voor binnenlandse transportinfrastructuur die een natuurlijk monopolie vormt, zal U begrijpen dat indien men de bevoorradingszekerheid van België met aardgas ter harte neemt prijsregulering en maximumprijzen ten sterkste moeten ontraden worden. Laten we daarbij niet vergeten dat aardgas de meest milieuvriendelijke fossiele brandstof is en de absoluut noodzakelijke schakel om samen met alle alternatieve energievormen zoals wind, zonne-energie, biomassa enz… ook in België de overgang naar nieuwe energiebronnen in de toekomst te verzekeren
UITEENZET SOCIÉTÉ PUBLIQUE
Hoorzitting Maximumprijzen Federaal Parlement Commissie Bedrijfsleven 6 november 2007 SPE PRODUCEERT PRODUCEERT en LEVERT LEVERT elektriciteit en aardgas onder het merk LUMINUS SPE is reeds meer dan een halve eeuw actief in België Als fusiebedrijf tussen SOCOLIE, de WVEM en de Gentse Regie EGW heeft SPE zijn wortels in de publieke sector Marktaandelen in België ¾ Productie : 9% Hernieuwbare energiebronnen : 12% Elektriciteitslevering : 15% Gaslevering : 9% Wie is SPE ? Aandeelhouders van SPE
Productiesites v Maximum op eindprijs Haaks op principes van vrijgemaakte markt Wel prijscontrole op netwerkgerelateerde activiteiten Betreft een wettelijk monopolie, wat prijscontrole rechtvaardigt Geen prijscontrole op Productie Trading (groothandel) Levering (kleinhandel) Behoudens eventuele sociale correcties Snijdt rechtstreeks in marge leverancier Aankoopprijzen blijven gelijk Producent Trader Transport- en distributienetbeheerder
Maximum op groothandelsprijs Energiekost voor een producent Afhankelijk van soort productie-installaties en hun leeftijd Verschillend voor elke producent Maximum op groothandelsprijs Penaliseert producent met hogere energiekost Bestendigt positie van producenten met afgeschreven installaties Maximum enkel voor dominante speler Lijkt een aantrekkelijke optie Energie ter beschikking aan interessante voorwaarden wordt ingepikt door traders en doorverkocht aan marktprijzen Andere producenten onder druk om prijzen gelijk te schakelen met “squeezing” tot gevolg Conclusie Tegen de geest van liberalisering Penaliseert niet-dominante marktpartijen Bestendigt bestaande posities Geen remedie voor de grond van het probleem Gebrek aan gelijk speelveld op het gebied van elektriciteitsproductie Gebrek aan stabiel en gunstig investeringsklimaat voor de productie van elektriciteit Gebrek aan gegarandeerde en niet discriminatoire toegang tot de nodige flexibiliteit in de aardgasmarkt Gebrek aan oplossing voor de toegang tot laag-calorisch gas (“L-gas”) Noodzaak tot oprichting van een onafhankelijk en centraal clearinghouse voor de gegevensuitwisseling de geliberaliseerde energiemarkt Een betere en structurele samenwerking tussen de overheid en de marktspelers
INTER-REGIES
PERS
Stijging energieprijzen d INTER-REGIES heeft met enige verbazing kennis ge : de kosten van de distributienetbeheerders zouden nie kosten zouden dus bedrijfseconomisch onverantwoord z elektriciteit en aardgas. Waarom stijgt de prijs voor de consument ? De prijs voor de consument omvat de volgende com port- en distributietarieven, en BTW & heffingen. 1. Energie vertegenwoordigt 50% van de factuur. De activiteiten productie, import en verkoop zijn sinds d meer onderworpen. Elektriciteit wordt voor 60% geprodu die voor 90% beheerd worden door Electrabel. Aardgas 2. Transport- en distributienettarieven vertegenwoord Van alle kosten zijn slechts 40% voor de distributiene onderworpen aan de strikte regulering van de CREG.
3. BTW
en heffingen zijn stabiel en vertegenwoordige De nettarieven zijn sinds de marktopening in 2003 en 2005. Niet alleen werden operationele kosten gedruk en werden investeringen deels teruggeschroefd. De elektriciteitsprijzen voor de consument zijn da zelfs een nieuwe sterke prijsstijging aangekondigd. Als prijzen voor de eindverbruiker over de voorbi wijten aan gestegen energieprijzen, bij gebrek aan m De kosten van openbare dienstverplichtingen, die bijs nomen maar vertegenwoordigen slechts enkele procent De spots worden nu verschoven naar de zogenaam zeer duidelijke daling is. Kosten distributie onder controle ? Voor een verklaring van de verwachte tariefverhogin vere sector tussen 8 en 20 % - verwijst de regulator uitd Deze gerechtelijke beslissingen zouden de bevoegdhed volledig uithollen. De realiteit is veel genuanceerder. De netbeheerder dient jaarlijks een tariefdossier in. K worden door de regulator uit de tarieven geschrapt. bevestigd, ook voor de betwiste afschrijvingen. Maar het verwerpen van onredelijke kosten moet w veronderstellingen.
En als een andere (regionale) overheid kosten opleg – wat evident lijkt in een coherent rechtstelsel. In een ander arrest wordt gesteld dat bij de beoorde democratisch vastgelegde wettelijk kader gerespecteerd Naast een terugkeer naar het normaal wettelijk kade digde tariefverhoging ook te wijten aan de beslissing v jaren in één operatie te verwerken in de tariefdossiers 2 De “artificiële” schokken in de nettarieven die daa te wijten aan reële kostendalingen of -stijgingen. In tienetbeheerders. Distributienetbeheerder : een opdracht van algemeen Distributienetbeheerders vervullen een opdracht van zij staan in voor de bevoorradingszekerheid door tijd doen; – zij garanderen dat alle verbruikers een aansluiting ranciers niet geïnteresseerd zijn toch elektriciteit en aar – zij faciliteren de marktwerking door de meters neutr rect bij de juiste leverancier te bezorgen; – zij leveren hun bijdrage aan de ontwikkeling van gro ten aan te sluiten en daarvoor ook de nodige netinveste Openbare aandeelhouders hebben – over de jaren netbeheer naar behoren te kunnen vervullen : België ho perking van het aantal minuten dat een distributienet jaa Ook openbare aandeelhouders maken terecht aans kapitaal. De opdracht van algemeen belang die aan de distribu termijn perspectief en voortdurende aandacht voor kwa De federale regulator draagt een grote maatschapp opdrachten : – het beleid op een stabiele manier vormgeven – een lange termijn perspectief respecteren – niet enkel kostenefficiëntie stimuleren, maar ook kw
INTE
OBLIGATIONS DE SERVICE PUBLIC GAZ
Budget 28/2/2006 Les coûts relatifs aux obligations de service public, imposés au gestionnaire du réseau de distribution
Budget 2007 (février 2007) Impact coût 100 kWh gratuit sur tarifs de réseau de distribution
Gaselwe Coût 100 kWh gratuit (en euros) (*) Budget total (en euros) Coût raccordements (en euros) Redevance du réseau de transport (en euros) Budget redevance GRD (en euros) Coût 100 kWh/budget redevance du réseau de distribution Budget Basse tension total (en euros) Budget redevance du réseau de distribution Coût 100 kWh/budget redevance du réseau de distribution BASSE (*) Uniquement le coût énergétique, pas le coût de la distribution e
NU
Hoorzitting federaal parlement Commissie Bedrijfsleven Nuon Belgium, 6/11/2007 Nuon s’insc où il est un NV Nuon Consolidé in 1999 10 000 employés 2 millions de clients gaz, ch électricité La mission de sûre, fiable et tenant compte consommateu Noord-Holland 9.6% Amsterdam Autres 22.6% Ac Nuon is een hoofdspeler op de Noordwestelijke Europese markt Nuon heeft tot taak zijn klanten veilige, betrouwbare en concurrentiële producten en diensten aan te bieden. Nuon creëert waarde voor zijn aandeelhouders, met inachtneming van de belangen van alle stakeholders: de consumenten, zijn werknemers, de samenleving en het milieu. NV Nuon Geconsolideerd in 1999, 10.000 werknemers 2 miljoen klanten aardgas, warmte en elektriciteit
Captieve markt 38% Andere 3% Nuon Belgium ECS 40% Nuon Belgium: om Nuon in België groeien Nuon Belgium NV Investering van 70 miljoen euro Maatschappelijke zetel te Vilvoorde; 150 werknemers C T Brussel y Vilvoorde Antwerpen: windpolenpark y Seneffe (site) Nuon Belgium wenst de tweede energieleverancier markt, met een marktaandeel van 20%. Nuon plant eveneens op de productiemarkt een aa cfr. STEG-centrale in Seneffe (400 MW) en windm 8.0% 4.0% 20.0% 68.0% Marktaandelen elektriciteit (2006)1 Vlaanderen Noot: 1/ marktaandelen gebaseerd op het aantal aansluitingspunten op het einde van 2006 (bron CREG) De doelstellingen van de liberalisering van de 1. Een vrije keuze laten voor duurzame ontwikkeling; 2. Innovatie stimuleren bij het creëren en verbeteren van het producten- en dienstenaanbod, maar ook bij het aangaan van de uitdagingen naar aanleiding van de klimaatsverandering; 3. Een echte mededinging realiseren zodat de beste prijs-kwaliteit kan worden aangeboden bij de dienstverlening; 4. De bevoorradingszekerheid verzekeren et investeringen stimuleren met instandhouding van de hoge standaarden inzake openbare dienst; 5. Werkgelegenheid creëren. Nuon Belgium : pour faire grandir Nuon en Belgique Nuon Belgium souhaite devenir le deuxième fournisseur d’énergie part de marché de 20%. Sur le marché de la production, Nuon prévoit également plusieurs inv à savoir une centrale TGV à Seneffe (400 MW) et un parc à éoliennes Nuon Belgium SA Investissement de 70 millions d’euros Siège social à Vilvorde ; 150 travailleurs Imprimeur : remplacer sur la carte : Anvers : parc à éoliennes Position commerciale : 241.000 raccordements à l’électricité, ~ 2,6 TWh 137.000 raccordements au gaz naturel (LE), ~ 3,5 TWh Chiffre d’affaires (en millions d’euros) Chiffre d’affaires
Standpunt in verband met prijs 1. Praktisch: negatief: niet-discriminerend prijsniveau is m 2. Principieel: negatief: tegen idee geliberaliseerde markt Knelpunt = verstoorde marktwerking
LAM
Programma 0D[LPXP3ULM]HQ (OHNWULFLWHLW" 0D[LPXP3ULM]HQ JDV" &RQFOXVLH Gevolgen van maximumprijzen elektriciteit voor een nieuwe speler in de markt? Lampiris Prijs/Maand X Kost Marge
Prijs in €/MWh Prijs/Maand Y Marg Opgelegde Maximumprijzen aan 75€ Gevolgen van maximumprijzen elektriciteit voor een nieuwe speler in de markt? Prijs/Maand Z
GAS
- Situatie weinig tot helemaal niet concurrentieel
- Transport met obstakels
- Distrigas heeft toegang tot gevoelige info met betrekking tot de
- Moeilijk zicht te krijgen op de capaciteiten van de voorhanden
- Hub van Zeebrugge
- Moeilijk (onmogelijk voor een speler zoals Lampiris)
- Weinig Flexibel (geen toegang tot Belgische voorraden)
- Beperkingen gasspecificaties
- Twee gastypes beschikbaar op het Belgisch net
- Twee transport netwerken in België : H & L (CA.
- Slechts twee “traditionele” bedrijven hebben toegang
- Moeilijke uitwisseling tussen de twee netwerken
- =>maar maximumprijs opleggen aan
- Een maximumprijs houdt geen steek in een vrijgemaakte
- Een maximumprijs opleggen ‘aan het begin van de rit’ is
- Oplossingen :
- Maak de markt meer open en transparant : uitwisseling met de
- Productiemiddelen opdrijven
- De heersende marktspeler dwingen kernenergie te verkopen
- Harmoniseer de regulatoren en hen slagkracht toebedelen voor
ECOP
Hoorzitting De Kamer 6 november 2007 14.15u Wetsvoorstel regulering prijs. Voorstel resolutie prijsplafonnering en controle 1) Daling prijzen door vrijmaking markt Volgens studies van VREG is er in Vlaanderen wel degelijk een daling van de prijs geweest ten opzichte van de niet vrijgemaakte markten in Brussel en Wallonië. 2) Geconcentreerde markt Er is een zeer grote inertie bij klanten van gas en elektriciteit. Net zoals bij banken, verzekeringen en telefonie. De keuze om klanten aan een standaardleverancier toe te wijzen zonder concurrentie te laten spelen zorgt ervoor dat de markt voor heel lang vast zit. Bovendien hebben de bedrijven die als standaardleverancier zijn aangeduid en specifiek Electrabel, een aura van overheidsbedrijf en doen ze alles om dat te versterken (loketten bij de Post, betrokken in netbeheer, telefoonnummer callcenter bijna hetzelfde als dat van de netbeheerder). De betrokkenheid van Electrabel in de netbeheerders (gemengde intercommunales) is weliswaar onrechtstreeks, maar is onmiskenbaar een belangenvermenging die nefast is voor de vrije markt. Er kan dus zeker gesproken worden over een geconcentreerde en gedomineerde markt. 3) Veiling van productiecapaciteit Er is reeds veel gesproken over veiling van productiecapaciteit. Dit is nooit goed gelopen en dat lijkt ons ook logisch. Er wordt geveild aan marktprijs (beursprijs). Maar aan marktprijs kan iedereen per definitie alle elektriciteit kopen die ze willen. De praktijk is volgens ons dat de grote klanten van Electrabel elektriciteit kunnen kopen aan prijzen die veel lager zijn dan de normale marktprijs. Dit is wellicht mogelijk omdat de elektriciteit komt van reeds afgeschreven centrales. Het zou volgens ons niet gunstig zijn om aan de marktprijs te raken. Die is gelijklopend met de prijs in de buurlanden en ingrepen daarop zouden verstoring zijn van de markt. Als nieuwe spelers op de markt bijkomende productie-installaties zetten, dan is een hoge marktprijs bovendien gunstig om het project te kunnen realiseren. Wij zien een correcte en marktconforme ingreep dan ook in een gedwongen verkoop van productiecapaciteit aan de overheid. De prijs van die gedwongen verkoop kan vastgesteld worden na een studie (bv. door de CREG) van de door Electrabel gehanteerde verkoopprijzen aan de grootindustrie en/of
de kostenberekening voor de betreffende afgeschreven centrales plus een aanvaardbare marge. Er wordt dan gekocht aan een conforme prijs. Daarna verkoopt de overheid de elektriciteit op de beurs aan de gewone marktprijzen. De winst die de overheid maakt kan in eerste instantie gebruikt worden om Electrabel uit te kopen uit de distributienetbeheerders, Elia en Fluxys. In tweede orde kan de winst gebruikt worden om de netbeheerders te ondersteunen in hun taken voor energiebesparing. Ook ondersteunende maatregelen voor hernieuwbare energie of decentrale productie kunnen overwogen worden. Bij sluiting van oude centrales kan de gedwongen verkoop telkens voor een gedeelte ongedaan wordeN gemaakt. Deze gedwongen verkoop past in het verder vrijmaken van de markt en in de eerlijke concurrentie. Nergens wordt de markt ondergraven. Enkel concurrentievervalsing wordt ongedaan gemaakt. 4) Vastleggen van een maximumprijs De wetgever staat toe om een maximumprijs vast te leggen. Onrechtstreeks is een bedrag nu al gekend: de prijs van de gratis kWh – in 2007 is die 14,5485 cent per kWh exclusief btw. Alle leveranciers zijn goedkoper. Een maximumprijs instellen is volgens ons geen goede keuze. Het zal geen beïnvloeding geven of juist een negatieve. Als de prijs te hoog wordt gesteld, dan zal het de prijs van de monopolist laten stijgen. Als de prijs te laag wordt gesteld, dan kan er geen winst meer worden gemaakt. Bovendien zal het instellen van een maximumprijs heel veel onderhoud vergen (dagelijkse opvolging). Volgens ons zal een invoering van bijvoorbeeld de gedwongen verkoop die wij aangeven geen effect hebben op de prijs van de huishoudelijke consument. Die betaalt nu al zijn elektriciteit aan de marktprijs. Een marktprijs die gelijklopend is met de buurlanden en die door zo een gedwongen verkoop niet zal veranderen, vermits die juist weer verkocht wordt aan marktprijs. Ecopower cvba - 06/11/2007 p. 2 / 2 5) Rol CREG Een belangrijk deel van de prijs voor de consumenten wordt bepaald door de distributietarieven en transporttarieven. De netbeheerders hebben bovendien een monopoliesituatie hiervoor. Het is volgens ons uiterst belangrijk dat de CREG alle bevoegdheden krijgt om te controleren en te sturen dat de vastlegging van distributietarieven correct verloopt en dat er oneigenlijke winsten worden gemaakt. Alleen zo kan ervoor gezorgd worden dat die tarieven niet uit de hand lopen. Tegelijk moet ervoor gewaakt worden dat het onder controle houden van de distributiekosten niet ten koste gaat van de openbare
dienstverplichtingen. Een sterke controle geeft ook de mogelijkheid om beleidsopties door te voeren. Zo zouden wij het logisch vinden dat de CREG een mechanisme oplegt – op basis van een objectieve analyse van de tarieven – waarbij alle distributietarieven in Vlaanderen gelijk zijn. Het is onlogisch dat inwoners van stad Hasselt 1,6 cent per kWh meer moeten betalen dan de inwoners van stad Turnhout. Hetzelfde verschil is er voor de inwoners van meer landelijke buurgemeenten Lommel en Mol. Inwoners vanKortrijk betalen ongeveer 0,7 cent per kWh meer dan inwoners van Geraardsbergen en 1,7 cent per kWh meer dan inwoners van Boom. Een andere onlogische situatie is dat mensen met een enkelvoudige meter de distributiekost sponsoren van mensen met een tweevoudige meter. 65% van de mensen heeft een enkelvoudige meter – dikwijls ook in sociale woningen en bij kleinere verbruikers. Ook die mensen verbruiken een deel van hun elektriciteit ’s nachts. Daar bestaan statistische gegevens over, bv. het synthetic load profile S21. In de distributietarieven is er echter geen verschil tussen het distributietarief van de enkelvoudige meter en dat van het daggedeelte van de tweevoudige meter. Dit is manifest niet correct. 6) Beleid dat erop gericht is om het verbruik te doen dalen Een sterke controle van de distributietarieven geeft de mogelijkheid om te sturen in een richting om het verbruik te doen dalen. Nog een onlogisch element in de distributietarieven is dat er een verschil wordt gemaakt tussen een dag-distributietarief en een nacht-distributietarief. Nochtans is de kostprijs van het distributienet ’s nachts niet goedkoper dan overdag. Deze tariefbepaling is een arbitraire keuze die ervoor zorgt dat de grotere verbruikers nog extra willen verbruiken omdat het ’s nachts goedkoop is. De verantwoording van het verschil tussen dag en nacht in het distributietarief is dat het een methode is om de pieken af te vlakken, maar in werkelijkheid zal het de grootste pieken juist nog vergroten omdat grote verbruikers extra toestellen op elektriciteit zullen kopen (bv. boiler voor warm water op elektriciteit), die op de belangrijkste piekmoment ook zullen functioneren (net op dat moment moet iedereen een bad nemen). Het zeer grote verschil in distributiekost overdag en ’s nachts is een erfenis van het verleden die komt van een tijd dat meer elektriciteitsverbruik juist werd gepromoot. Ook na de gelijkstelling van de distributiekost overdag en ’s nachts zal er bij de meeste leveranciers een verschil blijven bestaan tussen de prijs overdag en ’s nachts. Dat verschil zal logisch zijn op basis van de marktprijs van elektriciteit in de normale en in de stille uren. Het zal wel een stuk kleiner zijn dan nu.
7) Verdere stappen om het monopolie af te bouwen De definitieve beslissing en verankering van de sluiting van de kerncentrales is uiterst belangrijk om een echte vrijmaking te krijgen. Zonder die sluiting wordt een oneigenlijk groot voordeel gegeven aan de monopolist. Het elektriciteitsnetwerk van de toekomst is er één waarin decentrale productie een belangrijke rol zal spelen. Elia (en de distributienetbeheerders) speelt een belangrijke rol om deze decentrale productie mogelijk te maken. Bij investeringen moet er op toegezien worden dat de mogelijkheden voor decentrale productie versterkt worden. Ook hier kan de overheid via de CREG een rol spelen. Een mogelijk belangrijke buffercapaciteit voor elektriciteitsproductie of hernieuwbare energie kan in de toekomst gebeuren via het aardgasnet. Fluxys moet zich voorbereiden om lokale injectie van gas toe te staan (verrijkt biogas, stortgas of synthesegas, maar ook waterstofgas). Er moeten dan kwaliteitsnormen zijn, maar ook een certificatensysteem om de afkomst te garanderen. Ecopower cvba, Jim Williame, bestuurder, Statiestraat 164, 2600 Berchem, 03 287 37 79, www. ecopower.be, info@ecopower.be
EUROPESE COMMISSIE
- COMMISSION EUROPÉENNE
Mevrouw Marie-Christine Jalabert (Europese Commissie, DG Energie en Vervoer) constateert dat de interne energiemarkt niet naar behoren functioneert. Ze voegt er wel aan toe dat zulks geenszins afbreuk doet aan de liberalisering van die sector. Met betrekking tot de onderzoeksbevoegdheid preciseert de spreekster dat de Europese overheden over meer bevoegdheden beschikken dan de CREG, en dat zij de ter plaatse, in de bedrijfsvestigingen, een onderzoek naar de situatie kunnen instellen. Volgens mevrouw Jalabert is België veeleer een voorloper met betrekking tot de omzetting in nationaal recht van de Europese bepalingen in dat verband. De spreekster wijst op het standpunt van de Europese instanties over het mededingingsbeginsel en de draagwijdte van het gemeenschapsrecht. Ze beklemtoont dat tariefregulering alleen in uitzonderlijke situaties mag worden toegepast. De vrijwaring van het algemeen belang, alsook de bescherming van categorieën van kwetsbare personen of van kleine ondernemingen kunnen worden aangevoerd als argumenten om een tariefregulering in het gemeenschapsrecht in te passen. Bovendien mag de maatregel niet tot discriminatie leiden, en moet ze evenredig zijn met de vooropgestelde doeleinden. De vertegenwoordigster van de Europese Commissie geeft aan dat de energietarieven in 17 Europese landen gereguleerd worden, alsook dat in 10 van die landen, waaronder Portugal en Italië, inbreuken op het gemeenschapsrecht terzake werden vastgesteld. Mevrouw Jalabert bekijkt het wetsvoorstel en het voorstel van resolutie uit het oogpunt van hun verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht. De spreekster is geen voorstander van tariefplafonds, omdat de markt aldus geen signalen krijgt en aldus de investeringen negatief kunnen worden beïnvloed. Bovendien kunnen die tariefplafonds worden beschouwd als overheidssteun en als dusdanig door de Europese instanties worden bestreden, als zijnde onterecht toegekend. De spreekster wijst tevens op de ontoereikende productiemiddelen in België, dat daarenboven een Europees knooppunt voor gas en elektriciteit. Mevrouw Jalabert gaat in op de nadere regels voor de in het wetsvoorstel in uitzicht gestelde toepassing van tariefplafonds, meer bepaald op het streven om de prijsregulering ten dienste te stellen van de Belgische verbruiker. De spreekster stelt evenwel vast dat men in een open markt als de Europese energiemarkt elektriciteit in België kan kopen tegen een maximumprijs en die vervolgens kan doorverkopen in een derde land. In dat
geval is het vooropgestelde doel niet bereikt. De export van energie kan overigens niet aan banden worden gelegd, omdat zulks het vrij verkeer van goederen zou hinderen, en aldus een schending van het Verdrag van Rome zou inhouden. wijst er voorts op dat het opleggen van tariefplafonds een probleem doet rijzen inzake de compensatie van de inkomsten die de operatoren door die maatregel mislopen. Zij herinnert eraan dat de Europese Unie voorstander is van een ongehinderde marktwerking. Zulks neemt niet weg dat sociale tarieven of gewaarborgde universele dienstverlening tegen een redelijke prijs toegestaan zijn. De spreekster voegt eraan toe dat de Europese instanties het begrip «redelijke prijs» niet hebben omschreven. Wat de taak van de regulerende instantie betreft, is het volgens de spreekster van essentieel belang dat de CREG aan market monitoring kan doen, om alle misbruik bij de prijszetting te kunnen opsporen en de detailhandel in staat te stellen naar behoren te werken.
PROF
GUIDO
Vaststelling vooraf Wetsvoorstel Instellen van maximumprijs op Productie van elektriciteit voor de Belgische markt Invoer en aankoop van aardgas voor levering op de Belgische mar Resolutie Vraagt de regering Rol van beleidsbepaler te spelen die toeziet op naleving van de reg CREG bevoegdheden terug te geven Transport en distributietarieven laten bepalen, kosten van netbeheerde controleren, beslissen over de bestemming van bonussen of malussen Maximumprijzen bepalen voor consumenten voor levering van gas Stapsgewijze stijging van de tarifering in te stellen Concurrentievoorwaarden te verscherpen Conclusie Beide documenten behandelen verschillende zaken Het Wetsvoorstel – Bedenkingen De Toelichting Doel van vrijmaking Prijsdalingen voor consument realiseren Intrede van nieuwe marktspelers Is dat zo? Doel is efficiëntieverbeteringen realiseren Hoe? Deels door stimuleren van concurrentie Deels door goede regulering
Het Wetsvoorstel – Basisidee vrijmaking Concurrentie organiseren Leidt tot kostenefficiënte pro Zet neerwaartse druk op pri Enkel reguleren wanneer haalbaar is Kostenefficiëntie en lage pri Toegepast op gas en el Productie, Aankoop & Ver Transport & Distributie Resultaat? Daling van gemiddelde pr Voor sommigen lagere, voor Antwoord hangt af van karak markten Elementen die bijdragen Strikte scheiding van netwer Beweging naar ‘real-time’ pr toelaten!) Verhoogt de gevoeligheid van Toetreden in en uittreden uit Laat marktwerking en geg volle rol spelen in segmen Principe fondamental de la libéralisation Organiser la concurrence où c'est possible Entraîne une production efficace sur le plan des coût Exerce une pression à la baisse sur les prix car la pu Réguler uniquement lorsqu'il n’est pas possible d’org L'efficacité des coûts et la baisse des prix ne peuven Application au gaz et à l'électricité Production, achat et vente --> Concurrence Transport & Distribution --> Régulation Résultat? Réduction des prix moyens Hausse des prix pour certains, baisse pour d'autres La réponse dépend des caractéristiques des marché Éléments contribuant au succès Séparation stricte du réseau, de la production et de l Viser une fixation des prix "en temps réel" (au moyen Pour accroître la réceptivité de la demande aux signa Simplifier au maximum l'accès aux marchés et le retr Laisser le fonctionnement du marché et les signaux d concurrence
C
VRAGEN EN ANTWOORDEN
II. — HOORZITTINGEN Tijdens de vergadering van 23 oktober 2007 heeft de commissie de volgende sprekers gehoord: – de heer Guido Camps, Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG); – de heer Jacques Steenbergen, directeur-generaal van de Algemene Directie Mededinging, FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie; – de heer Labarre, Test-Aankoop; – de heer Van der Maren, VBO; – de heer Van den Abeele, voor de Unie van Zelfstandige Ondernemers, de «Union des Classes Moyennes» en het Liberaal Verbond Zelfstandigen; – de heer Willems van het ACV, de heer Van Daele en mevrouw Panneels van het ABVV en mevrouw Vanhemelen van het ACLVB; – mevrouw Fauconnier van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, Algemene Directie Energie. * * * Vragen over de CREG Mevrouw Katrien Partyka (CD&V – N-VA) wenst te weten welke bijkomende middelen de CREG nodig heeft om haar taken inzake de controle van en het toezicht op de markt naar behoren te kunnen uitvoeren. Mevrouw Dalila Douifi (sp.a-spirit) onderstreept hoe belangrijk informatie is in de taak van de CREG en in het bijzonder bij het analyseren van de prijzen om eventuele misbruiken op te sporen. Over welke aanvullende informatie wil de CREG beschikken om die analyses te kunnen uitvoeren, en welke andere onderzoeksmiddelen kunnen haar worden toegekend? De spreekster wenst voorts meer inlichtingen over de tien Europese landen die al aan regulering van de gas- en elektriciteitsprijzen doen. Mevrouw Karine Lalieux (PS) merkt op dat de maximumprijzen maar kunnen gelden voor de prijscomponent die als misbruik wordt bestempeld en alleen voor de benadeelde klanten. Zij wenst verduidelijking over dat begrip «benadeelde klant». De spreekster wenst ook te weten wat het standpunt van de CREG is over de idee om programmaovereenkomsten te sluiten inzake gas en elektriciteit, zoals dat met succes in de oliesector gebeurt. De heer Bart Tommelein (Open Vld) wijst op het internationaal karakter van de grote energiegroepen en op het feit dat de waargenomen stijging mondiaal is.
In die context vraagt de spreker zich af of men de burgers er niet moet op voorbereiden dat zij voortaan een aanzienlijker deel van hun budget aan energiekosten zullen moeten besteden. Hij verwijst daarbij naar een persartikel waarin voor de tarieven van de distributienetbeheerders een sterke stijging is aangekondigd, die voor het gas meer dan 30 % zou kunnen bedragen. Wat zullen de gevolgen zijn voor de winstmarges van de distributienetbeheerders? Mevrouw Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!) vindt het normaal dat prijsregulering geldt voor de prijscomponenten waarvoor een misbruik is vastgesteld, maar vraagt zich af of de CREG over de nodige middelen beschikt om die verschillende componenten te beoordelen. Op welke hinderpalen stuit het reguleringsorgaan bij de uitvoering van haar taak? De spreekster wijst erop dat de leveranciers bestaan uit één dominante operator en verscheidene andere kleinere operatoren. Om de operatoren die alleen leverancier zijn niet te benadelen en om effectieve concurrentie op het vlak van de levering te verzekeren, vraagt de spreekster zich af in welke mate men niet hogerop, op het vlak van de invoer, aan prijscontrole zou moeten doen. De spreekster wenst voorts te weten hoe de CREG kan beoordelen of de werking van een markt bevredigend is. De heer Olivier Hamal (MR) wenst informatie over het aandeel van de verschillende componenten in de gas- en elektriciteitsprijzen, zoals de particulieren die moeten dragen. De spreker wenst ook meer precisering over de prijsverhogingen en over de prijscomponenten die aan de basis van die verhogingen liggen. Hij brengt de prijsstijging voor de distributie ter sprake die onlangs door de intercommunales is aangekondigd; hij vraagt zich af of men terzake geen reguleringsmaatregelen moet overwegen. De heer Bruno Valkeniers (VB) wenst aanvullende inlichtingen over het begrip «buitensporige prijs».Hij vraagt zich ook af of maatregelen om buitensporige prijzen tegen te gaan niet als politiek instrument zullen worden gebruikt. De heer Pierre-Yves Jeholet (MR) wenst meer inlichtingen over de betrekkingen van de CREG met de distributienetbeheerders. De spreker vraagt zich af wat de mogelijkheden zijn om de capaciteit inzake onderlinge verbinding met de andere netten te verhogen. Voorzitter Bart Laeremans (VB) vraagt dat de CREG preciseert over welke bijkomende middelen zij met name op het vlak van personeelsbezetting wenst te beschikken. Hij wenst ook meer inlichtingen over het begrip «tijdelijk» inzake regulering en over de nodige tijd om
nieuwe hoogspanningslijnen te bouwen. De spreker wil tot slot nadere inlichtingen over wat het met het oog op een verhoging van de effectieve concurrentie concreet zou betekenen mocht Electrabel meer productiecapaciteit aan nieuwe actoren in de sector afstaan, en vraagt zich ook af of de productiecapaciteit inzake gas en elektriciteit voor de volgende jaren toereikend is. De heer Guido Camps (CREG) herinnert eraan dat uit een recentelijk door een hof van beroep gewezen arrest duidelijk is gebleken dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden van monitoring, onderzoek en optreden door de CREG; de spreker preciseert dat de CREG meende bevoegd te zijn om de distributieprijzen vast te leggen, en dat het hof van beroep die positie op losse schroeven heeft geplaatst. Het hof van beroep heeft namelijk duidelijk aangegeven dat de CREG niet uitdrukkelijk bevoegd is om de redelijkheid van de op de distributienetbeheerders toepasselijke afschrijvingskosten te beoordelen. De heer Camps haalt een circulaire van de FOD Binnenlandse Zaken aan die ruim vóór de liberalisering van de energiesector werd uitgevaardigd, welke het hof van beroep beschouwt als de referentie wat de nadere regels inzake afschrijvingen betreft. Zo is in de circulaire bepaald dat de historische waarde van activa, vermeerderd met de indexaanpassingen, in aanmerking moet worden genomen als basisbedrag voor de afschrijving van die activa. De heer Camps onderstreept dat de afschrijving van de meerwaarde dus werd erkend. De kabels en leidingen van de distributienetbeheerders mogen a rato van 3% worden afgeschreven en dat gebeurt ook; vanuit economisch oogpunt bekeken is een afschrijving ten belope van 2% evenwel veel meer gerechtvaardigd. De heer Camps besluit daaruit dat de vigerende regels inzake de opmaak van de jaarrekeningen primeren. Hij onderstreept dat die toestand zich uit in substantiële tariefverhogingen, die uit een economisch oogpunt niet gerechtvaardigd zijn. De spreker gaat in op hetgeen in sommige Europese landen geldt op het stuk van regulering, en geeft de volgende voorbeelden: Frankrijk waar het zogenaamde «captief tarief» mag worden toegepast, Spanje waar het captief tarief gedurende een overgangsperiode mag worden toegepast, en Italië waar met toepassing van de «single buyer» de energieaankopen mogen worden gecentraliseerd. In verband met de opsplitsing van de energieprijzen in de verschillende componenten ervan, herinnert de heer Camps aan het kernthema van zijn betoog, te weten de uitbouw van een monitoring-regeling met centralisatie en beheer van alle informatie, een diagnosestelling en in voorkomend geval een verplichte corrigerende maatre-
gel. Die regeling kan als positief worden gepercipieerd als ze wordt beschouwd als «mentorship». Met betrekking tot de componenten waarop de CREG controle kan uitoefenen, meent de heer Camps dat, met uitzondering van de belastingen en andere inhoudingen, alle overige componenten die een kostenelement omvatten, aan die controle moeten worden onderworpen. Als voorbeeld geeft hij de CO2-emissierechten die weliswaar gratis werden toegekend, maar die sommige operatoren toch in de uiteindelijke prijs doorrekenen. De heer Camps maakt een analyse van de factoren die aan de prijsstijgingen ten grondslag liggen. Hij legt uit dat het een ingewikkelde aanpak betreft waarbij tal van factoren in aanmerking worden genomen, zoals de CO2- emissierechten die werden gekocht door de producenten die over onvoldoende emissierechten beschikken, dan wel de hogere uraniumprijs. De spreker beklemtoont dat de aangehaalde voorbeelden duidelijk aantonen hoe weinig bevoegdheden de CREG thans heeft, inzonderheid om haar monitoringtaak te vervullen die nochtans vermeld staat in artikel 23 van de tweede Europese richtlijn, dan wel om de prijzen van de netwerkbeheerders te controleren. Volgens de heer Camps zullen de markten behoorlijk werken wanneer sprake is van een level playing field, dat bestaat uit een platform van verscheidene spelers in de energiesector. De spreker geeft het voorbeeld van Nederland, waar dankzij talrijke aansluitingen op buitenlandse netwerken een dergelijk level playing field kon worden geschapen en waardoor het land een substantieel importvermogen heeft verkregen. Hij suggereert België zich op het Nederlandse model te inspireren. In verband met de productiecapaciteit van ons land onderstreept de heer Camps dat de aanleg van een nieuwe hoogspanningslijn, gelet op de te verkrijgen vergunningen, een tiental jaar in beslag neemt. De capaciteit kan worden opgedreven door import, zoals thans reeds gebeurt met Frankrijk en Duitsland, alsook binnenkort met het Verenigd Koninkrijk. De spreker beklemtoont dat de opsplitsing van de elektriciteitsprijzen sterk varieert naargelang het soort klant. Voor een residentiële klant kan de verdeling als volgt worden ingeschat: 50% voor de energieprijs, 25 % voor de transport- en distributieprijs, en 25% voor belastingen en heffingen. De heer Tom Maes (CREG) deelt de vigerende opsplitsing mee wat de gasprijs betreft: 44% voor het gas zelf, 10% voor het transport via Fluxys, 30% voor de distributie, 13% voor de leverancier en 4% voor belastingen en heffingen. Voorts beklemtoont de heer Maes de verschillen tussen de soorten klanten. Hij preciseert dat de CREG naargelang het consumentenprofiel een groter of kleiner
aandeel van de totaalprijs mag controleren, met name van 40% voor een residentiële klant tot 10% voor een industriële klant. De heer Guido Camps (CREG) gaat in op diverse factoren die aan prijsstijgingen ten grondslag zullen liggen. Hij haalt de almaar talrijkere openbaredienstverplichtingen aan, alsmede de stijgende pensioenlasten en de verhoging van de billijke winstmarge. Voor de behandeling van sancties wegens misbruik moet volgens de spreker vooraf worden bepaald wat onder «misbruik» wordt verstaan. Zulks kan bij wet gebeuren, dan wel door die bevoegdheid uitdrukkelijk te verlenen aan de CREG of eventueel aan een andere overheidsinstantie. Die definitie van het begrip «misbruik» zou bij wege van richtlijnen ter kennis worden gebracht van de markt. De hindernissen die de uitbreiding van de aansluitingsmogelijkheden op andere netwerken in de weg staan, zijn volgens de heer Camps van technische, en niet van wettelijke aard. De spreker gaat vervolgens in op het vraagstuk van de middelen die de CREG ter beschikking staan om zijn taken te vervullen. Hij maakt een vergelijking tussen de huidige en de vroegere situatie, en wijst erop dat in het verleden 29 mensen in dienst waren om louter de regeling inzake de captieve markt te controleren, in casu een twintigtal mensen bij het Beheerscomité en ongeveer negen bij het Controlecomité. Die mensen kregen informatie van de betrokkenen bij de CPTE. Die toestand is niet vergelijkbaar met die welke thans meestal voorkomt, en die volgens de heer Camps een substantiële verruiming vergt van de ter beschikking gestelde middelen. De noodzakelijke termijn om personeel in dienst te nemen wordt geraamd op vier of vijf maanden. Vragen aan de heer Steenbergen De heer Bart Tommelein (Open Vld) vraagt zich af of het wel juist is over een energiecrisis te spreken. Hij stipt aan dat de prijzen gedaald zijn ten opzichte van 2005. Hij wenst te vernemen waarom de energieprijzen in België lager zijn dan in de meeste buurlanden. Mevrouw Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!) staat stil bij de winstmarges van de operatoren en wil weten of en hoe de reguleringsinstanties bij machte zijn na te gaan of de winstmarges van de diverse interveniënten binnen redelijke perken blijven. Voorts betreurt de spreekster dat niet meer aandacht wordt besteed aan
de diversificatie van de productiebronnen. Zij wenst ook te vernemen waarom het onmogelijk is te komen tot een permanentere, geen louter tijdelijke, maximumprijs die correct zou worden geëvalueerd en die redelijke winstmarges zou garanderen. Mevrouw Dalila Douifi (sp.a-spirit) herinnert eraan dat de diensten van het Directoraat-Generaal Concurrentie doorgaan met een onderzoek naar de energiesector. Zij wil weten wanneer de resultaten van dat onderzoek bekend worden gemaakt. De heer Steenbergen vindt het niet raadzaam momenteel het woord «energiecrisis» in de mond te nemen en beklemtoont dat de energieprijzen in België redelijk zijn. Wat de elektriciteitsmarkt betreft, liggen de Belgische kostprijzen gemiddeld boven het prijsniveau in Frankrijk en onder het niveau in Duitsland. Hij onderstreept dat de elektriciteitsprijs op Europees niveau wordt bepaald door de Frans-Duitse as. Voorts preciseert hij dat de elektriciteitssectoren in die twee landen een andere productie- en kostenstructuur hebben. Voor de gassector is het moeilijker een vergelijking te maken, aangezien de prijs het resultaat is van contracten met de leveranciers. In verband met het begrip «buitensporige prijs» stipt de heer Steenbergen aan dat terzake nog maar weinig rechtspraak voorhanden is. Volgens de spreker is het niet makkelijk te bepalen of een prijs al dan niet buitensporig is, zo die prijs marktconform is en bovendien op die markt niet echt hoog is. De spreker vindt het delicaat een standpunt in te nemen aangaande de vraag of de winstmarges buitensporig zijn; hij voegt daaraan toe dat het wellicht niet wenselijk is terzake regels te bepalen. Winstmarges vastleggen zou zelfs een omgekeerd effect kunnen hebben dan beoogd, want aldus worden de marktactoren aangezet tot prijsafspraken. Volgens de heer Steenbergen is de diversificatie van de energieproductiebronnen een na te streven oplossing, maar hij nuanceert wel dat een dergelijke diversificatie niet noodzakelijk tot prijsdalingen zal leiden, als ze niet gepaard gaat met een subsidiebeleid. De spreker illustreert een en ander met het voorbeeld van de «gas-5-prijs» voor de kleinste consumenten: daaruit blijkt namelijk dat de prijs die naar voorkwam uit de verhogingssimulaties lager was dan de gemiddelde prijs voor die categorie in 2006. Wel preciseert de heer Steenbergen dat die prijs is gestegen ten opzichte van het vorige jaar. Volgens de spreker vergt onderzoek naar concurrentie in de energiesector veel tijd, aangezien het een zeer complexe aangelegenheid betreft. In de buurlanden en bij de Europese Commissie duurt dergelijke onderzoek makkelijk 2,5 jaar. De spreker denkt dat het onderzoeksrapport vóór volgende zomer zal worden uitgebracht. In verband met de manier waarop de klachten inzake
concurrentie moeten worden aangepakt, onderstreept de heer Steenbergen dat het niet wenselijk is van bij aanvang te agressief en te dreigend op te treden tegen een onderneming waartegen een klacht werd ingediend. Aldus zouden immers administratieve lasten worden opgelegd aan een onderneming die per slot van rekening in dat stadium nog nergens van beschuldigd is. Vragen aan Test-Aankoop Mevrouw Karine Lalieux (PS) onderstreept dat zij met haar wetsvoorstel uitsluitend de mogelijkheid beoogt om maximumprijzen voor de gasinvoer op te leggen. Wat de deze zomer door Electrabel aangekondigde stijging van de gasprijs betreft, onderstreept de spreekster dat de betrokken onderneming naar eigen zeggen alleen maar de stijging van de aankoopprijs van het gas aan haar klanten heeft doorgerekend, wat overigens door de CREG-studie dienaangaande wordt bevestigd. De CREG is echter niet bij machte zich uit te spreken over de gegrondheid van de door Distrigas doorgevoerde prijsstijging die, volgens diezelfde onderneming, het gevolg zou zijn van een prijsstijging op de internationale markten. Mevrouw Lalieux betreurt die situatie en wenst dat de CREG al in een veel vroeger stadium toezicht kan uitoefenen, met name op het prijsniveau bij de invoer, teneinde er zeker van te kunnen zijn dat de prijsstijging terecht is. Mevrouw Lalieux had ook graag het standpunt van Test-Aankoop gehoord over de programmaovereenkomsten inzake gas als middel om de prijs te reguleren. Mevrouw Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!) herinnert eraan dat de Belgische kerncentrales al volledig zijn afgeschreven en vraagt zich af of het niet raadzaam ware de winst uit de afgeschreven centrales te belasten. Zij wil ook weten of bepaalde marktactoren de kostprijs van de CO2-toewijzingen, die nochtans gratis werden toegekend, niet abusievelijk aan hun klanten doorrekenen. Mevrouw Dalila Douifi (sp.a-spirit) wenst te vernemen hoe de tot Test-Aankoop gerichte vragen en klachten qua aantal en qua inhoud zijn geëvolueerd, sinds Electrabel de stijging van zijn gasprijs bekend heeft gemaakt. De heer Labarre betreurt dat de regulator over te weinig middelen en bevoegdheden beschikt om zijn taak naar behoren uit te voeren. Aangaande de gasprijs onderstreept hij dat de eindprijs ervan, na de recente stijging en met eenzelfde winstmarge gerekend, driemaal de toeleveringsprijs zou bedragen sinds de nieuwe contracten met Qatar de contracten met Algerije hebben vervangen.
Aangaande de impact van de gratis toegewezen CO2-quota op de eindprijs van elektriciteit meent de vertegenwoordiger van Test-Aankoop dat de regulator de nodige bevoegdheden moet krijgen om de gevolgen van dat knelpunt nader te onderzoeken. In verband met het aantal klachten over energie stelt de heer Labarre vast dat de website van Test-Aankoop veel vaker wordt geraadpleegd. Overigens betreurt de spreker dat er voor de energiesector geen ombudsman bestaat, die onder meer de vele klachten over de factuur of het sociale tarief zou kunnen behandelen. Vragen aan het VBO Mevrouw Karine Lalieux (PS) merkt op dat de Europese Commissie de liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt bepleit, want die zou een prijsdaling meebrengen. Mevrouw Lalieux stelt vast dat de prijzen vooralsnog niet dalen en dat de burgers met almaar zwaardere energierekeningen te maken krijgen. Zij onderstreept bovendien dat niet alle burgers in gelijke mate de hogere energieprijzen kunnen opvangen. Uitgaven om de energiefactuur te doen dalen, isolatie bijvoorbeeld, zijn immers alleen voor de rijkeren weggelegd. vraagt zich af of er geen tijdelijke maatregelen mogelijk zijn totdat de markt een efficiënte uitwerking heeft. Volgens haar loont het de moeite technische normen aan te moedigen die een zuiniger energieverbruik meebrengen. Mevrouw Dalila Douifi (sp.a-spirit) wil weten of de VBO-leden tevreden zijn over de liberalisering van de energiesector. Zij vraagt zich af waarom verplichte maximumprijzen niet positief zouden kunnen uitdraaien voor de bedrijven, die toch ook energie verbruiken. De heer Olivier Van der Maren (VBO) geeft aan dat de leden van het VBO niet tevreden zijn over de werking van de energiemarkt en meer mededinging wensen. Hij acht het eveneens noodzakelijk in te grijpen aan de vraagzijde. In dat opzicht vindt hij dat een begrenzing van de prijzen de markt duidelijke signalen terzake ontneemt. Overigens vindt de heer Van der Maren het ook
noodzakelijk om de marges van de distributienetwerkbeheerders (DNB) en de transportnetwerkbeheerders (TNB) in te perken. Vragen aan de Unie van Zelfstandige Ondernemers, de «Union des Classes Moyennes» en het Liberaal Verbond voor Zelfstandigen De heer Willem-Frederik Schiltz (Open Vld) vraagt zich af op hoeveel het gebrek aan productiecapaciteit wordt geraamd. Mevrouw Tinne Van der Staeten (Ecolo-Groen !) wil weten welk standpunt de respectieve genodigden innemen over kernenergie in een geliberaliseerde markt. Mevrouw Dalila Douifi (sp.a-spirit) vraagt hoeveel kleine en middelgrote ondernemingen worden getroffen door de stijging van de energieprijzen. De heer Van den Abeele benadrukt nogmaals dat ook moet worden ingegrepen aan de vraagzijde, en dat bijvoorbeeld isolatie aanzienlijke besparingen mogelijk maakt. Voor de spreker moet de markt worden vrijgemaakt, met name om België in staat te stellen productietekorten op te vangen en elk risico op een black-out te vermijden. Vragen aan de vertegenwoordigers van de vakbonden Mevrouw Katrien Partyka (CD&V – NV-A) vraagt hoe het sociaal overleg m.b.t. het energiebeleid kan worden georganiseerd. Mevrouw Dalila Douifi (sp.a-spirit) stelt met genoegen vast dat de drie vakbonden één gemeenschappelijk standpunt innemen. Daarnaast sluit het vakbondsstandpunt vrij goed aan bij het wetsvoorstel met dien verstande dat de vakbonden pleiten voor maximumprijzen op groothandelsniveau. Zij vraagt tenslotte hoeveel leden de vakbonden vertegenwoordigen? De voorzitter, de heer Bart Laeremans (VB), vraagt wat de vakbonden denken over het verkopen van productiecapaciteit door Electrabel aan zijn concurrenten. Klopt het dat in het verleden politieke afspraken werden gemaakt dat België niet in de Duitse maar in de Franse invloedssfeer zou liggen? Welke is hierover hun mening?
vraagt of de vakbonden akkoord zijn met de in het voorstel van resolutie bepleite veiling per opbod van productiecapaciteit. Mevrouw Panneels (ABVV) antwoordt dat een mogelijk model voor het sociaal overleg inzake energie terug te vinden is in het Nationaal Comité voor Energie, dat 20 jaar heeft bestaan en waarin gefundeerde debatten met specialisten werden gevoerd over de uitrustingsplannen: het is mogelijk gebleken om in de schoot van dit Comité goed gestoffeerde adviezen af te leveren. De heer Willems (ACV) meent dat ongeveer 5000 megawatt productiecapaciteit dient te worden geveild om van concurrentie te kunnen spreken (dit cijfer is lager als meer invoer beschikbaar komt). Over de concrete modaliteiten wenst hij zich nog niet uit te spreken maar hij vreest wel dat indien men de EU-regels volgt, men aan marktprijs zal moeten werken (hetgeen de voorgestelde taks op kerncentrales problematisch zou maken). Hij verduidelijkt wel dat deze tijdelijke terbeschikkingstelling van productiecapaciteit geen onteigening inhoudt. De spreker bevestigt verder dat er inderdaad geruchten zijn dat er een afspraak zou bestaan tussen de grote Duitse en Franse spelers om de EU-markt onder elkaar te verdelen. De spreker besluit dat de Belgische consumenten momenteel de (Franse) expansie van Suez in Europa financieren: immers de referentiewaarde momenteel is de marginale kost van een gascentrale (en de gasprijs stijgt sterk) terwijl Electrabel in België vooral elektriciteit produceert met (afgeschreven) kerncentrales. De heer Van Daele (ABVV) verduidelijkt dat deze referentiewaarde momenteel ongeveer 55 euro per megawattuur bedraagt, terwijl de kostprijs van deze megawattuur in een Belgische kerncentrale slechts zowat 15 euro bedraagt. De vakbonden hebben o.m. voorgesteld om het beheer van de kerncentrales aan ELIA toe te vertrouwen, (mits afbouw van de invloed van Suez/GDF in Elia) met het oog op het leveren van de basisdienst inzake elektriciteit. Vragen aan mevrouw Fauconnier (AD ENERGIE, FOD ECON) De heer Willem-Frederik Schilz (Open Vld) vraagt of het mogelijk is om de weerslag in te schatten van een prijsbeperking op het investeringsklimaat m.b.t. interconnectie.
Mevrouw Karine Lalieux (PS) verwijst naar de zogenaamde Pax Electrica, waarin de regering tijdens de vorige legislatuur met Electrabel-Suez heeft afspraken gemaakt, waarbij deze laatste o.m. gedurende 2 jaar geen prijsverhogingen zou toepassen. In welke mate kunnen deze afspraken ingeroepen/afgedwongen worden door de huidige regering? De Voorzitter vraagt waarom het voorgestelde observatorium een volledig nieuw orgaan zou moeten zijn. Mevrouw Katrien Partyka (CD&V– N-VA) vraagt of het gebrek aan informatie waarop mevr. Fauconnier zich beroept te wijten is aan tekortkomingen in de wet en zo ja, welke? Mevrouw Fauconnier meent dat het vastleggen van een maximumprijs op middellange termijn een nadelig effect heeft op het investeringsklimaat. De zogenaamde «Pax Electrica» zou gebaseerd zijn op een intentieverklaring zonder enige dwingende waarde maar zij heeft dit document nooit kunnen inkijken. Wat het observatorium betreft, het gaat hier niet om een nieuw super-orgaan, maar om een in de schoot van de administratie op te richten entiteit, die bevoegd zou zijn voor alle energievectoren. De huidige wetgeving op gas en elektriciteit (die sinds 1999 19 maal werd gewijzigd) laat mevrouw Fauconnier niet toe om informatie te eisen vanwege de operatoren, zodat zij afhankelijk is van de goede wil van deze laatste. De voorzitter, de heer Bart Laeremans (VB) vraagt of in andere lidstaten wel een wettelijk verankerde mogelijkheid bestaat om dergelijke vragen te stellen aan de operatoren. Mevrouw Fauconnier antwoordt dat ook in Frankrijk en Nederland het gaat om een orgaan binnen de administratie. Zij heeft in het kader van het IEA de vraag voorgelegd aan haar collega’s van de andere landen en alleen het Franse orgaan ontvangt alle, ook confidentiële, informatie: meer bepaald gaat het hier over de vertrouwelijkheid van commerciële contracten. merkt op dat de CREG pleit voor monitoring: geldt zulk ook voor de FOD Economie, DG Energie? Mevrouw Fauconnier antwoordt dat het Observatorium zou moeten instaan voor het verzamelen en inter-
preteren van gegevens m.b.t. alle energievectoren (de CREG is alleen bevoegd voor gas en elektriciteit). De vertegenwoordiger van de CREG bevestigt dit laatste. De door de CREG voorgestelde marktmonitoring heeft geen betrekking op de bevoorradingszekerheid. Eén van de heikele punten is dat de CREG wettelijk geen vertrouwelijke informatie mag doorspelen, noch aan de administratie noch aan de mededingingsautoriteiten. Dit laatst punt zou kunnen worden verbeterd.
III. — HOORZITTINGEN
De commissie heeft tijdens haar vergadering van 6 november 2007 de volgende sprekers gehoord: – de heren Alain Janssens en Walter Peeraer, Electrabel; – de heer Erwin Van Bruysel, CEO, Distrigas; – de heer Frank Schoonacker, Regulatory Manager, SPE; – de heer Gert De Block, Secretaris-generaal, Inter- Regies; – de heer Stéphane Moreau, Ondervoorzitter, Inter- – de heer Martin Verschelde, Secretaris-generaal, – mevrouw Kathleen Van Boxelaer, Nuon; – de heer Bruno Venanzi, Stichter-directeur, Lampiris; – de heer Jim Williame, Directeur, Ecopower; – mevrouw Marie-Christine Jalabert, Europese Commissie, DG Energie en Vervoer; – de heer Guido Pepermans, Hoogleraar (KUL). Vragen aan de elektriciteitsproducenten / invoerders van gas Aangezien het om een essentieel goed gaat, heeft de heer Philippe Henry (Ecolo-Groen!) vragen bij het argument dat de prijsstijgingen ontradend zijn voor het verbruik. Hij merkt op dat elektriciteit en gas basisgoederen zijn, zoals water, en dat de prijzen van die goederen daarom niet alleen uit marktoogpunt mogen worden beschouwd. In het raam van een vrijgemaakte markt wekt het argument van Electrabel dat met een hoge prijs de vraag kan worden ontmoedigd in elk geval veeleer verbazing. De heer Henry wenst te weten of Electrabel ervan uitgaat dat de elektriciteitsmarkt in België een gezonde markt is. Zo niet, welke reguleringsmaatregelen staat de historische operator voor? Voorts vraagt de spreker zich af hoe men de consument kan doen profiteren van de daling van de productieprijzen. Mevrouw Dalila Douifi (sp.a-spirit) wenst bijkomende informatie vanwege Electrabel over het verband tussen de stijging van de eindprijs en de investeringen van de operator. Over welke investeringen het gaat het? De spreekster heeft twijfels bij de bewering dat een prijsdaling nefast zou zijn voor het milieu. Tot slot vraagt
mevrouw Douifiinlichtingen over de winst die Electrabel de jongste vijf jaar heeft gemaakt. Mevrouw Karine Lalieux (PS) wijst erop dat over de noodzakelijke diversificatie van de productiebronnen en over het feit dat de vraag in de hand moet worden gehouden, een zeer ruime consensus bestaat. Ze merkt op dat energie een essentieel goed is, net als water, en dat bij de prijszetting rekening moet worden gehouden met dat aspect. De spreekster verwijst naar het advies van de CREG over de recente prijsstijging van het gas die Electrabel heeft aangekondigd. Mevrouw Lalieux attendeert erop dat Electrabel ter verantwoording van die prijsstijging aanvoert dat de prijs van het gas dat van Distrigas wordt gekocht, gestegen is. Mevrouw Lalieux rekent echter voor dat op de internationale markten de prijs van het gas niet lijkt te zijn gestegen. Bijgevolg rijst de vraag in hoeverre de door Distrigas doorgevoerde stijging van de gasprijs gerechtvaardigd is. De spreekster stipt aan dat de CREG niet bevoegd is om de contracten van Distrigas te controleren en om over die prijsstijging duidelijkheid te scheppen. Ze voegt eraan toe dat het ingediende wetsvoorstel beoogt die situatie recht te trekken. Mevrouw Lalieux verwijst naar de programmaovereenkomsten. Ze wijst erop dat die formule goed werkt in de oliesector en dat ze de mogelijkheid biedt de prijzen gedurende een bepaalde tijd binnen een vooropgestelde prijsmarge te handhaven. Ze wenst te weten of programmaovereenkomsten mogelijk zouden zijn voor de gas- en de elektriciteitssectoren. Wat de Pax Electrica II betreft, wenst mevrouw Lalieux tot slot te weten hoe het staat met de door Electabel aangegane verbintenis de prijzen niet te verhogen gedurende de twee jaren volgend op de fusie. herinnert eraan dat het voorstel van resolutie andere suggesties bevat dan het louter opleggen van maximumprijzen. Ze geeft als voorbeeld de regulering van de markt, een geleidelijke verhoging van de tarieven en inspelen op de vraag. Ze wijst er tevens op dat het voorstel van resolutie een sterke regulerende macht voorstaat. Mevrouw Van der Straeten merkt op dat uit diverse onderzoeken is gebleken dat de kosten van de CO2-toewijzingen worden verrekend in de door de residentiële verbruiker betaalde eindprijs van de elektriciteit. De spreekster wenst te weten of de prijs van de CO2- toewijzingen voor de periode 2008-2012 al dan niet zal worden verrekend in de prijs die aan de residentiële verbruiker wordt aangerekend.
Mevrouw Katrien Partyka (CD&V – N-VA) wenst het standpunt van Electrabel te kennen over de programmaovereenkomsten, en ze wil ook weten welke voorstellen de operator doet om de concurrentie in de elektriciteitssector te verbeteren. De spreekster wenst verduidelijkingen over de door de CREG gemaakte en door Electrabel betwiste berekening van de «windfall profit». De heer Bart Tommelein (Open Vld) attendeert erop dat, ondanks de hogere taksen, de energieprijzen in België niet tot de hoogste in Europa behoren. Hij wenst te weten waarom. De heer Pierre-Yves Jeholet (MR) wenst preciseringen over de politieke boodschap die de operatoren willen meegeven inzake investeringen in de energiesector. Voorts herinnert de spreker aan de verbintenissen die Suez heeft aangegaan ten aanzien van de Europese overheid en van de Belgische regering. De heer Peter Logghe (VB) attendeert erop dat er nog steeds een wettelijk monopolie bestaat inzake transport en distributie na de liberalisering, en hij vraagt zich derhalve af of de energieprijzen in een dergelijke context daadwerkelijk zullen dalen. De heer Olivier Hamal (MR) wijst op het belang van het begrip productiekosten in de bepaling van de winstmarge. Hij onderstreept dat de winstmarge van Electrabel hoger ligt dan die van haar concurrenten, precies als gevolg van lagere productiekosten. Hij wenst te weten wat daarover het standpunt van Electrabel is. Mevrouw Katrien Partyka (CD&V – N-VA) richt zich tot de vertegenwoordiger van SPE. Ze constateert dat SPE geen vragende partij is voor de invoering van maximumprijzen, maar dat de operator suggesties heeft, onder meer voor een betere samenwerking tussen de overheid en de marktspelers. Mevrouw Partyka wenst verduidelijkingen over de voorgestelde nadere regels. Voorzitter Bart Laeremans (VB) had graag vernomen wat een «investeringsbevorderend klimaat» precies inhoudt. Hij wenst meer te weten over het aandeel van de warmtekrachtkoppeling in de totale energieproductie. De spreker verwijst ook naar de in uitzicht gestelde nieuwe productiecapaciteit en verzoekt om nadere inlichtingen over de productietechnieken die in dat verband zullen worden gebruikt. Voorts wenst hij te weten of ramingen voorhanden zijn over de evolutie van de gasen elektriciteitstarieven, en zo ja, op welke parameters die gebaseerd zijn, meer bepaald ten aanzien van de evolutie van de olieprijs. Inzake het vraagstuk van de in uitzicht gestelde investeringen om de ontoereikende productiemiddelen te verhelpen, had hij graag bijkomende
informatie gekregen over de geplande methodes, de rol van kernenergie en het tijdpad van die operaties. Tot slot verwijst de spreker naar een voorstel van de CREG om een deel van het productiepark van Electrabel tijdelijk ter beschikking te stellen. Hij vraagt naar de intenties van de operator in dat verband. De heer Alain Janssens (Electrabel) gaat in op de vragen in verband met de tarieven. Voor gas is het tarief gebaseerd op de invoerkosten en wordt een eenvoudig schema gehanteerd. Volgens de spreker kan het elektriciteitstarief redelijk worden genoemd in vergelijking met dat in onze buurlanden, dankzij het tarievenmatigend beleid van Electrabel. Tevens wijst hij erop dat de elektriciteitsprijs vrij stabiel blijft. De heer Walter Peeraer (Electrabel) behandelt de tariefregulering. Hij herinnert eraan dat Electrabel gekant is tegen het opleggen van maximumprijzen. Inzake het voorstel om programmaovereenkomsten in te stellen, beklemtoont de spreker dat die moeten worden ingebed in de tarievenregelgeving. Ze kunnen slechts tot stand komen na overleg met de hele sector, en met inachtneming van de verplichtingen die gepaard gaan met de liberalisering van de markt, op initiatief van de overheden. Wat de resultaten van Electrabel betreft, beklemtoont de heer Peeraer dat er geen direct verband is tussen het afschrijvingsbeleid en de bedrijfsresultaten. Hij is het niet eens met de CREG-studie, die de door Electrabel gebruikte methode voor de boekhoudkundige afschrijvingen bekritiseert. Voorts gaat de heer Peeraer in op het investeringsprogramma van Electrabel in België. Hij geeft aan dat die investeringen betrekking hebben op STEG-centrales, windenergie-installaties, kerncentrales (via revamping) en warmtekrachtkoppeling, en voegt eraan toe dat Electrabel de eerste Belgische windenergieproducent is. De spreker wijst erop dat thans nieuwe interconnecties tot stand komen en stroombeurzen worden gekoppeld. In die context vormen de Benelux, Frankrijk en Duitsland de markt die als referentie wordt gehanteerd om de investeringen in kerncentrales te bepalen. In het buitenland zal tevens worden geïnvesteerd in gas-, steenkool- en kerncentrales, alsook in hernieuwbare energie. Met betrekking tot het investeringsbevorderend klimaat herinnert de heer Peeraer eraan dat voor de bouw van nieuwe hoogspanningslijnen milieuvergunningen nodig zijn, en dat de uitvoering ervan jaren in beslag neemt. Een gascentrale kan in een tijdspanne van drie
tot vier jaar worden gebouwd. De spreker wijst erop dat de aankoop van de materialen voor de bouw van gasen steenkoolcentrales niet van een leien dakje loopt. Hij beklemtoont dat de prijzen van die goederen zelf sterk aan het stijgen zijn, en dat de bestellingen bovendien geruime tijd op voorhand moeten worden geplaatst. De spreker geeft aan dat de twijfels in verband met de CO2- quota het investeringsklimaat niet bepaald gunstig beïnvloeden. Hij wenst een open debat over de elementen die twijfel zaaien en op de investeringen wegen, teneinde de productie te bevorderen. De spreker voegt eraan toe dat andere operatoren, zoals Nuon, SPE of Enel, hebben aangekondigd dat zij in België investeringsprojecten zullen opstarten, waarvan de uitvoering het aandeel van Electrabel in de nationale energieproductie automatisch zou moeten doen afnemen. De heer Peeraer herinnert eraan dat Electrabel zich er ten aanzien van de Belgische regering, in het kader van de fusie van Suez/GDF, toe heeft verbonden het elektriciteitstarief voor residentiële verbruikers niet te verhogen tot en met 30 september 2007. Hij voegt eraan toe dat Electrabel die belofte heeft gehouden. Wat het elektriciteitsnet betreft, heeft Electrabel momenteel een participatie in Elia; de spreker herinnert aan de door Suez aangegane verbintenis om die participatie terug te brengen tot minder dan 25%, wat bijna een feit is. Voorts werd de participatie van Electrabel in de Vlaamse en Brusselse intercommunales gereduceerd tot 30%, terwijl Electrabel in Wallonië nog steeds een minderheidsparticipatie in de intercommunale distributiebedrijven aanhoudt. Het distributienetbeheer en de financiële participatie staan dus volledig los van elkaar («unbundling»). De heer Peeraer beklemtoont dat de Belgische bepalingen inzake unbundling strenger zijn dan die welke door de Europese Commissie zijn opgelegd. Met betrekking tot de vraag over het aandeel in de productie verwijst de heer Peeraer naar de verbintenis van Electrabel om zijn aandeel op de Belgische markt in het kader van de fusie Suez/GDF te verminderen tot 70%. De spreker geeft aan dat de voorkeur wordt gegeven aan swapovereenkomsten met andere operatoren. Aldus kunnen die nieuwe marktspelers de Belgische markt met hun eigen kostenstructuur betreden, terwijl Electrabel zijn positie in het buitenland kan uitbouwen. De heer Erwin Van Bruysel (Distrigas) verwijst naar de door de CREG uitgevoerde studie en herinnert eraan dat die Commissie slechts over een tariefbevoedheid met betrekking tot de infrastructuur beschikt. Hij beklemtoont dat zowel de CREG als de mededingingsorganen alle nodige informatie hebben gekregen om hun taak te vervullen. De spreker wijst erop dat Distrigas geen
informatie mag vrijgeven inzake gasaankoopcontracten, en voegt eraan toe dat die overeenkomsten gelden voor met alle Europese landen waar Distrigas aanwezig is en gas verkoopt. De heer Van Bruysel geeft aan dat Distrigas voorstander is van een sterk reguleringsorgaan voor de gemonopoliseerde infrastructuur, maar zich afvraagt of er niet beter een reguleringsorgaan op Europees niveau zou komen. De infrastructuur voor de gasvoorziening loopt immers over het grondgebied van tal van landen, met elk hun eigen reguleringsregels, zowel tarifair als operationeel. De heer Frank Schoonacker (SPE) meent dat men kan overwegen programmaovereenkomsten per sector af te sluiten, en rekening houdend met de individuele positie van elke operator. De spreker wijst op het verschil tussen de gasmarkt, die, net als de oliemarkt, gebaseerd is op hubs en internationale tarieven, en de elektriciteitsmarkt, die nog grotendeels uit nationale markten bestaat. In dat licht lijkt het makkelijker programmaovereenkomsten af te sluiten voor de gasmarkt dan voor de elektriciteitsmarkt. De spreker wijst op de mogelijke problemen van een producent die de Belgische markt wil betreden, maar hier nog niet over enige productiecapaciteit beschikt. Hij beklemtoont het verschil tussen gas en elektriciteit, in die zin dat de aansluitingskosten op het gasnet ten laste zijn van alle netgebruikers en dus van de gemeenschap terwijl de aansluitingskosten in het geval van elektriciteit volledig door de producent worden gedragen. De heer Schoonacker verzoekt maatregelen te nemen om de nieuwkomers op de markt een gelijke behandeling te waarborgen op het gebied van de voorwaarden voor de aansluiting op het net. Aangaande het algemeen investeringsklimaat betreurt de heer Schoonacker dat de overheid soms zelf zaken blokkeert. Als voorbeeld verwijst hij naar de procedure die momenteel bij de Raad van State aanhangig is tegen een windmolenproject, of nog een investeringsproject in het oosten van het land, nabij de gas- en elektriciteitsnetwerken, dat de bouw van een installatie van 900 MW omvat. De heer Schoonacker wijst erop dat SPE een zo efficiënt en milieuvriendelijk mogelijk beleid wil voeren en een koeltoren wil bouwen. Hij betreurt het lokale verzet daartegen. De heer Schoonacker bevestigt dat de prijzen van energie-uitrustingsgoederen zijn gestegen. De marktspelers, vooral kleinere zoals SPE, lopen grote risico’s door de onzekerheid over het verkrijgen van de vergunningen om de investeringen uit te voeren, en door de leveringstermijnen die voor de uitrustingsgoederen gelden. Het investeringsklimaat lijdt onder nog meer on-
zekerheden: zo is het niet duidelijk hoe de kosten van de CO2-toewijzingen vanaf 2012 zullen evolueren. De heer Schoonacker vraagt de overheid de voorwaarden voor een gunstig investeringsklimaat te scheppen en zo een elektriciteitstekort mee te helpen voorkomen. Vervolgens somt de heer Schoonacker de diverse investeringsprojecten van SPE in België op, zowel inzake hernieuwbare als inzake fossiele energie. Hij wijst nogmaals op de waas van onzekerheid rond deze projecten, niet alleen door de onzekere evolutie van de kosten van de CO2- toewijzingen, maar ook als gevolg van de heersende NIMBY-mentaliteit (‘not in my backyard’). De vertegenwoordiger van SPE vindt veiling van virtuele productiecapaciteit (VPP of Virtual Power Plant), mededingingstechnisch gezien, geen bevredigende oplossing omdat er wordt uitgegaan van de marktprijs en niet van de kostprijs. Voorts geeft de spreker toe dat er over Pax Electrica II gesprekken aan de gang zijn, maar dat er nog niet meteen een akkoord in het verschiet ligt. Hij acht het «kostprijs+»-principe een logische keuze, omdat aldus productiecapaciteit ter beschikking zou worden gesteld van de tweede speler op de Belgische elektriciteitsproductiemarkt, namelijk SPE. Voor de vertegenwoordiger van SPE blijft een krachtdadige regulator een noodzaak, maar hij kan die niet los zien van een level playing field. De heer Schoonacker onderstreept dat vooral het niet-geliberaliseerde marktgedeelte een krachtdadige regulator behoeft, zodat alle marktspelers er, op gelijke voorwaarden, toegang toe kunnen krijgen. De spreker herinnert eraan dat SPE altijd aandeelhouder is geweest van Elia, de transportnetwerkspeler. Dat is echter niet meer het geval sinds GDF en het Britse Centrica 51% van de aandelen van SPE bezitten. Overigens wijst de spreker erop dat SPE in de specifieke situatie verkeert dat het, voor de elektriciteitsproductie en –levering, verticaal in de structuur geïntegreerd is en geen inkomsten puurt uit gereguleerde activiteiten. Vragen aan NUON, LAMPIRIS en ECOPOWER Mevrouw Van der Straeten (Ecolo-Groen!) vraagt welke randvoorwaarden wenselijk worden geacht voor de invoering van maximumprijzen. Mevrouw Douifi (sp.a-Spirit) stelt vast dat blijkbaar niemand van de genodigden tevreden is over de liberalisering van de energiemarkten: er is onvoldoende concurrentie en geen impact op de prijzen.
Niemand echter reikt pistes aan om de prijs voor de consument beter onder controle te kunnen houden: bijgevolg stelt haar voorstel – als een soort tijdelijke crisismaatregel – maximumprijzen voor. Tenslotte vraagt zij het standpunt van Nuon en Lampiris m.b.t. kerncentrales. De heer Henry (Ecolo-Groen!) vraagt de mening van de genodigden over de invoering van progressieve tarieven. De heer Bart Laeremans (VB), voorzitter, stelt vast dat Lampiris voorstelt om Electrabel te verplichten stroom uit kerncentrales te verkopen aan de werkelijke kost: wat betekent dit? De heer Venanzi (Lampiris) is geen voorstander van een verlenging van de levensduur van de kerncentrales, maar indien zulks zou gebeuren, dienen de gegenereerde winsten ten goede te komen van de markt, d.w.z. zowel bedrijven als consumenten: m.a.w. er dient – teg’en bijna kostprijs – te worden verkocht aan alle leveranciers. Wat de liberalisering aangaat, merkt hij op dat zijn bedrijf haar ontstaan hieraan heeft te danken. Hij pleit in elk geval voor een verdergaande liberalisering, d.w.z. de markt dient meer liquide te worden door de creatie van meer productiecapaciteit. Mevrouw Van Boxelaer (Nuon) is niet gekant tegen de invoering van een mottenballentaks, maar men dient erover te waken dat zulks ten goede komt aan de consument (en met name niet wordt gerepercuteerd in de prijs die deze laatste moet betalen). Men kan de prijs voor de consument enkel doen dalen door een verscherpte controle op de markt, dat is de enige oplossing. Wat kerncentrales aangaat, wenst Nuon zich als een duurzame speler te positioneren, en met een voorkeur voor hernieuwbare energie (alle in België aangeboden producten bestaan voor minimaal 60% uit duurzame stroom). De heer Williame (Ecopower) pleit voor een marktconforme benadering en ziet dan ook geen enkele reden om prijscaps te zetten. Het doel moet erin bestaan alle spelers de marktprijs te laten betalen, waardoor de efficiëntie zal worden bevorderd (bijvoorbeeld de introductie van WKK-projecten door grote bedrijven). Een maximumprijs is geen goede maatregel. Eigenlijk moet men toegeven dat al bij al elektriciteit een zeer goedkoop goed is, gezien de uitgebreide comfortmogelijkheden die erdoor worden geboden: vergelijk de prijs ervan bijvoorbeeld met iemand die elke avond een goed flesje wijn kraakt. Uiteraard stellen zich hier wel een aantal problemen, onder meer de vaststellingen dat het voor
sommige consumenten toch wel een zeer grote hap uit hun budget neemt: spreker pleit ervoor om al diegenen die het écht nodig hebben een aangepaste begeleiding op energievlak te verschaffen. In dit verband onderstreept spreker ook dat het belangrijk is de vraag naar elektriciteit terug te dringen en hier zijn er vele hoopgevende mogelijkheden en initiatieven: zo bestaat reeds het netto-passiefhuis, dat geen energie verbruikt. Verder is REG natuurlijk wel een regionale bevoegdheid. Tenslotte is reeds veel gebeurd en kan er ook nog veel worden gedaan m.b.t. energieefficiëntie. Vragen aan mevrouw Jalabert en de heer Pepermans Mevrouw Van der Straeten (Ecolo-Groen!) bedankt mevrouw Jalabert: deze anticipatieve aanpak van de Commissie kan alleen maar ten goede komen van de kwaliteit van het wetgevende werk. Verder vraagt zij of er bij de 17 door mevrouw Jalabert vermelde lidstaten, ook sprake is van goede voorbeelden (naast de 10 inbreukprocedures). De suggestie van Professor Pepermans m.b.t. het rapport van London Economics lijkt haar een goede piste. Zij besluit dat haar fractie een aantal van de hier gemaakte opmerkingen zal meenemen. De heer Laeremans (VB), voorzitter, stelt vast dat Professor Pepermans prijsregulering wel aanvaardbaar vindt in bepaalde sectoren. Graag kreeg hij echter meer uitleg bij de maxime «zorg dat maximale winst samenvalt met de optimalisering van de maatschappelijke uitkomst». Tenslotte kreeg hij graag meer toelichting bij het verschil tussen de «rate of return» (ROR)-regulering en de «price cap»-regulering. De heer Guido Pepermans (VLEKHO) verduidelijkt dat het maximaliseren van de maatschappelijke uitkomst een beleid impliceert met stimuli opdat de actoren vrijwillig de gewenste beslissingen – maatregelen zouden nemen (een DNB bijvoorbeeld zal steeds proberen om zijn winsten te maximaliseren).
Het in België gebruikt COST-PLUS-systeem is een «ROR»-systeem: het geeft de DNB geen prikkels om zijn netwerkactiviteiten aan een zo laag mogelijke prijs aan te bieden; immers, als de DNB kosten maakt, legt hij gewoon een dossier aan en biedt dit aan aan de regulator, die ze (±) altijd aanvaardt: dit is niet zorgen dat het netwerkbeheer zo goedkoop mogelijk gebeurt. Een bijkomend nadeel van het huidige systeem is de behoeft aan informatie. Dit geldt minder bij «price-cap»- regulering, omdat hier de tarieven vrij kunnen worden bepaald mits het gemiddelde (in functie van de omzet) niet boven een bepaald plafond uitkomt. In dit stelsel – dat een tijd geleden vrij succesvol heeft gefunctioneerd in het Verenigd Koninkrijk – heeft de DNB er belang bij om zijn kosten zo laag mogelijk te houden want hij mag het verschil tussen omzet en kosten houden. In het huidige Belgische stelstel dienen de gegenereerde surplussen te worden vertaald in tariefreducties, zodat de prikkels voor de netwerkbeheerders om de kosten te drukken veel lager zijn. Mevrouw Jalabert (DG TREN) bevestigt dat in 10 van de 17 onderzochte gevallen een inbreukprocedure werd opgestart, maar benadrukt dat de onderzoeken nog niet zijn afgerond, zodat nieuwe procedures niet zijn uitgesloten. Ce Imprimerie