Documentdetails
🏛️ KAMER
Legislatuur 55
📁 0755
Wetsvoorstel
🌐 NL
Inhoud
poc 55 0755/001 tot wijziging van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken wat het ambt van fiscaal substituut betreft
(ângediend door mevrouw Marijke Dillen c.s.)
SAMENVATTING
Momenteel moet één van de fiscale substituten te
‘Antwerpen het bewijs leveren van het Frans aangezien de gemeente Voeren, een gemeente met faciliteiten voor Franstaligen, in het rechtsgebied van het hof van
‘beroep te Antwerpen gelegen is.
Dit wetsvoorstel strekt ertoe deze verplichting op te heffen aangezien een magistraat van het parket te
Limburg reeds het bewijs dient te leveren van de kennis van het Frans en deze ook de strafvordering in fiscale zaken kan uitoefenen.
oos16 pocss 0755/001 menen zoosscomone msn nana
| AE etienne
B Eero
TOELICHTING
Dawes en Heren,
Dit voorstel neemt de tekst over van voorstel
De wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen voorzag onder meer in de instelling van het ambt van substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in belastingzaken. Antwerpen, Luik en Gent kregen elk drie fiscale substituten toegewezen, Brussel vier en Bergen twee. De fiscale substituten kunnen de strafvordering uitoefenen in fiscale aangelegenheden, waarbij hun bevoegdheid zich uitstrekt over heel het rechtsgebied van het hof van beroep waarin het gerechtelijk arrondissement gelegen is waar zij benoemd zijn. Zij staan wel onder het toezicht van de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waar zij benoemd zijn. Dit is telkens de procureur des Konings van het parket bij de rechtbank van eerste aanleg van de hoofdplaats van het rechtsgebied van het desbetreffende hof van beroep.
Omwille van het feit dat er een gemeente met faciliteiten voor Franstaligen in het rechtsgebied van het hof van beroep van Antwerpen gelegen is, namelijk Voeren, besloot men tegelijkertijd met de instelling van het ambt van fiscaal substituut om in de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken een bepaling in te voegen die voorschrijft dat één fiscale substituut te Antwerpen het bewijs moet leveren van de kennis van het Frans.
Die bepaling is evenwel overbodig aangezien dezelfde wet op het taalgebruik in gerechtszaken reeds bepaalt dat een magistraat van het parket van de procureur des
Konings de rechtsmacht uitoefent over het arrondissement
Limburg het bewijs dient te leveren van de kennis van het Frans. Artikel 151bis van het Gerechtelijk Wetboek kent de substituut gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden weliswaar de bevoegdheid toe om voor de rechtbanken van de gerechtelijke arrondissementen gelegen in het rechtsgebied van het hof van beroep waar zij benoemd zijn, de strafvordering wegens een overtreding van de wetten en verordeningen in fiscale aangelegenheden uit te oefenen, maar dit kan enkel in die zin opgevat worden dat de gespecialiseerde substituut, wat de uitoefening van de strafvordering in fiscale aangelegenheden betreft, voorrang heeft op de andere leden van het openbaar ministerie. Het gaat met andere woorden niet om een exclusief aan de gespecialiseerde substituut voorbehouden bevoegdheid. De strafvordering “kan uitgeoefend worden” door de substituut gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, zoals de tekst van artikel 151bis van het Gerechtelijk Wetboek luidt. Dat het artikel in kwestie in die zin dient geïnterpreteerd te worden, blijkt tevens bocss 0755/001 uit de parlementaire voorbereiding (Stuk nr. 0310/001
(1985-1986), met name uit de toelichting bij artikel 111 van het ontwerp van wet houdende fiscale bepalingen.
Op pagina 30 van het bedoelde stuk lezen we het volgende: “De strafvordering in fiscale aangelegenheden kan door om het even welk lid van het openbaar ministerie ingeleid worden, maar de gespecialiseerde substituten hebben voorrang”.
Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de verplichting voor één van de substituten gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden te Antwerpen tot het leveren van het bewijs van de kennis van de Franse taal op te heffen
Marijke DILLEN (VB)
Katleen BURY (VB)
Barbara PAS (VB)
Reccino VAN LOMMEL (VB)
Dries VAN LANGENHOVE (VB)
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Art. 2
In artikel 43, $ 2, van de wet van 15 juni 1935 betreffende het taalgebruik in gerechtszaken, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1986, wordt het derde lid opgeheven.
imprmerecenrale-Cenraledrder