Documentdetails
🏛️ KAMER
Legislatuur 55
📁 0753
Voorstel bijzondere wet
🌐 NL
Inhoud
poc 55 0753/001
VOORSTEL VAN BIJZONDERE WET betreffende de afschaffing van de faciliteiten te Ronse
(ingediend door mevrouw Barbara Pas c.s)
SAMENVATTING
Dit voorstel van bijzondere wet schaft de taalfaciliteiten te Ronse af.
oost4 pocss 0753/001 menen zoosscomone msn nana
| AE etienne
B Eero
TOELICHTING
Dawes en Heren,
Dit voorstel neemt, met een aantal aanpassingen, de tekst over van voorstel DOC 54 2926/001.
Ronse is een taalgrensgemeente gesitueerd in het Nederlandse taalgebied. Artikel 8, 6°, van de wetten van 18 juli 1966 op het gebruik der talen heeft deze stad
“begiftigd” met taalfaciliteiten. Artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs, stelt te Ronse facilteiten in inzake onderwijs. Artikel 6 van deze wet bepaalt dat kleuter en lager onderwijs in het Frans moet worden verstrekt op verzoek van een aantal gezinshoofden.
Op maandag 18 december 2017 heeft de gemeenteraad van de Stad Ronse volgende motie gestemd:
“De gemeenteraad, gelet op de motie voor de afschaffing van de faciliteiten die op 27 oktober 2008 door de gemeenteraad van Ronse werd goedgekeurd; gelet op de krachtlijn uit het bestuursakkoord 2013201: “Ronse is een Vlaamse stad, gelegen op de taal grens en veruit de grootste faciiteitenstad in Vlaanderen.
We benadrukken het Vlaamse karakter van de stad.
We willen volwaardig tot Vlaanderen behoren en door Vlaanderen erkend worden. Kennis van het Nederlands wordt zoveel als mogelijk aangemoedigd en gestimuleerd,
‘omdat dit een basisvoorwaarde is voor integratie en het vinden van werk. We stellen ons gastvrij en hoffelijk op ten aanzien van iedere inwoner en bezoeker en erkennen dat meertaligheid een troef is voor iedereen”; gelet op de studie van prof. dr. Boes over
“Vernederlandsing van het straatbeeld en verfijning van de bestuurstaalwetgeving”; overwegende dat Ronse als Vlaamse stad integraal behoort tot het eentalige Nederlandse taalgebied waar de bestuurstaal het Nederlands is; overwegende dat de Stad Ronse de grootste Vlaamse taalgrensgemeente is met een speciale taalregeling (de zogenaamde facilteiten) voor Franstaligen, gebaseerd op een talentelling die dateert van 1947, welke in geen bocss 0753/001 enkele mate thans nog de huidige realiteit langs de taalgrens weerspiegelt; overwegende dat de taalfacilteitenregeling in essentie bedoeld was als overgangsmaatregel om de anderstaligen de gelegenheid te geven zich te integreren in Nederlands taalgebied; Dat een periode van bijna
55 jaar ruimschoots volstaat; overwegende dat taal nooit een uitsluitingsmechanisme mag zijn, maar een verbindend element is tussen de burgers ongeacht de afkomst. Dat meertaligheid een absolute meerwaarde is en taalhoffelijkheid stevig is, ingebakken bij de inwoners van Ronse; overwegende dat de afschaffing van de taalfaciliteiten in de bestuurszaken geen afbreuk doet aan het grondwettelijk gewaarborgd recht op het vrij gebruik der talen in privézaken en de stad zich maximaal taalhoffelijk wil opstellen ten aanzien van anderstaligen. Dat de taalvrijheid verankerd is in de grondwet; overwegende dat de taalfaciliteiten initieel een integratiebevorderende maatregel zouden moeten zijn, maar daarentegen een verkeerde perceptie van tweetaligheid creëren en daardoor mede verantwoordelijk zijn voor de grote instroom van anderstaligen; overwegende dat de kennis van het Nederlands noodzakelijk is voor integratie, actief burgerschap en het volwaardig deelnemen aan de samenleving en de taalfaciliteiten de Frans- en anderstaligen onvoldoende stimuleren om het Nederlands te leren; overwegende dat de taalfaciliteiten contraproductief werken en integratie niet bevorderen, alle inspanningen van het stadsbestuur ten spijt voor inclusie, integratie en het verwerven van het Nederlands; overwegende dat de taalfaciliteiten in de dagdagelijkse praktijk verstrekkende maatschappelijke gevolgen hebben en mede verantwoordelijk zijn voor het fragiel maatschappelijk weefsel (laag gemiddeld inkomen, hoge werkloosheid, hoge schoolse uitval, …).
Dat Nederlandsonkundigheid immers de kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt drastisch beperkt; overwegende dat het Franstalig lager onderwijs onvoldoende voorbereidt op het Nederlandstalig secundair onderwijs; overwegende dat de administratieve en maatschappelijke kost van de taalfaciliteiten hoog is en een negatieve impact heeft op het budget van de stad; overwegende dat de personeelsleden van de stad die in contact komen met het publiek moeten slagen in een taalexamen Frans, waardoor valabele kandidaten uit de boot vallen; overwegende dat de taalfaciliteiten zo een rem betekenen op de verdere ontwikkeling van onze stad; overwegende dat door de taalfaciliteiten Ronse niet kan fusioneren met andere gemeenten. Daardoor mist de stad de opportuniteiten van schaalvergroting en de kwijtschelding van de schuld van 500€ per inwoner; Dat de taalfacilteitenregeling voor Ronse derhalve discriminerend is en de stad dit niet langer duldt;
Om deze redenen;
Besusr:
Artikel 1
Dat de gemeenteraad van Ronse aan de Eerste minister van de Federale regering vraagt om:
De taalfaciliteiten in Ronse af te schaffen wat inhoudt dat artikel 129 $ 2, van de Grondwet voor herziening vatbaar moeten worden verklaard voor het einde van de huidige legislatuur van de Federale regering en artikel 8 van de Bestuurstaalwet van 2 augustus 1963, gecoördineerd bij Koninklijk Besluit van 18 juli 1966, aan te passen.
Dit punt te agenderen op het Overlegcomité
Art. 2
Deze motie over te maken aan alle faclteitengemeenten, aan de voorzitter en de leden van het Federaal
Parlement en aan de voorzitter en de leden van het Art. 3
Dienaangaande een onderhoud te vragen tussen een delegatie van de gemeenteraad en vertegenwoordigers van de Vlaamse en Federale regering evenals met de beide kamervoorzitters”.
Deze motie is gestemd door de gemeenteraadsleden van de bestuursmeerderheid CD&V-Groen!, Open
Vid en N-VA. Ze is ook gestemd door oppositiepartij
Vlaams Belang. sp.a heeft zich onthouden. Een ruime meerderheid van de gemeenteraad heeft deze motie goedgekeurd.
De gemeenteraad is een democratisch verkozen vergadering die alle inwoners van de Stad Ronse vertegenwoordigt. De motie is dan ook een belangrijk gegeven dat men niet zomaar naast zich neer kan leggen. De motie vraagt bovendien uitdrukkelijk om ze aanhangig te maken in het federaal parlement.
De gemeenteraad van de Stad Ronse heeft reeds in 2008 dergelijke motie gestemd en toegestuurd aan eerste minister Yves Leterme. Dit is toen zonder gevolg gebleven,
In 2017 startte de stad Ronse daarom een procedure tegen de Belgische staat waarbij de afschaffing van de taalfaciliteiten werd geëist. Dit wegens discriminatie, de schending van het gelijkheidsbeginsel en de schending van het vrij verkeer van personen en goederen in Europa.
De rechtbank van eerste aanleg in Brussel volgde die redenering echter niet (augustus 2019) waarna het stadsbestuur aangaf hiertegen in beroep te gaan.
Bij de derde staatshervorming (1988-89) zijn de faciliteiten vergrendeld. Artikel 129, $ 2, van de Grondwet bepaalt dat de facilteitenregeling enkel bij bijzondere wet kan gewijzigd worden. Naar slechte gewoonte hebben de Vlamingen hier mee ingestemd.
De motie gestemd door de gemeenteraad van de Stad Ronse vergist zich juridisch waar ze stelt dat om de faciliteiten af te schaffen artikel 129, $ 2, van de Grondwet voor herziening vatbaar moeten worden verklaard. Dit is niet het geval. Artikel 129, $ 1, stelt enkel dat veranderingen inzake de faciliteitenregeling bij bijzondere wet moeten gebeuren. De facilteiten kunnen dan ook worden afgeschaft zonder artikel 129, $ 2, voor herziening vatbaar te verklaren of te herzien.
De motie gestemd door de gemeenteraad van de Stad
Ronse beoogt de afschaffing van de taalfaciliteiten in bestuurszaken en in onderwijszaken.
Dit voorstel schaft artikel 8, 6°, van de wetten van
18 juli 1966 op het gebruik der talen in bestuurszaken af, zodat de Stad Ronse niet langer begiftigd is met taalfaciliteiten in bestuurszaken.
Dit voorstel schrapt de Stad Ronse in artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs, zodat niet langer Franstalig onderwijs moet worden aangeboden. Om de continuiteit van de openbare dienst te verzekeren treedt deze regeling in werking op 1 september volgend op de inwerkingtreding van deze wet.
Artikel 77, 3°, van de Grondwet bepaait dat bijzondere wetten een bicamerale aangelegenheid zijn
Barbara PAS (VB)
Katleen BURY (VB)
Marijke DILLEN (VB)
Dominiek SNEPPE (VB)
Wouter VERMEERSCH (VB)
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
In artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs, wordt het woord “Ronse” opgeheven.
Artikel 8, 6°, van de wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken wordt opgeheven.
Art. 4
Artikel 2 treedt in werking op 1 september volgend op de inwerkingtreding van deze wet.
imprmerecenrale-Cenraledrder