Naar hoofdinhoud

Bijlage ss 0751/001 Conferentie - 2019 - van de voorzitters van de parlementen van de Europese Unie Wenen oos12 menen zoosscomone msn nana | AE etienne B Eero 1_Inleiding 4 u. Openingszitting. 4 A. Welkomsttoespraak van de heer Ingo Appé, voorzitter van de Oostenrijkse Bundesrat. 4 B. Welkomsttoespraak van de heer Wolfgang Sobotka, voorzitter van de Oostenrijkse Nationalrat 5 C. Goedkeuring van de agenda 6

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 0751 Bijlage 📅 2019-01-29 🌐 NL

Inhoud

poc ss 0751/001 Conferentie - 2019 - van de voorzitters van de parlementen van de Europese Unie Wenen oos12 menen zoosscomone msn nana | AE etienne B Eero 1_Inleiding 4 u. Openingszitting. 4 A. Welkomsttoespraak van de heer Ingo Appé, voorzitter van de Oostenrijkse Bundesrat. 4 B. Welkomsttoespraak van de heer Wolfgang Sobotka, voorzitter van de Oostenrijkse Nationalrat 5 C. Goedkeuring van de agenda 6 D. Toespraak van mevrouw Mairead McGuinness, ‘eerste ondervoorzitster van het Europees. Parlement. 6 UI. Ziting I: de Europese Unie en haar buren 7 A. Uiteenzetting van de heer Andrej Danko, voorzitter van de Slowaakse Národná rada 7 B. Uiteenzetting van de heer Voutsis, voorzitter van de Griekse Voulr ton Elinon E C. Uiteenzetüng van de heer Roberto Fico, voorzitter van de ltaliaanse Camera dei Deputati 10 D. Gedachtewisseling. 12 Iv. Zitting II: de Europese Unie vóór de Europese verkiezingen van 2019 - de ontwikkeling van de samenwerking tussen de nationale parlementen, en de Europese instelingen. 18 A. Inleiding. 18 B. Toespraak van de heer Wolfgang Schäuble, voorzitter van de Duitse Bundestag 19 C. Toespraak van mevrouw Ankie Broekers-Knol, voorzitster van de Nederlandse Eerste Kamer…..20 D. Toespraak van de heer Gérard Larcher, voorziter van de Franse Senaat. 21 E. Toespraak van de heer Marek Kuchcinski, voorzitter van de Poolse Sejm 22 E. Debat. 23 V. Bespreking en aanneming van de conclusies. 29 VL, Slotopmerking. 29 viL.Bijlagen. 31 Bijlage 1: Conclusies van het Voorzitterschap EE Bijlage 2: Vergadering van de secretarissen-generaal van de parlementen van de Europese Unie Wenen, 28-29 januari 2019 47 bocss 0751/001 1 - INLEIDING De Conferentie van de voorziters van de parlementen van de Europese Unie (hierna: “EU” of “Unie”) had op 8 en 9 april 2019 in het Oostenrijkse Wenen plaats. De Heer Jacques Brotchi, voorzitter van de Senaat, nam hieraan deel. De Kamer was vertegenwoordigd op ambtelijk vlak II. - OPENINGSZITTING A. Welkomsttoespraak van de heer Appé De heer Ingo Appé, voorzitter van de Oostenrijkse Bundesrat, beklemtoont hoe belangrijk de formule van de Conferentie van de voorzitters is voor het interparlementaire debat en voor het opnemen van de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, om de goede beslissingen voor de burgers te nemen. Hij wijst er daarenboven op dat de EU een woelige periode heeft doorgemaakt, die gekenmerkt werd door de Brexit, maar ook door andere uitdagingen, zoals de Kimaatverandering, de immigratie, de technologische doorbraken of nog de conflicten in de buurlanden. Die crisissen tasten het vertrouwen dat de burgers in de EU hebben aan en geven de tegenstanders van de EU de kans terreinwinst te boeken. Het Oostenrijkse voorzitterschap heeft zich daarom ten doel gesteld de EU dichter bij de burgers te brengen, door meer transparantie en door het versterken van het subsidiariteitsbeginsel. De heer Appé merkt op dat, ook al hebben we een sterke Unie nodig om de grote uitdagingen op Europees niveau het hoofd te bieden, heel wat uitdagingen in betere omstandigheden kunnen worden aangegaan in de lidstaten en de regio's. Hij benadrukt dat subsidiariteit, en dus de participatie aan het Europese wetgevingsen besluitvormingsproces, een fundamenteel principe is voor de lokale en regionale autoriteiten in een op de toekomst gericht Europa en dat de regionale parlementen bijgevolg sterker bij de Europese wetgeving moeten worden betrokken. De heer Appé herinnert eraan dat de Oostenrijkse Bundesrat, als kamer van de Länder, bijzonder veel belang hecht aan het uitoefenen van zijn recht aan de Europese zaken te participeren en, in Europa, één van de actiefste kamers van alle nationale parlementen is op het gebied van de subsidiariteitstoets. De voorzitter van de Bundesrat besluit zijn toespraak met de verklaring dat alleen actiebereidheid en weerstand tegen crisissen alsook transparantie en contact met de burgers kunnen helpen om het verloren vertrouwen in de EU te herstellen. In verband met de Europese verkiezingen voegt hij eraan toe dat de landen en de regio's, door hun contact met de burgers, een belangrijke rol te spelen hebben en dat dit de samenwerking tussen de nationale parlementen en de instellingen van de EU cruciaal maakt. B. Welkomsttoespraak van de heer Sobotka De heer Wolfgang Sobotka, voorzitter van de Oostenrijkse Nationalrat, heeft het over de kwestie van het grote Europese nabuurschap in het Zuiden en het Oosten, waarvan ook Rusland deel uitmaakt. Zonder dat nabuurschap is duurzame vrede in Europa of in de westelijke Balkan onmogelijk. Hij beklemtoont dat de migratiecrisis van 2015 nogmaals heeft aangetoond dat nieuwe samenwerkingsmodellen met de mediterrane landen nodig zijn. Alleen wanneer Europa erin slaagt de Afrikaanse volkeren het vooruitzicht op gelijkheid te bieden zal de migratiedruk duurzaam kunnen worden verminderd. De heer Sobotka noemt Turkije een belangrijke strategische partner van de EU op het gebied van de economische samenwerking, de energiezekerheid, het veiligheidsbeleid en de strijd tegen het terrorisme. ‘Toch moet Europa de huidige ontwikkelingen in Turkije volgen, vooral rond de grondrechten en de vrijheid van de media. De heer Sobotka verklaart dat de EU zich in een bemiddelingspositie bevindt in Oekraïne, waar het conflict in het Donbesbekken slechts kan worden opgelost door de tenuitvoerlegging van het Minskakkoord, Hij voegt eraan toe dat de relaties van de EU met Rusland gespannen zijn, wegens de annexatie van de Krim, het conflict in het Donbesbekken, verscheidene gevallen van spionage en een aantal cyberincidenten. Hij zegt dat Rusland weliswaar een belangrijke buur is, maar dat de sancties van de EU niet versoepeld zullen worden indien er geen tastbare vooruitgang komt in de uitvoering van het Minsk-proces. De heer Sobotka herinnert eraan dat de betrekkingen met de westelijke Balkanlanden om vier essentiële redenen centraal staan in het Oostenrijkse buitenlandse beleid: 1) de Europese inspanning ter bevordering en handhaving van de vrede en de stabiliteit kan zonder die landen niet tot enig resultaat leiden; 2) de voorafgaande toetreding tot en de integratie in de EU hebben op lange termijn een stabiliserend effect; 3) omdat de Europese ondernemingen de grootste investeerders in de regio zijn, is het cruciaal dat de rechtsstaat en de democratie er zich meer doen gelden; en 4) het is niet in het belang van de EU zijn dichtste buren in de greep van andere wereldmachten te laten. ‘Tot slot herinnert de voorzitter van de Nationalrat eraan dat Europa niet alleen een belofte is, maar ook een onderlinge verplichting. Hij voegt eraan toe dat de kandidaat-landen van hun kant verplicht zijn hervormingen door te voeren, maar dat de EU de geboekte vooruitgang moet belonen met een geloofwaardig vooruitzicht van toetreding. In die context feliciteert de heer Sobotka Griekenland en Noord-Macedonië met de regeling van hun geschil rond de naam en verklaart hij dat de EU in juni moet beslissen over het opstarten van toetredingsonderhandelingen met Albanië en NoordMacedonië. Hij vraagt de nationale parlementen tevens deel te nemen aan het toenaderingsproces en wijst erop dat het Oostenrijkse Parlement voor de personeelsleden van de parlementaire administraties van de westelijke Balkanlanden een beurzenprogramma heeft. C. Goedkeuring van de agenda Vervolgens wordt de agenda van de vergaderdag zonder enige opmerking goedgekeurd. D. Toespraak van mevrouw McGuinness Mevrouw Mairead McGuinness, eerste ondervoorzitster van het Europees Parlement, begint haar toespraak met de melding dat de Brexit een van de belangrijkste uitdagingen is waarmee de EU momenteel geconfronteerd wordt, want voor het eerst stemt een lidstaat voor het verlaten van de Unie. Ze herinnert de deelnemers eraan dat de inspanningen zich moeten toespitsen op de verwezenlijking van een ordelijke Brexit, zelfs indien die optie een verlenging vergt van de termijn waarin artikel 50 voorziet, waarvoor de Europese Raad in dezelfde week moet worden aangezocht. Ze voegt eraan toe dat iedereen ongetwijfeld lessen kan trekken uit die situatie, om te voorkomen dat iets soortgelijks zich in de toekomst nog voordoet. Ze benadrukt ook dat het nodig is dat de EU en de lidstaten een beleid van compromissen nastreven en geen beleid van conflicten, om de toenemende polarisering te bestrijden. Vervolgens bespreekt mevrouw McGuinness andere actuele uitdagingen. Wat de klimaatverandering betreft, wijst ze op de motivatie van de jongeren om voor hun toekomst op te komen. Het Europees Parlement steunt het koolstofarm maken van de economie en mikt op de nuluitstoot van broeikasgassen in 2050. Daarnaast denkt het Europees Parlement niet dat economische voorspoed, industriële concurrentiekracht en klimaatbeleid onverenigbaar zijn. Het is daarom belangrijk dat er meer geïnvesteerd wordt in industriële innovaties, digitale technologieën en energie-efficiëntie. In verband met de digitalisering en de artificiële intelligentie wijst mevrouw McGuinness erop dat die ontwikkelingen de toekomst van de arbeid en van onze samenlevingen zullen veranderen, en dat het belangrijk is op Europees en nationaal niveau in overleg tewerk te gaan om een antwoord te geven op de zorgen van de burgers terzake. Ze benadrukt dat de lidstaten samen, als Unie en wanneer ze solidair zijn, alle uitdagingen aankunnen, zodat ze geen kansen die onze concurrenten kunnen aangrijpen laten voorbijgaan en aldus het vertrouwen van de burgers niet verliezen. Mevrouw McGuinness voegt eraan toe dat men de rol van de religie niet mag onderschatten en feliciteert het Oostenrijkse voorzitterschap omdat het de interreligieuze dialoog in de conclusies van de Conferentie van voorzitters heeft opgenomen. In verband met de Europese verkiezingen wijst de ondervoorzitster van het Europees Parlement erop dat het vertrouwen van de EU-burgers in de EU volgens de opiniepeilingen van Eurobarometer, het hoogste peil in 35 jaar heeft bereikt. Ze onderstreept ook het bijzondere belang van de verkiezingen wegens de politieke ontwikkelingen in heel wat lidstaten en beklemtoont dat de Europese verkiezingen in vergelijking met de nationale verkiezingen niet secundair zijn, omdat de uitslag ervan ook een impact op het nationale beleid zal hebben. De EU en de lidstaten moeten beslist samenwerken om de regels te doen naleven tegen bronnen van buitenlandse desinformatie, sociale netwerken die worden opgezet ‘om de publieke opinie te manipuleren en illegaal gebruik van persoonlijke data van de burgers om de kiesintenties, te beïnvloeden. Ze verklaart dat een brede samenwerking - over de politieke strekkingen heen en tussen de lidstaten - in de overgangsperiode voorafgaand aan het nieuwe parlement, noodzakelijk zal zijn. Mevrouw McGuinness rondt haar toespraak af met de melding dat het in 2019 tien jaar geleden is dat het Verdrag van Lissabon in werking trad. Dat maakte van de nationale parlementen actoren op Europees niveau. De vruchtbare samenwerking tussen die parlementen en het Europees Parlement wordt nog belangrijker, gelet op de toekomstige uitdagingen. Tot slot vraagt ze de deelnemers de burgers aan te moedigen om aan de Europese verkiezingen deel te nemen. II. - ZITTING I: DE EUROPESE UNIE EN HAAR BUREN A. Uiteenzetting van de heer Danko De heer Andrej Danko, voorzitter van de Slowaakse Národná rada, merkt bij de aanvang van zijn uiteenzetting op dat de conferentie de interparlementaire dialoog vergemakkelijkt door op specifieke en actuele Europese vraagstukken te focussen. Hij benadrukt dat het Europees nabuurschapsbeleid een sleutelelement van het buitenlands beleid zou moeten zijn omdat tal van conflicten en erisissen aandacht en een stabiel nabuurschap vergen. De heer Danko wijst erop dat de veiligheidssituatie in de naburige zone minder voorspelbaar is dan vroeger als gevolg van de talrijke regionale conflicten en crisissen die een bijzondere aandacht vereisen. De stabiliteit in die zone is de meest dringende uitdaging die thans moet worden aangegaan en daarom moet de hoofddoelstelling erin bestaan de welvaart, de stabiliteit en de veiligheid te versterken en, ten slotte, te zorgen voor een stabiele, veilige en welvarende EU. De spreker herinnert er voorts aan dat de uitbreiding van de EU een strategische investering is in een stabiel, sterk en verenigd Europa en wijst er met aandrang op dat aan de regio van de westelijke Balkan een duidelijke en overtuigende boodschap moet worden gegeven van broederlijkheid, samenhang en gemeenschappelijke toekomst. De heer Danko verheugt zich over de historische doorbraak die Noord-Macedonië en Griekenland hebben verwezenlijkt en die een positieve impuls heeft gegeven aan de hele regio. Hij attendeert er ook op dat een duidelijk toetredingsvooruitzicht tot de EU dat berust op gedeelde waarden en gemeenschappelijke normen de beste motivatie vormt om het hervormings- en moderniseringsproces in de regio voort te zetten. Mocht de EU er niet in slagen die strategische integratiekans te baat te nemen, dan zou ze opnieuw ruimte bieden voor dreigingen inzake veiligheid en voor instabiliteit, en zou ze het optreden van andere externe actoren aanmoedigen. De heer Danko geeft aan dat de Slowaakse Republiek een grote voorstander is van de voortzetting van de hervormingen in de westelijke Balkan en dat de V4 gemeenschappelijke activiteiten heeft opgezet om de Balkan voor te bereiden op de toetreding. Hij voegt eraan toe dat vooruitgang werd geboekt in de bilaterale samenwerking met alle landen, maar dat de algemene toestand uiterst ingewikkeld blijft, onder meer wegens de aan de gang zijnde conflicten. Hij wijst op het engagement om de partners te steunen en op de verwachtingen inzake grondige hervormingen en de erkenning van waarden en principes. Hij geeft bijgevolg toe dat het Oostelijk Partnerschapsprogramma een programma met meerdere snelheden is geworden. In dat opzicht is het aannemen van de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, die een herijking van de doelstellingen op wereldvlak inhoudt, een vooruitgang geweest. De heer Danko wijst er met aandrang op dat het terrorisme thans één van de grootste bedreigingen is voor de veiligheid en dat de lidstaten van de EU moeten samenwerken om het terrorisme tot op de wortel uit te roeien. Hij stipt aan dat godsdienst op zich geen gevaar inhoudt, maar wel de fanatieke religieuze extremisten. Afrondend stipt de spreker aan dat ook andere wereldwijde uitdagingen, zoals de digitale agenda, de instabiliteit, de illegale immigratie, de wereldwijde klimaatwijziging en de vernietiging van het milieu, wereldwijde oplossingen vereisen, alsook dat hij ervan overtuigd is dat het Europees nabuurschapsbeleid en de nieuwe Europese Commissie voor een sterker strategisch elan zullen zorgen en soepeler zullen zijn. B. Uiteenzetting van de heer Voutsis De heer Nikos Voutsis, voorzitter van de Griekse Vouli ton Ellinon, vat zijn uiteenzetting aan met een verwijzing naar de Prespa-overeenkomst met NoordMacedonië: wat hem betreft een goed voorbeeld van positieve nabuurschapsbetrekkingen. De overeenkomst heeft volgens hem aangetoond dat de Staten, mits de nodige politieke wil aanwezig is, hun geschillen kunnen oplossen op grond van het internationaal recht en van de goede betrekkingen met hun buurlanden. De overeenkomst heeft het kader gecreëerd waarbinnen de bilaterale politieke en economische betrekkingen tot volle wasdom kunnen komen en heeft het pad geëtfend voor een Euro-Atlantisch en Europees perspectief voor Noord-Macedonië. De heer Voutsis stipt ook aan dat de Griekse eerste minister samen met tien andere ministers onlangs naar Skopje is gegaan en dat hij heeft deelgenomen aan de eerste vergadering van de Hoge Raad voor de samenwerking tussen de twee landen. Een en ander is gepaard gegaan met de ondertekening van meerdere memoranda. De heer Voutsis onderstreept dat de snelle integratie van de westelijke Balkan voor Griekenland een constante prioriteit moet zijn teneinde de stabiliteit van de regio, de veiligheid van de EU en de economische groei in de regio te waarborgen. Hij voegt eraan toe dat Griekenland het principe steunt dat het tempo van het integratieproces voor de (potentiële) kandidaat-landen van de westelijke Balkan moet berusten op de vooruitgang die elk land afzonderlijk boekt; een en ander vormt een sterke stimulus om voortgang te blijven maken met de noodzakelijke hervormingen. Tegelijkertijd moet de EU een nieuwe strategie toepassen die een steun- en convergentiebeleid omvat. De heer Voutsis, wijst de deelnemers er ook op dat de buurregio van de EU verder reikt dan de westelijke Balkan en dat de betrekkingen met de buurlanden niet beperkt zijn tot het uitbreidingsproces. Hij herinnert eraan dat het Oostelijk Partnerschap dit jaar zijn tienjarig bestaan viert en dat de EU nood heeft aan sterke en democratische buurlanden. De oostelijke partners moeten er dus toe worden aangemoedigd om de lopende hervormingen te steunen ‘en om op harmonieuze wijze de meridionale dimensie van het nabuurschapsbeleid van de EU te integreren. De heer Voutsis voegt eraan toe dat Griekenland ook regionale samenwerkingsprogramma's heeft opgezet met het oostelijk gedeelte van de Middellandse Zee. Daarbij wordt de opkomst van nieuwe veiligheidsconstructies gesteund dankzij een multilaterale samenwerking met Israël, Egypte, Jordanië, Libanon en Palestina. Voorts wijst de heer Voutsis erop dat, naast het uitbreidingsproces en het nabuurschapsbeleid, het van belang is dat de internationale acties van de EU als wereldmacht voor stabiliteit en vrede worden ingegeven door het bevorderen van de vrede, de inachtneming van het internationaal recht, de bescherming van de rechtsstaat en van de rechten van de mens en de versterking van de beginselen waarop de Unie berust. Hij attendeert erop dat de inspanningen van Griekenland en van andere landen inzake het beheer van de vluchtelingen en de migranten niet altijd kunnen rekenen op de verhoopte solidariteit vanwege de Europese partners en dat de last niet volledig werd verdeeld onder alle lidstaten. Bijgevolg verzoekt hij om een hervorming van de gemeenschappelijke Europese asielregeling die gestoeld is op solidariteit en lastenverdeling. Tot besluit wijst de heer Voutsis erop dat Griekenland het Europese-toetredingsstreven van Turkije altijd heeft gesteund omdat zulks in het belang zou zijn van zowel de EU als het Turkse volk en Griekenland. Niettemin stipt hij aan dat de weg naar de toetreding van Turkije tot de EU gebonden is aan het conditionaliteitsbeginsel C. Uiteenzetting van de heer Fico De heer Roberto Fico, voorzitter van de Italiaanse Camera dei Deputati, verklaart bij de aanvang van zijn betoog dat alleen al door de omvang van de wereldwijde uitdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd, het optreden van de verschillende lidstaten structureel niet voldoet en dat er nood is aan een krachtige en gezamenlijke respons. Hij merkt echter op dat zulks tot dusver niet het geval is geweest, zoals de betrekkingen met de zuidoever van de Middellandse Zee op dramatische wijze hebben aangetoond. De heer Fico benadrukt dat Europa elke gewapende oplossing unisono moet afwijzen en zijn steun moet blijven toezeggen aan een politieke oplossing tussen de diverse actoren in Libië, via de dialoog waarop de Verenigde Naties aansturen. Hij uit kritiek op het feit dat de EU zich ten aanzien van de zuidoever van de Middellandse Zee te lang als een passieve toeschouwer heeft gedragen en het zo aan andere landen of groepen van landen heeft overgelaten om afzonderlijk actie te ondernemen. Met betrekking tot de immigratie verklaart hij dat de nadruk te veel op de secundaire bewegingen ligt en te weinig op de primaire bewegingen, die een impact hebben op de landen met een buitengrens, zoals Italië. Bovendien betreurt hij dat de in artikel 80 van het VWEU beoogde beginselen van solidariteit en van blijke verdeling van de verantwoordelijkheid niet worden toegepast. De heer Fico onderstreept dat de immigratie slechts op een methodologische wijze en conform het internationaal recht kan worden beheerd als wordt voorzien in een gemeenschappelijk optreden op basis van de volgende pijlers: 1) Het delen van de verantwoordelijkheid jegens de migranten op het vlak van de reddingsoperaties en het beheren van de eruit voortvloeiende situatie. De heer Fico herinnert eraan dat de vluchtelingen of de migranten die in een lidstaat aankomen, moeten worden opgevangen door Europa in zijn geheel, wat de vervanging van de Dublin-verordening inhoudt; 2) De volledige en totale samenwerking voor de controle van de buitengrenzen, met inbegrip van de strijd tegen de mensenhandel en de slavernij; 3) De oprichting van opvangkampen, bijstand en informatieverstrekking; 4) Een betere onderlinge afstemming van de nationale regelingen voor de integratie van vluchtelingen en van legale migranten, alsook aanneming van gemeenschappelijke minimumnormen in overeenstemming met het internationaal recht en met de grondbeginselen van het Europees recht; 5) Financiële steun voor het bestendigen van de vrede, de democratie en de rechtsstaat in de partnerlanden in Zuid-Europa en in andere Afrikaanse landen; steun aan de economische groel en verbetering van de levensvooruitzichten van de bevolkingen. Voorts onderstreept de heer Fico dat de Italiaanse Camera dei Deputati en Senato della Repubblica de laatste hand leggen aan een Europees samenwerkingsproject met de Franse Assemblée Nationale, teneinde de bestuurlijke capaciteit van het Tunesische Parlement te versterken, naast andere gelijkaardige samenwerkingsprojecten met de parlementen in de Hoorn van Afrika, en in het Sahelgebied. ‘Aangaande het eerstvolgende meerjarig financieel kader verklaart de heer Fico dat het de in uitzicht gestelde prioriteiten zou moeten weerspiegelen en dat de bestaande dotatieverdeling moet worden gehandhaafd, dat wil zeggen twee derden voor de buurlanden in het zuiden, één derde voor de buurlanden in het oosten. In die context geeft hij aan dat de fondsen voor het beheren van de migratie moeten worden verhoogd, en verklaart hij dat de bestaande dotatie van 35 miljard euro voor de hele periode 2021-2027 ontoereikend is, aangezien die voor twee derden moet dienen voor de controle aan de buitengrenzen. ‘Aangaande de Europese verkiezingen herinnert de heer Fico eraan dat volgens hem de aandacht meer moet worden toegespitst op het externe optreden van de EU in het klesdebat en dat vaker met één stem en met meer vastberadenheid moet worden gesproken. De heer Fico wijst er eveneens op dat de EU zou kunnen kiezen voor een verenigde vertegenwoordiging in de internationale organisaties, als eerste stap op weg naar een vaste zetel van de EU in de VN-Velligheidsraad, zoals al in het raam van de bestaande verdragen is overwogen. Tot besluit roept hij op tot een reflectie over het soort van betrekkingen dat de EU erop wil nahouden met Rusland aan de ene en China aan de andere kant, en wijst hij erop dat in de externe relaties van de EU de kern van een Europese identiteit moet worden bevestigd. D. Gedachtewisseling Het eerste betoog is dat van de heer Gordan 'Jandrokovic, voorzitter van de Kroatische Hrvatski Sabor. Hij wijst erop dat de huidige geopolitieke complexiteit de EU ertoe heeft gebracht een prioriteit te maken van een veilige en stabiele toekomst voor Europa. Als gevolg daarvan moet Europa zijn politieke ruimte, met inbegrip van Zuidoost-Europa, consolideren. Ook wijst de spreker op het belang van de uitbreiding - een van de grootste successen van de EU - die hij bestempelt als een investering in vrede, stabiliteit, veiligheid en vooruitgang, op basis van gemeenschappelijke waarden. Daar voegt hij aan toe dat Kroatië, tijdens zijn voorzitterschap van de Raad van de EU in 2020, zijn steun zal toezeggen aan dat Europese perspectief en aan de voortzetting van de uitbreiding via een geloofwaardig, strikt en bilijk toetredingsproces, op basis van de individuele prestaties, het conditionaliteitsbeginsel en de inachtneming van welomlijnde criteria. De heer Radek Vondracek, voorzitter van de ‘Tsjechische Snämovna, legt de nadruk op het vraagstuk van het uitbreidingsproces, aangezien de westelijke Balkanlanden deel uitmaken van het continent, een gemeenschappelijke Europese geschiedenis hebben en hun plaats hebben in de toekomstige EU. Hij onderstreept dat de toetreding tot de Unie de motor zou kunnen zijn voor de sociaaleconomische ontwikkeling van de regio en een impuls zou kunnen geven aan de al aan de gang zijnde hervormingen. De heer Ivan Brajovic, voorzitter van de Montenegrijnse Skupstina Crne Gore, benadrukt dat de afwikkeling van de interne problemen van de EU geen rem mag zetten op de uitbreiding, aangezien de consolidatie binnen de EU en de toetreding van landen die dezelfde waarden delen, twee complementaire processen zijn. Voorts benadrukt hij dat de EU, mocht zij afstand nemen van het op integratie gerichte beleid, te maken zou kunnen krijgen met een toenemende invloed van andere actoren in de regio. Tot slot wijst hij erop dat Montenegro veel belang hecht aan regionale samenwerking, aan harmonie en aan de verbetering van de welvaart. De heer Talat Xhaferi, voorzitter van de Sobranie in Noord-Macedonië, merkt op dat met het Prespa-akkoord, waardoor Noord-Macedonië uitzicht krijgt op toetreding tot de EU en tot de NAVO, een historische stap is gezet, die heeft aangetoond hoezeer dialoog nodig is om hangende vraagstukken en problemen op te lossen. De heer Viktoras Pranckietis, voorzitter van de Litouwse Seimas, verklaart dat Litouwen geografisch weliswaar ver van de Middellandse Zee ligt, maar dat de immigratie een uitdaging zonder voorgaande is, die van de EUinstellingen, de lidstaten en de internationale organisaties, gezamenlijke inspanningen vergt. Voorts geeft hij aan dat de democratie en de stabiliteit in Zuidoost-Europa een positieve omgeving creëren die gunstig is voor de samenwerking binnen heel de EU; hij erkent ook dat in de loop van het tienjarig bestaan van het Oostelijk Partnerschap veel werk is verricht. De heer Pranckietis, voegt daaraan toe dat de best presterende partners de mogelijkheid zouden moeten krijgen om meer en sneller vooruitgang te boeken, teneinde te voorkomen dat het beleid op de kleinste gemene deler zou worden gebaseerd, alsook om aan de individuele behoeften tegemoet te komen. De heer László Kövér, voorzitter van de Hongaarse Országgyülés, benadrukt dat de EU haar deuren zou moeten openzetten voor de landen die erop wachten te mogen toetreden, veeleer dan voor de van buiten Europa afkomstige illegale migranten. Hij verklaart dat de - geslaagde - Europese uitbreiding moet worden voortgezet en niet halverwege mag stilvallen, want de veiligheid en de stabiliteit van de Westelijke Balkan zijn voor heel Europa van cruciaal belang en het zicht op toetreding tot de EU vormt een doeltreffende stimulans voor de stabilisering van het politieke bestel in de betrokken landen. Hij is het eens met de andere sprekers die erop wijzen dat een geopolitieke afwezigheid van de EU tot inmenging door andere mogendheden dreigt te leiden. De heer Kövér drukt de hoop uit dat, bij de volgende institutionele cyclus, de EU met Montenegro en met Servië zal worden uitgebreid, dat toetredingsonderhandelingen met Albanië en met Noord-Macedonië zullen worden aangevat en dat Bosnië-Herzegovina in dat jaar het statuut van kandidaat-idstaat zal krijgen. Hij verwijst nadrukkelijk naar het integratieproces binnen het Oostelijk Partnerschap, dat weliswaar minder ver gaat, maar dat dezelfde stabiliserende mogelijkheden als in de Westelijke Balkan biedt en dat dezelfde verantwoordelijkheid impliceert om zijn verplichtingen en toezeggingen na te komen De heer Pio García-Escudero, voorzitter van de Spaanse Senado, verklaart dat Europa de migratiecri sis het hoofd moet bieden, maar tevens van zijn louter eurocentrische benadering moet afstappen door een ander soort betrekkingen te onderhouden met landen zoals Marokko, Algerije en Nigeria. In de huidige context zijn de landen almaar meer onderling verbonden en vergen het terrorisme, de digitale agenda, de mensenrechten en de immigratie een samenwerkingskader dat de individuele Staten overstijgt, aldus nog de spreker. De heer Gérard Larcher, voorzitter van de Franse Sénat, benadrukt dat alle onderhandelingen of activiteiten, met het oog op toetreding moeten worden gebaseerd op de toetredingscriteria (met inbegrip van de inachtneming van de rechtsstaat en van de grondbeginselen) en op de verdiensten van elk land. Wat het nabuurschapsbeleid met betrekking tot de landen aan de zuidoever van de Middellandse Zee betreft, beklemtoont hij dat de uitdagingen gigantisch zijn, met name gelet op de verdubbeling van de Afrikaanse bevolking tegen 2050, de illegale immigratie en de ontwikkeling van extremistische strekkingen. Volgens hem moet Europa dan ook zijn inspanningen opdrijven om die uitdagingen aan te gaan, alsook ontwikkelingshulp toekennen en goed bestuur ondersteunen Mevrouw Borjana Kristo, voorzitster van de Bosnische Predstavniëki, wijst de deelnemers erop dat sinds het toetredingsproces van Bosnië-Herzegovina in 1997 van start is gegaan, veel vooruitgang is geboekt en dat de officiële aanvraag om tot de EU toe te treden in 2016 werd ingediend. Zij merkt ook op dat ondanks de uitdagingen voor haar land, in het bijzonder de wijziging van de kieswetgeving, er een consensus heerst dat de toetreding tot de EU het land een toekomstperspectief biedt. De heer Gramoz Ruci, voorzitter van de Albanese Kuvendi, bedankt de deelnemers voor hun steun aan zijn land en beklemtoont dat Albanië ingrijpende maatregelen heeft genomen teneinde aan de vijf grote, door de Raad vastgestelde prioriteiten te voldoen. Dat gebeurde voornamelijk door een hervorming van het gerecht door te voeren en door grootschalige maatregelen ten bate van het gezamenlijk beheer van de migratiecrisis te nemen. Hij merkt op dat de uitbreiding niet alleen het aantal lidstaten doet toenemen, maar ook een investering in de regionale stabiliteit vormt. Mevrouw Carmen Ileana Mihalcescu, ondervoorzitster van de Roemeense Camera Deputallor, herinnert de deelnemers aan de tiende verjaardag van het Oostelijk Partnerschap en verklaart dat Roemenië steun zal verlenen aan alle inspanningen die de partnerlanden elk volgens hun eigen tempo en in overeenstemming met hun eigen beleidsambities leveren om de banden met de EU aan te halen. Zij bevestigt bovendien dat Roemenië een groot voorstander is van een robuust partnerschap met de oostelijke buurlanden. Wat Israël en Palestina, betreft, is een tweestatenoplossing het enige leefbare en realistische alternatief voor vrede in de regio; de hele internationale gemeenschap zou zijn inspanningen in die zin moeten opvoeren. Mevrouw Sveta Karayancheva, voorzitster van de Bulgaarse Narodno sabranie, wijst erop dat de Brexit, de immigratie en het populisme de geestesgesteldheid van de Europeanen hebben gewijzigd en de Europese waarden in een nieuwe context hebben geplaatst. Zij voegt daaraan toe dat de EU niet in een doodlopend straatje zit, maar veeleer behoefte heeft aan een strategisch debat over haar toekomst. Een opdeling van Europa in een centrum en perifere gebieden, alsook een Europa met twee snelheden, zijn voor de spreekster onaanvaardbaar. ‘Tot besluit stelt zij dat de toenadering tot de Westelijke Balkan voor de EU een geostrategische investering is, met het oog op een robuust, sterk en verenigd Europa. De heer Daniel Günther, voorzitter van de Duitse Bundesrat, stelt vooreerst vast dat het Europees project sinds meerdere jaren ter discussie staat, ten dele wegens nieuwe gebeurtenissen buiten Europa. Hij benadrukt dat het tjd wordt een krachtig standpunt in te nemen ten aanzien van Turkije en zou verheugd zijn, mochten de Turkse regering en de AKP concreet kunnen aantonen dat zij de resultaten van de recente gemeenteraadsverkiezingen erkennen. Hij voegt eraan toe dat de EU absoluut een gemeenschappelijk standpunt moet uitwerken over de bestrijding van de diepere oorzaken van de immigratie. De Unie moet de mensen reële perspectieven bieden in hun land van herkomst, met name geen oorlog, consoli dering van de vredesprocessen, armoedebestriding en bestrijding van de klimaatverandering. Tevens geeft de spreker aan dat er een Europese migratieverordening moet komen en dat de verantwoordelijkheden billijk moeten worden gespreid. De heer Andreas Norlén, voorzitter van de Zweedse Riksdag, uit zijn tevredenheid dat de Commissie opnieuw belangstelling toont voor de uitbreiding van de EU, die op het conditionaliteitsbeginsel moet worden gestoeld. Het Oostelijk Partnerschap zou moeten worden gebaseerd op wederzijdse verbintenissen ten bate van de rechtsstaat, het behoorlijk bestuur, de inachtneming van de mensenrechten en de naleving van de rechten van de minderheden. Tevens geeft de heer Norlén aan dat de mogelijkheid tot toetreding ook moet worden geboden aan de partnerlanden die bereid zijn ingrijpende politieke en economische hervormingen door te voeren. Met betrekking tot de Parlementaire Assemblee van de Unie voor de Middellandse Zee stipt de spreker aan dat het Zweedse Parlement om organisatorische redenen heeft beslist voor de komende tijd geen delegatie aan te wijzen. Hij voegt er wel aan toe te hopen later opnieuw te kunnen deelnemen. Mevrouw Maja Gojkovië, voorzitster van de Servische Norodna Skupätina, merkt op dat Servië zijn aandeel heeft gehad in alle veranderingen waarmee de EU werd geconfronteerd en dat het land inzonderheid in het raam van de migratiecrisis zijn verdiensten heeft gehad. De spreekster geeft aan dat de onvoorwaardelijke inzet van Servië voor het uitbreidingsproces is gebaseerd op de overtuiging dat al die inspanningen de regio en de EU ten goede komen. Ze stipt aan dat Servië in het raam van de toetredingsonderhandelingen als enige land hoofdstuk 35 heeft geopend. Voorts wijst zij er nogmaals, op dat Servië van de EU verwacht de dialoog tussen Belgrado en Pristina te faciliteren. Mevrouw Inâra Mürniece, voorzitster van de Letse Saeima, geeft aan dat Letland een vurige aanhanger is van een Europees perspectief voor de Westelijke Balkan. Het toetredingsproces zorgt volgens haar voor veranderingen in de hele regio. Letland is ingenomen met de ondertekening van het Akkoord van Prespa, waarmee een historische vooruitgang werd geboekt. Het land heeft de EU verzocht zulks te onderkennen, door in juni toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië op te starten. Tevens stemt het de spreek ster tevreden dat de eerste ronde van de verkiezingen in Oekraïne in lijn met de internationale regels is verlopen. Ze betreurt dan weer dat Rusland het Akkoord van Minsk heeft geschonden en uit haar bezorgdheid over de Krim-Tataren op het schiereiland de Krim. Mevrouw Daina Elena Federovici, vice-voorzitster van de Roemeense Senatul, geeft aan dat het Europese nabuurschapsbeleid gericht zou moeten zijn op de bevordering van de vrede, van de stabiliteit en van de economische welvaart. Ze stipt aan dat Roemenië zijn steun zal blijven bieden aan alle inspanningen van de buurlanden om nauwer bij de EU aan te sluiten, alsook dat het land overweegt een beraadslaging over de doelstellingen na 2020 op te starten. Inzake het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid heeft Roemenië andermaal bevestigd zich te kunnen vinden in het belang dat de EU hecht aan de eenheid, de soevereiniteit en de territoriale integriteit van het Oostelijk Partnerschap. De heer Henn Pölluaas, voorzitter van het Estse Riigikogu, wijst erop dat de veiligheid en de welvaart in Estland erop zijn vooruitgegaan sinds dat land vijftien jaar geleden is toegetreden tot de NAVO en de EU. Hij geeft aan dat Estland daardoor voeling heeft met al wie de passie en de waarden van de EU deelt, alsook dat het Oostelijk Partnerschap voor Estland een prioritaire aangelegenheid blijft. Hij voegt eraan toe dat Estland inzake de bilaterale samenwerking veel belang hecht aan de hervorming en de bevordering van de onlineoverheidsdiensten, het onderwijs, het milieu, de bestrijding van de corruptie en de uitbouw van het middenveld in de Oostelijke partnerlanden. De heer Demetrios Syllouris, voorzitter van de Cypriotische Vouli ton Antiprosopon, feliciteert het Oostenrijkse Parlement ermee dat de volgende Conferentie van voorzitters van de IPU in 2020 in Wenen zal plaatsvinden. Hij stipt aan dat Cyprus, gelegen in het zuidelijke deel van Oost-Europa, kan optreden als bemiddelaar voor de dialoog en de samenwerking tussen het Midden-Oosten en de EU, dankzij regionale samenwerkingsinitiatieven, alsook dankzij bi- en multilaterale overeenkomsten De heer Stanislaw Karczewskì, voorzitter van de Poolse Senaat, geeft aan dat Polen zijn steun biedt aan het toetredingsproces in de Westelijke Balkan, alsook aan het opendeurbeleid voor de landen van het Oostelijk Partnerschap, zoals Oekraïne, Georgië en Moldavië. Hij voegt eraan toe dat daarvoor een prijs zou kunnen worden betaald: zo zouden de geldstromen binnen de EU inzake het regionale en het landbouwbeleid wel eens van richting kunnen veranderen; bovendien zou een politieke leemte kunnen worden ingenomen door een land zoals Rusland, dat zich agressief jegens de EU opstelt en daarenboven ook in het buitenland onstabilteit en corruptie uitdraagt. Oekraïne, Georgië en Moldavië beschikken volgens de spreker niet over een roadmap zoals de Westelijke Balkanlanden, maar de EU zou haar aanbod moeten consolideren en nieuwe instrumenten moeten vinden. De spreker geeft aan dat de EU de tegen Rusland uitgevaardigde sancties zou moeten handhaven zolang dat land een bron is van agressie; Rusland mag zich niet verschuilen achter projecten zoals Nord Stream 2. De heer Dejan Zidan, voorzitter van de Sloveense DrZavni zbor, merkt inzake het migratievraagstuk op dat de EU de oorzaken van de migratie moet aanpakken, de landbouwproductie en de economie in de landen van 2020 Kaate ze ZITTING VAN DE Sie ZITTINGSPERIODE herkomst moet steunen en de klimaatverandering moet tegengaan. De spreker betuigt weliswaar zijn steun aan de Westelijke Balkan, maar geeft tevens aan dat de EU niet alleen duidelijke en afgebakende perspectieven moet bieden, maar in juni ook een beslissende stap moet zetten in Brussel. De heer Femand Etgen, voorzitter van de Luxemburgse Chambre des Députés, geeft aan dat Luxemburg openstaat voor de uitbreiding van de EU, op voorwaarde dat alle criteria in acht worden genomen, inzonderheid de hoofdstukken inzake democratie, de rechtsstaat en justitie. Hij voegt eraan toe dat de democratische vereisten zijn gestoeld op gedeelde waarden, rechten en vrijheden; om die reden moeten de interparlementaire betrekkingen nog intenser worden. Tegelijk is het volgens hem belangrijk geloofwaardige perspectieven te bieden en geen onrealistische beloften te doen. IV. - ZITTING Il: DE EUROPESE UNIE VÓÓR DE EUROPESE VERKIEZINGEN VAN 2019 - DE ONTWIKKELING VAN DE SAMENWERKING TUSSEN DE NATIONALE PARLEMENTEN EN DE EUROPESE INSTELLINGEN A. Inleiding Oostenrijkse Nationalrat, opent de zitting met de bespreking van vier punten die verband houden met het onderwerp van de vergadering. Ten eerste benadrukt hij dat de gemeenschappelijke gehechtheid aan de rechtsstaat, aan de grondrechten, aan de mensenrechten en aan de parlementaire democratie ontegenzeggelijk een essentieel element van de Europese identiteit is. Deze waarden mogen niet als vanzelfsprekend worden beschouwd. Ten tweede stelt hij vast dat het antisemitisme in Europa en in de rest van de wereld toeneemt en hij roept op alle vormen van antisemitisme, racisme en vreemdelingenhaat te veroordelen. De heer Sobotka herinnert er tevens aan dat de Raad in december 2018 voor het eerst een verklaring over de bestrijding van antisemitisme heeft aangenomen. Hij wijst ook de modeme seculiere staten aan als de hoeksteen van Europa, een feit dat niet kan worden ondermijnd door radicale islamitische of andere extremistische krachten. Het Europese beleid heeft de afgelopen jaren gefaald op het volgende punt: het heeft niet tijdig gereageerd op het ontstaan van parallelle samenlevingen in Europa. De heer Sobotka benadrukt, als laatste punt, het eruciale belang van het subsidiariteitsbeginsel voor de Europese integratie en dringt erop aan dat de lidstaten over een grotere speelruimte moeten beschikken als het gaat om kwesties die hun burgers rechtstreeks aangaan en die verband houden met de Europese wetgeving, namelijk meer richtsnoeren en minder regelgeving. Tot slot wijst hij erop dat het subsidiariteitsbeginsel ernstig nemen niet betekent dat de EU wordt verzwakt, maar dat het vertrouwen van de burgers in de Unie wordt versterkt. B. Toespraak van de heer Schäuble De heer Wolfgang Schäuble, voorzitter van de Duitse Bundestag, omschrijft 2019 als een scharnierjaar voor de EU, niet alleen vanwege de Brexit, maar ook door het gebrek aan eensgezindheid op heel wat beleidsterreinen, maar voegt er ook aan toe dat de Unie in staat is om deze moelljkheden te overwinnen. Hij merkt op dat de EU steeds meer door de bevolking wordt geaccepteerd: 62 % van de Europeanen staat positief tegenover de toetreding van hun land tot de EU en meer dan twee derde is van mening dat hun land hiervan de vruchten plukt. Dit was echter slechts een deel van de realiteit, aangezien de burgers ook twijfels hebben geuit over het vermogen van de Europese instellingen om problemen op te lossen en over de weldaden van het beleid van de EU in hun dagelijkse leven. De heer Schäuble beklemtoont dat de nationale parlementen, die zich geleidelijk aan dankzij de Europese Verdragen hebben toegelegd op de Europese beleidsvraagstukken, een belangrijke schakel zijn in het verster ken van de banden tussen de Europese burgers en de instellingen van de EU. Hij stelt echter dat de door het primaire recht verleende vrijheid van hervorming niettemin beperkt is, met name vanwege het unanimiteitsbeginsel. Hi is van mening dat hiervoor een inhoudelijk debat nodig, is over wat de lidstaten zelf zouden kunnen beslissen en wat een gezamenlijk optreden vereist, bijvoorbeeld op het gebied van milieu, grensbeveiliging, immigratie, banken en economie. Hij herinnert eraan dat de lidstaten nog steeds de enige besluitvormers zijn met betrekking tot tal van cruciale kwesties en dat de bereidheid om de nationale soevereiniteit te delen op veel plaatsen niet bijzonder groot is. De heer Schäuble benadrukt het belang van de interparlementaire bijeenkomsten en herinnert eraan dat de nationale parlementen worden verzocht om naast het nationale standpunt systematisch een echt Europees perspectief te kiezen, wat een betere kijk op de debatten over Europese kwesties biedt. In dit verband vermeldt hij ook de “Paritaire Parlementaire Vergadering’ van de Franse Assemblée nationale en de Duitse Bundestag. De voorzitter van de Duitse Bundestag stelt bovendien dat het onmogelijk is om in Europa iets te hervormen als, de lidstaten elkaar naar hun hand trachten te zetten en dat hervormingen alleen mogelijk zijn als de lidstaten de nationale hindernissen die ze zichzelf hebben opgelegd, overwinnen. Hij roept op tot overtuigende verklaringen die aantonen dat er beleidsterreinen zijn waar samenwerking de beste manier is om vooruitgang te boeken. De heer Schäuble zegt dat hij ervan overtuigd is dat een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid noodzakelijk is omdat Europa een grotere verantwoor delijkheid op zich moet nemen voor zijn eigen veiligheid en voor de veiligheid van de omliggende regio’s. De overeenkomst over gezamenlijke militaire projecten in het kader van PESCO is dan ook een eerste stap in de goede richting. De heer Schäuble besluit zijn betoog met de opmerking dat de renovatie van het historische Oostenrijkse parlementsgebouw een gelegenheid is om een opener en transparanter bouwwerk te creëren dat tegemoetkomt aan de behoeften van het hedendaagse parlementarisme. C. Toespraak van mevrouw Broekers-Knol Mevrouw Ankie Broekers-Knol, voorzitster van de Nederlandse Eerste Kamer, begint haar redevoering door de deelnemers te herinneren aan een toespraak die zij tien jaar geleden heeft gehouden op de 43 COSAC in Madrid, waar ze het heeft gehad over het nieuwe model voor de betrekkingen tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Zij merkt op dat veel van de onderwerpen die tijdens de conferentie worden besproken, destijds al aan bod zijn gekomen. Vervolgens dringt zij erop aan om geen groot aantal nieuwe interparlementaire conferenties te organiseren, aangezien dit waarschijnlijk niet zou bijdragen tot de noodzakelijke versterking van de betrekkingen tussen de nationale parlementen en de Europese instelingen. Het komt erop aan de bestaansreden van de interparlementaire samenwerking tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement nooit uit het oog te verliezen, namelijk de Europese burgers te verbinden en weer in contact te brengen met het Europese project. De voorzitster van de Eerste Kamer zegt dat 2019 ongetwijfeld weer een jaar van ongekende politieke gebeurtenissen en uitdagingen is, bovenop de Brexit Zij wijst erop dat in de huidige complexe wereld geen enkele lidstaat problemen zoals terrorisme, Klimaatverandering of immigratie alleen kan aanpakken. Samenwerken betekent een sterkere invloed uitoefenen, ook in de wereldhandel en de geopolitiek, en het betekent verder gaan dan louter nationale belangen. Mevrouw BroekersKnol merkt op dat zij het idee van een federaal Europa niet steunt, omdat de EU voor haar een eenwording van volkeren is en niet van staten. Het is de verantwoorde lijkheid van de EU-instellingen en de nationale politici om het juiste evenwicht te vinden tussen een Unie van nauwe samenwerking enerzijds en de aanvaarding door de burgers van een zekere mate van eenwording op bepaalde specifieke gebieden anderzijds. Bovendien stelt ze dat het van cruciaal belang is dat politici hun, beloften nakomen. Mevrouw Broekers-Knol roept de parlementsleden op om de toegevoegde waarde van de EU voor het dagelijkse leven van de burgers te onderzoeken, maar ook om precies na te gaan welke voorstellen van de EU niet in het belang van de burgers zijn. De nationale parlementen moeten ook transparanter zijn en meer verantwoordelijkheid aan de dag leggen met betrekking tot hun standpunt over het beleid van de EU, want ook al zijn sommige procedures ingewikkeld, dan nog moeten de burgers in staat zijn om ze te begrijpen en te volgen en zelfs om de beslissingen van hun nationale parlement te beïnvloeden. Tot slot wijst mevrouw Broekers-Knol erop dat de parlementsleden tegenover de EU-burgers, de plicht hebben om op nationaal en Europees niveau doeltreffend samen te werken, zodat die zich verbonden voelen met het Europese project. D. Toespraak van de heer Larcher Senaat, merkt in zijn inleiding op dat de staatshoofden van de lidstaten van de EU debatteren over het verzoek van premier Theresa May om de Brexit opnieuw uit te stellen. Hij zegt dat een formele terugtrekking natuurlijk de voorkeur verdient, maar dat de EU niet kan worden overgeleverd aan de verschillende stemmingen in het Britse Lagerhuis en dat er vanuit Londen opheldering moet komen. Wat de komende Europese verkiezingen betreft, stelt hij dat Europa zonder een echte hervorming niet in staat zal zijn om de mondiale uitdagingen aan te gaan en het hoofd te bieden. De voorzitter van de Franse Senaat wijst er ook op dat de nationale regeringen de EU tot zondebok hebben gemaakt en dat er daarom in de eerste plaats moet worden gestreefd naar verzoening met Europa en zijn burgers. De huidige uitdagingen zijn te urgent voor één land om ze alleen op te lossen. Hij beklemtoont de noodzaak om Europa op een nieuwe manier vorm te geven en zich toe te spitsen op de prioriteiten die de burgers verwachten. Als eerste prioriteit haalt de spreker aan dat de burgers een Europa willen dat hen beschermt. Rekening houdend met alle uitdagingen in verband met immigratie, acht hij het noodzakelijk dat de verdragen van Dublin en Schengen worden hervormd, de regelgeving op het gebied van asiel wordt geharmoniseerd en de landen van herkomst worden ondersteund, met name op het gebied van de ovemamestructuren. De tweede prioriteit moet erop gericht ijn de EU te voorzien van een beleid dat leidt tot meer banen en steun voor onderzoek in de industrie, waardoor de EU weer een leidende positie zou kunnen innemen. Ten derde vereist de evolutie van de machtsstructuren op internationaal niveau een wijziging van het buitenlands beleid en het defensiebeleid van de EU. In dit verband wijst de heer Larcher erop dat de EU duidelijk niet optreedt als de macht die zij zou moeten zijn en dat, als zij een grootmacht wil blijven, alle handelsovereenkomsten moeten worden versterkt. De Europese veiligheidskwesties moeten niet automatisch worden overgedragen aan de NAVO of de Verenigde Staten, maar zouden veeleer moeten worden omgebogen tot een sterker engagement om een Europese strategie uit te stippelen, zodat een sterk Europa zich kan laten horen in de gemeenschap van naties. ‘Tot slot wijst de heer Larcher erop dat deze verschil lende initiatieven niet afhankelijk zijn van de goedkeuring van nieuwe verdragen of eindeloze institutionele discussies, maar van de versterking van de rol van de nationale parlementen als behoeders van het subsidiariteitsbeginsel, omdat zij de volkeren vertegenwoordigen en een belangrijke rol spelen bij de toenadering van Europa tot de burgers. Ook moet er rekening mee worden gehouden dat de nationale parlementen een initiatiefrecht hebben en dat er meer samenwerking tussen de parlementen moet komen op gebieden als defensie en veiligheid. E. Toespraak van de heer Kuchcinski De heer Marek Kuchcinski, voorzitter van de Poolse Sejm, ziet de dertigste verjaardag van de vrije verkiezingen in Centraal-Europa als een andere uitzonderlijke gebeurtenis in 2019, die het gezicht van Centraal-Europa, heeft veranderd en heeft geleid tot de eenwording van Europa. Vervolgens onderscheidt hij vier actuele uitdagingen. Ten eerste is de spreker van mening dat de EU geconfronteerd wordt met een waardencrisis, omdat de mensen zich de afgelopen jaren hebben gerealiseerd dat een gemeenschappelijke identiteit niet uitsluitend gebaseerd kan zijn op economische en institutionele grondslagen zonder cultureel en sociaal bewustzijn. Alleen door rekening te houden met al deze waarden kunnen optimale oplossingen worden gevonden om de Europese identiteit te versterken. Ten tweede is de spreker bezorgd over een enigszins geringere toepassing van de wetgeving en over de ongelijke behandeling tussen de verschilende lidstaten, in het bijzonder tussen de lidstaten die in 2004 en later zijn toegetreden en de oude lidstaten. Hij wijst erop dat de bevoegdheden van de lidstaten en de Europese instellingen weliswaar in de verdragen zijn vastgelegd, maar dat de EU die beperkingen vaak heeft overschreden. De spreker veroordeelt de kritiek op Polen ‘omdat het de rechtsstaat niet zou hebben geëerbiedigd bij zijn gerechtelijke hervorming, zoals geformuleerd in het licht van de huidige verkiezingscampagne voor het Europees Parlement. Een dergelijke inmenging in de interne aangelegenheden van een bepaalde lidstaat mag niet langer worden getolereerd. De derde uitdaging is een democratische Unie, waarvoor sterkere nationale parlementen nodig zijn. De spreker stelt dat de hervorming van het EU-systeem gepaard moet gaan met een echt democratisch mandaat, dat in het kader van verkiezingen wordt toegekend, en met het herstel van het evenwicht tussen de nationale parlementen en de Europese instellingen. Tot slot dringt de spreker erop aan dat de EU haar eenheid moet bewaren, omdat de kracht van de EU niet uitsluitend uit de kracht van de lidstaten komt, maar uit de gemeenschap. Hij vraagt om een nieuwe aanpak van het meerjarig financieel kader voor 2021-2027, meer bepaald inzake de voorgestelde verlagingen van de financiering van het landbouw- en cohesiebeleid. F. Debat Riksdag, begint zijn toespraak met erop te wijzen dat er de afgelopen jaren een aantal ontwikkelingen zijn geweest die tot ernstige bezorgdheid hebben geleid, waaronder het feit dat sommige lidstaten de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de rechtsstaat, de vrijheid van de media en de vrijheid van het maatschappelijk middenveld hebben ondermijnd. Hij voegt eraan toe dat, hoewel de Commissie en de Raad maatregelen hebben genomen, die processen veeleer licht uitvallen en in de toekomst moeten worden versterkt om de fundamentele waarden van de EU te behouden. Vervolgens schakelt de spreker over op het voorstel om de richtlijnen voor interparlementaire samenwerking in de EU te actualiseren. Verwijzend naar de verschilende ontwikkelingen inzake samenwerking (nieuwe, permanente interparlementaire, vergaderingen en veranderingen in de praktijk), benadrukt de spreker de noodzaak om de richtlijnen bij te werken zodat zij de werking van de interparlementaire samenwerking van de EU correct weerspiegelen. De spreker meent dat de ontwerpconclusies volstaan omdat ze vooral gericht zijn op een striktere afstemming op de bepalingen van het Verdrag, op nieuwe functies en vergaderingen, alsook op de mogelijkheden die het gebruik van moderne communicatiemiddelen biedt. Hoewel dat niet specifiek wordt vermeld, maakt dit proces het ook mogelijk om na te denken over de doel treffendheid van de interparlementaire samenwerking van de EU, bijvoorbeeld in termen van coördinatie en technische ondersteuning. De spreker is verheugd dat een interparlementaire vergadering voor de evaluatie van EUROJUST in de ontwerpconclusies is opgenomen en dat het Finse voorzitterschap deze twee kwesties verder zal uitwerken. De heer Eduardo Ferro Rodrigues, voorzitter van de Portugese Assembleia da República, geeft aan dat 2019 een moeilijk jaar is voor Europa, met onder andere de Brexit als oorzaak van de maatschappelijke tweedeling Europa wordt geconfronteerd met heel wat centrifugale en nationalistische krachten die van de EU de zondebok maken voor al deze negatieve gebeurtenissen. Alleen een verenigd Europa zal in staat zijn om zijn belangen op mondiaal niveau te verdedigen en het hoofd te bieden aan de grote uitdagingen van de mondialisering, de werkonzekerheid, de ongelijkheid, de werkloosheid (vooral onder jongeren), de immigratie, de vergrijzing van de bevolking, de veiligheid en de strijd tegen het terrorisme. De spreker benadrukt ook het belang van de Economische en Monetaire Unie en het cohesiebeleid. De heer Gordan Jandrokovic, voorzitter van de Kroatische Hrvatski sabor, wijst erop dat de lijst met uitdagingen lang is en vermeldt de Brexit, de immigratie en de klimaatverandering als de meest urgente uitdagingen. Vervolgens geeft hij aan dat al die uitdagingen het vertrouwen van de burgers in het Europese project hebben ondermijnd en eurosceptische stemmen hebben opgewekt die alleen kunnen worden overwonnen door de waarden en beginselen van eenheid, betrokkenheid, verantwoordelijkheid, solidariteit en partnerschap te bevorderen. De spreker voegt eraan toe dat de Europese verkiezingen in een ander klimaat zullen plaatsvinden en dat zij een beslissend moment vormen voor de toekomst van de EU. Mevrouw Ana Pastor Julián, voorzitster van het Spaanse Congreso de los Diputados, geeft aan dat veiligheid, terrorisme, de sociaaleconomische agenda, de Kimaatverandering en de hervorming van de Economische en Monetaire Unie de meest urgente uitdagingen zijn, samen met de aanhoudende onzekerheid in verband met de Brexit. De spreekster benadrukt ook dat een grotere samenwerking tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen een van de meest efficiënte manieren is om de burgers een stem te geven, aangezien de parlementsleden hen vertegenwoordigen. Bovendien zouden de nationale debatten meer in overeenstemming moeten zijn met de huidige Europese aangelegenheden, ‘omdat dit het gevoel van betrokkenheid bij het collectieve project zou versterken. Dr2avni zbor, geeft aan dat de EU vooruitgeholpen wordt wanneer eerst haar geschiedenis zorgvuldig wordt gelezen ‘om op basis daarvan haar eigen visie te definiëren en daarnaar te handelen. De heer Zidan meent ook dat de Brexit een mislukking van de EU aangeeft. Hij hoopt echter dat de mensen opnieuw de kans krijgen om te stemmen, nu ze nieuwe informatie hebben. Mevrouw Tone Traen, voorzitster van de Noorse Storting, benadrukt dat, ook al is Noorwegen geen lid van de EU, de relaties tussen de buurlanden, de uitbreiding en de betrekkingen tussen de nationale parlementen en de Europese instellingen van groot belang zijn. Ook vestigt zij de aandacht op de 25° verjaardag van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER). Zi ziet de interne markt als de hoeksteen van de samenwerking en geeft aan dat dit van cruciaal belang is voor verdere groei en welvaart. De spreekster voegt hieraan toe dat een nauwe Europese samenwerking de enige manier is om uitdagingen als Klimaatverandering en immigratie aan te gaan, maar ook om sociale inclusie en onrechtvaardigheid aan te pakken. Országgyülés, wijst erop dat het Europese continent het einde nadert van één van de ergste quinquennia van zijn geschiedenis, aangezien de EU er niet in is geslaagd haar buitengrenzen te beschermen en als het ware verlamd toekeek naar de grootste migratiestroom sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Als gevolg daarvan heeft een van de machtigste leden, het Verenigd Koninkrijk, besloten om te vertrekken. De spreker voegt daaraan toe dat Hongarije altijd voorstander is geweest van een sterk Europa, bestaande uit sterke natiestaten waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende kenmerken van de lidstaten. De EU moet daarom terugkeren naar de wortels die haar in staat hebben gesteld om het meest succesvolle project van de 20° eeuw te worden. De spreker betreurt dat de EU van haar burgers verwijderd is geraakt. Daarom dringt hij aan op de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel en op een onmiddellijke terugkeer naar de bepalingen van de oprichtingsverdragen. Cypriotische Voul ton Antiprosopon, merkt ook op dat de EU, ondanks de vooruitgang die zij heeft geboekt, geconfronteerd werd met allerlei uitdagingen en vooral met het gebrek aan vertrouwen van de Europese burgers in de instelingen. De spreker geeft aan dat het beleid daarom zo moet worden uitgevoerd dat het echte antwoorden biedt op echte problemen, waarbij de beginselen eenvormig worden toegepast en zo resultaten worden geboekt. Zo niet zullen volgens de spreker andere actoren de leemte opvullen en zullen de populisten hun opmars doorzetten. Camera dei Deputati, herinnert eraan dat Europa op dit moment op drie mogelijke manieren kan optreden: de eerste is doorgaan zoals vroeger zonder aandacht te besteden aan de problemen die zich nu voordoen, maar dat zou slechts tot een langzame dood leiden. De tweede is een terugkeer naar de natiestaten en nationalistische benaderingen, opnieuw een stap terug. De derde is Europa te hervormen in de richting van een meer doorgedreven integratie, met een sterk Europa, een sterk Europees Parlement en een gemeenschappelijk buitenlands en defensiebeleid op Europees niveau. De spreker geeft ook aan dat de EU in de VN-Veiligheidsraad één enkele, permanente zetel moet hebben en dat er zonder een gemeenschappelijk buitenlands beleid slechts sprake is van een verzwakt buitenlands beleid, zoals we in Libië hebben kunnen vaststellen. Tot slot verzoekt de spreker om hulp in de zaak van Giulio Regeni, een Italiaanse onderzoeker die in Egypte ontvoerd, gemarteld en vermoord is, een zaak waarnaar nog geen ernstig onderzoek is gestart Mevrouw Carole Bureau-Bonnard, ondervoorzitster van de Franse Assemblée nationale, geeft aan dat alle lidstaten een manier moeten vinden om hun parlementsleden regelmatiger naar interparlementaire conferenties, te sturen om de interparlementaire samenwerking te versterken. De spreekster roept ook op tot een grotere doeltreffendheid van IPEX, het belangrijkste platform voor de uitwisseling van informatie tussen de Europese nationale parlementen, en stelt dat de lidstaten ook meer gebruik moeten maken van bestaande netwerken, waaronder het netwerk van permanente vertegenwoordigers in Brussel. De spreekster herinnert eraan dat het de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de nationale parlementen en het Europees Parlement is om ervoor te zorgen dat de democratische systemen zich blijven ontwikkelen. Ze voegt er ook aan toe dat de Franse Assemblée nationale en de Duitse Bundestag net een binationale assemblee hebben opgericht om suggesties te bespreken die verband houden met Europese ontwikkelingen De heer Mauri Pekkarinen, eerste ondervoorzitter van de Finse Eduskunta, onderstreept dat de deelname aan de Europese verkiezingen sinds ze bestaan, afgenomen is. Hij benadrukt dat de politici de kiezers met de politiek moeten verzoenen. Hun boodschappen zijn vaak te technisch, te apolitiek en te afwerend. Ze moeten daarenboven de politieke keuzes en de concrete doelstellingen ter discussie stellen. Hij zegt dat de kiezers niet gevoelig zijn voor de institutionele details van de EU, maar wel voor de keuzes tussen rivaliserende beleidsvormen om een einde te maken aan de klimaatverandering en om banen te scheppen, om veiligheid en voorspoed tot stand te brengen. Hij verklaart dat indien het Europese project niet verdedigd wordt, de populisten vrij spel krijgen. De heer Pekkarinen voegt eraan toe dat het de taak van de politici is de EU te verdedigen en niet van de parlementen als instellingen, en dat de parlementen veeleer open moeten staan voor wie het systeem ter discussie stelt en zijn volk vertegenwoordigt. Hij besluit zijn interventie met de melding dat de Finse Eduskunta zich ertoe heeft verbonden een werkgroep voor te zitten die ermee belast is de richtsnoeren voor de interparlementaire samenwerking in de EU te herzien, om ze bij te werken. Mevrouw Claudette Buttigieg, ondervoorzitster van de Maltese Kamra tad-Deputati, verklaart dat de EU zich sinds haar oprichting stabiel en veerkrachtig heeft getoond en dat haar vermogen om vrede en stabiliteit te brengen een vermelding verdient. Ze stelt dat, ook al was de weg naar de successen van de EU niet altijd vrij van obstakels, de struikelstenen onderweg hebben geholpen om de Unie te versterken, zoals dat bij de financiële crisis het geval was. In verband met de Brexit zegt de spreekster nog dat de parlementariërs moeten toegeven dat de betrekkingen met het Verenigd Koninkrijk, ook al veranderen ze van aard, zullen blijven bestaan en de interparlementaire dimensie van die betrekkingen zal ook in de gesprekken aan bod moeten komen, op de aangewezen niveaus. Ze rondt af door er nadrukkelijk op te wijzen dat het belangrijk is dat men de democratie en de democratische legitimiteit eerbiedigt ‘om het toenemende populisme en de ontgoocheling in de politieke klasse te bestrijden en om het vertrouwen van de burgers te winnen. De heer Jacques Brotchi, voorzitter van de Belgische Senaat, wijst erop dat de vertegenwoordiging op nationaal niveau niet meer volstaat en dat België daarom altijd op zijn tweekamerstelsel met een rechtstreeks verkozen kamer heeft gerekend. Hij benadrukt hierbij dat ook de senaten hun macht moeten gebruiken. Vervolgens onderstreept hij de uitdagingen van de klimaatverandering en de nood aan alternatieven zoals de energietransitie, waarna hij eraan herinnert dat men bij de behandeling van milieukwesties ook de dimensie van de volksgezondheid moet meenemen. Daarna vraagt de heer Brotchi gemeenschappelijke Europese antwoorden en kondigt hij zijn steun aan voor de strijd tegen het antisemitisme. Hij roept de landen op om het voorbeeld van onder andere Duitsland, Zweden en Bulgarije in de strijd tegen het antisemitisme te volgen. De heer Ignazio Benito Maria La Russa, ondervoorzitter van de Italiaanse Senato della Repubblica, verklaart dat er nog heel wat burgers zijn die niet begrijpen wat de voordelen zijn van het EU-lidmaatschap, vooral wanneer men ziet dat de Unie beschouwd wordt als heel onverschillig tegenover de maatregelen die men moet nemen om het immigratievraagstuk te beheren. Hij voegt eraan toe dat het hoog ijd is om de Dublin-verordening achter ons te laten, een meer consensuele politieke en economische benadering van immigratie te vinden en de huidige reglementering te herzien. nooit zo gepoltiseerd was als nu en stelt dat, ook al moet Europa politiek zijn en eenieders belangen verdedigen, er geen Europa van de centrifugale krachten mag zijn. Hij verklaart dat sterke Europese instellingen bijgevolg noodzakelijk zijn, maar dat de nationale parlementen eveneens een belangrijke rol te spelen hebben. Hij onderstreept dat de EU er niet alleen is om institutionele en nationale problemen te behandelen, maar zich veeleer moet toeleggen op de gemeenschappelijke beleidsvormen en na de Brexit en de Europese verkiezingen naar haar verplichtingen moet handelen. Veuli ton Ellinon, verklaart in verband met het subsidiariteitsbeginsel dat men elk standpunt dat strekt om de Europese integratie te ontkennen, moet uitsluiten en dat men echter de noodzaak van dat principe moet herdefiniëren. Hij steunt de herziening van de richtsnoeren voor de interparlementaire samenwerking voluit en beschouwt de huidige periode als historisch, wegens de noodzaak de gemeenschappelijke strategie en het beleid om gelijkgericht tegen het gebrek aan vertrouwen in de EU in te gaan, bij te sturen. De heer Voutsis onderstreept tevens de nood aan een Europese identiteit gebaseerd op de waarden van vrede, humanisme, de Rechtsstaat en de democratie, in plaats van alleen maar nationale identiteiten. Dame Rose Winterton, ondervoorzitster van het Britse House of Commons, vraagt de deelnemers begrip voor het moeilijke debat waarmee het Britse parlement worstelt, ook al heeft de Brexit veel tijd en energie gekost. Ze onderstreept haar wens dat er een incidentloze transitie komt, om de banen en de nijverheid in de hele EU te beschermen en het engagement voor milieubescherming, samenwerking op het gebied van veiligheid en op talloos veel andere gebieden voort te zetten. Ze wijst er ook op dat, aangezien er duidelijk uiteenlopende opinies bestaan zowel in het Britse parlement als in de politieke partijen, het niet hoeft te verbazen dat het proces tijd vergt, aangezien een onbezonnen beslissing tot chaos dreigt te leiden. Dame Winterton verklaart dat, ook al geeft het Verenigd Koninkrijk de verschillende standpunten van de bevolking weer, het Parlement tot tweemaal toe tegen het verlaten van de EU zonder akkoord heeft gestemd, en dat het Parlement diezelfde avond zal stemmen over een motie die van de regering eist dat ze de Europese Raad vraagt haar nieuw uitstel te verlenen. Tot slot herhaalt ze dat het Britse parlement. en alle politieke partijen vrienden en collega's van hun Europese partners willen blijven. V. - BESPREKING EN AANNEMING VAN DE CONCLUSIES Oostenrijkse Nationalrat, bedankt zijn collega's voor alle amendementen en suggesties die zij in verband met de conclusies van het voorzitterschap hebben ingediend. Hij wijst erop dat veel amendementen werden aanvaard en dat de trojka heeft getracht een evenwichtige tekst op te stellen. Tijdens de slotbespreking verklaart de heer Nikos Voutsis, voorzitter van de Griekse Voul ton Ellinon, dat in de slottekst hoegenaamd geen melding wordt gemaakt van de plicht van de EU om de rechten van de vluchtelingen en van de migranten te beschermen, noch, van het solidariteitsbeginsel; hij verzoekt er dan ook om een en ander uitdrukkelijk in de tekst op te nemen. De heer Demetrios Syllouris, voorzitter van de Cypriotische Veuli ton Antiprosopon, steunt dat verzoek. De heer Jean Bizet, id van de Franse Sénat, vraagt een zin toe te voegen in verband met het akkoord over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk. De heer László Kövér, voorzitter van de Hongaarse Országgyülés, kondigt aan dat Hongarije, hoewel het tal van wijzigingen heeft gesteund, niet kan instemmen met de verklaring aangaande de vluchtelingen en de migranten, teneinde immigratie niet aan te moedigen. De heer Roberto Fico, voorzitter van de Italiaanse Camera dei Deputati, en de heer Andrej Danko, voorzitter van de Slovaakse Národná rada, sluiten zich daarbij aan. De heer Sobotka licht de deelnemers in dat de trojka heeft beslist het Franse voorstel op te nemen, maar wijst er ook op dat het tekstgedeelte over immigratie al een consensustekst is en dat de trojka elk nieuw amendement heeft afgewezen. In zijn slotopmerkingen bedankt de heer Sobotka alle deelnemers voor het bijwonen van de conferentie en voor hun actieve betrokkenheid bij het debat. VI. - SLOTOPMERKING van de Finse Eduskunta, nodigt de afgevaardigden uit op de volgende Conferentie van de voorzitters van de parlementen van de EU, die van 17 tot 19 mei 2020 in Helsinki plaatsvindt. Zoals de traditie het wil wordt de Conferentie van de voorzitters van de parlementen van de EU voorafgegaan door de conferentie van de secretarissen-generaal, die eveneens in Helsinki plaatsvindt, op 26 en 27 januari 2020. Vil - BIJLAGEN 1. Conferentie van de voorzitters van de parlementen van de Europese Unie, Wenen, 8-9 april 2019 - Conclusies van het voorzitterschap (in het Engels) 2. Vergadering van de secretarissen-generaal van de parlementen van de Europese Unie, Wenen, 2829 januari 2019 - Verslag BIJLAGE 1 Conference of Speakers of the European Union Parliaments 8-9 April 2019, Vienna Conclusions of the Presidency 820 mean u 1 8 Prösidence autrichienne Conférence des Présidents des parl: 8-9 avril 2019, Vienne Conclusions de la présidence Remarques préliminaires La conférence des Présidents des parlements 8 et 9 avril 2019 et a réuni les présidents, ou le de 28 États membres ainsi que la Première présents, ou leurs représentants, de 5 pays pris part et 4 pays y ont participé en qualité dc M. Wolfgang Sobotka, Président du Conseil na Conseil fédéral autrichien. ‘Sur la base de l'article 5.1 des Lignes directrice de leur postien eonstutionnele, ne peuvent politiques de fond et il n'est donc pas possible un soutien spécifique à tous les points de la d: deeur chambre, importance des questons sa ‘ceux-ci proposent des solutions spécifiques. ‘où le Royaume-Uni et "Union européenne sc Présidentsexprimentleurespor qu'une saluto à Fincertitude actuelle et de permettre à 'Eu confrontée. La conférence a été divisée en deux sessions | Uurion eurepdenne et ses voisins IL. L'Union européenne avant les élections eu coopération entre les parlements nationaux et Tae ard Falars de maintenir à 'ordre du jour les questions de ys voisins et de maintenir une perspective taux malgré les defis interes qui existent au > la stabilité dans les Balkans occidentaux est nble du continent. Compte tenu de Finfiuence lest de la plus haute importance que "Union js et à protéger ses intérêts dans les Balkans la paix, la démocratie eta sécurité. Le meilleur eur d'une orientation pro-européenne dans les ogrès visibles dans le processus d'adhésion. nts réaffirment la perspective européenne des Là l'élargissement de l'Union européenne. Les gissement doit être fondé sur le strict respect ant les progrès que les pays des Balkans es années, les Présidents les encouragent même occasion, ils exhortent les pays de la, urs, à accroître la coopération régionale et à Union européenne, dans ses relations avec ir sans hésitation ses valeurs et ses principes de l'état de droit, la protection des droits is celle des réfugiës en transit par ces pays itrée en vigueur de accord de Prespa entre la, &doine du Nord, qui met fin à un différend vieux ‚nt que cet accord ainsi que le Traité d'amitié, République de Bulgarie et la République de pour les autres pays de la région en vue de s relations de 'UE avec la Turquie, un pays présidents maintiennent que "UE et la Turquie dialogue ouvert et franc, à relever les défis s essentiels d'intérêt commun, tels que les ie, les transports, "économie et le commerce. > montre un attachement sans ambiguité aux jcords internationaux tratégies macrorégionales car celles-ci offrent opération entre les États membres, les pays FUE pour la région du Danube, la région de ne eta région de la mer Baltique, qui englobent ays tiers, sont un bon exemple de coopération ion économique, sociale et territoriale dans la, se déclarent disposés à soutenir les initiatives confrontés aux mêmes défis dans une zone ce de nouvelles stratégies macro-régionales. riat oriental, les Présidents reconnaissent les se fölicitent de la réflexion stratégique portant tal pour la prochaine décennie. IIs soulignent jtique de voisinage de UE et approuvent la 5 six États d'Europe oriental participant au contribue à accroître la stabiÏité et la résilience rochement des valeurs, normes et Iégislations es États de la région et de Union européenne | gouvernance et des sociétés plus fortes, avec fforts déployés en vwe d'un règlement durable al. Is réaffirment leur soutien à la souveraineté urope de l'Est. Les Présidents expriment tout visant à un règlement durable et pacifique du firmant la ferme condamnation de la violation ale ukrainiennes et la politique de Union rexion légale de la Crimée, les présidents ties de la région d'appliquer intégralement les ; voisinage méridional comme un instrument et à la sécurité en Afrique du Nord et au Moyen; méridionatl et les États membres de PUE font mment les flux migratoires, le changement e contre le terrorisme et le crime international, ense coopération régionale. C'est pourquoi les n européenne-Ligue des États arabes qui s'est et considèrent cette réunion comme un pas plus étroite dans la région du pourtour de la, js considèrent quïl est essentiel de poursuivre 5 des pays voisins. opéennes de 2019 - le développement de la ‘et les institutions européennes Senne est fondée sur les valeurs de respect de 'égalité, d'état de droit et de respect des droits appartenant à des minorités. L'une des tâches jements nationaux est de coopérer entre eux et veau de l'Union européenne que des États > préserver et de promouvoir efficacement ces nentales de FUnion européenne permettra à lle est actuellement confrontée. Les Présidents ouvoirla paix, ses valeurs et le bien-être de sa hese de sa diversité culturelle et linguistique du patrimoine culture européen. rlements jouent un rôle clé en permettant aux été et notamment à la vie politique. Il importe e promotion d'une société inclusive soient pris aires. ployés par les institutions de 'UE pour lutter racisme, de xénophobie et d'intolérance. Ils ontée de l'antisémitisme dans toute "Union e 2018, de la déclaration du Conseil sur la lutte rs étatiques et non étatiques à intensifer leur intrareligieux sur les droits fondamentaux et les e le respect mutuel et la tolérance pour les, préjugés. le Parlement européen est un composant ; dans l'Union européenne, garant, avec les tions menées par l'Union et porte-parole des ers de participer activement au faconnement vocss 0751/001 de l'avenir de Europe en exergant leur européennes du 23 au 26 mai 2019 car le succ citoyens. 14. Ayant à Tesprit importance capitale que re Présidents considèrent qu'il est crucial d Fautonomisation politique des citoyens d'Europ ‘en oeuvre, dans le plein respect des droits for contre le discours de haine, les campagnes d personnelles et les menaces à la cybersécurit la Conférence des Présidents des parlements d et 24 April 2017, les Présidents réaffiment la r extrémistes en Europe, de réagir, entre autres, positifs des politiques européennes et par européennes en conformité avec les traités. 15. Les Présidents soulignent le rôle es fonctionnement de Union européenne et les ir Félaboration des poîtiques et de la législation les mécanismes existants, tels que la défin parlements vis-à-vis de leurs gouvemement dialogue politique avec les organes europe Présidents encouragent tous les citoyens de manière proactive et à tous les niveaux. 16. Les Présidents des parlements nationat proportionnalité sont des principes déterminants efficace et plus unie. Seule une Union qui se avantages sur des mesures prises au niveau na ‘son image auprès des citoyens européens. Il ne européenne ailent, tant sur le fond que dans réalisation pleine et effective de tous les objet ‘Commission explique en détail les instruments visés et qu'elle justifie ses propositions en ce q En outre, il faudrait que les lignes directrices s États membres une marge de manceuvre sufis les objectifs prévus par la loi 17. Les Présidents des parlements nationaux s effective des principes de subsidiarité et de ps ésentées par la Taskforce « Subsidiarité, plus efficace’ » et invitent toutes les parties pour renforcer davantage ces principes, en sur la subsidiarté qui s'est tenue à Bregenz, gsidents des parlements nationaux soulignent nationaux de participer activement au contrôle propres procédures interes, entre autres, de es citoyens. résidence finlandaise de la Conférence des ne d'organiser un groupe de travail chargé de lignes directrices de 2008 sur la coopération Is sont d'avis que le groupe de travail devrait rait définir ses propres méthodes de travail. Le rochaine Conférence des Présidents à Helsinki trices aux conditions existantes, notamment x traités et examen linguistique des lignes férence dans les lignes directrices, comme la stabilté, la coordination économique et la e; la Conférence interparlementaire pour la, nune et la Politique de sécurité et de défense rôle parlementaire conjoint sur Europol. Amunication modernes en vue de faciliter la, sre présidence finlandaise d'élaborer, selon les la Réunion interparlementaire de commission ncerne certains points qui ne sont pas couverts re à ce que la Conférence des Présidents à sujet. tions relatives à 'UE) IPEX, adoptées à la réunion des Secrétaires ne à Vienne les 27 et 28 janvier 2019 stonien pour le travail qu'il à accompli durant votamment en mettant en ceuvre le programme oir IPEX et renforcer le réseau IPEX - et en Jants IPEX. ls remercient également le Sénat ment "Officier d'information IPEX, ainsi que le ions du Conseil d'IPEX et qui a assuré, avec intenance du système numérique IPEX IPEX joue, en tant que système numérique et } coopération interparlementaire et est en train erparlementaire sur les affaires européennes. rès accomplis en ce qui concerne lintégration hébergement des documents du Groupe de noouragent la présidence autrichienne d'IPEX C ainsi qu'entre IPEX et les autres conférences les amdliorations du système numérique IPEX je travail pendant la présidence autrichienne. e autrichienne d'IPEX de mettre en ceuvre la, nées (RGPD) en conformité avec les lignes uivre les discussions sur FIPEX ainsi que son REPUBLIC OF AUSTRIA Parliament pean Union Parliaments Jnion Parliaments was held in Vienna on 8 -9 and Presidents or their representatives from 39 as well as by the First Vice-President of the e Speakers or their representatives from 5 EU as observers. The Conference was chaired by National Council, and Mr Ingo Appé, President juidelines, it is recognised that due to their cannot directiy associate themselves with e should not be seen as indicating specific shalf of their Chambers they recognise the ons of colleagues in proposing particular ways Union Parliament takes place at a time when are dealing with a withdrawal procedure. The solution wil be found in order to put an end to respond to the challenges it faces. The Conference was divided into two sessions 1. The European Union and its neighbours Il. The European Union ahead of the 2019 Eur cooperation between national Parliaments and The European Union and its neighbours 1. The Speakers recognize the need to keep with neighbouring countries on the agenda an for tne Western Balkans, despite internal chal that stability in the Western Balkans is essential the growing influence of external actors in tf European Union keeps promoting its values ant as this is an investment in peace, democracy Balkans for a pro-European course is best m process. Taking these factors into account, th of the countries of the Wester Balkans an: European Union. The Speakers reaffinm that th ‘compliance with the membership criteria. While made by the counties in the Western Balkan continue their reforms. At the same time, the S overcome still existing conflicts, increase regio’ relations. 2. The Speakers underscore the need for the Er countries to its east and south, to pursue with the promotion of democracy and the rule of human dignity, including of refugees in transit 3. The Speakers warmly welcome the entry in Hellenic Republic and the Republic of North M South Eastern Europe. The Speakers consi Friendship, Good Neighbourliness and Cooper Republic of North Macedonia to be-strong exan neighbourty relations 4. The Speakers reaffinm the importance ofthe and akey partner. In this context the Speakers ‘committed to pursuing an open and frank dial cooperating in essential areas of joint interes transport, economy and trade. The Speakers neighbourly relations and international agreem 5. The Speakers support the concept of macro framework for strengthened cooperation betw Third Countries. The EU Strategies for the Dar forthe Alpine Region and for the Baltic Sea Rec ‘and Third Countries and serve as a good exanr the promotion of economic, social and territori Parliaments express their openness to support facing the same challenges in a defined geo regional strategies. 6. Saluting the 10* Anniversary of the Easte impressive achievements to date and welcome the Eastern Partnership for the next decade. Dimension of the EU Neighbourhood Policy ar Union and the six Eastern European states p policy contributes to increasing the stability and and their approximation with European val economies, stronger governance and stronger mutually beneficial for al states in the region a 7. The Speakers express their support for settlement of the conflicts in the Easter neig sovereignty and temitorial integrity of all Easter express their support for all efforts aimed at confict between Ukraine and Russia. While violation of Ukrainian sovereignty and territoria of the illegal annexation of Crimea, the Implementation of the Minsk agreements by alf 8. The Speakers consider the Southern Nek contribute to peace, stability and security in Nor in the Southem Neighbourhood and EU Mem notably migration flows, climate change, su: terrorism and international crime, that can cooperation. The Speakers therefore welcome States Summit that took place on 24 - 25 F: meeting a further step towards closer collabo area. In this context, the Speakers consider ite the Parliaments of neighbouring countries. The European Union ahead of the 2019 Eurof cooperation between national Parliaments ar 9, The Speakers reiterate that the European human dignity, freedom, democracy, equality, including the rights of persons belonging to min Parliament and the national Pariaments to stakeholders at both European Union and Mer vo effectively preserve and promote these valu of the European Union will enable the Union faces. The Speakers recall that the Union's ai being of its peoples. The European Union shal ‘and shall ensure that Europe's cultural heritage 10. The Speakers are aware that the Parliar disabilities to participate in society, and especie for all persons and of promoting an inclusive sc decisions. 11. The Speakers support the EU Institution: racism, xenophobia and intolerance. They exor across the European Union and welcome the Declaration on the fight against antisemitism. 12. The Speakers encourage all state and religious, interreligious and intrareligious dialog valves, aiming at increasing mutual respect an eliminating prejudices 13. The Speakers stress that the European P: of the European Union's democratic life, secur legitimacy ofthe Union's actions and serving 2 Speakers call on the citizens of Europe to « through exercising their right to vote in the upco as the future success ofthe Union relies on the 14. Having in mind the utmost importance off erucial to strengthen democratic resilience ar Europe. Effective measures to fight hate spe personal data and threats to cybersecurity must fundamental rights. Recaling the Presidency C European Union Parliaments held in Bratislava the rise of anti-European extremist tendencies 2 through better communication of the positive functioning of European institutions in accordan 15. The Speakers highlight the essential role European Union and call on them to engage à and legislation by making full and effective use and oversight by Parliaments vis-à-vis their political dialogue with EU bodies and interpariia all EU citizens to exercise their democratic rif 16. The Speakers of national Parliaments unde principles to make the European Union stronge that focuses on doing what delivers clear benef local levels can further improve its positive perc taken by the Union should not, in substance an ull and effective achievement of all the objectiv explain in detail the chosen instruments in ref proposals as regards subsidiary and proporti according to their intended purpose by giving regards the means to achieve the objective of I 17. The Speakers of national Parliaments em; principles of subsidiarity and proportionality is Parliaments welcome the proposals prese Proportionality and “Doing Less More Efficient steps to further strengthen the principles of s achievements of the Subsidiarity Conference 2018. In particular, the Speakers of national P national Parliaments in subsidiary monitoring of vital importance, inter alia, for bringing the E 18. The Speakers call on the incoming Finnist the European Union Parliaments to organise a update to the 2008 Guidelines for Interparliame Speakers agree that the working group should its own working methods. The working grou Conference of Speakers in Helsinki in 2020 on =_A technical adaptation of the guideline ‘stringent use of references to the treati whole. =_Incusion of new conference formats int Conference on Stability, Economic C Union, the Interparliamentary Conferen ‘and the Common Security and Defenc ‘Group on Europol = Better use of moder means of cooperation, 19. Furthermore, the Speakers ask the incomi manner, a common understanding on the | evaluation of Eurojust, regarding aspects not the Conference of Speakers in Helsinki will be IPEX (interparliamentary EU information ex 20. The Speakers welcome the Conclusior Secretaries General of European Union Parliat 21. The Speakers thank the Estonian Par Chairmanship of the IPEX Board - in particula actions plans on promoting IPEX and enhancin meeting of IPEX Correspondents. The Spe continuous availabilty to formally employ thé Parliament for hosting one of the IPEX Board n maintenance of the IPEX Digital System togetf 22. The Speakers note with satisfaction that IP plays an increasing role in interparliamentary « shop” for interparliamentary exchange in EU af 23. The Speakers welcome the further progre IPEX and to host the documents of the Eurc encourage the Austrian Chair of IPEX to fur COSAC and between IPEX and the other ì forward to the improvement of the IPEX D Programme during the Austrian Chairmanship, 24. The Speakers call on the Austrian Chair o General Data Protection (GDPR) in line with continue the debate on IPEX and its approach BIJLAGE 2 Vergadering van de secretarissen-generaal Wenen, 28-29 januari 2019 De vergadering van de secretarissen-generaal van de parlementen van de Europese Unie (hierna: “EU” of “Unie”) vond plaats op zondag 27 en maandag 28 januari 2019 in het Oostenrijks parlement in Wenen. Il. - OPENING VAN DE VERGADERING A. Toespraak van de heer Dossi, secretarisgeneraal van het Oostenrijks parlement De heer Harald Dossi, secretaris-generaal van het Oostenrijkse parlement, heet de deelnemers welkom en benadrukt het historisch belang van de Redoutensaal in het paleis van de Hofburg, dat in 1814-15 als concertzaal, balzaal en zaal voor het Congres van Wenen diende. Na, in 1992 door brand te zijn beschadigd, werd de gerestaureerde zaal al gebruikt als permanent centrum van de conferentie tijdens de eerste twee EU-voorzitterschappen in Oostenrijk in 1998 en 2006. Spreker geeft ook aan dat sinds 2017 de zaal wordt gebruikt als plenaire zaal voor de tijdelijke installatie van de twee kamers van het Oostenrijkse parlement, de Nationalrat en de Bundesrat. B. Toespraak van de heer Sobotka, voorzitter van de Oostenrijkse Nationalrat Oostenrijkse Nationalrat, nodigt de deelnemers uit het parlement te bezoeken wanneer de wederopbouw in de zomer van 2021 zal zijn voltooid. Spreker verwijst vervolgens naar de Conferentie van voorzitters van de EU-parlementen die van 8 tot en met 9 april 2019 in Wenen zal worden gehouden, en geeft aan dat dit ook het einde inluidt van de parlementaire dimensie van het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad van de EU. Ondanks de moeilijke situatie waarin Europa zich momenteel bevindt, heeft Oostenrijk positieve bijdragen kunnen leveren, niet alleen met betrekking tot de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk, maar ook in het kader van het Frontex-mandaat, de onderhandelingen over de volgende EU-begroting, de vermindering van de CO‚-uitstoot en het nabuurschapsbeleid. De voorzitter benadrukt dat Oostenrijk bijzondere nadruk legt op het nabuurschapsbeleid, aangezien nauwe betrekkingen van cruciaal belang zijn voor de toekomst van een verenigd Europa. Oostenrijk heeft daarom het nastreven van een nauwere samenwerking tot een pri oriteit gemaakt, in het bijzonder met de partners van de westelijke Balkan, door onder meer beurzenprogramma’s aan te bieden aan de ambtenaren van de parlementen in de regio. De heer Sobotka is er bijzonder trots op dat het decennialange conflict tussen Griekenland en Noord-Macedonië is bijgelegd. Wat de Conferentie van voorzitters van de parlementen van de EU betreft, wijst de spreker op de twee belangrijkste agendapunten: 1) De Europese Unie en haar buurlanden; en 2) De versterking van de samenwerking tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement. De spreker geeft aan dat het thema van de EU en haar buurlanden niet alleen de westelijke Balkan omvat, maar ook de landen van het Oosten, zoals Oekraïne en Rusland, en de landen van het Zuiden, vooral in Afrika. In dat verband heeft de Afrika-top in Wenen in december 2018 aangetoond dat het belangrijk is om, meer prioriteiten te stellen en zich meer op het continent te richten om deze betrekkingen te versterken. De spreker benadrukt ook het belang van het bestrijden van smokkelroutes en een duidelijk gemeenschappelijk engagement om mensenhandel tegen te gaan. Wat het tweede onderwerp betreft, verwijst de voorzit. ter naar de conferentie over subsidiariteit die in november 2018 in Bregenz is gehouden. Hoewel de resultaten enigszins teleurstellend waren, is het duidelijk dat een stap moest worden gezet in de richting van minder richtlijnen en verordeningen om de nationale parlementen meer bewegingsvrijheid te geven. Anderzijds moest duidelijk worden gemaakt dat de “grote thema's” (zoals het defensie-, veiligheids- en economisch beleid) moeten worden aangepakt op basis van de regel van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Het ontwerp van agenda van de vergadering van de secretarissen-generaal van de parlementen van de EU wordt goedgekeurd zonder wijziging. UI. - ZITTING l: VOORSTELLING VAN HET ONTWERPPROGRAMMA VAN DE CONFERENTIE VAN VOORZITTERS VAN DE PARLEMENTEN VAN DE EU A. Uiteenzetting door de heer Dossi, secretarisOostenrijkse parlement, stelt het ontwerpprogramma van de Conferentie van voorzitters van de parlementen van de EU voor, die op 8 en 9 april 2019 in het Konzerthaus in Wenen wordt gehouden. De Conferentie zal twee hoofdthema's op de agenda hebben: 1) “De Europese Unie en haar buurlanden” en 2) “De Europese Unie vóór de Europese verkiezingen van 2019 - ontwikkeling van de samenwerking tussen de nationale parlementen en de Europese instellingen”. De heer Dossi vermeldt dat de eerste zitting zal gaan over de externe betrekkingen tussen de EU en haar buurlanden, waarbij aspecten zoals toekomstige samenwerking, uitbreiding van de EU, velligheidskwesties en migratie besproken zullen worden. De spreker onderstreept dat, aangezien de betrekkingen met de partners van de Westelijke Balkan tot de prioriteiten van het Oostenrijkse voorzitterschap behoren, alle kandidaat-idstaten van de EU, net als Bosnië-Herzegovina, Kosovo, IJsland, Noorwegen en Zwitserland, in overleg met de trojka van voorzitters, voor de vergadering zullen worden uitgenodigd. De spreker voegt eraan toe dat ‘om in overeenstemming te zijn met de internationale reglementering, in alle geschreven documenten de term “Kosovo” met een asterisk zal worden gebruikt en de volgende voetnoot zal worden vermeld: “Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo”. Bovendien zullen, net als bij de COSAC, alleen vlaggen aan de EU-lidstaten en alleen tafelvlaggen aan de lidstaten en kandidaat-lidstaten worden verstrekt Wat de keuze van de belangrijkste sprekers voor de zitting betreft, deelt de heer Dossi mee dat de heer Andrej Danko, voorzitter van de Slowaakse Národná rada (als huidige voorzitter van de Visegrad-fractie) en het Franse parlement zijn benaderd. Daarnaast hebben de voorzitters van de Italiaanse Camera dei Deputati, de heer Roberto Fico, en het Griekse Vouli ton Elinon, de heer Nikos Voutsis, gevraagd om als eresprekers te mogen optreden Wat de tweede zitting betreft, benadrukt de heer Dossi dat 2019 een cruciaal jaar zal zijn voor de EU, aangezien een lidstaat de Unie zal verlaten en de Unie bovendien aan de vooravond van de Europese verkiezingen staat. De voorzitter van de Duitse Bundestag, de heer Wolfgang Schäuble, heeft zijn instemming betuigd om een openingsrede te houden. De voorzitter van het Europees Parlement zal eveneens zijn openingstoespraak houden. Daarnaast vraagt de heer Larcher, voorzitter van de Franse Senaat, om als hoofdspreker op de tweede zitting het woord te mogen voeren. Na de twee zittingen zullen de conclusies worden goedgekeurd. B. Gedachtewisseling De heer Claes Martensson, secretaris-generaal van de Zweedse Riksdag, licht het Zweedse voorstel toe om de richtsnoeren voor interparlementaire samenwerking in de EU bij te werken. Verwijzend naar de verschillende ontwikkelingen in de samenwerking (nieuwe permanente interparlementaire vergaderingen en gewijzigde praktijken), benadrukt hij de noodzaak om deze richtsnoeren te actualiseren. Hij wenst ook dat het mandaat nauw omschreven wordt en gericht is op nieuwe functies en vergadervormen. Nauwere afstemming op de bepalingen van de interparlementaire verdragen inzake interparlementaire samenwerking en, in voorkomend geval, de rol van de nationale parlementen van de EU is noodzakelijk, waarbij beperkte ruimte moet worden gelaten voor de herziening van bepaalde kwesties. De heer Martensson steunt de invoeging van een paragraaf over het gebruik van moderne communicatiemiddelen als aanvulling op fysieke bijeenkomsten. Wat de interparlementaire vergadering voor de evaluatie van EUROJUST betreft, stelt de Zweedse secretarisgeneraal voor om dit onderwerp op de agenda van de Conferentie van voorzitters in april te plaatsen. Hoewel de EUROJUST-verordening voldoende houvast zou kunnen bieden voor de vergadering over EUROJUST en de administratieve procedures ervan, zouden er besprekingen met de voorzitters moeten worden gevoerd, zodat alle parlementen tot een akkoord kunnen komen over het kader voor de vergadering. Dit zou dan ‘ook kunnen worden opgenomen in de richtsnoeren. De heer Martensson besluit dat de Conferentie van voorzit ters moet worden verzocht een mandaat vast te stellen voor een werkgroep die een voorstel moet indienen voor bijgewerkte richtsnoeren voor interparlementaire, samenwerking en een gemeenschappelijk standpunt moet voorbereiden over de interparlementaire vergadering met het oog op de evaluatie van EUROJUST (samenstelling, frequentie, enz.) vóór de Conferentie van voorzitters, die in 2020 in Helsinki zal plaatsvinden. Mevrouw Maija-Leena Paavola, secretaris-generaal van de Finse Eduskunta, is het eens met het algemene idee van het Zweedse voorstel. Zij benadrukt dat het belangrijk is om vast te houden aan het feit dat de richtlijnen beschrijvend en niet normatief zijn. Bovendien is zij van mening dat de trojka een beperkt mandaat voor de werkgroep moet formuleren alvorens dit onderwerp op de agenda van de Conferentie van voorzitters te plaatsen. Bovendien stelt de secretaris-generaal voor moderne communicatiemiddelen in te voeren in de interparlementaire vergaderingen, teneinde het aantal fysieke vergaderingen te beperken en van het COSACsecretariaat een gezamenlijk secretariaat voor alle interparlementaire vergaderingen te maken. Wat EUROJUST betreft, stelt zij een verkennende aanpak voor, alvorens een beschrijvende vermelding in de richtsnoeren op te, nemen. De heer Giovanni Rizzoni, van de Italiaanse Camera dei Deputati, steunt het idee om tijdens de zittingen van de Conferentie van voorzitters meer sprekers aan het woord te laten komen, omdat dit een verrijking van het debat zou betekenen. Mevrouw Agnieszka Kaczmarska, secretaris-generaal van de Poolse Sejm, deelt de belangstelling van de heer Marek Kuchcinski, voorzitter van de Poolse Sejm, mee ‘om de hoofdspreker te zijn op de tweede zitting van de Conferentie van voorzitters in mei. De heer Jean-Louis Schroedt-Girard, secretarisgeneraal van de Franse Senaat, spreekt zijn tevredenheid uit over de gekozen thema's en benadrukt het belang van het Europees nabuurschapsbeleid als een teken van samenwerking. Daarom heeft de voorzitter van de Franse Senaat, de heer Gérard Larcher, zijn belangstelling geuit voor een openingstoespraak over dit onderwerp. Wat het Zweedse voorstel betreft, zegt de heer Dossi dat deze kwestie is besproken in de trojka, die met de Finse secretaris-generaal is overeengekomen slechts een technisch mandaat voor een werkgroep op te zetten. Wat de organisatie van EUROJUST betreft, is hij van mening dat de te behandelen kwesties beperkt zijn, aangezien het grootste deel van het kader reeds in de EUROJUSTverordening zelf is vastgesteld. Oostenrijk zal het Finse voorzitterschap van de Conferentie van voorzitters dan ook vragen deze kwestie verder te onderzoeken. IV. - VOORSTELLING VAN DE PARLEMENTAIRE DIMENSIE VAN HET ROEMEENSE VOORZITTERSCHAP VAN DE RAAD VAN DE EU A. Toespraak van mevrouw Mihalcea, secretarisgeneraal van de Roemeense Camera Deputatilor Mevrouw Silvia Mihalcea, secretaris-generaal van de Roemeense Camera Deputatilor, legt uit dat het Roemeense voorzitterschap van de Raad van de EU zich op vier pijlers zal toespitsen, te weten: - een Europa van convergentie: Roemenië streeft naar convergentie en cohesie om te komen tot duurzame en gelijke ontwikkeling en kansen voor alle burgers en lidstaten. Dit kan worden verwezenlijkt door het concurrentievermogen te vergroten en de ontwikkelingskloof te verkleinen, connectiviteit en digitalisering te bevorderen, ondernemerschap te stimuleren en het Europese industriebeleid te consolideren; - een veiliger Europa: Roemenië wil tot een veiliger Europa komen door middel van een grotere samenhang tussen de lidstaten van de EU. Dit zou het mogelijk maken om nieuwe veiligheidsuitdagingen aan te gaan en samenwerkingsinitatieven op het terrein te ondersteunen; - Europa als sterkere wereldspeler: Roemenië wil de consolidatie van de mondiale rol van de EU ondersteunen door het uitbreidingsbeleid, het Europees optreden in de buurlanden, de verdere tenuitvoerlegging van de wereldwijde strategie en de uitvoering van de mondiale verbintenissen van de EU te bevorderen; - een Europa van gemeenschappelijke waarden: Roemenië streeft ernaar de solidariteit en de samenhang binnen de EU te stimuleren, antidiscriminatiebeleid te bevorderen, gelijke kansen en gelijke behandeling van vrouwen en mannen te waarborgen en de betrokkenheid van de burgers, met name jongeren, bij het Europese debat te vergroten. De secretaris-generaal voegt hieraan toe dat het programma van de parlementaire dimensie van het Roemeense voorzitterschap zeven interparlementaire conferenties zal omvatten, die allemaal zullen plaatsvinden, in het Parlementspaleis. Mevrouw Mihalcea beklemtoont de krachtige doelstelling om tastbare resultaten te berei ken en tegelijkertijd binnen de grenzen van de gestelde prioriteiten te blijven. Alle documenten zijn al gedownload op de officiële website en op IPEX. Roemenië zal zijn ervaring graag delen met de andere leden van het trio, (Finland en Kroatië) en dankt de voorzitterschappen van Estland, Bulgarije en Oostenrijk voor hun steun bij de voorbereiding van zijn eigen voorzitterschap. B. Toespraak van mevrouw Chencian, secretarisgeneraal van de Roemeense Senaat Mevrouw Izabela Chencian, secretaris-generaal van de Roemeense Senaat, feliciteert Oostenrijk met zijn voorzitterschap. Zij benadrukt dat het Roemeense voorzitterschap er via de agendapunten naar streeft de belangrijkste kwesties van de Unie aan te pakken en ervoor te zorgen dat de resultaten van de conferenties de aandacht vestigen op alle actoren die betrokken zijn bij de vormgeving van de toekomst van de EU. Zij is van mening dat de prioriteiten erop gericht zijn tegemoet te komen aan de behoeften van de Europese burgers. Mevrouw Chencian schetst een overzicht van de door de Roemeense Senaat georganiseerde evenementen, namelijk de vergadering van de COSAC-voorzitters van de afgelopen week, waarbij de nadruk lag op de prioriteiten van het Roemeense voorzitterschap, de cohesie en de wijze waarop de instrumenten van het meerjarig financieel kader kunnen worden ingezet om convergentie te waarborgen. De conferentie had tot doel het Europese project te versterken door de beginselen van samenhang, convergentie, transparantie, solidariteit en gelijkheid permanent toe te passen ten aanzien van alle lidstaten. Het volgende evenement dat in de Roemeense Senaat plaatsvindt, is de interparlementaire conferentie voor het GBVB/GVDB (7 en 8 maart 2019), die een platform zal bieden voor de uitwisseling van informatie en goede praktijkvoering tussen de commissies voor buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid van de lidstaten, het Europees Parlement en de Europese Commissie. Het doel van deze conferentie bestaat erin de veiligheid te versterken, de vrede te bewaren, de internationale samenwerking te bevorderen en de democratie te ontwikkelen. Wat ten slotte de interparlementaire conferentie over de toekomst van de EU betreft, wijst mevrouw Chencian erop dat die tot doel heeft het Europa van de gemeen: schappelijke waarden en het Oostelijk Partnerschap te bespreken. V.- DE EUROPESE VERKIEZINGEN VAN 2019 De heer Klaus Welle, secretaris-generaal van het Europees Parlement, benadrukt dat de Europese verkiezingen van 2019 waarschijnlijk verkiezingen zullen zijn met slechts 27 lidstaten om 705 leden te kiezen. Na jaren van crisis is de steun voor de EU en de euro eindelijk weer aangezwengeld, mede door de Brexit. Met betrekking tot de verkiezingen wijst de heer Welle erop dat er opnieuw gebruik zal worden gemaakt van het Spitzenkandidaten-systeem, dat in verschillende landen tot een hogere opkomst bij de laatste verkiezingen heeft geleid. Na drie herzieningen van de regels voor de Europese politieke partijen zullen zij financiering ontvangen en de campagnes van de Europese lijsttrekkers, kunnen verlengen. De heer Welle benadrukt de noodzaak om de bewustmaking op het gebied van informatie te vergroten en merkt op dat het Europees Parlement een website (wwwawhat-europe-does-for-me.eu) heeft opgezet, waar burgers zeer concrete informatie kunnen vinden over wat Europa voor hen doet. Burgers die een actievere rol willen spelen, kunnen zich direct inschrijven op een centrale website. In de loop der jaren zijn de interesses van de burgers niet alleen verschoven naar de interne markt, Immigratie, veiligheid en defensie, grenscontrole, maar ook naar klimaatverandering en werkloosheid. Dit zijn gebieden waar mensen meer Europa willen. In dit opzicht moet de EU een antwoord vinden op de bezorgdheid van de burgers over hun veiligheid. Wat betreft een Europa dat zijn burgers kan beschermen, heeft de heer Welle zijn bezorgdheid geuit over het oprukken van China, een agressiever Rusland en minder betrouwbare Verenigde Staten onder de huidige president. De heer Welle zegt tot slot dat al deze vragen in 2019 beantwoord moeten worden. Hij herinnert de deelnemers eraan dat Europa niet staat voor de Europese instellin gen, maar voor de 28 of 27 lidstaten met hun regio's en burgers. Hij roept de lidstaten op hun bevolking ertoe aan te zetten actief deel te nemen aan de Europese verkiezingen. VI - SESSIE Il: IPEX A. Inleiding door de heer Dossi, secretaris-generaal van het Oostenrijks Parlement Eén van de belangrijkste doelstellingen van interparlementaire samenwerking in de EU betreft de bevordering van de uitwisseling van informatie en best practices tussen de nationale parlementen van de EU. Dit is de reden waarom IPEX als netwerk van mensen en digitale systemen een doorslaggevende rol speelt en waarom de parlementen verder moeten werken aan het afwerken van een betrouwbare “one stop shop” voor interparlementaire samenwerking en aan het verbeteren van de transparantie in de hele EU. B. Uiteenzetting door de heer Jahilo, secretarisgeneraal van het Ests Parlement Als huidige voorzitter van de IPEX Board verwijst de heer Jahilo naar de synergie die thans bestaat binnen het IPEX-informatiesysteem en het werk van de IPEX-correspondenten. De laatste jaren is de rol van de nationale parlementen in de EU gewijzigd door de invoering van het subsidiariteitscontrolemechanisme die de nationale wetgever tot Europese speler heeft gemaakt. Dat is de reden waarom de nationale parlementen en het Europees Parlement de IPEX-website hebben opgericht. De kwaliteit van de informatie die zich op IPEX bevindt, hangt in grote mate af van de frequentie van de updates, die door de IPEX-correspondenten worden gedaan. Aangezien één van de gebruikers van deze informatie de leden zijn van de commissies voor Europese zaken in de parlementen, hebben deze correspondenten niet enkel de macht om de prioritarisering van Europese dossiers te beïnvloeden, maar ook om de nationale parlementen te mobiliseren rond de mogelijke uitreiking van een gele kaart. Een andere taak van deze ambtenaren en hun collega's bestaat in de ondersteuning van de parlementsleden wat de parlementaire controle op Europese documenten betreft. Hoewel het aantal bevoegde ambtenaren in elk parlement verschilt, zijn er wel gelijkenissen te vinden, zoals de aanwezigheid van een collega als vertegenwoordiger van het nationaal parlement in het Europees Parlement in Brussel De IPEX Board legde in 2018 de focus op de digitale strategie van IPEX, nodig om het netwerk verder te ontwikkelen en de transparantie te vergroten. Om die reden werden drie werkgroepen opgericht tijdens het Ests voorzitterschap: - de werkgroep ter versterking van het IPEX-netwerk deze werkgroep had aandacht voor de kwaliteit van de vertaling van de documenten, de verbetering van het werk van de IPEX-correspondenten en de versterking van de samenwerking met COSAC en de Joint Parliamentary Serutiny Group on Europol; - de werkgroep ter versterking van de promotie van het IPEX-netwerk: deze werkgroep ontwikkelde video's om IPEX uit te leggen, handleidingen en een analyse van de beste praktijken; - de verbetering van het IPEX digitale systeem: centraal in deze werkgroep stond de goede werking van IPEX door onder meer de zoekfunctie te verbeteren en de website meer gebruiksvriendelijk te maken en toegankelijk via mobiele toestellen Een thema dat in alle werkgroepen in 2018 aan bod kwam, was sociale media. Om die reden werd begin 2019 beslist om een werkgroep inzake sociale media op te richten om informatie te verzamelen over strategieën rond sociale media die nationale parlementen hebben ontwikkeld en de mogelijkheden hiervan voor IPEX te bekijken. De IPEX Board zal in 2019 en 2020 onder meer bestaan uit Estland, Oostenrijk, Roemenië, Finland en het Europees Parlement. Met deze nationale parlementen en de andere leden van de Board zal verder gewerkt worden aan de ontwikkeling van een gebruiksvriendelijke “one stop shop” voor de administraties van de parlementen. C. Gedachtewisseling De heer Remco Nehmelman, secretaris-generaal van de Nederlandse Eerste Kamer, informeert de aanwezigen over het feit dat de Tweede Kamer een lijst van prioriteiten heeft aangenomen op basis van het werkprogramma van de Europese Commissie. Ook de Eerste Kamer is, van plan dit te doen. Hij roept de andere parlementen die deze oefening hebben gemaakt of gaan maken, op om de resultaten te delen op IPEX. Mevrouw Pernille Deleuran, secretaris-generaal van het Deens Parlement, gaat akkoord met het voorstel van de Nederlandse collega, en stelt ook voor om een bladzijde te creëren op IPEX waar informatie terug te vinden is over de nationale vertegenwoordigers in Brussel en het werk dat zij doen. Vil. - SESSIE Il: HET OPEN PARLEMENT - MOGELIJKHEDEN EN BEPERKINGEN Het Oostenrijks Parlement heeft de laatste jaren veel ervaring vergaard inzake deze problematiek, vooral door de restauratie van het historische parlementsgebouw en de uitwijking naar andere gebouwen. Het is evident dat parlementen moeten openstaan voor de burger, maar de mensen die in het parlement werken, moeten dit ook kunnen doen op een veilige en gestructureerde manier. Verscheidene debatten zijn georganiseerd om een evenwicht te vinden tussen een laagdrempelige toegang en een doorgedreven veiligheidscontrole. Op dit ogenblik is het bezoekerscentrum van het Oostenrijks Parlement toegankelijk na het ondergaan van een veiligheidscontrole. Het Oostenrijks Parlement heeft ook besloten om de burgers meer te betrekken in het wetgevend proces en heeft een onderzoek gestart naar de manier hoe dit best zou kunnen gebeuren. Hierbij worden de burgers uitgebreid bevraagd, onder meer via de website. Een specifieke vergadering die vertegenwoordigers van de parlementaire bezoekerscentra zal bijeenbrengen, zal ‘om die reden in mei in Wenen worden georganiseerd. B. Uiteenzetting door mevrouw Roos, secretarisgeneraal van de Nederlandse Tweede Kamer De Tweede Kamer ondervond aan den lijve hoe belangrijk het evenwicht tussen toegang voor het grote publiek en veiligheid in de parlementsgebouwen wel is, toen een bezoeker zich wilde verhangen in de publieke gaanderij van de plenaire vergadering. Hoezeer een parlement inzet op openheid, transparantie en eenvoudige toegang van het publiek tot het parlement, er zullen steeds mensen zijn die hiervan misbruik willen maken. Openheid en veiligheid moeten echter met elkaar verzoend worden Een essentieel onderdeel van de Nederlandse demoratie en de politieke cultuur is net deze openheid. Elk jaar bezoeken 223 000 burgers het Parlement. Alle plenaire en commissievergaderingen zijn toegankelijk voor pers. en publiek en het publiek kan het Parlement bezoeken op alle werkdagen en op verschillende zaterdagen. Na de renovatie van het parlementsgebouw, waarmee een aanvang zal worden genomen in 2020, zal de openheid en toegankelijkheid nog verder worden ontwikkeld. Wat veiligheid betreft, is het evident dat het Parlement moet instaan voor de bescherming van de parlementsleden, de ambtenaren en de gebouwen. De veiligheidsdienst van het Parlement speelt een doorslaggevende rol hierin en is verantwoordelijk voor de veiligheidsscreening. De toegang tot het Parlement wordt daarenboven bewaakt door de militaire politie. In het gebouw zijn de zones waar politici en ambtenaren werken, strikt gescheiden van de publieke ruimten. Om de veiligheid verder te garanderen, is een samenwerking met externe partners als politie, veiligheidsdiensten en de gezondheidssector noodzakelijk. De interne samenwerking tussen de diensten voor veiligheid, de griffie en andere is even belangrijk. Enkel zo kan de veiligheid worden gegarandeerd zonder afbreuk te doen aan de openheid van een democratische instelling. C. Uiteenzetting door de heer Natzler, secretarisgeneraal van de Britse House of Commons De locatie van Westminster, dicht bij Westminster Abbey en Buckingham Palace, is op zich al een uitdaging voor de veiligheid. Het Brits Parlement is op 22 maart 2017 het slachtoffer geworden van een terroristische aanslag waarbij vijf mensen werden gedood voor het gebouw, waarna de dader via de poorten van het Parlement kon vluchten. Deze poorten werden op dat ogenblik minder streng bewaakt omwille van een stemming in de plenaire vergadering. Het Brits Parlement heeft niet echt een bezoekerscentrum om het miljoen burgers dat jaarlijks een bezoek brengt, op te vangen. Het is mogelijk dat dit wel wordt ingericht na de restauratie van de gebouwen. Op dit ogenblik moeten bezoekers een uitgebreide en tijdrovende veiligheidscontrole ondergaan Alle openbare vergaderingen kunnen worden gevolgd op het parlementair televisiekanaal. Dit neemt echter niet weg dat het fysiek bijwonen van vergaderingen door de burger gegarandeerd moet blijven. Daarnaast worden vele publieke vergaderingen van belangengroepen en bijzondere comités georganiseerd en zijn er vele rondleidingen georganiseerd door een parlementslid of voor een grote groep van bezoekers. Deze rondleidingen worden georganiseerd in meerdere talen, aangezien meer dan de helft van de bezoekers uit het buitenland komt. Het gevolg van een open parlement dat ook geopend is in het weekend is immers dat het ook een grote toeristische attractie wordt. Een laatste punt betreft het belang van cyberveiligheid en het besef dat een grotere visibiliteit op Twitter, Facebook en andere sociale media ook risico's met zich meebrengt. Niettemin zou het een goed idee zijn om als, parlement te overwegen meer aandacht te besteden aan de virtuele toegang tot het parlement en minder op de fysieke toegang die altijd problematisch zal blijven. Mevrouw Maija-Leen Paavola, secretaris-generaal van het Fins Parlement, merkt op dat het Parlement in 2017 zijn historisch gebouw na twee jaren van renovatie heeft heropend en dat het aantal bezoekers sindsdien is verdubbeld tot 60 000 bezoekers per jaar. Bijgevolg werd de toegang om veiligheidsredenen beperkt. Op dit ogenblik moet een afspraak worden gemaakt om het gebouw binnen te komen. De heer Claes Martensson, secretaris-generaal van het ‘Zweeds Parlement, benadrukte dat zijn Parlement blijft inzetten op openheid. Alle burgers moeten zich welkom, voelen. Om die reden zijn er vele publieke hoorzittingen en debatten, rondleidingen en studiebezoeken; het is, een fundamenteel recht van de burger om zicht te hebben op het parlementaire besluitvormingsproces. Het Zweeds Parlement heeft geen bezoekerscentrum. Het is wel zo dat commissievergaderingen niet publiek zijn, tenzij anders wordt beslist. De heer Socratis Socratous, waarnemend secretarisgeneraal van het Cypriotisch Parlement, verwijst naar openheid als verbindende factor tussen de uitwisseling van informatie en transparantie. Veiligheidsmaatregelen mogen dus nooit leiden tot een overdreven inperking van deze openheid. Ook moet worden gewaakt over het feit dat geen misbruik mag worden gemaakt van persoonlijke gegevens die worden verzameld van de bezoekers, en dat er geen negatieve impact mag zijn op de parlementaire werkzaamheden. De heer Horst Risse, secretaris-generaal van de Duitse Bundestag, bevestigt dat er een evenwicht moet worden gevonden tussen openheid en veiligheid. In Berlijn is de politie van de Bundestag samen met de overheidspolîtie bevoegd voor de beveiliging van de omgeving van het Parlement, een doorgedreven veiligheidscontrole aan de ingang en controle in het gebouw zelf. De plenaire, vergaderingen zijn openbaar en trekken elk jaar 50 000 bezoekers. Wanneer men de bezoekers aan de koepel van het gebouw, de deelnemers aan de rondleidingen en de deelnemers aan vergaderingen daarbij optelt, komt men aan twee miljoen bezoekers per jaar. Het is een feit dat de toegang tot het Parlement de laatste jaren is beperkt uit vrees voor terroristische aanslagen. Om die reden moet men zich thans vooraf registreren en persoonlijke gegevens doorgeven. De Bundestag heeft recent beslist om een bezoekerscentrum te bouwen in de onmiddellijke omgeving van het gebouw van de Reichstag. De heer Albino Azevedo Soares, secretaris-generaal van het Portugees Parlement, benadrukt de educatieve rol die een parlement moet spelen; openbare plenaire vergaderingen, rondleidingen, culturele evenementen en zittingen van het jongerenparlement zijn daarom, van groot belang. Ook de juiste communicatiemiddelen zoals de parlementaire televisie, sociale media en een performante website, moeten de openheid en transparantie van het parlement vergroten. van de Poolse Sejm, stelt dat openheid voor haar parlement een topprioriteit is. Naast openbare plenaire en commissievergaderingen wordt vooral ingezet op een zeer druk bezochte website waar de agenda's van de vergaderingen en de werking van het wetgevende werk in detail worden besproken. Verzoeken die burgers via de website maken, leiden geregeld tot wetgevende initiatieven die er dan weer voor zorgen dat meer burgers de werkzaamheden volgen en zo de kloof tussen burger en overheid verkleinen. Het is duidelijk dat er steeds een veiligheidsdreiging is, zowel in realiteit als online. Om die reden moet openheid hand in hand gaan met veiligheidsmaatregelen die de werking van de instelling blijven garanderen. imprmerecenrale-Cenraledrder